13-12-16

TIEN DAGEN DIE MIJN WERELD DEDEN WANKELEN (8)

Posada-bike-small_1.jpg


Dag 5: 6 november 2016

Omdat mijn tijd vaker versnelt dan vertraagt, omdat de werking van mijn geheugen aan dat tijdsverloop is gekoppeld, wil ik even terugkomen op deze reeks teksten die ik ‘Tien dagen die mijn wereld deden wankelen’ noemde.

De eerste dag schreef ik dit: “Een uur is kort, tien dagen kunnen lang duren. Tien dagen zijn kort, een uur kan lang duren.” Dat was een nogal intuïtieve vooropstelling, maar ze blijkt nog niet aan inflatie onderhevig te zijn.

En ik voegde er dit aan toe: “Niet alleen grote gebeurtenissen schudden je wereld door elkaar. Neem nu een obsessie: die kan met iets kleins beginnen, met een muggenbeet, met de geur van ether of, al wat groter, met een vlucht wilde eenden, et cetera. Meestal is wat in je omgaat of wat je bepaalt een combinatie van kleine en grote dingen. Zelfs als je het niet wilt leef je toch in de grote wereld. Je zit of staat of loopt altijd rond in een netwerk, een systeem, een macrokosmos. Of je zit gevangen in een web. Soms is het een doolhof, zoals bij Jack Torrance in ‘The Shining’. Daar kom je meestal niet levend uit.” Ook aan die woorden wens ik niets te wijzigen.

De tien dagen begonnen op de kalender op 2 november 2016. Allerzielen. Nu zijn we eenenveertig dagen later. Het mag inmiddels wel duidelijk wezen dat je een kroniek (of noem het verhaal, want er is nauwelijks verschil tussen fictie en non-fictie; het enige verschil, wellicht, is dat je bij fictie de namen van de personages en soms van de plaatsen verandert) niet op die manier kunt afbakenen in de tijd. Alleen al op 2 november 2016 zijn er tientallen, wellicht honderden ‘andere’ momenten – ik heb er geen idee van hoeveel - die tijdsgrens binnengedrongen. Momenten uit 1967, uit 1975, uit 2009, uit 2011, et cetera. Andere momenten die de wereld en mijn leven deden wankelen.
Maar een mens heeft imaginaire grenzen nodig, heeft een leidraad nodig, een structuur, een houvast. Vandaar die tien dagen. Die desondanks niet willekeurig gekozen zijn. We beleven ongetwijfeld een periode van voor onze generaties verontrustende veranderingen, van wereldschokkende gebeurtenissen, van bijna onbegrijpelijke chaos en van verwoestingen van ‘oude waarden’. Met die ‘oude waarden’ bedoel ik niet alleen moraal, politiek, geloof, manieren van samenleven, maar ook dorpen en steden, havens, kanalen en rivieren, heuvels en bergen, weilanden en velden, de hele natuur en de wereld zoals we haar tot vandaag kennen.

1957Alabama_bus.jpg

Ik droom dat ik op een vaste datum in de zomer, steeds op hetzelfde uur, elk jaar opnieuw met Laura in een gele autobus zit. We rijden elke keer door hetzelfde landschap, een dorpse omgeving - of eerder nog het gebied waar de stad overgaat in het platteland. Elke keer kijken we op hetzelfde moment door het enigszins vuile raam van de bus en zien daar bij een verkeerssignaal Laura staan wachten. Wil ze de straat oversteken of wacht ze op iemand? Of is ze in gedachten verzonken? Achter Laura zien we arbeidershuizen, die er elke keer als we er voorbijrijden anders uitzien. De kleur van de gevels, de grootte van de ramen, de gordijnen. Elk jaar zien ze er slechter uit, groezeliger, meer vervallen. Na een aantal ritten (of jaren) zijn de kleine huizen weg en staat er nieuwbouw. Maar het verkeerssignaal staat er nog altijd en ook Laura, die zelf niet verandert. De laatste rit voert ons naar een gigantisch grasveld, zo groen dat het pijn doet aan de ogen. Daar stappen we uit. Ver weg, ongeveer in het midden van het grasveld, zien we kleine rode stipjes, niet groter dan onzelievevrouwebeestjes (sommigen gewagen van lieveheersbeestjes; vroeger werden de diertjes ‘freyafugle’ genoemd, vogel van de godin Freya). We weten dat dat onze twee rode koffers zijn, waar we al lange tijd naar op zoek zijn. De koffers zijn open, zegt Laura. Ja, zeg ik, deze keer heb ik ze opgelaten. Waarom, vraagt Laura. Dat weet ik eigenlijk niet, zeg ik. Zo’n groot grasveld en dan die koffers openlaten, zegt Laura. Tsja, zeg ik.

