18-02-16

STEMMINGSWISSELINGEN

zulawski isabelle adjani.jpg

Het is koud en zonnig en ik ben eens te meer moe. Naarmate de dag vordert neemt de vermoeidheid toe en ga ik me koortsig voelen. Als zo vaak maak ik me zorgen over mijn gezondheid. Dat doe ik al ongeveer mijn hele leven lang, maar het wordt erger. Wat me hoegenaamd niet verbaast.

Emmanuelle Béart werkt aan de chansons van haar vader, Guy Béart. Ze is ‘on the road’, waarom weet ik niet, en legt zich bij dat lot neer.

A. en ik maken uitvoerig plannen om naar de cinema te gaan, maar zullen we het ook doen? Het kost mij hoe langer hoe meer moeite om de deur uit te gaan, niet vanwege de kou, veeleer vanwege de boeken, de muziek en de stilte. De voorkeur geven aan een soort van ‘heilige’ ruimte, terwijl daar buiten alles ten onder gaat.

Andrzej Zulawski is dood. Ik herinner me twee grandioze, pathetische, ronduit romantische films van hem: ‘Possession’, met een zichzelf overtreffende Isabelle Adjani, extreem intens, en ‘L’important c’est d’aimer’ met een hartverscheurende Romy Schneider en in nevenrollen Jacques Dutronc en Klaus Kinski. ‘La Femme Publique’ zag ik ook, lang geleden: ik herinner me banaliteiten, een mislukking. Valérie Kapriski, aantrekkelijk en voluptueus maar talentloos. Ik ga nog een keer op zoek naar foto’s van de bezeten Isabelle Adjani. Veel blauw en de rode kreet van haar bloed, het wit van de melk. Haar copulatie met een monster. Wat is dat monster? Het kwaad, de hele wereld die ons op de hielen zit? Beter ermee te copuleren dan ervoor op de vlucht te gaan? Ik zou de film opnieuw moeten zien. Vaarwel Andrzej Zulawski.

muntzer.jpg



Ik lees W.G. Sebalds ‘Naar de natuur’, werkelijk een hoogtepunt van schrijfkunst, met niets of niemand vergelijkbaar, maar op dezelfde hoogte als Kleist, Hölderlin en Rimbaud. Ik voel geen behoefte om werken van Grünewald, die in het eerste deel van het drieluik opduikt, te gaan opzoeken: Sebald heeft er woorden van gemaakt, zinnen, Grünewald komt in zijn taal tot leven. Hetzelfde voor ‘bijrollen’ als Thomas Müntzer (hoewel ik over hem weer wil gaan lezen). Het tweede deel, ‘Ik ging wonen aan het uiterste der zee’, neemt Sebald je mee op een helse reis naar de Beringzee. Onderweg vang je glimpen op van ongeveer de hele menselijke geschiedenis, van de korte en tragische aanwezigheid van de mens op deze planeet. Alles bij Sebald is catastrofaal, maar zijn tovenaarskunst biedt, net zoals de gedichten van Hölderlin, een uitweg. In het derde deel, ‘De duist’re nacht vaart uit’, is Hölderlin écht aanwezig. “En als klimop, schreef Hölderlin, / hangt takloos de regen omlaag.” Een van de mooiste en griezeligste vergelijkingen die ik ooit las is deze: “vliegtuigen, de grijze broeders van de oertijd”.
Sebalds meesterwerk, ‘Austerlitz’, is waarschijnlijk een emanatie van de passage die met deze twee zinnen begint, “Meneer Deutsch, / uit Kufstein afkomstig, / was in achtendertig als kind / naar Engeland gekomen. / Veel kon hij zich niet meer / herinneren; sommige dingen kon hij / niet meer vergeten.”

Zo is mijn dag toch niet helemaal leeg en nutteloos geweest, in weerwil van vermoeidheid, angst en kleine rouw.

marie et julien.jpg

Afbeeldingen: Isabelle Adjani in 'Possession'; Thomas Müntzer; Emmanuelle Béart in 'Histoire de Marie et Julien' (Jacques Rivette).

