24-07-16

STEMMINGSWISSELINGEN iv

jon voight in heat 2.jpeg

Meestal begint het met een titel. Ik had hierboven al ‘dagboek van een verloren ziel’ genoteerd, maar toen herinnerde ik me dat ik eerder dit jaar een reeks dagboekachtige notities ‘stemmingswisselingen’ noemde. Het was toen mijn bedoeling daar iets regelmatigs van te maken, niets gigantisch, zoals bijvoorbeeld de dagboeken van Henry David Thoreau, maar toch iets voor de langere duur. Discipline en planmatig werken zijn me echter vreemd. Ik ben onrustig van aard, wil allerlei dingen tegelijk doen, bijna alles interesseert me. Of er breekt een periode van ziekte en lusteloosheid aan. Dan beschik ik over geen greintje energie. (Eén greintje zou al zoveel zijn. Hoewel aldus Johannes een graankorrel moet sterven om veel vrucht te dragen.) Of ik vertrek op reis en schrijf wat observaties neer in kleine, dunne notitieboekjes. Eens thuis lees ik daar dan niet meer in. Of ik kan mijn handschrift niet ontcijferen. Soms doe ik er een week over om een radioprogramma van twee uur voor te bereiden.

Zijn we niet allemaal verloren zielen? Als er al zoiets als een ziel bestaat. Een psyche, een geest. Beschouw het als een wijze van spreken, niet als een verwijzing naar een meesterwerk uit de wereldliteratuur.

bonaventura 001.jpg

Vreemde gevoelens maken zich van me meester als ik Leopold Flams ‘Ontbinding en protest’ na vele jaren nog eens doorblader en hier en daar een fragment lees. Ik heb onmetelijk veel van de kleine professor geleerd, niet alleen op gebied van filosofie maar zeker ook op dat van literatuur. Zwarte romantiek, onder meer Bonaventura leerde ik via hem kennen; Sade, Casanova, Artaud, surrealisme, dada, existentialisme. Zijn werken en - meer nog - zijn cursussen zadelden mij met een onlesbare leesdorst op. De dag dat ik het Koninklijk Atheneum verliet was dat allemaal nog onbekend terrein. Heb ik wel iets van waarde geleerd op de middelbare school? Ik bedoel niet van mijn vrienden of uit sommige boeken die ik toen las, maar van het onderwijzend personeel en van de opvoeders? Ik kan me niets van waarde herinneren. Namen van rivieren, ja, van bergen, van planten. Dat een rechte lijn onbegrensd doorloopt. Dat Hendrik Conscience zijn volk leerde lezen. En is Hendrik Marsman niet in volle zee verdronken? Maar goed. Ik neem me voor om ‘Ontbinding en protest’ dit jaar van begin tot einde te herlezen. Eerst moet ik wel Peter Sloterdijks ‘De verschrikkelijke kinderen van de nieuwe tijd’ voltooien. (‘Uitlezen’ is in verband met dit boek niet op zijn plaats.) Dat is een magistraal werk over voornamelijk bastaards, met als (relatieve) kerngedachten: ‘Après nous le déluge’ van Madame de Pompadour, minder bekend als mevrouw Le Norment d’Etiolle, geboren Poisson. En ‘Pourvu que ça dure’ van Laetitia Ramolino, de moeder van Napoleon Bonaparte. Het boek van Sloterdijk brandt gaten in mijn tafel, het verpulvert mijn schaarse dagdromen. Ik ben de zoon van een bastaard, mijn vrouw is de dochter van een bastaard. Waren we daar niet op zijn minst een beetje trots op? Wat blijft er nu nog over om trots op te zijn? Verschrikkelijke kinderen hebben verschrikkelijke ouders en zijn zelf ook verschrikkelijke ouders. En hoe is het met hun kinderen, met onze kinderen gesteld? Maar je moet niet alles geloven wat Peter Sloterdijk schrijft. Zijn stijl grenst aan het perfide, in dat opzicht is hij bijna de gelijke van Nietzsche. Hij ontsluiert wel en doet dat op onverbiddelijke manier, maar wat je dan te zien krijgt is niet zomaar de waarheid.
Madame_de_Pompadour.jpg
Voor de derde of vierde keer Michael Manns ‘Heat' gezien. Wat is Jon Voight met zijn minimalistisch acteerwerk geweldig. Zijn voortdurende aanwezigheid, al zie je hem maar in enkele scènes. De hele film is een reflectie over de kortstondigheid van het leven, over de sterfelijkheid, over de dood. Wat we ook doen, we zijn altijd verloren. Verloren zielen.

12-10-12

HET VERRADERLIJKE HART

pijn, angst, hart, ziekenhuis, onderzoeken, ziektegeschiedenis, slokdarm, cardioloog, gastro-enteroloog, gastroscopie, coronarografie, levenswil, emoties, facebook, plezier, vluchten, herinneringen, vrienden, divertikel, zenker, doppler-echo, slikken, toeval, aders, slagaders, bloed, herstel, gezondheid

Francis Bacon, Three Studies For A Crucifixion, 1962.
 

“Ik weet uit ervaring dat er soortgenoten bestaan die niet over gevoelens, emoties (pijn, verdriet, rouw, woede, verliefdheid, liefde) willen spreken of er niet mee geconfronteerd willen worden. Het komt me voor dat ze willen doen alsof we in een wereld leven waar alles perfect is. Is het een Angelsaksische manier van in-de-wereld-zijn? Ik weet het niet. En het maakt me niet uit.

