29-10-15

HERHALING IS GOED

bacon-triptych1.jpg

Gisteren vierden we de verjaardag van Francis Bacon, onverschrokken ontdekkingsreiziger. Deze korte overweging is voor hem.

Het leven is herhaling. Het komt erop aan van die herhaling iets spannends te maken. Er elke dag iets uit weg te nemen, of er iets aan toe te voegen. Elke dag hetzelfde gedicht, dezelfde litanie, hetzelfde refrein. Maar toch anders. Je wijzigt één of meer details. Soms kan een letter al volstaan. Of iets morsigs mag ook. Opeens is er een vlek op het perfecte schilderij. Ik denk nu aan Francis Bacon. Na een lange en uitputtende strijd met/tegen verf, doek, rommel, zenuwen, concentratiestoornissen, duizelingen, herinneringen, religie, familiegeschiedenis, obsessies, is het werk af, is het in zekere zin perfect. Het beeld van Francis Bacon heeft op dat ogenblik, nu, “the illusion of a Greek necessity”, om het met de woorden van Sylvia Plath te zeggen. Maar dan voegt de schilder er nog gauw een vlek aan toe. Die vlek aanbrengen is ook herhaling, maar dan een soort van ondermijnende, subversieve omkering ervan.

Herhaling is goed. Ritueel. Mantra. Ziekte en het verzet tegen de ziekte. Genezing. De stroom die hetzelfde is en toch anders. De weg naar omhoog en de weg naar omlaag.

De herhaling is niet saai. Het is niet de sleur van het koffie zetten of het bed opmaken, van je nagels knippen. Maar waarom zou je je nagels niet knippen zoals je een gedicht schrijft of de liefde bedrijft? Waarom niet je boterham eten zoals je vroeger deed met wat je dacht dat het lichaam van Christus was?

Elke dag is een geschenk dat je toestaat je leven te herhalen. Herhalen is een job en een gave, een vloek en een kunst. Een gunst die je niet kan afdwingen.
bacon portrait of henrietta moraes.jpg

Maar duidelijk is het hoegenaamd niet wat ik hiermee wil zeggen. De woorden die me worden aangereikt zijn aan mijn leven vreemd. Ze ademen niet zoals mijn eigen wat piepende adem. Ze zijn op een heel andere manier moe dan ik. Herhaling is dan gewoon het woord ‘herhaling’, weinig meer dan een abstractie. Terwijl mijn herhaling menigvuldigheden omvat, terwijl mijn herhaling van elke minuut die ik heb geleefd, liefgehad en geleden is doortrokken. Mijn herhaling is een steen met zwarte, grijze en gouden aders. Kijk maar eens goed.
bacon three studies of gerorge dyer.jpg

...

Afbeeldingen: Francis Bacon, Three Studies of Isabel Rawsthorne (1966); Portrait of Henrietta Moraes (1963); Three Studies for George Dyer (1967).

01-08-12

GESCHAAFDE KNIE (reflecties iv)

mythologie,muze,vrouw,jurk,reflectie,kleuren,noorden,rendieren,metamorfose,liefde,verlangen,fotografie,schilderen,knie,rohmer

Cindy Sherman

Wie niet te gehaast voorbijliep ving een glimp op van de muze in haar zijden jurk. Een o zo verfijnd niemendalletje dat ik graag in mijn hand had genomen, want ik denk dat dat ging. De kleuren sloegen alvast die richting in: die van het kleine vurige vuurwerk van weer een zonsondergang (wie zei ooit dat die groots was), van speeksel dat uit elkaar spat in haar laatste lage stralen, van gedoogde handtastelijkheden.

Die zag tevens hoe ze haar knie waste in een witte porseleinen kom, haar alweer geschaafde knie. Haar knie die tot bidden noopt ook al keren de goden zich van ons af, al slapen ze en dromen ze van andere werelden, andere dieren, al zeggen ze zonder dat wij het horen, een muze bestaat niet, een muze is ook maar een dier, met oogjes en pootjes en een hart dat sneller gaat kloppen als de zon schijnt.

Ik droomde van haar, van de muze. Ze was een rendier in het hoge Noorden. We liepen over witte velden, stoom gul uit onze monden spuwend, zij ver voor me uit, ik achter haar aan met mijn camera. Ze was bang voor me, voor onthulling, ik was bang voor wat zou komen, of wat niet zou komen, ik voelde haar hart kloppen, mijn hart kloppen. In haar keel, haar kleine keel, in mijn keel. Ik staakte de achtervolging, ik hield op met rennen. De sneeuwvlokken spatten uiteen in de laatste zonnestralen. Ik werd het rendier, ik rende weg van haar die mij achtervolgde. Ik rende tot ik aan het einde van de wereld kwam. Daar greep ze me bij de hals en liet me niet meer los. Daar beet ze mij mijn oor af. Nu ben je mijn Van Gogh, zei ze. Schilder mij nu maar, een vlucht kraaien boven een gouden veld.