05-06-14

OVER OBAMA, APEN, IRONIE, INTELLIGENTIE EN VERBIJSTERING

gulliver-morten13.jpg

“You can please some of the people all of the time, you can please all of the people some of the time, but you can’t please all of the people all of the time”.
Abraham Lincoln.

Obama verbleef gisteren en vandaag opnieuw in Brussel. Op 26 maart was hij hier ook al te gast. Wat een eer voor ons land en onze hoofdstad, zou je bijna durven denken. Maar ik ben geen bewonderaar van de huidige Amerikaanse president, hij heeft mij en zovele andere aardbewoners met een idealistische inborst te zeer en te vaak teleurgesteld. Misschien hebben we in het begin te veel van hem verwacht, hebben we hem macht, daadkracht en doorzettingsvermogen toegedicht, eigenschappen die hij in werkelijkheid niet heeft en ook niet kan hebben, omringd als hij is door ‘haviken’ en ‘wolven’. Vreemd toch, die vergelijkingen met dieren altijd.


Ik heb me die eerste keer dat hij in het land was hier thuis erg boos gemaakt over de ronduit racistische cartoon die in De Morgen was verschenen (ik had er op sociale netwerken over gelezen en ze daar ook gezien). Ik heb over die woede toen niet veel geschreven, alleen een opmerking op facebook heb ik niet kunnen onderdrukken. Al die verontwaardiging is niet goed voor de gezondheid. In een of twee zinnen had ik mij kritisch uitgelaten over die racistische en bijgevolg schandalige spotprent. Dat werd me niet in dank afgenomen. Een sujet op facebook, gelukkig geen ‘vriend’, schreef dat hij verbijsterd was over mijn domheid. De man had altijd gedacht, schreef hij, dat ik over intelligentie beschikte, maar nu was ik door de mand gevallen. Wat was ik ronduit dom. Een ironisch kunstwerk racistisch noemen, wat kregen we nu! De man was vermoedelijk onwel geworden van mijn kritische opmerking en van mijn plaatsvervangende schaamte. Verbijsterd was hij over mijn onwetendheid. Dat woord gebruikte hij: verbijsterd.

Ik heb er het zwijgen toe gedaan, maar vandaag herinner ik me het voorval weer en wil ik niet langer zwijgen. Primo ben ik niet onwetend, ook al ben ik niet bijster intelligent. De meeste dingen die ik weet en ken, weet en ken ik toevallig, dat is mijn geluk. Maar, secundo, stel dat ik toch door en door onwetend ben: hoe kun je daar nu verbijsterd over zijn? Iemands onwetendheid is ontroerend, bedroevend, teleurstellend, misschien zelfs beschamend, maar zeker niet verbijsterend. Wat is dan wel verbijsterend? Enkele weken geleden zag ik in het Museum voor Schone Kunsten in Gent ‘Het vlot van de Medusa’ van Géricault (eigenlijk was het een kopie). Er werd een verband gelegd tussen de verschrikkingen op het schilderij en de gebeurtenissen in de buurt van het eiland Lampedusa op donderdag 3 oktober 2013. Op die dag verdronken minstens 300 van de ongeveer 500 vluchtelingen, het merendeel uit Eritrea en Somalië, die vanuit Libië geprobeerd hadden per boot Lampedusa te bereiken. Dat is verbijsterend. De harde houding van ex-Staatssecretaris voor Asiel en Migratie Maggie De Block ten aanzien van vluchtelingen zou je ook verbijsterend kunnen noemen. Mijn onwetenheid – die er in dat geval geen was, want de spotprent was door en door racistisch – is alledaags, niets om je druk over te maken; elke mens is onwetend over iets. Ik geloof ook dat elke mens naar kennis en weten streeft, ook al kan dat een illusie zijn, een nevenverschijnsel van mijn idealistisch optimisme.

géricault.jpg

Mensen die de onwetendheid van anderen verbijsterend vinden, die de anderen dom vinden, vinden dat niet echt. Het is een tactiek om zelf intelligent gevonden te worden. Noem de andere – je opponent - dom, dan ben jij intelligent, zo is de toch enigszins domme redenering.

