01-04-17

ZERO DE CONDUITE: BYE BYE CHUCK BERRY

chuck-berry.jpg

Zéro de conduite is een stemmingsafhankelijke, twee uur durende populaire popcyclus op Radio Centraal in Antwerpen. Elke eerste zaterdag van de maand, van 6 tot 8 ’s avonds. Een muzikaal evenement voor anderhalve man en een paardenstaart. Uniek in het zich steeds verder uitdijende multiversum. Stem af op 106.7 FM. 
Je kunt Zéro via streaming beluisteren. Hier vind je meer informatie over de radio.

rock girls.jpg

Wie anders dan Chuck Berry vandaag? Een groot deel van de jongeren opgegroeid in de tijd van de atoombom en de schrik voor een nucleaire apocalyps heeft zich in zijn songs herkend. Chuck Berry heeft met zijn muziek een parallelle wereld gecreëerd, een wereld die even reëel was als die van grijze kantoorbedienden, handelsbalansen, kantoorcommunisten en zwijgende meerderheden allerhande. Velen denken nu dat zijn werk een mythologie is, maar dat is slechts ten dele waar. Tieners in de jaren vijftig en zestig leefden en droomden in die mythologie. Het was allemaal echt: de jukebox, de Thunderbird, zachte zestienjarige meisjes met paardenstaart, haast religieuze verering van chroom, benzine en snelheid. En wat vooral niet mag vergeten worden: seks op de dansvloer. Over de man Chuck Berry valt weinig te zeggen. Hij leek me altijd al een saaie vent. Ook die ene keer dat ik hem live zag – 21 januari 1973 in Vorst – straalde hij niets bovenmenselijks uit. Maar die songs, en die teksten – en het gitaarspel! Degenen die beweren dat Chuck Berry een dichter was overdrijven niet. Hij was tevens een fotograaf en een filmmaker – in woorden. Jammer dat zijn bron zo gauw is opgedroogd. Zou hij daar onder geleden hebben? Was zijn leven veel tragischer dan ik het mij voorstel? Ik weet het niet. Hij is alleszins negentig geworden. En zijn rock & roll zal nog veel langer meegaan dan dat.

Veel luisterplezier!
cars americana.JPG

Back In The U.S.A. - Jonathan Richman & The Modern Lovers - Jonathan Richman & The Modern Lovers

Thirty Days - Chuck Berry – After School Session

Forty Days - Ronnie Hawkins - Ronnie Hawkins

Sweet Little Sixteen - Jerry Lee Lewis - The Essential Jerry Lee Lewis - The Legendary Sun Recordings

Don't You Lie To Me - Fats Domino - The Legendary Imperial Recordings

Roll Over Beethoven - Margaret Lewis - Lonesome Bluebird

Brown Eyed Handsome Man - Wanda Jackson – Right Or Wrong

Wanda_Jackson_0.jpg

Let It Rock - Chuck Berry - Single Version

Memphis - Lonnie Mack - The Wham Of That Memphis Man!

You Can't Catch Me - The Rolling Stones - The Rolling Stones, Now!

Come On - Chocolate Watchband – No Way Out

Johnny B. Goode - Johnny Winter - Second Winter

Bye Bye Johnny - Chuck Berry - Gold: Chuck Berry

Brown Eyed Handsome Man - Buddy Holly - Rave On: The Very Best Of Buddy Holly

Maybelline - The Everly Brothers - Rock'n Soul

Roll over Beethoven - The Sonics - Here Are the Sonics

Jaguar And Thunderbird - The Troggs - From Nowhere the Troggs

Rock And Roll Music - The Beatles - Beatles For Sale

Surfin' USA - The Beach Boys - Surfin' U.S.A.

No Particular Place To Go - Chuck Berry - St. Louis To Liverpool

Around And Around - The Animals - The Animals

Oh Baby Doll - The Pretty Things - The Pretty Things

pretty things.jpg

Too Much Monkey Business - The Yardbirds – Five Live Yardbirds

Carol - The Flamin' Groovies - Teenage Head

13 Question Method - Ry Cooder - Get Rhythm

C'est La Vie - Emmylou Harris - Luxury Liner

The Promised Land - Johnnie Allan – Johnnie Allan Sings

I'm Talking About You - Rick Nelson - Garden Party

Too Much Monkey Business - Elvis Presley - From Nashville To Memphis: The Essential 60's Masters

Nadine - John Hammond, Jr. - Southern Fried

The Promised Land - Dave Edmunds - Rockpile

You Can't Catch Me - John Lennon - Rock 'N' Roll

Havana Moon - Levon Helm – Levon Helm and The RCO All-Stars

Johnny B. Goode - Grateful Dead - Skull & Roses

School Day (Ring Ring Goes The Bell) - Chuck Berry - After School Session

Almost Grown - The Lovin' Spoonful - What's Shakin'

Sweet Little Rock 'n' Roller - Rod Stewart - Smiler

Memphis - John Cale - Animal Justice

hula hoop.jpg

Bonus tracks:

No Money Down - Duane Allman - Skydog: The Duane Allman Retrospective

You Never Can Tell - Ronnie Lane - Ronnie Lane's Slim Chance

Memphis - The Faces - A Nod Is As Good As A Wink...To A Blind Horse

Downbound Train - Chuck Berry – After School Session

Carol [Live] - The Rolling Stones - Get Yer Ya-Ya's Out!

Memphis, Tennessee - Sandy Bull - Re-Inventions

Back In The USA - MC5 - Back In The USA

Monkey Business - The Youngbloods - Earth Music

Maybelline - George Jones - The Essential - The Spirit Of Country

chuck-barber-.jpg



Research, presentatie en techniek: Martin Pulaski

07-08-09

IN MEMORIAM WILLY DEVILLE


Ik ben sprakeloos. Een van mijn 'helden', Willy DeVille - iemand die voor honderd procent uit rock & roll en rhythm & blues bestond - is gestorven. 'Cabretta' is een elpee die mijn leven heeft veranderd. Laat de tranen nu maar rollen.



