22-02-13

HERINNERINGEN AAN KEVIN AYERS

kevin1.jpg

Kevin Ayers is dood. Hoewel ik hem maar enkele keren heb ontmoet – het waren intense, onvergetelijke uren – beschouwde ik hem in mijn verbeelding als een ware vriend en in werkelijkheid als een lange afstandsvriend. ‘I have a friend I’ve never seen, he hides his head inside a dream’ zingt Neil Young in ‘Only Love Can Break Your Heart’. Het zou over Kevin Ayers kunnen gaan, en een klein beetje over mezelf.

Ik hield van zijn songs, zijn stem, zijn elegantie, zijn merkwaardige schoonheid, zijn speelsheid, zijn intelligentie. Toen ik hem ontmoette was ik nog naïef. Hij vertelde me waar the Soft Machine vandaan kwam. Van William Burroughs. Net zoals Steely Dan. Kevin Ayers vertelde me dat er logica in dromen zit. Kijk naar de bananen op zijn schaakbord (op de hoes van ‘Bananamour’).

Kevin Ayers was een muzikant met een ziel, geen showman. Dat zie je meteen op het livemateriaal dat er op YouTube voorhanden is.  Hij hield van Nico, beschouwde haar als een vrouw met talent en niet als een freak. Over haar heeft hij het mooie ‘Decadence’ geschreven. Op Ayers’ meesterwerk, ‘The Confessions Of Dr Dream And Other Stories’ uit 1974, zingt Nico mee (op ‘Irreversable Neural Damage’, een titel waar ik destijds weinig van begreep, geestelijk gezond als ik was). Op zijn platen liet hij zich begeleiden door voortreffelijke muzikanten zoals David Bedford, zijn oude vriend van the Soft Machine Robert Wyatt, de jonge Mike Oldfield, Steve Hillage, Ollie Halsall en Lol Coxhill. Niet voor niets heette zijn band ‘The Whole World’.

Syd Barrett, die hij wellicht nooit goed gekend heeft, zag hij als een ‘soulmate’ en een vriend. Voor hem zette hij het sprookjesachtige ‘Oh! Wot A Dream!’ op plaat. Een van mijn lievelingsnummers. Eens gehoord vergeet je het nooit en het is zeer geschikt als slaapliedje voor de kinderen.

Op een avond zaten we samen aan tafel. Kevin Ayers had meer aandacht voor de wijn dan voor het eten. Maar niet alleen voor de wijn. Tussen ons in stond een vaas met een warmrode roos erin; van een van haar bladeren viel een vochtdruppel in mijn glas . “Look”, zei hij, “the rose is crying in your wine”. Weinigen zien zoiets kleins, en als ze het zien zeggen ze het niet. Zeker mannen doen dat niet. Ik kende in die dagen niets van wijn. Hij vertelde me dat hij graag Gewurztraminer dronk. Daarna heb ik die vrij fruitige wijn nog jaren geregeld gedronken, tot ik me door bourbon en tequila heb laten verleiden, dranken die ik al lang weer heb afgezworen: nu is er opnieuw plaats voor wijn in mijn leven. En zeker ook voor Gewurztraminer.

Soms hoor ik Kevin Ayers in mijn dromen zingen. Why are you sleeping, zingt hij. Va pisser dans un violon, zingt hij. Stranger in blue suede shoes, zingt hij. Colores para Dolores, zing hij. Puis-je, vraag ik hem dan. En vervolgens word ik wakker, ontbijt, de zon schijnt, ik maak een lange wandeling, loop voorbij een café waar een mooie vrouw alleen aan een tafel thee zit te drinken. Zou ik haar durven vragen of ik dicht bij haar mag komen zitten? Nee dat durf ik niet, zeg ik tegen mijn spiegelbeeld.

Nog zoiets: mede dank zij Kevin Ayers ben ik nooit oud geworden. Hij was een van die kunstenaars die me hebben leren dromen, dagdromen, mijmeren… Kevin Ayers heeft me geholpen om van het leven een feest te maken, ook al krijg je soms alleen maar een naakte lunch.

Kevin Ayers is dood. Maar hij blijft mijn heel bijzondere gezel, tot het einde. Ik zal hem elke dag missen.

---

Op 25 juni 2006 schreef ik nog over Kevin Ayers in De roos van Kevin Ayers en op 27 juni 2006 in Gesprek met Christa Pfaffgen.

18-01-08

REVOLUTIE IN ROCK?

roxy music,velvet underground,genesis,seven ages of rock,canvas,televisie,art rock,pink floyd,syd barrett,pop,popcultuur,rock,who,bob dylan,byrds,flying burrito brothers,frank zappa,vs,groot-brittannie,walging,bombast,punk,punk rock,kunst,lou reed,john cale,dr  john,soft machine,revolutie

Gisteravond bleef ik op om naar de tweede aflevering van Seven Ages Of Rock te kijken, op Canvas. Met de eerste aflevering was er al iets vreemds aan de hand geweest. Ze zou hoofdzakelijk over Jimi Hendrix hebben gegaan, maar er was vijftig minuten niet veel meer dan witte Britse blues te zien, en helemaal geen Jimi Hendrix. Gelukkig was er als compensatie My Generation van the Who. Een Humolezer beweert dat Canvas in de eerste aflevering heeft geknipt, waardoor Jimi Hendrix in de vuilnisbak is terechtgekomen. Ik kan dat verhaal maar moeilijk geloven.
 

