16-06-14

1958

expo58-bruxelles.jpg

Nadat ik vertrouwd was geraakt met het rumoer, met het onophoudelijke geklop, gehamer, gebonk van machines en motoren, die de stilte in mij verstoorden, de stilte die een aangeboren hoedanigheid leek, iets wat tot het wezen van ons zijn behoorde, een vaststelling die echter in tegenspraak was en is met het ritme van ons hart en met de onduidelijke geluiden die ons ongetwijfeld een gevoel van veiligheid hadden geschonken toen we nog in de baarmoeder vertoefden, geluiden waar het geronk van de scheepsmotor een echo van was, waardoor ik zo heerlijk kon slapen vroeg in de ochtend als mijn ouders al met het schip vertrokken waren, op weg naar een andere bestemming, naar een andere haven, moest ik van het ene moment op het andere wennen aan een nieuw geluid, dat van de bossen, het leven in de bomen, de takken, in de lucht daarboven en tussen de struiken en in het gras en op de bodem. Aan het gekwetter, getsjilp, getsjidik, geroekoe, gesnater, gekwek, gegak, gerikkekik, getsjirp, gekir, getjokkel, geoehoe, kortom, aan de duizenden geluiden van vogels, zoogdieren en insecten, en van honderden kinderstemmen: de kinderkolonie midden in het bos.

kinderdorprekem3.jpg

De breuk, want een overgang was het voor mij niet, werd niet alleen bepaald door geluid en ritme maar zeker ook door geuren en smaken en door de kwaliteit van de lucht. De geur van paddenstoelen, van varens die ouder leken dan de tijd, van dennenbomen, en van hun appels, van de moerassen, de rottigheid, van eikels en nutteloze bosvruchten, van de dode dieren, van onszelf, ons zweet en andere lichaamsgeuren, van oude matrassen; de smaak van een ander soort water, van bosbessen, van grenadine, van pap en alle viezigheden die we te eten kregen… Die breuk zal zeker traumatisch geweest zijn. Zij heeft er vooral toe bijgedragen dat ik aan een ernstige verlatingsneurose lijd, die met de jaren en mede dank zij psychoanalyse milder is geworden. Het is nog altijd mijn overtuiging dat rock & roll en literatuur mijn redding zijn geweest. Zonder die twee kunstvormen en mijn eigen passie had ik die grensoverschrijding waarschijnlijk niet aangekund. Dan was ik van het kinderdorp naar het gekkenhuis verhuisd, wat geen bruuske overgang zou zijn geweest – en het was in de buurt: het gesticht van Rekem, waar de vader van mijn latere boezemvriend als verpleger tewerkgesteld was. Gelukkig heeft Lou Reed ook in mijn geval gelijk: my life was saved by rock and roll. Wordt vervolgd.
kinderdorprekem9.jpg

03-12-12

ROCK AND ROLL IN 2012: TWINTIG VOORBEELDIGE PLATEN

VOORBEELDIGE PLATEN.jpg

Ry Cooder, Boomer's Story

Ben ik ooit avontuurlijk geweest? Dat valt te betwijfelen. Als nieuwsgierigheid een vorm van avontuurlijkheid is, dan wel. In bepaalde opzichten ben ik wellicht nog altijd nieuwsgierig. Mensen veranderen niet fundamenteel. Een leven is een herhaling van patronen. We zijn verslaafd aan onze gewoontes, die we soms onze voorkeuren durven noemen. Als ik op reis ga, ga ik naar Cadiz, Porto, Barcelona of New York. Oorden die ik ken, waar ik mijn weg vind, en die me desondanks blijven verrassen. Het onbekende schrikt me niet af, het laat me onverschillig. Ik ben niet conservatief maar wens dat België blijft bestaan. Waarom zou iets moeten veranderen als het enigszins voldoet? Ondanks de lamlendigheid en banaliteit die mijn land zo vaak tentoonspreidt heeft het mij nooit echt teleurgesteld. Ik lees liever ‘Le Rouge et le noir’ nog een keer dan ‘Vijftig tinten grijs’, en zeker niet alleen vanwege de kleuren. Wat als nieuw wordt bestempeld – zeker in de media – is vaak niets anders dan aantrekkelijk verpakte onzin. Alleen enkele vrienden vertrouw ik in hun advies. Als zij me zeggen, je zou dit boek eens moeten lezen, dan geloof ik hen. Zelden ben ik dan teleurgesteld. Ook in mijn muzikale smaak ben ik niet avontuurlijk. Ik ga niet op zoek naar het nieuwe omdat het nieuw is. Wat ik kies en waarom ik dat doe is het resultaat van een lang proces; noem het leven, of ervaring. Omdat ik weet dat er weinig nieuws is onder de zon, omhels ik meestal wat mij bekend is. ‘Cool’ zijn, ‘modieus’, ‘smaakvol’, dat laat ik aan anderen over, aan de vele mensen met meningen, overtuigingen, inzichten, fijne manieren. Ik ben heel tevreden met wat gewoon is en alledaags. Ik ben een heel gewone mens.

Dit zijn de langspeelplaten – sommige duren echt veel te lang – die ik dit jaar graag heb gehoord. Ik vermoed dat deze lijst er over twee maanden nog ongeveer hetzelfde uit zal zien. Maar misschien ook niet. Je weet maar nooit.
 

1.  Ry Cooder – Election Special

2.  Richard Hawley – Standing At The Sky’s Edge

3.  Patti Smith – Banga

4.  First Aid Kit -The Lion's Roar

5.  Tindersticks – The Something Rain

6.  Cat Power – Sun

7.  Great Lake Swimmers – New Wild Everywhere

8.  Alabama Shakes – Boys & Girls

9.  Calexico – Algiers

10. Bob Dylan - Tempest

11. Neneh Cherry & the Thing - The Cherry Thing

12. Dr. John – Locked Down

13. Sun Kil Moon – Among The Leaves

14. Simone Felice – Simone Felice

15. Neil Young & Crazy Horse - Americana

16. Chuck Prophet – Temple Beautiful

17. Father John Misty - Fear Fun

18. Perfume Genius - Put your back N 2 It

19. Beach House – Bloom

20. Lambchop – Mr. M

    

leven, avontuur, nieuwsgierigheid, voorkeuren, keuzes, smaak, rock and roll, top-20, cd's, elpees, 2012

