20-11-14

HISTORISCHE STAD, HISTORISCHE ONTMOETING 2

baudelaire-nadar_68.jpg

Voor Geerten Meijsing

Omdat ik tijdens het verblijf in Sicilië een luchtwegontsteking had, heb ik toen helemaal niets genoteerd, ook niet de dagen na de ontmoeting met Geerten Meijsing. Toch herinner ik me nog veel van die nacht, zij het niet chronologisch. Wat ik nu ga doen lijkt een beetje op het neerschrijven van een droom, kort na het ontwaken, maar ik heb wel eerst al koffie gedronken.

Ik ben geen beroemdheid, alsjeblieft. Ik ben ook schuchter. Als het weer het toelaat zit ik buiten. Waarschijnlijk kennen we elkaars innerlijk al te goed om nog een compromisloos gesprek te kunnen voeren, maar who cares. Nee, ik ga nooit meer uit, en drink eigenlijk ook geen alcohol meer.

De dag van de ontmoeting bleef ik in bed, hopend dat ik me nog voor zonsondergang beter zou voelen. Mijn vrouw vond dat ik de afspraak niet kon afzeggen, en uiteindelijk vond ik dat zelf ook. Suf van de halfslaap en vage, verontrustende dromen verliet ik het hotel. In de buurt van de Fontana Aretusa, “waarin dikke karpers zwermen en witte eenden tussen de papyrus zwemmen”, aten we wat vis met weer van die zo verfrissende Siciliaanse wijn. Wijn combineren met cortisone en antibiotica beveel ik niet aan, maar ik hervond wel wat van mijn krachten en kon me  met voldoende zelfvertrouwen naar de Piazza San Rocco begeven. Het was inmiddels bijna half negen.

Hoewel ik de schrijver nog maar een keer had gezien en hij met de rug naar me toe was gekeerd, herkende ik hem meteen. Hij zat aan een tafeltje buiten, met een glas whisky en rookte een sigaar. Alsof hij aanvoelde dat ik er was draaide hij zich naar me om en stond op. Na de eerste warme handdruk beseften we beiden dat er altijd al een diepe vriendschap was geweest tussen ons, ook al hadden we elkaar nooit ontmoet.

De dagen die voorafgaan aan een ontmoeting, zelfs met de beste vrienden, ben ik altijd erg gespannen. Ik heb er geen idee van wat er in zulke periodes in mijn hoofd gebeurt. Waarschijnlijk houdt het verband met de verlatingsangst waar ik sinds mijn achtste onder gebukt ga. Ondanks jaren van psychoanalyse en andere therapieën raak ik daar niet van verlost. Zodra we echter samen zijn valt die stress van me af: ik verander in iemand anders, in iemand die ik altijd zou willen maar niet kan zijn, enthousiast, empathisch en sociaal. Dat was nu niet anders. Ik voelde me meteen goed. Hoe beschrijf je dat? Alsof je wegzinkt in een zachte wereld, alsof niets je nog pijn kan doen of van streek kan brengen.

Geerten bestelde wat antipasti voor hem en voor mij een Nastro Azzurro. Aan whisky waagde ik me niet, de volgende dag zou ik vroeg naar Taormina vertrekken. We praatten wat over mijn reis, over het hotel waar ik logeerde, over Syracuse, over gewone dingen. Ik vertelde hem van de cortisone. Dan is het einde nabij, zei hij. Hij wilde me graag wat bloed zien ophoesten. Als ik je blog lees stel ik me voor dat het bij jou op het huis van Usher lijkt. Ziekte, pijn, bleke vrouwen, gitaarimpromptu’s. Hij reciteerde de openingszinnen van dat mooie verhaal van Edgar Allan Poe. De schrijver die mijn allereerste leermeester was. Ik had hem ontdekt in ‘Zoek het eens op’, een jeugdencyclopedie uit de vroege jaren zestig. Of al die verschrikkelijke dingen die hij in ‘Tussen mes en keel’ beschrijft werkelijk gebeurd waren? Het is allemaal waar, zei hij. De depressie, de zelfmoordpogingen, de opname, de antidepressiva. Nu zag Geerten er echter goed uit, wat opgewonden, maar vooral vrolijk. Wel wat gebogen lopend, net als ik. Hij had veel last van reuma. Normaal dronk hij niet, maar nu kon hij het niet laten. Hij treurde nog erg om Doeschka, van wie hij veel meer houdt dan hij in ‘Moord & Doodslag’ wil toegeven. Tussen de regels kun je dat wel lezen, natuurlijk. Ze was nog maar kort tevoren overleden, in januari 2012. Over zijn vader, zijn broers, het huis in Haarlem. De boeken in dozen in dat huis. Ik had graag voor jou en je vrouw gekookt, zei hij, maar dat lukte niet meer.

We praatten over boeken en schrijvers. Hou je echt van Paul Auster, vroeg hij, met wat teleurstelling in zijn stem. Ik heb al zijn boeken gelezen, zei ik. Mijn favorieten zijn ‘Moon Palace’ en ‘The Book Of Illusions’, heel filmisch. En al die popmuziek van jou? The Rolling Stones, die jongens zijn toch zielig nu? Ik ben bevriend met George Kooijmans van the Golden Earrings, zei hij. Fijne man. Ik vermoed dat Mazzy Star je wel zal liggen. Met een ontzettend zwoele zangeres, Hope Sandoval. Ze heeft de stem van een muze, een heroïnenimf. Dat zoek ik morgen op, zei hij. Soms kan ik zomaar verliefd worden op een meisje dat ik heel vluchtig zie. Ja, dat heb ik ook wel. Baudelaire heeft daar over geschreven, ‘A une passante’, geloof ik. En als je ze dan aanspreekt lachen ze je uit. Wat wil die oude man van me? We hebben bijna dezelfde leeftijd, Geerten is twee maanden jonger dan ik. Ben je al in Catania geweest? De vrouwen van Catania zijn de mooiste van de wereld. Ik was er al geweest, maar dat was me toen niet opgevallen. Een week later keerde ik er terug en wilde er heel graag blijven: de mooiste meisjes van de wereld, maar alleen ’s avonds, als de toeristen in bed lagen.

Als je één van mijn boeken herleest raad ik je Cecilia aan, daar ben ik het meest tevreden over. Ik wil al je boeken herlezen. Nee, niet doen, je zal teleurgesteld zijn. Ik vertelde hem uitgebreid over mijn ervaringen met ‘Erwin’, waar ik hier eerder al over heb geschreven.

Landschappen, daar kan ik zo van genieten. Het blauw van de zee is goed tegen depressie. Ik leid hier een eenzaam leven. Maar gelukkig komt mijn dochter nogal eens op bezoek. Weet je wat je moet lezen? James Salter, ‘All That Is’. En ‘Eight White Nights’ van André Aciman. Geweldig, heel sensueel. Ken je Pascal Quignard, vroeg hij. Nee, die kende ik net zomin als Aciman en Salter. (James Salter’s ‘All That Is’ heb ik inmiddels gelezen, een schitterende roman.) Pascal Quignard is vooral bekend van ‘Tous les matins du monde’, dat in 1991 door Alain Corneau verfilmd werd. En van ‘Villa Amalia’. Ach, al die prachtige Franse films. Ik werk aan een boek over actrices, vooral Franse. Dat vond ik interessant. Vooral omdat ik niet wist dat Geerten zo van film hield. Isabelle Adjani, zegt hij. Isabelle Huppert. En hoe heet ze ook alweer, die andere Franse actrice. Bulle Ogier, zeg ik. Precies, zegt hij, Bulle Ogier. Hoe kon je mijn gedachten lezen? Dat weet ik ook niet, zei ik. Het was alleszins een magisch moment én grappig.

Was het niet een teken van boven dat ik je wilde vertellen over Bulle Ogier, niet op de naam kon komen, jij wist die wel en wist mij vervolgens veel meer over haar te vertellen dan ik al wist. Nu ben ik bezig deze lacune in mijn kennis in te halen, en heb op YouTube al veel stukjes met de geweldig geile Bulle, die ook een groot actrice en een groot kunstenaar is, gezien, o.a. de gehele film La maîtresse, in het Russisch nagesproken, maar je kon het Frans er nog net doorheen ontwaren. Jezus, wat een film; die zouden ze nu niet meer ongeknipt in de bioscoop durven uitbrengen.
bulle ogier (3).jpg

Nog maar wat bier en whisky. Binnen mag je geen sigaren roken, Geerten. We gingen naar een andere bar. Alleen om daar naar een meisje te kijken. Het werd al gauw rustiger, bijna stil in de omgeving van Piazza San Rocco. Ondanks al de whisky’s werd mijn nieuwe vriend niet dronken, en ik werd almaar nuchterder van de pils. De minuten duurden lang, de uren kort. Ik vertelde hem over mijn kinderjaren op het schip. De vreselijke tijd in de kinderkolonie, het altijd afscheid moeten nemen en de verlatingsangst die daar het gevolg van is. Geerten luisterde aandachtig, mededogen in zijn blik. Hij die zelf zoveel pijn voelt, niet alleen de pijn van de melancholie maar ook die van de liefde en van het hart. En die film van Chabrol, hoe heet die toch ook al weer? Dat wist ik helaas niet. Achteraf bleek dat hij ‘Que la bête meure’ bedoelde.