Helaas heb ik ook gisteren weer zitten walgen bij zoveel Britse megalomanie. Het programma heet toch niet Seven Ages Of British Rock? De weinige boeiende beelden die ik heb gezien waren die van Syd Barrett (‘Jugband Blues’) en uiteraard van The Velvet Underground. De Welshman John Cale is een aanvaardbare Brit, die muziekgeschiedenis heeft geschreven, en Lou Reed is natuurlijk niemand minder dan Lou Reed. Hoewel het thema van de tweede aflevering ‘art rock’ was heb ik zeer weinig kunst gezien.
 

Wat ik wel gezien en gehoord heb is hysterisch gelul van Britse rockjournalisten, met achter elke zin een uitroepteken, zielloos en vulgair spektakel van nitwits als Phil Collins en Peter Gabriel met hun abominabele Genesis, belachelijke ‘glam’ van David Bowie (na die glamperiode heeft Bowie wel uitstekende platen gemaakt, met name ‘Low’, ‘Heroes’, ‘Lodger’ en ‘Scary Monsters’), aanstellerij van Bryan Ferry, hoewel ik moet toegeven dat Roxy Music- vooral dank zij Brian Eno - twee uitstekende elpees heeft gemaakt. Maar je mag er vooral niet naar kijken. Pink Floyd zonder Syd Barrett ging aardig van start, maar verviel al heel snel in stuurloosheid en afstotelijke bombast. Roger Waters verklaarde dat ze ten tijde van 'The Wall' tijdens concerten een muur rond de band opbouwden om zo aan te geven dat ze vervreemd waren van hun publiek. Duidelijker kon niet? Pink Floyd was echter niet vervreemd van zijn publiek maar van het genie van Syd Barrett. De ‘artistieke’ band moest het nu van vliegende roze varkens hebben.

In dit belachelijk nationalistische programma werd het Britse - ongewild komische - cabaret vergeleken met de verbijsterende klanken van the Velvet Underground, een groep van echte kunstenaars, met originele ideeën op muzikaal gebied en schitterende teksten over het 'ondergrondse' leven in New York. Overigens kwam de belangrijkste Britse art rock band, Soft Machine (met Robert Wyatt en Kevin Ayers), helemaal niet aan bod, en de tweede belangrijkste, the Bonzo Dog Band, evenmin. 

Die periode in de Britse rock, in werkelijkheid een dieptepunt, werd als revolutionair omschreven. De echte (tweede, of zelfs derde) 'revolutie' kwam er echter pas met punk, en ook punk was geen Brits maar een Amerikaans fenomeen (Stooges, New York Dolls, Ramones, om maar enkele punkrock bands te noemen). 

Bijna alle noemenswaardige populaire muziek is ontstaan in de Verenigde Staten. Vernieuwingen kwamen meestal van daar. Luister maar eens naar ‘The Notorious Byrd Brothers’ van The Byrds uit 1968, een elpee boordevol verkennende en bucolische muziek met een donkere ondertoon die verwijst naar oorlog en verlies, vooral verlies van idealen. Dat zou je een revolutionaire plaat kunnen noemen. En is alleen al zulke muziek creëren geen grote kunst? Hetzelfde geldt voor ‘Blonde On Blonde’ van Bob Dylan en ‘The Gilded Palace Of Sin’ van the Flying Burrito Brothers. Ook die elpees zorgden allebei voor een kentering in de populaire muziek.


Wie al helemaal ontbrak in het programma was de kunstenaar Frank Zappa. Hoe kun je die man over het hoofd zien als je het over rock en kunst hebt? Omdat hij een Amerikaan is?
 

Ik zou nog heel wat namen kunnen noemen die ontbraken, ook al droegen ze veel meer bij tot het artistieke gehalte van popcultuur en populaire muziek - ook voor muziek die nu nog wordt gemaakt - dan Genesis en de latere Pink Floyd. Ik beperk me tot Phil Spector, die van de single een autonoom kunstwerk maakte, denk maar aan het mythische 'Be My Baby' van The Ronettes, the United States Of America, die net zoals Frank Zappa avant-garde en rock met elkaar probeerden te verzoenen, Pearls Before Swine met de lispelende dichter Tom Rapp, Captain Beefheart and His Magic Band, etcetera.

En als je dan toch het theatrale aspect zoekt, dan ga je best bij Doctor John The Night Tripper te rade; zijn ‘Gris Gris’ is werkelijk voodoo theater. En de manier waarop Sonny Boy Williamson II mondharmonica speelt is misschien nog de grootste kunst.


Ik ben er mij bewust van dat ik hier alleen maar over Angelsaksische muziek schrijf. De reden daarvoor is dat ik met Duitse bands als Can, Faust, Neu en eigenlijk met alle andere populaire muziek veel minder vertrouwd ben.