 tijd,geheugen,ruimte,gebeurtenissen,wereld,kalender,tien dagen,fictie,non-fictie,namen,personages,momenten,chaos,verwoestingen,droom,bus,laura,onzelievevrouwbeestjes,freya,herhaling,grasveld,koffers,rood,geel,robert musil,schrijver,hubert van herreweghen,dichter,kleuren,saudade,portugal,dood

Op 6 november 1880 werd in Klagenfurt Robert Musil, een van mijn uitverkoren schrijvers, geboren. Eergisteren overleed in Dilbeek de Vlaamse, katholieke dichter Hubert van Herreweghen. Dat vernam ik vandaag. En van hem vond ik deze woorden terug:
“Mijn kinderen hebben nooit geweten dat ik verzen schreef. Ik las mijn verzen niet hardop. Poëzie moet je in je horen. Het hele klankspel binnensmonds - met medeklinkers en zo - lijkt op kleuren. De zang maakt duidelijk hoe het in de ziel van de dichter toegaat. Over de zang van Anton van Wilderode heb ik ooit gezegd: drink eens een borrel, dat er wat leven inkomt. Het was al prikkeldraad en doornen waar je tegenaan schuurde. Schreeuwen tegen het bestaan - innerlijk althans - heb ik voor het laatst gedaan met mijn gedichten over Portugal (Van Herreweghen maakte er een reis in 1949, red.). Ik hoorde daar Amália Rodrigues, werd getroffen door de saudade (weemoed) van de fado en heb daar gedichten bij geschreven. Dat was pas schreeuwen: machteloze revolte. Er werd muziek op gezet."”*

aleppo.jpg


...

*Brussel Deze Week, 24 1 2008

 

 

16-05-15

DRIE KLEUREN: GEEL

29974065_f4e3f795fa_o.jpg

Er waren dagen in de zomer dat ik alleen maar geel zag. Het zullen boterbloemen geweest zijn, hele velden vol boterbloemen, die mijn ogen verzadigden. Mijn dagdromen van toen, van het jongetje dat langs het kanaal op en af liep, op en af, herinner ik me als geel. Geel betekende geluk, zaligheid. Nog steeds kunnen rode voorwerpen me schrik aanjagen, gele nooit. Nochtans houd ik het meest van rood. Als ik in een film – of in het echte leven - een blonde vrouw in een rode jurk zie heeft ze meteen, op zijn minst, mijn volle aandacht.  Misschien compenseert het geelachtige blond het vurige rood?

Geel is de kleur van de waanzin, heb ik al horen beweren. Ik weet niet of dat waar is. Wel zou ik nooit een geel pak dragen zoals Johan Nilsen Nagel in ‘Mysteriën’ van Knut Hamsun.  In dat prachtige, enerverende boek uit 1892 onderlijnde ik dit: “Nog even en elke gemeente heeft een groot man, maar van de grootsten zal er misschien nooit meer dan één per duizend bestaan.” Nagel lijkt me behoorlijk waanzinnig. Het geel van Van Gogh is mogelijk een symptoom van zinsverbijstering.

In het Engels betekent ‘yellow’ laf, onder meer. Donovan’s lied ‘Mellow Yellow’ gaat niet over drugs, maar over elektrische bananen, dildo’s. Welke tiener wist dat in 1967? Wikipedia schijnt het nog steeds niet te weten. Deze verzen uit Bob Dylan’s ‘Tombstone Blues’ zijn echter overduidelijk:

“The Commander-in-Chief answers him while chasing a fly
Saying, "Death to all those who would whimper and cry"
And, dropping a barbell, he points to the sky
Saying, "The sun's not yellow, it's chicken"”

In Godard’s film ‘La Chinoise’ staat de kleur rood voor het denken en geel voor de Chinezen. Met de rode boekjes van Mao kun je een muur bouwen om je te beschermen tegen de imperialistische vijand. De imperialistische vijand is rood noch geel, maar een kip uit Kentucky.