Kurt Wagner, Lambchop.


~~~~

Oorspronkelijk gepubliceerd op 20-10-2012. 

06-11-10

WIT: DE NOVEMBERAFLEVERING VAN ZERO DE CONDUITE

 trois-couleurs-blanc-94-01-g.jpg

Krzysztof Kieslowski  - Trois couleurs: Blanc.


“Elk moment van geluk moet je koesteren: er zijn er niet veel in een mensenleven, althans zo ervaar ik het toch.” Dat schreef ik vorige maand in mijn introductie bij de oktoberaflevering van Zéro de conduite. Ik heb geen profetische aanleg, anders zou ik denken dat in deze woorden het onheil van de daarop volgende weken werd aangekondigd. Want sindsdien zijn er hoe dan ook veel mensen gestorven, maar wat mij meer bedroeft, heel wat mensen die me nauw aan het hart lagen. Ik noem er enkele: Solomon Burke, Ari Up, Harry Mulisch en last but not least, Peter De Ceulaer, de voorzitter van Radio Centraal. Nu mag de dood er wel een tijd het zwijgen toe doen.

Vandaag heb ik voor Zéro de conduite het thema ‘wit’ gekozen. Ik vind wit geen mooie kleur. Is het wel een kleur? Ze herinnert me aan mijn kinderjaren, toen alles zogezegd onschuldig was. Maar net zomin als ik in onschuld geloof, geloof ik in zuiver wit. Wit is altijd op zijn minst een beetje vuil, en zuiverheid bestaat niet. Alles is onzuiver, ‘schuldig’, bezoedeld – ook al dromen wij soms van een ordelijke, onschuldige, duidelijke en overzichtelijke wereld. Maar dat zijn valse en gevaarlijke dromen. Ooit had ik een wit pak, in Firenze gekocht, de stad met het beroemde Uffizi museum, waar zoveel wit heerst. Dat pak is niet lang wit gebleven. Al heel gauw was het met teer en pis en bloed besmeurd. En zo hoorde het.

Toch is ‘wit’ iets fascinerends. Ik hoef maar twee voorbeelden uit de literatuur te noemen en je weet wat ik bedoel: ‘The Narrative Of Arthur Gordon Pym’ van Edgar Allan Poe, en ‘Moby Dick’ van Herman Melville. Vanzelfsprekend mag Stéphane Mallarmé niet worden vergeten, de dichter die een voorloper was wat betreft het gebruik van wit (blanc) in de poëzie.

Waarom ik als thema ‘wit’ koos, heb ik vorige maand al verduidelijkt. De inspiratie komt van Krzysztof Kieslowski en zijn trilogie ‘Trois couleurs: Bleu, Blanc, Rouge’. ‘Bleu’ of ‘Blue’ kwam vorige maand aan bod, vandaag ‘wit’; in december, heel gepast vind ik, rood. Bij Kieslowksi stemmen de drie kleuren overeen met die van de Franse vlag, en met wat ze symboliseren: vrijheid, gelijkheid, broederschap. Wit staat bij Kieslowski voor gelijkheid, wat in de uitstekende film met Julie Delpy en Zbigniew Zamachowski, niet voor de hand ligt: het is namelijk een zwarte komediein de stijl van de jonge Roman Polanski. Meer wil ik er niet over vertellen: als je hem nooit zag is het de hoogste tijd.

En het is eveneens de hoogste  tijd om de playlist prijs te geven. 

MemphisJugBand.jpg

White House Blues – A Potpourri Of Bluegrass Jam – Muleskinner
The White Dove – The Complete Columbia Stanley Brothers (1949-1952) – The Stanley Brothers
White Lightning – The Essential : The Spirit Of Country – George Jones
Long White Cadillac – Testament: The Complete Slash Recordins – The Blasters
White Line Fever – Down Every Road 1962-1994 – Merle Haggard
Six Feet Of Snow – Down On The Farm – Little Feat
White Freight Liner Blues – Live At The Old Quarter, Houston Texas – Townes Van Zandt
White Line – The Ballad Of Sally Rose – Emmylou Harris
White Mustang II – Acadie – Daniel Lanois
White As Diamonds – To Be Still – Alela Diane
Two White Horses In A Line – The Songsters Tradition : Before the Blues – Joe Evans & Arthur McClain
Whitewash Station Blues – It Came From Memphis – Memphis Jug Band
White Middle Class Blues – Aquashow – Elliott Murphy
White Light – White Light – Gene Clark
Big White Cloud – Vintage Violence – John Cale
White Tooth Man – The Shepherd’s Dog – Iron And Wine
White Winter Hymnal – Fleet Foxes – Fleet Foxes
White Mischief – Prelude Airs & Yodels – Penguin Café Orchestra
White Bird – It’s A Beautiful Day – It’s A Beautiful Day
Nights In White Satin – Something Stupid – Nancy Sinatra
A Whiter Shade Of Pale – Procol Harum  1st – Procol Harum
White Summer – Little Games – The Yardbirds
My White Bycicle – Psychedelia At Abbey Road 1965-1968 – Tomorrow
White Rabbit – Surrealistic Pillow – Jefferson Airplane
White Room – Wheels Of Fire – Cream
White Light / White Heat – White Light / White Heat / Velvet Underground
White Man In Hammersmith Palais – Story Of the Clash – The Clash
White Honey – Howlin’ Wind – Graham Parker & the Rumour
Fifteen Feet Of Pure White Snow – No More Shall We Part – Nick Cave & the Bad Seeds
White Chalk – White Chalk – PJ Harvey
The Snow White Diner – Twilight – The Handsome Family
The End (White) – Kieslowski – Zbigniew Preisner

Zéro de conduite is op Radio Centraal 106.7 FM in Antwerpen van 6 tot 8, ’s avonds, elke eerste zaterdag van de maand. Je kunt het programma op de radio beluisteren, of via de website van radio centraal: http://www.radiocentraal.be/Realescape/ or http://streaming.radiocentraal.org/

 

nancy_sinatra_01.jpg

Deze aflevering van Zéro de conduite is in zijn geheel opgedragen aan Peter De Ceulaer, onze geliefde voorzitter, vorige week overleden.

 

Research en presentatie: Martin Pulaski 

 

10-10-10

SOLOMON BURKE: IF YOU NEED ME

solomon burke,soul,dood,rock and roll,country,country soul,helden,rolling stones

Op acht oktober 2006 schreef ik dit:


"Het is zondag, twaalf uur, de zon schijnt door de ramen van mijn werkkamer. Zou ik ze open gooien? Ja, dat ga ik doen.
Mijn jukebox draait ‘Nashville’ de nieuwe cd van de oude Solomon Burke. Zoals de titel aangeeft is het countrymuziek. Niets nieuws voor de man die ongeveer vijftig jaar geleden al He’ll Have To Go opnam, en vele andere countryklassiekers. Het verschil met zijn vroegere grammofoonplaten is dat hier – zeer geslaagde – duetten op staan met Dolly Parton, Gillian Welch, Emmylou Harris en Patty Griffin. Solomon Burkes diepe soulstem, vol nuance en emotie weet me opnieuw te bekoren. De songs werden opgenomen bij Buddy Miller thuis. Het is muziek van en voor de werkende mens, korte verhalen die iedereen kan begrijpen."

Wat kan ik daar nog aan toevoegen, nu Solomon Burke dood is? Hij was een van mijn uitverkoren soulzangers. Ik heb hem dank zij 'If You Need Me' van The Rolling Stones leren kennen. Zinderende country en soul. Een keer heb ik hem zien optreden, toen hij al op zijn troon zat, vanwege zwaarlijvigheid. Het was een opwindend concert en iedereen om me heen, ook tieners, zongen mee, Everybody Needs Somebody To Love, and I need you, you, you. Toch werd zijn concert afgekraakt in een kwaliteitskrant, ik weet niet meer welke, het vaderland heeft er zoveel, en zijn bewonderaar, Tony Joe White, die na hem optrad en nog wel op een erg vervelende en ongeïnspireerde manier, werd opgehemeld. Typisch!

Dat zal mijn pret niet bederven als ik nog eens een plaatje van Solomon Burke opleg, en het zal er mijn verdriet ook niet minder om maken. Rust in vrede, goede man. En ik zal het nooit vergeten: if you need me, why don't you call me.

06-09-10

HOOG GRAS, HEROÏNE, LIEFDE

 

waanzinprins.jpg

Als je kind bent loop je door hoog gras. Dat gras wordt alsmaar lager naarmate je ouder wordt. Het verdort. Veel mensen om je heen verdorren. Je mag zelf niet verdorren, niet door de zon, maar ook niet door het leven. Je gaat op zoek naar anderen, naar niet verdorde mensen, geen wandelende takken. Je gaat op zoek naar mensen die je in je dromen hebt ontmoet, sprankelend van leven, van inventiviteit. Ze spreken altijd wel een min of meer andere taal dan de jouwe, maar je begrijpt hen. Je herkent je eigen levensverhaal in wat zij je in een onbewaakt moment vertellen. Het is alsof je zo’n andere versie van Strawberry Fields Forever hoort dan degene waar je vertrouwt mee bent. Of van Wouldn’t It Be Nice. De gebeden uit je jeugd: je aanvaardt dat de andere versies daar van afwijken, sterker nog, je hebt niet liever. Waarom ook niet: er is geen groter verschil dan dat tussen de idealistische songs van Brian Wilson en zijn dagelijks leven en lijden.

Wellicht zijn kunstenaars als Brian Wilson en Syd Barrett nog veel meer kind gebleven dan jij. Jij hebt je veel meer geplooid naar de alledaagsheid. Je moest overleven, je moest leven, je had een kind, een vrouw, een vriendin, en je eigen merkwaardige behoeften en verlangens.

 

Het egoïsme, het egocentrisme en de eigenwijsheid waren wellicht de grootste problemen van je generatie. Snotneuzen in popgroepjes dachten opeens dat ze het licht hadden gezien, dat ze iets konden vertellen over de waarheid. Terwijl ze in het beste geval alleen maar instrumenten konden bespelen en zingen, zoals Jimmy Page en Robert Plant. Wat alleszins opviel was dat het voornamelijk blanke jongens waren  die ‘meningen’ verkondigden – de meisjes, de zwarten, de ‘anderen’ zwegen. En sommige van die blanke jongens waren destructief, zogenaamde rebellen zonder een ‘object’ – destructiviteit was hun wijze van spreken. Uit die destructieve verlangens, zoals ook uitgedrukt in films als ‘Themroc’ van Claude Farraldo en ‘Les Valseuses’ van Bertrand Blier, vloeide ook mijn vernietigingsdrang en (helaas ook) zelfvernietigingsdrang voort.

