02-04-16

ZERO DE CONDUITE: SOPHISTICATED BOOM BOOM

0shangri-las.jpg

Zéro de conduite is een POPprogramma op Radio Centraal in Antwerpen. Elke eerste zaterdag van de maand, van 6 tot 8 ’s avonds. Een muzikaal evenement voor allen en voor niemand. Uniek in het universum. Stem af op 106.7 FM.
Je kunt Zéro via streaming beluisteren. Hier vind je meer informatie over de radio.

George-ShadowMorton.jpg

De tragische gebeurtenissen van 22 maart hebben mij even doen overwegen om een rouwprogramma te maken. Maar niet al te lang. In de eerste plaats omdat ik geen rouwprogramma voor zoveel onschuldige doden en hun nabestaanden kan maken, een programma dat troost zou moeten bieden aan alle mensen die treuren om iets dat bijna onbevattelijk is.  Bovendien omdat ik dan heel vaak rouwprogramma’s zou moeten samenstellen, want bomaanslagen en moordpartijen van zo’n omvang gebeuren niet alleen in België maar zowat overal, vooral op plekken die we niet zo goed kennen. In de tweede plaats omdat pop op zich al troost biedt. “Forget your troubles and dance” zong Bob Marley al in ‘Them Belly Full’ en Smokey Robinson ging hem daarin voor met ‘I Gotta Dance to Keep from Crying’. Omdat we de haat die dood en verderf zaait alleen maar met liefde en plezier kunnen overwinnen (of daarvan uitgaan) ligt de nadruk in Zéro de conduite vanavond op beat en op de periode waarin beatmuziek een hoogtepunt bereikte: de jaren zestig. (Pop is vooral de muziek van het plezier, van het in overgave genieten, heel vaak met liefde gemaakt. Luisteren naar pop, of erop dansen, is plezier beleven en dat plezier wekt lust op, leidt tot seks en soms tot liefde. Of niet soms?)

Het thema, zo je wilt, is beat, maar dan enigszins gesofisticeerd, want omstreeks 1965 kreeg tienerpop hersens en looks. Beat was vanaf toen niet uitsluitend muziek maar ook stijl, mode, protest. Groepen als the Beatles, the Rolling Stones en the Kinks, labels als Stax en Motown, producers als Phil Spector, George ‘Shadow’ Morton en George Martin speelden daarin een vooraanstaande rol. En natuurlijk ook authentieke enkelingen als Bob Dylan, Françoise Hardy, Jimi Hendrix, Sly Stone en John Sebastian.


In de titel van deze aflevering, ‘Sophisticated Boom Boom’, naar een liedje van George ‘Shadow’ Morton, zit nog een spoor van de recente ontploffingen in Brussel. Maar ook naar de blues van John Lee Hooker en naar de drumbeats van Ringo Starr en Charlie Watts. Het Franse ‘boum’ is niet alleen het geluid van een explosie maar het is ook een ‘suprise-party’, een soirée dansante, een fuif. En daarmee is voorlopig alles gezegd. Veel luisterplezier!

0small-faces-immediate-35th-anniversary-edition-2cd.jpg


Sophisticated Boom Boom - The Goodies - Sophisticated Boom Boom: The Shadow Morton Story - George Morton

Les Petits Garçons - Françoise Hardy – The Vogue Years – Françoise Hardy

En Melody - Serge Gainsbourg - Histoire De Melody Nelson - J.C. Vannier

I'll Keep Holding On - The Marvelettes – Tamla Single, 1965 - Ivy Joe Hunter, William Mickey Stevenson

I'm Ready For Love - Martha Reeves & The Vandellas - Watchout! - Brian Holland, Eddie Holland, Lamont Dozier

Twist And Shout - The Isley Brothers - Bert Berns Story, Volume 1: Twist And Shout 1960-1964 - Bert Berns, Phil Medley

Daddy Rolling Stone [Alternate Version] - The Who - My Generation - Otis Blackwell

Inside Looking Out - The Animals - Animalisms - Burdon, Lomax, Chandler

When I Come Home - The Spencer Davis Group - Eight Gigs A Week: The Steve Winwood Years - Steve Winwood, Jackie Edwards

The World Keeps Going Round - The Kinks - The Kink Kontroversy - Ray Davies

L'espace d'une fille - Jacques Dutronc - Jacques Dutronc: Volume 1 (1966-1967) – Dutronc

Think - The Rolling Stones - Aftermath [UK] – Jagger, Richards

Buzz The Jerk - The Pretty Things - Get The Picture? - Taylor, May

Get Yourself Together - Paul Butterfield Blues Band - In My Own Dream - Bugsy Maugh

Friday Night City - The Blues Project - The Blues Project Anthology  - Tommy Flanders

Can You Please Crawl Out Your Window? - Bob Dylan – Masterpieces / Single  - Dylan

0the pretty things2.jpg

Steppin' Out - Paul Revere & The Raiders - Nuggets: Original Artyfacts From The First Psychedelic Era, Vol. 2 - Paul Revere, Mark Lindsay

The Girls Are Naked - The Creation - Our Music Is Red With Purple Flashes - Pickett, Gardner, Jones

Mirage - Tommy James & The Shondells - French 60's EP & Sp Collection – Richie Cordell

I Just Don't Know What To Do With Myself - Dusty Springfield - Songbook – Bacharach, David

Girl Don't Come - Sandie Shaw - The Collection – Chris Andrews

Darling Be Home Soon - Lovin' Spoonful - You're A Big Boy Now - John Sebastian

I Knew I'd Want You - The Byrds - Mr. Tambourine Man - Gene Clark

What You're Doing - The Beatles - Beatles For Sale – Lennon, McCartney

Things Are Going To Get Better - The Small Faces – Small Faces, Immediate, 1967 - Lane, Marriott

Whatcha Gonna Do About It - Doris Troy - The Girls Got Soul – Doris Payne, Gregory Carroll

(Hey You) Set My Soul On Fire - Mary Wells - The Girls Got Soul – Mary Wells, Cecil Womack

Good Runs The Bad Away - Sam & Dave - Soul Men - Wayne Jackson, Andrew Love

Dance To The Music - Sly & The Family Stone – Dance To The Music, 1968  - Sly Stone (S. Stewart)

Fire - Jimi Hendrix Experience - Are You Experienced? - Jimi Hendrix

Strange Roads - The Action - Rolled Gold – Alan King, Reg King

Lucifer Sam - Pink Floyd - The Piper At The Gates Of Dawn - Syd Barrett

Too Old To Go 'Way Little Girl - Janis Ian - Sophisticated Boom Boom: The Shadow Morton Story - Janis Ian

Two Heads - Jefferson Airplane - After Bathing At Baxter's - Grace Slick

In-A-Gadda-Da-Vida - Iron Butterfly - Sophisticated Boom Boom: The Shadow Morton Story - Doug Ingle

Badge - Cream – Goodbye - George Harrison, Eric Clapton

Goodbye Baby (Baby Goodbye) - Van Morrison - Blowin' Your Mind! - Bert Berns, Wes Farrell

So Soft, So Warm - The Nu-Luvs - Sophisticated Boom Boom: The Shadow Morton Story - George Morton, Vinny Gormann, Tony Michaels

Past, Present And Future - The Shangri-Las - Sophisticated Boom Boom: The Shadow Morton Story - Artie Butler's, Jerry Leiber, George Morton

0DorisTroyAnthology.jpg

Research & presentatie: Martin Pulaski
DJ: Sofie Sap

21-02-15

GEMURMEL VAN JE HART

P1000175.JPG

De rook om je hoofd zal wel nooit meer verdwijnen. I’m just trying to do this jigsaw puzzle until it rains anymore. Een regel uit een lied dat me rechtstreeks naar een kerstavond in de haven van Antwerpen leidt. Niet de regel op zich: het lied, de sfeer van het lied, de stem van de zanger. Of toch niet? Een puzzel is je hele leven nu. De kleurige stukken passen niet in elkaar, als ze dat ooit al deden. Hield je je ooit bezig met puzzels? Dat weet je niet meer zo goed. Zeker wel met monopolie, daar was je een krak in. Al heel jong klaargestoomd voor de markt, met een net pak in prince de galles met lange broek, gouden polshorloge en altijd als je buiten ging leren handschoenen aan.

Op weg naar de markt verloor je de weg. Je verdwaalde in smalle, donkere straatjes, in provinciesteden, in metropolen, in de dichte mist maar ook in de brandende zon. Er was geen weg terug. Je raakte de draad kwijt. Het besef van tijd. Wat was gisteren, wat veertig jaar geleden, wat is vandaag? Wat moet nog gebeuren? Angstvallig en reikhalzend wachtte je op het nieuwe millennium. Alles zou anders worden, niets maakte het verschil. De wereld verandert gedurig en toch lijken de gebeurtenissen op elkaar, zoals de uren en de dagen en de gezichten van mensen die je niet kent. Zou de mode een houvast kunnen bieden? In dat jaar groen, in dat blauw, en dan een keer fuchsia? Neen, ook de kleuren niet. Ook de mode niet. Je ziet geen verschillen. Op het ene feest dragen de vrouwen lange, donkere rokken, op het andere dansen ze vrolijk of cool in mini.

Wat je waarneemt is een caleidoscoop. Niets biedt houvast, alles wankelt, trilt, vervaagt. De steden en landen verliezen hun vertrouwde geuren. En toch blijf je er naar op zoek gaan, naar de geuren die je van een ver afgelegen oord terug thuis kunnen brengen en naar de vreemden die je weer naar een houten tafel kunnen begeleiden, waar je met een boezemvriend zit te praten alsof de tijd niet bestaat, of naar het bed van een bijna vergeten geliefde, waar de huid haar oneindige geheimen onthult. Ja. Ook al denk je dat je moedeloos en uitgeblust bent, toch verzet je je tegen de onverschilligheid, die je misschien onterecht aan de werkelijkheid toeschrijft. Je weet dat die onverschilligheid maar een laag is. Overal sluimert het verschil. En ook in jouw oor fluistert er nog ooit wel eens een stem die er alleen maar voor jou is. Woorden die rijmen op het genuanceerde gemurmel van je hart.
P1030683.JPG

...