Wat was Polly Jean Harvey sexy in haar gele jurk. Zal ze die ooit nog dragen? Ik herinner mij dan wel die boterbloemen en hoe alles geel was op sommige dagen, zeker als ik vanuit een boom de velden overschouwde, maar hoe is het mogelijk dat ik PJ nooit live heb gezien? Het komt me voor dat er rond het jaar 2000 niets opwindenders bestond dan een concert van PJ Harvey. De gele jurk begrensde de extase. Je stelt het orgasme toch uit? Een rood kleedje zou de grenzen van de denkbare verrukking overschrijden. De stem van Polly Jean is van vuur, niet geel maar rood.

Nee, ik mis het geel niet echt. Ik mis vooral het rood in mijn leven. Zoveel stellen die boterbloemen van toen nu, uiteindelijk, niet meer voor.

2770673232_7092e2cf39_o.jpg

...

Foto's: Martin Pulaski

12-05-15

DRIE KLEUREN: ROOD

LEmpire-des-sens.jpg

LEMPIRE-DES-SENS-01.jpg

08.jpg

Rood van bloed. Rood van vuur. Rood van adem. Rood van de apocalyps. Rood van liefde en seks. Rood van vlees. Rood van steden. Rood van oorlog. Rood van passie. Verzengend rood.  Afschuwelijk rood. Magnifiek rood. Rood van de hemel. Rood van de bergen. Rood van de mijnen.

Onontgonnen rood. Jouw rood. Mijn rood.  Onbegonnen rood. Morgenrood. Avondrood.
...

Het woord rood, een leeg omhulsel, een nietszeggend beeld, een eindeloze metafoor. Het rood van ‘Rode Psalm’, van ‘La Chinoise’, van ‘Trois couleurs: rouge’, van ‘Het rijk der zinnen’, van ‘Le rouge et le noir’.
...

"La Chinoise is een film over rood als de kleur van het denken."
De fabel van de cinema, Jacques Rancière, 2001.

...

Beelden: Nagisa Oshima; Martin Pulaski.

24-04-13

TWINTIG JAAR LATER

Nee, ik heb het niet over de drie musketiers. Twintig jaar na het uitstapje met Mitzi, Henriette, Brigitta, vader en moeder, maakte de lachende jongen deze foto's in een lachwekkend klein 'penthouse' in de Lamorinièrestraat in Antwerpen. De lachende jongen leefde er in een permanente staat van euforie en was geobsedeerd door de erotiek van de kleur rood.

HK3.jpg

HK4.jpg

Foto's: Martin Pulaski, Antwerpen, 1980.

28-10-11

VETTE VIS, MAGERE VIS


The-Idiot-22.jpg

De idioot, Akira Kurosawa.

Noem mij Martin Pulaski. Ik lig uitgeteld op een allesbehalve grasmatachtige vloer te wachten op een vette vis. Iedereen heeft het altijd maar over vette vissen, doch die van mij zijn zo mager als suikerriet. Vel over graat. Dokter, kun jij hier iets aan doen, nu het nog kan? In mijn buik is nog plaats voor zeker twee vette vissen. Maar dan moet je me wel een pilletje geven om dit gehoest te doen ophouden. Tegelijk hoesten en slikken, dat gaat niet. Cortisone, morfine, het maakt niet uit. Als dit gerochel maar ophoudt. Gelukkig hoor je mij niet praten. Ach, ik zeg natuurlijk ook niets. Zo ver is het met me nog niet gekomen. 

De voorbije nacht was ik een boze wolf zonder roodkapje. Ik had nochtans veel trek in zo'n 'kapje. In het diepst van mijn gedachten ben ik geen god maar een lekkerbek. Een weerwolf, een echte gek. In diepst van mijn gedachten ben ik eveneens een magere heilige, zoals die van Rudolf Geel (vergeten schrijver). De voorbije nacht lag ik te hoesten en te ijlen. Waar was je toch, ik had zo'n zin om je op te eten? Vind je het dan zo erg om door een heilige wolf verorberd te worden? Of schaam je je voor zulke verlangens? Het verlangen om verslonden te worden. De begeerte naar een wild beest. Alsof de dagen je nog niet hebben ontrukt aan de natuur. Aan de natura naturata en de natura naturans. (Waarom maakt Spinoza dit onderscheid, als de twee hoedanigheden toch een en hetzelfde zijn?) De dagen van oktober, als de zon je het mooist maakt, je haren oranje, je huid bleekblauw en rose, je jurk die een voor een zijn rode bladeren verliest.

Wakker werd ik als een raaskallende idioot, niet die van Dostojewski, noch die van Kurosawa: ik was King Lear, maar dan zonder kroon, zonder Cordelia, zonder iets. Ik bakte een ei, dronk zwarte koffie, zong de Blanket Roll Blues en wachtte op de arts. Wel een arts, maar geen verlossing in het verschiet. Ja, benedictie misschien, dat wel, zoals in het lied van Thurston Moore. Voor de rest geen gebenedijd woord meer. Maar geloof je me?