Wat ik niet begrepen had, vond het intelligente sujet, was de ironie van de spotprent. Over die zogenaamde ironie schreef Arnon Grunberg, nog zo’n onwetende aap, het volgende: “En het is mij eerlijk gezegd ook onduidelijk wat hier precies geïroniseerd werd. Racisme? Obama? Of diende de ironie juist als dekmantel voor het al te traditionele racisme? De zwarte, de aap.”
superape.jpg

Ik weet dat ik onlangs schreef dat er geen groter kwaad bestaat dan domheid (ik geloof dat ik het net bij W.G. Sebald had gelezen, maar het is mogelijk dat ik me hier vergis), wat zeker de waarheid is. Ik wil er graag op wijzen dat dit een algemene uitspraak was en niet één bepaalde enkeling betrof. De uitspraak impliceert in geen geval dat ik niet dom ben, of dat ik bijzonder intelligent ben. Want, nogmaals, dat is niet zo. Ik ben gewoon maar een mens op weg naar het einde. Ondertussen probeer ik te leren, inzichten te verwerven en het goede te doen. Maar helaas kun je nooit voor iedereen het goede doen, zoals Abraham Lincoln al zei en Bob Dylan zong.

28-04-14

DE ANATOMIELES VAN DOCTOR NICOLAES TULP

 

The_Anatomy_Lesson.jpg

Ik was al een heel eind gevorderd in ‘De ringen van Saturnus’, het eigenzinnige verslag van een pelgrimage door het Oost-Engelse graafschap Suffolk, met onverwachte zijsprongen naar bijzondere momenten in de wereldgeschiedenis, naar ongewone aspecten van het dagelijks leven, naar zonderlinge personen, naar vergeten wetenschappers en schrijvers, evenals naar grote voorbeelden als Flaubert, Jorge Luis Borges, Descartes en Joseph Conrad, eer ik me afvroeg wanneer nu eindelijk Hölderlin aan bod zou komen. Want ik wist dat dat zou gebeuren: het gaat bij zo’n weten bijna altijd om een sterk aanvoelen, een vermoeden; ‘Ahnung’ is een woord dat Hölderlin zelf graag gebruikt, vooral dichters hebben zulke sterke vermoedens, voorgevoelens, bijvoorbeeld van ‘het heilige’.

Een dag voor ik ‘De ringen van Saturnus’ begon te lezen had ik de Duitse film ‘Barbara’ van Christian Petzold gezien, met de mooie en geweldige actrice Nina Hoss. Het verhaal vertelt de geschiedenis van een vrouwelijke arts die Oost-Duitsland wil verlaten maar daar door een aantal pijnlijke voorvallen – en door verliefdheid – niet in slaagt. De film bevat meerdere lagen, de laag van ‘The Adventures Of Huckleberry Finn’, die van ‘De anatomieles van doctor Nicolaes Tulp’ van Rembrandt, en is doordrongen van paranoia, achterdocht, verraad, pijn, ziekte en liefde.
NINA HOSS2.jpg

Op pagina twintig van ‘De ringen van Saturnus’ las ik over Thomas Browne, die in Leiden de graad van doctor in de geneeskunde behaalde. Tot mijn grote verbazing vermeldt Sebald daar dat Browne zeer waarschijnlijk bij de anatomieles van doctor Nicolaes Tulp, zoals vereeuwigd door Rembrandt, aanwezig was. Op de volgende twee bladzijden trof ik een reproductie aan van het werk, zoals er ook een in het laboratorium in ‘Barbara’ aan de wand hing. Net als de collega van Barbara – een verklikker voor de Stasi – gaat Sebald dieper in op het werk, vooral op de ongerijmdheden ervan.

Dat Sebald wat later aandacht schenkt aan Borges’ ‘Boek van de denkbeeldige wezens’, een van de werken die ik koesterde toen ik nog veel moest leren, verbaast mij al niet meer. Ik lees door en laat me verrassen, door elke zin, door elk woord.