Foto's: Martin Pulaski, Parijs 3 mei 2010; Antwerpen 21 maart 2010.

04-12-14

HERINNER JE JE BOBBY KEYS EN IAN MACLAGAN?

small faces3.jpg

Bobby Keys is overleden. De saxofonist roept bij mij onwillekeurig herinneringen op aan de mooie dagen in de Visélaan toen in onze woning daar de vrolijke en vettige klanken van ‘Sticky Fingers’ en ‘Exile On Main Street’ de muziekkamer en eigenlijk het hele huis vulden. De opwinding die ik daar bij voelde. Het zijn feestelijke platen: ik genoot er het meest van als ik ze met vrienden kon delen, nuchter of liever nog onder invloed van wat hasjiesj.  Werd ‘Exile On Main Street’ toen niet door de muziekpers afgekraakt omdat de plaat zo rommelig klonk? Ik dacht van wel. Een onderdeel van die verrukkelijke rommeligheid vormde de unieke sound van Bobby Keys z’n sax. De anekdotes over the Rolling Stones on tour, inclusief de uitspattingen van de huurlingmuzikant, zijn genoegzaam bekend. Waarom slingeren rocksterren toch zo graag televisietoestellen door hotelramen? Of schieten ze erop, zoals Elvis Presley deed (en Bruce Springsteen droomde). Ik luisterde gisteren nog een keer naar ‘Whatever Gets You Through the Night’ van John Lennon, ook met de Texaanse saxofonist in een glansrol. Moge Bobby Keys in vrede rusten.

BobbyKeysandKeithRichards.jpg

Gisteravond laat, na de zoveelste aflevering van the Sopranos – ik leef nu op een dieet van schrijven en Sopranos – probeerde ik mijn smartphone aan de praat te krijgen. Mijn gsm was al enkele dagen stuk. Ik heb me dan maar zo’n toestel vol overbodige snufjes die het leven nog wat moeilijker maken aangeschaft. Een fototoestel op een telefoon, te gek jongen!

Het eerste wat ik op mijn smartphone las was een bericht over de dood van Ian McLagan. Een van de kleine grote helden uit mijn jeugd - samen met Steve Marriott, Ronnie Lane & Kenney Jones in the Small Faces. In de tweede helft van de sixties maakte die beatgroep van de meest opwindende singles die je op de radio en de jukebox kon horen. Op elk gebied waren ze pure stijl. Als ik in Maastricht naar de kapper ging had ik altijd een foto van deze groep bij als voorbeeld. Ook bij het kiezen van hemden, jasjes en broeken liet ik me door hun voorkomen inspireren. Echt mod was dat al niet meer, daar waren hun haren wat te lang voor. Er zaten ook al veelkleurige, psychedelische ingrediënten in, net zoals in hun songs.

Singles als ‘All Or Nothing’, ‘Here Comes the Nice’, ‘Itchycoo Park’ en ‘Tin Soldier’ voerden me tot aan de rand van extase en soms erover. Ik herinner me nog goed hoe uitbundig Guy Bleus en ik in Tongeren - in café de Paddock geloof ik - dansten op de wilde klanken van dat laatste nummer, een van de beste singles aller tijden. Het orgel en de piano van Ian McLagan maken er een popparel van – eigenlijk is zijn geïnspireerd spel er de ziel van. Ach, wat hield ik van the Small Faces. Ik zag ze twee keer live. Een keer (1), samen met mijn vriend Jan De Pooter, een even grote fan als ik, in het nergensland van Diepenbeek. Bij dat concert mocht ik een mooi flower power-meisje dat ik helemaal niet kende lang en warm kussen. Ik heb nooit geweten hoe ze heette. Of ben ik het vergeten? Wat ik me wel nog herinner zijn de flessen gin die we doorgaven aan iedereen die het maar wilde. Een tweede keer, misschien nog grootser, maar minder intiem, was op Jazz Bilzen (2). De mooiste dagen van ons leven, terwijl we daar toch zo vlug mogelijk aan wilden ontsnappen. De illusies die ‘vrijheid’ en ‘toekomst’ heten, schitterden als het chroom van oude Chevrolets in de midzomerzon. De mooiste dagen, weggerend als wilde paarden over de heuvels, om het eens met de woorden van Charles Bukowski te zeggen.

Ian McLagan is dood, maar onze honger naar de klank van zijn orgel en naar de swingende sound van the Small Faces is niet gestild.

“When you're slipping into sleep, that's the time to unwind
Sinking down into the deep, that's the time of no time
When you're slipping into sleep
All the sounds around you seem to have a new meaning
Leave your body behind you with a different feeling
When you're slipping into sleep” (3).

pop, popcultuur, rock, muziek, small faces, rolling stones, bobby keys, ian mclagan, dood, sixties, euforie, dansen, singles, jukebox, jazz bilzen, diepenbeek, vrienden, plezier, geluk, toekomst, vrijheid, kleren, kapsel, extase

 

 

(1) Op 11 mei 1968 in Diepenbeek.
(2) Op 24 augustus 1968 op Jazz Bilzen. Eerst the Small Faces, daarna een jamsession van leden van the Small Faces, Cuby + Blizzards, Alexis Korner en Chris Farlowe.
(3) Uit  ‘Up The Wooden Hills To Bedfordshire’ van Ian McLagan. Terug te vinden op 'Small Faces', verschenen in 1967 op Immediate.

28-05-14

MANUSCRIPT GEVONDEN IN EEN WANDKAST

mods.jpg

Korte tijd geleden vond ik in een wandkast de chronologie die hieronder staat terug. Het lijkt me interessant om daar de volgende weken wat dieper op in te gaan. Mocht ik er de energie voor vinden, want de voorbije dagen hebben me zo uitgeput, ook al heb ik niets gedaan, werkelijk niets, zo weinig dat ik alleen nog maar zin heb om ergens, om het even waar, te gaan liggen en te slapen. Of eerst verschillende soorten bier, Gordon’s Finest Gold, Krusovice, gele Chimay, Cruzcampo, et cetera,  te drinken en dan te gaan liggen, ook al heb ik nog een dak boven het hoofd en dergelijke. Dus hier thuis kijken wat er nog in de koelkast zit en dat dan uitdrinken tot ik er bij neerval, wat ik in ‘normale omstandigheden’ nooit doe. Ik ga altijd liggen. En als ik niet kan gaan liggen dan speel ik drie akkoorden op m’n gitaar, slik een bromazepam en ga dan liggen. Dat lukt meestal wel. Maar een mens wordt altijd weer wakker. Soms zegt hij dan helaas, soms, hé wat goed, weer een nieuwe dag.

Als ik er iets mee ga doen, met die notities, dan zal het in muzikale zin zijn. Hoe ben ik doorheen de jaren tot de muziek gekomen waar ik nu van houd, of waarvoor ik nog uit mijn zetel kom om een of andere geluidsdrager in gang te zetten, en voldoende luid, zonder enige rekening te houden met de buren, zodat ik er al bij al nog enig plezier aan kan beleven?

Mijn terugblik zal dan, anders dan het teruggevonden overzichtje, naar voor 1965 moeten gaan. Ik geloof dat ik min of meer bewust naar muziek ben gaan luisteren toen ik zes was, in 1956. Niet dat ik zo snel was: mijn broer François is zeven jaar ouder. Door hem ben ik in aanraking gekomen met rock & roll. Daarna zijn we vijanden geworden: hij had een afkeer van the Beatles, the Rolling Stones en vooral van lange haren. Heel belangrijk om wat ik de volgende dagen over mijn ‘muzikale ontwikkeling’ al dan niet ga schrijven te begrijpen. Of niet? Want het was een broederschap, maar tegelijk was het al een generatieclash, veel meer dan met mijn ouders.

De teruggevonden chronologie (dat is toch al een begin):

1965
Zomer: door scholen georganiseerde reis naar Zwitserland (Broc, Vevey, Lausanne). Eenzaam, gepest. Wegens allergie niet mee naar Le dent de Broc. Salut les copains. Bob Dylan, Barry McGuire. The Byrds. Jasjes en hemden.

1966
Parijs (schoolreis). Flipperkasten, the Rolling Stones, Michel Polnareff, Françoise Hardy, the Troggs, Jacques Dutronc. Gestreepte broeken.

1967
Londen (schoolreis). Sgt. Pepper’s in de etalages. Dronken van bier en gin. Jan De Pooter. Jimi Hendrix Experience. The Outsiders. Fluwelen jas, sjaaltjes, zonnebrillen, Roger McGuinn. John Lennon.

1968
Jazz Bilzen, Barbarella, Pink Floyd in het Pannenhuis, liefde. Garelli brommer. Gitaren. Antwerpen.

1969
Films, Henry Miller, Easy Rider, nieuwe vrienden, Brussel, Pink Floyd, Yes, Buck Owens, blote voeten. Incredible String Band, Fred Neil, John Hartford, Tim Hardin.

1970
Aken (popfestival). De politie tegen mijn meisje V. in microjurk, “haben sie eine Hose?” In slaap gevallen bij Pink Floyd. Een halve kilo shit onder onze slaapzak gevonden. Amsterdam. Neil Young. Gram Parsons.

1971 en 1972 ontbreken (huiselijk geluk).