05-02-11

ROOD / RED / ROUGE: ZERO DE CONDUITE FEBRUARI 2011

 

bleublancrouge.jpg

Vandaag, na twee maanden afwezigheid, opnieuw een aflevering van Zéro de conduite, op Radio Centraal, 106.7. Zoals al lang aangekondigd wordt het thema de kleur ‘rood’.

Waarom ik dat thema koos, heb ik in oktober en november 2010 verduidelijkt. De inspiratie komt van Krzysztof Kieslowski en zijn trilogie ‘Trois couleurs: Bleu, Blanc, Rouge’. ‘ ‘Wit’ en ‘blauw’ kwamen in oktober en november aan bod; vandaag kiezen we ‘rood’. Bij Kieslowksi stemmen de drie kleuren overeen met die van de Franse vlag, en met wat ze symboliseren: vrijheid, gelijkheid, broederschap. Kieslowski’s film ‘Rouge’ is een drama, ‘Blanc’ is een sprankelende, maar gitzwarte komedie, en ‘Rouge’ is een filosofische, metafysische film, moeilijk, en vooral moeilijk na te vertellen. Irène Jacob en Jean-Louis Trintignant acteren voortreffelijk. Het is misschien wel zijn beste rol.  Trintignant speelt de rol van een gepensioneerde rechter, die inmiddels voyeur/afluisteraar is geworden. ‘Ik heb jarenlang over de mensen geoordeeld,' legt hij uit. ‘Nu besef ik pas hoe ijdel dat was; want had ik in hun situatie zelf soms niet kunnen moorden of stelen?' Nu blijft hij de levens van de mensen om zich heen bespioneren, maar oordelen doet hij niet meer. De rechter heeft iets van een god, maar de verteller en zeker de regisseur Kieslowski heeft dan weer iets van een goddelijke rechter. De film is een rood mysterie.
Als een taal namen voor kleuren heeft, is daaronder altijd een naam voor rood. Rood licht bevindt zich aan het eind van het lichtspectrum dat nog door het menselijk oog kan worden gezien. Rood is de kleur van mijn hart, van mijn liefde en van mijn angst. Rood is de kleur van ons bloed. Blauw is de kleur van het hoogste, helder als de blauwe lucht in het Zuiden, de ogen van de geliefde, diep als de oceaan. Maar over blauw heb ik het al gehad. Rood dus.

De muziek die ik heb gekozen is minder mysterieus, hoewel rock & roll volgens John Sebastian van The Lovin’ Spoonful altijd iets magisch heeft.

 howlin' wolf.jpg

Red – Don’t Fall In Love With Everyone You See – Okkervil River
Hi-Heel Sneakers – Chess Chartbusters Vol. 6 – Tommy Tucker
Redneck – Total Destruction To Your Mind – Swamp Dogg
Red Hot – Sun Records – The Blues Years 1950-1958 Vol. 8 – Billy “The Kid”Emerson
Red Headed Woman – It Came From Memphis – Sonny Burgess
The Red Rooster – The Genuine Article – Howlin’ Wolf
Red House – Are You Experienced? – Jimi Hendrix Experience
Red Cat Till’ I Die – My Name Is Buddy – Ry Cooder
Red Blue Jeans And A Pony Tail – The Rock ‘n’ Roll Collection – Gene Vincent & The Blue Caps
Ida Red Likes To Boogie – Bob Wills And His Texas Playboys – Bob Wills And His Texas Playboys
Red River Valley – Fifty Miles To Travel – The Delmore Brothers
Little Red Shoes – What Would You Give In Exchange For Your Soul? – The Monroe Brothers
Blood Red Roses – Best Of Matthews Southern Comfort – Matthews Southern Comfort
Spin On A Red Brick Floor – Once In A Very Blue Moon – Nanci Griffith
Red Balloon – Hang On To A Dream: The Verve Recordings – Tim Hardin
Red Chair Fade Away – Bee Gees 1st – Bee Gees
My Little Red Book – Love 1st – Love
Red Red Wine – In My Lifetime – Neil Diamond
Who Drove The Red Sports Car – Blowin’ Your Mind – Van Morrison
(The Angels Wanna Wear My) Red Shoes – My Aim Is True – Elvis Costello
Under The Red Sky – Under The Red Sky – Bob Dylan
Red Tide – Middle Cyclone – Neko Case
Red Apples – The Covers Record – Cat Power
Red Dirt Girl – Red Dirt Girl – Emmylou Harris

