11-12-15

DE WEG NAAR BRUCE SPRINGSTEEN

BRUCESPRINGSTEENbest.jpg

Welke (muzikale) weg had ik afgelegd om in 1981 bij een concert van Bruce Springsteen & the E-Street Band aanwezig te zijn? In het milieu waarin ik in die tijd leefde was Springsteen niet geliefd. Het was de periode van new wave en post-punk. In de clubs en cafés waar we kwamen hoorde je Rip Rig & Panic, Simple Minds, the Fall, PiL, the Au-Pairs – veel politiek geëngageerde en minimalistische pop, in bijna alles het tegenovergestelde van de rock & roller uit Asbury Park in New Jersey. Sommige vrienden vonden mijn bewondering voor de man die ‘the Boss’ werd genoemd vreemd, misschien wel een beetje lachwekkend. Uitzonderingen die ik me nu nog kan herinneren waren Guillaume Bijl en Jos Dorissen.

Tot 1975 had ik Bruce Springsteen nooit beluisterd. Natuurlijk had ik wel al over hem gelezen maar ik had hem niet interessant gevonden. Misschien was het zijn macho imago of zijn gedoe met auto’s en highways dat me gestoord had? Of zijn muts en baard?

Ik luisterde nooit naar de radio, bezat geen televisie en las bijna nooit een krant. Toch was ik dank zij Rolling Stone, een tijdschrift dat ik verslond, en Time Magazine, op de hoogte van wat er in de wereld, maar toch voornamelijk in de Verenigde Staten, gebeurde. Naast de boeken die ik las, Westerse filosofie en literatuur, en de films die ik zag, vormden die tijdschriften mijn wereldbeeld. Voor muziek was er daarnaast nog NME en soms Oor, een Nederlands popmagazine dat ik niet echt waardeerde. Ik had een vrij ruime muzikale smaak, die het product was van intuïtie, toeval en vooroordelen. Wat Bruce Springsteen betreft was ik ongetwijfeld bevooroordeeld.

Op een dronken avond in 1975 in de buurt van het Brusselse Madouplein liet Paul D. me ‘Born To Run’ horen. Een wereld ging open. Een revelatie. Die stem, die spectoriaanse sound, die romantische teksten, dat glorieuze escapisme. Paul gaf me de elpee mee, ik liet mijn ‘Basement Tapes’ bij hem achter, evenals een bijzonder mooie editie – op groot formaat, zoals het hoort - van ‘Un coup de dés jamais n’abolira le hasard’ van Mallarmé. Die avond werd ik een bewonderaar van the Boss. Paul zou ik nooit meer terugzien. Hij stapte niet lang na die heuglijke avond uit het leven. Op een dag was hij met mij naar zijn geboortedorp gereden en had me de balk getoond waar zijn vader zich aan opgehangen had. Dezelfde balk zou Paul wat later ook gebruiken. Of misschien ook niet, misschien speelt mijn geheugen me parten. Zeker is dat mijn exemplaar van ‘Born To Run’ dat van Paul is. En dat op ‘The Basement Tapes’ een vloek rust. Vooral op de song ‘Too Much Of Nothing’.
BasementTapes.jpg

De rest van de weg die ik aflegde is niet zo bijzonder. Ik las alles wat er te lezen viel over Springsteen en toen ‘Darkness on the Edge of Town’ uitkwam vond ik dat meteen een meesterwerk. Duizenden keren heb ik er naar geluisterd, heel vaak luid meezingend. Dat deed ik in 1978 maar met twee platen, ‘Darkness on the Edge of Town’ en ‘Some Girls’ van the Rolling Stones. Als er geen platen van Springsteen uitkwamen troostte ik me met die van Southside Johnny & the Asbury Jukes, een fantastische band, die ik op 10 oktober 1979 live in de AB zag, nog voor Bruce Springsteen & the E-Street Band. Van ‘Hearts Of Stone’ kende ik alle teksten uit het hoofd (nu niet meer). Natuurlijk had ik inmiddels de eerste elpees van Bruce Springsteen aangeschaft, ‘Greetings from Asbury Park, N.J’. en ‘The Wild, the Innocent & the E Street Shuffle’, allebei uit 1973. Vooral die tweede vond ik bijzonder mooi en romantisch. Ik herinner me een avond met Jos D. in de Dolfijnstraat, toen we met gesloten ogen als naar een gezongen gebed zaten te luisteren naar ‘4th of July, Asbury Park (Sandy)’ en hoe moeilijk het na dat sacrale moment was om nog een andere plaat op de platenspeler te leggen. Ik vermoed dat het ‘Pet Sounds’ zal geweest zijn.

Sandy the angels have lost their desire for us
I spoke to 'em just last night and they said they won't
set themselves on fire for us anymore
southside johnny.jpg

‘The River’ moest dan nog uitkomen. Ik weet niet meer of ik die fenomenale dubbel-elpee beter vond dan ‘Darkness’. Vermoedelijk niet, want op mijn lijstje van 1980 stond ‘London Calling’ van the Clash op nummer 1. Toch raakte ik meteen verslingerd aan de meeste nummers op ‘The River’ en vond ik de combinatie van uitbundigheid en melancholie erg geslaagd. Het enige probleem was dat er te veel op stond. Het was overdaad. Maar zo is Bruce Springsteen. Zo was hij in die periode live met the E-Street Band.
Je zou je kunnen afvragen waarom ik niet vaker naar optredens van Bruce Springsteen ben gegaan. Mijn antwoord daarop is: ik heb maar één keer in mijn leven een LSD-trip genomen. Na een hoogtepunt moet je ermee ophouden. The Rolling Stones heb ik twee keer gezien, Townes Van Zandt ook. De eerste keer was telkens de beste.


