19-10-11

NICO / HERBERT TOBIAS

 

Herbert_Tobias_Nico_im_Cocktail_1956.6792521_large.jpeg

Herbert Tobias - Nico im Cocktailkleid van Oestergaard, Berlijn 1956.

De Duitse fotograaf Herbert Tobias, die later een beroemde foto van Andreas Baader maakte, gaf Christa Päffgen de artiestennaam Nico. Haar grote, dramatische avontuur kon beginnen. Van Berlijn naar Coco Chanel in Parijs, naar Lee Strassberg in New York, naar Fellini in Rome (La Dolce Vita). Dan weer naar New York voor Andy Warhols Exploding Plastic Inevetable en de eerste elpee van The Velvet Underground. Opnieuw naar Parijs om er films te maken met haar vriend Philippe Garrel. Tussendoor verbleef de nomade in Londen en Manchester. Om in 1988 te sterven op het eiland Ibiza, ver weg van het rumoer van de wereld. Nico Icon.

13-08-09

RIJKE MAANDEN


berlinfriends

De voorbije maanden zou ik rijke maanden durven noemen, zoals de velden en boomgaarden waar ik met de trein voorbijreed en de door volle maan verlichte straten van de steden waar ik verbleef. Wij slingerden elkaar geen verwijten naar het hoofd. Zelf sliep ik weinig, imsonia, maar bleef er toch rustig bij. Op een vreedzame manier bekogelden wij elkaar met rijke lijstjes – ze gingen de halve wereld rond. Deels wilden we elkaar tonen wie we waren, deels wilden we dat de anderen zouden worden zoals wij, en wij zoals hen. Ook wilden we bewijzen dat we niet de eersten de besten waren, dat we niet zomaar konden worden vervangen, in weerwil van het adagium dat iedereen vervangbaar is.

Dat is gewoonweg niet waar. Je bent onvervangbaar. Niet omdat je Marcel Proust, Virginia Woolf, Herodotus, Céline of Thomas Hardy hebt gelezen; Bob Dylan, Bach, Joy Divison, Bessie Smith, Bill Evans of Ornette Coleman hebt beluisterd. Niet omdat je de hele nacht extatisch rock & roll heb gedanst (terwijl dat muziekgenre al lang niet meer bestaat). Niet omdat je van Wong Kar Wai, Wim Wenders, Nicholas Ray, Ingmar Bergman of Antonioni houdt. Niet omdat je in Waterloo was, aan de Grand Canyon of in Timboektoe. Niet omdat je whisky, tequila, porto, absint of Orval hebt gedronken. Nee, daarom niet, maar om al deze redenen samen - en vele andere - die je tot een uitzonderlijke enkeling maken. Iemand die een eigen project heeft en iets aanvangt met wat hij op zijn weg ontmoet, met wat hem in de schoot wordt geworpen. En jou, en jou.

Zonder in details te willen treden waren de voorbije maanden voor mezelf rijke maanden. Ik heb nauwelijks iets geschreven, wat nochtans het essentiële is van wat mij onvervangbaar zou moeten maken. Of dat werkelijk zo is laat ik in het midden. Hierboven heb ik het over de kunst van het combineren gehad, en eerder deze maand schreef ik over het schervenbestaan. Ook als je niet schrijft, als je niets doet, draag je bij aan de wereld.

