07-04-16

TRIPTIEK VOOR MERLE HAGGARD

merle haggard 1 001.jpg

1.
Merle Haggard is dood. Waarom hield ik zoveel van zijn stem, van zijn songs, van zijn mythe? Zo lang ik me kan herinneren heb ik me een outsider gevoeld, anders dan de anderen, ongeschikt voor een netjes afgelijnd leven, voor een planmatig opgebouwde toekomst als burgerman, voor succes van welke aard dan ook. Ik had aanleg, talent, was met mijn ideeën vaak op mijn tijd vooruit en ik heb veel vrienden gehad. Gedurende enkele jaren was ik het centrum van een klein universum van gelijkgezinden. Maar ik geloofde niet in mezelf, ik achtte me niet tot iets goeds in staat. Tot iets groots, iets wat de wereld waarderen zou. Er ontbrak me een essentiële eigenschap of karaktertrek. Niet alleen discipline en doorzettingskracht, maar ook het vermogen om je naam op te dringen, om de anderen ervan te kunnen overtuigen dat je onmisbaar bent, dat ze zonder jou niet kunnen. Dat jij de man bent. Van in het begin was ik gebrandmerkt om te verliezen. De hoogmoed, zo die er al was, was van erg korte duur en aan de val lijkt geen einde te komen, en dat wil ik ook niet. Want liever vallen dan een verrader te zijn van alles wat me lief en dierbaar is. Hoewel mislukt en onder die mislukking soms gebukt gaand voel ik aan dat vallen beter is dan vliegen met de vleugels van onverdiend succes. Wat mij had kunnen redden – behoeden voor de val - was bijval als dichter, maar ook in die wereld voelde ik me niet thuis: het was een pseudowereld, een leugen. Echte dichters waren als Hölderlin en Artaud, ze waren antisociaal, leefden in een toren of zaten in een asiel. Ze gingen niet naar cocktailparty’s en lazen niet voor in cultuurhuizen.

Ik besef dat ik heel gemakkelijk op het verkeerde pad had kunnen komen.  “En de leraar die mij altijd placht te dreigen: / jongen, jij komt nog op het verkeerde pad, / kan tevreden zijn en hoeft niets meer te krijgen. / Dat wil zeggen: hij heeft toch gelijk gehad” zong Boudewijn De Groot*  in ‘Testament’, woorden die me als vijftienjarige tegelijk aantrokken en de daver op het lijf joegen. Dat het mooie lied me fascineerde blijkt uit de titel die ik gaf aan ons provo-schooltijdschrift met dezelfde naam. Tegelijk heb ik er alles voor gedaan om niet in de goot of de gevangenis te belanden, wat ook niet gebeurd is. Voorzichtigheid is misschien niet de meest bewonderenswaardige levenskunst, ze behoedt je wel voor veel gevaren. Maar een outsider ben ik altijd gebleven.

Bacon three studies for a crucifixion.jpg

2.
Wat heeft deze korte analyse van mijn persoonlijkheid met Merle Haggard te maken? Bijna alles. Dat uitleggen en aantonen is erg moeilijk. Hoewel de Americana-wereld van de gisteren – op zijn 79ste verjaardag - overleden countryzanger zeer specifiek is, is hij ook universeel. Dat alleen al is een bewijs voor zijn groot kunstenaarschap. Ik denk nu aan de schilder Francis Bacon, een kroegtijger die wat hij ’s nachts in de onderbuik van de grote stad zag en voelde en beleefde overdag met wilde precisie aan zijn doeken toevertrouwde. Je ontwaarde in Bacons genadeloze werken alle stemmen die in dronkenschap, wanhoop, verbijstering en verrukking tot hem doorgedrongen waren. Elk beeld van Francis Bacon is een echt beeld. De composities van Merle Haggard zijn op dezelfde manier echt en waar. Elk woord van hem, elke zin, elke vocale nuance drukt een reële en precieze ervaring uit. Vaak hoor je in zijn songs – noem ze gerust levensliederen - de stem  van mensen die niet mee kunnen eten van de gelukskoek, die nooit part zijn geweest van de American Dream en dat ook nooit zullen zijn. De personages van Merle Haggard verschillen heel erg van die van Francis Bacon maar de overeenkomst zit hem in de aandacht voor wie uitgesloten wordt, voor de outsider, voor de ‘andere’. Merle Haggard zingt al heel zijn lange leven over arme gelukszoekers, hardwerkende arbeiders, rechtse rednecks, hoeren, vervreemde cowboys, bajesklanten, dronkaards, moordenaars, treurende zonen, zwervers, hongerige immigranten, bastaards, drugverslaafden, gauwdieven, truckers, desperado’s, vluchtelingen, seizoenarbeiders, halfbloeden, reactionaire dwazen, mensen zonder illusies. Dit is geen willekeurige opsomming. Luister naar zijn platen: deze échte mensen komen stuk voor stuk in zijn liedjes voor. Zijn verzameld werk is voor mij op zijn minst zo veel waard als dat van Walt Whitman en John Steinbeck.

merle haggard 2.jpg

3.
Ik heb het geluk gehad dat ik in 1965 een fan mocht worden van the Byrds. Hun albums waren schatkamers, juwelenkistjes van liedschrijfkunst. Toen Gram Parsons in 1968 lid werd van de groep stopte hij een aantal parels van de countrymuziek in de juwelenkist die ‘Sweetheart of the Rodeo’ heet. Zo ontdekte ik country en meteen ook Merle Haggard via hun cover van ‘Life In Prison’. Op muzikaal gebied was dat een ommekeer in mijn leven. Maar met wie kon ik daar over praten? Haast niemand in mijn omgeving hield van country: het was muziek voor boerenkinkels en buitenlui. Tot ik Erik Van Neygen ontmoette, van de Belgische countryrockgroep Pendulum. Ik geloof dat hij de eerste was die ook naar Merle Haggard, Buck Owens en George Jones luisterde. Pas omstreeks medio de jaren zeventig vond ik een zielsverwant, Jos D., met wie ik nachtenlang naar Merle Haggard kon luisteren en in de Antwerpse volkse bars en kroegen opnieuw en opnieuw onze bewondering voor hem uitspreken. Vandaag hoor ik opnieuw en opnieuw ons van Duvels doordrongen gejubel weerklinken, ons euforisch gebral, doorspekt met citaten uit ‘Swinging Doors’, ‘The Bottle Let Me Down’, ‘Branded Man’ en ‘Sing Me Back Home’. Ja, ook Jos D. was een personage in een lied van onze held. De bars en het verdriet van de liefde, ongeneeslijke wanhoop, hebben hem de das omgedaan. Ik was sterker, denk ik. Zo valt me nu het trieste geluk te beurt dat ik me kan blijven onderdompelen in de muzikale wereld van de gebrandmerkte man die dank zij zijn groot talent, zijn originaliteit en zijn werkkracht erin slaagde een mythische held te worden. Merle Haggard is dood.

  merle haggard 1.jpeg

*tekst van Lennart Nijgh

13-01-15

DE SPIJKERS VAN CREATIEVE GEESTLOOSHEID

giotto_di_bondone_-_stygmatyzacja_sw__franciszka_1295-1300.jpg

Donderdag 8  januari 2015, omstreeks half vijf. Aan het kruispunt beneden aan mijn straat zie ik rechts van me tussen de kale bomen een blauw in de lucht zoals ik er nooit tevoren een zag. Het is een onaards blauw, een beetje turkoois, maar nog anders, dieper, mysterieuzer. Het licht van de zielen van de doden in Parijs? Hoewel een geloof in een hiernamaals en een opperwezen me geheel vreemd is.

De aanslag op Charlie Hebdo, een dag eerder, had me diep geraakt. Het is merkwaardig dat woede, afschuw, verdriet, ontreddering soms zo selectief zijn. Want er gebeuren elke dag moorden en aanslagen, ergere zelfs dan die in Parijs. Maar Charlie Hebdo was, hoewel ik het zelden las - ik ben geen trouwe lezer van strips, comics, graphic novels en getekende satire -, een tijdschrift dat bij mijn generatie hoorde, bij de tegencultuur, bij de late jaren zestig en vroege jaren zeventig; de redactie van Charlie Hebdo was een groep kunstenaars die nog altijd die geest uitdrukten, zij het scherper, agressiever, met meer verbittering en meer gevaar voor het eigen leven dan in die gouden dagen. Wolinski heb ik altijd bijzonder geestig gevonden.

Meteen zal de hele islamitische wereld met de vinger gewezen worden, dacht ik bijna meteen nadat ik het nieuws had gehoord. Dat is het tragische gevolg van zulke waanzinnige acties – die waarschijnlijk helemaal niet waanzinnig zijn, maar politiek beredeneerd.

Wat gaan we doen, nu we eigenlijk niet meer werkelijk kunnen spreken? Iedereen heeft wel een mening, maar wat zegt een mening? Onze woorden en ons begripsvermogen zijn al lang niet meer toereikend. De realiteit ontglipt ons. We worden allemaal radicaler, misschien vooral omdat we zo tot zwijgen veroordeeld zijn.

Op dertig jaar tijd van ‘Touche pas à mon pote’, de slogan van Harlem Désir, waar wij ons als antiracisten massaal achter schaarden naar ‘Je suis Charlie’, een uiting van solidariteit maar tegelijk van ontreddering en wanhoop. Overigens kan iedereen zich in ‘Je suis Charlie’ vinden – ikzelf ook – wat zeker niet het geval was met die andere slogan. In Figaro Magazine noemde de mystieke fascist Louis Pauwels de antiracisten debielen die aan geestelijk Aids leden.

Mijn eerste publieke reactie, na de gevoelens van verslagenheid en wanhoop, was een pleidooi houden voor de vrije meningsuiting, omdat dat wellicht de basis is van alle vrijheid. Het vrije woord, waar ik in de jaren negentig voor geijverd heb in het Arkcomité voor het Vrije Woord, dat de gelijknamige jaarlijkse prijs uitreikt. Die reactie was niet beredeneerd. Ik stond er zelfs niet bij stil dat miljoenen mensen hetzelfde zouden doen. Lang moest ik niet zoeken naar John Stuart Stuart Mill’s ‘On Liberty’ (1859). Op facebook plaatste ik dit citaat:

This, then, is the appropriate region of human liberty. It comprises, first, the inward domain of consciousness; demanding liberty of conscience, in the most comprehensive sense; liberty of thought and feeling; absolute freedom of opinion and sentiment on all subjects, practical or speculative, scientific, moral, or theological. The liberty of expressing and publishing opinions may seem to fall under a different principle, since it belongs to that part of the conduct of an individual which concerns other people; but, being almost of as much importance as the liberty of thought itself, and resting in great part on the same reasons, is practically inseparable from it. Secondly, the principle requires liberty of tastes and pursuits; of framing the plan of our life to suit our own character; of doing as we like, subject to such consequences as may follow: without impediment from our fellow-creatures, so long as what we do does not harm them, even though they should think our conduct foolish, perverse, or wrong. Thirdly, from this liberty of each individual, follows the liberty, within the same limits, of combination among individuals; freedom to unite, for any purpose not involving harm to others: the persons combining being supposed to be of full age, and not forced or deceived.

Dat moest volstaan. Ik had er verder geen mening over. Wat is een mening? Wel dacht ik al aan de noodlottige gevolgen van alle georganiseerde religies, van de politieke interpretaties van zogenaamd heilige teksten.  Ik heb me lang en intensief met religie beziggehouden, onder meer toen ik Milan Ryzls ‘Zoeken naar God’ heb vertaald en bewerkt.

Zonder ‘mening’ kon ik alleen nog soelaas zoeken in beelden en muziek. Ik beluisterde ‘Dead Souls’ van Joy Division. De krachtige song kan over veel gaan; ik hoor vooral innerlijke strijd en zeker ook wanhoop, dezelfde wanhoop die mij zo verlamde – en dat nu nog altijd voor een deel doet:
 
Someone take these dreams away
That point me to another day
A duel of personalities
They stretch all true realities.

Denis_Diderot.PNG

Op facebook plaatste ik een portret van  Denis Diderot, als symbool van de waarden van de Verlichting, met name van de vrije meningsuiting, en een reproductie van ‘De parabel der blinden' van Pieter Bruegel de Oude uit 1568. Dat werk vind ik interessant omdat het over bijbelinterpretatie gaat, met name of je al dan niet verplicht bent om je handen te wassen voor het eten. Bij mijn zoon, die in Parijs woont en werkt, vond ik een treffende tekening van de ‘Je suis Charlie’-slogan, die ik deelde.

Een dag later, op 9 januari, was mijn woede niet verwerkt. Ik nam weer mijn toevlucht tot muziek, en wel tot ‘Religion’ van Public Image Limited. John Lydon valt de katholieke kerk aan, maar de razernij is universeel.