Vreemd genoeg waren dat Franse films, terwijl de muziek die zulke gevoelens uitdrukte meestal Angelsaksisch was, denk maar aan the Who, the Move (een popgroep die graag televisietoestellen tot elementaire deeltjes herleidde). Of toch niet, er was bijvoorbeeld ook ‘Zabriskie Point’ van Michelangelo Antonioni, een film die eindigt met een gigantische ontploffing van alle mogelijke materialistische symbolen (met muziek van Pink Floyd op de soundtrack).

 

Wat wil ik nu eigenlijk zeggen? Weet jij het? Weet jij het waar je vandaan komt en naartoe gaat?  Soms denk ik dat het allemaal genoeg is geweest – de waanzin van de kleine burgers, die me nooit hebben toegestaan om mezelf te zijn, en jou ook niet. Maar mag ik dat argument als apologie voor mijn berusting gebruiken? Niemand heeft er mij fysiek toe gedwongen om een gezapig leven te leiden, om braaf te zijn, en alleen maar te stemmen op zogenaamde democratische partijen. Nee, ik weet niet wat ik wil zeggen, ik ben eens te meer aan verwarring ten prooi. De wereld is van mij en de wereld is het meest vreemde ding dat ik ken.

 

Soms denk ik, zou ik op latere leeftijd ook niet eens met heroïne beginnen, zoals destijds al die jonge jongens en meisjes? Niet omdat ik denk dat het leven dan eenvoudiger zal worden, of dat de drugs mij een antwoord zullen geven op welke vraag dan ook. (“Go on mister business man, you can’t dress like me”, zingt Jimi Hendrix nu.) Niet omdat ik iets denk. Maar gewoon maar nuchter zitten wachten op de dood lijkt me ook maar niks. Heroïne, morfine, sterke drank,  is een tweede keus, laat me daar duidelijk over zijn, mijn eerste keus is de liefde – maar als de liefde uit mijn leven zou verdwijnen zou ik graag snel en vooral pijnloos de grond in gaan. Geloof me, pijn heb ik genoeg gehad hier tussen en onder jullie. Hoezeer ik sommigen van jullie ook liefheb. En ik wil nog heel lang leven en liefhebben. Zullen we dan niet beter samen door het hoge gras lopen, ook al moeten we het ons verbeelden? En wij zijn weer klein, zoals het hoort – want we zijn echt wel heel erg klein, zelfs op latere leeftijd.

 

Laat me nu nog even naar David Bowie luisteren en door het hoge gras lopen en wachten op jou, een engel die boven deze stad ’s nachts mijn gebeden beantwoordt.

01-11-09

IN 2009 WERD WEER UITSTEKENDE MUZIEK GEMAAKT

 

Louvin_Tragic songs of love


Voor ik morgen naar Porto vertrek heb ik even mijn oogst populaire muziek van 2009 bekeken. Ik denk dat het een goed jaar is geweest, een heel goed jaar – en het is nog maar 1 november. Allerzielen moet nog komen!

Dit zijn de langspeelsplaten die ik voorlopig heilig verklaar:

Wilco – Wilco (the album)
Hope Sandoval & the Warm Inventions – Through The Devil Softly
Elvis Costello – Secret, Profane and Sugarcane (een hoogtepunt voor EC)
Neko Case – Middle Cyclone
Monsters Of Folk – Monsters Of Folk
Richard Hawley – Truelove’s Gutter
M. Ward – Hold Time
Richmond Fontaine – We Used To Think The Freeway Sounded Like A River
Levon Helm – Electric Dirt
Buddy & Julie Miller – Written In Chalk
Marissa Nadler – Little Hells
Yo La Tengo – Popular Songs
The Duke And The King – Nothing Good Can Stay
Sonic Youth – The Eternal
The Low Anthem – Oh My God, Charlie Darwin
John Fogerty / The Blue Ridge Rangers – Rides Again
Bruce Springsteen – Working On A Dream
The Felice Brothers – Yonder Is The Clock
Great Lake Swimmers – Lost Channels
Vetiver – Tight Knit
Drive-By Truckers – The Fine Print
Patterson Hood – Murdering Oscar (And Other Love Songs)
Animal Collective - Merriweather Post Pavillion
PJ Harvey & John Parish – A Woman A Man Walked By
Califone – All My Friends Are Funeral Singers
Justin Townes Earle – Midnight At The Movies

 

Deze muzikale avonturen hebben me nog niet volledig kunnen overtuigen:

 

Soul Savers – Broken

Neil Young – Fork In The Road

Volcano Choir – Unmap
Steve Earle – Townes
Bon Iver – Blood Bank
Grizzly Bear – Veckatimest
Micah P. Hinson – All Dressed Up And Smelling Of Strangers
Iron And Wine – Around The Well
Bookter T. – Potato Hole
The Lemon Heads – Varshons (wel enkele prachtige covers)
Bonnie Prince Billy – Beware
Conor Oberst And The Mystic Valley Band – Outer South
Rosanne Cash – The List
Madeleine Peyroux – Bare Bones
The Gourds – Haymaker!


Die tweede  ‘categorie’ platen heb ik wellicht niet voldoende beluisterd. Het is ook onbegonnen werk: er komt vreselijk veel nieuw materiaal uit en ik blijf reissues kopen, zoals de prachtige reeks geremasterde elpees van the Beatles, wellicht het muzikaal evenement van het jaar, naast het spectaculaire overlijden van Michael Jackson. Ik koop massa’s cd’s met soul, country en pop uit de jaren vijftig, zestig en zeventig. De vijftigste verjaardag van Motown heeft veel moois opnieuw toegankelijk gemaakt, en labels als Ace en Bear Family verdienen ook een grote onderscheiding. Ik heb onder meer enorm genoten van ‘The Complete Goldwax Singles, Volume 1’ (op Ace), Hank Williams’ ‘Rockin Chair Money’ (een geremasterde compilatie op Bear Family). Ook opnieuw uitgebracht is een van de belangrijkste keerpuntplaten in de geschiedenis van de populaire muziek, het moment dat soul en country met elkaar werden verzoend, ik bedoel Ray Charles’ ‘Modern Sounds In Country And Western Music’ (heruitgebracht door Concord/Universal). Een hoogtepunt in de country van de jaren ’50 was ‘Tragic Songs Of Life’ (1956) van the Louvin Brothers. Dankzij Righteous Records kunnen we er opnieuw de schoonheid van ontdekken.

 
Ja, ja, 2009 is een mooi jaar. Een heerlijke zomer en heerlijke muziek. Voor de seks en drugs moet je zelf zorgen (mocht je daar nog zin in hebben).

 

27-08-09

HELS LAWAAI VOOR DE DODEN


DODENDANS


Je zou wel eens wat anders willen, leeghoofdig met de leeghoofdigen, praatziek met de gezonden, verwonderd met de kinderen, gelukkig met degenen die hun huizen goed geadviseerd inrichten of hun kinderen over de kleuren en de sterren vertellen. Maar een zware last weegt op je schouders; uren, dagen van lood. Er is geen tijd, maar je kunt de tijd en zijn afloop niet uit je hoofd zetten. De koekoeksklok die koekoekt in je hoofd. Een hoofd overigens van boeken en films, niet meer van vlees en bloed. Een hoofd van carnavalmuziek en gemaskerde ruiters, van donker water waarop verdronken kinderen in hun kano’s pogen te vluchten voor de Apocalyps, voor de harde regen die zeker zal vallen, als het vandaag niet is, dan morgen.

Stilte.

De stilste stilte voor de doden.

Elllie Greenwich. Jim Dickinson. Larry Knechtel. Bescheiden en weinig bekende helden die je jeugd opvrolijkten met hun da doo ron ron, hun blauwe vogels, hun rauwe impressies van een intens genot, van een genoeglijk drama, botsauto’s die eeuwige jeugd de verdoemenis in reden, lachend, gierend, Jack Kerouac achterna, de vijfde Beatle en de zesde Rolling Stone.

Ellie Greenwich was een diepe rivier, een hoge berg, een blond tienermeisje met een zilveren hart.

Jim Dickinson was een Rolling Stone. Een Ryland Cooder. Een blanke blues. Met zijn ruige kop en zijn dikke lange vingers. Zijn gretige en absurde wijsheid.

Larry Knechtel was een mama en een papa, een beach boy, een lid van wrecking crew (voor eeuwig en een dag). Larry Knechtel was Phil Spector. Larry Knechtel was geen survivor.  Wie heeft nood aan survivors?

Willy, zing nog eens een lied, wil je, want nu hebben we echt wat Party Girls nodig.

Stilte voor de doden.

Stilte voor de de doden van de zomer van de doden. Degenen die ik vandaag niet noem, gisteren niet noemde.

Zou het niet teveel zijn, zoveel elegieën? Mijn huid spat uiteen van de onuitgesproken woorden. Pathetisch? Terwijl de anderen sterven verlang je het leven, adem, huid, gefluisterde woorden van dichters en vrouwen. Terwijl de oude en jonge doden worden begraven wil jij diep genot bij alle mooie vrouwen naar wie je ooit verlangde en naar wie je verlangt. Jij gaat nooit dood. Jij likt het zout van hun huid. Het zout van het eeuwige leven.

Stilte voor de doden.

Voor de kinderen in de woestijn, op het water. Voor de naamlozen. Voor degenen die door mensen als jij en ik worden doodgeklopt, gewurgd, verminkt, levend begraven. Voor degenen die wij niet willen kennen. Voor al degenen die onze paden niet kruisen, en geen weg vinden in onze letters, in onze woorden.

Stilte voor de doden.

Jazeker, opnieuw vul ik mijn hoofd met carnavalmuziek, muziek van de opstand, van de woede, van de zinsverbijstering, van de ontregeling van alle waarden, vals of niet vals, opnieuw zoek ik je op, fluister ik in je oor, roep ik het uit: vergeet de doden, herinner je de dagen van het leven, leef, heb lief. Ik heb je lief. Ik wil met je leven, lachen. Ik wil met je dansen. Wij zijn allemaal goden. Sterven? Laat me niet lachen

Lawaai voor de doden.

Hels lawaai voor de doden.

07-08-09

IN MEMORIAM WILLY DEVILLE


Ik ben sprakeloos. Een van mijn 'helden', Willy DeVille - iemand die voor honderd procent uit rock & roll en rhythm & blues bestond - is gestorven. 'Cabretta' is een elpee die mijn leven heeft veranderd. Laat de tranen nu maar rollen.



01-08-09

ZERO DE CONDUITE: SOMETHING OLD, SOMETHING NEW, SOMETHING BORROWED, SOMETHING BLUE

Het is zaterdag 1 augustus alweer, de zomer raast voorbij. Waar zijn al die mooie dagen naartoe? Voor mij is er wel de troost van de muziek. En voor jou? Vanavond tussen zes en acht kun je afstemmen op zéro de conduite, mijn maandelijks programma op radio centraal, 106.7 FM. Je kunt het on line beluisteren via dewebsitevan de radio.