1973
Geelzucht in augustus. ‘A la recherche’ gelezen.  Geen muziek, behalve Steely Dan’s ‘Countdown to Ecstasy’.
September: Hele maand in Villa den Uil in Oostduinkerke, met mijn vrouw, mijn zoon Jesse, Flor, Leo en Vera. We luisteren alleen maar naar ‘Pat Garrett & Billy the Kid’ en roken joints. Gesprekken over astrologie en politiek. Het verlangen naar een commune en seks met iedereen die ons bevalt.

 

rollingstones1.jpg

28-01-14

MADAME BOVARY IN DE CAMARGUE

2012_09_ALGARVEpanasonic 080.JPG

Laten we een korte reis maken naar Les Saintes-Maries-de-la-Mer in de Camargue. In dat stadje bevindt zich de Zwarte Madonna, die Sara wordt genoemd. Het is een belangrijke bedevaartplaats voor zigeuners. Bob Dylan ontmoette er een zigeunerkoning, of zo leert ons toch de legende. Inderdaad, Bob Dylan bestaat niet echt: hij is een legendarische figuur, een mythische held. Uit een andere legende leren we dat hij er enkele maanden in een tent leefde samen met zijn vrouw Sara en hun kinderen, waaronder Jesse en Jakob. Voor de song & dance man was het een vruchtbare tijd.

Op het uitgestrekte grondgebied van Les Saintes-Maries-de-la-Mer, woont Emma Bovary met haar oudere echtgenoot in een riante villa. Zover het oog reikt niets dan moerassen en in de verte de Middellandse Zee. Madame Bovary leidt een eenzaam bestaan: vanwege zijn doktersberoep is haar echtgenoot vaak uithuizig. Haar enige gezelschap zijn dan haar zes witte paarden. Vaak, als ze een rit maakt om de flamingo’s te gaan begroeten, of gewoon maar voor het plezier, waant ze zich een edele vrouw uit de Middeleeuwen: Madame Bovary heeft veel historische romans gelezen.

Op een zomerdag komt de jonge reiziger Mathieu F. in het stadje aan. Op het terras van een café ontwaart hij Madame Bovary en wordt meteen smoorverliefd. Zij echter lijkt hem niet eens op te merken. Mathieu F. verneemt dat Emma Bovary niet alleen paardrijdt maar ook veel tijd doorbrengt op het strand. Het is daar, gezeten onder een parasol, dat ze haar romans verslindt. Mathieu F., hoewel een reiziger in hart en ziel, kan niet weg uit de streek: de vrouw, van een uitzonderlijke schoonheid, rode haren, vurige ogen, lange benen en sierlijk in al haar bewegingen, heeft hem betoverd. Hij moet en zal in haar buurt blijven.

Hoewel hij niet van het leven op het strand houdt brengt hij daar nu elke dag ettelijke uren door. Mathieu heeft het gevoel dat hij en Madame Bovary elkaar al eerder hebben gekend, misschien wel in een vorig leven. Later pas ontdekt hij dat ze sterk gelijkt op zijn jeugdliefde, toevallig een Sarah, die hij hartstochtelijk liefhad maar helaas in een kaartspel – tijdens een dronken nacht - verloor aan een andere man. Hij weet echter dat het niet het spel was dat hen heeft gescheiden, maar het noodlot.

Nu hij in Madame Bovary’s nabijheid vertoeft, heeft hij nog maar één wens: haar liefde te winnen en voor altijd zijn leven met haar te delen. Haar te beminnen zoals geen enkele andere sterveling dat kan. Wat kan hij doen opdat die wens, zelfs maar gedeeltelijk, in vervulling zou gaan?

Soms zit hij met zijn nieuwe vrienden kaart te spelen in een van de bars in het van hitte zinderende stadje. Zijn hoofd is echter elders, zelfs als hij nuchter is. Zo verliest hij een groot deel van zijn geld en zal hij al gauw zijn hotelkamer niet meer kunnen betalen.

Emma Bovary is niet zo wereldvreemd dat ze Mathieu nog niet heeft opgemerkt. Op straat wordt er over hem en over zijn smachtende liefde gepraat en velen vinden hem een sentimentele dwaas. De zigeuners hebben al enkele liedjes over zijn onbeantwoorde, tragische liefde geschreven.  Een van die liederen zal Bob Dylan inspireren voor zijn ballade ‘Sara’, terug te vinden op zijn meest liefdevolle, zijn enige van werkelijk mededogen getuigende elpee, ‘Desire’. Wel wat vreemd dat hij de song ‘Sara’ heeft genoemd en niet ‘Emma’, maar ongewoon is het nu ook weer niet.

Als Mathieu’s laatste avond in Les Saintes-Maries-de-la-Mer aanbreekt komt Madame Bovary hem opzoeken. Ze drinken champagne in de lobby van zijn hotel en vertellen elkaar over hun leven van eenzaamheid en verlangen. Emma’s begeerte, om niet te zeggen haar lustgevoelens, wint het al gauw van haar schuchtere gereserveerdheid. Ze valt voor de charmes van Mathieu, die in haar ogen iets heeft van de desperado’s waar ze al zoveel over heeft gelezen. Het verhaal van die nacht wordt bezongen door Gram Parsons en Emmylou Harris in We’ll Sweep Out The Ashes In The Morning’. Het is best mogelijk dat Parsons het verhaal heeft opgevangen toen hij in de villa van Keith Richards in Villefranche-sur-Mer verbleef, waar the Rolling Stones ‘Exile On Main Street’ opnamen.

Als Mathieu ontwaakt smeulen de assen nog na in de open haard, maar Emma Bovary is weg. In een korte brief schrijft ze, niet zonder passie, dat ze haar man niet aan zijn lot kan overlaten, dat hij haar meer nodig heeft dan Mathieu; Mathieu is nog jong, haar man is oud, maar dat ze hem, Mathieu, nooit zal vergeten, dat ze altijd van hem zal blijven houden. Maar nee, ze kan hem niet vergezellen naar het vreemde land dat zijn bestemming is. Ze moet in Les-Saintes-Maries blijven, bij haar man, haar zes witte paarden, de flamingo’s en bij Sara, de Zwarte Madonna.

...

Foto: Martin Pulaski, Santa Luzia, 18 september 2012.

29-09-13

LOVE IN VAIN

8924393335_58325eb3bd_b.jpg


When the train left the station
It had two lights on behind
Whoa, the blue light was my baby
And the red light was my mind
All my love was in vain
All my love's in vain 


...


Foto: Martin Pulaski, Taormina 20 mei 2013.

03-12-12

VIJFTIG x ROLLING STONES

rollingstones1.jpg

Ik heb er geen idee van waarom ik meedoe aan dit Rolling Stones-spektakel. Ben ik dan niet langer tegendraads? Ik zou kunnen beweren dat het toeval is, want ik kocht geheel toevallig ‘Some Girls’ tijdens een kort maar uiterst aangenaam verblijf in Porto, omdat ik me hoe dan ook iets wilde aanschaffen (en niet voldoende kapitaalkrachtig was voor een brilmontuur van Marc Jacobs en zeker niet voor een Leica X2-fototoestel), maar in dat geval zou ik de realiteit veel meer geweld aandoen dan nodig is. Hoezeer we ons ook inspannen om ons niet te laten beïnvloeden door trends, hypes en allerlei door de media opgeklopte ‘evenementen’ – het lukt ons nooit om eraan te ontsnappen: interiorisering van het ons omgevende spektakel is onvermijdelijk. In het geval van the Rolling Stones vind ik dat niet eens zo erg. Tenslotte ben ik met de muziek van deze heren opgegroeid en heb ik er als puber en adolescent misschien wel meer plezier aan beleefd dan aan masturbatie. Misschien, want het is te lang geleden om nog te kunnen achterhalen hoe intens beide ervaringen waren, om de ene vorm van plezier met de andere te kunnen vergelijken. Zelfs een lange psychoanalyse zou wat dit betreft geen vruchten afwerpen. Maar gewoon al deze lijst samenstellen ging met genot gepaard, hoewel nu meer van cerebrale dan erotische aard, maar toch nog altijd voldoende sensueel. En ja, cerebraal genot bestaat.

Dit zijn vandaag, op 17 november 2012, in min of meer chronologische volgorde, vijftig van mijn uitverkoren Rolling Stones-songs.  Mijn selectie houdt op met ‘Heaven’ uit de elpee ‘Tattoo You’, die in 1981 verscheen. Waarschijnlijk was dat het jaar waarop aan mijn adolescentie een eind kwam. Vanaf dan was het voor mij keep on walking and don’t look back, om een door Mick Jagger en Peter Tosh gecoverde song van The Temptations te citeren. Een stelregel waar ik me nooit aan heb gehouden en die ik ook nu weer overtreed. Je kunt nooit voldoende in tegenspraak met jezelf leven.