Ik moet mijzelf hier in bescherming nemen tegen de nachtelijke verleidingen, want anders loopt het heel snel heel slecht met mij af. Dat zal sowieso wel het geval zijn, maar ik moet nog minimaal vier grote romans schrijven. Dat zal je zeker lukken, Geerten, je ziet er goed uit, en energiek. Ach, op onze leeftijd verliezen we zoveel mensen. We denken dat we jong blijven, maar als we dan in de spiegel kijken… Ja, zoals in ‘The Picture Of Dorian Gray’. Je denkt heel lang dat de meeste mensen ouder zijn dan jij, en dan opeens… Veel vrienden van vroeger zijn al weggerukt. Kees Snel, wat een tragische geschiedenis... (Kees Snel maakte deel uit van het schrijverscollectief Joyce & Co.) Nog één broer en één zus heb ik. Na Doeschka’s dood ben ik gestopt met whisky drinken. Nu ja, vanavond maak ik een uitzondering. Laat mij maar Baudelaire zijn, dan ben jij Edgar Allan Poe. Goed, zeg ik, dat betekent dan dat jij me in het Frans hebt vertaald.

Edgar_Allan_Poe_daguerreotype_crop.png

Mijn vrouw belde me, ze was ongerust. Zou ik wel uit bed kunnen voor de trein naar Taormina? Geerten stelde voor dat ik terugkeerde naar mijn hotel, maar ik wilde nog wat blijven, kon geen afscheid nemen. Nu we daar eenmaal waren, op die plaats waar ik zo zelden kom. Je mag ook Félicien Rops zijn, zei hij. We hadden het over de vrouwen en de verliefdheden in ons leven. Een verslaving die je te gronde kan richten. Maar die willen we toch niet opgeven? We willen toch verliefd kunnen worden, kunnen blijven, tot de laatste snik?

Op de terugweg naar het hotel, bijna vier uur was het, wankelde ik wat. Toch had ik alleen Italiaans bier gedronken. Ik zal met je meelopen, zei Geerten. Op straat,  die er helemaal verlaten bijlag, ondersteunde hij me, of dat probeerde hij. Maar hij wankelde al net zo als ik, zodat ik op mijn beurt hem moest ondersteunen. Aan de Duomo in nachtlicht en volstrekte stilte gehuld, op dat gracieus plein in Syracuse, hebben we afscheid genomen.

Vanmorgen was ik natuurlijk nog altijd ziek. Maar we zijn toch in Taormina geraakt, met veel medicatie en wilskracht. Ik heb al heimwee naar Syracusa. Taormina is ooit mooi geweest, maar de voorbije twintig, dertig jaar is het ten prooi gevallen aan massatoerisme. En er waait een frisse wind, maar het is niet koud. Heerlijke zon, en de Middellandse zee zo groenblauwachtig. Wat heb ik een prachtige ervaring, een onvergetelijke ontmoeting, achter de rug. We wilden de nacht niet laten eindigen, maar ja... Mijn leven is veranderd.

Ik voelde mij meteen zéér nauw aan je verwant, en had het idee dat ik je al mijn hele leven heb gekend. Wees voorzichtig met je gezondheid, zodat we elkaar in de toekomst nog vaker kunnen ontmoeten. Hope Sandoval zal ik bekijken.

Ik ben gisteravond, op jouw aanraden, opnieuw begonnen in 'Cecilia'. Zevenentwintig jaar geleden verschenen. Wat een fijnzinnig, ontroerend, met hart en ziel geschreven boek. En zo overvloeiend van voorgevoelens. Ik herken je in het boek, zoals je nu bent, niet helemaal, maar toch. En ik herken ook iets van mezelf. Je voelde kennelijk al heel goed aan hoe je dertig jaar later ongeveer zou denken en leven. Toch schrijf je dit: "Met deze boeken heb ik door de jaren heen een geestelijke barrière opgeworpen tussen mijzelf en de wereld die zo moeilijk te nemen is dat ik geen contacten meer met de ander kant onderhoud en slechts met spijt dit papieren universum kan verlaten." Zo zag ik jou helemaal niet: boeken, films, muziek, leken net verbindingen, koppelingen, bruggen tussen ons. Ik mag je natuurlijk niet vereenzelvigen met je personages.

Buiten is de regen opgehouden. De zon breekt door de novemberwolken, de donkerste. Blauwe lucht, een rusteloze merel voor mijn raam. Wees niet boos en niet bedroefd. Ik zet iTunes aan. ‘Blue Mountains’ van Sam Amidon. Tadadada Tadadada Tadadada Dadada.

 

felicienropsmaturiteit-c-1886.jpg

 

16-10-14

TEGEN DE STROOM

trial3.jpg

Dagen, maanden, jaren vlogen voorbij. Ik was arm, werkloos, werkte op het veld van de taal - van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat. ’s Nachts dronk ik porto en bourbon en praatte ik met talloze vrienden, ging dansen, vrijde, was gelukkig en ongelukkig. Het was een intens leven, de woorden en herinneringen waar ik mee worstelde, de taal, de beelden, de liefde, de wrok en afkeer, de haat. De boeken die ik las waren intens, en ik las ze als een bezetene. Mijn boeken waren als mijn vrienden, als mijn muziek: ik herkende me erin, ze werden deel van me, we versmolten met elkaar. Mijn boeken waren personen, zoals in het boek van Ray Bradbury en de film van François Truffaut. Ik herinner me niet veel Nederlandse literatuur die ik in die tijd las. Patrizio Canaponi, Habakuk II De Balker, Martinus Nijhoff, Lucebert, Maurice Gilliams, Willem Frederik Hermans en, om wie het in deze reeks herinneringen gaat, Geerten Meijsing.

leven,tijd,herinneringen,werken,schrijven,lezen,vriendschap,boeken,geerten meijsing,armoede,geld,depressie,schuchter

 

Na zeven magere jaren, die heftig waren, boordevol extase, verdriet, dronkenschap, vreugde, ontgoocheling, lust, seks, waanzinnige poëzie en honger, vond ik wat de meeste mensen écht werk noemen: ik verdiende er geld mee en kon er redelijk goed van leven. Dat werk bestond vooral uit vergaderen, verslagen en jaarverslagen schrijven, adviezen redigeren, met delegaties buitenlandse jeugdorganisaties bezoeken en vooral toenadering zoeken tot mensen die altijd een min of meer ‘normaal’ leven hadden geleid. Dat was moeilijk. Na enkele jaren vond ik één collega met wie ik over boeken kon praten, ook over die van Geerten Meijsing. Onze bewondering voor zijn werk was groot. Dat was in de periode van ‘Veranderlijk en wisselvallig’, ‘Altijd de vrouw’, ‘De grachtengordel’ en het beklemmende ‘Tussen mes en keel’.

Ik begon me beter te voelen tussen mijn soortgenoten, ik werd bijna een van hen. De foto’s die van mij zijn gemaakt in die periode durf ik haast niet meer te bekijken. Hoe gewoon ik eruitzag, hoe zielloos mijn kleren, mijn haarsnit, mijn bril. Ik was aan het verdwijnen. Maar hoezeer ik me ook inspande om te integreren in het functionarissenbestaan, mijn zogenaamde ware ik kon ik niet klein krijgen. Een vonkje van poëzie, van woorden die vele lagen hebben en het geijkte denken kunnen ontwrichten, van een taal die tegen de taal van de politiek en de ambtenarij maar ook die van de media inging, bleef branden. Wat een cliché is. Maar het is de waarheid. Dat vonkje van protest, van verzet, van ontevredenheid, hield me op de been.