Een echt thema is er niet. Dat heeft niets met luiheid te maken, of gebrek aan inspiratie, maar met de zin om nieuwe ‘aanwinsten’ ook eens een kans te geven. Dat is veel moeilijker als je met thema’s werkt. Met enige goede wil kun je in deze aflevering wel het spreekwoord “something old, something new, something borrowed, something blue” in ontdekken. Je kiest zelf maar wat oud, nieuw, geleend of blauw is.

Zoals altijd is de playlist hieronder maar een schets. Zéro de conduite is pas definitief als het afgelopen is. Toch wordt de lijst als een leidraad gehanteerd, er zit een emotionele, stylistische en logische lijn in: daar wordt niet van afgeweken. Nog een mooie dag en veel luistergenot.

Without Love – Quiet Please… The New Best Of Nick Lowe – Nick Lowe
Outlaw Blues – Rockpile – Dave Edmunds
If You Ever Go To Houston – Together Through Life – Bob Dylan
White Freightliner Blues – Townes – Steve Earle
Waiting Around To Die – Varshons – The Lemonheads
Single Girl – Folklore – 16 Horsepower
Swing Wide Your Gate Of Love – Rockin’ Chair Money – Hank Williams
I Just Can’t Be True – High Geared Daddy – Webb Pierce
In The Pines – Tragic Songs Of Life – The Louvin Brothers
Can’t Have You Blues – The Goldrush Is Over – Hank Snow
Cover Me – The Platinum Collection – Percy Sledge
Search Your Heart – Hey Jude – Wilson Pickett
Woman Left Lonely – Jukebox – Cat Power
I Will Turn Your Money Green – Alex Chilton – Alex Chilton
I’m The Wolf – The Genuine Article – Howlin’ Wolf
Prizefighter – Hombre Lobo – Eels
Memphis Flu – Yonder Is The Clock – The Felice Brothers
Union Street – Nothing Gold Can Stay – The Duke & The King
You And I – Wilco (the album) – Wilco
To The Ghosts Who Write History Books – Oh My God, Charlie Darwin – The Low Anthem
Truth Be Told (Inez) – Sweet As The Grain – The John Henrys
I Understand Now – Murdering Oscar (And Other Love Songs) – Patterson Hood
All The Way To Jericho – Haymaker! – The Gourds
The Selfishness In Man – Written In Chalk – Buddy & Julie Miller
Beach Baby – Blood Bank – Bon Iver
Hang On – Keep Me In Mind Sweetheart – Isobel Campbell & Mark Lanegan
The Next Time You Say Forever – Middle Cyclone – Neko Case
Mistress – Little Hells – Marissa Nadler
Homeward, These Shoes – Around The Well – Iron & Wine
Without Word, You Have Nothing – Beware – Bonnie “Prince” Billy
About Face – Veckatimest – Grizzly Bear
No More Runnin’ – Merriweather Post Pavillion – Animal Collective
Calming The Snake – The Eternal – Sonic Youth
Borrowed Tune – Tonight’s The Night – Neil Young
Blue – Essence – Lucinda Williams

hank-williams

02-05-09

ZERO DE CONDUITE: IN THE WEE SMALL HOURS

 

antwerpen,nacht,radio,radio centraal,pop,verlangen,eenzaamheid,rock,country,blues,mei,rock and roll,thema,soul,zero de conduite

Het is zaterdag 2 mei. Vanavond tussen zes en acht kun je afstemmen op zéro de conduite, mijn maandelijks programma op radio centraal, 106.7 FM. Je kunt het on line beluisteren via de website van de radio. Het thema is deze keer de nacht, de vroege uren, en de melancholie en eenzaamheid die daar bij horen, het verlangen en het verdriet. De donkerste uren zijn die voor de dageraad. Als je dan wakker ligt in bed of door verlaten straten loopt gebeuren er vreemde dingen in je hoofd.
Zoals altijd is de playlist  hieronder maar een schets. Zéro de conduite is pas definitief als het afgelopen is. Toch wordt de lijst als een leidraad gehanteerd, er zit een emotionele, stylistische en logische lijn in: daar wordt niet van afgeweken. Ikzelf stel het programma samen, presentatie en techniek worden verzorgd door mezelf en Sofie Sap.Nog een mooie dag en veel luistergenot.

In The Wee Small Hours – In The Wee Small Hours – Frank Sinatra
Solitude – Lady Day: The Best Of Billie Holiday – Billie Holiday with Eddie Heywood & His Orchestra
Dark Moon – Early Girls Vol. 1: Popsicles And Icicles – Bonnie Guitar
Stand By Me – Rock ‘N’ Roll – John Lennon
It Takes A Lot To Laugh, It Takes A Train To Cry – Highway 61 Revisited – Bob Dylan
Night Comes On – The Essential Leonard Cohen – Leonard Cohen
Midnight Lullaby – Closing Time – Tom Waits
(Black Gal) Where Did You Sleep Last Night – Blues & Folk Singer – Leadbelly
Dark Was The Night, Cold Was The Ground – The Complete Blind Willie Johnson – Blind Willie Johnson
Midnight Hour Blues – Story Of The Blues – Leroy Carr & Scrapper Blackwell
Late Last Night – The Best Of Slim Harpo – Slim Harpo
The Dark End Of The Street – Take Me To The River: A Southern Soul Story 1961-1977 – James Carr
Midnite Special – Fifty Miles To Travel – The Delmore Brothers
Sleep – The King Records Story – Little Willie John
Night Owl – Get It While You Can – Howard Tate

Night Life – Legend: The Best Of Willie Nelson – Willie Nelson
Midnight Rider – Idlewild South – The Allman Brothers Band
Dark Night – Testament: The Complete Slash Recordings – The Blasters
Absolutely Sweet Marie – Fervour – Jason & the Scorchers
Here Comes The Night – The Story Of Them – Them
I’m Only Sleeping – Revolver – The Beatles
Late Night – The Madcap Laugs – Syd Barrett
When The Night Falls – Twenty Twenty: The Essential T-Bone Burnett – T-Bone Burnett
Late Again – Stealers Wheel – Stealers Wheel
Last Night I Had A Dream – Sail Away – Randy Newman
Something In The Night – Darkness On The Edge Of Town – Bruce Springsteen
The Night I Heard Caruso Sing – Idlewild – Everything But The Girl
Nightswimming – Automatic For The People – R.E.M.
The Nights Are Cold – Late Night Final – Richard Hawley
The Night’s Too Long – Lone Star (Soundtrack) – Lucinda Williams
Night Birds – 29 – Ryan Adams
Last Night I Went Out Walking – Through The Trees – The Handsome Family
Shining Moon – Studio – Cowboy Junkies
Somewhere In The Night – The Doctor Came At Dawn – Smog
Dark Was The Night – Paris, Texas (Soundtrack) – Ry Cooder

Ik draag dit programma op aan mijn vrienden van het Renaldo & Clara-genootschap.

17-10-08

WAAR IN DEZE BARRE TIJDEN VIND JE NOG EEN HOER?

mes,slapen,verwarring,dyslexie,vertellen,werk,woorden,jezus,bob dylan,hoer,obsessie,koffie,rock and roll,verhalen,landschap,wakker,nachtmerrie,rug,stoel,behoefte,muur,leugens,rum,wapen,acteren,paul auster,heiligen,werkplek,kast,lunchpauze,metamorfose,shakespeare,jeroen bosch,james joyce,heilig,voorwerpen,tafereel,anna,jan arends,taalspel,finnegans wake,landschapsschilders,echolalie,eulalie,punaise,deerne,hubert selby jr,windstreken,lady macbeth,moeder gods

Jane Fonda in 'Klute'.

Helaas is er geen rumhoer in mijn omgeving te bespeuren. Tijdens mijn wake had ik er zo naar uitgekeken: een of meerdere rumhoeren in het landschap… Vrees echter niet: het is een interieur, doch ook weer niet een innerlijk landschap. Niet het werk van een Oude Meester is het, maar een doodernstige plek. Als je niet op je hoede bent ga je er misschien wel dood. In je rug kan weliswaar geen mes of wat dan ook worden gestoken, want daarmee zit je naar de muur, of meer precies, een grijze wandkast, gekeerd. Toch is en blijft het een interieur waar veel messen worden geslepen. Als je je werkplek even verlaat voor een of andere behoefte ben je maar best op je hoede. Wat eigenlijk niet ongewoon is, want waar worden geen messen geslepen? Of punaises op stoelen gelegd? (Een mooi woord, punaise, je proeft het zo, bijna als een aardbei, op je tong.)

Wellicht was je niet echt wakker, toen je naar die supersensuele en exotisch ‘ogende’ rumhoer uitkeek, een vooralsnog reine maagd of een onder make-up bedolven deerne, die je verwelkomen zou met koffie en zoete koeken – de rum zou voor later zijn, rondom lunchpauzetijd, het moment voor lunchpauzegedichten en andere verdwijningsoefeningen, en de werkdag zou afgesloten worden met hoererij. Iedereen in de rij, en dan de hoer op. Of was het de hort? Want geef het maar toe, je lijdt niet alleen aan dwangmatige obsessies, je hebt daarbij ook nog eens last van echolalie. Eulalie! Als je een dochter zou hebben zou ze zo heten. Want waarachtig, bestaat er een mooiere naam? Anna misschien, omdat je hem in meerdere richtingen kunt lezen. De wind buiten beschouwing gelaten. Maar met een Anna loopt het zelden goed af, niet? Wie in haar tijd had kunnen vermoeden dat Anna de heilige grootmoeder gods zou worden? Lady Macbeth is een karwei, maar wie wil de grootmoeder gods spelen?

Hoe kun je toch werken zonder rumhoer in je nabijheid, zal de lezer denken. Het antwoord is: helemaal niet. Als er geen reële rumhoer voor, naast, of achter je zit, ligt of staat, kun je niet werken, omdat je je dan moet concentreren op een irreëel verschijnsel. Wat nabij is kun je vergeten, negeren, uitsluiten. Wat niet nabij is, wat niet bestaat, moet je echter onder ogen zien, desgevallend gebruik makend van je geestesogen. Dat heb jij – in 1967 reeds - van the Small Faces geleerd. Steve Marriott en Ronnie Lane formuleerden het als volgt:

Everybody I know says I'm changing
Laughing behind their backs, I think they're strange
People running everywhere, running through my life
I couldn't give a care because they'll never see
All that I can see with my mind's eye.