Fat pig priest
Sanctimonious smiles
He takes the money
You take the lies

Boven de link naar het nummer schreef ik dit:

Misschien kan kunst de wereld niet redden. Maar religie kan de wereld alleen maar verwoesten. Judaïsme, christendom, islam, hindoeïsme, allemaal hetzelfde bedrog, allemaal leidend tot verblinding, fanatisme, geweld, oorlog.

Mijn woede was mede gevoed door het bekijken van een aflevering van Reyers Laat. Op een lagere en schofterige manier dan daar gebeurde kun je niet met de tragische dood van twaalf mensen omgaan. Bart De Wever zat er met zijn kop van pure haat de schuld voor de aanslag in de schoenen van gelovigen, communisten en socialisten te schuiven en samen met Mia Doornaert de hele islamitische wereld naar de verdoemenis te wensen. Zonder ook maar een ogenblik een poging te doen om iets te begrijpen van de context, de achtergrond, de geschiedenis van die weerzinwekkende gebeurtenis.

Nadat er wat kritische opmerkingen waren geformuleerd bij mijn atheïstische stellingname vond ik het nodig dat uitgangspunt te nuanceren. Niet omdat ik mijn kritiek van de godsdiensten wilde afzwakken, maar ter verduidelijking. Ik voegde eraan toe dat ik, nogmaals, een verdediger ben van de vrijheid van meningsuiting en bijgevolg ook van godsdienstvrijheid. Maar ik was en ben ervan overtuigd dat geen enkele godsdienst of belijder van een godsdienst het vrije woord, in welke vorm dan ook, mag belemmeren. Ik voegde er eveneens aan toe dat ik me nu niet opeens als de vijand van de moslims zag, ook al moeten we ons verzetten tegen elke vorm van fanatisme en tegen alle fanatici, waar ze ook vandaan komen. Ik schreef – in weerwil van mijn sprakeloosheid, van het gevoel dat de woorden niet meer volstonden – dat we zoveel mogelijk moesten nuanceren, naar elkaar luisteren, met elkaar praten.

wolinski-et-les-femmes.jpg


Wolinski had ik horen zeggen dat humor altijd links en vrijdenkend is. Rechts is verbitterd en zuur. Kijk maar naar de Antwerpse burgemeester en naar Marine Le Pen. Misschien zijn ze wel verstandig, slim, gewiekst, maar ze hebben geen gevoel voor humor. Hebben ze wel een ziel? Ik maakte inderdaad een onderscheid tussen links en rechts, met duidelijke sympathie voor de gauchisten van Charlie Hebdo, maar vond toch tegelijk dat we polarisatie moesten vermijden. Je kunt niet in alles consequent zijn.

Iemand vond dat ik de religie in een te negatief licht plaatste. Jezus, Mohammed en Boeddha predikten an sich gewoon liefde, schreef ze. Mijn aanval was inderdaad op de georganiseerde religies gericht, die vooral ideologisch en politiek gebruikt worden, meestal als dekmantel voor verwoestingen en veroveringen. De ‘strijders voor het geloof’ zijn blind voor de boodschappen van liefde van Jezus, Mohammed, Boeddha en andere ‘wereldverbeteraars’. Ze kennen geen liefde, alleen haat en wraakzucht. Of de wil tot macht, tot bezit. Het zijn veroveraars, of huurlingen van veroveraars. Als ze al lezen zijn het gesimplificeerde en verminkte internetversies van de heilige geschriften. Overigens: wie van ons leest Job? Prediker? Het Hooglied? Ik weet alvast dat Nick Cave ‘Het Evangelie van Marcus’ heeft gelezen. “Christus sprak tot me door Zijn isolement, door de druk van Zijn aanstaande dood, door Zijn woede over het afgezaagde, door zijn Verdriet. Christus, zo leek het, was het slachtoffer geworden van het gebrek aan verbeeldingskracht onder de mensheid, en was aan het kruis genageld met de spijkers van creatieve geesteloosheid.” Zo schrijft Nick Cave in het voorwoord bij het ‘Het Evangelie van Marcus’.
nick-cave-suit-photo.jpg

Alle religies bevatten waardevolle morele stelregels. Mensen met goede bedoelingen hebben ze bedacht, omdat ze van het leven hielden en van de andere mensen, van de kinderen, de dieren, de aarde. Ze mogen dan wel gedroomd hebben van verre paradijzen: bijna altijd ging het om dromen van paradijzen hier en nu. Denk aan Julian Beck’s ‘Paradise Now’. Maar zolang de religies bestaan zijn ze misbruikt om mensen te onderdrukken en uit te buiten, om ze tegen elkaar op te zetten, om onverdraagzaamheid en oorlogszucht aan te wakkeren.  Het is niets nieuws en het gebeurt nog steeds.

In alles wat ik doe blijf ik streven naar bevrijding van wat Bob Marley 'mental slavery' noemde. Mij lijkt de hypothese dat de vrije gedachte een hogere vorm van  bewustzijn is dan een denken dat zich onderwerpt aan instellingen, machtsstructuren, economische systemen, godsdiensten, et cetera, geen vorm van cultureel snobisme of elitarisme.  Maar het streven naar een universeel vrij denken, een werkelijk vrije gedachte, kan niet op fanatieke wijze gebeuren, dat is evenzeer duidelijk. Er is openheid van geest voor nodig, geduld, dialoog, luisterbereidheid, begrip.

De volgende dagen kon ik er niet aan weerstaan de vele stemmen die zinnige en onzinnige verhalen lieten horen over de aanslag op Charlie Hebdo en de andere tragische gebeurtenissen te beluisteren. Tientallen verhalen, boos, verontwaardigd, begripvol (niet voor de terreur, uiteraard), inzichtelijk, esoterisch, literair, historisch… Bij veel van wat ik las zat ik te knikken, soms met tranen in de ogen, soms met woede in het hart, soms tot nieuwe inzichten komend.

Een duidelijk en helder en juist statement vond ik bij een van mijn favoriete schrijvers, Ian McEwan:

"Murderous and self-sanctifying, radical Islam has become a global attractor for psychopaths. It has never been embarrassed to proclaim its list of hatreds: education, tolerance, plurality, pleasure and, above all, freedom of expression -- the freedom that underpins all others. Even more important than the abstractions are the people that jihadists hate and have killed: children, schoolgirls, gays, women, atheists, non-Muslims, and many, many Muslims. To that list we must now add the brave and lively staff of Charlie Hebdo, who hoped to face down hatred with laughter. The slaughter in Paris is a tragedy for the open society. On a dark night for mental freedom, a few fragile points of light: the calm, determined crowds gathered in cities across France; the hope that the general revulsion at these murders might have a unifying effect; the fact that a cult rooted in hate is a frail thing and cannot last; the fact that the psychopaths are vastly outnumbered."

In heel die periode was ik ziek. Ik had bronchitis, koorts. Op 29 december had Agnes op straat haar pols gebroken; ze was gestruikeld op de terugweg van de supermarkt. Ik moest mijn dagelijks leven geheel anders inrichten. Voor het eerst in lange tijd moest ik mij geheel inzetten voor iemand anders, op elk gebied, en voor mezelf. Het was en is moeilijk. Soms was ik blij met die nieuwe opdracht, soms stak de wanhoop weer de kop op. Door de ziekte was mij ook de mogelijkheid ontnomen vrienden te ontmoeten, te praten, te luisteren naar wat zij dachten en voelden.

Lezen is bijna altijd een vorm van troost. Ik las de voorbije dagen het meesterwerk ‘Light Years’ (1975) van James Salter. Een verbluffend boek, vol treffende beschouwingen over de aard van de mens en zijn omgang met wat er rest van de natuur en de seizoenen. Een boek over momenten van intens geluk, eros en liefde en over ontgoocheling, teleurstelling, verbittering, melancholie. Over diepe, bleke wanhoop. Het prachtige boek kon me niet troosten, integendeel. Maar ik putte er desondanks moed uit en citeerde dit:

“We preserve ourselves as if that were important, and always at the expense of others. We hoard ourselves. We succeed if they fail, we are wise if they are foolish, and we go onward, clutching, until there is no one – we are left with no companion save God. In whom we do not believe. Who we know does not exist.”

Na het beluisteren van zoveel stemmen, na het treuren, na de optocht van miljoenen sympathisanten van Charlie Hebdo, lijkt de stilte nog te zijn toegenomen. Het lijkt op een rouwproces maar het kan net zo goed een periode van bezinning zijn. Ondertussen is de wind opgehouden met rukken en wordt de hemel weer helder. Gelukkig zie ik op dit ogenblik dat uitzinnige, onwereldse blauw niet.
je suis charlie jean julien.jpg

Interessante artikels:

https://decorrespondent.nl/2324/Zo-bewijs-je-Charlie-Hebdo-misschien-wel-de-meeste-eer/17887105236-48fe7417
http://www.knack.be/nieuws/wereld/wat-we-misschien-van-de-duivelsverzen-kunnen-leren/article-opinion-524185.html
http://www.independent.co.uk/voices/comment/charlie-hebdo-paris-attack-brothers-campaign-of-terror-can-be-traced-back-to-algeria-in-1954-9969184.html
http://www.newyorker.com/news/news-desk/blame-for-charlie-hebdo-murders
http://www.salon.com/2014/11/23/karen_armstrong_sam_harris_anti_islam_talk_fills_me_with_despair/
http://www.liberation.fr/societe/2015/01/07/cohn-bendit-charlie-c-est-la-radicalite-anticlericale-c-est-pour-ca-qu-ils-ont-ete-tues_1175497
http://www.rferl.mobi/a/iran-journalists-demonstration-charlie-hebdo-massacre/26783226.html
http://www.rferl.mobi/a/iran-journalists-demonstration-charlie-hebdo-massacre/26783226.html
http://www.globalinfo.nl/Achtergrond/de-kleine-tegenstemm...

24-05-14

TEGEN ATTILA EN REGINA: EEN DISCUSSIE

1900 (1).png

Eergisteren, 22 mei, werd het leugenachtig gedoe van de kopstukken van de NVA me echt te veel. BDW had net verklaard dat hij wel premier wilde worden als het toch niet anders kon (ik citeer niet letterlijk). Bovendien werd ik misselijk van de bijna voortdurende aanwezigheid van die twee politici in de media. Voor een keer vond ik dat ik die woede en verontwaardiging openbaar moest maken. Altijd maar zwijgen is nergens goed voor, dacht ik. En dat denk ik nog altijd. Ik wil niet zelfgenoegzaam klinken, maar ben tevreden – over mijn harde woorden en over alle reacties die ze hebben uitgelokt, zowel de positieve als de negatieve. Omdat deze discussie in mijn ogen de vluchtigheid van een dag overstijgt wil ik ze bewaren op mijn blog. Hieronder vind je elk woord van mijn ‘oprisping’ op facebook, met alle reacties erbij, zonder enige wijziging.

Wat ik ook opensla, wat ik ook aanzet, om het even welk medium of sociaal netwerk ik raadpleeg, waar ik ook om mij heen kijk in dit bastaardland zie ik die twee leugenachtige boeventronies en hoor ik hun lelijke, valse, bedrieglijke, haat verspreidende stemmen. Wat word ik er misselijk van en wat word ik misselijk van al die goedmenende mensen, werknemers, werklozen, zieken, et cetera die niet misselijk worden van dit duo, die het zelfs toejuichen, die er hun zondagse kleren voor aantrekken en hun dure maar wanstaltige vlaggen voor hijsen. Van ondernemers die onze 'eigen' Attila en Regina alle steun bieden die ze maar kunnen word ik niet misselijk. Bedriegen en uitbuiten zit hen in het bloed: niets verbazingwekkends, niets tegennatuurlijks. Maar de anderen, degenen met wie ik me verwant zou kunnen voelen? Waar blijft jullie verontwaardiging, jullie woede, jullie razernij? Ja, waar blijft jullie strijdvaardigheid?

Het is waar: er bestaat geen groter kwaad dan domheid.

Marc Tiefenthal: Rustig, Martin Pulaski, zo'n vaart zal het niet krijgen. Volgens mij bestaat er een kans dat na de verkiezingen de pezewever de degens zou kunnen kruisen met dat addergebroed van een boef, het vleesgeworden cynisme genaamd Didier Reynders. En dan krijgt de pezewever toch wel alle hoeken van de Kamer te zien tot hij - opnieuw - uitgeteld in de koorden hangt. Ik maak me niet druk, ik vertrek volgende week op reis. Van mij dus geen woede, laat staan razernij noch strijdvaardigheid tegenover deze domheid. Voor een keer dan dat geboefte van een Reynders misschien toch nog iets betekenen.

Roen Hetzwoen: Beste pollentiekers, ik beloof jullie ook iets: allemaal een mot op ulder bakkes.

Jelena Lena: Onwil tot wetendheid.