Naarmate de jaren negentig vorderden ging ik weer meer tegen de stroom in varen, zoals ik op school en op de universiteit had gedaan. Op de achtergrond waren er altijd schrijvers en muzikanten. En een van hen was Geerten Meijsing, die ik bleef bewonderen, hoewel hij nu een gevestigd auteur was, een die prijzen had gewonnen en geld bezat. Soms vroeg ik me af of hij nu zijn ziel had verkocht aan de markt. Maar ik dacht van niet. De roman die gebaseerd is op zijn zware depressie is daarover duidelijk. En ‘De grachtengordel’ natuurlijk ook. Een keer ging ik naar een lezing – of was het een interview – van Geerten Meijsing, in de hoofdstedelijke bibliotheek. Hoewel hij ouder geworden was, was hij nog steeds een dandy. Ik hield van zijn stijl, hoewel ik nog altijd meer naar ‘het nieuwe’ opkeek, naar wat ik in tijdschriften als i-D en Dazed & Confused zag. Maar zijn hoeden, zijn wandelstok, zijn wit pak stonden hem goed. Zijn stijl paste bij de stijl van zijn geschriften. Wat had ik na afloop graag met hem gepraat, maar dat durfde ik niet. Ik was veel te schuchter en mijn geloof in mezelf was uiterst klein. Dat heb ik hem later verteld. Wat jammer, zei hij. We hadden meteen goed kunnen opschieten, je moest eens weten hoe schuchter ik zelf ben.
santiago de compostela bewerkt.jpg

...

Foto's: The Trial, Orson Welles; Fahrenheit 451, François Truffaut; In Santiago de Compostella, oktober 1998, Martin Pulaski.

21-08-13

WAS VROEGER ALLES BETER?

valdez léal.jpg

Mijn vriend R. heeft een scherpe blik op de tijd en de maatschappij waar wij in leven. Maar zodra hij beweert dat het leven vroeger ‘beter’ was ga ik twijfelen, niet aan zijn oordeelskracht in het algemeen, maar aan die ene heel specifieke bewering (die je wel vaker hoort, en niet zelden uit de mond van intelligente en sensitieve mensen). Of het leven - en alles wat dat woord omvat - vroeger beter was weet ik hoegenaamd niet: ik ben helaas al wat te oud om me nog helder te herinneren hoe ellendig het werkelijk was toen ik jong en wild was, en vol hoge verwachtingen en verwarde verlangens door het leven stapte. Of hoe werkelijk ellendig het was. Of nog anders uitgedrukt: een mens herinnert zich vooral graag de mooiste en kleurrijkste momenten.

Ik heb in al die jaren veel geleerd, hoe vaak ik ook denk dat het maar bitter weinig is. Wellicht is een van de belangrijkste (en meest voor de hand liggende) inzichten die ik heb verworven dit: dat alles komt en gaat, zoals eb en vloed, zoals de volle maan, zoals de vier seizoenen. Dat heeft het dagelijks leven mij geleerd, maar zeker ook alle noemenswaardige kunst, literatuur en muziek.

Ja, er bestaat ongetwijfeld waardevolle kunst, literatuur, muziek, noem maar op. Ars longa, maar niets van wat wij mensen maken is hier voor eeuwig. We weten niet eens wat eeuwigheid betekent. Niets is hier eeuwig voorhanden en weinig is van blijvende waarde. Maar wat van blijvende waarde is komt zeker terug, ook al vergeten we dat graag, op zoek als we zijn naar het ‘altijd nieuwe’. Het nieuwe dat toch ook zo vlug gaat vervelen, zoals dat bij kinderen -  en kinderlijke volwassenen -  met hun speeltjes gaat. Waarschijnlijk gaat het ‘altijd nieuwe’ gauw tegensteken omdat het niet van blijvende waarde is. Misschien is het ‘altijd nieuwe’ al uitgehold, betekenisloos en zinloos, als het op de markt wordt aangeboden.

Omdat wat van blijvende waarde is ooit terugkeert, zelfs als wij er niet meer zijn, wanhoop ik niet. Zolang er mensen zijn zullen sommigen van hen, van ons, zich door die hoogtepunten laten beïnvloeden. Een klein aantal mensen zal nieuwe hoogtepunten blijven creëren. Als ik de zaken op deze manier beschouw kan ik onmogelijk beweren dat het vroeger beter was. Maar was het daarom slechter? Dat weet ik evenmin.

En wie in de toekomst dat kleine aantal exemplarische individuen – een elite die geen elite is - zal ontdekken is een vraag die me op dit ogenblik niet bezighoudt. Toch ben ik treurig telkens als ik eraan denk dat een deel van dat al kleine aantal definitief vergeten wordt. Een klein aantal? Niet echt; ze zijn al met velen: bezielde kunstenaars van alle slag - die niet voor het geld of de roem werken, maar omdat ze niet anders kunnen – die weinig of helemaal geen bijval, erkenning en waardering krijgen. Als ik eraan denk dat zovelen al vergeten zijn; dat ze niet terugkeren, zoals eb en vloed, de seizoenen, zoals de volle maan.



Beeld:  
Juan de Valdés Leal, In ictu oculi, 1672.

20-03-13

EEN NIEUWE ETHICA

IMG_5344.JPG

Foto: Martin Pulaski, Evora, 25 maart 2007.

Sinds gisteren ben ik opnieuw aan het werk, noteerde hij met enige tegenzin. Maar ik wen er niet aan. Het lijkt allemaal zo zinloos, zo overbodig. Wat voegen we toe aan de wereld? Wat geven we? Je kunt beter een boek lezen, of wat overpeinzingen in je dagboek neerschrijven. Regende het maar, dan kwamen de mensen wat minder buiten. Iedereen zou beter binnen blijven, dan zou ik ook graag binnen blijven en me bezig houden met mijn ware opdracht. Nu is er altijd die onrust en een verlangen naar datgene waar al die andere mensen naar verlangen, wat zou dat toch zijn?

We hebben werkelijk behoefte aan een nieuwe ethica, vervolgde hij. Op café zei een mooie jongen me, - hij had net een joint gerookt, zei hij - dat je  het woord misdaad niet mag uitspreken, omdat dat een veroordeling is, een moreel oordeel. We beginnen in kringetjes te denken, antwoordde ik, en verliezen elk houvast. Sommigen blijven zeker van hun stuk, dat wel, maar het is duidelijk dat hun, sorry, óns, discours op drijfzand is gebouwd. Jacques Derrida schrijft dit en dat, Claude Lévy-Strauss is een romanticus, de edele wilde bestaat niet. Et cetera. De conclusie van al dat gepraat is meestal dat idealen dom zijn, dat je moet leven in de werkelijkheid zoals ze zich aan ons voordoet. Je kunt in deze bittere tijd toch geen utopist zijn, man, zei de mooie jongen. Ja, toch wel, vind ik, ik ben een communist, kijk maar ik heb een rood hemd aan. Met een grapje onttrok ik me aan de ernst van mijn toevallige kameraad, en aan mijn eigen ernst. Hij lachte. Hij besefte niet dat ik het meende. Dat ik blijf dromen van een betere wereld.

Hoewel ik tegelijk denk dat wij niet veel meer zullen veranderen. Ik geloof dat ik in mijn leven niets heb veranderd, of het zouden de steentjes en zeeschelpen moeten zijn die ik een andere plaats heb gegeven. Maar misschien is dat ook niet slecht, want degenen die de wereld echt veranderd hebben, mannen zoals Stalin en Hitler, hebben tragedies en genocides veroorzaakt.

Veel mensen beoordelen je op je functie, schreef hij. Of op hoe je eruitziet. Je werkelijke leven ontsnapt aan hun aandacht. ‘La vraie vie est ailleurs’, zei Mallarmé. Wat bedoelde hij daar toch mee? We hebben een nieuwe ethica nodig, besloot hij. Tijd voor een kop koffie en wat facebook-zelfverlies.

22-12-12

NACHTGEDACHTEN

cyclopodilonredon.jpg
Odilon Redon, De cycloop, 1898-1900.

’s Nachts wervelen mijn gedachten, zwerven ze koortsig van de ene onbestemde plek naar de andere, altijd onbeheerst, altijd gehaast. Zoals Don Giovanni, met zijn boekje, van de ene vrouw naar de andere. Grillig, ongegrond, niet als tulpen of andere bloemen, ontworteld, zinloos, op zoek – misschien – naar een zin. De donkere nachten van december. Op de tast in de richting van een nieuw verhaal, een nieuwe liefde. In de verte, aan het voeteinde van het bed, de contouren van een muze, het kloppende hart van een syntaxis even streng als de Grondwet.

 

27-02-12

BEWOGEN DAGEN 5.

 

IMG_1828.JPG

Martin Pulaski, Zonïenwoud, 2005.

Vandaag het vijfde deel van ‘bewogen dagen’. Deze fragmenten van een vertoog over alles en niets ontstonden in de periode 2005-2006. Ik heb ze de voorbije dagen gewikt en gewogen.

41.
Beweerd wordt dat schrijven ondergeschikt is aan vriendschap en liefde. Of is het omgekeerd? De bewering, de vraag is verkeerd. Het is een wisselwerking. Schrijven gaat niet zonder vriendschap en liefde. Wat mij betreft gaan liefde en vriendschap ook niet zonder schrijven.  Een gedicht maken is vaak een daad van liefde of vriendschap, in alle betekenissen van die twee woorden. Een gesprek en een kus monden uit in een gedicht.