Lucinda-Williams.jpg 

Big Red Sun Blues – Lucinda Williams
Red Dust -  In The Reins – Calexico / Iron & Wine
Red Right Hand – Cover Magazine – Giant Sand
Little Red Riding Hood Hit The Road – Rock Bottom – Robert Wyatt
Red Planes – La Variété – Weekend
Psychoanalysis (Red) – Kieslowski – Zbigniew Preisner


Zéro de conduite is op Radio Centraal 106.7 FM in Antwerpen van 6 tot 8, ’s avonds, elke eerste zaterdag van de maand. Je kunt het programma op de radio beluisteren, of via de website van radio centraal: http://www.radiocentraal.be/Realescape/ or http://streaming.radiocentraal.org/

rouge.jpg

 

06-12-10

DE RODE DRAAD: 6 DECEMBER 1969

redshoes_emeric_presburger_emmar_ shearer.jpg

Drink het bloed van een lam. Nee. Kijk uit. Een aangereden hond, zijn bloedspoor in de sneeuw. Jouw bloed en het bloed van iedereen die ik ken. Warm in de zomer en de koude winter. Opgewonden bloed. Dik en dun. Terneergeslagen bloed. Bloed voor niets.

Rode zetels in een Koninklijk Circus. De rode kamer in een gelijknamige roman van August Strindberg. De rode kamer waar ik met je vrijde in de tijd van wolven. Je rode, op tragedie rijmende schoentjes. Of rijmen ze op een sprookje? Verfoeide verkleinwoorden, omdat het niet anders kan. Rode zonsondergangen, zonsopgangen. De maan, je periode van geluk en verdriet. De maan die ik met je deel en met Venus. Vervuld met rood licht boven de warme golven van de Schelde.

In jou in mij is geen schuld, geen onschuld. In jou ben ik vuil en ben jij zuiver. In jou ben ik zuiver en ben jij vuil. In elkaar zijn we elkaar, zijn we wie we zijn. Of wat dacht je? Alsof de wolf zich daarover zou uitspreken. De wolf spreekt niet, de wolf is stil, of huilt. De wolf huilt om heel andere dingen. Die wij niet kennen of niet uitspreken. De wolf is de wolf. Hij is alleen maar een dier in de taal en een beeld in een gedicht.
 

Toen ik jong was, was het onweer rood en donker. Als we fietsten, alsof op de vlucht voor de dood. Talloze rode en blauwe fietsers waren er in die tijd, zoveel van hen gingen zo vroeg dood. Alsof ze bergopwaarts terugfietsten naar het verleden, pijlsnel naar een luguber bal van Edgar Allan Poe. Alle aanwezigen droegen er het masker van de rode dood.

Niet ver daar vandaan danst op rode muziek het leger van Trotski. En soldaten sterven, soldaten sterven voor jou. En soldaten sterven, soldaten sterven voor mij. Jonge jongens met blauwe en bruine ogen, bang. Je kunt je geen soldaat voorstellen zonder rood. George Stevens heeft ze gefilmd. Ze zijn op mijn netvlies gebrand. Hun dode ogen, jong, alle dromen dood.

Het gevaarlijk scharlaken in de woedende ogen van André Breton. In de zachte ogen van André Breton. 'Le rouge et le noir' en alle andere avonturen voor jou en mij verteld tijdens koortsige dagen. Wie is de verteller? De bladomslaander? Dat meisje met de rode lippen.. Les lèvres rouges, zeg je, dat klinkt mooier. Made in Belgium, antwoord ik.
   

daughters-of-darkness-.jpg


Op het vampierenbal wordt iedereen verwelkomd en innig gezoend. Tot de lippen stuk worden gekust, tot ze aan flarden hangen, als kleine stukjes vlees aan een haak op een mercado. Schamen ze zich niet! Niemand schaamt zich om rood. Rood? C’est chic!