Roen Hetzwoen: Echt waar, daar wordt ge nu toch gewoon ONNOZEL van zeg: allemaal die onnozele faits divers, het ene nog absurder dan het andere, die tegenwoordig rond je oren vliegen. Ik krijg gwn al schrik van fb nog maar aan te floepen. En dat allemaal door die gore maffia bende, want ik noem den ene (reynders) niet beter dan den andere (dewever): allemaal harteloos krapuul is het. Nu is het weer de Keizer van Oostende die de Groenen weer eens gaat proberen te naaien. En die groene rakkers, ocharme, die gaan weer zo onnozel zijn om zich te laten naaien en zullen er dan de volgende keren wéér de rekening voor gepresenteerd krijgen... manmanman....

Roen Hetzwoen: ...ne mens krijgt zowaar heimwee naar de tijd toen alles stevig verzuild was; toen het leven nog simpel was...

Eddie Janssens: Waarlijk, wat gij hebt gezegd, Matti.

Zels Yvo: Zonde van al dat weggesmeten campagnegeld...Dat had op zijn minst een nuttige bestemming kunnen krijgen.

Lut Pauwels: Zondag kan ik mijn woede ventileren.

Peter Cnop: Vanochtend kreeg ik door een vergissing dan nog Het Laatste Nieuws ipv mijn krant in de bus, en dan besef je, dat je er niet bij hoort, dat je vroeg of laat niet ontsnapt. Wat je ook doet

Pascal Cornet: Wat een vreselijke fout van uw facteur, Peter

Niven Brazent: Misschien was het helemaal geen fout, het is niet omdat Peter paranoïde is dat er geen planning zat achter die 'fout'.

Dominique Claerbout: Ben thuis van dinsdag... heb verleden week een hartinfarct gehad... De dokter raadt me een leven aan zonder stress, zonder woede, zonder verontwaardiging, ik vrees dat ik het niet kan... Ik ben niet de Dalai Lama... Bewuste mensen zijn overgevoelig en hebben een brandend hart, niets aan te verhelpen... Ik probeer de verkiezingen dit jaar aan mij voorbij te laten gaan, wat niet wegneemt dat ik een anti-stem zal uitbrengen tegen de ganse rotte boel... Ik troost me met de gedachte dat ik niet alleen ben, er zijn soortgenoten.... De grote politieke solidariteit van de jaren zeventig blijkt een uitgestorven dinosaurus te zijn... Alleen grote denkers, filosofen en kunstenaars en wetenschappers zouden beweging in het verkeerd draaiende wiel kunnen brengen, maar voorlopig is niemand blijkbaar bereid om in het vuur te springen.... Misschien moeten er eerst nog wat figuurlijke bommen ontploffen, wie weet...

Dominique Claerbout: De algemene domheid is inderdaad een reëel kwaad...

Anne Marie De Decker: Matti, alle ondernemers als bedriegers en uitbuiters bestempelen ...? Wie zijn wij wiens luxe gebaseerd is op de slavernij in de lageloonlanden? Het is goed in eigen hart te kijken

Slavery Footprint

slaveryfootprint.org

How many slaves work for you? There are 27 million slaves in the world today. Many of them contribute to the supply chains that end up in the products we use every day. Find out how many slaves work for you, and take action.

 

Niven Brazent: Eindelijk iemand die domheid niet met de totale afwezigheid van denken bestrijdt in deze post. Bedankt om een einde te maken aan de zelfgenoegzame masturbatie in deze thread, Anne Marie De Decker, je hebt voor de komende vijftien seconden mijn geloof in de mogelijke goedheid van de mens hersteld (geen ironie).

Martin Pulaski: Mijn excuses aan alle ondernemers die geen nationalistische partijen steunen. Deze hardwerkende mensen hebben mijn diepste sympathie. Ik koop veel liever een brood bij de bakker dan in een supermarkt en een boek in een boekwinkel dan in een keten. Ik had het specifiek over "ondernemers die onze 'eigen' Attila en Regina alle steun bieden die ze maar kunnen", grote bedrijven dus, die op ongeveer op dezelfde manier handelen als destijds Krupp en Siemens et cetera. Maar ik weet dat ik dit nationaalsocialisme niet mag vergelijken met dat van vroeger. Dat is een verkeerde manier van denken.

Gelieve dus rekening te houden met deze nuancering die in mijn woedeaanval-boodschap misschien onvoldoende duidelijk uit de verf is gekomen. En om heel duidelijk te zijn: ik ben helemaal geen communist, eerder een groene links-liberaal. Zondag ga ik groen stemmen en federaal zeer waarschijnlijk rood, maar dat is dan wel met veel tegenzin. Gelukkig kan ik in Brussel op vier lijsten stemmen.

Martin Pulaski: Dus, Anne Marie, ik heb het helemaal niet over alle ondernemers, maar over een kleine, specifieke groep. Er staat overigens geen komma na 'ondernemers'.

Marc Tiefenthal: Krupp en Siemens, Volkswagen en consoorten. De grote jongens, kortom. De concerns ook. De kapitalisten kortom. Die teren eerder dan werken.

Anne Marie De Decker: Beste Matti, ik weet (hoop) dat je woorden harder zijn dan datgene wat je bedoelt. Maar ik lees in je post ook een beoordeling over de 'andere' kiezer, en die beoordeling is zonder enige nuance 'dom'. Ik ben geen nationalist, N-VA of VB kiezer maar ik zou mezelf hypocriet en pretentieus noemen in geval ik de andere kiezer integraal en zonder onderscheid zou bestempelen als dom. Waarom? Omdat ik dan tegelijk besef dat mijn luxe grotendeels is gebaseerd op de miserie van anderen en ik daar veel meer kan aan doen dan wat ik nu doe. Niet door enkel op GROEN te stemmen maar door een deel van die luxe op te geven en door consequent eerlijke producten te kopen en door een deel van m'n geld te delen met anderen. Daarom, het is goed in eigen hart te kijken.  Liefs.

Niven Brazent: Het zou ontroerend zijn als het niet zo tragisch was hoe goed sommigen blijken te weten wie de goeden, en wie de slechten zijn. Wie de ‘kapitalisten’ zijn en wie de ‘slachtoffers van het kapitalisme’. Om bij een heel concreet voorbeeld te blijven: waar moet ik een boek kopen? Ik heb weet van een kleine ondernemer, zo’n “goede”, die er altijd weer in slaagt om de pers te halen (zonder dat zijn credentials ooit gecheckt zijn), die door geen enkele collega ernstige ‘goede’ onafhankelijke boekhandelaar au sérieux wordt genomen (onder elkaar noemen ze hem ‘de fantast’) en evenmin door al wie ooit op zijn loonlijst heeft gestaan (kleine kapitalisten en onderdrukte loontrekkenden zullen het roerend eens zijn als dat onderwerp wordt aangesneden), maar die er telkens weer in slaagt om onwetenden te laten geloven dat hij het alternatief is tegen het wildkapitalisme in de sector. Mij heeft hij het bv ooit proberen te lappen me een paar boeken te verkopen aan het drievoudige van de prijs waaraan hij ze een week eerder nog in zijn etalage had staan (zijn laatste exemplaren in zijn kelder). Daarom koop ik nooit bij hem, maar wel zonder scrupules bij de Fnac, bij de grootkapitalisten, de echte slechteriken: alle loontrekkende slaven op de boekenafdeling zijn er competent, geëngageerd, enthousiast en behulpzaam. Hun kennis is veel breder dan die van die witte ridder die altijd in de krant staat. De dienstverlening is er goed, het assortiment breed. Ik wil niet dat deze mensen ontslagen worden omdat de grootkapitalist boven hun hoofden ‘niet deugt’. Ook hun job is belangrijk. Omdat we tegen het kwaad van de domheid zijn.

Anne Marie De Decker: Niven Brazent, dankjewel (welgemeend!) voor deze bijkomende visie. Veralgemenen is dus nooit goed. Het voordeel van multinationals is dan weer dat de mogelijkheid om toezicht + controle te houden op de werkomstandigheden groter is dan bij kleine ondernemers (wat dan weer niet wil zeggen ...).

Martin Pulaski: Mijn woorden zijn niet harder dan hoe ze er staan. Woede en walging kunnen een mens parten spelen. Maar ik wil me niet verontschuldigen. Wat er staat is gemeend. Alleen te weinig genuanceerd, wellicht. Voorts zou ik nooit durven zeggen wie de goeden en wie de slechten zijn, toch zeker niet in absolute zin. Zelf hoor ik alvast niet bij de goeden. Maar in sommige gevallen besef ik wel wie bedriegers zijn, zeker als ze het keer op keer doen. En net als Wilhelm Reich vind ik het dom (of van onwetendheid en perversie getuigend) dat mensen een stem uitbrengen voor precies degenen die hen tegen hun belangen in willen gaan besturen. Het spijt me zeer dat ik dat dom vind. Waarmee ik niet wil gezegd hebben dat ik zelf vrij ben van domheid. Je hebt mensen die anderen dom noemen omdat ze denken op die manier als intelligent gepercipieerd te worden. Zo ben ik zeker niet, omdat ik volstrekt onbewust leef en nooit enig effect wil bereiken. Maar wat voor zin heeft deze hele confessie?

Liesbeth Lemmens: Omdat je het zo goed verwoord hebt, mag ik het sharen op mijn wall?

Martin Pulaski: Alles mag, Liesbeth... Maar er staat wel duidelijk 'ondernemers die...' en niet 'ondernemers, die...'.

Niven Brazent: De intrigerende vraag hoe het mogelijk is dat mensen in volle overtuiging hun stem uitbrengen op wie niet het beste met hen voorheeft, werd zaterdag jl behandeld door Patrick Loobuyck in De Standaard.

Martin Pulaski: Ja, het is een oude kwestie (ook behandeld in 'l'Anti-Oedipe' van Deleuze en Guattari).

Liesbeth Lemmens: Ik ken het verschil tussen met of zonder komma.

Martin Pulaski: Daar twijfel ik niet aan Liesbeth!

Hardy P.Paul: Ik ben er niet voor dat op sociale media mensen het nodig vinden hun politieke en filosofische overtuigingen menen wereldkundig te moeten maken. Vrienden van vroeger kunnen door omstandigheden en ervaringen, vanuit eenzelfde overtuiging groeien naar overtuigingen die haaks op elkaar staan. Moeten zij die niet akkoord zijn met wat er geschreven wordt zich stil houden in naam van die "oude" vriendschap of toch maar reageren met het gevaar dat zij verdoemd worden via tal van reacties? Ik blijf erbij, ik ben er niet voor dat men op sociale media...

Luc de Lange: Ik doe het ook niet maar vind het wel moedig van mensen die 't wèl doen èn het nog goed kunnen verwoorden ook.

Martin Pulaski: Rousseau begint zijn 'Bekentenissen' als volgt: Ik wil aan mijn medemensen een mens laten zien zoals hij werkelijk is en die mens, dat ben ik zelf." Dat was ook mijn intentie toen ik in maart 2005 aan mijn blog (hoochiekoochie) begon, wat uiteraard van in het begin al tot mislukken gedoemd was, want om te beginnen moet je er al zorg voor dragen dat je mensen die je dierbaar zijn niet kwetst. Desondanks heb ik dat project en de intentie niet opgegeven. Op facebook is dat niet erg verschillend: een mens laten zien zoals hij werkelijk is. In mijn geval is dat vaak - veel meer dan me lief is - er het zwijgen toe doen en de muziek laten spreken. Maar soms zeg ik eens wat en dan krijgen we iets zoals hierboven staat.

Het is mijn wens dat mensen op sociale netwerken of waar dan ook hun politieke en filosofische overtuigingen wel wereldkundig zouden maken. Duidelijkheid en openheid zijn goede zaken. Waarom zou je zwijgen over wat zo belangrijk voor je is? Uit angst om vrienden, kennissen te verliezen? Ik denk dat die kans groter is door niet open te zijn en niet open te staan, door je niet te tonen als de mens die je bent.

Ik zal nooit vriendschap sluiten met neo-nazi's of fascisten, maar al wie democratisch is is voor mij een potentiële vriend om kameraad, los van zijn of haar politieke of filosofische overtuigingen. Het is toch mooi om van 'mening' te verschillen en daarover te discussiëren. Niemand heeft de absolute waarheid in pacht. Je leert elke dag bij, zeker van andere mensen, met andere overtuigingen dan de jouwe. Anne Marie hierboven, die vindt dat ik ongenuanceerd denk, is een goede vriendin voor mij (ik hoop dat het nog steeds wederzijds is). Hardy P.Paul, ikbegrijp dat mensen op alle mogelijke manieren uit elkaar kunnen groeien. Maar moet je daarom zwijgen? Ik betwijfel dat. Zeker niet als het over fundamentele dingen gaat.

En wat ik nog een keer wens te herhalen. Ik heb geschreven: er bestaat geen groter kwaad dan domheid. Ben ik daarom intelligent? Ik dacht van niet. Ik geloof niet in perfectie, zuiverheid en zeker niet in het absoluut goede.

Marc Tiefenthal: Oké, maar het gemiddeld denken dat te snel gaat en dat denkt: hij is tegen domheid dus zal hij wel wijs of slim of intelligent zijn of zo. Hoezo? Hallo.