42.
In het dagelijks leven voel ik te veel en – schijnbaar - tegelijk te weinig. Soms lijk ik onverschillig, maar ik denk van mezelf dat ik te gevoelig ben. Om die reden heb ik me – onvrijwillig - achter dikke 'muren' verborgen. Muren van glas met openingen, kijkgaten, schietgaten. Een mens wil graag gezien worden, bewonderd, geliefd. Het is verlangen naar het verlangen. Als ik te weinig aandacht krijg word ik ziek.

43.
Psychologie is tijdverlies. Je kunt jezelf niet kennen – en waarom zou je jezelf per sé moeten kennen? Jezelf zitten analyseren terwijl de wereld naar de verdoemenis gaat. Dat is toch beneden alle peil.

44.
Na de weg vooruit leg je altijd noodgedwongen de terugweg af. Het is niet alleen mijn huwelijk, het ligt ook aan mezelf. Ik wil soms ontsnappen, niet uit vrije wil, niet ‘bewust’. Het overkomt me. Ik laat me gaan, val in de diepe put van de nacht. En dan duurt het lang eer ik weer tot mezelf ben teruggekeerd. Ik kan hoegenaamd niet tegen drank: er bestaat niets dat mij meer vermoeit. Gelukkig spartel ik door heel wat weken zonder zulke nachtelijke uitspattingen. Overigens heb ik er niets aan, zelfs geen catharsis, zelfs geen ‘inspiratie’. Ik weet niet waarom ik het doe. Het zal wel periodieke verslaving zijn.

45.
Ik ben naar Jan Decorte geweest. Naar zijn theater gaan is bijna altijd een intense ervaring, pure aanwezigheid, zelfverlies. Ik wilde er graag over schrijven, maar voorlopig is het me niet gelukt. Mijn woorden moeten hem en Sigrid Vinks eren, het moeten goede woorden zijn.

46.
De vraag is of een mens die vaak zwak, ziek, moe is geen belachelijk figuur slaat. Wie neemt zijn gezeur op den duur nog au sérieux? En wie gelooft hem nog als hij zegt dat hij pijn heeft of verdriet?  Zodra je erin verdwaald bent, kun je helaas nooit meer uit dat labyrint.

47.
Bob Dylans ‘Blood On the Tracks’ ligt op.
Een prachtige droevige echtscheidingsplaat. Maar of het zijn beste is, zoals zovelen beweren, betwijfel ik. Voor mij is ze niet rijk genoeg, bezweert ze niet voldoende. Wat de teksten betreft houd ik het meest van ‘John Wesley Harding’, voor de muziek en de emoties verkies ik ‘Blonde On Blonde.

48.
Snakt niet elke mens naar liefde? Krijgt niet elke mens graag aandacht? Maar sommige soortgenoten hebben meer spotlight nodig dan andere. Ik ben daar nogal dubbel in: aan de ene kant wil ik in de belangstelling staan, aan de andere kant bijna onzichtbaar zijn. Hoewel ik het niet graag toegeef heb ik al sinds mijn zeventiende gedroomd van een boek. Een boek uitgeven, dat is wat ik wil. Geloof me nu maar! Gedichten, verhalen, een boek met ideeën (zoals dat van Leopardi), om het even wat, als het maar een boek is, wat woorden op papier, met een omslag rond.

49.
Nietzsche heeft een donkere, gevaarlijke kant. Zoals sommige goeroes dat doen kan hij zoekende jongeren meeslepen in zijn denkavontuur, wat niet zonder risico’s is. Nietzsche doorgronden is niet eenvoudig. Eigenlijk moet je hem jaren lang of zelfs een heel leven bestuderen. Sommigen beschouwen hem met zijn  theorie van de übermensch als een voorloper van het nazisme. Nietzsche heeft inderdaad een aantal absurde dingen beweerd, maar daartegenover staat zoveel rijkdom en oorspronkelijkheid. Er bestaat niet een filosoof of schrijver van wie ik meer heb geleerd dan van Friedrich Nietzsche. Maar ik moet hem wel regelmatig herlezen: een verwittigd man is er twee waard, of drie.

50.
Nogal vaak bewerk ik oudere fragmenten, zoals Walt Whitman deed met zijn originele ‘Leaves Of Grass’, hoewel ik me geenszins met de meester wil vergelijken. Ik schrijf en laat rusten, herneem en herschrijf. Maar het is niet altijd revisionisme bij mij. Soms maak ik ook nog wel eens iets dat helemaal nieuw is.  Reflecties over mensen en dingen rondom me, beschouwingen over kunstenaars zoals Anselm Kiefer, over populaire cultuur, over concerten, over film en theater. Daarbij laat ik me leiden door het toeval, door mijn intuïtie. Ik schrijf over iets wat me op een bepaald ogenblik treft, wat ik opeens zie.

IMG_1482 (3).jpg

Martin Pulaski, Zelfportret met elpee van Merle Haggard en Kill Your Lover t-shirt.

 

26-12-11

IN EENZAAMHEID EN STILTE

 cadiz2011.jpg

Cadiz, februari 2011. Foto: Martin Pulaski.

“Thuis, in eenzaamheid en stilte, hervond ik mijzelf, hulde mij in mijn eigen geestelijke atmosfeer waarin ik me op mijn gemak voelde als in goedzittende kleren. Na een uurtje gemediteerd te hebben  zonk ik weg in de vergetelheid van de slaap, los van verlangens, wensen, begeertes.” August Strindberg, Eenzaam, 1903.

 

Er is meer droeve muziek dan vrolijke, tragedies raken je veel dieper dan komedies: het leven is geen pretje. Vaak maakt een boek je nog eenzamer dan je je al voelt nog voor je er in begint te lezen. Sterke of zwakke personages leiden sterke of zwakke levens. Maar ze bestaan, ze handelen, ze eigenen zich een plaats toe in de wereld, ze worden door anderen omringd, liefgehad, bemind, bedrogen, bestolen, bekroond, van de troon gestoten. 'Eenzaam' van August Strindberg is anders. Als je dat leest valt de eenzaamheid van je af. Een heel dun boekje, maar dik inzake inzichten, en daardoor groothartig inzake troost.

Met eenzaamheid leren omgaan, er leren van houden - dat doe je niet alleen door gedichten van Fernando Pessoa te lezen, films van John Cassavetes te zien, stukken van Sofokles te analyseren, maar vooral door te oefenen. Noem het schrijven, schilderen, iets maken. Je creëert je ingebeeld gezelschap, dat voor jou reële vormen aanneemt. Maar meer dan eens lukt dat niet. Wanhoop, miserie, innerlijke leegte komen je gezelschap houden. In zo’n geval is er nog altijd vergetelheid in melancholische muziek (voor de gevaarlijke gevolgen waarvan Thomas Mann al waarschuwde in De Toverberg), alcohol of drugs.  Kortstondig, als de blik in de ogen van een betaalde gazelle.

Een jongen of meisje gaat op zoek naar zichzelf, ontdekt vervolgens dat dat niet bestaat. Ai, geen zelf, wat nu? Werken maar. Beelden, woorden, het hele gedoe. Denkbeeldige armen van Venus of een andere godin.

De kleine dingen – en dieren - om je heen, vooral de mus of een andere minuscule vogel, kunnen je teruggeven aan jezelf, een zelf dat inmiddels wellicht veranderd is. Een mens blijft zichzelf herhalen, maar wordt om de zoveel jaren ook een andere mens, iemand anders. Waarom wordt dan zo vaak gezegd: je bent niets veranderd?

In februari dit jaar was ik twee weken alleen in Andalusië. Ik voelde me daar zelden eenzaam, met altijd de oceaan in de buurt, en die aangename afwisseling van dagenlang regen en dan langere periodes van heldere lucht, dromerige zon. Het deed me inderdaad goed om die bepaalde eenzaamheid te doorbreken met een praatje. Met iemand die op de bus naar Sanlucar de Barrameda  stond te wachten of met een of andere vriendelijke barman, zoals die van de Woodstock Bar in Cadiz. Wat is het goed als er niets van je gewild wordt en als jij zelf ook niets bepaalds wilt.

Het is toch vreemd dat je onzichtbaar kunt worden voor jezelf. Dat je jezelf helemaal niet meer ziet. Soms heb ik een hele tijd in de spiegel gekeken, me geschoren en dergelijke, zonder te beseffen dat ik mezelf zag. En dan loop ik soms boos op straat omdat ik het gevoel heb dat de mensen mij niet zien. Besta ik dan niet, vraag ik me af? Ik had het – wat langer geleden - soms ook op mijn werk, vooral tijdens vergaderingen: zagen de aanwezigen mij niet? Bestond ik wel echt? Waarschijnlijk had ik mij teveel geoefend in het mezelf onzichtbaar maken, geoefend in mijn eigen afwezigheid.