Niet alleen rakelen die blitse popjongens de geschiedenis van de rumhoer telkens weer op, maar je kunt er ook nog eens op dansen. Je moet. Terwijl je toch pijn hebt aan je voeten, je knieën en je rug. Dat is van het vele zitten. Dat komt vanzelf als je veel zit. Wacht maar. Als je lang genoeg wacht komt het vanzelf. Maar eigenlijk zou je niet mogen wachten. Je zou moeten dansen met een rumhoer of met een vee.  Met een imker kan ook. Een imker die met sandelhouten wierookstokjes zwaait. Desgevallend met twee veeën, met meerdere imkers. En uit het landschap stappen dat geen landschap is, alleen zand in de ogen en de mond. De vreselijke werkelijkheid in, op de rand van de afgrond. Het is er de hoogste tijd voor. Dan is het gedaan met al dat dwaas gedoe. Maar is dat niet gemakkelijker gedaan dan gezegd, of hoe was het ook weer? Misschien moet je de moeder van de heilige maagd eens raadplegen? Dat was alvast geen rumhoer, en in die hoedanigheid niet bevooroordeeld in deze hele kwestie. Toch is het mogelijk dat ze in haar prille jaren een “barefoot girl dancing in the moonlight” was. Dat opent nieuwe perspectieven.

24-07-08

DE NACHTEN ZONDER INNIGHEID


willy

Ik droomde van mijn oude, lang geleden gestorven vriend Willy B. Vermoedelijk doordat hij net als ik veel van Tim Hardin hield. In mijn droom was hij even levend als jij en ik. Ik kon hem aanraken, diep in de ogen kijken.We praatten met elkaar over de verleden tijd. Ooit reed ik met hem aan het stuur in de auto door het centrum van Brussel; we hadden een ongeval, een frontale botsing, maar het was niet erg, we hadden geen schrammetje. Een paar weken later leende ik hem mijn exemplaar van ‘Under the Vulcano’. Ja, we hielden ook beiden van de geniale dronkaard Malcolm Lowry. Niet veel later had hij een zwaar ongeval, de auto was een total loss of hoe verzekeringsmaatschappijen iets dergelijks ook mogen noemen, maar Willy was niet gewond. Mijn boek was ik kwijt.

Willy was een toxicomaan. Hij had altijd een koffertje vol medicijnen bij zich, vooral pepmiddelen en benzo’s, maar ook wel zware pijnstillers op basis van morfine. Eveneens bezat hij een dik apothekersboek waar al die medicijnen in stonden opgesomd en beschreven. Willy was al een aantal keren opgenomen om af te kicken, maar hij begon telkens opnieuw. Na een mislukte relatie met een vrouw waar hij van hield nam hij een te grote hoeveelheid pijnstillers. Het was in de koude maand januari van 1989. Twee weken voor die fatale dag was ik nog met Willy doorgezakt in de stad. Tot mijn schaamte moet ik bekennen dat ik onderweg naar huis in slaap ben gevallen. We zijn in stilte door de nachtelijke straten van Antwerpen gereden.

Willy is blijven overnachten, maar toen ik ’s morgens wakker werd was hij weg. Ik heb hem nooit meer gezien. Tot vorige nacht. We hadden het, zoals ik al zei over het verleden. Over liefde en seks. In mijn droomde beweerde Willy dat je seks kunt hebben zonder liefde te voelen. Ik was het daar niet mee eens. Mijn prille ervaringen met seks gingen altijd gepaard met echte liefde, zei ik. Het ene kon nooit zonder het andere. Willy vond dat je lekker seks kon hebben, zonder meer. Hij praatte er nogal beeldend over, waardoor mij allerlei erotische taferelen voor de geest kwamen. De geest in mijn droom, bedoel ik.

Elke nacht lig ik wakker of slaap ik, maar er is altijd, ben ik nu ziek of gezond, altijd is er een brandend verlangen in mij. Overdag ben ik zoals iedereen, maar ’s nachts word ik bijna puur verlangen naar een aantrekkelijke vrouw. Wat ik vooral wil is innigheid, maar ook seks. Ik weet niet of innigheid hetzelfde is als liefde. Ik ken geen innigheid meer. Je moet dan echt in de andere zijn. Maar met Willy sprak ik over de liefde, en zo bereikten we de ochtend en ontsnapten aan de dood. Ik ontwaakte in een tropisch land, waar een orkaan het hotel waar wij logeerden had verwoest. Alles wat we bij ons hadden was verdwenen. Daarna werd ik echt wakker en herkende aanvankelijk mijn kamer niet. Tot ik in de vertrouwde omgeving kwam, met rechts van mij het raam en links de deur naar de badkamer.

Ik vroeg mijn vrouw of ze wakker was. Ja, zei ze. Ik zou graag een rock & roll band oprichten, zei ik. Ik zou het Martin Pulaski & the Small Society noemen. Soms zouden we een big band worden, en dan zou het the Big Society zijn. Mijn vrouw ging op haar andere zij liggen en sliep verder. Ik vroeg me af wat ik met mijn leven moest doen. Wat ik vooral niet meer wilde was pillen slikken.


Foto: Willy B., fotograaf onbekend.

18-07-08

TIM HARDIN : EEN VERLOREN DROOM


tim hardin
Foto: Martin Pulaski

Ik wil al heel lang iets schrijven over Tim Hardin, een van mijn antihelden, (waarvan ik er nogal wat heb, geloof ik). Antihelden zijn vaak de echte helden, net omdat ze geen echte helden zijn. Je kunt Arthur Rimbaud toch moeilijk een held noemen? Rambo? President John F. Kennedy? De zeven samoerai? Koningin Fabiola? Ach, laat maar, ik mag vooral de draad niet verliezen, terwijl ik daar nu net zoveel zin in heb. Verdwalen in vreemde woorden, in vertrouwde zinnen, als in gevaarlijke steegjes, na middernacht.  'Cul-de-sac' heb ik overigens altijd al een mooie uitdrukking gevonden. Maar mijn wijze van verdwalen is geen echt dwalen, ik blijf meestal op mijn hoede, mijn bewustzijn is minder vaak uitgeschakeld dan je wel eens zou kunnen denken. Ik ben meestal voorzichtig, in steden net zo goed als in woestijnen. Ja, en ook in wat ik schrijf ben ik een voorzichtige jongen, en beland ik al snel weer op het juiste pad.

Dinsdagavond ben ik aan dit stukje begonnen, maar door allerlei toestanden, waaronder aangename, een etentje met een goede vriendin, en onaangename, fijn stof in het appartement, de indringende geur van verf, een bezoek aan het UZ in Jette (waarover later misschien meer), heb ik niet door kunnen werken. Schrijven is inderdaad werken, ook als is het maar voor een blog (iets waar Supermannen als Serge Simonart op neerkijken), ook al is het een aangenaam tijdverdrijf. Schrijven is niet wachten op inspiratie, want die komt niet. Schrijven is bedenken, combineren, uitvinden. Is het niet vooral vragen stellen?

Nu wil ik dit ‘verhaal’ toch afwerken. Gisteren liep ik na het bezoek aan het ziekenhuis even een consumptietempel binnen, en daar vond ik een zeer ontroerende langspeelplaat, getiteld ‘The Future Is Unwritten – Joe Strummer’. Joe Strummer bewonder ik mateloos. Dank zij hem en enkele van zijn geestverwanten ben ik destijds opnieuw naar rock & roll gaan luisteren. Tot mijn spijt heb ik Joe’s radioprogramma nooit kunnen beluisteren. Deze soundtrack van een documentaire film van Julien Temple is een hulde aan de muzikant Joe Strummer, maar ook aan de radiomaker van Radio Clash. Waarom vertel ik dit nu eigenlijk? Omdat een van de songs op de soundtrack, toevallig of niet, ‘Black Sheep Boy’ van Tim Hardin is. En deze middag kreeg ik een sms van mijn vriend, mister Koen, verblijvend in het Verre Westen van België, of ik niet eens een best-of-cd van Tim Hardin wil samenstellen (en aan mijn Laura vragen welke liederen van Hardin zij het liefste hoort). Toevalligheden.

joe strummer

Zoals je weet of niet weet ben ik al zeer lang een bewonderaar van John Lennon. Maar was het niet zielig – en typisch - dat niemand, ook ik niet, treurde toen Tim Hardins dode lichaam een paar dagen na de moord op John werd aangetroffen, als ik me nog goed herinner in een stinkend appartement ergens aan de Westkust, waarschijnlijk in Los Angeles. Onze vreselijke woede en onze ontzaglijke droefheid waren uitsluitend naar een dode held, gevallen aan de ingang van de New Yorkse Dakota Building gegaan, en we wisten meteen dat 'Rosemary’s Baby' daar voor een deel was gefilmd en dat die en die er hadden gewoond of nog woonden, onder meer Lauren Bacall. Over John Lennon wisten we alles, maar dan ook alles.

Wat wisten we over Tim Hardin? Laat in december 1980 drong het tot me door dat hij dood was, gestorven van de drugs waar hij al jaren mee knoeide. Sinds hij als vrijwilliger (‘marine’) gevochten had in een of andere kleine smerige oorlog, waar het Amerikaanse bestel – ook nu nog - zo in excelleert. Misschien vocht hij ook helemaal nergens tegen niemand, want Tim was net zoals Bob Dylan zeer goed in het verzinnen van zijn biografie. Tim Hardin beweerde ooit dat hij een rechtstreekse afstammeling was van de bloeddorstige outlaw John Wesley Hardin. Wat wisten we nog meer? Dat hij een bewonderaar was van Hank Williams, hij had er een lied over geschreven, waarin hij hem 'mijn vriend' noemde. En Nico had ongetwijfeld veel van Tim Hardin gehouden, vermoedden we. Zij was geen ‘hypnotist collector’ maar verzamelde gretig singer-songwriters zoals onder meer de jonge Jackson Browne, John Cale, Lou Reed, Jim Morrison, en wie weet wie nog allemaal. Haar mooiste elegie zong ze voor een andere junkie, Lenny Bruce. Het was een song van Tim Hardin. Zo staat het toch op de hoes van ‘Nico: Chelsea Girl’. De originele versie heb ik nooit gehoord. Arnold Rijpens zal daar wel meer over weten.

Ik hield van de songs van Tim Hardin en hoe ouder ik word hoe meer ik er van houd. Ik weet niet meer hoe ik de zanger ontdekt heb, maar zeer waarschijnlijk door zijn songs. Want daar was hij een meester in. Hoewel hij heel vaak stal, zoals alle folkzangers en singer-songwriters en rock & rollers deden en nog altijd doen. Maar waren het the Four Tops met ‘If I Were A Carpenter’, of was het de halve crooner / halve rock & roller en deeltijdse folkie Bobby Darin, (herinner je 'Splish Splash' en ‘Dream Lover’) door wie ik hem op het spoor kwam? Er waren tevens uitstekende beatgroepen die zijn composities coverden, zoals the Small Faces (‘Red Balloon’, ‘If I Were A Carpenter’),  en Tee-Set (‘Hang On To A Dream’). Dan was er nog de cover van ‘Reason To Believe’ door the Youngbloods, die mij tot tranen bewoog. Rod Stewarts versie van dat nummer is trouwens ook erg mooi.