rollingstones2.jpg
Tell Me
I Need You Baby (Mona)
Honest I Do
Confessin’ The Blues
It's All Over Now
Good Times Bad Times
If You Need Me
Pain In My Heart
Heart Of Stone
The Last Time

rollingstones3.jpg

Play With Fire
Oh Baby (We Got A Good Thing Going)
The Under Assistant West Coast Promotion Man
I’m Free
Gotta Get Away
Out Of Time
Stupid Girl
Think
Get Off My Cloud
Please Go Home
rollingstones4.jpg
My Obsession
Dandelion
Child Of The Moon
Citadel
She’s A Rainbow
Sympathy For The Devil
Street Fighting Man
Factory Girl
Stray Cat Blues
Parachute Woman

rolling sones5.jpg

Gimme Shelter
You Got The Silver
Monkey Man
Love In Vain
Dead Flowers
Moonlight Mile
Wild Horses
Happy
Torn And Frayed
Sweet Virginia

rollingstones6.jpg
Sweet Black Angel
Rip This Joint
Coming Down Again
Winter
Miss You
Some Girls
Imagination
Before They Make Me Run
Tops
Heaven

rollingstones7.jpg

~~~

Oorspronkelijk gepubliceerd op 17-11-12.

SEKS, BLUES EN THE ROLLING STONES

seksbluesrollingstones.jpg

Uit Porto bracht ik ‘Some Girls’ van The Rolling Stones mee, de editie uit 2011 met bonustracks. Zonder een duidelijke reden, zeker niet vanwege de tien toegevoegde songs. Wellicht om toch iets te kopen, je kunt niet met lege handen naar huis. Daags na mijn thuiskomst verraste de muziek mij met haar levendigheid en levenslust. Ik werd meteen teruggeslingerd in de tijd, naar 1978, toen ik nog maar net in Antwerpen woonde, waar ik leefde van filosofie, zwarte inkt en amfetamine. Joggen deed ik niet, veel te gevaarlijk, dan veel liever elke vrijdag en zaterdag de hele nacht gaan dansen. Punk en disco waren in die periode heerlijke en uiterst eenvoudige vormen van popmuziek. ‘Some Girls’ is een combinatie van beide genres, en van seks. Ik stelde vast dat ‘Imagination’, een cover van een Temptations-hit, mij na al die jaren het meest zin gaf om mij opnieuw op de dansvloer te wagen (in de salon van ons appartement). De manier waarop Mick Jagger het woord ‘rhapsody’ uitspreekt roept de geest van Laurence Olivier op, of die van Mick Jagger zelf, als hij in 1969 in Hyde Park een fragment uit Shelley’s ‘Adonais’ voorleest, voor Brian Jones, die enkele dagen eerder gestorven is. Mick Jagger als Percy Shelley, Brian Jones als John Keats.

In mijn enthousiasme plaatste ik een video van ‘Imagination’ op Facebook, in de hoop dat de song op veel vrienden aanstekelijk zou werken. Vreemd genoeg was dat niet het geval. Maar ik ontdekte dat een facebook-vriendin, Greet van Hecke, een dag eerder – in verband met ‘Some Girls’ het concept ‘sex blues’ had gelanceerd, een mooi toeval en bovendien een term die uitstekend past bij een aantal songs van the Rolling Stones, zeer zeker bij ‘Stray Cat Blues’ en ‘Parachute Woman’.  ‘Sex Blues’ dekt echter een ruimere lading dan alleen maar enkele nummers van the Rolling Stones. Ik vind ‘Manish Boy’ van Muddy Waters, om maar een voorbeeld te geven, ‘sex blues’ bij uitstek. Blues heeft overigens vaker met seks te maken dan met droefheid en melancholie. En ook bij the Rolling Stones draait ongeveer alles om seks, zelfs misogyne nummers als ‘Under My Thumb’, ‘Yesterday’s Papers’ en ‘Stupid Girl’.   

De voorbije nacht lag ik er nog altijd wakker van, van die duivelse Rolling Stones. Ik herinnerde me dat ik in 1964 voor het eerst ‘Tell Me’ op de radio hoorde. Ik had kort voordien van mijn vader een draagbare bandopnemer cadeau gekregen. ‘Tell Me’ klonk als een opwindend mysterie, ik had nooit tevoren zoiets gehoord, ik werd meegezogen in die sound, in de stem, in de hele sfeer van het lied. Toch lukte het mij om ongeveer de helft op te nemen. Dagenlang luisterde ik naar dat tweede gedeelte van die single. Tot mijn broer, die zeven jaar ouder is dan ik, het mysterie uitwiste, omdat hij zonodig Elvis en Fats Domino moest openemen. Op mijn bandopnemer! Een vreselijke ruzie was het gevolg. Het is nooit meer goed gekomen tussen ons.

Anekdotes, ja. Maar als er al niet zoveel stompzinnige pulp fiction over the Rolling Stones op de markt zou zijn, zou ik mij aan een boek over mijn favoriete beatgroep wagen. Ik zou de mooiste juwelen uit mijn scheepskist halen,  want elk woord in dat boek zou moeten fonkelen, even glinsterend en verleidelijk als ‘You Got The Silver’ op ‘Let It Bleed’. Onbegonnen werk zal dat boek moeten blijven. Mijn mooie woorden mogen niet op die markt liggen rotten of beschimmelen.

Wat zijn de Rolling Stones-songs waar ik het meest van houd? Tell Me, I Need You Baby (Mona), Honest I Do, Confessin’ The Blues, It's All Over Now, Good Times Bad Times, If You Need Me, Pain In My Heart, Heart Of Stone, The Last Time, Play With Fire, Oh Baby (We Got A Good Thing Going), The Under Assistant West Coast Promotion Man, I’m Free, Gotta Get Away, Out Of Time, Stupid Girl, Think, Get Off My Cloud, Please Go Home, My Obsession, Dandelion, Child Of The Moon, Citadel, She’s A Rainbow, Sympathy For The Devil, Factory Girl, Stray Cat Blues, Parachute Woman, Gimme Shelter, You Got The Silver, Monkey Man, Love In Vain, Dead Flowers, Moonlight Mile, I Got The Blues, Happy, Torn And Frayed, Sweet Virginia, Black Angel, Rip This Joint, Coming Down Again, Winter, Memory Motel, Miss You, Some Girls, Temptation, Before They Make Me Run, Tops, Heaven.

~~~

Oorspronkelijk gepubliceerd op 16-11-2012.
 

10-10-10

SOLOMON BURKE: IF YOU NEED ME

solomon burke,soul,dood,rock and roll,country,country soul,helden,rolling stones

Op acht oktober 2006 schreef ik dit:


"Het is zondag, twaalf uur, de zon schijnt door de ramen van mijn werkkamer. Zou ik ze open gooien? Ja, dat ga ik doen.
Mijn jukebox draait ‘Nashville’ de nieuwe cd van de oude Solomon Burke. Zoals de titel aangeeft is het countrymuziek. Niets nieuws voor de man die ongeveer vijftig jaar geleden al He’ll Have To Go opnam, en vele andere countryklassiekers. Het verschil met zijn vroegere grammofoonplaten is dat hier – zeer geslaagde – duetten op staan met Dolly Parton, Gillian Welch, Emmylou Harris en Patty Griffin. Solomon Burkes diepe soulstem, vol nuance en emotie weet me opnieuw te bekoren. De songs werden opgenomen bij Buddy Miller thuis. Het is muziek van en voor de werkende mens, korte verhalen die iedereen kan begrijpen."

Wat kan ik daar nog aan toevoegen, nu Solomon Burke dood is? Hij was een van mijn uitverkoren soulzangers. Ik heb hem dank zij 'If You Need Me' van The Rolling Stones leren kennen. Zinderende country en soul. Een keer heb ik hem zien optreden, toen hij al op zijn troon zat, vanwege zwaarlijvigheid. Het was een opwindend concert en iedereen om me heen, ook tieners, zongen mee, Everybody Needs Somebody To Love, and I need you, you, you. Toch werd zijn concert afgekraakt in een kwaliteitskrant, ik weet niet meer welke, het vaderland heeft er zoveel, en zijn bewonderaar, Tony Joe White, die na hem optrad en nog wel op een erg vervelende en ongeïnspireerde manier, werd opgehemeld. Typisch!

Dat zal mijn pret niet bederven als ik nog eens een plaatje van Solomon Burke opleg, en het zal er mijn verdriet ook niet minder om maken. Rust in vrede, goede man. En ik zal het nooit vergeten: if you need me, why don't you call me.

09-12-09

THE ROLLING STONES: 20x5


The+Rolling+Stones 

Torn And Frayed – Exile On Main Street (1972)
You Got The Silver – Let It Bleed (1969)
Gimme Shelter – Let It Bleed (1969)
Winter – Goats Head Soup (1973)
Play With Fire / The Last Time – Single (1965)
Paint It Black – Single (1966)

It’s All Over Now  (Bobby Womack) – Single (1964)
Heaven – Tattoo You (1981)

Stray Cat Blues – Beggars Banquet (1968)
Can’t You Hear Me Knockin’ – Sticky Fingers (1971)
Have You Seen Your Mother Baby, Standing In The Shadow – Single (1966)
Monkey Man – Let It Bleed (1969)
Sweet Virginia – Exile On Main Street (1972)
Happy – Exile On Main Street (1972)
Citadel – Their Satanic Majesties Request (1967)
Child Of The Moon – Single B-Side (1968)
Love In Vain  (Robert Johnson) – Let It Bleed (1969)
Moonlight Mile - Sticky Fingers (1971)
Sway - Sticky Fingers (1971)
Parachute Woman – Beggars Banquet (1968)

Waarschuwing: selectie beperkt houdbaar.

the_rolling_stones

27-08-09

HELS LAWAAI VOOR DE DODEN


DODENDANS


Je zou wel eens wat anders willen, leeghoofdig met de leeghoofdigen, praatziek met de gezonden, verwonderd met de kinderen, gelukkig met degenen die hun huizen goed geadviseerd inrichten of hun kinderen over de kleuren en de sterren vertellen. Maar een zware last weegt op je schouders; uren, dagen van lood. Er is geen tijd, maar je kunt de tijd en zijn afloop niet uit je hoofd zetten. De koekoeksklok die koekoekt in je hoofd. Een hoofd overigens van boeken en films, niet meer van vlees en bloed. Een hoofd van carnavalmuziek en gemaskerde ruiters, van donker water waarop verdronken kinderen in hun kano’s pogen te vluchten voor de Apocalyps, voor de harde regen die zeker zal vallen, als het vandaag niet is, dan morgen.

Stilte.

De stilste stilte voor de doden.

