27-09-07

NIGHT AND DAY

De nacht. Blijvend duister dat ik keer op keer weer uitdrijf. Donkere zijde. Zwarte wildgroei die ik alsof ik hem zo kan snoeien van mij af schrijf. 

Hier komt de dag. Nu ik mezelf opnieuw boven het witte blad verberg. Noodlotssymfonie die de groezelige daken van deze stad vervloekt. Slenter door de gewelven van de ondergang. Stenen liggen voor het grijpen, edele verharde bomen. Ga! En keer terug met enkele ultieme woorden. Bezing daarmee de vriendschap en de liefde!

Of toch niet? De dag behoort toe aan fantomen die ik de oorlog heb verklaard, al van bij mijn tweede geboorte. Onherroepelijk, omdat ik besta, wil bestaan. Toen al greep ik naar de wapens van pijn en voltrokken gedachten en trok ik ten strijde tegen het leger van knielende dode zielen die mijn kern, de uitspraak van mijn bestaan, negeren.

Te zwak echter om zelfs maar te willen triomferen. En zoals er kunst om de kunst is, is er strijd om de strijd. Want wat hebben hartslag en ademhaling anders voor zin?

24-05-07

VARIANTEN VAN RELIGIEUZE BELEVING


i saw the light (after reading 'specimen days')

"Ik lijd bovenmatig in dit ziekenhuis, zowel lichamelijk als geestelijk. Behalve de brandende pijn en slapeloosheid (want ik slaap niet meer sinds ik hier ben opgesloten, en het beetje rust dat mijn deel is wordt onderbroken door boze dromen, en 's nachts schrik ik wakker door nachtmerries, afschuwelijke visioenen, bliksem, donder, enz.) drukt vrees, een afschuwelijke vrees mij neer, houdt mij in zijn greep zonder respijt, en laat mij niet los. Is dit alles rechtvaardig? Wat heb ik gedaan om zo'n overmatige strengheid te verdienen? In welke vorm zal deze vrees mij verpletteren? Hoe dankbaar zou ik zijn als iemand mij van dit leven bevrijdde!"

Uit: William James, Varianten van religieuze beleving.