Ik heb door Italië gereisd, vooral Umbrië en het altijd zinderende Rome. Musea heb ik er nauwelijks bezocht; ik heb er gewandeld, gegeten, gedronken, het leven gevierd. In Brussel zag ik een mooie tentoonstelling van het werk van Sophie Calle (waar ik al eerder over schreef). Ik had bovendien het genoegen kennis te maken met nieuwe vrienden, ongetwijfeld voor wat mij nog rest van mijn leven. Vriendinnen eigenlijk, uitzonderlijke vrouwen. Waarom vrouwen? Wellicht omdat ik zelf nogal vrouwelijk ben. Ik ben geen macho, niet competitief, spreek niet luid, streef niet naar een belangrijke positie in de maatschappij (dat laatste is niet echt vrouwelijk meer; bestaan het echt vrouwelijke en het echt mannelijke wel? Is het ook wat dat betreft niet een combinatie?). Ik zie graag vrouwen, letterlijk en figuurlijk, ben graag in hun gezelschap, vind het fijn met hen, met jullie, te converseren – bijna een van jullie te zijn. Ook al ben ik tevreden met mijn huwelijk ben ik toch ook altijd verliefd. Sommigen schrikken daar voor terug, wellicht omdat dan plots de man in mij naar boven komt. Dat spijt me, maar zonder die verliefdheid, zonder die eros zou ik niet lang leven. Eros is wat mij, als ik uiteengevallen ben, weer in elkaar steekt, zoals een mechanieker een oude Bugatti. Eros vuurt mij aan en helpt mij, soms, de woorden vinden die ik niet zoek. Degene die ik zoek zijn de bekende, versleten, degene die ik niet nodig heb. Eros probeert mijn scherven weer aan elkaar te lijmen. Wat niet lukt, maar het is wel – tijdelijk – een groot genoegen.

Toch heb ik niet alleen twee fijne vrouwen beter leren kennen: in Berlijn maakte ik kennis met een andere zielsverwant, een Duitse Texaan. Tijdens warme Berlijnse nachten praatten we over reizen, soulmuziek, vrouwen, Hongaren, tequila, mezcal en andere geneugten des levens. Dronken werden we van Tsjechisch bier en wodka. Berlijn drong bij mij langs elke porie naar binnen (dat doet het altijd – het is de stad waar ik het liefst verblijf). In mijn hotel maakte ik kennis met een zwarte familie die alle kleuren van de regenboog had en over heel de wereld verspreid leefde: nu waren ze bij elkaar voor een huwelijk van een ‘ver’ familielid. Ik was welkom aan hun tafel en samen dronken we wijn tot net voor de zon opging. Deze mensen zal ik nooit meer ontmoeten, ze zijn met te veel, te verspreid, te rhizomatisch. De Texaan - hij lijkt op Harry Dean Stanton -zal ik zeker nog weerzien. Alleen al om hem te horen vertellen over zijn oude vrienden Nick Cave en Blixa Bargeld. Nick Cave woonde bij hem in ten tijde van The Birthday Party. Hij schreef er, onder invloed van alle mogelijk drugs, ‘And the Ass Saw the Angel’.

En zo ging ik de afgelopen maanden op en neer, ging ik weg en keerde ik weer. Zat ik de gek uit te hangen in de Daringman of een ander Brussels café en treurde ik om de dood van Willy Deville, Michael Jackson en de anderen die nu voorgoed begraven liggen in de zomer van 2009. Ook wat de dood aangaat was het een rijke tijd. Maar de dood is niet het einde, het is het begin, niet in de wederopstanding, daar geloof ik allemaal niet in, maar in dit leven zelf. De verwezenlijkingen van de doden, hun nu stille woorden, hun versteende daden, komen in een nieuw daglicht en inspireren zo nieuwe, jonge mensen, degenen die deze planeet zullen koesteren en in stand houden. Ik hoop dat ze niet vergeten dat ze veel redenen hebben om boos te zijn en te blijven. Ik hoop dat ze de tegenstellingen waaruit de wereld en waaruit wij bestaan nooit uit het oog verliezen.

Maar ook als mijn hoop nergens op slaat waren het rijke maanden.

Foto: Martin Pulaski, Berlijn, juli 2009, Jelena, Mari & Ed.

30-05-09

CARPE DIEM i


janebirkin3


Morgen reizen we voor de derde keer naar Umbrië. Op mijn verjaardag, de laatste die ik nog echt wil vieren, ben ik in Spoleto, een kleine, lieflijke stad, die me dierbaar is. Het zal er regenen, en kouder zijn dan hier, maar dat maakt niet uit. Het leven is er intenser; de natuur, die de stad lijkt te omhelzen, werkt dat in de hand. In die omgeving wil ik best wel ouder worden, come rain or shine. Ik zal over de Romeinse brug lopen, die Goethe in zijn ‘Italiaanse reis’ vol bewondering beschrijft, en aan de overkant waar kruiden en wilde bloemen groeien een heidens gebed bedenken. ’s Avonds wordt er goed gegeten, truffel is de specialiteit van de streek, en de wijn uit Montefalco lest bijzonder goed de dorst. Ja, na alle voorbije ellende, kijk ik er naar uit, zoals alle mensen die op reis gaan of vakantie nemen.