Na ‘Nebraska’, het hoogtepunt in het oeuvre van Bruce Springsteen en een mijlpaal in de twintigste-eeuwse popmuziek tout court, is mijn interesse voor zijn platen gaan tanen. Ik vond ze niet meer zo avontuurlijk. Het vonkje dat er tot ‘Nebraska’ was geweest leek uitgedoofd. Misschien lag het aan mij, ik weet het niet. Maar wat ik wel weet is dat Bruce Springsteen & the E-Street Band in Vorst op 26 april 1981 in mijn top-5 van beste concerten staat genoteerd. Jammer dat Jos er niet meer is om herinneringen op te rakelen.

jos-matti1.jpg

...

Foto's: Bruce Springsteen (boven): Frank Stefanko; Basement Tapes: Reid Miles; Southside Johnny en Steve Van Zandt:(onbekend); Jos & Martin: Agnes A.

 

24-05-08

SCHRIJVEN OVER MUZIEK

muziekgeschiedenis,pop,rock,popcultuur,jeugd,tijd,herinnering,ervaring,afstand,autobiografie,sixties,elvis presley,bob dylan,jimi hendrix,the rolling stones,the who,emoties,gevoelens
Rockin' Presley EP. De eerste rock & roll plaat die bij ons thuis binnenkwam.

Misschien vinden sommige lezers van mijn weblog dat ik het nogal vaak heb over muziek uit het nabije en minder nabije verleden. Dat is inderdaad het geval. Maar ik heb daar een aantal redenen voor. Tijd, geheugen en herinnering zijn voor mij belangrijke begrippen om het leven en de wereld te begrijpen en te aanvaarden (en in sommige gevallen te verwerpen). Veel van wat ik schrijf gaat over het verleden, niet alleen als ik het over muziek heb.

Wat nu muziek betreft is mijn begaan zijn met de tijd, het verleden, de (auto)biografie niet de enige verklaring waarom ik veel minder aandacht schijn te hebben voor wat hedendaags is.

Een eerste element is dat ik meer vertrouwd ben  met oudere muziek, vooral met de periode 1960-1975, hoewel ik nadien natuurlijk ook ben blijven luisteren. Als je een goed radioprogramma wilt maken is dat essentieel:  je moet zoveel mogelijk muziek beluisteren, oude en nieuwe, bekende en onbekende.
Doordat ik meer vertrouwd ben met die ‘oudere’ muziek kan ik er meer van op een afstand over schrijven. Maar ik wil desondanks niet koel en objectief berichten. Muziek hangt samen met herinneringen, emoties, gevoelens. Bepaalde melodietjes kunnen een herinnering plots weer levendig voor de geest roepen. Op zulke momenten – als ik een lied hoor - kan ik terugkeren naar bepaalde plaatsen en gebeurtenissen in mijn leven, of het leven van mijn generatiegenoten beter begrijpen.

Songs en elpees hebben een leven geleid in mijn bestaan, zijn verhalen geworden, of op zijn minst onderdelen van verhalen. Sommige songs en elpees hebben de status van mythe gekregen, in zekere zin aan tijd en geschiedenis onttrokken. Ik heb er iets over te vertellen omdat ik er intens mee bezig ben geweest en ben. Sinds mijn zesde jaar (1956) is er denk ik geen dag voorbijgegaan zonder een of ander lied.

Ik schrijf ook liever over muziek uit het (nabije) verleden omdat ik denk dat de lezer meer heeft aan een verhaal uit de eerste hand, dan het te moeten vernemen van iemand die er zelf alleen maar heeft over horen vertellen. In dat opzicht beschouw ik mezelf als een bevoorrechte getuige, waar ik overigens geen enkele verdienste aan heb. Geheel toevallig ben ik in 1950 geboren, werd ik in 1956 uit mijn kinderslaap gehaald door Elvis Presleys ‘Don’t Be Cruel’, ontwaakte ik een tweede keer in zaligheid in 1964 met ‘She Loves You’ en ‘Twist and Shout’ van the Beatles, en ‘Tell Me’ en ‘Not Fade Away’ van the Rolling Stones, en werd ik definitief ingewijd in de nieuwe jonge wereld in 1965 met Bob Dylans ‘Like a Rolling Stone’, ‘My Generation’ van The Who en een jaar later met Jimi Hendrix’ ‘Hey Joe’.

Voor nieuwe releases zijn er overigens massa’s andere bronnen: tijdschriften als Uncut, Mojo, Wire, les Unrockuptibles,  kranten, vakbladen, en zeker ook de honderden soms uitstekende muziekblogs. Wat me niet belet om af en toe ook mijn zeg te doen over wat deze tijd voortbrengt. Maar je weet het, rock and roll never forgets!