Ongetwijfeld heb ik Tim Hardin voor het eerst gehoord op Radio London of in het Nederlandse radioprogramma Superclean Dream Machine. En het was zeker in Amsterdam, op het Waterlooplein, op een zeer koude dag in maart of april 1970, dat ik de eerste keer een elpee van Tim Hardin kocht. Ik bezit ze nog altijd en zal er pas afscheid van nemen als de tijd is gekomen. Maar laten we niet melodramatisch worden. Ik heb mijn cd’s al op een stapeltje gelegd. Straks of morgen begin ik aan die compilatie. Ik zal er wat mooie covers tussen mixen, ‘Black Sheep Boy’ door Scott Walker, ‘Shiloh Town’ door Mark Lanegan, een nummer dat ik als ik met wat vrienden heb zitten drinken soms ook wel eens stukzing. Ik kan namelijk helemaal niet zingen. Maar je moet slechts enkele akkoorden kennen om het te kunnen spelen. En voldoende whisky drinken om er zeker van te zijn dat je het kunt zingen.

tim simple

Tim Hardin was een tedere, echt mannelijke zanger. Daarom denk ik dat alle vrouwen hem graag horen. Zoals de mooie actrice die zijn geliefde werd en waarover hij zo aandoenlijk zingt in ‘Lady Came From Baltimore’. Her name was Susan Moore. Maar in werkelijkheid enigszins anders gespeld. Zoals de ‘John Wesley Harding’ van Bob Dylan.

Als je niets van Tim Hardin bezit raad ik deze compilaties aan:

Hang On To A Dream: The Verve Recordings (Polydor / Chronicles)

Simple Songs Of Freedom : The Tim Hardin Collection (Columbia / Legacy)

De Verve-opnamen werden geproduceerd door Erik Jacobsen, die ook met the Lovin' Spoonful samenwerkte, en later tegen de tijdsgeest van de jaren tachtig in voor de fijne sound van Chris Isaak zou zorgen. Ik vergat nog te vermelden dat Tim Hardins 'You've Got A Reputation' een stevige country-uitvoering kreeg van the Byrds, met Gram Parsons als zanger. Het was bedoeld voor hun 'Sweetheart Of the Radio', maar werd uiteindelijk niet geselecteerd. Pas in 1990 gaf Columbia het nummer vrij, op de eerste Byrds box.

Ik moet hier nog aan toevoegen dat de compilatie 'Hang On To A Dream', een absolute aanrader, nog maar moeilijk te vinden is. Zelf heb ik deze dubbel-cd in een klein winkeltje in Cambridge, vlakbij de Harvard universiteit, gevonden. Vreselijk duur, want het was in een tijd dat een dollar heel veel geld kostte. Bovendien is Cambridge geen goedkoop stadje. Maar Tim Hardin was die prijs en die reis waard.

tim hardin dream

Foto boven: Martin Pulaski. Op de foto een afbeelding van 'The Best Of Tim Hardin', de elpee die ik op het Waterlooplein vond. De 'figurante' komt niet uit Baltimore, en het is nooit mijn bedoeling geweest haar geld en juwelen te stelen, en toch kreeg ik haar liefde.
 

 

26-06-08

JOHN CALE: VUILEKONTENROCKANDROLL IN HET PALEIS

 

muziek,concert,lou reed,champagne,pop,bier,punk,duitsland,rock,popcultuur,live,verbeelding,turkije,rock and roll,ab,paleis,ambtenaren,bar,drummer,gitaren,seventies,punkrock,avant-garde,john cale,840,paul dujardin,paleis voor schone kunsten,shaketown,ravenstein


Vorige week zag ik Paul Auster in zaal Henry Le Boeuf  van het Paleis voor Schone Kunsten ( ik weiger de kinderachtige naam Bozar te gebruiken).  Gisteravond keerde ik er terug om een concert van John Cale bij te wonen. Ook al heb ik kritiek op de naam van de instelling en het overwegend Franstalig aanbod van boeken en dvd’s in de artshop, moet ik toegeven dat de bar heerlijk is. Wat een verschil met bijvoorbeeld die van de AB! Je krijgt er je drankjes in echte glazen, de wijn is er lekker en niet te duur. Een pils kost er maar twee euro. Maar foto’s maken mag je er niet. Daarom moet je zelf maar eens gaan kijken.

Wat  verwachtte ik van het concert? Een eigenzinnige vorm van melancholische akoestisch-elektronische kamermuziek, enigszins storend, maar toch passend bij de beau monde van de beaux arts. Oh la la! Et une coupe de champagne, please. Ik zou dat mooi hebben gevonden, denk ik. Ik zou geen kippenvel hebben gekregen, koud noch warm hebben gezweet, maar ik zou hebben genoten van die zoete, wat verwrongen melodieën die alleen John Cale kan bedenken.

Wat kregen we echter? Dirty Ass Rock And Roll, ladies and gentlemen! Echte laagbijdegrondse vuilekontenrockandroll. Maar werd John Cale ooit een asshole genoemd? Never! Dit was een concert waar jonge kereltjes – als ze er al bij waren geweest – veel genoegen aan hadden kunnen beleven en bovendien hadden ze er nog iets van kunnen opsteken. Bijvoorbeeld: hoe speel ik een power chord, hoe speel ik een riff, zonder banaal of volstrekt overbodig te klinken. John Cale ging tegen de geest van de beaux arts in, het paleis dat verkondigt dat het niet alleen maar rock and roll is. (John Cale trad op in het kader van ‘It’s NOT only rock and roll’.) Wel, beste Paul Dujardin, het is wel only rock and roll. Als je het over rock and roll wilt hebben en je nodigt John Cale uit dan kun je zulke dingen verwachten: the real thing, sex and drugs and rock and roll. Alles wat je lichaam nodig heeft, om het nog niet te hebben over je geest. De schitterende gitaarduetten die naar de seventies verwezen (denk daarbij aan the Allman Brothers) van John Cale met zijn - mij onbekende - gitarist gingen nooit zweven dank zij het uitstekende laagbijdegrondse en toch hoogvliegende gedrum van, ja, van de drummer natuurlijk. De basspeler hield zich wat op de achtergrond, maar hij verloor het ritme en de plots opduikende tempowisselingen niet uit het oor. Ergens links op het podium zat iemand de klanken te behandelen. John Cale greep vooral terug naar zijn composities uit zijn beginperiode, nadat hij de Velvet Underground had verlaten: 'Helen Of Troy', 'Gun', 'Paris 1919', 'Pablo Picasso' (van Jonathan Richman , of: John Cale speelt Modern Lovers die Velvet Underground spelen ), 'Fear Is A Man’s Best Friend', 'Ship Of Fools', 'Big White Cloud' (voor mij het hoogtepunt), 'The Ballad Of Cable Hogue' – allemaal even mooi en ontroerend. Vanop plaats D17 in de corbeille zag ik de Welshman plotseling heel jong worden. Hij zong en speelde 'Things', een recentere compositie, uit HoboSapiens (“the things you do in Denver when you’re dead”, een mooie hommage aan Warren Zevon). Daar stond hij, zeventien of achttien, met een elektrische gitaar, voor altijd jong, zich lavend aan Belgisch water, water uit Spa. Het beste water van de wereld voor de meest verrassende avant-garde rock and roll componist van de wereld. Ik vraag me af wat de champagneheren en –dames gevoeld hebben bij deze reëel bestaande punkrock.  En de ‘fans’ die nog altijd denken dat Cale zijn hoogtepunt bereikte met zijn postmoderne versie van Elvis’ ‘Heartbreak Hotel’, dat gisteravond als openingsnummer werd vermorzeld.
Toen John Cale en zijn band terugkwamen voor een encore dacht ik heel even dat zij de hele set opnieuw zouden spelen, en daarna nog eens en zo 840 keer.

Oh, wat ben ik blij dat ik bij dit concert aanwezig was, en dat ik me goed voelde. Ik had mijn lichtgrijs pak aangetrokken. Maar ik zag veel mannen in jeans. Onze kansen zijn nog niet verkeken. De verbeelding heeft nog wat in de pap te brokken. Hier en daar zie ik zelfs een gek het gekkenhuis besturen.

Later zaten we met Mister Koen en Mister Shaketown en nog enkele van hun vrienden in de Ravenstein, die vroeger aan de ambtenaren toebehoorde, maar nu een soort niemandsland is geworden, een plaats waar niemand zich echt thuis voelt, maar die wel uitnodigt om jezelf te worden, om je aanwezigheid bekend te maken aan de ruimte. We dronken er koud bier, zagen verloren gelopen ‘punks’ voorbijstrompelen en stelden vast dat de Turken van de Duitsers hadden verloren. En we vroegen ons af welke plaat van John Cale de beste is, ‘Paris 1919’ of ‘Music For a New Society’? De wedstrijd John Cale-Lou Reed bleef onbeslist.

03-06-08

HET LEVEN EN DE WERKEN VAN BO DIDDLEY (1)

bo diddley,rock and roll,popcultuur,pop,invloed,beat,dood

In blues, soul en rock & roll krioelt het van de adel, koningen, graven, prinsen, prinsessen, noem maar op. Bo Diddley was de ongekroonde koning van de rock & roll. Hij woonde niet in een paleis, zo adellijk was hij nu ook weer niet, maar net als koning Boudewijn en Buddy Holly droeg hij een bril. De vorm van zijn gitaar hield je als adolescent uren uit je slaap. En ook nu schrijf ik dit, terwijl ik in bed zou moeten liggen en rusten. Maar Bo Diddley heeft mijn leven vorm gegeven, meer nog dan Bob Dylan, alleen al omdat ik op de Diddley-beat kon dansen, wat me bij Dylan niet altijd lukte. Ik wist het niet meteen, maar iedereen die ik als jongen graag hoorde had zijn beat van Bo Diddley: Buddy Holly, the Rolling Stones, the Pretty Things, Captain Beefheart, Quicksilver Messenger Service, Q65, the New York Dolls, the Yardbirds, the Who (Magic Bus), the Kinks, the Clash.  Noem maar op! Bo Diddley can’t be beat.  Man ik mis je!

(Wordt vervolgd na mijn reis naar Porto.)

HEY! BO DIDDLEY!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!

 