Elllie Greenwich. Jim Dickinson. Larry Knechtel. Bescheiden en weinig bekende helden die je jeugd opvrolijkten met hun da doo ron ron, hun blauwe vogels, hun rauwe impressies van een intens genot, van een genoeglijk drama, botsauto’s die eeuwige jeugd de verdoemenis in reden, lachend, gierend, Jack Kerouac achterna, de vijfde Beatle en de zesde Rolling Stone.

Ellie Greenwich was een diepe rivier, een hoge berg, een blond tienermeisje met een zilveren hart.

Jim Dickinson was een Rolling Stone. Een Ryland Cooder. Een blanke blues. Met zijn ruige kop en zijn dikke lange vingers. Zijn gretige en absurde wijsheid.

Larry Knechtel was een mama en een papa, een beach boy, een lid van wrecking crew (voor eeuwig en een dag). Larry Knechtel was Phil Spector. Larry Knechtel was geen survivor.  Wie heeft nood aan survivors?

Willy, zing nog eens een lied, wil je, want nu hebben we echt wat Party Girls nodig.

Stilte voor de doden.

Stilte voor de de doden van de zomer van de doden. Degenen die ik vandaag niet noem, gisteren niet noemde.

Zou het niet teveel zijn, zoveel elegieën? Mijn huid spat uiteen van de onuitgesproken woorden. Pathetisch? Terwijl de anderen sterven verlang je het leven, adem, huid, gefluisterde woorden van dichters en vrouwen. Terwijl de oude en jonge doden worden begraven wil jij diep genot bij alle mooie vrouwen naar wie je ooit verlangde en naar wie je verlangt. Jij gaat nooit dood. Jij likt het zout van hun huid. Het zout van het eeuwige leven.

Stilte voor de doden.

Voor de kinderen in de woestijn, op het water. Voor de naamlozen. Voor degenen die door mensen als jij en ik worden doodgeklopt, gewurgd, verminkt, levend begraven. Voor degenen die wij niet willen kennen. Voor al degenen die onze paden niet kruisen, en geen weg vinden in onze letters, in onze woorden.

Stilte voor de doden.

Jazeker, opnieuw vul ik mijn hoofd met carnavalmuziek, muziek van de opstand, van de woede, van de zinsverbijstering, van de ontregeling van alle waarden, vals of niet vals, opnieuw zoek ik je op, fluister ik in je oor, roep ik het uit: vergeet de doden, herinner je de dagen van het leven, leef, heb lief. Ik heb je lief. Ik wil met je leven, lachen. Ik wil met je dansen. Wij zijn allemaal goden. Sterven? Laat me niet lachen

Lawaai voor de doden.

Hels lawaai voor de doden.

15-04-09

SPELEN IN VIRTUELE RUIMTES


glissements-progressifs-du_plaisir 2

Sommige lezers van mijn weblog, evenals vrienden en kennissen die ik in het ‘gewone’ leven ontmoet stellen me vragen over mijn ‘zwerftochten’ op Facebook. Ze lijken zich zorgen te maken over mijn geestelijke gezondheid (of mijn gezond verstand, maar dat heb ik gelukkig nooit gehad). Dat begrijp ik niet goed. Ik ben nooit een zogeheten ‘nerd’ geweest. Ik heb bij wijze van spreken talloze interesses: liefde, eros, literatuur, kunst, muziek, film, theater, etcetera. Miljoenen zijn gek op voetbal, tennis, wielrennen, racen en weet ik veel wat nog allemaal. Waarom ook niet? Dat zijn gewoonweg mijn zaken niet (behalve dat racen de lucht vervuilt en veel lawaai maakt). Hoewel een aantal personen lijkt te denken dat het een uitvinding van de duivel is, vind ik wat ik op Facebook doe een fijne en prettige tijdsbesteding. Misschien is er helemaal niets mis met duivel. Hij danst alleszins rock ‘n’ roll, zoals je op ‘Goat’s Head Soup’ van The Rolling Stones kunt horen.

Vanmorgen in de metro las ik toevallig een interessante ‘verdediging’ van het spelen in virtuele ruimten:

“Playing in virtual spaces enables individuals to discover new aspects of ‘self’, a wealth of shifting identities, and thus to experience the ideological mechanism of the production of self, the immanent violence and arbitrariness of this production/construction.”

Slavoj Zizek, Interrogating the real, p. 99.

A wealth of shifting identities, inderdaad. Ik kan het zelf niet beter en juister uitdrukken.

Afbeelding: Glissements progressifs du plaisir, Alain Robbe-Grillet.

14-04-09

IK HOOR THE MARVELETTES ZINGEN

postbode,antwerpen,sixties,vrijheid,pop,vriendschap,liefde,telefoon,rock,scheepvaart,popcultuur,namen,bob dylan,spelen,autobiografie,fotografie,surrealisme,tanden,eenzaam,soul,rolling stones,the beatles,k,songs,stoned,motown,nico,facebook,beach boys,barack obama,aretha franklin,brian jones,bulle ogier,francois brouns,matti b,marvelettes,jacques dutronc,les tricheurs,smokey robinson,schipperszoon,schippersleven,straatsburgdok,herbert tobias,supremes

Ik hoor the Marvelettes zingen. Er zit teveel vis in de zee en er gaat iets mis met de post. Postman, stuur me een brief! Wat gebeurt er toch met deze wereld, als de jager gevangen wordt door zijn wild? The Beatles waren gek op the Marvelettes, en op Smokey Robinson, volgens Bob Dylan de beste dichter ooit. Later vroeg hij zich af of hij niet te zat, te stoned,  was geweest en eigenlijk Rimbaud had bedoeld. Ik denk het niet. De wereld is surrealistisch of is niet. Je moet gevaarlijk leven, liefhebben als een gek en spelen. Spelen en een tricheur zijn, zoals Jacques Dutronc en Bulle Ogier. Noem ik teveel namen? Wil je dat ik persoonlijker word? Het privé-leven uitgestald. Nee. Ik ben het Noorden niet kwijt, evenmin als het Zuiden, zeker het Zuiden niet, waar zij leven die hun hoofd onder een oksel dragen.


Altijd gaat het zo: beste postbode, is er een brief voor mij? Nee. Voor jou niet, wanhopige jongen, je zou beter wat minder drinken, je stinkt uit je bek, mag ik zo eerlijk zijn? Wacht nog even, postbode, ik zal mijn tanden poetsen met mineralen, gemalen bisschoppenruggengraat, vlinderstof, op mijn gouden borstel diamanten… Maar is er geen nieuws van K.? Met de donkere ogen, met de twistende letters. Ik keek naar een portret van Nico in ‘Cocktailkleid von Oestergaard’, een foto van een onvolprezen fotograaf, Herbert Tobias.

The Marvelettes zingen nu over een playboy, maar laat die maar passeren.  K. met de donkere ogen heeft bezit van mijn gedachten genomen. Mijn telefoonnummer is “Beechwood 4-5789, any old time”. Een hese stem, en ik, mijn lichaam, afstevenend op de dood, zoals dat van iedereen die je nu kent of niet kent. Alleen weet ik wat een voorsteven is, een boot, de voorkant, het Straatsburgdok, Strawberry Fields Forever. Die dingen komen altijd terug. Een leven lang. Alles verandert maar tegelijk verandert niets. Vreemd, ik weet het. Daar aankomen, in het Straatsburgdok, met die pure popmuziek op de transistorradio, God Only Knows, Like A Rolling Stone, Reflections, en niemand die van iets weet. De freaks moeten nog vanonder de stenen komen. Dat zullen ze doen, en dan is alles om zeep (die ze zelden gebruiken). Ik ben weer een Steve Marriott, een Otis Redding, een Aretha Franklin, een Brian Jones. Nu. Niet gelukkig en niet ongelukkig, maar in het moment.

Dank aan the Marvelettes. Dank aan Barack Obama. Dank aan facebook en aan alle vrienden die me inspireren. Dank aan rock & roll. I love you, that’s the way that it goes. Forever. For sentimental reasons.

nico - herbert tobias

Afbeeldingen: 
Boven: The Marvelettes
Onder: Nico - Ohne Titel (Nico im Cocktailkleid von Oestergaard) / Herbert Tobias.

04-02-09

THE ROLLING STONES & AMY WINEHOUSE

 

The Rolling Stones en Amy Winehouse, met een cover van 'Ain't Too Proud To Beg' van the Temptations. Om de dag vrolijk te beginnen. Mick Jagger, alles is vergeven en vergeten!

19-11-08

PRAVDA, LA SURVIREUSE





Een vermoeid afscheid. Rust in vrede, Guy Peelaert, crown prince of popular art.

01-10-08

IT'S ALL IN THE MIND, MAN

pop,vriendschap,droom,licht,autobiografie,cannabis,revolver,gitaar,elpees,rolling stones,wapen,the band,the beatles,nostalgia,led zeppelin,treinreis,1970,mondharmonica,1969,shangri-las,yellow submarine,der amerikanische freund,wim wenders,peter handke,voetnoot,middellandse zee,falsche bewegung,crosby stills nash   young

Blue Meanies.

Vorige nacht, ergens in een kleine stad aan de Middellandse Zee, zag ik E. terug, een oude vriend uit de tijd toen de Karmelietenstraat in Brussel nog niet was afgebroken. Hij deelde gedurende enkele maanden mijn kamer daar. We luisterden elke dag naar The Band, A Whole Lotte Love, Dèja Vu en Let It Bleed. We spraken niet veel, maar schreven gedichten. Als we toch iets zegden was het: It’s all in the mind, man. Dat kwam uit Yellow Submarine. In 1970 werd E. vanwege het schrijven over cannabis in de gevangenis gestopt. Toen hij weer vrij was, was hij zijn verstand kwijt. Kort nadien werd hij  in een instelling geplaatst. Terug in de ‘normale’ wereld heeft hij ons in 1977 van Brussel naar Antwerpen helpen verhuizen. Daarna heb ik hem nooit meer gezien. Tot vorige nacht.