Martin Pulaski: Ja, we trekken vaak veel te snel conclusies, wellicht omdat we uitspraken niet in hun geheel met alle implicaties tot ons laten doordringen. Wellicht doen we dat zelfs niet als we ze neerschrijven.

Marc Tiefenthal: Daarom af en toe een kwinkslag, Martin Pulaski, dat relativeert behoorlijk en zet een mens aan het denken. De ondergravende functie van humor in dictatoriale tijden.

Martin Pulaski: Met een voorkeur voor galgenhumor, humour noir...

Marc Tiefenthal: Niet bepaald. Mag van alle kleuren zijn.

Martin Pulaski: Ja, natuurlijk, andere kleuren ook, zoals die van 'Singing In The Rain'.

Marc Tiefenthal: Want dansen helpt zeker ook, behalve in Iran.

Martin Pulaski: Ja, ja, en flauwe woordspelingen.

Marc Tiefenthal: Het is inderdaad niet mogelijk elke dag even sterke, zwaar gebalde woorspelingen uit te vinden. Maar het loont soms de moeite.

Anne Marie De Decker: Matti, zeker en vast ben je voor mij nog steeds een meer dan bijzondere hele goede vriend. Sta me wel toe om te zeggen dat ik een gesprek prefereer boven sociale media vooral over onderwerpen die toch wel emoties losmaken. De lichaamstaal, intonatie, ... die ermee gepaard gaan zijn voor mij een onmisbare aanvulling. Ik lees te diagonaal, dat kan ook, en reageer dan zeer waarschijnlijk ook heel diagonaal. Liefs.

Jorien Hamers: Spot on Martin Pulaski....Ik voel het ook zo...Mijn maag draait....XXX

 

woede, verontwaardiging, misselijkheid, subjectiviteit, discussie, nuances, politiek, media, leugens, bedrog, ondernemers, humor, stemmen, stemgedrag, onwetenheid, domheid, et cetera

Foto's uit '1900' van Bernardo Bertolucci.

07-01-14

IK HERINNER ME PHIL EVERLY

everlybrothers.jpg

Herinner ik me Phil Everly? Eigenlijk niet. Hoewel hij enkele mooie langspeelplaten heeft gemaakt, waaronder ‘Star Spangled Springer’ uit 1973, kan ik hem maar met moeite los zien of horen van zijn oudere broer Don. Vaak hebben journalisten het over de vele ruzies tussen de broers, zelfs Paul Simon kan het niet laten in zijn artikel in Rolling Stone. Maar vormen die ruzies niet de noodzakelijke keerzijde van de onmogelijke harmonie van de broers? Zijn ze er bovendien niet helemaal aan ondergeschikt? Voor mij wel; ik heb er zelden aan gedacht, waarschijnlijk omdat ik me die niet kon voorstellen, betoverd als ik was door hun hemelse stemmen.

Wat dat laatste betreft. Ik geloof dat het Georges Bataille was die het betreurde dat we zo vaak moeten terugvallen op religieuze concepten om het over schoonheid te hebben. Dat is zo en ik betreur het zelf ook. Misschien zou het beter zijn mocht ik er het zwijgen toe doen.

1961. Ik zal ongeveer tien zijn geweest, misschien ook wat ouder. Een van de eerste singles die mijn vader voor me meebracht, grijsgedraaid op de jukebox van zijn stamcafé de Metropole, was "Lucille / So Sad (To Watch Good Love Go Bad)" van the Everly Brothers. Hoewel ik hem al lang niet meer in mijn bezit heb herinner ik mij het vuurrode Warner Brothers-label nog. Dat plaatje was het begin van een levenslange liefdesgeschiedenis. In die periode begon ik meer en meer naar de radio te luisteren, gefascineerd, vaak met sneller kloppend hart. Zoals mijn oudere broer hield ik van Elvis, Eddie Cochran, Fats Domino, Connie Francis en nu ook The Everly Brothers. In de vroege jaren zestig zat ik iedere zondagmiddag bij de radio als Guus Janssen Jr. zijn “Tiener Topper Tijd" presenteerde. Veel Duitse kitsch maar ook uitstekende rock & roll; sommige liedjes zijn me bijgebleven, zeker die van Don en Phil, met als uitschieters uit die periode ‘Since You Broke My Heart’, een droef en tegelijk opzwepend nummer, ‘Crying In The Rain’ en ‘Temptation. Zelfs het sentimentele ‘Let It Be Me’ oversteeg de zoeterigheid van andere versies.

Vanaf 1964, door toedoen van onder meer the Beatles, the Rolling Stones en the Kinks, vergat ik de broers een beetje. Maar soms doken ze nog wel eens op, zoals met ‘Gone, Gone, Gone’, ‘The Price Of Love’ en ‘Love is Strange’. Pas veel later zou ik van dat laatste de geweldige originele versie – pure seks - door Mickey & Sylvia horen.

De broers kregen eindelijk weer enige erkenning – tot dan werden ze samen met the Beach Boys in het nostalgiehoekje gestopt - toen Simon & Garfunkel hun ‘Bye Bye Love’ coverden voor ‘Bridge Over Troubled Water’, verschenen in januari 1970. Net zoals Rick Nelson en Carole King werden ze daarna ook omarmd door de Love Generation en het 'langharig werkschuw tuig'.

 
Everly-Brothers-boudleaux.jpg

De Everly Brothers maakten niet alleen uitstekende singles, sommige van hun elpees zijn voor mij werkelijk onmisbaar geworden, al heb ik die pas jaren na hun verschijnen in hun geheel kunnen beluisteren. Ik denk vooral aan 'Songs Our Daddy Taught Us' (1958), ‘The Everly Brothers Sing Great Country Hits’ (1963), ‘Gone Gone Gone’ (1965), ‘Two Yanks In England’ (1966, met enkele nummers die the Hollies, altijd al grote fans, voor hen schreven), ‘Stories We Can Tell’ (1972) en vooral ‘Roots’ (1968). Ja, 'Roots' is hun hoogtepunt, een album dat mee aan de basis lag van wat al gauw country-rock zou worden genoemd. Ik ga er hier niet dieper op in: elders op hoochiekoochie vind je er meer over.

everly-brothers.jpg

Don en Phil Everly zijn voor mij altijd de beste broers geweest, hun samenzang de mooiste samenzang. Harmonieuzer nog dan die van de andere zingende broers, de Louvins, de Stanleys, en intenser dan de  harmonie van the Hollies en the Beatles (zij het dat hun songs wat minder ingenieus zijn dan die van Lennon en McCartney, hoewel hun reguliere songschrijversduo Felice en Boudleaux Bryant ook niet mag onderschat worden). Nu ja, hun invloed op zowat iedereen die van enige muzikale (en vocale) betekenis is in de geschiedenis van de popmuziek is gekend.

En nu is Phil Everly dood... Het jaar is nog maar net begonnen. Goodbye baby boy Phil.

05-08-13

OOIT WAS ER EEN TIJD*

Angela_Winkler_Wald_Vermummt.jpg

Opgedragen aan Def Jam (Rick Rubin & Russell Simmons) en ‘Renaldo & Clara’.

1.

“"I need a radio inside my head", zei Kate Moss (in een blauw niemendalletje)."Vanop een redelijke afstand lijk je op Kate Moss”, zei Zazie, haar beste vriendin. Zo werd me verteld, zonder dat me evenwel bewijsmateriaal werd overhandigd.”

“Veertig jaar geleden nu wandel ik in een Luxemburgs bos of lig ik, dat is ook heel goed mogelijk, neer tussen of onder varens en braam. Opgelet voor de tekens, hoor ik Zazie nog roepen.”

“Je zag me nooit in een rode Cadillac, geeft maar toe, maar hoe je op me geilde in mijn wit linnen pak in Firenze gekocht, zonder een cent op zak. Een voorschot met hasjiesj als rente.”

“Aldaar, in Albergo Firenze, een wat wordt genoemd luizig hotel, geen al te grote en schone kleerkast, een kleine houten notenhouten tafel en een watermanpen om Dante’s grote voeten te tekenen. Nog niet in het bezit van het wit linnen pak.”

“In 1970 werd ik in een Germaanse wei wakker met honderd gram Rode Libanon onder m’n slaapzak.  Ik had er pijn in de rug van gekregen. Jongen wat werd ik ziek van dat spul.”

“Weet je nog: de sleutels van onze cel weggegooid, bang voor de nieuwe gestapo? Onze weg naar huis geschooid. Die vreselijke grens over. Door de Duitse nacht. Huiverend van elk geluid, bv. het ademen van koeien. Je huid nog niet leer gelooid door de bleierne zeit."

"Je denkt toch niet dat ik over mezelf ga rijmen. Of ben je gek of wat? Ofwel is het te veel ofwel te weinig. Een rebel, je moet wel dwaas zijn, een rebel in een beschaving waar iedereen zegt, ik ben ik, aan mij valt niets te schaven."

“Ach zo, Zazie, wat doen ze dan met hun billen en borsten en buiken en kinnen en schaamlippen en…”

“Wat maakt het allemaal uit! Drink beter tequila als een Alfredo Garcia.  Drink absint als Van Gogh en August Strindberg. Drink whisky als Warren Oates. Maar fuck al die andere shit. Vroeger was je misschien wit. Nu ben je zwart als de Borinage in de ogen van de jonge Van Gogh en schrik je in je spiegel van een vleeurmuisneus. Nu schrik je van je naamval. Nu schrik je van een apenfamilie op je rug. A tight unit, dat wel. Drink beter Jägermeister in botervlootjes  met op de onderzijde het stempel van Meissenporcelein, mijn liefste.”

“Terminator”, zegt ze. “Ik word al spoedig een Terminator, gonna clean up this town, Pussycat, al die lavabogestapo’s ga ik de keel oversnijden.”

Saint_Anastasia_of_Sirmium.jpg

2.

“Verschil je van een reptiel,  op dit moment dat twee uur duurt, op dit moment waarop je  zomaar in het wilde weg een vrouw in scharlaken wilt kussen, alleen maar om te kussen. Wie ben je als je staat te wachten in een druk of verlaten station. Te wachten op een trein naar Frankfurt, Bradbury,  Bombay, een trein naar Trst. Wie ben je als je zegt, "ik word nooit oud, ik heb daar het vel niet voor"? Wie ben je eigenlijk, Martin Pulaski?  Wat doe je met je ziel, wat doe je met je leven? Als je vrienden sterven, als je vrienden weggaan voor goed, of op bedevaart naar graven van geplagieerde schrijvers en leeggezogen muzikanten. (Bidden doen ze niet, wees maar gerust.)”

(Het was een dag dat het voor altijd regende. Een dag van de triffids. Van de bodysnatchers.)

“Ooit was er een tijd toen je je zo fijn kleedde. Een kort jurkje, een doorkijkbloes. Begeerde je alleen haar kleine borsten, haar roze lippen? Zij was goed opgevoed. Spuwde niet op de grond maar in je gezicht. Zo verwarrend, jongen, dat je de persoonsvormen vergat. "Ben ik Shaft?", zei je? "Dirty Harry?" "Ben ik Captain America, Julien Sorel"? Of gewoon een bankbediende met je haar geknipt, een scheiding aan de linkerzijde?”

“Je vader was in het verzet, zat in een kamp in Oostenrijk, een boerderij waar veel gelachen werd. Over de donkere grens."

“In Duitsland vond ik mijn vrouwen en dichters, Margareta von Trotta, Rainer Werner, Rilke, Angela Winkler, Drafi Deutscher en al de anderen. Ik wil zo weinig mogelijk namen noemen in een gedicht. In een gedicht over onder andere mijn aangezicht.  Dat ik bijvoorbeeld van Umbrië houd, zeg ik niet eens.”

“Je bent eenvoud. Een punk met drie akkoorden & the truth.  Een mogelijke dief, avonturier, dichter, cracker, iemand die bij Financiën werkt, of subsidies toekent aan mannen met revolvers en zieke kinderen in winderige steden aan zee, bijvoorbeeld in Trst, waar iedereen alles vergeet altijd. Je hebt de champagne en het feest begint. Iedereen heeft respect voor je. Anders slaan je wilde jongens je wel op je smoel. Niet letterlijk natuurlijk (en het zijn ook geen wilde jongens. Ze zijn goed opgevoed. Gingen naar de beste scholen.)”

“Je roept namen om. Je kunt het niet laten, aan omroepen verslaafde. Robert Musil, Van Zandt, Umberto D., Lighntin’ Hopkins, Robert Guidry, Rainer Ptaceck, Grimm, Max Beckmann, Jacques Vaché, Lucia Bosé, Lord Byron. Je bent nauwelijks wantrouwig  jegens wie je omroept. Als ze maar Jägermeister drinken. Een goedgelovige omroeper, een punk ben je. Je kent maar enige beroepen en eigennamen die iets betekenen. Schippers, zwaardvechters, glasblazers, galeiboven (die kunnen ontsnappen), Michel Simons, Barbara Lodens, Brandon DeWildes, Anastasia’s van Sirmium.”