Wat ik wil zeggen is dit. Morgen breng ik mijn dwaze hart naar het ziekenhuis (Sint-Jan / Saint-Jean). Overmorgen mag ik weer naar huis. Maar ik maak me zorgen over wat mogelijk aan het licht komt. Ik hoop dat ik niet opnieuw drie maanden in zo’n hel moet doorbrengen. Dat ik vrijdag opnieuw onbezorgd naar mooie liedjes kan luisteren, boeken lezen, films zien, naar theater gaan, wandelingen maken, vrienden ontmoeten, liefde geven en krijgen. En veel wijn drinken en leugens vertellen. Want de waarheid kent alleen god, en god, zegt men, bestaat niet.”

Het bovenstaande schreef ik vorige dinsdagavond op facebook. Met die ‘hel’ bedoelde ik de drie maanden die ik vorige zomer doorbracht in een ander ziekenhuis, “dapper vechtend tegen de dood”. Het is nu vrijdag. Ik kan opnieuw enigszins onbezorgd naar mooie liedjes luisteren, boeken lezen, films zien, et cetera. Mijn hart is relatief gezond en sterk. Ik mag doorgaan met wijn drinken en leugens vertellen.

Op facebook staken zeker wel veertig vrienden me een hart onder de riem. Een toepasselijke uitdrukking in deze context. Ik beweer niet dat zij voor het opmonterende resultaat hebben gezorgd, maar ze hebben wel elke vorm van angst voor het toch wat akelige onderzoek, een coronarografie, weggenomen. Een van hen, mijn lieve vriendin Ingrid Van Kogelenberg, schreef dit:   “Lieve M., dat hart van jou dat slaat op het ritme van de mooiste dingen van deze wereld, die spier die geoefend is in het incasseren, pareren, liefhebben, dat is zo getraind in het leven dat het meer kan weerstaan dan je bange vermoedens. Dit komt goed. Daar ben ik zeker van.” Zo was het en zo is het. Geen magere troost, maar de waarheid.

Wat is er gebeurd? Wanneer het precies begonnen is weet ik niet meer. Enkele dagen voordat ik naar Stockholm vertrok, eind juni, kreeg ik pijn op de borst, soms hield die aan, soms was het alleen bij inspanningen, soms werd ik er wakker van en kon ik de slaap niet meer vatten. De huisarts verwees me door naar een gastro-enteroloog en naar ‘mijn’ cardioloog. De pijn kon een symptoom zijn van een slokdarmontsteking of van een hartkwaal.  Gastroscopie bracht niets aan het licht, tenzij een divertikel van Zenker. Dat is een zakje bovenaan in de slokdarm, wat het slikken bemoeilijkt en nogal wat spijsverteringsproblemen veroorzaakt. Het moet verwijderd worden. De specialist wilde zijn diagnose bevestigd zien door radiografie en scan. Uit de scan bleek dat ik forse aderverkalking had in de halsslagaders. Paniek! Nader onderzoek in het ziekenhuis, een Doppler-echografie, stelde me echter gerust. De aderverkalking is helemaal niet fors: het bloed kan ongehinderd naar mijn hersens worden gepompt. Vandaar mijn goed geheugen en mijn verbeeldingskracht. Maar de pijn in de borst was nog niet weg. Mijn hart moest nog worden onderzocht. Inmiddels had ik al een afspraak gemaakt voor ziekenhuisopname en operatie van het divertikel van Zenker. Een grondig onderzoek van het hart gaf een positief resultaat tijdens de fietstest: ik kreeg felle pijn in de borst bij niet al te zware inspanning. De cardioloog raadde mij aan om een coronarografie te laten doen. Hij voegde eraan toe dat geen enkele anesthesioloog mij zou willen verdoven zolang er geen duidelijkheid was over de toestand van mijn hart en bloedvaten.
Dat is nu allemaal achter de rug, behalve de verwijdering van het divertikel, wat kennelijk maar een lichte ingreep is. En de pijn in de borst? Daar heb ik geen idee van. Maar ik vermoed heel sterk dat allerlei emoties, angst, verdriet, woede, jaloezie, tederheid, schuldbesef, et cetera daar een grote rol in hebben gespeeld.

Ik weet niet goed waarom ik dit allemaal vertel. Misschien om mensen gerust te stellen die iets vergelijkbaars moeten doorstaan. Misschien ook om te verduidelijken waarom ik de laatste maanden zo weinig heb geschreven en waarom ik soms nog zwartgalliger was dan men van mij gewoon is. En voor mezelf verklaart het waarom ik op de vlucht ging naar Londen, naar Stockholm; waarom ik na tien jaar mijn broer weer ging opzoeken, waarom ik in Namen en Maastricht herinneringen aan mijn kinderjaren en adolescentie wilde opwekken. En zo besef ik eens te meer dat het leven een aaneenschakeling is van toevalligheden. Mocht ik die pijn op de borst niet hebben gevoeld was er niets van het bovenstaande gebeurd. Maar wat zou er dan wel gebeurd zijn, dat is de vraag.

 ...

Le coeur a ses raisons que la raison ne connaît point.
Blaise Pascal