Dat schijn ik nog altijd te doen. Wil ik eigenlijk wel graag dat de anderen mij zien? Nochtans was mijn jongensdroom toneelspeler worden. Ik heb het een tijdje gedaan als avant-gardistische amateur. Maar het wilde niet goed lukken: ik was bijna altijd te zeer mezelf. Ik was een jongen die niet meteen besefte dat hij niet 'voor goed' bestond. Een jongen die op zijn minst twintig jaar moest slapen om dan, na het ontwaken, in de spiegel te kijken en zich af te vragen: wie is die man van middelbare leeftijd met die stoppelbaard? Hoe lang loopt hij hier al rond? Hoe lang zal zijn liedje nog duren?

Als je lang niet meer met iemand hebt gepraat kan alles beginnen te duizelen. Je bent van niets meer zeker. Er is nauwelijks nog een overgang tussen je huid en de kamer waarin je je bevindt. Geen kosmische ervaring in dit geval, maar een soort van identiteitsverbrijzeling. Je kunt je best wel behaaglijk voelen in je eenzaamheid. Maar het mag niet te lang duren.

 

16-11-10

NOSTALGIE EN ANDERE KAMERTJESZONDEN

 brooklyn bridge.jpg

Inge, Matti, Sonja - Brooklyn Bridge, New York, 1995.

“Tout le malheur des hommes vient d'une seule chose, qui est de ne pouvoir demeurer en repos dans une chambre”, schreef Blaise Pascal ergens in de zeventiende eeuw. Velen hebben deze uitspraak herhaald, met name nachtwachters (ken je het boek Die Nachtwachen des Bonaventura, een romantisch meetsterwerk?), zatlappen en niet bepaald nuchter en democratisch verkozen donkere burgemeesters. Meestal in periodes van bezinning, als ze aanvoelden dat het zo niet verder kon, dat ze zichzelf vernietigden en de donkere, eenzame weg naar de dood hadden ingeslagen.

 

Als je de uitspraak van Pascal in verband brengt met oorlog en mindere brutaliteiten is ze volstrekt juist. Maar hoe zit het met vriendschap, liefde, kennismaking, gesprekken, flaneren, music to watch girls go by (ik denk aan de versie van the Bob Crewe Organisation) en honderden andere fenomenen?

 

Ik zit nu al een hele tijd meestal alleen in mijn kamer mijn kamer te vervloeken. Niet zozeer omdat ik verlang naar wilde nachten of uitzicht op de Grand Canyon of een rit op de rug van een dromedaris, ergens in een of andere woestijn. Niet dat ik over San Marco wil lopen of mij naar het Koning Boudewijnstadion wil begeven. Niet dat ik me voortdurend eenzaam of ongelukkig voel in mijn mooie, rustige kamer. Niet dat ik nergens zin in heb in mijn kamer.  Zo heb ik vorige zondag opnieuw Bob Dylans ‘The Lonesome Death Of Hattie Carroll’ ontdekt, en opnieuw ontdekt… om maar iets te noemen. Of ik stop een excentrieke western van Monte Hellman in de dvd-speler.

 

Maar sinds ik niet meer ga werken mis ik de ontmoetingen. Mijn werk mis ik niet, niet omdat het zo’n ellende was, maar het was tenslotte werk. Als je werkt heb je er niets aan dat je leeft, schreef André Breton, terwijl hij voortdurend werkte. Maar je weet het: je hebt werken en werken. Mijn honderden collega’s mis ik evenmin. Degenen die nog leven en met wie ik goed kon opschieten kan ik ontmoeten waar en wanneer zij maar willen (en wanneer ik kan en wil).  Tot 2003 ongeveer was een voor wat mij betreft belangrijk onderdeel van mijn job delegaties van jongeren voor studiebezoeken aan het buitenland begeleiden. In de periode van 1993 -het jaar waarop mijn vader overleed-  tot 2003 heb ik op die manier tientallen jonge en minder jonge maar meestal boeiende mensen leren kennen, uit België in de eerste plaats (want we waren als ‘Vlaamse’ delegatie altijd ongeveer een week samen) en uit andere Europese landen in de tweede plaats, met name Spanje, Duitsland, Finland, Luxemburg en Italië. Die periode in mijn leven is nu helemaal voorbij.

 

geert en ilse.jpg

Geert, Ilse, s.d.

Over veel ontmoetingen kan ik verhalen schrijven, geen fictie, maar autobiografie (en in sommige gevallen biografie). Wat mis ik sommige van die mensen! Zal ik ze noemen en iets over hen vertellen? De twee Elvissen, Marlene Dietrich, Monica Vitti, Monica Bellucci, Del Shannon, Boy George, Karen Dalton, Chiara Mastroianni, Renée Zellweger, Sweet Marie en Sad Eyed Lady Of The Lowlands? 
 

Nee, natuurlijk niet. Morgen verzin ik een verhaal of rakel ik herinneringen op. Of overmorgen – alleszins als de rook om mijn hoofd is verdwenen. Ik herinner me zoveel mooie mensen, Belgen en buitenlanders, allemaal hetzelfde, allemaal anders, zoals de slogan luidde die op onze pins stond vermeld. In het Fins, Spaans, Italiaans, maar nooit in het Belgisch. Sommigen van hen zijn vrienden gebleven, of kennissen. Vreemd genoeg zijn degenen die vrienden bleven overwegend vrouwen, en degenen die naar achtergrond werden verbannen mannen. Verbannen? Ik weet niet hoe het mannelijk brein werkt, en bijgevolg ook niet het vrouwelijk equivalent. Ik heb in een boekwinkel al eens een keer een boek zien liggen met de titel ‘Mannen komen van Venus, vrouwen uit de winkel’ of iets dergelijks. Onzin natuurlijk. Je moet al een behoorlijke portie jenever naar binnen hebben om zoiets te kunnen verzinnen. Ik geloof nu, als mijn geheugen mij niet te zeer in de steek laat, dat onze delegaties meestal grotendeels uit meisjes / vrouwen bestonden. Vlaamse jongens waren niet zo geïnteresseerd in buitenlanden en andere culturen, denk ik. Is het niet nog altijd zo? Maar je mag nooit veralgemenen, of veralgemeniseren zoals ze in Holland zo vreemd zeggen, en je moet altijd nuanceren. Jongens zijn heel vaak meisjes en vice versa. Dat wist Ray Davies al toen hij ‘Lola’ componeerde, en voor hem talloze Griekse en Romeinse dichters.

 

Morgen dus. Verwacht je niet aan verrassingen. De doorsnee lezer van deze teksten bestaat niet en voor degenen die mij oppervlakkig kennen verander ik alle namen, zoals schrijvers dat moeten doen, willen ze geen problemen krijgen. Ik las vandaag nog een artikel over een jongen die omdat hij zo in de put zat over het feit dat zijn liefje hem had gedumpt naaktfoto’s van haar had gepubliceerd op facebook. Nu zit hij voor zes maanden in de gevangenis, geloof ik. Niet doen jongens, meisjes. Laten we lief blijven voor elkaar. En liefde, vriendschap, kennismaking is nog iets heel anders dan zeggen, nice to meet you facebook. Maar daar zal ik het morgen over hebben. Als ik vanavond niet te zat word. Het is tenslotte bijna Sinterklaas. En ik heb een cowboy mouth, if you know what I mean.

 vitti_red_desert.jpg

Monica Vitti, Deserto Rosso, Michelangelo Antonioni
 

ingrid in finland 2.jpg
Ingrid, ergens in Finland, s.d.

Op de achtergrond: Blonde On Blonde van Bob Dylan, een absoluut meesterwerk uit de 20ste eeuw, nergens mee vergelijkbaar. Als je de LP niet kent, begin dan met ‘Sad Eyed Lady Of The Lowlands’.

 

16-08-09

BLIJDE VERWACHTING


wieneraktion


De wereld is geen lachertje. Ik hoop dat je hart niet altijd gebroken blijft. Als ik niet meer van je houd. Of net wel. Een gebroken hart is een country song, maar is ook een werk van Mark Rothko, van sommige dronkaards die nog willen schilderen, schrijven, zingen. Johnny Cash, Arshile Gorky, Virginia Woolf. Een gebroken hart is een mooi hart omdat het bloedt, in zichzelf, zonder hechting aan een grond, een volk, een dom ideaal. Een gebroken hart is gebroken als porselein, als een 78-toerenplaat, in een hoog oplopende ruzie, je denkt meteen aan Arletty (wier kut internationaal was, zoals zij zelf verklaarde), uit liefde, uit woede.