28-03-09

SLIPPIN' AND SLIDIN': REST IN PEACE EDDIE BO


eddie bo

Het volgende schreef ik in september 1992, na een eerste bezoek aan de Verenigde Staten, en heel in het bijzonder aan de stad van mijn muzikale dromen, New Orleans.

"Voor we naar de Storyville club gaan, eten we vlug iets bij Frank's, een onopvallend Italiaans eethuisje. Zeker zo goed als het cajun-eten en zeer goedkoop. In Storyville, aan Decatur St. treedt vanavond Eddie Bo op. Ik kan het haast niet geloven. Een maand geleden hebben we Eddie Bo in Brussel aan het werk gezien voor een uitverkochte AB en nu gaat de man zijn ding doen voor welgeteld zeven aanwezigen. Vijf daarvan zitten aan de bar, de andere twee, wij dus, aan een tafeltje. Na een tijdje is er een achtste, die in de deuropening postvat. Hij draagt een zwart alpinopetje en heeft een grijze baard. "Dat is Eddie Bo", zegt Laura. Dat is inderdaad Eddie Bo. Hij lijkt het helemaal niet erg te vinden dat hier zo weinig volk is. Er is een voorprogramma : een blanke blueszanger met een lange baard à la ZZ Top die luistert naar de naam Coco Robicheaux. Ik geloof dat de 'echte' Coco Robicheaux een legendarische figuur is in New Orleans. Tijdens de weinig opvallende set van deze man probeer ik voldoende moed te vergaren om naar de Eddie Bo toe te stappen, die nu aan de bar staat. Na een drietal Corona's (Laura drinkt Amaretto) durf ik het aan. Ik vertel hem dat ik uit Brussel kom, dat ik van zijn concert in de AB heb genoten. "All the way from Brussels, to see me," roept hij uit, "man, ain't that something!" Ik stel hem een aantal vragen over de muziekscene in New Orleans, over Johnny Adams, of die toch niet wat te zeer crooner uithangt, over Willy Deville, over Doctor John en vooral over Little Richard. Ik vraag Eddie Bo of hij 'Slippin' and slidin' werkelijk heeft geschreven. "Jazeker," zegt hij. Eigenlijk is dat niet helemaal waar. Eddie Bo's nummer heet 'I'm Wise'. Dat heeft model gestaan voor 'Slippin' and Slidin''. Het beste wat Eddie Bo ooit heeft gemaakt is 'Check Mr. Popeye'. Eddie Bo zegt me dat we zeker eens naar Tipitina's moeten gaan. We moeten daarvoor de tram nemen in Magazine Street. En maandag moeten we naar Louis Armstrong Park komen.

Het optreden van Eddie Bo is echt heel bezield. Zijn pianospel is vrij beperkt, maar het gaat om het ritme. Zijn stem klinkt warm. Hij overloopt ongeveer zijn volledige repertoire : 'Slippin' and Slidin'', 'Land Of 1000 dances', 'Big Chief', 'Check Mr. Popeye'. Af en toe draagt hij een nummer aan ons op. Dat gaat dan van "this song is for Martin and Laura, who came all the way from Brussels to see me... enzovoorts." In sommige songs wordt zelfs opeens naar Brussel verwezen. Eddie Bo heeft een pot op zijn piano staan. Daar moeten de aanwezigen geld in stoppen. Dat is iets typisch voor hier. De pot staat jammer genoeg een beetje in de weg. Je ziet de muzikant bijna niet zitten. Eddie Bo heeft zich in de jaren '80 een tijdje teruggetrokken uit de muziek. Tijdens die periode heeft hij zijn brood verdiend als timmerman. Men heeft hem ook vaak door Broad Street zien lopen waar hij religieuze pamfletten uitdeelde aan de voorbijgangers. Ik denk dat die fase nu voorbij is. Maar ik heb het hem niet gevraagd. Ik heb hem zelfs niet gevraagd of hij nog altijd een moslim is. De man interesseert mij alleen maar voor zijn muziek. En daar is hij nog altijd goed in."

Nu is Eddie Bo, echte naam Edwin Joseph Bocage, dood, op 79-jarige leeftijd gestorven na een hartaanval. Rest in peace, Eddie,
and check mister Popeye!

29-12-08

IN MEMORIAM DELANEY BRAMLETT


delaney-and-bonnie


Ik lees net het bericht dat een van mijn jeugdhelden, Delaney Bramlett, vorige zaterdag is overleden. Hij was negenenzestig jaar. Ik volgde eerlijk gezegd niet meer wat de muzikant tegenwoordig deed, maar heel regelmatig beluisterde ik nog met veel plezier platen van hem en zijn ex-echtgenote Bonnie Bramlett. Eind jaren zestig, begin jaren zeventig maakten zij samen bijzonder aanstekelijke blanke soulmuziek. Het vakmanschap van Delaney & Bonnie en hun muzikale vrienden werd in die periode terecht geprezen. Meerdere 'Friends' van Delaney & Bonnie zouden bekend worden als leden van Eric Clapton's enige echt goede band, Derek & the Dominos.

