20-01-16

JUST LIKE DAVID BOWIE

G._Gordon_Liddy_c_1964.jpg

Dat mijn treurnis over de dood van David Bowie blijft voortduren verontrust me. Is het ‘normaal’ dat je rouwt om iemand die je niet hebt gekend? Gaat het om narcisme? Om identificatie en bijgevolg om verdriet over de eigen dood (of op z’n minst de eigen sterfelijkheid)? Vragen die ik niet kan en eigenlijk ook niet wens te beantwoorden. Al dat gepsychologiseer vermoeit me alleen maar, terwijl ik meer dan ooit energie nodig heb. Hoe kom ik anders door deze donkere dagen?

Dat er in de vroege jaren zeventig sprake was van een sterke identificatie met David Bowie, of met de voorstelling die ik me van hem maakte, vermoedde ik al langer. Gisteren vond ik er een bewijs voor. Ik schreef destijds (1973-1974) liedjes. Niet echt afgewerkte songs, meer schetsen; niet veel meer dan surrealistische teksten en enkele akkoorden. Bij sommige liedjes had ik een melodie, herinner ik me, een melodie die ik niet meer kan achterhalen. Tijdens een geïnspireerde nacht in de Dolfijnstraat – omstreeks 1977 - heb ik een deel van de songs opgenomen met zo’n ouderwetse bandopnemer. Die ik had ik geleend van mijn vriend en buur Leo S. Waar de tapes naartoe zijn weet ik niet, waarschijnlijk verloren gegaan toen ik van Antwerpen naar Brussel verhuisde. Gisteren stelde ik tot mijn verbazing vast dat ik een van de liedjes(teksten) ‘Just Like David Bowie’ als titel gaf. Ik ben niet bepaald trots op mijn schepping en weet ook niet waarom ik ze heb overgetypt. Is het een onderdeel van mijn rouwproces? Ik heb er enkele woorden aan veranderd: flagrante fouten en een paar idiotieën.

ziggystardust.jpg


"JUST LIKE DAVID BOWIE

Invitation for an obligation
      a small sensation
revolutionary brothers I gave up
      a notorious bunch
throwing bombs before the embassy
      of Pigman’s Land (where is it really?)
Gordon Liddy an enemy he screams
my black brother balls his fists
it’s a talked about party
      it really is but you could die
doctor d will lose his dream
all the redheaded suckers will
      get his shoes
I will love but there’s only holes
seasons of saturation
      (she’s searching for a game
      a pious teacher reads his poems
      but Mary she’s like Faust)
blind body of him goes up in smoke
they torture it with wine
      & someone sings a raging song
another one weeps with lotsa noise
came down from Jerusalem
      flashy & dressed up in white
      (Jackie Wilson’s tryin’ to take off his
      clothes but he shouts and screams
      and jumps in a yellow cab
      crawls through the window
      - roses rain down
                        but they all take him for the wrong man)

the building rose higher
our feet were on fire
      - I rapped about andré gide
                        but I got so stoned out of my mind
                        that only too late I realized I was talkin’
                        to a Sicilian nun & I started to puke)
the music was fast
& the groovies thought it was rock and roll
      but the poet’s muse wouldn’t come
because the chimney was filled with junk
      and I cry now for their souls all did die
      my sword was thin
      but my last word was truth

1973-1974"

justlikedavidbowie 001 (2).jpg

29-06-09

DOOD EN VERDERF


sam_cooke death

Het was een vreemde week. Ik denk dat ongeveer iedereen dat vond. De week was zo vreemd dat ik nog maar moeilijk mijn weg naar huis en naar mijn vertrouwde ‘omgeving’ vond. Want als je eenmaal je huis gevonden hebt betekent dat nog niet dat je thuis bent en dat je alles in dat huis ‘vertrouwt’. A house is not a home.
Voor mij begon het vreemde al op zaterdag 20 juni, nadat ik afscheid had genomen van mijn vriendin Diotima. Ja, ik heb plotseling zin om je Diotima te noemen. Zoals meestal waren we op mijn ‘bijna-aandringen’ gaan eten in de Vismet. Waarom niet eens iets anders geprobeerd? Herhalingsdwang, zullen de psychologen zeggen. Het zij zo. Maar waarom zou je ergens anders gaan als je eindelijk een degelijk en betrouwbaar adres hebt gevonden?
 

Eigenlijk is het nu te warm om te schrijven. Ik weet niet of ik er veel van terecht ga brengen. Het weer is meer geschikt om met iemand als Diotima zeeduivel te gaan eten, en een frisse Chardonnay te drinken. Maar ja, ik zit hier nu, met een glaasje Limoncino bij de hand (het heeft de geur van afwasproduct, door die overweldigende Limoni di Sicilia). Ik zit hier en hoor The Ovations ‘It’s Wonderful To Be In Love’ zingen.

ovations

Soul, man, that’s where it’s at… En je moet altijd verliefd zijn. Zodra je niet meer verliefd ben, ben je ten dode opgeschreven. Nadat ik Diotima in de trein naar Antwerpen had ‘helpen’ instappen keerde ik op mijn stappen terug naar het café waar we net vandaan kwamen. Ik zit graag aan de bar te praten met mensen die ik niet ken. Zo heb ik uren zitten praten met Marzouk. Het was een fijn gesprek, maar vraag me niet waarover het ging. Mijn korte termijngeheugen is om zeep. Wat zit ik daar dan nog te doen, in plaats van braaf afscheid te nemen van mijn vriendin en de laatste metro te nemen? Omdat de lichten van de stad me altijd hebben gelokt. De grootstad, relatief gesproken, is mijn geluk en mijn miserie. Maar als je mij al vaker hebt gelezen weet je dat al.