“De mensen zien je dronken en zeggen: “Hij is weer zat.”  Ze zien niet dat je weder opstaat. Nadat je vuistslagen krijgt van engelen op zoek naar geld voor crack. Ze zien niet dat je weer opstaat en terugkeert naar je leeg landschap, niets dan zand met in de verte een mysterieuze wachttoren. Altijd komen uit de poort, komen over de valbrug twee pratende blauwe vrouwen in niets onthullende brokaten gewaden gehuld. Wat had je anders verwacht?”

dirty harry.jpg

 

*Nieuwe versie van: REBEL WITHOUT A PAUSE : ZELFPORTRET ZONDER ZELF (27-02-09)

...

Foto's:
1. Angela Winkler
2. Anastasia van Sirmium
3. Dirty Harry 

21-02-11

STILTE

 

 

1. Heidegger

 

Het is stil.

Het blijft stil.

De rivieroever je naam.

De oceaan je naam.

De volle maan je naam.

De bars met hun Manzanilla en Mahou je naam.

Bar El Cura je naam.

Bar Central Station je naam.

 

Overal roept het je.

Overal waar het stil is.

Wenkt het je.

Ze wenken je.

Gebaren je.

Je krijgt tekens.

 

Denk je dat getekend geketend is?

Je denkt het niet?

 

Ze wenken je.

Ze willen zeggen.

Ze aarzelen.

Stotteren, wie, wie, wie.

Ze willen je zeggen wie je bent.

Ze willen zeggen wat je bent.

Ze vragen naar je zijn.

Je dagelijkse pijn.

 

Het lachen tussendoor.

Als een entr’acte.

Als een attractie.

 

Je denkt iets te verstaan.

Je denkt iets te begrijpen.

Of ze je verstaan?

Of ze je begrijpen?

Een vreemde taal is het.

De woorden worden niet uitgesproken.

Wit als spoken zijn ze.

Witte taal op witte pagina’s.

Witte woorden.

Uitgewiste woorden. Zoals gedachten

Weg uit het geheugen.

 

Het is stil.

Het blijft stil.

De stilte van een storm.

Als je niets meer hoort.

Tenzij je wilde gedachten.

De stilte van een storm

Die je een nacht wakker houdt.

De stilte van een oceaan.

Met zijn golvende razernij.

Eerst ver, dan zo nabij.

 

 

Spoken, geesten op het toneel

Verschijnen als sterren in een spektakel.

Als in een opera de volle maan.

Desdemona en Hamlet kussen elkaar.

 

Gelaten laten ze zich gaan op de wind.

In de wind, streng uit het Westen.

Eerst wit.

Daarna opeens veelkleurig

Zoals de baljurken van MGM-filmsterren.

Of van vlinders in een vlinder-Abu Graib.

 

Spoken, geesten in de wind.

En gedoofd vuur.

Verstilde adem.

Na het laatste uur de laatste tocht.

Over de laatste muur geklommen.

 

De stilte -

Voor de woorden.

Er is nog niets bedacht.

Seks, spoedgevallen, voetbalschoenen.

Niets.

Ook niet waar je overnacht.

 

De dingen zeggen geen woord.

Nee, zeker de dingen niet.

Ook al ben je in hun midden.

In hun geraas en gebral.

Ook al maken de dingen je gek

Met woorden in je hoofd.

De dingen zwijgen.

 

Alleen je hartslag 

Neemt zienderogen toe.

 

 

2. Wittgenstein

 

Je empirische hart

Dat niets kan vatten

En niets vertaalt.

Heel je leven lang

Dit en dat door elkaar haalt.

Blind als het is.

Zonder een jong hoofd van jou

Om het ritme, cadans 

En begrip te geven.

Om wat klein beven te schokken.

En elke schok te beleven.

 

Als was het een vis aan de haak

In een zwarte haven

Snakt de maan naar lichte woorden.

Of zijn het moorden

Als je ze droomt? Als je bij me komt.

Als je naam binnenregent

Regeert je vloedgolf in mijn bloed.

 

  

 

(17 februari 2011, Volle maan,  Sanlucar de Barrameda)

 

30-05-09

CARPE DIEM i


janebirkin3


Morgen reizen we voor de derde keer naar Umbrië. Op mijn verjaardag, de laatste die ik nog echt wil vieren, ben ik in Spoleto, een kleine, lieflijke stad, die me dierbaar is. Het zal er regenen, en kouder zijn dan hier, maar dat maakt niet uit. Het leven is er intenser; de natuur, die de stad lijkt te omhelzen, werkt dat in de hand. In die omgeving wil ik best wel ouder worden, come rain or shine. Ik zal over de Romeinse brug lopen, die Goethe in zijn ‘Italiaanse reis’ vol bewondering beschrijft, en aan de overkant waar kruiden en wilde bloemen groeien een heidens gebed bedenken. ’s Avonds wordt er goed gegeten, truffel is de specialiteit van de streek, en de wijn uit Montefalco lest bijzonder goed de dorst. Ja, na alle voorbije ellende, kijk ik er naar uit, zoals alle mensen die op reis gaan of vakantie nemen.

Meestal ben ik ziek alvorens ik op reis vertrek, maar nu niet. Nu is mijn zoon ziek en ligt hij in een hospitaal, met een onduidelijke aandoening. Maar het gaat beter met hem, bloedanalyses wijzen op niets kwaadaardigs, en hij eet weer. We houden contact en als zijn toestand toch zou verergeren ben ik vanuit Rome snel in Parijs. Maar zijn toestand zal niet verergeren, daar vertrouw ik op.

Het zal de eerste keer in mijn leven zijn dat ik niet ga stemmen. Maar lig ik er wakker van? Nee, niet echt. Ik lig van andere dingen wakker, onnoemelijke dingen, maar niet meer van de spektakelpolitiek. Politici willen ons almaar vrijheid verkopen, en andere leuke dingen, maar we weten heel goed dat we niet vrij zijn. Zelfs vogels zijn niet vrij, zong Bob Dylan al toen hij nog heel jong was. De enige vrijheid is de dood. Dat is geen pessimistische gedachte, integendeel: we zijn niet vrij, maar wel verantwoordelijk voor onze daden. Daarom zou ik, ondanks mijn wantrouwen en vaak zelfs afkeer van het politieke circus, zeker gaan stemmen. Mijn keuze was al gemaakt: ik zou voor de groenen stemmen, wellicht voor Ecolo hier in Brussel, of anders voor Groen!: het is het minste kwaad. Zij hebben een project voor de toekomst. De financiële belangen, die bij de andere partijen zo’n grote rol spelen, en het fascisme van de zwarte partijen zullen dat project natuurlijk proberen te dwarsbomen – maar we mogen niet berusten in hun donkere macht. Elke burger in dit land moet zich verzetten tegen het wilde kapitalisme, het ‘empire’, dat blind en boosaardig vernietigt wat mooi en kwetsbaar is. Er is niet veel verschil meer tussen de traditionele en de extreemrechtse partijen: zij hanteren stuk voor stuk een nationalistisch discours. ‘Eigen volk eerst’ is de onuitgesproken slogan geworden van bijna elke politicus die graag op televisie komt. Overigens blijven de media dit oprukkend nationalisme in de hand werken. Bijvoorbeeld in hun bewieroken van extreme nationalisten als Bart De Wever, de “intelligentste en meest geliefde politicus” van Vlaanderen. Ik geloof dat iemand als Bart De Wever nog schadelijker is voor dit land en voor onze toekomst dan om het even welke Vlaams Belang-politicus. Als je die mannen al politici mag noemen, demagogisch en demonisch als ze zijn.

Ik zou vooral voor de groenen stemmen, Nederlands- of Franstalig, omdat zij de solidariteit tussen alle bevolkingsgroepen belangrijk blijven vinden, en omdat zij begaan zijn met de toekomst van onze kleine planeet. Ik ben in een bepaald opzicht een voorstander van het Carpe Diem, maar niet tegen elke prijs. Doch ik ga niet stemmen, ik onttrek me aan mijn verantwoordelijkheid, ik ga de dagen plukken. De eerste keer in mijn leven.

Mogelijk bereik ik meer met deze tekst dan met het uitbrengen van alleen maar een eenzame stem? Hoochiekoochie is toch ongelooflijk populair! Ik heb over de hele wereld verspreid duizenden trouwe lezers! Laat me dat als troost, of excuus. En over veertien dagen ben ik terug om de mogelijke schade onder ogen te zien. De schade die extremisten mogelijk aan mijn dierbaar België hebben aangericht. Geniet alvast van de mooie, lange dagen! En vergeet eros niet, Dionysos, de liefde, het verlangen, de lust, de genoegens van de zomer. Carpe Diem!

 

 


Afbeelding: Jane Birkin plukt de dag.
 

 

20-03-09

ART BRUT VERSUS DE ROZE BALLETTEN


onlythelonely

Een week lang heb ik niet geschreven en nauwelijks gesproken. Daarover schaam ik me en voel ik me schuldig. Waarom? Ik weet het niet. Misschien omdat het lijkt alsof ik geen strijd heb geleverd tegen de leegte, en de chaos daarachter… Het kan zijn dat chaos zich op de voorgrond bevindt en de leegte erachter, als er al van een leegte sprake kan zijn. Maar ik wil het niet moeilijk maken, omdat de zon schijnt en omdat ik niet overweg kan met al wat moeilijk is, net zomin als met schuld en schaamte.

Wat heb ik de voorbije dagen dan toch uitgespookt? Interesseert het je? Over het werk dat ik doe om mijn brood te verdienen zal ik het niet hebben. Ik doe het werk – wat van me verwacht wordt doe ik zoals het hoort, maar ik doe het moeizaam, omdat ik moe ben en uitgeblust op dat gebied. Ik heb de indruk dat op het werk enkele stukken worden opgevoerd, vrij degelijke kluchten, maar altijd dezelfde, in steeds dezelfde volgorde. De acteurs doen hun best (ik ben een van hen), maar het publiek kent het repertoire door en door. Als je dan tussen dat publiek gaat zitten bestaat het gevaar dat je psychotisch wordt. Dat je niet meer weet waar je hoofd is en waar je voeten zijn. Roep je dan “brand!” en loopt iedereen de zaal uit? Of is dat in een nachtmerrie of in een werk van Kierkegaard, die twijfelaar?

Gisteren was ik ziek, misselijk, het leven beu, vooral het bedrog en het zelfbedrog. De illusies die je nodig hebt om te overleven. Ik was nog meer uitgeput dan anders, doordat ik eergisteren eerst de hele dag had gewerkt (tijdens de lunchpauze naar een boekwinkel gesneld voor een dik boek van Gilles Deleuze),  daarna gegeten in de Mirante, een goedkope Italiaan die almaar duurder wordt, en daarna met Laura, zoals ik haar noem, en vervolgens naar een extatisch concert van Animal Collective was geweest. Ik ben geen concertenrecensent. Laat ik daar dan maar best zoveel mogelijk over zwijgen. Ik vond het inderdaad extatisch, en werd er zelf extatisch van, zonder drugs, zonder iets. Zo extatisch dat ik niet eens voelde hoe moe, hoe ziek ik wel was. Animal Collective deed mij denken aan the Beach Boys in 2021, the Fleet Foxes wild tekeerd gaand in een hedendaagse Gold  Star studio en gebruik makend van alle mogelijk schuiven en knoppen. Animal Collective deed mij vooral denken aan Mercury Rev, zonder evenwel de hypnotiserende, sprookjesachtige waanzin van Jonathan Donahue. Ik vroeg aan een meisje naast me of die animale stemmen haar niet aan the Fleet Foxes deden denken. Ze had nog niet van the Fleet Foxes gehoord, terwijl ik toch haar vader had kunnen zijn. Na afloop van het concert zweefde ik rond, je zal het wel vermoeden, in een parallel universum. Toch is het echt waar dat een zeer jong meisje me zei dat ze met me wilde trouwen, terwijl haar vader en mijn Laura erbij stonden. Een mens maakt wat mee! Polygamie is niet toegestaan in België, zei ik (in het Frans). We zullen daarom naar Salt Lake City moeten verhuizen. Want twee vrouwen in mijn nabijheid vind ik wel goed, getrouwd of niet  getrouwd. Gelukkig drong ze niet aan en moesten we op tijd naar huis. Wat in Brussel niet echt moeilijk is: alles gaat dicht om middernacht, tenzij de louche zaken, waar de bekende roze balletten worden opgevoerd.