Op mijn achtenvijftigste verjaardag sterft een van mijn grootste helden: Bo Diddley. Zonder Ellas McDaniel was er doodgewoon geen rock & roll, geen punk rock, geen harde rock, hadden mijn beneden- en bovenburen geen slapeloze nachten gehad - wellicht zouden we nog altijd naar Frank Sinatra, Harry Belafonte en Bobbejaan Schoepen luisteren, goede zangers, maar ze hadden geeen beat. Bo Diddley had een beat, Bo Diddley had dé beat. Hij heeft voor veel verwoesting gezorgd, zodat veel nieuwe dingen konden worden uitgevonden. The Rolling Stones, the Sex Pistols, Jacques Dutronc, Quicksilver Messenger Service, Buddy Holly, en een ritmesectie bestaande uit duizenden slaggitaristen, basspelers en drummers: hoed af en buigen voor de man. Bidden kan ik niet. Maar ik kan wel die riff spelen tot iedereen weet hoe oud ik werkelijk ben. Ze zullen me nooit geloven. Bo Diddley kan niet sterven en heeft geen leeftijd. Hey Bo Diddley!

Mag ik je vragen naar deze clip te kijken? Anderhalve minuut puur genotvol dynamiet, waarbij alle grenzen vervagen. Het einde is niet meer in zicht. If she don't love me her sister will. Hey Bo Diddley!


Post Scriptum: de clip uit de TNT-show van Bo Diddleys 'Bo Diddley' werd verwijderd. Ik heb hem vandaag 13 juni vervangen door een live versie van 'Mona'. Bo Diddley is dan al een stukje ouder, maar de beat is nog even jong.

En dit hier is nog een ander paar mouwen, wild aan de schouders genaaid, met schroeiende prikkeldraad.

 

05-03-08

COOL LOVE - WANDA JACKSON


Ladies and gentlemen, the one and only queen of rockabilly, Wanda Jackson. Met Joe Maphis op gitaar.

19-12-07

ZERO'S UITVERKOREN CD'S IN 2007

muziek,rock and roll,pop,beste,top-30


Dit is mijn top dertig van het aflopende jaar. Ik plaats de cd’s in een volgorde die vandaag mijn voorkeur geniet, maar dat is zeer relatief, morgen zou de volgorde waarschijnlijk anders zijn – en in dat opzicht verschil ik waarschijnlijk niet van andere melomanen. In mijn lijstje zijn er eigenlijk geen winnaars en geen verliezers: alle cd’s die hier worden opgesomd zijn in zekere zin evenwaardig, wat erop neerkomt dat ik niet goed kan kiezen.

  1. Wilco – Sky Blue Sky
  2. Amy Winehouse – Back To Black
  3. Danny & Dusty – Cast Iron Soul
  4. Robert Plant & Allison Krauss – Raising Sand
  5. Various Artists – I’m Not There (Original Soundtrack)
  6. Ryan Adams – Easy Tiger
  7. Mavis Staples – We’ll Never Turn Back
  8. Bettye Lavette – The Scene Of the Crime
  9. Ry Cooder – My Name Is Buddy
  10. Patti Smith – Twelve
  11. Mary Weiss & the Reigning Sound – Dangerous Game
  12. Matthew Sweet & Susanna Hoffs – Under the Covers  Vol. 1
  13. Iron And Wine – The Shepherd’s Dog
  14. Meg Baird – Dear Companion
  15. Great Lake Swimmers - Ongiara
  16. Beirut – The Flying Cup Club
  17. Joe Henry – Civilians
  18. Willy Mason – If the Ocean Gets Rough
  19. Neil Young – Chrome Dreams II
  20. Lucinda Williams - West
  21. Rilo Kiley – Under the Blacklight
  22. Joan As A Policewoman – Real Life
  23. Richard Hawley – Lady’s Bridge
  24. Andrew Bird – Armchair Apocrypha
  25. Feist – The Reminder
  26. Blanche – Little Amber Bottles
  27. Diana Jones – My Remembrance Of You
  28. Various Artists – Like A Hurricane: A Tribute To Neil Young
  29. Bright Eyes – Cassadaga
  30. Bonnie ‘Prince’ Billy – Ask Forgiveness

Amy Winehouse en Joan As A Policewoman zijn in 2006 uitgebracht, maar heb ik pas dit jaar voor het eerst gehoord. De cd van Bright Eyes heb ik met gemengde gevoelens opgenomen. Sommige songs van Conor Oberst hoor ik bijzonder graag, andere verafschuw ik. ‘West’ van Lucinda Williams ben ik pas de voorbije weken echt gaan appreciëren. Live in de AB viel ze echter tegen. Ik weet dat Patti Smith slechte recensies heeft gekregen, maar ik ben een fan, sinds 1975. Voor haar loop ik door de stad als de stad in brand staat, en er staan mooie, goed uitgevoerde covers op. De cover-cd van Matthew Sweet & Susanna Hoffs werkt zeer aanstekelijk. The Bangles waren nooit mijn kop thee, maar voor Susanna Hoffs heb ik toch wel een zwakke plek in mijn hart (of hoe heet dat orgaan?). Richard Hawley’s ‘Lady’s Bridge’ vind ik minder goed dan zijn vorige platen, maar ook van hem ben ik een fan, daarom krijgt hij alsnog een vermelding. Ik denk dat ‘Sky Blue Sky’ niet alleen de beste plaat van het jaar is, maar ook de beste cd van Wilco en dat Wilco de beste band is die nu muziek opneemt en optreedt. Het concert van Wilco dit jaar in het Koninklijk Circus is onvergetelijk. Sommige lezers zullen de ereplaats voor Amy Winehouse misschien vreemd vinden. Maar de Britse zangeres heeft gewoonweg een schitterende cd gemaakt – die ook nog eens in de smaak valt bij gewone mensen zoals ik. Het is tegelijk een eerbetoon aan Mark Ronson die dit jaar een prachtig nummer van Bob Dylan opnieuw onder de aandacht heeft gebracht. Op de soundtrack van de film I’m Not There staan nogal wat overbodige covers, maar er staan zulke mooie uitvoeringen op dat ik niet anders kan dan wat ik in een bepaald opzicht toch definitief heb gedaan. Bonnie ‘Prince’ Billy staat zo laag omdat hij zich zo laat heeft aangediend. Een overzicht van mijn favoriete re-releases en boxen volgt later.

16-12-07

I CAN'T STOP LOVING YOU

Waar komt die stem vandaan? Een tegelijk warme en zeer droeve stem, de stem van Ray Charles, als hij ‘I Can’t Stop Loving You’ zingt? ‘They say that time heals a broken heart / But time has stood still / Since we’ve been apart…”


Waar komt die stem vandaan? De intensiteit, de gretigheid, het verlangen en vooral het allesdoordringende verdriet dat samenhangt met een breuk. Het enige wat die stem komt verstoren zijn andere, blanke, zielloze stemmen – die de producer er waarschijnlijk aan heeft toegevoegd, om de blanke markt te veroveren.


i can't stop loving you


Maar dat laatste wist ik nog niet. Toen. Ik was ongeveer twaalf jaar, een zeer gelovige katholieke jongen, een misdienaar zelfs. Een priester in de kinderkolonie in Rekem, waar ik op internaat zat vanwege astma, al vier jaar, was ervan overtuigd dat ik een ‘roeping’ had. Bij gebrek aan andere interessante lectuur zat ik altijd in het ‘Nieuwe Testament’ te lezen. Ik kende ongeveer alle evangeliën van buiten. Wat in die boeken gebeurde ging alleszins veel dieper en verder dan wat ik ‘las’ als ik in het ziekenpaviljoen lag: Nero en Suske en Wiske, en zelfs Kuifje. De priester die mij de stripverhalen bracht, evenals lege sigarenkistjes, deed altijd nogal vreemd als hij mij een kruisje op mijn voorhoofd gaf en mij ‘slaapwel’ wenste.


De evangeliën gingen bijna altijd over de strijd tussen goed en kwaad, en over Jezus die partij trok voor de meest kwetsbaren, zondaars, outsiders, verstotenen. Zo zie je die evangelische taferelen ook terugkeren in de kunst uit de renaissance. Met zulke outsiders voelde ik me al lange tijd verwant, wellicht door mijn ziekte, waardoor ik niet aan alle spelletjes kon deelnemen en vaak uitgelachen werd, verstoten zelfs, evenals door het feit dat mijn ouders schippers waren, een soort Zigeuners; alleszins geen normale mensen met een huis en een varken of een paar koeien in een wei.

Op mijn twaalfde deed ik mijn plechtige communie. Ik kreeg een echt ‘kostuum’, met lange broek, een polshorloge, zakdoeken met mijn initialen, lederen handschoenen, en nog allerlei andere parafernalia – en wat ik vooral niet mag vergeten: een missaal. Voor wie het niet weet: een missaal is een mooi boek in leder gebonden, goud op snee, met alle verhalen in over het leven van Jezus Christus. Ongeveer dezelfde verhalen als in het Nieuwe Testament. Aan de ene kant stond de Latijnse versie, aan de andere kant de vertaling, zoals je dat nu hebt met de betere vertaalde poëziebundels. Mijn exemplaar bevatte 1702 bladzijden met nog een toevoegsel van 80 bladzijden in verband met ‘feesteigen van de Belgische Bisdommen’.

Ik was bijzonder trots over mijn uiterlijke verschijning, vooral mijn haartooi vond ik zelf adembenemend. Ik dacht dat alle meisjes nu voor me in zwijm zouden vallen. Mijn ‘tante’ Barbara, een dameskapster van beroep, had mijn haren ‘bewerkt’, het was nu een vaste massa, vol ‘lak’ gespoten. Ik voelde me eigenlijk meer toegerust om in een nachtclub rock & roll te gaan dansen dan om de heilige hostie te ontvangen en de hele ermee samenhangende ceremonie te ondergaan, hoewel ik daar ook naar uitkeek. Iedereen kent zulke gevoelens en verlangens wel, als hij zowel het ene als het totaal tegenovergestelde andere wil doen. Van het ritueel kan ik me eigenlijk niet veel meer herinneren. De mis was wat plechtiger dan op andere dagen en ik geloof dat er een bisschop aanwezig was. Er werden plechtige uitspraken over onze toekomst gedaan, wij die de belofte van katholiek België vertegenwoordigden.