Ik herkende E. meteen. Hij was nog helemaal dezelfde: jong, speels, een beetje onbezonnen, onberekenbaar. Hij leefde in een krotwoning en stal zijn eten op de markt. Van een louche handelaar kocht ik twee revolvers, een alarmpistool en een Lüger. E. wilde die wapens graag een tijdje houden. Dan kreeg ik zijn gitaar.  Maar ik kon niet meteen afstand doen van die aantrekkelijke gebruiksvoorwerpen, die ik nog maar pas had aangeschaft.

We brachten enkele dagen samen door. Dagen van onbezorgdheid, honger en dorst. Voor we afscheid namen wisselden we adressen uit. Ik maakte me er zorgen over dat ik het zijne zou verliezen. Ik wilde mijn oude vriend niet nog eens kwijtraken.

Terug naar ‘huis’ stapte ik op de eerste trein die het station binnenreed Het kon me tegelijk niet en wel schelen of hij in de goede richting reed. Ik verlangde naar mijn gitaar en mijn mondharmonica thuis. Het was overvloedig licht in de trein. De reis mocht dagen, weken duren.

Daarna werd alles weer alledaags en onwerkelijk.

07-05-08

EAST-WEST: THE BUTTERFIELD BLUES BAND

martin scorsese,bob dylan,mike bloomfield,platenhoezen,studeren,centrum,autobiografie,pop,rock,popcultuur,blues,genk,jeugd,chicago,paul butterfield blues band,roland,elektra,drugs,drank,schoonheid,rolling stones,droom,psychologie,sam peckinpah,toots thielemans,electric flag,newport,1965,1966,1968,televisie

Nee, je hebt gelijk. Ik stop ermee. Ik moet tot rust komen. Ik stop met mijn studie aan de universiteit. Het is afgelopen. Waarom zou ik nog langer psychologie studeren? Is één diploma dan niet genoeg? Ik kan de spanning van de examens niet langer verdragen. En door die lange, tochtige gangen lopen. Overal vervalsing van het ware leven, namaak. Het ware leven is elders, dat weet iedereen, daarvoor moet je geen psychologie gestudeerd hebben. Weet iemand nog wat een trimester is, een semester, en is vacature geen tijdschrift? Zitten we op de trein naar Babylon, of een andere stad, die tot de grond werd afgebrand? Zitten we met andere woorden niet met een probleem?

Ik heb trouwens al een diploma. Bovendien vergeet ik toch altijd alles. Het enige wat ik mij van al die lessen nog herinner is de uitspraak ‘bad girls go to hell’. Daar is een ander verhaal aan verbonden, dat ik nu liever niet vertel. Er zijn de buren, die zouden het maar eens moeten horen, als ik hier met luide stem de slechte meisjes zit te verheerlijken. Een filosoof die psychologie studeert is belachelijk, of op zijn minst niet ernstig. Nee, mijn beste vriend, ik stop ermee.

Het vorige kwam uit een droom die ik had.

Nu alweer eergisteren - wie weet waar de tijd heengaat? - zag ik in werkelijkheid de deejay-van-toen Zaki en zijn zonen Dewaele op televisie, evenals de door velen zeer gewaardeerde Roland. Ongetwijfeld is hij de nieuwe oude Belg, die zal moeten opdraven als Toots Thielemans het laat afweten. Ach. Er is zelfs geen Sam Peckinpah meer onder ons, voor wiens films hij soundtracks zou kunnen maken (zoals Thielemans voor ‘The Getaway’).

Er was een tijd dat ik Roland & the Blues Workshop zag optreden op een klein festival in Limburg. Dat greep me zo naar de keel, dat ik nu (eergisteren, bedoel ik) dacht, waarom worden wij allemaal oude zakken en waarom vertellen wij als we oude zakken zijn zoveel onzin? Maar wacht even! The Butterfield Blues Band, zei Roland in dat programma dat eigenlijk over de wereldtentoonstelling had horen te gaan, alsof er niet voldoende materiaal is te vinden om daar alleen al een fijne reeks televisieprogramma’s mee samen te stellen. Maar dat terzijde. Want deze aflevering over (vooral) de sixties was echt wel de moeite waard om voor op te blijven, niet vanwege wat Zaki en zijn zonen vertelden, want dat stelde niet veel voor, maar wel vanwege de blik in de ogen van Roland,  toen hij de naam, the Butterfield Blues Band uitsprak. In die blik zag ik de jonge Roland, met alles wat hij toen in zijn lijf en zijn hoofd had, maar al gauw kwam ikzelf weer in het centrum van mijn eigen belangstelling te staan. Zo is dat. Als je niemands centrum bent, moet je maar je eigen centrum worden. Je eigen centrum van de wereld. Je hebt dat nodig om te overleven in een schijnbaar onverschillige wereld. Je moet een centrum zijn, het middelpunt van een cirkel of een kring om de vijandige krachten die je willen verslinden het hoofd te bieden. Het hoofd te bieden? Niet echt. De strategieën, spinachtig, die je hoofd bedenkt. Het lokaas, de leugens, het zaaien van twijfel, het doen ontstaan van onzekerheid, vooral het zwijgen. De jonge Roland zag ik, en ik zag hem ook weer in die oudere man met baard, hij leefde nog in hem als een hem wat vreemd geworden ziel. Was hij de golem en zat de echte Roland in hem, of was het net omgekeerd? De blues had hij ontdekt dankzij the Butterfield Blues Band, zei hij. Zo belandde ik  opeens in Genk, bij mijn vriend Harry, in de zomer van 1968. Ik was op mijn gele Garelli naar Genk komen rijden. In dat gat was werkelijk niets te doen, toen. Wat er nu gebeurt zou ik niet kunnen zeggen. Harry liet mij een plaat horen van Blue Cheer. Natuurlijk kende ik ze. Het was ‘Vincebus Eruptum’, onze favoriet elpee in die dagen, hoewel ik ook dol was op ‘Bee Gees 1st’ en ‘White Light White Heat’ van the Velvet Underground. We dronken een glas limonade. Mijn gele Garelli stond af te koelen in de schaduw van Harry’s ouderlijk huis. Na het drinken van de limonade besloten we een tochtje te maken door het centrum van Genk. Honderden keren ben ik in die stad geweest, maar een echt centrum is er niet, was er niet en zal er waarschijnlijk nooit zijn. In dat opzicht is het net een stadje in de Verenigde Staten. Maar die dag was er wel een centrum, magisch bijna: omdat we ernaartoe werden gezogen. Een winkel waar elpees werden verkocht. Harry zei dat ik niet moest binnengaan, tenzij ik de Heikrekels of de Zangeres Zonder Naam op prijs stelde. Dat was niet het geval. Maar het vinyl liet zijn oerkreet horen: kom, luister, koop. Eens binnen viel mijn oog meteen op de (nu nog altijd) prachtige hoes van ‘East-West’ van the Butterfield Blues Band. Ik had nog nooit iets gelezen over die band. Maar ik twijfelde er niet aan dat dit verzengende muziek zou zijn. Bovendien kostte ze maar 99 frank. Het was wel een Franse persing, op Vogue in plaats van het originele en legendarische Elektra. Het was zo’n hoes met punten op die je kon uitknippen en als je die opstuurde naar Frankrijk kreeg je een of ander gadget. Mijn hoezen kapot knippen zeker! Ik heb de grijsgedraaide elpee later, toen ik in Antwerpen woonde, verkocht bij Brabo, voor 20 frank meen ik mij te herinneren. Daar konden we brood, jam, aardappelen en uien mee kopen. Nu ben ik in het bezit van een exemplaar op Edsel, degelijk van klank, maar het is natuurlijk niet the real thing.

martin scorsese,bob dylan,mike bloomfield,platenhoezen,studeren,centrum,autobiografie,pop,rock,popcultuur,blues,genk,jeugd,chicago,paul butterfield blues band,roland,elektra,drugs,drank,schoonheid,rolling stones,droom,psychologie,sam peckinpah,toots thielemans,electric flag,newport,1965,1966,1968,televisie


Ik weet niet wat Harry en ik na de aankoop van de elpee nog deden. Ik wilde zo snel mogelijk ‘East-West’ horen. De beluistering van die blues, vooral van de titeltrack, was mijn eerste en mischien wel enige trip. Nee, ik overdrijf. 'Music From Big Pink' was er bijvoorbeeld ook een, en 'Electric Ladyland', en 'John Wesley Harding' en 'The Notorious Byrd Brothers'. Et cetera. Van trips gesproken:‘East-West’, in de VS verschenen in 1966, had een grote invloed op de acid rock uit San Francisco.

Ik was altijd een grote fan van the Rolling Stones geweest, vooral van hun bluesy nummers, zoals ‘Walking the Dog’ en ‘Litte Red Rooster’. Echte blues kende ik  niet, die werd niet op de radio gedraaid en niet in de platenwinkels verkocht waar ik kwam. En nu hoorde ik de echte blues, uit Chicago. Gelukkig voor the Rolling Stones maakten zij op dat ogenblik popmuziek (‘Between the Buttons’, een heel mooie popelpee), zodat ik niet moest vergelijken. Later zijn ze trouwens echte blues gaan spelen, op ‘Let It Bleed’, ‘Sticky Fingers’ en ‘Exile  On Main Street’. Nooit echter zouden zij de dromerige intensiteit van ‘East-West’ evenaren. Het was 1968, revolutie in de steden van de wereld, communes, underground, psychedelica, vrije liefde en seks, dope, noem maar op. Maar ik hield me ver van het tumult en luisterde naar deze geweldige songs op ‘East-West’. Het driftige mondharmonicaspel en de bezielde zang van Paul Butterfield, de stevige drumsound van Billy Davenport, het koppige ritme van basspeler Jerome Arnold, het enigszins psychedelische orgel- en pianospel van Mark Naftalin, het jonge, delicate geweld van gitarist Elvin Bishop en de ultieme schoonheid van Mike Bloomfields gitaarspel. Ik geloof niet dat ik ooit een betere gitarist heb gehoord. Later ontdekte ik dat het Mike Bloomfield was geweest die meespeelde op ‘Like A Rolling Stone’ van Bob Dylan. Mike Bloomfield was de man van tientallen ‘supersessies’. Hij was een  bescheiden gitarist, maar beter dan de meesten, met uitzondering misschien van Jimi Hendrix.  Je kunt hem trouwens aan het werk zien, samen met the Butterfield Blues Band, als backing band van Bob Dylan op het folkfestival van Newport in 1965, in de documentaire ‘No Direction Home’ van Martin Scorsese.