Dinsdagavond was ik met een vriendin in het Paleis voor Schone Kunsten. Een avond gewijd aan mijn geliefde schrijver Cesare Pavese. Af en toe moest ik de tranen onderdrukken. Er werden tegen een zeer expressieve achtergrond – een decor van Jan Vanriet – zeer mooie fragmenten uit het oeuvre van de Turijnse auteur voorgelezen. Een mooie vrouw als Hilde Van Mieghem in de stem horen kruipen van de melancholisch-mannelijke auteur bij uitstek is een ervaring die je niet vergeet. Het leven van Cesare Pavese is een tragisch verhaal. Maar de schoonheid van zijn melancholie, van de melancholie van zijn zinnen, maakt van de tragedie een troostend gedicht. Dank zij de geniale aanwijzingen vanuit een of andere satelliet verdwaalden we die avond in Brusselse steegjes die aan Turijn deden denken, hoewel ik daar nooit ben geweest. Weer thuis dronk ik een Orval en nodigde koortsachtig vrienden uit voor een etentje. Ik mag de eenzaamheid niet koesteren. Ik ben Cesare Pavese niet.

Gisteravond, na een hele dag geprobeerd te hebben om uit te rusten, vond ik peace of mind dank zij ‘Only the Lonely’ van Frank Sinatra. Ik had nooit voordien gehoord hoe betoverend die plaat, die stem is. ‘Willow Weep For Me’, ‘Guess I’ll Hang My Tears Out To Dry’ – en ‘One For My Baby’! Wat een songs! En daar bovenop, of eronder, nog eens de arrangementen van Nelson Riddle. Na een tweede luisterbeurt, en wat lekkere vis, was ik als genezen. Maar ik dacht aan K., een vriendin in Antwerpen die het moeilijk heeft. Het gevoel van te falen stak weer de kop op. Hoe komt het dat ik mensen die ik graag zie niet kan helpen? Ik heb alleen maar woorden, en soms blijven zelfs die in mijn strot steken.

Ik zag de film ‘Elegy’ van Isabel Coixet, een gevoelig verhaal over een oudere intellectueel die verliefd wordt op een jong meisje, een intelligente en zeer charmante studente. Een melodrama, met enige overacting, maar het grijpt je naar de keel, zeker als je daarvoor ‘Only the Lonely’ twee keer hebt beluisterd. Ik, oudere man, zou echter nooit verliefd worden op Penélope Cruz. En als ik Penélope Cruz zou zijn zou ik zeker niet verliefd worden op Ben Kingsley. Maar het leven is kort. En goed, ook deze film biedt weer de troost van de melancholie.

Deze week luisterde ik veel naar Neil Young. Ongeveer alles wat hij heeft opgenomen steekt boven de andere zogenaamde populaire muziek uit. Niemand heeft ooit op zulke intense manier uiting gegeven aan zijn emoties, kunst gemaakt van zijn emoties. Ik heb het niet over klassieke muziek en jazz. Ik heb het over primitieve kunst, art brut in zijn zuiverste vorm. Alleen muziek kan ons nog redden.

Daarnaast heb ik mij zeer geërgerd aan facebook en mij het lot van Gunther Martin aangetrokken. Maar dat is een verhaal voor morgen of de dag daarna. Een lang en zeer ontluisterend verhaal. Laat mij nog dit zeggen: ik heb vaak stilgezeten, maar ik heb niet stilgezeten. Nu zet ik opnieuw de stilte aan.

“Are you also frightened?”

 

19-11-08

OP REIS GAAN NAAR HET ZUIDEN IS NIET GOED VOOR JE


hemelsblauw

In november zijn de dagen hier van een trieste eentonigheid. Met moeite raak je uit je bed, met tegenzin sta je onder de douche, poets je je tanden. Zelfs de koffie smaakt niet. Je vroegere gezwindheid heeft plaats gemaakt voor stramme leden. Eer je de ingang van metrostation Bizet hebt bereikt lijkt er een uur verstreken. In de metro lees je niet meer. Je wacht tot je er bent. Er. Op je werk zit je te werken, te geeuwen en te wachten op de avond. Om je heen hoor je gepraat, maar je begrijpt er niets van. Waar hebben ze het over? Michelangelo, warme woonkamers, de prijs van aardgas, kleine wijzigingen aan adviezen en rapporten? Je vreest dat je doof wordt, wat vreselijk zou zijn, want stemmen van zangers en zangeressen zijn je enige troost. Als je thuiskomt leg je meteen een plaat op. Je zou de volumeknop naar rechts willen draaien, maar dat past niet meer bij je leeftijd. En wil je de jonge benedenburen storen? Maar luide muziek zou heerlijk zijn, zou je even met dit donkere novemberland kunnen verzoenen. Led Zeppelin, the Who, Jimi Hendrix Experience, the Gun Club, the Clash.

Op reis gaan naar het Zuiden is niet goed voor je. Wat mis je, elke keer meer, het zinderende licht. Het blind en doof makende licht. Het licht dat liefde aan je onttrekt en ze aan de aarde schenkt. Je mist het zo erg dat je hier niet meer kan wennen, niet meer kan wonen.

Foto: Martin Pulaski.
 

19-02-08

STEMMEN EN STEMMINGEN II


Willem_Dafoe

Vreemd hoe de stem van de jonge John Cale bijna altijd gevoelens van euforie bij me weet op te wekken. Nu bijvoorbeeld met het nummer ‘Please’, een bonustrack op de onvolprezen eerste solo-elpee, ‘Vintage Violence’. Ik ben een stemmengek, daar heb ik al meermaals overgeschreven, maar ik besef nu dat het bij iemand als John Cale toch zeker ook om de melodie gaat, waar die euforie al in potentie in aanwezig is. Bij een andere stem, die mij ook telkens weer doet wegsmelten, die van Hope Sandoval, is het melodieuze even belangrijk.

Toch is melodie geen sine qua non om de stem een diepe indruk op mij te laten maken. Ik denk nu bijvoorbeeld aan Willem Dafoe, en met name aan de film ‘Light Sleeper’ van Paul Schrader. Telkens als ik die vrij middelmatige film - met een buitengewone acteerprestatie van Willem Dafoe – bekijk, krijg ik tranen in de ogen als ik de eenzame John LeTour aan een waarzegster hoor vragen of zijn geluk nu werkelijk opgebruikt is. Die tranen komen er niet alleen door de inhoud van die vraag maar ongetwijfeld ook door het timbre van Dafoes stem.

Na een voorstelling zag ik Willem Dafoe eens aan de toog van het kaaitheatercafé staan. Wat had ik hem graag aangesproken om hem te zeggen hoezeer ik hem bewonderde, maar ook om hem daar in dat café het woord tot mij te horen richten. Ik was echter te schuchter en bleef zitten waar ik zat.  En heel vaak als ik Mark Lanegan hoor zingen denk ik aan die scène uit ‘Light Sleeper’ terug, en krijg ik weer een krop in de keel. Mark Lanegan lijkt mij een even eenzame man als de fictieve John LeTour, en zijn stem lijkt wat op die van Willem Dafoe.

Bij mij moet de televisie altijd erg luid staan, zodat ik de nuances in het spreken van actrices en acteurs heel goed kan horen. Iets absurders dan een acteur wiens stem gedubt wordt kan ik me niet voorstellen. De - kennelijk autobiografische - monoloog die Marlon Brando afsteekt in ‘De laatste tango in Parijs’ van Bertolucci is zo broos en nog veel unieker dan een vingerafdruk dat wie die stem door een andere laat vervangen gevangenisstraf verdient. Ja ik ben toch wel een stemmengek.

12-05-07

VERGETEN VROUWEN III

gillian welch,alt country,stemmen,zangeressen,vrouwen,pop,country,sofie,vriendschap,oostende,david rawlings

Gillian Welch, de charmante dame op de foto, maakte samen met haar compañero David Rawlings 4 uitstekende cd's: Revival, Hell Among The Yearlings, Time (The Revelator) en Soul Journey. Die laatste plaat kwam uit op 3 juni 2003, vier jaar geleden, wat meteen de reden is waarom zij uit mijn geheugen was verdwenen. Flauw excuus! Aan Gillian Welch heb ik het te danken dat ik bevriend ben geraakt met de zeer charmante Sofie uit Oostende, een grote fan van miss Welch. Hello cowgirl in the sand!

10-05-07

VERGETEN VROUWEN

vrouwen,zangeressen,stemmen,pop,popcultuur,blues,soul,jazz,rock,gospel

Die top-50 van uitverkoren vrouwenstemmen was bij nader inzien geen goed idee. Kan schrijven uit ergernis ooit wel een goed idee zijn? Zo is die lijst er inderdaad gekomen: als een spontane uiting van ergernis na het (gedeeltelijk) beluisteren van een radioprogramma op radio 1, “vrouwen die er toe doen”, en meer nog na het lezen van de volledige lijst op de website van diezelfde radio. Ik heb dan in zeven haasten mijn eigen lijst gemaakt, rechtstreeks uit het geheugen puttend. Nu is het geheugen niet helemaal betrouwbaar, zeker dat van mij niet en het is dat nog minder na een nacht slecht slapen. Een nacht goed slapen is een mooie droom die ik al heel lang koester. Waarom heb ik ervoor gekozen om alleen maar pop-, country-, blues- en soulzangeressen in de lijst te zetten? Omdat radio 1 dat ook had gedaan? Er is zoveel meer muziek, er zijn zoveel meer stemmen. Waarom die afwijzing van klassiek geschoolde stemmen? Waarom zoveel Engelstalige zangeressen? Allemaal vragen waarop ik geen bevredigend antwoord kan geven. Bovendien vergat ik een aantal van mijn favoriete Engelstalige vrouwenstemmen, met name Nico, met de meesterwerken Chelsea Girl, Desertshore en The Marble Index op haar palmares, en Neko Case, van onder meer Fox Confessor Brings the Flood. Maar op de lijst ontbreken even goed Vashti Bunyan, Marianne Faithfull, Kim Gordon, Julee Cruise (verbluffend in Twin Peaks), Kristin Hersh, Merry Clayton, Aimée Mann, Marissa Nadler, Eleni Mandel, Elis Regina, Misia, Mariza, Cesaria Evora, Elizabeth Schwarzkopf, Christa Ludwig, Maria Callas, Catherine Bott, Solveig Kringelborn, Dawn Upshaw, Ute Lemper, Lotte Lenya, Lydia Mendoza, Amalia Rodriguez (hoe kon ik haar vergeten!), Dagmar Krause, Marta Sebestyén, أم كلثوم of Oum Kalsoum, Cheika Remitti, Janet Baker, Andrea Kast, Kiri Te Kanawa, Montserrat Caballé, Barbara Hendricks, Cecilia Bartoli, Beverly Sills, Katia Ricciarelli, Joan Rodgers, Peggy Lee, Darlene Love en duizend en een andere zangeressen, sterren, diva’s, nachtegalen (en onterecht onbekenden).

vrouwen,zangeressen,stemmen,pop,popcultuur,blues,soul,jazz,rock,gospel

Oum Kalsoum, 1926.

22-04-07

STEMMEN, STEMMINGEN


isabelle huppert































In boeken, films, toneelstukken, ga ik zelden of nooit op zoek naar structuren. Ik laat me liever meeslepen door het narratieve, en betoveren door woorden, zinnen, beelden; af en toe zie ik een symbool en blijf dan even stilstaan bij de betekenis. Maar meestal glijd ik over de oppervlakte verder. Ik houd van originele uitdrukkingen en ‘echte’ dialogen. Ik houd van films waar niets in gebeurt; een mooi voorbeeld is In The Mood For Love van Wong Kar Wai. Natuurlijk gebeuren er wel allerlei dingen in die film, maar ik bedoel: er wordt niet geschoten, gevochten, gemoord, men loopt niet met grote machinegeweren rond, er verschijnen geen groene monsters, niets van dat alles. En ik kan dat allemaal missen. De films van Rohmer zijn ook een mooi voorbeeld. Daar wordt vooral in gepraat, en, vaak via de woorden, verleid. La collectioneuse, Le genou de Claire. Of de vele uren durende films van Jacques Rivette, zoals La belle noiseuse, over een schilder en zijn model. De schilder blijft aan de oppervlakte van zijn model, haar huid, haar ogen. Ja, haar ogen, de ogen van Emmanuelle Béart, een van de mooiste vrouwen van de wereld. 

Ja, ik blijf ook graag aan de oppervlakte. Ik ben geen intellectueel, wel een moreel mens. Ik denk en handel intuïtief. Ik hoef niet diep te graven om te weten wanneer iets verkeerd is, wanneer een mens slecht is. Is het een zesde zintuig? Alleszins weet ik meestal van een moreel slechte mens dat hij een moreel slechte mens is. Aan een kunstwerk zie ik ook vaak of het echt is of fake, zonder er eerst over te lezen. Het is wel prettig om er achteraf wat over te lezen. Om te vernemen wat ik nu eigenlijk heb gezien. Wat betekenden die rozen op de achtergrond, of die dode vogel op de voorgrond? Maar ik moet die betekenissen niet noodzakelijk allemaal kennen om van een werk te kunnen genieten. Ik ben geen intellectueel, ook al staat mijn kamer vol boeken en liggen ze nu al in stapels op de vloer en op de tafeltjes. Ik lees die boeken ook wel, maar louter voor het plezier van de tekst, voor het genot. Wijzer word ik er niet van, geloof ik. Ik blijf altijd dezelfde naïeve dromer. I don’t want to lose that teenage feeling. Het enthousiasme moet blijven, als dat er niet meer is, hoeft het voor mij niet meer. Ach, ik zal wel een hedonist zijn. Zou ik dat erg moeten vinden?