Zo werd het zondag, dag voor schuldgevoelens, katers en andere ellende, en dan is het maandag. Karel Van Miert was dood. Wie had dat nu verwacht? Een man toch waar ik meermaals voor heb gestemd, in de jaren zeventig, en die ik, ondanks zijn coiffure, nog echt bewonderd heb. Maar het waren zulke mooie dagen en ik voelde me voor een keer echt goed. Ik voelde me sterk, had de indruk dat ik het leven en het werk weer aankon. Geen tijd voor verdriet. (Overigens zeggen mijn vrienden filosofen dat je niet kan rouwen om een idool, een held, iemand waar je naar opkeek, je rouwt alleen maar om familieleden en intieme vrienden.) Daarna stierf Sky Saxon, de zanger van the Seeds, een van de betere sixties punk rock bands. ‘You’re Pushin’ Too Hard’, en ‘Can’t Seem To Make You Mine’ zijn in mijn geheugen gegrift. Sky Saxon is altijd een punk gebleven, een outsider, iemand die volgens zijn eigen wetmatigheden leefde. Voor velen daarom een gek. Ik geloof dat op dezelfde dag Yasmine een punt zette achter haar leven. Een vrouw met wie ik geen affiniteit had. Maar ik houd er niet van dat mensen zulke drastische stappen zetten vanwege een liefdesgeschiedenis. Je moet altijd verliefd zijn en blijven, ook al houd je hartsgrondelijk van iemand. Een moralist wil ik niet zijn, maar zo zie ik het. Evenmin wil ik vals spelen en Yasmine nu opeens gaan verheerlijken. Ik houd niet van het Vlaamse lied, zelfs niet van het betere. Ik ken maar weinig ‘goede’ Belgische zangers. Er zijn er wel, met als uitschieters Rocco Granata, Salvatore Adamo, Jacques Brel (en de zangeres van Les Tueurs De La Lune De Miel, van wie ik de naam vergat) en natuurlijk ook Roland. Ik leef niet hartstochtelijk mee met de vrienden van Yasmine, maar ik begrijp hun verdriet. De wereld hield nog steeds niet op met draaien rond de zon.

Michael Jackson kreeg een hartstilstand. Een van de populaire muzikanten die het meest invloed hebben uitgeoefend op de generaties die na mij kwamen. Ik was geen fan van Michael Jackson. Eigenlijk liet hij me nogal onverschillig. Maar zijn invloed was terecht. Hij was een componist van perfecte popsongs als ‘Billie Jean’ en ‘Beat It’ en zette de traditie voort van enerzijds de succesvolle en vindingrijke danser, zoals Fred Astaire en Mick Jagger, en die van de perverse, romantische kunstenaar en uitvinder. Wat dat laatste betreft een combinatie van Robert Johnson, Charles Baudelaire, Thomas Chatterton en Howard Hughes. Ook was hij een komediant en een gijzelaar van de spektakelmaatschappij. Hij is nooit opgegroeid. Ik heb niet om hem gerouwd. We wisten allemaal dat hij zou sterven en dat de media de wetten van het spektakel zouden respecteren. Wel heb ik nog eens geluisterd naar ‘Thriller’, maar ik heb er niet op gedanst. Maar vandaag heb ik drie paar schoenen gekocht. En nu zit ik alweer naar soul te luisteren. Let the good times roll. En vergeet Sam Cooke niet. Geen outsider, maar wel een slachtoffer. En vergeet de mensen niet die werken of niet werken, maar lijden. Die afzien in de hitte en de kou. Degenen over wie niemand spreekt, tenzij ze toetreden tot de orde van het spektakel.