Meestal ben ik ziek alvorens ik op reis vertrek, maar nu niet. Nu is mijn zoon ziek en ligt hij in een hospitaal, met een onduidelijke aandoening. Maar het gaat beter met hem, bloedanalyses wijzen op niets kwaadaardigs, en hij eet weer. We houden contact en als zijn toestand toch zou verergeren ben ik vanuit Rome snel in Parijs. Maar zijn toestand zal niet verergeren, daar vertrouw ik op.

Het zal de eerste keer in mijn leven zijn dat ik niet ga stemmen. Maar lig ik er wakker van? Nee, niet echt. Ik lig van andere dingen wakker, onnoemelijke dingen, maar niet meer van de spektakelpolitiek. Politici willen ons almaar vrijheid verkopen, en andere leuke dingen, maar we weten heel goed dat we niet vrij zijn. Zelfs vogels zijn niet vrij, zong Bob Dylan al toen hij nog heel jong was. De enige vrijheid is de dood. Dat is geen pessimistische gedachte, integendeel: we zijn niet vrij, maar wel verantwoordelijk voor onze daden. Daarom zou ik, ondanks mijn wantrouwen en vaak zelfs afkeer van het politieke circus, zeker gaan stemmen. Mijn keuze was al gemaakt: ik zou voor de groenen stemmen, wellicht voor Ecolo hier in Brussel, of anders voor Groen!: het is het minste kwaad. Zij hebben een project voor de toekomst. De financiële belangen, die bij de andere partijen zo’n grote rol spelen, en het fascisme van de zwarte partijen zullen dat project natuurlijk proberen te dwarsbomen – maar we mogen niet berusten in hun donkere macht. Elke burger in dit land moet zich verzetten tegen het wilde kapitalisme, het ‘empire’, dat blind en boosaardig vernietigt wat mooi en kwetsbaar is. Er is niet veel verschil meer tussen de traditionele en de extreemrechtse partijen: zij hanteren stuk voor stuk een nationalistisch discours. ‘Eigen volk eerst’ is de onuitgesproken slogan geworden van bijna elke politicus die graag op televisie komt. Overigens blijven de media dit oprukkend nationalisme in de hand werken. Bijvoorbeeld in hun bewieroken van extreme nationalisten als Bart De Wever, de “intelligentste en meest geliefde politicus” van Vlaanderen. Ik geloof dat iemand als Bart De Wever nog schadelijker is voor dit land en voor onze toekomst dan om het even welke Vlaams Belang-politicus. Als je die mannen al politici mag noemen, demagogisch en demonisch als ze zijn.

Ik zou vooral voor de groenen stemmen, Nederlands- of Franstalig, omdat zij de solidariteit tussen alle bevolkingsgroepen belangrijk blijven vinden, en omdat zij begaan zijn met de toekomst van onze kleine planeet. Ik ben in een bepaald opzicht een voorstander van het Carpe Diem, maar niet tegen elke prijs. Doch ik ga niet stemmen, ik onttrek me aan mijn verantwoordelijkheid, ik ga de dagen plukken. De eerste keer in mijn leven.

Mogelijk bereik ik meer met deze tekst dan met het uitbrengen van alleen maar een eenzame stem? Hoochiekoochie is toch ongelooflijk populair! Ik heb over de hele wereld verspreid duizenden trouwe lezers! Laat me dat als troost, of excuus. En over veertien dagen ben ik terug om de mogelijke schade onder ogen te zien. De schade die extremisten mogelijk aan mijn dierbaar België hebben aangericht. Geniet alvast van de mooie, lange dagen! En vergeet eros niet, Dionysos, de liefde, het verlangen, de lust, de genoegens van de zomer. Carpe Diem!