Terwijl vampieren zich vermaken op net zo'n bal - in de nadagen van swinging London, in 1969, is Roman Polanski's vriend John Philips, bijgenaamd The Wolfking Of LA, van the Mamas & the Papas, vlijtig op zoek naar cocaïne, naar heroïne; hij zakt dagenlang door in een pand op Powis Square in Notting Hill - stuurt Charlie de meisjes naar Polanski’s huis aan Cielo Drive 100050 in Benedict Canyon. Het bloed van Sharon Tate, van haar ongeboren baby, moet op de witte deur. ‘Varkens’ en ‘Helter Skelter’: het bloedspoor dat ze achterlaten.  En zo eindigt de lange rode zomer van liefde. Met bloedeloze varkens en moordlustige meisjes. De Maysles broers maken er geen documentaire over. Wel over the Rolling Stones gratis en voor niets op de Altamont Speedway, ook in Californië - het einde van de droom, 6 december 1969, zeggen de journalisten. Ed Sanders lid van The Fugs, oprichter van het tijdschrift Fuck You, schrijft een huiveringwekkend boek over The Family. Het verschijnt in 1971. Ondanks mijn onverklaarbare schrik voor bloed lees ik het in een ruk uit. Het lijkt wel of heel Death Valley doordrenkt is met bloed. Honderden sektes begraven er hun mensenoffers.
charlesmanson.jpg
Het bloeden is geen Amerikaans fenomeen, maar zoals John Philips in Powis Square blijf ik in Los Angeles hangen. Er gaan jaren voorbij. De koude oorlog, het rode gevaar. En Hollywood, altijd Hollywood. 

Michael Madsen snijdt met genoegen iemands oor af, Steeler's Wheel vrolijk op de voorgrond. Met hetzelfde genoegen beluisteren we in 2010 in Antwerpen zijn geschonden stem. Elk woord is een beschadigd gedicht. Maar het enige gedicht dat ik werkelijk wil horen is jouw gefluister. Waardoor we vluchten. Vluchten in de nacht, zoals we in een oude film noir zouden hebben gedaan. Vluchten in elkaar. Ik vlucht in jou, jij in iets onbekends en onnoembaars.

Hoest je al bloed op? Kleine rode druppeltjes? Nee, nog niet, toch niet zichtbaar. Want anders zou het te laat zijn, jongen. Dan zou het te laat zijn voor dromen en plannen. Zelfs op de Toverberg zou je niet veel tijd resten. En er is niet eens een Toverberg. Er is geen Settembrini, geen Castorp, geen Chauchat. Zelfs niet de gevaarlijke muziek is er. Als het te laat is is het te laat. Zo is het en niet anders. Leg je maar neer bij deze moeilijke tijden. Wat je nog rest is de liefde. De liefde die geen naam heeft. Of heeft je liefde dan toch een naam?
L'amor che muove il sole e l'altre stelle.

03-12-10

DE RODE DRAAD: EERSTE VERSIE

 Trois_couleurs__Rouge_1994.jpg

Irène Jacob in Trois couleurs: Rouge.

“Nu besef ik pas hoe ijdel dat was; want had ik in hun situatie zelf soms niet kunnen moorden of stelen?” Jean-Louis Trintignant (Le juge), in 'Trois couleurs: rouge' van Krzysztof Kieslowski.


Het bloed van een lam. Een aangereden hond, zijn bloedspoor in de sneeuw. Jouw bloed en het bloed van iedereen die ik ken. Warm in de zomer en de koude winter. Opgewonden bloed.

Terneergeslagen bloed.

 

Rode zetels in een Koninklijk Circus. De rode kamer in een roman van August Strindberg. De rode kamer waar ik met je vrijde in de tijd van wolven. Je rode, op tragedie rijmende schoentjes. Een verfoeid verkleinwoord, omdat het niet anders kan. Rode zonsondergangen, zonsopgangen. De maan, je periode van geluk en verdriet. De maan die ik met je deel en met Venus. Vol van licht boven de warme golven van de Schelde.

 

In jou in mij is geen schuld, geen onschuld.In jou ben ik vuil en ben jij zuiver. In jou ben ik zuiver en ben jij vuil. Alsof de wolf zich daarover zou uitspreken. De wolf huilt om heel andere dingen. Die wij niet kennen of niet uitspreken.

Het onweer is rood en donker.  Als we fietsen, op de vlucht voor de dood. Zoveel rode en blauwe fietsers, zoveel van hen al vroeg dood. Alsof ze bergopwaarts terugfietsen naar het verleden, pijlsnel naar een luguber feest van Edgar Allan Poe. Op rode muziek danst het leger van Trotski. En soldaten sterven, soldaten sterven voor jou. En soldaten sterven, soldaten sterven voor mij. Jonge jongens met blauwe en bruine ogen, bang.