Daarna begon het feest. Allemaal familieleden en vrienden van mijn ouders die ik nauwelijks kende. Ik had alleen maar aandacht voor mijn achternichtje Denise, en nog veel meer voor Henriette, de dochter van de sluismeester. We zaten stijfjes aan tafel, dronken water en aten en aten, maar later zou er worden gedanst, iets wat ik nog niet vaak had gedaan in zo'n bont gezelschap. Als ik nu aan die dag terugdenk lijkt het op een dronken roes, op een tocht met een 'dronken boot', terwijl ik zeker weet dat ik in die tijd geen druppel alcohol aanraakte. Ik vroeg Henriette ten dans voor een tango, maar ze wees me vriendelijk af. Ik denk omdat ze geen tango kon dansen, maar dat kon ik evenmin. Ik voelde me echter zeer gekrenkt. Het meisje van mijn dromen wilde niet met me dansen! Vervolgens volgde een zwoel nummer van Fats Domino, en ik vroeg dan maar aan Denise of zij wel wilde dansen. Meteen! Ze was als smeltende chocolade in mijn armen. Maar in mijn hoofd zat Henriette. Je wilt altijd datgene en diegene wat en wie je niet hebt. Toch denk ik niet dat Denise er iets van heeft gemerkt (en ik hoop evenmin dat ze dit leest, of juist wel, want ik vond het heerlijk om met je te dansen, mooie Denise, jij die me mee inwijdde in de rock & roll).

plechtige communie 2


Mijn familie was een tragische familie. Mijn grootouders aan vaderskant waren al dood of iets dergelijks voor mijn geboorte. Inderdaad, mijn grootmoeder was vrij jong gestorven, maar wanneer precies werd me nooit meegedeeld en ik weet het nog altijd niet. Ze schijnt te zijn gestorven van verdriet, een soort verdriet zoals in ‘I Can’t Stop Loving You’, om een man die haar bezwangerd had, maar haar vervolgens in de steek gelaten. De vrucht was mijn vader, een natuurlijk kind, een bastaard. Zoon van een stalknecht of van een baron? Want mijn jong gestorven grootmoeder aan vaderskant werkte op het kasteel van Hocht. Wat daar allemaal niet gebeurde! Maar dat was voor mijn tijd, voor de geboorte van mijn vader zelfs. Het roept herinneringen op aan een toneelstuk van Strindberg. Wie is je vader eigenlijk, vader? Wist Ray Charles wel wie zijn vader was, zijn grootvader, zijn oude familie: de slaven die uit Afrika waren ingevoerd in de VS en er in New Orleans en andere steden aan de Mississippi werden verkocht? Toch doet het me meer aan het Noorden denken, aan Strindberg, aan Ibsen – de geestelijke vader van James Joyce.  Ik heb het er vaak over met mijn vrouw, want zij is ook de kleindochter van een stalknecht of een baron. Op dat gebied zijn wij elkaars spiegelbeeld. Als wij samen voor een grote spiegel staan – meestal in een hotel in Umbrië of Toscane – zie ik haar met een snor en heb ik zelf een spleetje tussen mijn benen. Op zulke momenten verlang ik niet naar haar, maar eet liever nog wat olijven en drink een laatste glas Montefalco. Dan lees ik wat in een boek van Italo Svevo, of neem ‘Dubliners’ van James Joyce nog eens ter hand, enkele minuten, en val in slaap.


Die oude man was onbekend en onbemind en er werd niet over gesproken noch gegist naar zijn identiteit. Het was het onuitgesprokene, het taboe. En de manier waarop mijn grootmoeder was gestorven was evenmin duidelijk. Vaders tante, de zus van zijn moeder, heette moe, of zo noemde iedereen haar toch. Zij was een schim in het zwart die altijd in een zetel zat met een portemonnee en een zakdoek stevig in de handen geklemd. Spreken deed zij niet. Vader zei dat zij vroeger wel had gesproken, maar dat zij er op een gegeven moment mee was gestopt. Zij sprak geen gebenedijd woord, ook al gaf zij tekenen van herkenning als ik weer eens op bezoek kwam – wat vrij vaak was. De dochter van moe was Barbara, een nicht van mijn vader, de kapster van hierboven. Zij woonde in een huis en had een man en een varken. Haar man werkte in de grindfabriek aan de rechteroever van de Zuid-Willemsvaart. Rechteroever is relatief. Voor ons was het eigenlijk de linkeroever. De grindwasserij, noemden wij de installatie, die vreselijk veel lawaai maakte. Dat hoorde je vooral op zaterdag en zondag als er alleen klokken luidden en verder nog wat gehinnik van paarden en geloei van koeien in de lucht hing en soms een bij om je hoofd zoemde. De muggen in die streek maakten geen geluid.

Elke keer als ik bij Barbara op visite kwam, mijn ‘tante’, was ik gefascineerd door moe die daar voor zich uit zat te staren, met haar zakdoek en haar portemonnee in haar hand geklemd. Waarom zeg je toch niets, moe? Zij kende het geheim, dat wist ik op den duur wel zeker. Zij wist wie de vader van mijn vader was, baron of stalknecht of iets daartussenin.

Jean, de man van Barbara zei al evenmin iets. Als hij thuiskwam van de grindwasserij was hij vuil, bezweet en moe. Soms moest hij dan ook nog eens het varken eten geven. Op mooie zomerdagen speelde ik met Denise in de moestuin. We deden dan alsof ik prins en zij prinses was. Zij was echter niet de echte prinses. De echte prinses was Henriette, en zij heerste over de ‘abri’, de schuilkelder, aan de andere kant van het kanaal. Maar soms moet een mens ontsnappen aan de verstikkende realiteit, zelfs als kind met veel fantasie, en dan was Denise mijn prinses en ik haar prins. Voor enige minuten heersten we dan over de wereld en zagen dat hij goed was. Dat stuk land is voor mijn erfgenamen, zei ik, en dat stukje voor die van jou. Goed, zei Denise. Aan onze rechterzijde knorde het varken instemmend. Ik dacht, als we dan onze beide stukken samenvoegen bezitten we de hele wereld.

plechtige communie 1

De familie aan moederszijde was veel ingewikkelder en zou ik beter een volgende keer beschrijven, want ik zit nu naar George Jones, een notoire dronkaard, te luisteren, beneveld door ik weet niet hoeveel Duvels. Mijn moeder was zuinig; mijn ene tante – die ook mijn meter was – was extreem gierig; mijn andere tante verkwiste al haar geld aan mannen en aan couponnetjes. Dat waren stukken stof die zogezegd veel waard waren, maar waar nog maar kleine hoeveelheden van over waren, voldoende bijvoorbeeld om er een rok mee te maken. Toen tante Georgette stierf  - door zelfmoord - bleek ze koffers vol te hebben met couponnetjes. Maar ook met talloze zijden sjaaltjes, waarvan ik er in mijn ‘modtijd’ nog heb gedragen. Ook van haar broches, overigens. Ik was in die latere periode een fan van Brian Jones en die man droeg toch ook broches? Dan had je nog mijn nonkel Frans die bijzonder vrijgevig maar ook erg rijk was. Hij was de peter van mijn broer. Wie zijn meter was weet ik niet meer.

Ik heb nog niets verteld over mijn peter. Hij en zijn vrouw, een nicht van mijn vader, hoorden bij de armste mensen van heel Lanaken. Slechts weinigen spraken over hen. Mijn peter, Martin, naar wie ik ben genoemd, was de dronkaard, de lanterfanter van het dorp. Ze woonden met zijn beiden in een klein huisje, kraaknet, maar zo goed als leeg. Het grootste geschenk dat ik van mijn peter ooit heb gekregen was een karamel van Côte d’Or.

Als ik me nu goed probeer te herinneren had ik alleen een gierige meter, en een straatarme peter en had mijn broer alleen een peter, een rijke vrijgevige man, een reder in Antwerpen. Wat is er dan met mijn broers meter gebeurd? Ik zei het al, wij zijn een tragische en ingewikkelde familie.

De peter van mijn broer, nonkel Frans, de broer van mijn moeder, die op vrij jonge leeftijd gestorven is aan een beroerte, heeft van mijn plechtige communie op zijn manier – met geld – een prachtige dag gemaakt, maar niet alleen een prachtige dag, hij heeft eveneens onvrijwillig geïnvesteerd in mijn emotionele en culturele toekomst. Want met het geld dat hij me had gegeven kocht ik een Philips draagbare platenspeler en vijf singles, waarvan ik mij er nu nog twee kan herinneren en die nu ook nog meetellen: ‘I Can’t Stop Loving You’ van Ray Charles en ‘Don’t Be Cruel’ van Elvis Presley – ach ja, en ook nog ‘A Steel Guitar And A Glass Of Wine’ van Paul Anka. Misschien zegt die laatste titel nog het meest over wie ik nu ben  en hoe ik nu leef.


Maar zo weten we nog altijd niet waar die stem vandaan komt? Ze komt in de eerste plaats van Ray Charles, de man die god verving door de vrouw en van gospel soul maakte. Zijn singles – en die van Fats Domino - waren de eerste platen waar blanken op durfden dansen zoals het hoorde, met de heupen en hij was de eerste die de blanke white trash-wereld binnenbracht in het zwarte bewustzijn.

Voor mij was die stem het enige echte plechtige communiegeschenk, waar ik mijn nonkel Frans, in weerwil van zijn kapitalisme – waar hij zich overigens niet bewust van was, hij leefde er maar op los – tot het einde van mijn dagen dankbaar voor zal zijn. De keuze voor Ray Charles, echter, heb ik zelf gemaakt. De stem van Ray Charles komt van mij, ook al kan ik niet zingen. De stem van Ray Charles komt van hemzelf en van de geschiedenis die hem heeft gemaakt wat hij is, was.

'I Can't Stop Loving You' en 'Born To Lose' zijn onder meer terug te vinden op de uitstekende dubbele verzamel-cd 'the definitive Ray Charles' op het Rhino-label.

 


Foto's:

Op de bovenste foto zitten we met zijn allen aan tafel tijdens het communiefeest.

De tweede foto is buiten genomen. Ik sta rechts op de foto, naast mij Henriette, en naast Henriette, Denise. De tweede foto maakt ook duidelijk, vind ik, welk verschil er al was tussen onze generatie en die van onze ouders en grootouders. Hoewel we die generaties nog imiteerden in ons gedrag en onze kleding, hadden we toch een geheel andere uitstraling.


Die twee foto's doen me nu aan 'Heimat' denken. En eigenlijk is wat ik bezig ben te schrijven niet alleen een subjectieve geschiedenis van de rock & roll in mijn leven maar ook mijn eigen 'heimat' (dat ik nooit heb gehad).

14-12-07

WORKIN' TOGETHER

soul,ike turner,rock and roll,dood

For Ike Turner, Rest in peace.