 

 


Afbeelding: Jane Birkin plukt de dag.
 

 

12-05-09

HERINNERINGEN BLIJVEN JE NIET LANG TROUW

 

Als de tijd je rust brengt en herinneringen.

Als je terug kunt kijken op je rijk en zijn grenzen.

Als je je hart herinnert zoals het klopte in de lente.

Schenk je dan nog een glas wijn in en drink.

Want herinneringen hebben een roes nodig

Om in te gedijen, een denkbeeldig kussen

En de geur van zweet, van gardenia’s -

Herinneringen blijven je niet lang trouw.

Je leven is afscheid nemen van namen, van

Onvergetelijke woorden, van fluwelen huid,

Van motoren en vrachten en oude rivieren.

Je leven vloeit wreed en diep naar de oceaan.

Je leven is een zachte bries, een sluimertijd,

Onopgemerkt in luxueuze huizen, waar gewikt

Wordt en gewogen en niets aan het toeval.

Voor hun dobbelen daar hebben ze je niet nodig.

Dat is goed. Als je je woede maar koestert

En de sterren, de volle maan, rode lippen,

Glinsterende ogen, vreemde liefde, waanzin,

Fietsende kinderen en vuurvogels zingen

Hun lange liederen over het stof, de aarde.

08-12-08

LEVEN EN DOOD VAN EEN CACTUS



umberto d

Met pijn in het hart heb ik een meer dan twintig jaar oude cactus in kleine stukken gezaagd; een levend wezen dat ik tot levenloosheid heb herleid. De cactus nam geen water meer op, en verschrompelde. Ook zonder mijn ingreep was hij ten dode opgeschreven. Het onderste gedeelte van de plant, die bijna dezelfde lengte had als ik, was zwart geworden en krom getrokken, maar de bovenkant was (en is) nog mooi groen. Misschien kan ik die groene stukken opnieuw aan het groeien krijgen.
Het is vreemd dat een voorwerp, een ding, je emoties zo sterk kan raken. Natuurlijk houdt dat verband met het verdwijnen, met het sterven en de ontbinding. Een cactus opruimen is misschien wel netjes, maar je beseft tegelijk dat alle leven eindig is en moet verdwijnen. De meeste dingen rondom ons blijven echter langer dan wij, de boeken, de beelden, muziek. Het huis waarin ik woon is in geen al te beste staat, maar ik twijfel er niet aan dat het hier nog zal staan als ik al lang vergeten zal zijn. Er zullen ooit, liever laat dan vroeg, nieuwe huurders komen die niets over me weten, over de gelukkige momenten, over het verdriet, over de honderden teksten die ik hier schreef en de zogenaamd onvergetelijke boeken die ik hier las. Het is goed mogelijk dat die nieuwe huurders niet meer zullen lezen, niet meer geïnteresseerd in film zullen zijn, en ook de zachtheid van de huid zullen hebben afgezworen. Want liefde is niet nuttig en brengt weinig op, tenzij in de prostitutie, zullen zij misschien zeggen. Ik mag hier niet te lang over nadenken, of er zit meteen al een alien in mijn kamer, een slijmerig wezen met scherpe tanden en kleine, lelijke ogen.

Enkele dagen geleden zag ik ‘Umberto D.’ van Vittorio De Sica. Dat had ik beter niet gedaan. Het is een onuitstaanbaar droeve film, met slechts enkele lichtpunten in – en de louterende schoonheid van de beelden, gelukkig. Een gepensioneerde ambtenaar komt niet rond met zijn pensioen en kan de huur van zijn kamer niet meer betalen. In heel Rome is er geen mens die hem kan of wil helpen. Hij heeft maar een vriend, zijn hond Flike, een buitengewoon welopgevoed beest. Er is ook nog het hulpje van de hospita: kennelijk heeft zij enige compassie met de oude Umberto D. Maar zij komt vooral af en toe in zijn kamer omdat ze door zijn raam naar de soldaten aan de overkant kan gluren. Twee van die jonge mannen zijn haar minnaars. Van welke van de twee ze zwanger is weet ze niet, maar ze maakt er zich weinig zorgen over. Op het einde van de film wil de hopeloze, gebroken Umberto D. samen met zijn hond onder een trein springen, maar Flike’s levenslust is te groot: hij doet de poging mislukken. Hoe het dan verder zal aflopen met die twee zullen we nooit weten.