Zelf heb ik dankzij Delaney & Bonnie veel andere uitstekende muziek ondekt, van onder meer Don Nix, Leon Russell, Rita Coolidge, Bobby Whitlock, Bobby Keys en Jim Price. Hun elpees 'Accept No Substitute' , in 1969 uitgebracht op Elektra, en 'Home' in hetzelfde jaar op Stax verschenen, zouden in geen enkele behoorlijke platenverzameling mogen ontbreken. Ik heb een voorliefde voor hun laatste werk, 'D & B Together' in 1972 door Columbia uitgebracht. Er staan parels op als 'Only You Know And I Know', 'Comin' Home', 'Move 'Em Out' en 'Groupie (Superstar)', dat vooral bekend is in de kitsch-versie van the Carpenters. Een naam die je vaak terugvindt op de platen van Delanie & Bonnie Bramlett is die van Duane Allman, een van de beste gitaristen in het blues/rhythm & blues/soul-genre. Dat Delaney & Bonnie zulke uitstekende muzikanten rond zich konden verzamelen, wijst op hun bezielend kracht en hun gastvrijheid. Zelfs George Harrison was een groot bewonderaar van het duo. Delaney Bramlett is er altijd bescheiden bij gebleven.

Moge hij in vrede rusten.

"Things get better baby / when I'm with you."

delaney_bonnie-home

Website van Delaney Bramlett.
Een interessante discografie vind je 
hier.

18-08-08

IN MEMORIAM JERRY WEXLER EN ISAAC HAYES


wexler

In het voorwoord van Jerry Wexlers autobiografie, ‘Rhythm and the Blues – A Life in American Music’ schrijft David Ritz het volgende:

“At seventy-five, Wexler is still a holy terror. He runs around like an impatient kid, shopping for baby white eggplants at distant farm stands, booking acts for the local jazz association, talking on the Phone to musician pals, celebrating the latest Hank Crawford or T-Bone Walker reissues, making Benny Goodman tapes for his butcher, dominating the dinner conversation with war stories of song pluggers and smash records. His eyes twinkle; his fingers nervously smooth over his white beard. The mind is racing. Compulsive, cunning, extravagantly verbal, he stays two beats ahead. His rapid-fire speech blends a promotor’s hype with a scholar’s precision, his lexicon a mixture of the mean streets and the graduate library.”

Na Jerry Wexler tientallen keren gezien en gehoord te hebben in documentaires over de geschiedenis van rock, blues, rhythm and blues en soul geloof ik dat elk woord hierboven waar is. Jerry Wexler was een universum, ik respecteerde hem, hield van hem als van een ideale vader. Jerry Wexler heeft misschien meer gedaan voor de populaire muziek dan wie ook. Wie Jerry Wexler niet kent beveel ik het hierboven vermelde boek aan. Wie hem wel kent weet wat ik bedoel en hoe ik me voel.

Of misschien toch niet. Jerry Wexler is dood, maar heeft een buitengewoon ‘rijk’ leven geleid. Bovendien is hij 91 geworden; dat moet volstaan. Echt treuren doe ik daarom niet. Ik ben eerder in een feestelijke stemming en denk dankbaar terug aan alle muziek die ik door Jerry Wexler heb leren kennen. Let the good times roll!

wexler2


Tegelijk neem ik ook afscheid van Isaac Hayes. Met uitzondering van ‘Shaft’ deed zijn muziek me niet zoveel. Maar natuurlijk heeft hij onvergetelijke songs geschreven voor Sam & Dave, waarschijnlijk het allerbeste soulduo ooit. Rust in vrede, Isaac Hayes, in je blote torso en met je gouden kettingen om je nek! Als ik nog eens in New York ben ga ik zeker weer langs bij Café Reggio en zal ik daar aan je denken. Je was nog te jong om nu al te sterven.

isaachayes

16-12-07

I CAN'T STOP LOVING YOU

Waar komt die stem vandaan? Een tegelijk warme en zeer droeve stem, de stem van Ray Charles, als hij ‘I Can’t Stop Loving You’ zingt? ‘They say that time heals a broken heart / But time has stood still / Since we’ve been apart…”


Waar komt die stem vandaan? De intensiteit, de gretigheid, het verlangen en vooral het allesdoordringende verdriet dat samenhangt met een breuk. Het enige wat die stem komt verstoren zijn andere, blanke, zielloze stemmen – die de producer er waarschijnlijk aan heeft toegevoegd, om de blanke markt te veroveren.


i can't stop loving you


Maar dat laatste wist ik nog niet. Toen. Ik was ongeveer twaalf jaar, een zeer gelovige katholieke jongen, een misdienaar zelfs. Een priester in de kinderkolonie in Rekem, waar ik op internaat zat vanwege astma, al vier jaar, was ervan overtuigd dat ik een ‘roeping’ had. Bij gebrek aan andere interessante lectuur zat ik altijd in het ‘Nieuwe Testament’ te lezen. Ik kende ongeveer alle evangeliën van buiten. Wat in die boeken gebeurde ging alleszins veel dieper en verder dan wat ik ‘las’ als ik in het ziekenpaviljoen lag: Nero en Suske en Wiske, en zelfs Kuifje. De priester die mij de stripverhalen bracht, evenals lege sigarenkistjes, deed altijd nogal vreemd als hij mij een kruisje op mijn voorhoofd gaf en mij ‘slaapwel’ wenste.


De evangeliën gingen bijna altijd over de strijd tussen goed en kwaad, en over Jezus die partij trok voor de meest kwetsbaren, zondaars, outsiders, verstotenen. Zo zie je die evangelische taferelen ook terugkeren in de kunst uit de renaissance. Met zulke outsiders voelde ik me al lange tijd verwant, wellicht door mijn ziekte, waardoor ik niet aan alle spelletjes kon deelnemen en vaak uitgelachen werd, verstoten zelfs, evenals door het feit dat mijn ouders schippers waren, een soort Zigeuners; alleszins geen normale mensen met een huis en een varken of een paar koeien in een wei.