Ik was al een heel eind gevorderd en dacht nauwelijks nog aan Hölderlin. Op pagina 178 begeeft Sebald zich naar het plaatsje Middleton, waar hij de schrijver Michael Hamburger wilde opzoeken, die daar toen al bijna twintig jaar woonde. Michael Hamburger is me niet onbekend: ik las zijn werk over moderne poëzie ‘The Truth Of Poetry’ in dezelfde periode als ‘Het boek van de denkbeeldige wezens’ en wist dat het hier nog ergens moest rondslingeren. Het bevond zich helemaal op de laagste plank van een rek in de donkerste hoek van mijn kamer. Eerst moest ik een stapel tijdschriften opzijschuiven, waaronder een exemplaar van ‘Photo’ met een zich masturberende Madonna op de kaft. De foto’s – uit haar boek ‘Sex’ - zegden mij niets meer, ze waren hopeloos gedateerd. Hadden ze mij ooit opgewonden? J’aime ma chatte. Parfois je contemple dans la glace quand je me déshabille en me demandant à quoi elle ressemblerait sans plus de poils que quand j’étais bébé?
madonna sex2.jpg

Ik las de korte biografie in de Pelican-uitgave van Michael Hamburger. Net als Sebald een émigré woonachtig in Groot-Brittannië, maar van een oudere generatie. In 1933 uit Duitsland gevlucht. Docent aan de universiteiten van Londen en Reading, dichter, vertaler van Baudelaire en Hölderlin. Nu zouden we het krijgen… Op pagina 184 bij Sebald las ik: “Dagen- en wekenlang breek je je tevergeefs het hoofd, je zou geen antwoord weten op de vraag of je blijft schrijven uit gewoonte of uit geldingsdrang, of omdat je niets anders geleerd hebt, of uit verwondering over het leven, uit waarheidsliefde, uit wanhoop of verontwaardiging, en ook zou je niet kunnen zeggen of je van het schrijven nu wijzer of dwazer wordt.” Hier kan alleen maar een excursie naar de wereld van Hölderlin op volgen, naar de man die zijn brieven unterthänigst ondertekent met de naam Scardanelli, met zijn zeer geciviliseerde gasten die hem als een zeldzaam dier in een kooi gevangen kwamen begluren en hem desondanks aanspraken met Uwe Hoogheid en Majesteit. En Sebald besluit dit stuk met: “Welke tijdspanne kunnen geestverwantschappen en analogieën overbruggen? Hoe komt het dat je in een ander mens jezelf ziet en zo niet jezelf, dan toch je voorganger?”

michael hamburger.jpg

Een dag later las ik het fragment over het schrijven voor aan mijn psychiater. Ik geloof dat het de eerste keer was – sinds augustus 1997 – dat ik haar iets voorlas. De hele context en reikwijdte scheen ze niet te bevatten. Ik geloof niet dat ze Sebald, Hölderlin, Borges, kent. Maar ze weet alles over duizelingen en wanhoop. Ik besef nu wel dat schrijven voor jou existentieel is, zei ze. Schrijven is je identiteit, zei ze. Dat vond ik goed, dat iemand die ik zo goed ken en tegelijk helemaal niet ken me zei dat schrijven mijn identiteit is. Maar wat maakte me dat opeens bang.

 

14-03-14

THERAPIE, BOEKEN, THERESIENSTADT

IMG_7100.JPG

IMG_7101.JPG

 

Na een sessie bij mijn therapeut, een keer per week, voel ik bijna elke keer een innerlijke dwang om boeken of muziek te gaan kopen. Gelukkig voor mijn budget zijn die sessies niet altijd overdag en 's avonds zijn ze net zo gezellig, alleen wat gevaarlijker.
Gisteren kwam ik thuis met onder meer enkele zeldzame oude boekjes uit de bibliotheek van een overleden baron. In de Pêle-Mêle in Brussel, voornamelijk Franstalig, vind je soms wel eens van die juweeltjes, en dat voor een prikje. Er is ook een muziekafdeling. Daar kocht ik twee nieuw uitgegeven platen van Sandie Shaw, waaronder ‘Hello Angel’, waarop ze begeleid wordt door the Smiths. Een ding is duidelijk: Sandie Shaw haalt nooit het niveau van Dusty. Ik las dat ze een keer met Jimi Hendrix naar bed is geweest, en dat ze beter kon dansen dan Tom Jones, ook al deed ze het op blote voeten. Ze denkt dat ze in Europa – daarmee bedoelt ze de hele beschaafde wereld die niet tot het Verenigd Koninkrijk behoort – populair was vanwege haar minirokken en kapsel en in Engeland vanwege haar popmuziek.

