27-08-09

HELS LAWAAI VOOR DE DODEN


DODENDANS


Je zou wel eens wat anders willen, leeghoofdig met de leeghoofdigen, praatziek met de gezonden, verwonderd met de kinderen, gelukkig met degenen die hun huizen goed geadviseerd inrichten of hun kinderen over de kleuren en de sterren vertellen. Maar een zware last weegt op je schouders; uren, dagen van lood. Er is geen tijd, maar je kunt de tijd en zijn afloop niet uit je hoofd zetten. De koekoeksklok die koekoekt in je hoofd. Een hoofd overigens van boeken en films, niet meer van vlees en bloed. Een hoofd van carnavalmuziek en gemaskerde ruiters, van donker water waarop verdronken kinderen in hun kano’s pogen te vluchten voor de Apocalyps, voor de harde regen die zeker zal vallen, als het vandaag niet is, dan morgen.

Stilte.

De stilste stilte voor de doden.

Elllie Greenwich. Jim Dickinson. Larry Knechtel. Bescheiden en weinig bekende helden die je jeugd opvrolijkten met hun da doo ron ron, hun blauwe vogels, hun rauwe impressies van een intens genot, van een genoeglijk drama, botsauto’s die eeuwige jeugd de verdoemenis in reden, lachend, gierend, Jack Kerouac achterna, de vijfde Beatle en de zesde Rolling Stone.

Ellie Greenwich was een diepe rivier, een hoge berg, een blond tienermeisje met een zilveren hart.

Jim Dickinson was een Rolling Stone. Een Ryland Cooder. Een blanke blues. Met zijn ruige kop en zijn dikke lange vingers. Zijn gretige en absurde wijsheid.

Larry Knechtel was een mama en een papa, een beach boy, een lid van wrecking crew (voor eeuwig en een dag). Larry Knechtel was Phil Spector. Larry Knechtel was geen survivor.  Wie heeft nood aan survivors?

Willy, zing nog eens een lied, wil je, want nu hebben we echt wat Party Girls nodig.

Stilte voor de doden.

Stilte voor de de doden van de zomer van de doden. Degenen die ik vandaag niet noem, gisteren niet noemde.

Zou het niet teveel zijn, zoveel elegieën? Mijn huid spat uiteen van de onuitgesproken woorden. Pathetisch? Terwijl de anderen sterven verlang je het leven, adem, huid, gefluisterde woorden van dichters en vrouwen. Terwijl de oude en jonge doden worden begraven wil jij diep genot bij alle mooie vrouwen naar wie je ooit verlangde en naar wie je verlangt. Jij gaat nooit dood. Jij likt het zout van hun huid. Het zout van het eeuwige leven.

Stilte voor de doden.

Voor de kinderen in de woestijn, op het water. Voor de naamlozen. Voor degenen die door mensen als jij en ik worden doodgeklopt, gewurgd, verminkt, levend begraven. Voor degenen die wij niet willen kennen. Voor al degenen die onze paden niet kruisen, en geen weg vinden in onze letters, in onze woorden.

Stilte voor de doden.

Jazeker, opnieuw vul ik mijn hoofd met carnavalmuziek, muziek van de opstand, van de woede, van de zinsverbijstering, van de ontregeling van alle waarden, vals of niet vals, opnieuw zoek ik je op, fluister ik in je oor, roep ik het uit: vergeet de doden, herinner je de dagen van het leven, leef, heb lief. Ik heb je lief. Ik wil met je leven, lachen. Ik wil met je dansen. Wij zijn allemaal goden. Sterven? Laat me niet lachen

Lawaai voor de doden.

Hels lawaai voor de doden.

26-08-06

EEN BEELD VAN EEN MAN


joe boyd


Joe Boyd is de jonge man in het wit met de hoed en de zonnebril. De mooie vrouw op de voorgrond is Maria D’Amato, de latere Maria Muldaur. Ze heeft een hit gehad met Midnight At The Oasis, waar Ry Cooder op meespeelde. Maar weet je wat, lees het boek, het is erg goed geschreven en is meeslepend als thriller. Wat leiden sommige mensen een benijdenswaardig leven. Als je hun autobiografieën leest lijkt het wel alsof alles hen in de schoot werd geworpen. ze waren altijd op het juiste moment op de juiste plaats en ontmoetten er de juiste mensen. Man Ray was ook zo iemand. Ik denk dat hij er nooit een inspanning voor heeft gedaan om beroemd te worden. Het ging allemaal vanzelf. Zulke mensen maken mij afgunstig, bijna als een Salieri.

22-10-05

BETTYE LAVETTE : I'VE GOT MY OWN HELL TO RAISE


BETTYE LAVETTE 3


Je weet het al of je weet het nog niet of het maakt je niet uit: op de dag van alle heiligen treedt Bob Dylan op in Vorst. Maar wat je misschien nog niet weet en wat je misschien wel interesseert is dat Bettye Lavette, de meest miskende queen van de soul, op de dag van alle zielen, alle zielen jongens en meisjes!, optreedt in de AB club, voor 10 euro. Nog nooit van Bettye Lavette gehoord? Geloof me dan op mijn woord: het is een buitengewone soulzangeres, die zichzelf trouw is gebleven, die zich niet heeft laten kapot maken door pooiers, drank, drugs, geld en platenmaatschappijen (zoals bijvoorbeeld Aretha Franklin) en die nu pas eigenlijk de kans krijgt om echte platen te maken en ze ook uit te brengen. Hieronder citeer ik een tekst van He Made A Woman Out Of Me, een song geschreven door Burch/Hill en een ‘moderne’ kitchensink versie van The Taming Of the Shrew en in de jaren zestig net geen hit voor Bettye Lavette. Bobbie Gentry coverde het lied, en het werd ook gebruikt in de soundtrack van Alamo Bay in een productie van Ry Cooder. In dat laatste geval ging het om een schuchtere maar moedige, zeer blanke, en enigszins perverse versie door de actrice Amy Madigan. De uitvoering van Bettye Lavette werd echter nooit overtroffen. Ivo Van Hove had ze kunnen gebruiken in zijn bewerking van Het temmen van de feeks (waar wel een prachtig Cheree van Suicide in werd gebruikt).

He made a woman out of me

I was born on a levy
A little bit south of Montgomery
Mama worked in the big house
And daddy he worked for the County
I never had no learnin'
Until I turned 16
When Joe Henry come up the river, yonder
Law, made a woman out of me
Lord, he made a woman outta me
I used to tease Joe Henry
Guess it served me right
Wasn't long till he left me
Crying out in the night
Joe Henry had his say
He wouldn't set me free
I fear to tell everybody
That the man made a woman outta me
Lord, he made a woman outta me
When I think back to that day
So long ago
I get a little feelin' on my mind
Although it hurt me
There's one thing I know
When he left, he left him a woman behind
When I meet another young man
Wantin' to love and run
My mind goes back to Joe Henry James
And a heck of a job he done
Ain't no other man let me down
You see I been set free
Ever since way back yonder
When Joe made a woman outta me
Lord, he made a woman outta me
Lord, he made a woman outta me
Joe made a woman outta me
Lord, he made a woman outta me
Joe made a woman outta me
Lord, he made a woman outta me