Op mijn twaalfde deed ik mijn plechtige communie. Ik kreeg een echt ‘kostuum’, met lange broek, een polshorloge, zakdoeken met mijn initialen, lederen handschoenen, en nog allerlei andere parafernalia – en wat ik vooral niet mag vergeten: een missaal. Voor wie het niet weet: een missaal is een mooi boek in leder gebonden, goud op snee, met alle verhalen in over het leven van Jezus Christus. Ongeveer dezelfde verhalen als in het Nieuwe Testament. Aan de ene kant stond de Latijnse versie, aan de andere kant de vertaling, zoals je dat nu hebt met de betere vertaalde poëziebundels. Mijn exemplaar bevatte 1702 bladzijden met nog een toevoegsel van 80 bladzijden in verband met ‘feesteigen van de Belgische Bisdommen’.

Ik was bijzonder trots over mijn uiterlijke verschijning, vooral mijn haartooi vond ik zelf adembenemend. Ik dacht dat alle meisjes nu voor me in zwijm zouden vallen. Mijn ‘tante’ Barbara, een dameskapster van beroep, had mijn haren ‘bewerkt’, het was nu een vaste massa, vol ‘lak’ gespoten. Ik voelde me eigenlijk meer toegerust om in een nachtclub rock & roll te gaan dansen dan om de heilige hostie te ontvangen en de hele ermee samenhangende ceremonie te ondergaan, hoewel ik daar ook naar uitkeek. Iedereen kent zulke gevoelens en verlangens wel, als hij zowel het ene als het totaal tegenovergestelde andere wil doen. Van het ritueel kan ik me eigenlijk niet veel meer herinneren. De mis was wat plechtiger dan op andere dagen en ik geloof dat er een bisschop aanwezig was. Er werden plechtige uitspraken over onze toekomst gedaan, wij die de belofte van katholiek België vertegenwoordigden.

Daarna begon het feest. Allemaal familieleden en vrienden van mijn ouders die ik nauwelijks kende. Ik had alleen maar aandacht voor mijn achternichtje Denise, en nog veel meer voor Henriette, de dochter van de sluismeester. We zaten stijfjes aan tafel, dronken water en aten en aten, maar later zou er worden gedanst, iets wat ik nog niet vaak had gedaan in zo'n bont gezelschap. Als ik nu aan die dag terugdenk lijkt het op een dronken roes, op een tocht met een 'dronken boot', terwijl ik zeker weet dat ik in die tijd geen druppel alcohol aanraakte. Ik vroeg Henriette ten dans voor een tango, maar ze wees me vriendelijk af. Ik denk omdat ze geen tango kon dansen, maar dat kon ik evenmin. Ik voelde me echter zeer gekrenkt. Het meisje van mijn dromen wilde niet met me dansen! Vervolgens volgde een zwoel nummer van Fats Domino, en ik vroeg dan maar aan Denise of zij wel wilde dansen. Meteen! Ze was als smeltende chocolade in mijn armen. Maar in mijn hoofd zat Henriette. Je wilt altijd datgene en diegene wat en wie je niet hebt. Toch denk ik niet dat Denise er iets van heeft gemerkt (en ik hoop evenmin dat ze dit leest, of juist wel, want ik vond het heerlijk om met je te dansen, mooie Denise, jij die me mee inwijdde in de rock & roll).

plechtige communie 2


Mijn familie was een tragische familie. Mijn grootouders aan vaderskant waren al dood of iets dergelijks voor mijn geboorte. Inderdaad, mijn grootmoeder was vrij jong gestorven, maar wanneer precies werd me nooit meegedeeld en ik weet het nog altijd niet. Ze schijnt te zijn gestorven van verdriet, een soort verdriet zoals in ‘I Can’t Stop Loving You’, om een man die haar bezwangerd had, maar haar vervolgens in de steek gelaten. De vrucht was mijn vader, een natuurlijk kind, een bastaard. Zoon van een stalknecht of van een baron? Want mijn jong gestorven grootmoeder aan vaderskant werkte op het kasteel van Hocht. Wat daar allemaal niet gebeurde! Maar dat was voor mijn tijd, voor de geboorte van mijn vader zelfs. Het roept herinneringen op aan een toneelstuk van Strindberg. Wie is je vader eigenlijk, vader? Wist Ray Charles wel wie zijn vader was, zijn grootvader, zijn oude familie: de slaven die uit Afrika waren ingevoerd in de VS en er in New Orleans en andere steden aan de Mississippi werden verkocht? Toch doet het me meer aan het Noorden denken, aan Strindberg, aan Ibsen – de geestelijke vader van James Joyce.  Ik heb het er vaak over met mijn vrouw, want zij is ook de kleindochter van een stalknecht of een baron. Op dat gebied zijn wij elkaars spiegelbeeld. Als wij samen voor een grote spiegel staan – meestal in een hotel in Umbrië of Toscane – zie ik haar met een snor en heb ik zelf een spleetje tussen mijn benen. Op zulke momenten verlang ik niet naar haar, maar eet liever nog wat olijven en drink een laatste glas Montefalco. Dan lees ik wat in een boek van Italo Svevo, of neem ‘Dubliners’ van James Joyce nog eens ter hand, enkele minuten, en val in slaap.