Het is duidelijk dat ik geblokkeerd ben, al een hele tijd. Ik heb geen zin om te schrijven, ik heb geen zin in seks, ik vind niets de moeite waard. ’s Morgens sta ik vroeg op en voor ik het weet is het weer avond en kijk ik naar een film die me niet echt interesseert. Een vliegtuig verdwijnt van de radar en wij ademen het fijn stof in. Alleen films in de bioscoop doen me soms nog iets, zoals vorige maandag ‘Nebraska’ van Alexander Payne, vijftig tinten écht grijs. Zo ontroerend en reëel en droef en toch bijzonder grappig ook. Ja, in de bioscoop kom ik weer tot leven, daar vind ik mezelf terug.

theresienstadt 001.jpg


Over 'Requiem Theresienstadt' (1963)* van de Tsjechische auteur Josef Bor valt heel wat te vertellen. Ik wist maar heel weinig over wat zich daar in Terezin heeft afgespeeld. W.G. Sebald gaat er in 'Austerlitz' - een meesterlijke roman - dieper op in. Er staan foto's bij, niet eens van slachtoffers, maar van gebouwen, poorten, deuren, die je elke lust in wat dan ook ontnemen. Gisteren, in de Pêle-Mêle sloeg ik het boekje van Josef Bor open en las dit:
"Het belangrijkste camouflage-project, het grote verzamelkamp 'Ghetto Theresienstadt', tot dusver een oord van leed, honger en dood, werd in slechts enkele weken tijds omgebouwd tot en opgetuigd als een gigantisch filmdecor, klaar voor het op een na laatste bedrijf van de Theresienstadt-tragedie. Volgens het draaiboek van Eichman maakten ook levende mensen deel uit van dit decor. En zij begonnen te geloven, te hopen en te leven."

...

*Nederlandse vertaling: 1965. Er werden honderd exemplaren van gedrukt op Boston Tekst Vergé. Mijn exemplaar kreeg nummer 86.

Foto's: Martin Pulaski.

03-03-14

TERUGKEER NAAR MARIENBAD

Last year at Marienbad8 (2).jpg

Alain Resnais is dood. Gisteren wilde ik een in memoriam schrijven, maar toen herinnerde ik me dat ik al een tijd geleden besloten heb dat nooit meer te doen. Er wordt te veel gestorven, niet alleen door beroemdheden en grote kunstenaars als Resnais, maar door mensen, dieren en planten in het algemeen. Het idee dat het doel van het leven de dood is, dat is zo absurd en, wat mij betreft, onaanvaardbaar. Van Alain Resnais zou je kunnen zeggen: mooie leeftijd, zo oud wil ik ook wel worden. Maar dat is onzin, alleen al omdat leeftijd relatief is. En zeker ook omdat tijd relatief is. Je zou zelfs kunnen beweren dat tijd niet bestaat, tenzij als instrument om de natuur aan ons te onderwerpen. De natuur om ons heen en de natuur in ons.

alain-resnais.jpg


Slechts op Facebook schreef ik iets korts om mijn respect voor Alain Resnais, voor zijn films, uit te drukken. Dat doe ik nu wel vaker als iemand overleden is die me in een of ander opzicht dierbaar is of belangrijk voor me is geweest. Dit waren mijn woorden:  “Een van mijn uitverkoren films*. De tijd, de bedrieglijkheid van het geheugen. Vanwege het 'Marienbad' in de titel ben ik ooit helemaal naar Mariánské Lázně gelift, nog voor de val van de muur en de fluwelen revolutie. De film is daar echter helemaal niet gedraaid. En ik kwam veel te laat, alles was er vervallen, lelijk zelfs. Nu lees ik over die stad in 'Austerlitz' van Sebald. De tijd staat niet stil, alles hangt samen, Alain Resnais is dood.”