Ik weet niet waarom ik die twee voorvallen hier vertel. Het zullen de donkere dagen zijn, de melancholie die me maar niet los wil laten. En melancholie voedt zich met melancholie, zwartgalligheid wil meer zwartgalligheid, geestespijn wil de donkere wijn van het verdriet drinken. Ik vermoed dat zelfs enkele bloemen van het kwaad me nu zouden kunnen bevallen.

Maar dit is slechts een winter. Er komen altijd weer mooie dagen. Spoedig zal het weer lente zijn en voor het zover is zal ik vrienden en geliefden ontmoeten. Ik zal de wijn drinken van het plezier en me laten ontroeren door de mooiste muziek die ik ken, zoals nu al door Neil Youngs in 1968 opgenomen ‘Sugar Mountain’. En ik zal terugdenken aan de mooie momenten van 2008. Ik leg me nog niet neer in de sneeuw en ben evenmin zinnens een paard te omhelzen in de straten van Turijn.

umberto d 2

Afbeeldingen uit Umberto D., een absoluut meesterwerk van Vittorio De Sica

28-01-07

PRETTY FRAULEIN - EEN GEDICHT IN PROZA


Opgedragen aan Townes Van Zandt

Het begon allemaal moeilijk. Je moest bewijzen dat je de woorden bezat. Ideeën reikten in de tijd tot voor Socrates. Boeddha's volgelingen reden op hun rode motorfietsen naar Italië, tot helemaal in Rome, bezochten daar Caracalla's baden, en Cinecittà in een vuile buitenwijk. Het hart van Percy Shelley rustte voor eeuwig in een boek van zand en zaad, lag begraven onder een maansteen in de Pisaanse heuvels, waarop je de liefde bedreef voor de mooie ogen van de soldaten. Pretty Fraulein!

Oog in oog met de vijand van het verdriet viel eenvoud over je land, hand en woordenschat. ‘Van een blik tot een moord’, (Zwart Beertje), kon hier nu in, net zo goed als ‘On the road (again)’, je Plechtige Communie en de hele mikmak van je uiteengespatte, verspilde leven.

Dat je er toch nog iets schoons van maakt! Dat je hogerop geraakt. Tussen zwervers, protestanten, goochelaars en beambten. Tussen komedianten die aangenaam je tijd verdrijven. En al het zachte dat er is zul je nog geduldig tot je nemen. Tot de laatste dag komt, tot de eindeloze en verblindend parelende nacht.

11-07-06

VOOR EN NA DE REGEN 2

syd barrett,pop,popcultuur,dansen,vrienden,school,provo,hasselt,londen,alken,guillaume bijl,jeugd,juke box,montaigne,sister ray,tongeren,pink floyd,velvet underground,beatles,skalden,swinging sixties,mick jagger,keith richards,droom,mei  68,mecca,kinks,jazz bilzen,bilzen,monique,antwerpen,jan,albert ayler,televisie,londerzeel,rome,junkies

Opgedragen aan Syd Barret, in memoriam. 

2.

Een nachtelijke ontmoeting in een huis in opbouw in Londerzeel. Malletje, Sarah (haar naam leer ik pas later kennen, de smaak van haar lippen). Negentienjarige zielsverwanten kickend op The Free.

Mijl in Londerzeel. "Ik ben de roadmanager van Jethro Tull" zegt hij & mag gratis binnen. Zijn Albert Ayler geeft hij me in ruil voor een dag Bed Peace met ex-miss België. Later voegt Rina zich aan Mijls zijde, mijn beste televisieavondvrienden. Bij jullie zag ik Wim Wenders, Rainer Werner Fassbinder, Van Kooten & De Bie. Waar ben je, Rina, zijn er nog sporen van je ziel, stofjes in de lucht die ik inadem? Wat is er met je boeken gebeurd? Met je geliefde Claire Goll? Ik mis je middernachtgesprekken, met letterlijke citaten uit interviews in de Humo - die ik zelf weigerde te lezen.