Die oude man was onbekend en onbemind en er werd niet over gesproken noch gegist naar zijn identiteit. Het was het onuitgesprokene, het taboe. En de manier waarop mijn grootmoeder was gestorven was evenmin duidelijk. Vaders tante, de zus van zijn moeder, heette moe, of zo noemde iedereen haar toch. Zij was een schim in het zwart die altijd in een zetel zat met een portemonnee en een zakdoek stevig in de handen geklemd. Spreken deed zij niet. Vader zei dat zij vroeger wel had gesproken, maar dat zij er op een gegeven moment mee was gestopt. Zij sprak geen gebenedijd woord, ook al gaf zij tekenen van herkenning als ik weer eens op bezoek kwam – wat vrij vaak was. De dochter van moe was Barbara, een nicht van mijn vader, de kapster van hierboven. Zij woonde in een huis en had een man en een varken. Haar man werkte in de grindfabriek aan de rechteroever van de Zuid-Willemsvaart. Rechteroever is relatief. Voor ons was het eigenlijk de linkeroever. De grindwasserij, noemden wij de installatie, die vreselijk veel lawaai maakte. Dat hoorde je vooral op zaterdag en zondag als er alleen klokken luidden en verder nog wat gehinnik van paarden en geloei van koeien in de lucht hing en soms een bij om je hoofd zoemde. De muggen in die streek maakten geen geluid.

Elke keer als ik bij Barbara op visite kwam, mijn ‘tante’, was ik gefascineerd door moe die daar voor zich uit zat te staren, met haar zakdoek en haar portemonnee in haar hand geklemd. Waarom zeg je toch niets, moe? Zij kende het geheim, dat wist ik op den duur wel zeker. Zij wist wie de vader van mijn vader was, baron of stalknecht of iets daartussenin.

Jean, de man van Barbara zei al evenmin iets. Als hij thuiskwam van de grindwasserij was hij vuil, bezweet en moe. Soms moest hij dan ook nog eens het varken eten geven. Op mooie zomerdagen speelde ik met Denise in de moestuin. We deden dan alsof ik prins en zij prinses was. Zij was echter niet de echte prinses. De echte prinses was Henriette, en zij heerste over de ‘abri’, de schuilkelder, aan de andere kant van het kanaal. Maar soms moet een mens ontsnappen aan de verstikkende realiteit, zelfs als kind met veel fantasie, en dan was Denise mijn prinses en ik haar prins. Voor enige minuten heersten we dan over de wereld en zagen dat hij goed was. Dat stuk land is voor mijn erfgenamen, zei ik, en dat stukje voor die van jou. Goed, zei Denise. Aan onze rechterzijde knorde het varken instemmend. Ik dacht, als we dan onze beide stukken samenvoegen bezitten we de hele wereld.

plechtige communie 1

De familie aan moederszijde was veel ingewikkelder en zou ik beter een volgende keer beschrijven, want ik zit nu naar George Jones, een notoire dronkaard, te luisteren, beneveld door ik weet niet hoeveel Duvels. Mijn moeder was zuinig; mijn ene tante – die ook mijn meter was – was extreem gierig; mijn andere tante verkwiste al haar geld aan mannen en aan couponnetjes. Dat waren stukken stof die zogezegd veel waard waren, maar waar nog maar kleine hoeveelheden van over waren, voldoende bijvoorbeeld om er een rok mee te maken. Toen tante Georgette stierf  - door zelfmoord - bleek ze koffers vol te hebben met couponnetjes. Maar ook met talloze zijden sjaaltjes, waarvan ik er in mijn ‘modtijd’ nog heb gedragen. Ook van haar broches, overigens. Ik was in die latere periode een fan van Brian Jones en die man droeg toch ook broches? Dan had je nog mijn nonkel Frans die bijzonder vrijgevig maar ook erg rijk was. Hij was de peter van mijn broer. Wie zijn meter was weet ik niet meer.

Ik heb nog niets verteld over mijn peter. Hij en zijn vrouw, een nicht van mijn vader, hoorden bij de armste mensen van heel Lanaken. Slechts weinigen spraken over hen. Mijn peter, Martin, naar wie ik ben genoemd, was de dronkaard, de lanterfanter van het dorp. Ze woonden met zijn beiden in een klein huisje, kraaknet, maar zo goed als leeg. Het grootste geschenk dat ik van mijn peter ooit heb gekregen was een karamel van Côte d’Or.

Als ik me nu goed probeer te herinneren had ik alleen een gierige meter, en een straatarme peter en had mijn broer alleen een peter, een rijke vrijgevige man, een reder in Antwerpen. Wat is er dan met mijn broers meter gebeurd? Ik zei het al, wij zijn een tragische en ingewikkelde familie.

De peter van mijn broer, nonkel Frans, de broer van mijn moeder, die op vrij jonge leeftijd gestorven is aan een beroerte, heeft van mijn plechtige communie op zijn manier – met geld – een prachtige dag gemaakt, maar niet alleen een prachtige dag, hij heeft eveneens onvrijwillig geïnvesteerd in mijn emotionele en culturele toekomst. Want met het geld dat hij me had gegeven kocht ik een Philips draagbare platenspeler en vijf singles, waarvan ik mij er nu nog twee kan herinneren en die nu ook nog meetellen: ‘I Can’t Stop Loving You’ van Ray Charles en ‘Don’t Be Cruel’ van Elvis Presley – ach ja, en ook nog ‘A Steel Guitar And A Glass Of Wine’ van Paul Anka. Misschien zegt die laatste titel nog het meest over wie ik nu ben  en hoe ik nu leef.


Maar zo weten we nog altijd niet waar die stem vandaan komt? Ze komt in de eerste plaats van Ray Charles, de man die god verving door de vrouw en van gospel soul maakte. Zijn singles – en die van Fats Domino - waren de eerste platen waar blanken op durfden dansen zoals het hoorde, met de heupen en hij was de eerste die de blanke white trash-wereld binnenbracht in het zwarte bewustzijn.