Helaas heb ik de band nooit live gezien. Daar had ik toch wel een paar maanden van mijn leven willen voor geven. Paul Butterfield en Mike Bloomfield zijn al vele jaren niet meer onder ons. Ook in hun geval eisten drugs en drank hun tol. Maar hun meesterwerk blijft overeind.

Voor wie meer blues van Butterfield wil horen is er een fraaie verzamelaar: The Elektra Years – An Anthology.

07-02-08

CONTINUÏTEIT EN DISCONTINUÏTEIT


Ik heb nog heel wat autobiografische notities in kladversie over mijn eerste Brusselse periode (van 1969 tot 1977, het jaar dat Laura en ik naar Antwerpen verhuisden). Maar voorlopig zet ik een punt achter dat verhaal. Ik stel vast dat het mij geen goed doet om intensief in mijn verleden te gaan wroeten. Ik geloof dat Ester me daar ook al voor gewaarschuwd heeft in een ‘voetnoot’. Twee keer ben ik in psychoanalyse geweest; ik wil dat hier niet nog eens over doen, hoe verleidelijk het ook is, vooral als je geen nieuwe ideeën hebt. Dat sluit niet uit dat ik later de draad weer opneem.

Want ik wil nog schrijven over het Living Theatre in Brussel; de schoonheid van Julian Beck en Judith Malina; een gast in de Karmelietenstraat die Ildemaro heette en een film had gemaakt over Frederico Garcia Lorca in New York; mijn eerste grote liefde; Sarah; de geboorte van mijn zoon; de geuren en kleuren van een nieuw leven; de schitterende jaren dat ik filosofie studeerde aan de VUB; hoe Leopold Flam mijn kijk op de wereld en op de menselijke werkelijkheid veranderde; het tijdschrift Aurora; Oswald in de gevangenis; een trip in Holsbeek; ziekenhuiservaringen; ingebeelde geslachtsziekten; champagne drinken bij de schoonouders; vegetarisme en macrobiotiek; nieuwe vrienden in Tram 81; een weekend met Oswald in Neerharen; wandelingen in het Zoniënwoud; twee concerten van the Rolling Stones, een van Lou Reed en een van Traffic; Angie; Oostduinkerke (waar Rilke verbleef); astma-aanvallen ten gevolge van het roken van teveel hasjiesj; hoogtes en laagtes van mijn huwelijksleven; kennismaking met de eerste platen van Neil Young; vrienden in Amsterdam; Luc D. en de andere vrienden aan de VUB; de dandy Eric DC; de echtscheiding, het gevecht met J. (die mijn beste vriend zou worden); Nietzsche en Marx; flirten met extreem-links; Trotski; toneelspelen in Doorndal; twee toneelstukken, waarvan maar een werd opgevoerd; mijn ‘echte’ ontdekking van William Blake, Walt Whitman, Hölderlin en het surrealisme; mijn liefde voor de VS, vooral gevoed door schrijvers, regisseurs en het tijdschrift Rolling Stone; de tegencultuur; mijn licentiaatsthesis over het einde van het gezin; enz. enz.


Dat is natuurlijk allemaal boeiend materiaal, onder meer omdat het zijn oorsprong vindt in een bijzonder boeiende periode, de eerste helft van de jaren zeventig. Maar ik moet het een tijdje laten rusten en me met het veel saaiere heden en de onzekere toekomst bezighouden. Met echte angsten en echte demonen; met vriendschap en liefde; met België; met mijn plaats in de gemeenschap; met mijn eenzaamheid en de eenzaamheid van zoveel mensen; met de imbeciliteit van film, radio en televisie; met de leugens en de waarheid in de kranten; met de weinige bewonderenswaardige mensen die zich verzetten tegen wreedheid, onrecht, onverschilligheid en lelijkheid; met schoonheid.

 young parents and kids

Foto: met vrienden en kinderen in Brugge, 1973

01-02-08

DON'T LOOK BACK: BRUSSEL IN 1969 (2)

brussel,ritcs,filmschool,vriendschap,vrienden,film,muziek,theater,1969,easy rider,marc didden,tegencultuur,underground,popcultuur,rolling stones,rimbaud,syd barrett,pink floyd,140,herman claeys,media,hippies,flying burrito brothers,gram parsons,dolle mol,velvet underground,ivo michiels

Toen ik jong was vond ik mezelf belangrijk, uiterst hip, bijna een uitverkorene, een genie. Terugblikkend weet ik niet goed waar mijn zelfverklaarde genialiteit op gebaseerd was. Het is evenwel een belangrijk element bij het lezen van de volgende autobiografische notities.

Het feit dat ik vanaf oktober 1969 door een bende imbecielen was omringd heeft mijn carrière als toneel- of filmregisseur ongetwijfeld mee in de kiem gesmoord. Ik haatte die kleinkunstjongens met hun goedkope gitaren en hun ringbaardjes. Ik hield van the Rolling Stones, Blue Cheer op z’n luidst, Bob Dylan, the Band en de countrymuziek van the Flying Burrito Brothers, Poco, Buck Owens en George Jones. Ik had helemaal in het begin van mijn studies aan het Ritcs maar een vriend, en wel bijna meteen, en dat was Marc D. Die jongeman wist net als ik altijd wat goed was op gebied van populaire muziek en wat bullshit. Hij was – ook net als ik - als jongetje een fan geweest van Cliff Richard & the Shadows en van Elvis Presley en hij had een Franstalige vriend die van Baudelaire en Rimbaud hield. Ik denk dat hijzelf die voortreffelijke dichters ook bewonderde, maar dat niet durfde te zeggen tegen iemand die zo ‘modern’ en ‘hip’ was als ik. Ik moest in die tijd echter nog ongeveer alles leren over Rimbaud en Baudelaire, hoewel ik ‘L’albatros’ uit het hoofd kende. Ik was zelf een beetje een Rimbaud, maar wist het niet. Ik bedoel niet dat ik zulke geniale gedichten schreef, maar heb het over mijn manier van leven als bohemien.

Ondanks die vriendschap was ik de eerste weken in Brussel erg eenzaam. Voor mij was het een grote stad, hoewel het in vergelijking met Londen of New York maar een klein gat is. In Brussel viel in die dagen niet veel te beleven. Je kon wel veel uitstekende films zien en er was het heerlijke Theâtre 140 van Jo Dekmine, waar alle underground bands die België aandeden optraden. Marc en ik waren fans van Pink Floyd en betreurden het dat Syd Barrett de groep had moeten verlaten. We behielpen ons dan maar met de versie met David Gilmour, een groep die een vrij slaapverwekkend concert gaf in 140. En toch vonden we het prachtig! Ik ben overigens nooit met Marc naar een concert geweest dat we niet prachtig vonden, behalve dat van het Mahavishnu Orchestra: toen zijn we Vorst Nationaal uitgevlucht. Pink Floyd was in die periode echt nog wel een band met een eigen gezicht, alleen misten wij de betovering van Syd Barrett. Marc en ik praatten bijna voortdurend over ‘alternatieve’ muziek en over undergroundtijdschriften zoals het Nederlandse Aloha, het Britse it (International Times) en het Amerikaanse Rolling Stone, die we bij Herman Claeys in de Free Press Bookshop gingen kopen. Marc hielp daar soms een handje, als Herman een glas wijn ging drinken in de Florio of een dringende boodschap moest doen. Dat gebeurde allemaal tijdens de laatste maanden van 1969. Altamont moest nog plaatsvinden; wij waren onschuldig en geloofden in een betere toekomst, een andere samenleving. Was het daarom dat wij zoveel belang hechtten aan zulke tijdschriften en aan muziek? De undergroundkranten brachten ons op de hoogte van nieuwe, experimentele vormen van samenleven in de Verenigde Staten, Groot-Brittannië en Nederland en de muziek hielp ons vergeten in wat voor strontland wij leefden. Het leek wel alsof utopische ideeën nu eindelijk konden worden verwezenlijkt. Vreemd was wel dat Marc zeer hevig gekant was tegen hippies, terwijl hij lange haren had, en ik er al helemaal als een hippie uitzag. Ik was trouwens gek op ‘Hippie Boy’ van the Flying Burrito Brothers. Af en toe discussieerden we daarover, maar onze standpunten lagen niet zo ver uiteen omdat ik zelf ook geen ‘echte hippie’ was: ik leefde niet in een commune, deed niet aan groepsseks, gebruikte weinig of geen drugs, dronk slechts bij speciale gelegenheden, maar rookte wel heel veel sigaretten van het merk Lucky Strike.

brussel,ritcs,filmschool,vriendschap,vrienden,film,muziek,theater,1969,easy rider,marc didden,tegencultuur,underground,popcultuur,rolling stones,rimbaud,syd barrett,pink floyd,140,herman claeys,media,hippies,flying burrito brothers,gram parsons,dolle mol,velvet underground,ivo michiels


“Het verschil tussen ons en de hippies is dat wij van rock & roll houden en drinken en dat zij gek zijn op die Duitsers en altijd maar zitten te trippen en joints te roken”, zei Marc vaak. Met die Duitsers bedoelde hij de bands die later onder de noemer ‘krautrock’ zouden vallen. Ik had niet een krautrockplaat in die tijd. Wel hoorde ik graag ‘Marmor, Stein Und Eisen Bricht’, van Drafi Deutscher, en dat hoorde Marc ook graag, omdat het rock & roll was. Bij ‘Black is Black’ had hij evenwel zijn twijfels, vanwege de Duitse zanger bij Los Bravos, een groep die voor de rest uit Spanjaarden bestond (in Spanje was Franco nog aan de macht). Ik vond ‘Black is Black’ zeer opwindend.

