26-09-11

VERZONKEN SCHAT

Een verzonken schat in je garage schittert

als de nacht uit de sterren komt vallen

zwaar en dan weer licht op ons vel -

wij onvolkomen terecht in het donker.

 

Ze lonkt in een woord, wenkt in een droom

die van mijn boomstam de gouden takken

bezingt terwijl ik bejubel je torenhoge slaap

en de treden die je betreedt, hoger dan ooit.

 

Daar in je landschap zo vlak als het Westen

van deze vijandige streken, zo vol heuvels

van zinnen die mijn spreken begeren - de taal

die diep in je oren is binnengedrongen

 

Op die avond van gloed, gloednieuwe maan.

12-09-08

EEN VERBLUFFENDE COMBINATIE VAN WOORDEN


mb 1968


Toen ik vijftien was werd ik dichter, wilde schrijver worden en filosofie studeren. Ik maakte rijmpjes, schreef een paar toneelstukken die op school werden opgevoerd, een fantastisch verhaal getiteld ‘Psychische ontbinding’ waarmee ik de hoofden van enkele schoolvrienden op hol bracht. Ik verhuisde naar Brussel, ging - in plaats van filosofie te studeren - leren hoe je foto’s en films moet maken. Dat mislukte: foto’s maken was eenvoudig, maar voor films had je heel veel geld nodig, discipline en overtuigingskracht. Ik was met niet een van die drie kwaliteiten geboren en zou ze ook nooit verwerven.

Ik trouwde, werd vader, studeerde alsnog filosofie en scheidde.

Toen ik vijfentwintig was dacht ik dat ik een schrijver was. Ik gebruikte bijvoorbeeld nooit het woord ‘toen’ aan het begin van een zin. Daar hadden ze mij voor gewaarschuwd. Ik schreef experimentele verhalen, publiceerde in tijdschriften, maakte met een groep ‘amateurs’ (gewoon mijn vrienden) twee toneelstukken, hield een dagboek bij en sliep niet. Al gauw voelde ik mij mislukken.

Maar ik volhardde. Wim Meewis had me dat gezegd: als je wil schrijven moet je hard zijn, jezelf hard maken, een rotsformatie, steenkool, diamant. Van wat echter moest ik leven? “Van de hemelse dauw kunt ge niet leven”, zei mijn vader altijd. Ik ging talen studeren, Frans, Engels, Duits; liet me inwijden in de opkomende informatica. WordPerfect, Dbase, flow-charts, de hele santenkraam. Ik schreef niet veel meer. Mijn dagboeknotities beperkten zich tot de films die ik had gezien. Wel verzond ik een honderdtal sollicitatiebrieven, zonder resultaat. Waarom werd ik niet aangeworven? Zelfs niet uitgenodigd voor een gesprek? Ik weet het nog altijd niet. Ik droeg een yuppiebril, mijn haren waren kort geknipt, mijn baard was verzorgd. Ik leek op iemand anders. Bij de overheid slaagde ik met glans in een toegangsexamen. Ik was 64ste op ongeveer 4000 deelnemers. Inmiddels was ik eveneens in psychoanalyse gegaan. Nee, ik was niet op zoek naar mezelf. Ik had meer dan genoeg van mezelf, wilde daar liever een punt achter zetten. Die verdomde ik-geschiedenis. Toch dacht ik dat ik nog steeds wilde schrijven. Maar ik was wanhopig. Ik was letterlijk ten einde raad. Ik had niet alleen veel films gezien en veel muziek gehoord, maar ik had ongeveer de hele wereldliteratuur gelezen. Wanhopig maakten mij dichters, toneelauteurs, romanschrijvers, filosofen.

Hoe kon ik een gedicht schrijven na Hölderlin, een verhaal na Kafka, een toneelstuk na Shakespeare, Kleist en O’Neil, een roman na Proust, Musil en Nabokov. Hoe kon ik me met filosofie bezighouden na Nietzsche en Heidegger. Met psychologie na Freud en Lacan? Met de geheimen van de taal en de mythologie na Roland Barthes, Michel Foucault en Jacques Derrida? Ik wist het niet. Was ik niet waardeloos? Woordenloos? Een volstrekte loser, down and out in Antwerpen?