Ik houd ook zo van stemmen. Stemmen van actrices en acteurs in films. Delphine Seyrig in Le jardin qui bascule, die van Sami Frey in dezelfde film, de stemmen van Caroll Baker en Jean Simmons in The Big Country, de stem van Jean-Pierre Léaud in de Antoine Doinel-films van Truffaut. De stem van Arletty in Les Enfants du Paradis. De stem van Isabelle Huppert in La pianiste (en in alle andere films waar ze in meespeelt). De stem van Bruno Ganz in Der Amerikanische Freund. De stem van Willem Dafoe in Light Sleeper. De kinderstem van Brandon DeWilde in Shane. (Brandon DeWilde was later een goede vriend van Gram Parsons, en stierf net zoals zijn vriend op jonge leeftijd, zij het in zijn geval niet van de drugs maar in een auto-ongeval). Marlon Brando’s stem in Last Tango In Paris, in On The Waterfront. Sissy Spaceks verhalende stem in Badlands, die van Linda Manz in Days Of Heaven. Wat zou er met Linda Manz gebeurd zijn? Nooit meer iets van gehoord. Sam Shepard – in Days Of Heaven een man van weinig woorden - leeft alleszins nog. Hij speelt zelfs mee op de nieuwe cd van Patti Smith, nog zon’ bijzondere stem. Ja, natuurlijk ook de stemmen van zangers en zangeressen. De stem van Bob Dylan in Just Like Tom Thumb’s Blues. Die van Kris Kristofferson in Me And Bobbie McGee. De stemmen van The Be Good Tanyas. De stem van Chan Marshall. De stem van Eleni Mandell, de mooie stem van Françoise Hardy. De stem van Aretha Franklin in Try Matty’s, die van Billie Holiday in I Cover The Waterfront. De fictieve stemmen van Tess, Madame Bovary en Anna Karenina. De goddelijke stem van Teresa Salgueiro. Goddelijk bij wijze van spreken. Duizenden stemmen, miljoenen stemmen. Een oneindig aards en hemels koor dat over de aardse en hemelse liefde zingt en over een eeuwigdurend Pasen, een eeuwigdurende Summer of Love.

Foto: Isabelle Huppert.

20-11-06

UIT HET HART (EEN LANG VERHAAL KORT II)

misia,astrud gilberto,porto,fado,herman brood,vrouwen,stemmen,james joyce,miranda richardson,muziek,pop,rock,cuby and the blizzards,ramones,alfred doblin,franz biberkopf,namen,paula rego

Zeven dagen lang op en af door de rua Alegria, van en naar het hotel. In de Rua de Passos Manuel koop je op een zonnige dag cd’s van Madredeus (O Paraiso), Mariza (Fado Curvo), Cesaria Evora (Miss Perfumado) en Mísia (Drama Box). Misia heeft je inmiddels helemaal ingepalmd. Op 4 december ga je samen met Theo H. naar haar concert in het Koninklijk Circus. Een koninklijke drama queen uit Porto in een koninklijke concertzaal. Drama Box bevat herinneringen aan Maria de Medeiros, Ute Lemper en Miranda Richardson. De laatste een van de mooiste Britse stemmen, ook als de moordenares Ruth Ellis, in Dance With A Stranger (scenario van Shelagh Delaney), een film waar mijn zoon als kleine jongen helemaal weg van was. Wat je volkomen begreep, je wilde zelf zo’n kleine jongen zijn, betoverd door Miranda Richardsons stem, en door de blik in haar ogen. 


Je denkt nu onwillekeurig – neen, niet werkelijk onwillekeurig - aan Herman Brood, die je in de jaren zeventig verfoeide, vooral vanwege de drugs en de slechte smaak; nu heb je echter het gevoel dat je hem enigszins hebt miskend. In de sixties bewonderde je hem nog als pianist van Cuby & the Blizzards en als herrieschopper. Maar dat hele gedoe met Wild Romance – en die leren broeken en al dat zweet - stond je niet aan. Je droeg toen zelf witte pakken, uit Firenze afkomstig. Excuseer, ik was even afgeleid: die verdomde kranten ook.

Je geeft je over aan de clichés van een stad en tegelijk ontwricht je ze ook. Fado komt oorspronkelijk uit Lissabon meen je je te herinneren, zoals Fernando Pessoa en al zijn heteroniemen, zoals Amalia Rodriguez. Toch hoor je die bijna denkbeeldige fado uit vele huizen in de binnenstad van het oude Porto opklinken. Mísia groeide op in Porto. Ze is niet zuiver op de graat wat de fado betreft. Wat een prachtige stem ook! Portugees is misschien de mooiste, de meest muzikale taal van de wereld. Luister naar Astrud Gilberto’s Take Me To Aruanda, een lied waar Haruki Murakami je de weg naar wees. Niet dat je The Girl From Ipanema niet kende. Ja, in het Engels zingt zij – maar het blijft een Braziliaanse stem. Luister daarna naar haar liederen in de Portugese taal: Tristeza, So Tinha De Ser Com Voce. Haar stem zalft zachter dan palmolie.

En dan ga je opieuw via metrostation São Bento naar de Ponte Dom Luis I tot aan Jardim do Morro. Daar, aan de overkant, in de Gaia wijk, ga je langs de oever van de Douro wandelen, langs de portozaken en de bootjes voor de toeristen. Je laat je niet verleiden voor een bezoek aan een portomagazijn. De geur, de sfeer volstaan. Geen polonaise aan mijn lijf, Alfred Döblin indachtig, Franz Biberkopf. Opeens staat hij hier voor je, de anti-held par excellence, met in zijn gevolg tal van uitvreters die jenever drinken en sardientjes uit blik eten. Tom Waits begeleidt hun schranspartij met een hemels-helse versie van Danny Says, de beste song van the Ramones. Die jongens zijn nu bijna allemaal dood. Ook weer zo’n droevige zaak.

“Hangin' out in L.A.
And there's nowhere to go.
It ain't Christmas if there ain't no snow.
Listening to Sheena on the radio.
Oh-ho oh-ho."

Om tranen bij in de ogen te krijgen. Ook als je aan zo’n vijvertje zit in het park van Palácio de Cristal en je denkt aan je jeugd, en aan de verwoesting van de tijd en de gedane zaken die geen keer nemen. Zou je niet beter alles de rug toekeren, zoals Portugal tot voor kort met Europa deed? Nu nog steeds de ogen gericht op de oude oceaan. Jij aan verwarring ten prooi, nu in deze tekst. Was je echte mentor de bijna blinde James Joyce, tegen wie Vivane Demuynck als Claire Goll gisteren in 'Alles is ijdelheid' zo tekeer ging? Gisteravond in het Kaaitheater herinnerde je je weer waarom je zo’n afkeer had gehad van die Claire Goll. Een vrouw zonder betekenis, die zichzelf als het centrum van de wereld beschouwde. Zoals Alma Mahler. Zoals Yoko Ono. In tegenstelling tot de miljoenen vrouwen die wel een centrum van de wereld zijn. Paula Rego. PJ Harvey. Patti Smith. Neko Case. Virginia Woolf. Jane Bowles. Isabelle Huppert. Ach. Namen noemen is soms zo vervelend. Aan de Cais da Ribeira is het heerlijk flaneren, en in de meer binnensteedse straatjes. Overal lekkere vis en de wijn van de Douro. Blijven dagdromen, jongen, de tijd tikt door, blijven dromen, tegen de tijd, tegen de demonen, de machtshongerigen.

Foto: Misia en Maria de Medeiros.

19-11-06

UIT HET HART (EEN LANG VERHAAL KORT I)

bar,oceaan,steden,porto,vriendschap,stemmen,lautreamont,zon,isidore ducasse,herbie hancock,strand,conversatie,cristina regadas,david lynch,kkk,pulaski,casimir pulaski,cafes,francis bacon,ronette pulaski,cafe majestic

Je drinkt Bitterzoete Beirao-likeur, ’s avonds in een bar aan de oude oceaan.“Oude oceaan, je bent het symbool der volkomen gelijkheid: altijd aan jezelf gelijk. Jij verandert niet wezenlijk, en als je golven op één plaats in opstand zijn, dan verkeren zij wat verder, in een andere streek, in de volmaaktste rust. Jij bent niet als de mens, die op straat stil blijft staan om te kijken naar twee buldoggen die elkaar naar de keel vliegen, maar die niet stil blijft staan, als er een begrafenisstoet voorbijgaat; die vanmorgen genaakbaar is en vanavond in een slecht humeur; die vandaag lacht en morgen huilt. Ik groet je oude oceaan!” Dat schreef Lautréamont in De zangen van Maldoror. Of mal d’aurore? Isidore Ducasse, in Montevideo geboren, in Brussel gepubliceerd. In die bar, daar, aan de oude oceaan. Muziek van Herbie Hancock op de achtergrond, Canteloupe Island, terwijl we converseren over Parijs, Brussel, Amsterdam, Porto. Door de bizarre verlichting lijkt het strand op een maanlandschap. Snelle foto’s, alsof de momenten eeuwig willen duren. In een kleine auto over de brede boulevard, en door de nauwe, steile straatjes. De nieuwe metro dendert over de brug van de Belgische architect Théophile Seyrig, de Ponte Dom Luís I, wij tevoet over het gangpad ernaast, diep onder ons het verlokkelijke water van de Douro, dat het land binnenstroomt. Op de heuvels in de verte de druiven. De naam van de architect wekt herinneringen op aan de diepbetreurde actrice. Delphine Seyrig. In galerij 111, tegenover het Palacio de Cristal het verbluffende werk van de Portugese kunstenares Paula Rego. Vrouwen die veel weten van het leven, die tederheid en berusting uitstralen in de nabijheid van hulpeloze varkens. De mannen even hulpeloos als de varkens. Oker, groen, oud roze, bruin. Wastafels, een man met schildpaddenhanden, abortus als een soort van mysterie. Een portret van een zachtaardige jongeman die nooit meer zal boksen. De ogen doen een beetje denken aan die van dokter Paul Gachet, de oren aan een boer in Novecento. 


Later in park van het Palacio de Cristal, waar je helemaal alleen op een eilandje zit te mediteren. Het zeer mooie park van Fundaçao de Serralves. De zalvende warmte van november. De sobere, strakke metrostations met de opschriften in een buitengewoon stijlvol lettertype. Een koude vrijdagnacht op een onbekend plein in het hart van de oude stad. De vriendinnen van Cristina zijn dronken. Wat ze allemaal niet willen weten over België. Ze zeggen dat het in België altijd donker is. Neen, zeg je, in de zomer schijnt er de zon. Zelfs nu nog, in de late herfst. Een van hen studeert filosofie. Maar alcohol nivelleert ons, maakt ons leden van een groot broeder- en zusterschap. Misérable miracle.

Hoe Agnes en Cristina elkaar vinden. Hoe ze praten over familietragedies en elkaar herkennen in hun zeer persoonlijke doden. Zelf heb je het gevoel dat er een ander leven begint in Porto. Een beter leven. Geld speelt geen rol meer, tijd, vergankelijkheid. Ofwel, alles is vergankelijk. Waarom je er dan nog langer zorgen over maken? Het vriendelijke personeel in het hotel aan de Rua da Alegria. Een van de mooiste cafés van Europa is café Majestic in de Rua de Santa Catarina, de winkelstraat van Porto. Bij Zara koop je witte hemden, gestreepte t-shirts (denkend aan Andy Warhol).

In weer een andere bar, jaren zeventig stijl, lang na middernacht, drink je bier en discussieer je met Cristina over Francis Bacon. Zijn geweld schrikt haar af. Je vertelt over je schuilnaam, Pulaski, waar hij vandaan komt. Dat je niet wist dat Pulaski een stadje was in het Zuiden van de Verenigde Staten, waar de KKK werd gesticht. Er zijn daar trouwens meer stadjes die Pulaski heten. Dat je je daar over schaamt. Maar dat generaal Casimir Pulaski, een vrijheidsstrijder was. Je hebt je pseudoniem in Twin Peaks gevonden, de serie van David Lynch, vertel je haar. Ronette Pulaski was helemaal aan het begin van de serie verkracht en gefolterd door een bende wilde vetzakken. Daarna lag ze voortdurend in het ziekenhuis. Je vond het een gepaste naam voor je openbare alter ego. De rest heb je pas later ontdekt. Nu moet je ermee door het leven. En hoochiekoochie dan? Dat schijnt slang te zijn voor zuipen en neuken. Dat wist je natuurlijk wel. Je hebt die naam met veel ironie gekozen. Het laatste wat men van je kan denken is dat je een macho bent. Voor Muddy Waters is het echter een perfect epitheton ornans, zonder dat het in enige mate afbreuk doet aan de waarde en de schoonheid van zijn blues. Vaak heeft Cristina het over haar geliefde vriend die in Amsterdam werkt. Hij is een Bosniër. Hij is bij het leger geweest. Een ongelovige moslim. Hoe kun je geloven, na zulke wrede burgeroorlog? Hoe kun je hoe dan ook geloven als er ooit een KKK werd gesticht? We praten alsof ons leven er van afhangt. En het is waar: ons leven hangt ervan af. De vriendschap is het hoogste goed.