Aan Marc heb ik alleszins veel te danken. Hij waarschijnlijk ook aan mij, maar dat moet hij maar vertellen. Hij bracht me in contact met Herman Claeys en zijn bookshop, met de Dolle Mol en met rode wijn. Nooit in mijn weliswaar nog jonge leven had ik gebraakt. In café Florio had ik op een avond echter zoveel wijn gedronken (drie of vier glazen, het was puur vergif wat ze in de Florio als wijn schonken), dat ik me naar buiten moest reppen. Marc en Herman ondersteunden me terwijl ik stond te kotsen in de goot. Later die avond stond ik opnieuw te kotsen in mijn lavabo. Ik vroeg me af waar al die kots vandaan kwam, want eten deed ik nauwelijks.


Als ik niet in het gezelschap van Marc was, was ik alleen. Ik had wel wat Franstalige kennissen, hippies die ik kende van aan zee, maar mijn Frans was te slecht voor een diepgaand gesprek. Wat ik vooral nodig had was een vriendin. Marc had wel een vriendin, al heel lang, sinds zijn kinderjaren. Zij waren nog steeds smoorverliefd. Soms spraken we af in de Florio, zij met hun beiden en ik alleen. Ik vermoed dat Angie zal gezegd hebben, “die Martin ziet er zo eenzaam en verdrietig uit, zouden we voor hem geen vriendin kunnen vinden?” De beste vriendin van Angie was Sarah. En zo kwam het dat we aan elkaar werden voorgesteld, maar zonder rechtstreeks resultaat. Ik was bijzonder schuchter. Sarah was een mooi en zeer speciaal meisje maar ik vond dat ze ook iets cynisch had, en soms leek het of ze op iedereen neerkeek die niet even hip was als zij. Ik voelde mij geïntimideerd. Wel bleek dat we elkaar al eerder gezien hadden, in een verlaten huis, na een concert van Jethro Tull.


Op school gebeurde niet veel. Marc en ik zaten tijdens de cursussen meestal te kletsen, hitlijsten te maken (de beste elpees allertijden!), of surrealistische woordspelletjes te spelen; af en toe kregen we opmerkingen van professoren, zoals van Tone Brulin, die echt niet met ons gebrek aan aandacht opgezet was. Maar wij waren – zeker in die periode - nu eenmaal meer geïnteresseerd in Soft Machine, Led Zeppelin II en Incredible String Band (wow, jongen ‘The Hangman’s Beautiful Daughter’, nog altijd even mooi, heb ik van Marc, maar Marc heeft van mij ‘The Velvet Underground & Nico’ en ‘White Light White Heat’, die decadente New Yorkse scène was hem volkomen vreemd – de Britse weirdo folk is echter de New Yorkse underground waard, of niet soms?).

 

brussel,ritcs,filmschool,vriendschap,vrienden,film,muziek,theater,1969,easy rider,marc didden,tegencultuur,underground,popcultuur,rolling stones,rimbaud,syd barrett,pink floyd,140,herman claeys,media,hippies,flying burrito brothers,gram parsons,dolle mol,velvet underground,ivo michiels

Andy Robinson's 'Patterns Of Reality' (1968). Ook gekoesterd.


Ik had een zogenaamde anti-progressieve partij opgericht, om de pseudo-progressieven belachelijk te maken. Die partij van mij had een aantal harde regels, waar niemand zich aan kon houden, veel succes had ze dan ook niet. De documenten die ik nog heb, koester ik wel. Het was allemaal nogal dadaïstisch, terwijl ik van die kunststroming in Tongeren nooit had gehoord. Tongeren was een stadje in de toendra, niemand had daar ooit van iets gehoord. Het meeste van wat ik nu weet heb ik trouwens zelf moeten leren. Ook op het Ritcs heb ik weinig opgestoken. Maar de vrienden die ik er heb ontmoet zijn veel meer dan goud waard. Marc, Leo S., Oswald G., Guillaume B.


Het leven op het Ritcs hing mij al een beetje de keel uit. Wij hadden les in elektriciteit en scheikunde, vakken waaraan ik dacht te zijn ontsnapt bij mijn vertrek uit Tongeren. Niet dus. Of toch wel. Na een paar maanden bleef ik uit de meeste cursussen weg. Dinsdagmiddag was ik altijd aanwezig: dan werden twee films vertoond, stuk voor stuk klassiekers, van Truffaut, Godard, Antonioni, Fellini, enz., allemaal regisseurs die ik ben blijven bewonderen. Ik bleef ook naar de ‘praatjes’ van Jo Röpke over film gaan, en hij vond me een goede leerling omdat ik een degelijke analyse van de film ‘Easy Rider’ had gemaakt. Wat ik ook nooit miste was de scenariocursus van Ivo Michiels, een zeer beminnelijke man. En nooit miste ik de lessen fotografie, omdat ik graag wilde leren fotograferen en omdat we een uitstekende kleinbeeldreflexcamera ter beschikking kregen. Uit de andere cursussen bleef ik weg.

easy rider

Easy Rider, Dennis Hopper

06-12-07

MOORD EN DOODSLAG

stanley kubrick,a clockwork orange,leugens,volker schlondorff,mord und totschlag,mick jagger,keith richards,diefstal,ardennen,ben hur,dante,franse revolutie,marat,sade,saint-just,sancho panzo,sprookjes,sneeuwwitje,dromen,charlton heston,brian jones,robert hughes,etc,rolling stones,anita pallenberg,duivelsverzen,sylvia plath,ophelia,shakespeare,don quichot,elvis presley,william wyler,peter case,arthur rimbaud,midnight rambler,a midsummer night s dream,elvis is back,film,pop,boeken,schrijvers

Vandaag heb ik geen zin om zinnen te schrijven. Ik heb zin om zinnen te stelen en ze te verminken. Andermans dromen wil ik me toe-eigenen, ze uiteenhalen als het lichaam van een zelfmoordenaar tijdens een autopsie. Andermans dromen en hun literaire equivalenten, de sprookjes, wil ik in stukken snijden met een zeer scherp mes. Ik ben een wolf in de slaapkamer van de slechte koningin met de donkere opalen ogen. Ik kus vijftienjarige meisjes met appelrode wangen wakker, in hun zoete slaap, lang na zonsondergang. De oceaan van verdriet ben ik, die jullie kusten teistert. Mijn echtgenote is Ilsa, de wolvin van de SS. Diep in de Ardennen ben ik om middernacht met haar in het huwelijk getreden. In purperen gewaad gehuld verdoemde de priester Arthur Rimbaud ons nageslacht. Wij schuimden als champagne de literaire salons van luxehoeren af, op zoek naar een oprechte mens.

Ik herinnerde mij dat ik geboren was in een wervelstorm en in de verte schoten hoorde. Het was oorlog, burgeroorlog, men riep de revolutie uit. Saint-Just maakte aanstalten om mijn paleis te bestormen, maar ik opende alvast de poorten. Kom binnen, zei ik, neem een sigaar en doe waar je zin in hebt. Jij ook, vriend van het volk. In de krant noemden ze mij degene die om middernacht komt ronddolen, met vuurrode ogen en een scherp mes. Ik stond toe te kijken toen de Dichteres haar hoofd in de oven stak – waarna de Dichter zijn meest verheven verzen schreef, aan de natuur gewijd; beken, heuvels en lelietjes-van-dalen. Ik sneed de jurk van de gastvrouw open met mijn Bowiemes. Je naam? Ophelia, zei ze, neem me maar, doe je zin, ik heb alle leed geleden. Alleen een god kan mij nog redden. Ik houd van je om honderdduizend redenen, zei ik, maar het meest van al houd ik van je omdat je jij bent. Sancho Panzo overhandigde me mijn twaalfsnarige gitaar. Ik speelde Entella Hotel, Sancho zong de wreedste woorden. Was hij dan geen Saraceen? De kaarsen werden gedoofd. Ben Hur stootte zijn hoofd aan de hoek van een zeer hoge notenhouten tafel. Het tij was gekeerd. Veronica, of vera icona, kwam uit de kast als degene wie ze werkelijk was, het monster van de liefde, met een pas gewassen handdoek uit Turijn.

De wereld keerde in zichzelf terug, en ik nam afscheid van alle leugens die ik ooit uitgesproken had. Niemand bleef over om de maan te bezingen. Nergens rolde een steen. Alles was stil. Zelfs duivelsverzen werden niet uitgesproken.

...

De titel is gestolen van de film 'Mord und Totschlag' van Volker Schlöndorff, met Anita Pallenberg en een soundtrack van Brian Jones. Anita Pallenberg was het liefje van Brian, later zou ze met Keith Richards gaan samenwonen en tussendoor maakte ze de film Performance met Mick Jagger. Of de overige Rolling Stones een rol hebben gespeeld in haar leven weet ik niet zo zeker. Ik heb de film 'Mord und Totschlag' nooit gezien, wel 'Die Blechtrommel' van dezelfde regisseur.