 

Voor het vertrek naar een gedoemde, verdoemde stad, of naar om het even welke andere stad drink je jezelf lazarus. Ja Larry, zo is het nu eenmaal. De spanning van het al te bekende en onbekende, het altijd nieuwe onderdrukken – of al de lust voelen van het ontdekken of herontdekken. Dronken zoals Edgar Allen Poe nooit geworden is. De man werd zat van twee glazen wijn. Jij hebt wel wat meer nodig. Wine, women and whisky, zingt de blueszanger, Papa Lightfoot, uit Natchez. Zo erg is het met mij niet gesteld. Ik zou zeggen, life, love and moving my arms and legs (and the smaller stuff I’m made of). Maar ik ben geen blueszanger en ik ken de troubles niet die zij hebben gezien en gevoeld. Of hun ouders, grootouders, familie. Ik heb het goed gehad, heb het goed. Mijn leven is niet iets om over te klagen. Ik zou het wel kunnen, natuurlijk. Maar ik houd me even in. Ik ben nu tevreden, heb wat muziek beluisterd, Levon Helm vooral, Emmylou Harris, heb wat gelezen in Zizek, heb lekkere wijn uit Portugal gedronken bij een eenvoudige maaltijd, die mijn lieve vrouw had bereid, ondanks de hitte in de keuken, en het vele werk bij het pakken van de koffers.

 

Ik ben een luiaard. Ik doe niets. Ja, ik zorg er wel voor dat we kunnen reizen, ik reserveer vluchten, hotels, maak prints, zoek allerlei dingen op, controleer of we niets vergeten (bijvoorbeeld een kurkentrekker), check of we onze identiteitskaarten hebben en al de andere noodzakelijke stuff. Ik pak mijn koffer in, wik en weeg, schrijf nog iets naar de vrienden, zet foto’s op flickr, je weet maar nooit, bekijk facebook, want daar zijn veel vrienden – en ga zo maar door. Maar mijn vrouw doet al de rest. En de rest is een heel lelijk woord voor wat zij doet.

 

Straks zijn we in Wenen. Een verjaardagsgeschenk voor A. Het is een stad waar we van houden. Eergisteren liep ik mijn oude vriend Max Borka tegen het lijf. Naar Wenen, riep hij uit. Fantastisch! Niets dan kunst, niets dan musea! En je kunt er lekker eten! Hij gaf me mondeling enkele adressen, die ik meteen vergat. En op het einde van de maand geef ik een feest en jullie moeten zeker komen, zei hij.

 

Veel mensen denken dat Wenen kitsch is, Mozartpralines, etc., maar dat is niet zo. Niet alleen omdat Max het zegt, maar omdat ik er zelf nog niet zo lang geleden geweest ben. De kunst en de schoonheid zijn er nog altijd even levendig aanwezig als in het begin van de 20ste eeuw. Nu moet de politiek nog volgen. Dan hoeven de inwoners van Wenen zich niet langer te schamen voor hun ‘leiders’ – en daarin lijken wij op elkaar. Want schamen wij, Belgen, ons niet voor onze kortzichtige ‘leiders’? Natuurlijk wel. Wij willen zelfs geen leiders. Wij willen alles zelf doen. Frieten eten zoals we ze echt willen, vergif en al, en koterijen bouwen. Voor ons bestaat de toekomst niet. Wij leven er maar op los. Niemand zal ons daar voor straffen.

kunst,wenen,gebroken hart,country,heartbreak hotel,kut,arletty,nick cave,drinken,blues,papa lightfoot,levon helm,emmylou harris,gospel,papieren,werken,liefde,max,max borka,kitsch,politiek,verandering



Illustraties: Hermann Nitsch: Aktion am 3.3.1964 en Nicholas Roeg, Bad Timing (met Theresa Russell en Art Garfunkel)
 

13-12-08

FORTIS EN DE VERDERFELIJKE MACHT VAN 2.000 MISNOEGDE AANDEELHOUDERS

werken,politiek,poezie,democratie,geld,recht,macht,regering,bank,staat,kapitalisme,sparen,revolutie,fortis,misnoegdheid,geldzucht,kleine spaarder

William Blake, Satan In Glory.

Het hof van beroep heeft met zijn uitspraak inzake Fortis nog maar eens bewezen dat een klein groepje kapitalisten sterker is dan de staat en de democratisch verkozen regering. Het “groepje van 2.000 misnoegde Fortis-aandeelhouders” heeft gisteravond laat in de salons de champagne rijkelijk laten vloeien. Ik heb me wat moed ingedronken met een glaasje goedkope Cava, er bijna van overtuigd dat dit het eindspel is. Ik dacht nog wat te gaan lezen in een stuk van Beckett, ‘Krapps laatste band’ bijvoorbeeld, maar ik had al naar Bergmans ‘Passie’ gekeken, en het was welletjes geweest. Ik was uitgeput van zoveel schoonheid.

Ik ben geen politiek analyst. Ik reageer emotioneel op toestanden als deze. Ik vind de uitspraak ‘kleine spaarder’ walgelijk, maar uiteindelijk ben ik een van die miljoenen kleine spaarders. Veel geld heb ik niet, zoals de meerderheid van de bevolking, anders zou ik gisteravond ook champagne hebben gedronken. Het is nu zaterdagochtend, halfelf, en ik ben nog altijd woedend. Tweeduizend misnoegde Fortis-aandeelhouders halen het van miljoenen ‘kleine spaarders’, die voor dat beetje geld meestal hard gewerkt hebben, en er op die manier toe hebben bijgedragen dat die misnoegde vetzakken hun verdomde aandelen hebben kunnen kopen. Nee, ik ben geen man van scheldpartijen. Daarom zwijg ik beter en wacht af, zoals ik altijd al gedaan heb, niet sterk genoeg voor revolutie, niet eens sterk genoeg voor democratische politiek. Wel sterk genoeg voor het slagveld van de poëzie, de liefde, de verontwaardiging. Laat me die waarden niet uit het oog verliezen in dit moment van woede en verwarring. Hoewel een gedicht waardeloos is. Poëzie en liefde kun je niet kopen.

08-10-08

HOE WORD IK WEER ZICHTBAAR?

 

muziek,werken,lichaam,feest,pop,vriendschap,stront,geheim,vergeten,droom,verbergen,wereld,geluk,zwijgen,identiteit,seks,woorden,onzichtbaar,bob dylan,spreken,blik,absurd,huid,behoefte,oppervlakte,zelf,ejaculatie,ondoorgrondelijk,grond,geheimen,zichtbaarheid,plooi,the who,bestaan,heidegger,like a rolling stone,iris dement,caspar david friedrich,ambiguiteit,doorgrondelijk,ondergrond,gestel,gesteldheid,faeces

The invisible man, 1933.

Bob Dylan zong meer van veertig jaar geleden, bijna triomfantelijk, ook al was het ambigu, “you’re invisible now,
You’ve  got no secrets to conceaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaal’.
Iedereen maar dan ook iedereen kent het lied. Alleen dat al kan een moment van geluk veroorzaken. Grote tevredenheid, verzoening met de wereld en de vele domme streken van de mensen. Maar ik twijfel eraan of onzichtbaarheid een goede zaak is. In feite ben ik er zeker van dat het geen goede zaak is. Evenmin is het aangenaam als je je geheimen niet kunt verbergen. Het is ook mogelijk dat het personage waarover Dylan zingt helemaal geen geheimen heeft, en dat is nog erger. Als je geen geheim hebt, heb je geen ‘ziel’, geen ‘zelf’, geen ‘identiteit’. Zonder geheimen word je oppervlakte, volkomen doorgrondelijk – hoewel er eigenlijk geen grond is. En nog veel minder is er zonder geheimen een ondergrond. Want zijn je geheimen niet de kern van je ondergronds bestaan? Zijn het niet je geheimen die je in leven houden, als je ademhaling het begeeft, of een of ander orgaan uitvalt? Die je helpen weerstand te bieden tegen de orkanen van de tijd en de beschaving. Je ondergronds bestaan, waarvan je je niet altijd bewust bent, of zelfs helemaal niet, nooit.

Je geheimen zijn aan elke blik onttrokken. Ze zitten in de plooien en de vouwen van je huid, van je tweede huid, in je irissen, in je hele gestel, in je gesteldheid. Je bent een individu met geheimen. ’s Nachts droom je vaak van mensen die sommige van hun geheimen prijsgeven. Ze doen hun donkere behoeften op een met zweet, bloed en tranen geweven Perzisch tapijt en ejaculeren waar je bij staat, alsof het niets is. Ze strooien hun zaad in het rond alsof het druppels afwasproduct zijn. Ze tonen hun meest intieme plooien. Terwijl ze zich ontplooien lijk jij te ontdooien, maar dat is niet zo. Je hoort de zanger zingen: ‘You’re pushing too hard on me”. Je wordt hard, en die hardheid maakt dat je ontwaakt. Eenmaal wakker ben je in je lichaam terug. Niemand weet iets van de ejaculaties en ontplooiingen die je bijwoonde. Alsof het gewoon een pornofilm was geweest en verder niets.