 

Het rood in de woedende ogen van André Breton. In de zachte ogen van André Breton. Le rouge et le noir en alle andere avonturen voor jou en mij verteld tijdens koortsige dagen. Je rode lippen. Les lèvres rouges –  made in Belgium. Op het vampierenbal wordt iedereen verwelkomd en innig gekust. Tot de lippen bloeden van schaamte. Maar niemand schaamt zich om rood.

 

Terwijl vampieren zich vermaken op zo’n bal stuurt Charlie de meisjes naar Polanski’s huis.

Het bloed van Sharon Tate moet op de witte deur. ‘Varkens’ en ‘Helter Skelter’, is het bloedspoor dat ze achterlaten.  En zo eindigt de lange rode zomer van liefde. Met bloedeloze varkens en moordlustige meisjes.

 

Michael Madsen snijdt iemands oor af, met genoegen, en met hetzelfde genoegen beluisteren we zijn vergane stem. Elk woord is een gedicht. Maar het enige gedicht dat ik werkelijk wil horen is jouw gesnuif. Waardoor we vluchten. Vluchten in elkaar.  Ik vlucht in jou, jij in iets onbekends en onnoembaars. (Later de gebroken ribben.) (Later de lotgevallen.)

Hoest je bloed op? Kleine rode druppeltjes? Nee, nog niet, toch niet zichtbaar. Want anders zou het te laat zijn, jongen. Dan zou het te laat zijn voor dromen en plannen. Zelfs op de Toverberg zou je niet veel tijd resten. En er is niet eens een Toverberg. Er is geen Settembrini, geen warme kat. Zelfs niet de gevaarlijke muziek is er. Als het te laat is is het te laat. Zo is het en niet anders. Leg je maar neer bij de moeilijke tijden. Wat je nog rest is de liefde. De liefde die geen naam heeft. Of heeft je liefde dan toch een naam?


(Ontwerp.)

25-02-06

VERWENST EN VERVLOEKT II


Niemand heeft me onder druk gezet. Er werden wel suggesties gedaan: die is goed, die is slecht, die moet eruit, die moet erin… Maar ik mag nog altijd mijn zin doen, we leven in een vrij land, dank u.

Er is een klein werkje van Titiaan alias Tiziano. Afmetingen 37,5 x 31 cm, misschien wel zijn allerkleinste doekje, met als titel Madonna en kind: zelfs op dat kleine schilderijtje zie je de ernst van zijn ROOD, benadrukt door een groen gordijn, subtiel maar zeer aanwezig op de achtergrond en een blauw kledingstuk over de zetel gedrapeerd, waarop de heilige maagd plaats heeft genomen, met het blote ventje op haar schoot, de kleine Jezus. Heb je ooit zulk rood gezien, ik geloof dat het titiaanrood heet? En dan heb ik het nog niet over de blik in de ogen van Madonna, en over de teentjes van haar linkervoet. De kleine Jezus ziet er een beetje triest uit. Wat wil je ook als je later een doornenkroon moet dragen op je mooie hoofd en een kruis op je nog jonge rug. En langs de kant van de weg staan ze te spuwen alsof het vlaggenzwaaiers zijn ergens in een bocht van de weg, tijdens een rit van de Ronde van Frankrijk: vuil uitschot! Vuil uitschot! Verdomde koning van het Crapuul! Of het allemaal waar is? Het is een sterk verhaal, zoals dat titiaanrood sterk is. Onlangs was ik op zoek naar de schilder van Hemelse en Aardse Liefde; ik vond zijn naam niet meer in mijn hersencellen. Nu is hij er terug door dat rood: het was Titiaan, of zoals hij als 'signeerder' van dit werkje heet: Titianus.

Wat ik nu eigenlijk wilde zeggen was dat die ene Titiaan zoveel meer betekent dan al die verwenste en vervloekte namen op dat verwenste en vervloekte lijstje, dat ik in een bui van wispelturigheid, misnoegdheid en galgenhumor aan het publiek heb kenbaar gemaakt, na een gesprek met mijn levensgezellin over een bepaalde ‘dikke’ acteur. Op die hele lijst staat niet een mens die ik echt ken. Misschien heb ik wel al eens iemand ‘ontmoet’, maar ik weet niet wat voor een mens iemand is, door hem of haar een keer te ‘ontmoeten’. Wat daar staan, verwenst en vervloekt, zijn NAMEN. Ik denk dat Guy Mortier wel een sympathieke kerel is. Maar zijn naam staat daar vanwege het vedettencircus. Hij heeft dat circus mee in leven geroepen. Ik weet dat het een mondiaal verschijnsel is. Als Brett Easton Ellis weer eens iemand de keel heeft overgesneden, moet dat zonodig op de voorpagina van Time Magazine staan en weegt de New York Times op zaterdagnacht een kilo zwaarder. Terwijl wij alleen maar onze aardappelen willen schillen, of, zoals in Duitsland, de vuile auto’s uit de steden houden, of een boek schrijven over titiaanrood, of… Guy Mortier heeft dat circus in België mee bewerkstelligd, dat weet iedereeen (en hij is ook niet de enige). Wat kon de man anders doen? Zijn tijdschrift op de klippen laten varen?