Voor mij was die stem het enige echte plechtige communiegeschenk, waar ik mijn nonkel Frans, in weerwil van zijn kapitalisme – waar hij zich overigens niet bewust van was, hij leefde er maar op los – tot het einde van mijn dagen dankbaar voor zal zijn. De keuze voor Ray Charles, echter, heb ik zelf gemaakt. De stem van Ray Charles komt van mij, ook al kan ik niet zingen. De stem van Ray Charles komt van hemzelf en van de geschiedenis die hem heeft gemaakt wat hij is, was.

'I Can't Stop Loving You' en 'Born To Lose' zijn onder meer terug te vinden op de uitstekende dubbele verzamel-cd 'the definitive Ray Charles' op het Rhino-label.

 


Foto's:

Op de bovenste foto zitten we met zijn allen aan tafel tijdens het communiefeest.

De tweede foto is buiten genomen. Ik sta rechts op de foto, naast mij Henriette, en naast Henriette, Denise. De tweede foto maakt ook duidelijk, vind ik, welk verschil er al was tussen onze generatie en die van onze ouders en grootouders. Hoewel we die generaties nog imiteerden in ons gedrag en onze kleding, hadden we toch een geheel andere uitstraling.


Die twee foto's doen me nu aan 'Heimat' denken. En eigenlijk is wat ik bezig ben te schrijven niet alleen een subjectieve geschiedenis van de rock & roll in mijn leven maar ook mijn eigen 'heimat' (dat ik nooit heb gehad).

13-12-07

IN MEMORIAM IKE TURNER

rock   roll,blues,dood,ike turner,legende,soul,popcultuur,pop,rhythm and blues,elvis presley,sun,chess,chicago,memphis,in memoriam,voorloper

De legendarische muzikant, songschrijver, en producer Ike Turner is gisteren in zijn woonplaats San Diego op zesenzeventigjarige leeftijd overleden. Ike Turner was een van de grondleggers van de rock & roll en had talloze hits met Tina Turner. Voor degenen die niet echt geïnteresseerd zijn in populaire muziek is hij vooral bekend als de kerel die zijn vrouw mishandelde, wat vooral in de hand werd gewerkt door de Hollywood-draak ‘What’s Love Got To Do With It’.


Ike Turner was reeds op zeer jonge leeftijd bijzonder begaafd en had een goed oor voor ander muzikaal talent. De man speelde al rock & roll in 1951, met zijn Kings Of Rhythm. Jackie Brenstons ‘Rocket 88’ wordt vaak de eerste rock & rollplaat genoemd. Ike Turner schreef het nummer en speelde er op mee. Het werd in 1951 opgenomen in de Sun Studio in Memphis, waar Elvis Presley in 1954 zou debuteren. De single ‘Rocket 88’ kwam echter uit op het Chess label in Chicago. Ike Turner bleef altijd de man achter de schermen, ook later, toen hij zijn platen met Tina Turner opnam, en zeker op het podium, waar Tina uiteraard alle aandacht opeiste.


Ike Turner was een uitstekend gitarist en pianospeler. Wie nu precies de feedback heeft uitgevonden is nog altijd niet duidelijk, maar Ike Turner behoorde wat dat betreft alleszins tot de voorhoede. Hij werd geboren in Clarksdale, in Mississippi, een plek waar heel wat blueslegendes het levenslicht zagen.  De muzikant / producer werkte vaak samen met bluesgrootheden als Bobby ‘Blue’ Bland, B.B. King, Elmore James en Junior Parker (de man van ‘Mystery Train’). En vervolgens kwam de successtory van Ike & Tina Turner, met hun uitstekende soul-singles en legendarische optredens. Toen Tina Turner ‘River Deep, Mountain High’ opnam voor Phil Spector, mocht Ike echter de studio niet in.


Zoals zoveel andere zwarte muzikanten raakte Ike Turner verslaafd aan zware drugs, en na de scheiding van Tina, ging het van kwaad naar erger. In de jaren zeventig en tachtig werd hij elf keer gearresteerd, meestal in verband met drugs.

Volgens Ike Turner is het portret dat van hem wordt geschilderd in de film ‘What’s Love Got To Do With It’ een karikatuur. Alleszins werd zijn muzikale carrière er zeer door geschaad. Het lijdt echter geen twijfel dat Ike Turner geen zachtaardige jongen was en de drugs zullen zijn loopbaan ook niet echt geholpen hebben.


In 2001 nam Ike Turner een nieuwe plaat op, getiteld ‘Here and Now’. Vorig jaar won hij nog een Grammy Award in de categorie ‘traditionele blues’.

Zelf heb ik altijd zeer veel gehouden van de muziek van Ike Turner, en vooral van de singles en elpees van Ike & Tina Turner. En in een rechtvaardige wereld mag het feit dat hij aan de wieg stond van de rock & roll nooit vergeten worden.

20-12-06

IN MEMORIAM AHMET ERTEGÜN

dood,rhythm and blues,soul,atlantic,new york,pop,popcultuur,in memoriam,ray charles

Op 14 december overleed Ahmet Ertegün, samen met zijn broer Nesuhi stichter van het onafhankelijke Atlantic label, een van de belangrijkste, meest baanbrekende en succesvolle platenmaatschappijen van de vorige eeuw. Atlantic schonk ons rhythm and blues en soul, met namen als Ray Charles, Ben E. King, the Drifters, Don Covay en Aretha Franklin.

dood,rhythm and blues,soul,atlantic,new york,pop,popcultuur,in memoriam,ray charles