sam-cooke


08-05-06

FUNERARIUM LA PAZ


the old men and the tree


In het dorp Tazacorte, op La Palma, logeren we al vier jaar na elkaar in een appartement in een gebouw op zo’n twintig meter afstand van een funerarium, Funerario La Paz. De voorbije jaren gebeurde daar nooit iets. We liepen er vier, vijf, zes keer per dag voorbij, de heuvel af, de heuvel op. Na een dag in Tazacorte dacht ik al niet meer aan de dood en nog minder aan dat funerarium. Maar nu lag er elke dag een dode opgebaard. Gezeten op ons terras, een glaasje Cava drinkend en een gevuld olijfje etend zien we dan familieleden en vrienden afscheid komen nemen van de overledene. Recht voor ons bananenbomen en nog wat verder de Atlantische oceaan, met soms een pittoreske zonsondergang, links, wat lager in de straat, de rouwenden, die druk staan te praten en te lachen. Het waren altijd oude doden, tachtig, negentig jaar. Dat is nog een geluk bij een ongeluk, dat ze zo oud zijn. Ik dacht, zou het een epidemie zijn, de vogelgriep misschien? Ik was zelf erg ziek, mijn lijf verzwakt van de antibiotica en de corticoïden. Ik kreeg argwaan. Er waren geen toeristen in Tazacorte. Geen buitenlander te zien. Ja, één, de Nederlandse eigenaar van het gebouw waar we ons appartement huren. Je moet Ketek nemen, zei hij. Dat is een stevig antibioticum. Ik heb hier nog een doosje liggen, zei hij. Heel vriendelijk van de man, maar het leek me toch veiliger me aan het voorgeschreven medicijn te houden, vooral omdat ik allergisch ben voor bijna alle antibiotica. Ik voelde me wel een beetje schuldig dat ik die Ketek moest weigeren. R., de man van het gebouw, beschreef het als een wondermiddel. Het leek wel of hij me het eeuwige leven aanbood. Overigens is hij een groot voorstander van antibioticagebruik. Alle dagen een pilletje antibiotica, dan kan je nooit iets overkomen, zegt hij. Cortisone is niet goed, zegt hij. Daar zwelt je kop van op. Ketek moet je nemen. We zijn zelfs met z’n beiden op het Internet gaan kijken om te zien wat de aanwijzingen waren. Ik las niets over bronchitis, luchtwegen en ik las ook niets over de vogelgriep. Mijn excuses, R., maar geen Ketek voor mij. Overigens zijn er weinig vogels op La Palma. Veel bananen en andere planten, maar geen gevederde vrienden, tenzij kippen en hanen. Daar kun je natuurlijk ook vogelgriep van krijgen. Maar goed, dat zal het niet geweest zijn, anders was ik nu al wel dood.
Ik had het over dat funerarium La Paz. Dat daar zoveel oude doden naartoe werden gevoerd.
Omdat ik ziek was zat ik vaak op ons terras, wat te kijken naar de oceaan. Dan zag ik ook dat ze bloemenkransen leverden en zo. Het ging er allemaal heel rustig aan toe. Het meisje dat de bloemenkransen bracht zag er bepaald sexy uit, met haar blote navel. Ja, zo dicht bij was het, dat ik haar navel kon zien. Maar als de stoet voorbijkwam lag ik toevallig altijd in bed. Ik zei tegen A., maak me wakker, als er een stoet is, maar dat deed ze niet. Ik vermoed dat ze mijn gevoelens wilde ontzien. Maar ik wilde heel graag zo’n begrafenis voorbij zien komen, de steile heuvel op. Dat zal dan voor een volgende keer zijn. Als er dan nog doden zijn.
Onze buurman heeft een kat in huis gehaald. Heel het huis begint er naar te ruiken. Ik denk aan verhuizen. Dieren zijn lieve beesten, maar ik kan niet goed tegen hun geur. Als ik de ramen openzet ruik ik de seringen en de blauwe regen. Ik zet de ramen zoveel mogelijk open.
Een uurtje geleden hoorde ik Smog (Bill Callahan), een kerel met een fijn gevoel voor humor:

Bury me in wood
And I will splinter
Bury me in stone
And I will quake

Bury me in water
And I will geyser
Bury me in fire
And I’m gonna phoenix
I’m gonna phoenix

zong hij. Of iets dergelijks. Hoe kan een pessimist zo optimistisch zijn? Dat was ook nog zo iets. Op een zondag, er lag net geen lijk opgebaard in funerarium La Paz, opende ik de grote ramen naar het terras. Altijd vult dan meteen, als het gelach van dolfijnen, die heerlijke, heilzame geur van de Atlantische oceaan, met een toets van vulkanische aarde en bananenbomen, de kamer. Die zondag werd er echter vuilnis verbrand, net naast het funerarium en recht voor ons appartement, op een klein stukje braakland. Braakland is een perfect woord. Net zoals in Anderlecht heb je in Tazacorte van die mannen die denken dat ze wel wat weten over het verbranden van rotzooi. Ze komen met een grote oude auto aangereden, een aftandse Ford of zo, of een Toyota misschien, stappen uit, een beetje schuw als reptielen, maar met toch heel veel zelfvertrouwen in hun bewegingen, laten de portieren openstaan, openen de immense kofferruimte, werpen vervolgens vrij snel hun voorraad giftige afval op een hoop, gieten er benzine over en steken de boel in brand (zonder zichzelf te verbranden!). En dan staan ze daar een paar uur op toe te kijken. In Tazacorte doen ze dat naast funerarium La Paz. Na een minuut al sluit ik de deur naar het terras, ga weer in bed, wat slapen, of lees enige uren in een boek van Murakami, tot de rook is weggetrokken en de grote ramen weer open kunnen. De zon gaat dan gelukkig weer onder, en dan drinken we nog een glaasje schuimwijn of iets anders om de wereld te vergeten.

Foto: Martin Pulaski