Marie liepen wij - ik was toen al een wij - jaren later in Rome tegen het lijf. Nee, mijn geheugen bedriegt me, ze fietste ons tegemoet op de Corso. Marie, die me aan Griet herinnert, Antwerpse junkie, en dan was er die andere uit de Middaglijnstraat in Schaarbeek, die in onze punkwoning in de Palfijnstraat onderdak vond & toch weer aan de spuit ging. Duchateau met zijn blikken doosjes. Met zijn pervitinepilletjes. Met – vele jaren later - zijn videocamera op onze huwelijksdag. Waar is die verdomde video, vriend? Ik wil zien wie wij waren in januari 1999 toen we innerlijk bruisend over de Anspachlaan liepen.

Ook Monique mag ik niet vergeten. Uit Alken. In mijn armen in Hasselt. In Blankenberge. Mijn eerste genotsvlees. Haar liefdesbrieven bewaar ik in een doos waar rode schoentjes in hebben gerust, die dansten op het ritme van the Slits, Clash en Television. Grijsgedraaide platen, brieven witgelezen

Paul V in Bilzen. Een Face, zoals ik. Een hele regenachtige middag speelde ik in zijn dichtbevolkte kelder ‘impromptus’ op de piano en zong de ziel uit mijn lijf. Bij The Small Faces in Diepenbeek kuste ik een Flower Power meisje. We waren twee uur lang lovers & ze dronk van mijn zakflesje Gordon’s Gin. Was ik niet zelf een Steve Marriott, een magere Tin Soldier, met lange haren & een hippe zonnebril, die ik in Maastricht had gekocht. Liefde op het eerste gezicht. Hoe heette je toch? Heb je nog altijd die modzonnebril van me? Denk je nog aan ons gekus als je de bril uit je oude prullendoos tevoorschijn haalt? Voor ons was de muziek het sacrale. Dylan's It Takes A Lot To Laugh, It Takes A Train To Cry, the Pink Floyds See Emily Play, the Pretty Things' Hey Rosalyn.

Op mijn eentje op het voordek van het ouderlijk schip. Bij het binnenvaren in het Straatsburgdok liet ik de beat weergalmen: Substitute, It's My Life (“and I do what I want”), I'm Free, All Day And All Of The Night. Of ik zat te lezen in het provoblaadje Lynx in café de Dolfijn in Maastricht, in café Skalden in Hasselt, Witch Doctor op de jukebox, Child Of The Moon. Kickend op Mick Jagger & Keith Richard, It's The Singer Not The Song, Got To Get Away. Een avond in juni, 1967, in the Mecca in Londen, dansend met de kleine Johannes en Lucas en de meisjes. Overal in de swinging London straten Sgt. Pepper's Lonely Hearts Club Band en Are You Experienced?.

Mei 1968. Kicken op Let's Spend the Night Together, Matilda Mother & op mijn eigen experimenteel toneelstuk "De droom", waarin de in werkelijkheid voortdurend gepeste en verstoten Kikkeroog - zo werd hij genoemd, ik ben zijn voornaam vergeten - van het getreiter werd gered. Een catharsis zonder dat wij het wisten. Kickend in de kelder van het Atheneum op The Velvet Undergrounds Sister Ray, met Popov & Fiat de andere spitsbroeders. In "De droom" zaten zolang het stuk duurde drie kortgerokte meisjes zwijgend neer. Zitten, zwijgen en mooi zijn. Meer mocht niet van de prefect. Meisjes die samen met jongens repeteerden, dat was des duivels, vond de prefect. Korte rokjes en lange haren waren al schandalig genoeg.

Zo heb ik de draad toch weer te pakken: vriendschap is het allerhoogste, zoals ook Montaigne wist.