In de jaren veertig was popmuziek nog blank, stijf en seksloos. Na Ray Charles’ I’ve Got A Woman (1955) – op Atlantic - werd alles opeens en voor altijd anders. Ray Charles’ stem had nog een sterke gospelklank, de aanbedene echter was niet langer god maar de vrouw. Blanke jongens en meisjes overal ter wereld ontdekten hun heupen - en het genot van sensuele en ritmische grooves op de dansvloer. Een geweldloze revolutie! Twee Turkse broers, samen met Arif Mardin, Herb Abramson en - wat later - Jerry Wexler, hebben dit bewerkstelligd. Er waren in die periode nog andere invloedrijke labels, zoals Sun in Memphis en King in Cincinatti, maar Atlantic was een ware ijsbreker. (Soul On Ice was de titel van een zeer invloedrijk boek van de Afro-Amerikaanse leider Eldridge Cleaver.) Jerry Wexler heeft overigens een mooie autobiografie geschreven, Rhythm and the Blues, waarin die beginperiode van Atlantic uitvoerig aan bod komt.

dood,rhythm and blues,soul,atlantic,new york,pop,popcultuur,in memoriam,ray charles

Ahmet Ertegün heeft weliswaar de gezegende leeftijd van 83 gehaald, maar het blijft altijd erg dat een mens moet sterven. In Humo van deze week staat een mooi In Memoriam van de hand van Dirk Vermeiren. Daarin wordt echter niet vermeld – en eigenlijk is het slechts een detail – dat Ahmet Ertegün veel werk van René Magritte bezat. Via die weg was hij dan ook een beetje van bij ons. Moge hij in vrede rusten.

01-11-06

WACHTEN OP ALLEN TOUSSAINT

allen toussaint,soul,namen,new orleans,rhythm and blues,pop,foto,martin pulaski,elpees

Gespannen zit ik af te wachten. Koortsachtig bijna. Het is een aangename spanning, een positieve koortsachtigheid. Vanavond zie ik een van de grootmeesters van de soul en rhythm and blues aan het werk, een van mijn helden, een van de beste songschrijvers van zijn generatie: Allen Toussaint, uit New Orleans. Op de dag van alle heiligen, dat kan alleen maar een groot feest voor de ziel worden. Maar versta me niet verkeerd, ik heb me niet bekeerd. Het is een goddeloze ziel waar ik het nu – en eigenlijk altijd – over heb.


Met deze temperatuur wordt het zeker geen southern night, maar dat geeft niet. En wat geeft het dat ik nu geen namen noem van de tientallen zangers en zangeressen voor wie Allen Toussaint songs heeft gecomponeerd? Misschien doe ik dat later toch nog, na middernacht, of morgen, als ik nog volop zal nagelieten. Ook al wordt dat namen noemen mij niet door iedereen in dank afgenomen, alsof elke naam die ik noem niet uit mijn hart komt, alsof ik jullie wil overbluffen met mijn zogenaamde eruditie. Ik kan alleen maar zeggen dat het louter en alleen om bewondering gaat. Ik heb altijd al mijn bewondering met zoveel mogelijk mensen willen delen. Tot mijn laatste snik zal ik dat blijven doen. En – figuurlijke – boomschorsbootjes snijden met mijn pennenmesje.

21-01-06

IN MEMORIAM WILSON PICKETT

pop,popcultuur,kreet,schreeuw,dood,im,wilson pickett,soul,rhythm and blues,memphis,muscle shoals,dansen,gospel,blues,rock,ritme,anderlecht,dorpspolitiek,vincent kompany,jaloezie,black power

Wilson Pickett met Jimi Hendrix,Harlem, 1966. Foto: William Randolph.

In plaats van Wilson Pickett’s in memoriam te schrijven at ik vis en schelpen en dronk ik Chileense wijn, waarna ik me met A naar het cultureel centrum van Anderlecht begaf. De eerste keer dat ik een voet zette in een cultureel centrum buiten het centrum van Brussel-Hoofdstad! We konden er gratis drinken en frieten eten, waardoor ik nu zat ben (niet van de frieten, want daar bleef ik wijselijk af). Ik heb er voetballers van den Anderlecht gezien, talloos veel bejaarden, een fanfare, en biefstukkenpolitici natuurlijk, want straks zijn er weer verkiezingen in de dorpen. Liberalen, socialisten, katholieken, alsof het nog de negentiende eeuw is lopen ze elkaar voor de voeten en proberen een populaire mascotte te versieren. Een zekere Vincent Kompany bijvoorbeeld, bijna een gouden schoen. Maar waarom denken ze niet aan Wilson Pickett? Niet populair genoeg in deze contreien? Hij heeft toch ooit, in de jaren ’60, zijn absolute liefde verklaard aan ons allen: I’m In Love… Luister nog maar eens, dan wordt het allemaal duidelijk. Als je dacht dat je weinig betekende, dan weet je na beluistering wel dat daar niets van klopt: Wilson Pickett houdt van je. En reken maar dat hij, als je toch aan iemand gehecht mocht zijn, of aan nog iemand anders, - dat hij jaloers is op al je lieverds. A Jealous Mind, dat heeft die kerel.