Foto: Martin Pulaski, Cristina Regadas.

08-10-06

DE HERFST VAN DE MOOIE VROUWEN

anderlecht,stemmen,verkiezingen,vrouwen,identiteit,veranderen,wafels,exotica,stem,guillaume bijl,despina,ryan adams,voodoobilly,identiteitskaart,kunst,performance,conceptuele kunst,memento,christopher nolan,namen,handen wassen,belgie,huisdokter

Omstreeks 2.20 uur ben ik uiteindelijk, na veel getreuzel en gedoe, mijn stem gaan uitbrengen. Ik had eerst goed de folder met de instructies gelezen, zodat ik niets verkeerd zou doen. In het stembureau, een zaaltje van het Anderlechtse voetbalstadion, werd ik vriendelijk bejegend, ondanks of dankzij het rode westernhemd dat ik voor de gelegenheid had aangetrokken. Ik had dat ook al aan bij het concert van Ryan Adams, vorige donderdag. Hiermee is bewezen dat het kledingstuk geschikt is voor zeer uiteenlopende gelegenheden, waarvoor mijn dank aan een winkeltje in Budapest dat Voodoobilly heet. Als je een winkel al kunt bedanken?


Dat ik geen identiteitskaart bezat werd als de normaalste zaak van de wereld beschouwd. Wellicht heeft de helft van het Anderlechtse kiespubliek geen identiteitskaart. Op elke hoek staan dieven op de uitkijk. Het kleinood is zeer in trek, meer dan vlijmscherpe messen en fonkelende diamanten. Heden ten dage wisselen mensen graag van identiteit. Zo’n kaart is dan een noodzakelijk attribuut. Maar dat allemaal terzijde.
Ik moest de brief waarin zwart op wit en in kleur te lezen viel wie ik ben even afstaan en mocht me dan naar het stemhokje begeven. Meteen gingen mijn gedachten naar mijn oude vriend Guillaume Bijl, die ooit op een van zijn tentoonstellingen stemhokjes van over heel de wereld bijeenbracht. In mijn eigen stemhokje probeerde ik het scherm aan de praat te krijgen met mijn rechterwijsvinger, zonder enig resultaat. Ik wilde al mijn beklag gaan doen, maar dan herinnerde ik mij gelukkig weer het foldertje: je moest gebruik maken van een elektronisch potlood! Zo heb ik toch geen gek figuur geslagen. Ik had op voorhand de namen en de nummers van de lokale politici op mijn linkerhand geschreven, een beetje in navolging van de protagonist uit Christoper Nolans Memento (met mijn geheugen gaat het ook niet altijd even goed; stel dat ik in een vlaag van vroegtijdige dementie met mijn potlood een cirkel zwart zou hebben gemaakt naast de naam van zo’n vermaledijde blokker!, maar het is waar, dan moet je het al heel erg zitten hebben).

Ik heb mijn handen al een paar keer gewassen. Voor het eten, na het eten. Ja, tijdens het weekend nemen wij de Spaanse gewoonte aan van om drie uur te lunchen. Voor het plassen, na het plassen, enzovoort enzoverder. Maar het zal wel inkt van goed kwaliteit zijn want de namen en de nummers staan nog altijd goed leesbaar op mijn linkerhandpalm. Ik zal ze even overschrijven voor de nieuwsgierigen onder u:

9. Elke
21. Hilde
27. Kristel
30. Leila
38. Despina
45. Fadila

U ziet het, of u ziet het niet: het zijn allemaal vrouwen, drie Nederlandstalige, drie Franstalige, mijn stem netjes verdeeld over twee van onze taalgemeenschappen. De Franstalige dames hebben echter exotische namen, ze zullen wellicht van vreemde origine zijn. Mooi zo! Perfect! Hoe exotischer België wordt, hoe beter. Voor de rest zijn ze even Belgisch als u en ik. Wie weet trouwens wat de essentie van het Belg zijn is? want ik weet het niet hoor. Lange tenen, grote oren, kaalhoofdigheid, vroegtijdige dementie? Water uit het kraantje? Jean-Claude Vandamme? Guillaume Bijl? Tom Boonen? Paul-Henri Spaak? Zo kan ik nog wel een tijdje doorgaan, ik ben heel goed in opsommen en vragen stellen.

Ik ben tevreden over de stem die ik heb uitgebracht. Stem? Het zijn zes stemmen, zoals in de goede oude tijd, toen het aantal stemmen dat je kon uitbrengen rechtevenredig was met je rijkdom. En terwijl jij als man ging stemmen voor tientallen andere mannen bleef moeder de vrouw lekker thuis om wafels te bakken. Of niet soms? We mogen daarom niet klagen: we zijn er sindsdien enorm op vooruitgegaan. En toch klagen we en willen we dat de dingen veranderen. Wat willen we dat verandert? Op de terugweg kwamen we onze huisdokter tegen. We bleven even praten. Denk je dat er nu iets zal veranderen, vroeg hij. Ik vroeg me af aan wat hij dacht dat er zonodig moest veranderen. Laten we het hopen, antwoordde mijn levensgezellin. Wat bedoelde zij daar eigenlijk mee? Hoe beter wij elkaar kennen, hoe slechter wij elkaar kennen. Dat is een feit. Niemand kent niemand. Misschien moeten we dat eens proberen te veranderen.

Van die zes vrouwen voor wie ik heb gestemd is Despina de mooiste. Toevallig heeft ze ook de mooiste naam. Ik hoop dat ik haar ooit leer kennen. Ik hoop van u hetzelfde.

17-03-06

SPREKEN OF NIET SPREKEN


Probleem van het begin van de 21ste eeuw: de onmogelijkheid om te spreken over de werkelijkheid. Alles is oppervlakte, stijl, metataal, beeld. Velen zitten opgesloten in hun lichaam en kunnen niets uiten over wat er rondom hen gebeurt. Wat er rondom hen gebeurt is het andere, het vreemde. Zelfs hun eigen lichaam ervaren ze als iets vreemds, als iets wat moet veranderen. In de magazines gaat het vaak over zulke mensen: plastische chirugie, een andere kop voor mij. Andere oren, poten. Ook op televisie, in talkshows, in reality-shows. Hun lichaam is niet van hen. Weg ermee! Andere symptomen: zelfverminking, body art, autisme, toxicomanie en seksverslaving.

Jijzelf spreekt ook niet graag meer. Als je sommige mensen - vooral beroemdheden, popsterren en dergelijke, maar ook ‘belangrijke’ mensen zoals vorsten, politici en hoge ambtenaren - bezighoort, denk je vaak: zwijg toch, jongen, wat een gelul, wat een nietszeggendheid. Blaas niet zo hoog van de toren! De werkelijkheid is elders. Niet in jouw woorden. Ga eens een kijkje nemen, buiten. Je denkt dat niet altijd, er zijn uitzonderingen. Willem Dafoe hoor je graag praten, alleen al voor het timbre van zijn stem. Mark Lanegan heeft ook zo'n stem. Heel mannelijk, denk ik. Het zijn stemmen die me soms wel eens aan houthakkers doen denken. Ik was beter zelf houthakker geworden, houthakkers moeten niet praten. Tenzij tegen de bomen. Of spreek ik mezelf weer tegen? (Denk nu niet dat ik niet graag vrouwenstemmen hoor.)

29-03-05

STEMMEN, ACTRICES EN ZANGERESSEN

 anne alvaro,bottelarij,pj harvey,agnes jaoui,pop,muziek,film,fernando pessoa,stemmen,andromache,le gout des autres

Anne Alvaro.

Eindelijk nog eens genoten van een Franse film: Le goût des autres van Agnès Jaoui. Een subliem moment is de scène waarin Castella (Jean-Pierre Bacri) geraakt wordt door de ziel van het theater en tegelijk ook in vuur en vlam schiet voor de actrice Claire (Anne Alvaro). De ‘goede smaak’ wint het voor een keer van de onverschilligheid en de botte zakelijkheid. Ik denk dat het de stem van Claire is die zulke verstrekkende gevolgen heeft, de stem van Bérénice, de stem van Anne Alvaro. Deze film getuigt van veel liefde voor het theater; hij geeft je alvast zin om de werken van Racine te (her)lezen en indien mogelijk te gaan zien. Ik herinner me dat ik een tweetal jaar geleden nog zeer genoten heb van de Andromache-voorstelling van Paul Peyskens in de Bottelarij (KVS). Ik dacht toen dat ik me erg zou moeten inspannen om zo’n klassiek stuk te kunnen appreciëren, maar dat bleek helemaal niet het geval te zijn. Tragische heldinnen liggen mij wel. Eigenlijk heb ik een zwak voor zowat alle actrices en zangeressen kunnen voor mij ook niet veel verkeerd doen. De voorbij dagen heb ik nog geboeid zitten luisteren naar Uh Huh Her van PJ Harvey. Ook zij heeft iets van een tragische heldin, ook al is ze dan een 50 ft. Queenie.Voor dronken nachten word ik te oud, ook al heffen wij het glas (de tientallen glazen) op de verjaardag van een radicale breuk in onze persoonlijke geschiedenis en vieren wij ineens ook de mooiste dag van het jaar. De ellendige nasleep van zo’n feest duurt ettelijke dagen. Misschien is de tijd aangebroken van soberheid, van abstinentie, van water en eenvoudig brood. Misschien… Maar terwijl ik dit schrijf hoor ik al de belletjes rinkelen van het carpe diem. Zal ik dan toch in de voetsporen van Fernando Pessoa moeten gaan? Dat getuigt dan wel van weinig persoonlijkheid, van weinig karakter. Ja, ik weet het, ik bijt in mijn eigen staart, ik ben een oeroboeros… Voilà, zo is het weer goed geweest.

24-03-05

DE GEEST VAN ROCK & ROLL


little richard

Tequila als medicijn tegen nostalgie en afgrijzen. De dagen na 1956, na Hongarije, na de wereldhonger van de twee verbeten broeders. Het groene loof en de dennen lachten hem toe toen hij met zijn jonge bruid de paden plat trad. Maar het sprookje bevatte ook een beproeving: verbanning in een oneindig woud. Lang voor het midden van het leven vond hij al geen uitweg. Mission Impossible. Kuifje in de hel, tussen de vijanden in nonnenkleren, die hem nog het liefst van al dood hadden geknuppeld.Een wildernis, nog zonder beschaving. Tenzij die van de zoetere huid van de jonge vrouwen voor wie hij danste als een bosgod. Je had zijn grimassen moeten zien, zijn rubberen gewrichten. Allemaal voor de witgejurkte bosmeisjes. Zij vonden hun orgasme uit tijdens zijn ontdekking van de rock & roll. Graag hadden ze hem in hun bed genomen. Maar er waren hindernissen, heilige en schijnheilige normen. Was hij niet veel te jong?

Overigens droomde hij zelf van een andere, zuivere liefde voor een meisje even ongeschonden als hij. Zo bestonden er volgens hem twee, de ene een Griekse, de andere half Hongaars. Veronica S en Henriëtte P. Was hij een vriend van de vreemden? Ja. Het kon ook niet anders. Hij was zelf een vreemde.Hij dacht, laten we maar eens écriture automatique proberen. Zoals in de naïeve tijd na 1956. Maar hij denk teveel na. Keer terug in de tijd… De tijd dat hij gekweld en gelukkig was. Een heilige die de wereld van goud zou maken, dacht hij. Hoe? Dat zou hij onderweg wel zien. Mission Impossible. Voorlopig was er toch al het lichaam, zacht en hard als koorts. Vrouwen werden zwanger en bevielen...

Niet dat alles gesmeerd liep. Ze waren geen machines, liepen niet op wieltjes. Voorlopig waren er boeken. Hendrik Conscience, Dostojewski, Tolstoj, Alexandre Dumas. Voorlopig was er rock & roll. Wat hij rock & roll noemde. Elvis Presley. Het verdriet van Connie Francis en het wild genot van Wanda Jackson. Fats Domino met zijn platte kop en New Orleans funk. The Land Of 1000 Dances. Little Richard’s oerschreeuw. De geboorte van de soul en meteen ook van de zwarte country in de stem van Ray Charles. Alles moest nog beginnen: weelderige angsten, tulpensnijdend lachen.

Weet je wat je bent? Een benevelde agrariër. Armand zei dat, en hij had gelijk. En alles wat je zegt ben je zelf. Uit rock & roll geboren. Was dat Nietzsche, die dat zei?