Spoedig ben je zelf die wereld vergeten. Je staat er weer alleen voor. Je vraagt je af: hoe word ik zichtbaar? Want alleen kun je niet leven. Je wilt je geheimen delen, niet alle geheimen, sommige. Je gaat de deur uit: eenzame mensen in auto’s op weg naar je weet niet waar. In het metrostation zwijgende mensen die het blaadje ‘Metro’ doorbladeren. Niemand zegt een woord. Er schijnt niemand geneigd te zijn om je te bekijken. Maar wat achter je rug gebeurt, weet je natuurlijk niet. Op het werk wordt er gewerkt, af en toe gepraat. Wat heb je aan gepraat? Wat je zoekt is een gesprek. Wat je zoekt is iemand die een geheim me je wil delen. Zoek je echter wel? Wordt niet alles wazig om je heen, de anderen onzichtbaar. Ja, ze onttrekken zich aan je blik, ze hebben geen geheimen meer over, geen geheimen om te onthullen.

Wat je zoekt is een vriend, een vriendin, een mensch – van hen hangt je leven af. Zij maken je zichtbaar, omdat ze je herkennen en erkennen. Voor hen ben je er gewoon. Geen zonderling, geen ongenaakbare, geen vreemde, geen boomstronk. Zij weten je altijd te vinden voor het weer te laat is. En dan komen ze bij je binnen en leggen een plaatje op van the Rolling Stones, van Bob Dylan. Kom, zeggen ze, monkey man, the kids are alright. Lay down your weary tune, zeggen ze. Een van de vrienden, een aantrekkelijke vrouw, probeert boven het rumoer uit te stijgen en fluistert, hotter than Mojave in my heart. En je schenkt ze nog eens vol, sharp as a formula.

Caspar_David_Friedrich

Afbeelding: Caspar David Friedrich, Der Wanderer über dem Nebelmeer.

09-07-08

ARBEIDERS

 

schrijven,werken,zomer,wachten,schip,auto,huis,vader,jeugd,arbeiders,scheepvaart,bob dylan,ecologie,appartement,huur,astma,woning,seizoenen,joni mitchell,stephen stills,gevoeligheid

Eugene de Salignac, Brooklyn Bridge Workers.

Mijn vrouw en ik wonen in een appartement dat we huren. Dat is ongewoon voor mensen van onze leeftijd. Zowat iedereen die we kennen bezit een huis, een auto, soms zelfs een ‘buitenverblijf’. Voor mijn autoloos bestaan heb ik een duidelijke uitleg. Ik heb nooit willen rijden. Op mijn negentiende ben ik in de hoofdstad gaan wonen, en daar is een auto meer een last dan een lust. Voor grote afstanden maakte ik gebruik van mijn duim. Dat ging heel goed in die dagen. Nu zijn er goedkope vluchten, zolang het nog duurt. Ik was een groene jongen toen er nog maar weinig groene jongens waren, hoewel iemand als Stephen Stills al wel een ‘Ecology Song’ had, en er was natuurlijk ook ‘Big Yellow Taxi’ van Joni Mitchell, wat later nog eens gecoverd werd door Bob Dylan.

Waarom we geen huis hebben heeft voor een deel met vroegere armoede, te maken, werkloosheid, economische crisis in de jaren zeventig, maar ook met onverschilligheid en verkeerde keuzes. En ik dacht altijd, je kunt het toch niet met je meenemen op je laatste reis. En was eigendom geen vorm van diefstal?

Op dit ogenblik wordt er aan het huis gewerkt. Al meer dan vijf jaar slapen wij in een vochtige slaapkamer. Vocht sijpelde er binnen, het was er klam, koud, heel ongezond. In mijn werkkamer, waar het grootste deel van mijn boeken staat, regende het zelfs binnen. Al die jaren hebben wij de eigenaar gebeld en aangetekende brieven gestuurd.  Dat er iets moest gebeuren, dat ik elk jaar zieker werd. Er gebeurde niets. En nu opeens, als mijn vakantie begint, als ik wat wil schrijven, van de rust genieten, staan de arbeiders voor de deur. Het dak is een paar weken geleden hersteld. Daar hebben we geen last van gehad. De dakwerkers gingen via een ladder het dak op. Ik heb hen maar enkele keren gezien. Nu wordt er binnen gewerkt. De schimmel en het rot moet van de muren, er moet opnieuw worden geplamuurd. Overal verfschilfers, overal stof. Ik kan maar moeilijk ademhalen. En ik voel me niet op mijn gemak. Als ik een boterham wil eten voel ik me bijna een indringer in mijn eigen keuken, want daar wordt ook gewerkt, daar ligt ook overal stof.

Aan een vriendin schreef ik: “ Ik ben een socialist. Maar dat is niet meer dan theorie. De praktijk is dat ik overgevoelig ben;  hoe erg, dat besef ik nu pas. Ik wist het wel, maar dat het mij tot in mijn kern kon raken, dat wist ik niet. Dat belet me niet om respect te hebben voor arbeiders. Maar ik kan met hen niet op een ongedwongen wijze omgaan, ik ken hun taal niet, hun codes; ik heb het nooit geleerd."

Destijds toen ik klein was mocht ik van mijn vader nooit iets doen op het schip, schoonmaken na het lossen van een vracht, de stuurhut verven, binnen vernissen, geen sprake van, want ik was zogenaamd zwak en ziek. Ik was een astmalijdertje. Maar die houding van mijn vader heeft me pas écht zwak gemaakt. Wat mijn vader natuurlijk niet wist, hij was geen psycholoog, zijn bedoelingen waren goed. Het hard labeur was voor mijn oudere, veel sterkere broer ( hij heeft evenmin een eigen huis).  Ik moest maar lezen of naar muziek luisteren. Of fietsen met de vrienden. Of, later, toneelstukjes spelen. Toch jeukten mijn vingers om een verfborstel vast te houden, toch wilde ik de handen uit de mouwen steken. En nu verdraag ik niets meer.

Daaruit concluderen dat ik mij verheven voel boven een arbeider, dat zou verkeerd zijn, want het is gewoonweg niet zo. Ik vind dat iemand die boeken leest ook niet beter is dan iemand die geen boeken leest. Nee, ik ben gewoonweg anders. Het is een hypergevoeligheid, en die is niet alleen lichamelijk.

Nu wacht ik op het einde van de zomer, de rustige dagen van de herfst. Op een tijd dat ik eindelijk mijn meesterwerk kan schrijven. Ja.

04-01-08

AAN HET WERK IS VEEL GEZEGD

 

taal,blinden,ader,goudader,zenuwen,gezondheid,vulkaanuitbarstingen,moordaanslagen,walrussen,werken,verhaal


Hoe gaat het met me?  Het gaat goed met mijn taal.  Ze gaat niet met me aan de haal. Ze laat me bij mijn onbekend verhaal. Zo blijf ik aan het werk, zwervend tussen valse walrussen (met grote zonnebril op), moordaanslagen, geheime musea en mislukte vulkaanuitbarstingen.


Ach, aan het werk is veel gezegd. Ik begeef me in een kromme lijn van A naar B. Veel verder waag ik me vooralsnog niet; verder betekent niet ontdekt gebied. Heel af en toe baan ik me een weg tot Z, maar daar hangen de kleuren zwaar als grote, natte honden in de lucht; de schrijnendste blauwen en gelen overspoelen me er en snijden me in de zenuwen.


Drie blinden zonder hond en zonder wandelstok wijzen me de weg naar buiten, uit het doolfhof. Voor het te laat is keer ik terug naar de A van af. Een noordenwind begeleidt me en blaast dan de aftocht. Zo staat het in de sterren vandaag. Ik blijf aan het werk, ik verberg mijn aders van goud. Zo gaat het met me en met mijn taal.

 

15-05-07

GELD MAAKT ONS KAPOT


treasure_of_the_sierra_madre

Ik kijk door het raam naar het sombere zinken dak. Erboven een stukje blauw en een grote wolk. Ik neem een afwachtende houding aan. Aan het raam, het dak, het stukje blauw en de hemel heb ik niets. Er komen geen associaties – en die wil ik ook niet. Ik zit niet bij mijn pyschoanalyst, daar zit ik al jaren niet meer. Ik ben op mijn werk, maar ik zou elders willen zijn. Het is vier uur en ik ben het werk beu. Als je werkt voor het geld heb je niets aan je leven. Het is een vloek dat wij geld nodig hebben om te leven, dat wij vervelend werk moeten doen om aan geld te komen. Geld maakt ons kapot; als we het niet hebben omdat we er willen hebben (en omdat we dan honger en dorst lijden), als we het wel hebben omdat we bang zijn om het te verliezen en er geen meer te hebben (en honger en dorst te krijgen). In het lied Something In the Night zingt Bruce Springsteen:

You're born with nothing and better off that way
As soon as you got something they send
Someone to try and take it away.