Er waren natuurlijk mijn vrienden, vriendinnen, kennissen, mensen die ik toevallig ontmoette in cafés – allen op hun eigen manier mislukt. Ze deden niet waar ze ooit van gedroomd hadden, ze moesten overleven, en daarom veel van hun idealen opgeven. Dat was geen troost, maar zorgde er wel voor dat ik me minder eenzaam voelde.

Ik las Borges opnieuw en ontdekte dat ik me ook op een boeiende manier kon beperken tot het schrijven van voetnoten bij de grote literatuur. Ik maakte kennis met de ontregelde poëzie van Ezra Pound en e.e. cummings. Zo leek mijn onzinnige poëzie ook zin te krijgen. Verhalen van Toergenjev en Raymond Carver maakten duidelijk dat je niet op zoek moet gaan naar het verhevene maar dat het dagelijks leven voldoende stof biedt om ontzagwekkend over te schrijven. 

Er waren echter enkele belangrijke stelregels. Je moest discipline hebben, je moest heel veel moed hebben, je mocht verdwalen mits je altijd terugkeerde naar het begane pad, je moest je inspannen, niet om je grote voorbeelden te overtreffen, maar om op je eigen wijze even sterk en even authentiek te zijn, of te worden. Je moest jezelf uitvinden in je eigen taal en op die manier respect afdwingen. R.E.S.P.E.C.T! 
moest je afdwingen voor een verbluffende combinatie van woorden.

Foto: copyright Martin Pulaski.

07-11-05

DIRTY ASS ROCK AND ROLL


irréversible



I'm beginning to see the light. Terug in Brussel. Ik wil graag in twee talen schrijven, om ook mijn Engelstalige vrienden ter dienste te zijn. Maar mijn Engelse woordenschat is zo beperkt. Bovendien is mijn moedertalige woordenschat al zo beperkt door mijn dronkenschap. Dronkenschap vind ik wel een mooi woord. Ik was trouwens ook dronken bij het concert van Betty Lavette, dronken van euforie, soul, vriendschap, ik weet niet wat nog allemaal. Maar ook hier ontbreken de woorden om deze exacte wetenschap van de muziekbeschrijving te beoefenen. Ik moet overigens voortdurend alert zijn om te zien of deze machine, deze computer het niet begeeft. Hij geeft bijna om de vijf minuten of zo boodschappen dat er een of ander misgaat. En er gaat veel mis, dat kun je wel raden.
Ook mijn idee van geschenkjes geven. Vorige week heb ik mijn levensgezellin overladen met kaartjes voor concerten en theater. Nu heeft ze een week vakantie, die heel goed begonnen is, met een etentje gisteravond bij onze vrienden in Antwerpen, en een wandeling vandaag in het Zoniënwoud, maar deze avond wilde ik haar verrassen met een film, Irréversible van Gaspard Noé. Was me dat een vergissing. Het is inderdaad een verschrikkelijke film, John Cale zou het Dirty Ass Rock & Roll noemen. Maar het is wel een heel goede film, schitterende beelden, liefde en verschrikking, de wereld waar we in leven. Elk ogenblik kun je? Kan het gebeuren? Kan het? De definitieve verscheuring? Het akelige gereutel? Het onomkeerbare. Natuurlijk moet je nooit een club binnenstappen die Het Rectum heet. Tenzij dat je heel erg nieuwsgierig bent. En wie is dat niet, met al die magere bullshit op televisie? Dirty Ass Rock & Roll, daar zitten we toch nog allemaal wat op te wachten. Eigenlijk moeten we onze gitaren en andere instrumenten ter hand nemen en die rock & roll zelf maken. En van onze vrouwen en mannen en vrienden en vriendinnen houden, overal op de wereld.

Wat ben ik weer lekker aan het moraliseren. Ik ben dan ook stomdronken of veel te nuchter.