Wat later besefte ik dat mijn eigen geheugen me bedrogen had. Mijn reis naar Mariánské Lázně in de zomer van 1989 kwam me opeens weer helder voor de geest. Ik had helemaal niet gelift. Uitgeput van langdurig astma ten gevolge van een combinatie van overvloedig stof in een ministeriekantoor en aanhoudende hitte was ik in het gezelschap van mijn geliefde, onzeker of ik mijn bestemming wel levend zou bereiken, in Brussel op de nachttrein naar Neurenberg gestapt. Daar vertrok al vroeg in de ochtend een trein naar Marienbad. Ik herinner me die treinrit nog levendig, vooral de taferelen die zich voordeden bij de halte in de grensstad Cheb – niets prettigs. De aankomst in Mariánské Lázně was een teleurstelling, maar had ook iets vrolijks. Van het Marienbad uit de film van Resnais was niets te zien, maar de stad was wel op een heerlijke manier vervallen, iets wat me in die dagen erg beviel. We mochten voor een spotprijs overnachten in een immens herenhuis uit de negentiende eeuw, in een ruim maar muf en ook al stofferig vertrek. Toch was ik, je zou het bijna miraculeus kunnen noemen, toen ik de volgende ochtend uit bed stapte helemaal genezen.
Het ooit zo luxueuze kuuroord leek in 1989 nog sterk op de beschrijving die het personage Austerlitz in ‘Austerlitz’ van W.G. Sebald er van geeft, terwijl hij er toch al in augustus 1972 verbleef. Voor lezers die er meer over willen weten verwijs ik naar dit geweldige boek. Een beter beeld van de stad vind je nergens anders.

Wat heeft dit nu met de dood van Alain Resnais te maken? Gaat het alleen maar om de plaatsnaam? Toch niet. Er is ook het beleven van de tijd, het verleden dat heden wordt en het heden verleden, de tijd van het verval en het verval van de tijd. Er is de herinnering en hoe de herinnering je vaak bedriegt. Enigszins grappig en ook typisch is dat ik in 1989 de tijd die in de titel verstrijkt, heb genegeerd. Want het is toch vorig jaar in Marienbad, niet nu, in 1989? Mijn reis in de ruimte was dus zinloos, ik had in de tijd moeten reizen, naar vorig jaar in Marienbad.

resnaistoute-la-memoire-du-monde-1956-02-g.jpg

Gisteravond zag ik nog een keer ‘Hiroshima mon amour’, Resnais’ eerste speelfilm, in samenwerking met Marguerite Duras, de vrouw van de herhaling. Wat is dat bij haar een mooi stijlmiddel, en in dit geval ook bij Resnais. En zeker de herhaling van de plaatsnamen, Hiroshima, Nevers, Hiroshima, Nevers. En wat is dit meesterwerk van Resnais een verbluffende weerlegging van de lineaire tijd. Daarna zag ik nog een documentaire over de film en over wat eraan voorafging, onder meer de indrukwekkende documentaire ‘Nuit et brouillard’ (1955) over Auschwitz, en ‘Toute la mémoire du monde’ (1956) over de Bibliothèque nationale de France. Een uurtje of zo later las ik nog wat in ‘Austerlitz’ (het is een boek dat je best traag leest). Het hoofdpersonage woont nu in Parijs. Eigenlijk zou het me niet meer mogen verbazen want het overkomt me zo vaak, maar toch verbaasde het me: een van de eerste tekstgedeelten – paragrafen zijn er niet – die ik las betreft die bibliotheek en alsof dat nog niet volstaat vermeldt Austerlitz, of de auteur, W.G. Sebald, de documentaire van Alain Resnais, ‘Toute la mémoire du monde’ en geeft er een korte beschrijving van.


Midden in de nacht werd ik badend in het zweet wakker. Ik had gedroomd dat ik aan mijn geliefde vertelde hoe bang ik als kind was geweest voor de oorlog. En terwijl ik in mijn droom over die angst vertelde had hij zich, zoals hij in mijn kinderjaren werkelijk was, met dezelfde gruwelijke intensiteit, gemanifesteerd.

... 

 

*Ik had het over ‘L’année dernière à Marienbad’.