En in de meesterlijke film The Treasure Of the Sierra Madre van John Huston zie je hoe Humphrey Bogart verandert van een avonturier met een menselijk gezicht in een paranoïde smeerlap, zodra hij wat goud heeft vergaard. Op het einde van de film is Bogart dood en is het met zoveel moeite ontgonnen goud met de wind naar het Noorden weggewaaid, naar waar het vandaan kwam. Voor de oude goudzoeker, gespeeld door Walter Huston, vader van John Huston, is dit een immense, kosmische grap. Zijn lach werkt aanstekelijk – heel terecht won Walter Huston een Oscar - maar ik blijf er toch stil bij want ik had dat goud ook wel graag gewild. Ik speel niet op de Lotto, omdat ik niet geloof dat ik kan winnen, maar Laura speelt wel en samen met haar hoop ik dat ze ooit eens zal winnen. Een mens zit eigenaardig in mekaar.

16-09-06

WERKEN IN MUZIEK II

zero de conduite,radio centraal,jobs,popcultuur,pop,radio,soul,rock,antwerpen,werken,folk,blues,country


Met veel vertraging volgt hier mijn playlist van Zero de conduite van 2 september. Voor de lezers die het niet weten: Zero de conduite is mijn maandelijks programma op radio centraal in Antwerpen.

Workin' Man Blues - Merle Haggard - Down Every Road
I'm The Man That Built The Bridges - Tom Paxton - Ramblin' Boy & Ain't That News
Spike Driver Blues - Mississippi John Hurt - Avalon Blues: The Complete 1928 OKeh Recordings
Pick A Bale Of Cotton – Leadbelly - The Songsters Tradition - Before The Blues
Unemployment Stomp - Big Bill Broonzy - News And The Blues: Telling It Like It Is
Deportees - Billy Bragg - Tracks Inspired By Bob Dylan
Good Morning Mr. Railroad Man - Ry Cooder - Boomer’s Story
Brakeman’s Blues - The Kentucky Colonels - Long Journey Home
Truck Drivin' Man - Jim & Jesse - Y'All Come: The Essential Jim & Jesse
Mama Hated Diesels - Commander Cody & His Lost Planet Airmen- Too Much Fun-The Best of Commander Cody and His LPA
Drug Store Truck Drivin' Man - The Byrds - Dr. Byrds & Mr. Hyde
The Carpenter - Guy Clark -Craftsman
Workin' For The Man - Roy Orbison - the BIG O: THE Original Singles Collection
Guitar Man - Elvis Presley - Tomorrow Is A Long Time
Six Days On The Road - Taj Mahal - Giant Step & De Ole Folks At Home
Working In The Coalmine - Lee Dorsey - Chartbusters USA Volume 1
Please Mr. Postman - The Marvelettes - Hitsville U.S.A., The Motown Singles Collection 1959-1971
Captain Of Your Ship - Reperata And The Delrons - The Best Of Reperata And The Delrons
Corporal Clegg - Pink Floyd - A Saucerful Of Secrets
Taxman - The Beatles – Revolver
Spaceman – Nilsson - Son of Schmilsson
Big Shot - Bonzo Dog Doo-Dah Band – Gorilla
New York Mining Disaster 1941 - Bee Gees - Bee Gees 1st
Factory Girl - The Rolling Stones -Beggars Banquet
Truly Fine Citizen - Moby Grape - Vintage, The Very Best Of Moby Grape
Singing Cowboy - Love - Four Sail
Smugglin' Man - Tim Hardin - Hang On To A Dream: The Verve Recordings
Sisters Of Mercy - Leonard Cohen - The Essential Leonard Cohen
Sailor Song - Rickie Lee Jones - - Duchess of Coolsville
Waitress In The Sky - The Replacements – Tim
The Whores Hustle And The Hustlers Whore - PJ Harvey - Stories From The City, Stories From The Sea
The Greatest - Cat Power - The Greatest
Sinaloa Cowboys - Bruce Springsteen - The Ghost Of Tom Joad
Some Bartenders Have the Gift of Pardon - Mark Eitzel - 60 Watt Silver Lining
Understanding Salesmen – Eels - Blinking Lights And Other Revelations
Undertaker - M. Ward - Tranfiguration of Vincent
Working Class Hero - John Lennon - John Lennon/Plastic Ono Band


Het zal wel duidelijk zijn dat de nadruk op liederen over werk en jobs lag, waaronder het oudste beroep van de wereld – Sisters Of Mercy van Leonard Cohen en ook wel The Whores Hustle And The Hustlers Whore van PJ Harvey. Illegaal werk werd niet buiten beschouwing gelaten. De Sinaloa Cowboys van Bruce Springsteen zijn geen cowboys maar immigranten uit Mexico, die in een lab werken waar metamfetamine wordt gemaakt, sterk spul, jongens. Overigens heeft Mark Lanegan een al even sterke song gemaakt over metamfetamine, waarschijnlijk gebaseerd op jarenlange ervaring met de materie. Understanding Salesmen van Eels lijkt me geïnspireerd door Death Of A Salesman van Arthur Miller (Volker Schlöndorf maakte er een aangrijpende film van met Dustin Hoffman). Truly Fine Citizen van Moby Grape gaat, terloops, over een boekverkoper. Taxman van The Beatles is een nogal reactionaire protestsong tegen het feit dat er belastingen moeten worden betaald. The Jam heeft dit nummer gewoon gekopieerd en Start! genoemd. Terug te vinden op Sound Affects. Cat Powers The Greatest gaat over een bokser. Op 4 november treedt Cat Power op in de AB, ik kan er echter niet naartoe want ik maak dan weer mijn radioprogramma. De ironie van de geschiedenis? Drug Store Truck Driving Man van The Byrds is een anekdotisch verhaal over een trucker uit Nashville die als nevenberoep dat van dj had. Wellicht was hij lid van de KKK. Alleszins weigerde hij de plaatjes van the Byrds – drugverslaafde hippies ! - te draaien, ook al speelden daar heel wat muzikanten uit Nashville op mee en hadden McGuinn en zijn vrienden hun haar in die periode kort geknipt, zoals het echte rednecks betaamt. Corporal Clegg is van Roger Waters. Het lied gaat over een militair, zoals veel van Waters’ songs. I’m The Man That Built The Bridges van Tom Paxton is overduidelijk een communistisch strijdlied. Waitress In The Sky is erg grappig. Het is een persiflage op Spirit In The Sky van de hippie-troubadour Norman Greenbaum. In Factory Girl drijven Jagger en Richard de spot met een meisje met dikke knieën. Mysogynie is de heren nooit vreemd geweest. Under My Thumb, Stupid Girl, Amanda Jones, Brown Sugar, “black girls just want to get fucked all night”, etcetera. Het grappigste lied van de avond was, wat niet zal verbazen, Big Shot van The Bonzo Dog Doo-Dah Band (“You got a light, mac? No...but I've got a dark brown overcoat.”)

We hebben het klaargespeeld om niet één song van Bob Dylan te draaien. Het was desondanks een leuke avond.

24-01-06

ALL WORK AND NO PLAY


ADAM EN EVA 2


All work and no play makes Jack a dull boy. All play and no work makes Jack a mere toy.

16-07-05

TEGEN DE ARBEID: ANDRE BRETON


breton 2

Mijn korte vakantie
is gisteren begonnen. Eigenlijk al donderdagavond en vrijdagochtend, een heel stuk nacht waarvan ik me te weinig herinner. Dan ook maar beter – voorlopig dan toch, tot het allemaal wat bezonken is - zwijgen over restaurants, cafés, toevallige ontmoetingen, potentiële nieuwe vriendschappen. Om mijn vakantie in te leiden wil ik hier gewoon even citeren uit André Breton’s Nadja:

"En laten ze mij hierna niet spreken over de arbeid, ik bedoel over de zedelijke waarde van de arbeid. Ik ben gedwongen het denkbeeld van arbeid als materiële noodzaak te accepteren, in dit opzicht ben ik er een groot voorstander van dat het werk beter, dat wil zeggen rechtvaardiger wordt verdeeld. Dat de troosteloze verplichtingen van het leven mij tot werken nopen, het zij zo, maar als ze mij vragen erin te geloven, mijn werk of dat van anderen met eerbied te beschouwen, dat nooit. Nogmaals, ik loop liever in het donker dan dat ik mij verbeeld dat ik in het daglicht loop. Terwijl je werkt heb je er niets aan dat je leeft. De gebeurtenis waarvan ieder mens het recht heeft de openbaring van de zin van zijn eigen leven te verwachten, die gebeurtenis die ik misschien nog niet gevonden heb maar waarheen ik mijn weg zoek, kan door arbeid niet worden verkregen.”