Ik heb begrip voor die mediamensen, maar ik mag er niet aan denken. Ze representeren een degoutante wereld. Wat moet ik van Tom Waits denken, die 100 euro vraagt voor een toegangskaartje tot zijn krakende stem, Martha, Hold On, Get Behind the Mule, enzovoort? Niets! Ik wil niets denken.

Toch zijn er figuren bij, niet eens droevige figuren, ze zien er bijzonder tevreden uit, die ik haat vanuit de grond van mijn hart (hoewel ik niet kan haten): dat zijn die azijnpissers die de haat verkondigen, die ons tegen elkaar in het harnas jagen, die van ons angstazen maken of, erger nog, cynici. Mensen die ons beletten te slapen, die ons bang maken voor onze buren, die beweren dat ‘wij’ beter zijn dan de ‘anderen’… Mensen die niet weten wie ‘wij’ zijn… Ben ik dan geen ‘Vlaming’? Spreek ik dan geen ‘Vlaams’ zoals zij? Om het kort te houden, want het wordt laat, en het uitgangspunt over de Madonna met Kind van Titiaan was veel aangenamer om stil bij te blijven zitten: als ik zou willen snoeien, en misschien doe ik dat nog wel, dan zou ik veel van die verwenste en vervloekte mensen schrappen, maar wie zeker zou blijven staan in die verdoemde lijst is het Vlaams Belang.

Dat ik nu niet over Melody Nelson heb geschreven en over Jan Decorte en Sigrid Vincks, dat is de schuld van die zwarte heren en die zwarte dame, zo noem ik hen, want ik wil beleefd blijven. Aan alle anderen en zeker aan mijn vrienden en geliefden draag ik de schoonheid van de wereld op. Om even helemaal de sentimentele toer op te gaan: mijn vriend B. ga ik verdomd missen. Als hij weg is zal ik weer mijn goede oude ignorante zelf worden. Maar die verdomde eend moeten we nog eten. De erbij horende wijn is echter al opgedronken. Zoals het hoort. Amen.

18-07-05

WESTERN

western,mythologie,schets,skelet,goed,kwaad,rood,montage,bloed

Skelet voor een verhaal gebaseerd op de westernmythologie. 


Bluegrassmuziek, liedjes van Johnny Cash en Alexander Spence, maar ook The Streets Of Laredo in de versie van John Cale en Sweetheart van Suicide. Het gaat inderdaad om een verhaal waar muziek bijhoort.

Glinsterende wapens, colts, vlijmscherpe messen.

Het belangrijkste personage, Allen Farbman, is geobsedeerd door klassieke westerns (Shane, Man Of the West, High Noon, The Searchers). Hij citeert uit die films. Hij is er ook op gebaseerd, een combinatie van Alan Ladd, James Stewart, Gary Cooper en Warren Oates.

Belangrijkste kleur: rood.

Hij komt uit het niets, of veeleer uit het bijna-niets van de burgeroorlog, of een andere tragedie, en op het einde verdwijnt hij weer in dat zelfde bijna-niets, bijvoorbeeld de woestijn.

Strijd tussen goed en kwaad. Het kwaad zit in elke mens. Ook in Allen Farbman. Elke mens is een duivel, een gevallen engel, een hulpeloos schepsel, verdreven uit het paradijs. Het dier echter doet niemand kwaad. De hond, de koe en het paard als engelen, zoals in sommige werken van Marc Chagall.

Geen definitie van goed en kwaad; goed en kwaad lopen over in elkaar. De goede bestaat niet (zoals in El Topo van Alexandre Jodorowski, of Touch Of Evil van Orson Welles).

Al het bloed, al het bloed.

Montagetechniek. Combinatiemethode. Citaten. Met namen jongleren. Bluffen zoals de pokerspeler.

Het zwijgen: de dingen niet kunnen uitdrukken. Denk aan Clint Eastwood.

Evolutie van het verhaal: het gaat van praten naar fluisteren en eindigt met volstrekt zwijgen.

Geen happy end.