Wilson Pickett’s schreeuw gaat niet in je kouwe kleren zitten. Of net wel. Have mercy children. Een kreet die door merg en been gaat, zoals de mensen zeggen. Maar wat betekent ze? Kunnen we ze vergelijken met de ‘betekenisloze’ uitingen van Antonin Artaud? Het theater van de wreedheid? Forget it! Bij Wilson Pickett waren het geen wrede kreten. Eerder drukten ze de absolute liefde voor de wereld, voor het leven uit. Een liefde waar hij geen weg mee wist, of toch niet altijd. Hij had er teveel van, denk ik. Teveel ziel had hij ook. Maar kun je wel teveel liefde voor de wereld en teveel ziel hebben? Wat moet ik met deze liefde, zonder god? zal hij zich misschien hebben afgevraagd. Ray Charles was daar mee begonnen: religieuze liederen, gospel, niet voor god maar voor de vrouw, op het ritme van de ziel en aangevuurd door seks en drugs (bij Ray Charles sigaretten en heroïne). De soms rauwe, soms satijnen stem, de gillende stem, het ingehouden en toch opzwepende tempo, de beat… Rhythm & blues’s got soul! Solomon Burke zette nog een stap verder met Everybody needs somebody to love (and I need you you you). The Rolling Stones toonden zich vlijtige leerlingen, imiteerden, vonden succes. Ze pikten Time Is On My Side van Irma Thomas. Maar ik lach niet met die Britse bleke kunstschoolstudentjes. Door hen leerde ik de blues en de soulmuziek kennen. If you need me was een mooi voorbeeld. Die Wilson Pickett-song stond op 12x5 van The Rolling Stones (1964). Op die LP stond ook It’s All Over Now, van Sam Cooke, goede vriend en medewerker van Pickett. Of waren het toch niet the Rolling Stones die mij met soulmuziek vertrouwd maakten? Want ik kende Ray Charles toch al. De eerste single die ik ooit kocht was I Can’t Stop Loving You. Met Brother Ray is het allemaal begonnen, en dan Solomon Burke. En dan….

Maar laten we nu, al na middernacht, Wilson Pickett in onze gedachten houden. The Wicked Pickett, met zijn kreet die zo verschilde van die van Edvard Munch. Hoezo verschilde? Ik zei het hierboven reeds, Wilson Pickett's kreet was geen uiting van wreedheid en al evenmin van wanhoop. Wilson Pickett was een gelukkige danser, een goedgeklede exegeet van het ritme van de wereld. Altijd de beste kostuums van de stad, met bijpassende overjassen en paraplus. A woman’s man die ook mannenhoofden op hol brengt. Verleidelijke blik en steeds bereid, tot middernacht. Na middernacht wordt het moeilijker. De liefde heeft op dat uur het podium betreden. Of is met Wilson in de coulissen gedoken, een spoor van lipstick achterlatend op de trombone of de saxofoon.

In Memphis, in Muscle Shoals is het allemaal gebeurd. Daar in de studio’s was geen sprake van seks en drugs en al de andere clichés. In rhythm & blues en soul en rock gedrenkte muzikanten bespeelden hun vertrouwde instrumenten. De beste songschrijvers zaten koffiedrinkend bij elkaar en bedachten titels, verleidelijkheden, slagzinnen, woorden die rijmden op het ritme van de stad en van het hart, bedachten bijhorende danspassen. Daarna gingen ze aan de slag met de beste op het ritme van de stad en het hart rijmende zanger van de wereld. Zo ontstond Funky Broadway, Mustang Sally, In The Midnight Hour, I’m In Love, I’m A Midnight Mover. De plaats (Memphis, Muscle Shoals), de tijd (de jaren zestig), de muzikanten (de op dat ogenblik beste ritmespelers van de wereld), de componisten (Bobby Womack, Isaac Hayes, Steve Cropper, Eddy Floyd en vele anderen) en de traditie (gospel en blues). Zo. Laten we nu, lang na middernacht, Wilson Pickett maar in vrede rusten. Amen, brother, amen.

03-09-05

EEN WEEK IN NEW ORLEANS - 1992


eddie bo


In september 1992 maakte ik met mijn levensgezellin een reis naar New Orleans.
Het was tevens onze eerste reis naar de Verenigde Staten, een droom die eindelijk in vervulling ging. Bijna was dat niet gebeurd, want Hurricane Andrew had net door Louisiana geraasd. Toen we vertrokken was alles echter weer tot rust gekomen. Ik laat hier een stuk van een reisverslag volgen, dat helaas onbeëindigd is gebleven, zoals veel van mijn werk. Het zijn de impressies van een viertal dagen in New Orleans. Ik draag dit op aan alle inwoners van die stad, en vooral aan degenen die het nu zo hard te verduren hebben. Ik hoop ook met heel mijn hart dat George Bush nu zo spoedig mogelijk wordt afgezet.

WOENSDAG 02/09


I'm going to New Orleans
I'm going to see the Zulu King...

Na jarenlang dagdromen is het zo ver : we zijn in Amerika geland. Het doet toch wel iets als je voeten voor de eerste keer Amerikaanse grond raken. Wat nog niet betekent dat je het voorbeeld van de Poolse paus volgt. De luchthaven van Washington is overigens niet imponerend. Tenzij vanwege de verschillende rassen die hier door elkaar lopen of vanwege de uitheemse namen op de badges van het personeel. De douane is minder streng dan ik had verwacht. Ik koop de Rolling Stone met Bill Clinton, die ons van op de cover welkom heet. Mijn eerste Amerikaanse Pepsi Cola smaakt buitensporig zoet, zelfs met een massa ijs erin.

De service in het vliegtuig van Washington naar New Orleans is minder goed;, het eten is ronduit slecht. Voor een blikje bier (Budweiser, voortaan noemen we het zoals iedereen Bud) moet je drie dollar betalen.

Als je in Kenner, nadat je over het Lake Ponchartrain bent gevlogen, uit het vliegtuig stapt val je haast omver van de bijna tropische hitte. Je denkt : hier houd ik het geen dag vol. Een vreemde geur dringt zich meteen aan je op. Het is een zwoele mengeling van bloesems, schimmel, vocht en wierook, die zowel afstoot als aantrekt. Het is al donker als we in de shuttle stappen die ons naar het Lasalle hotel op Canal Street zal brengen. Canal blijkt de ader van New Orleans te zijn. Het hotel blijkt in een haast volledig zwarte buurt te liggen. Ik heb heel sterk het gevoel dat ik in me in een Amerikaanse film bevind. Het ziet er allemaal niet echt uit. Ook in de lobby van het hotel worden we door zwarten ontvangen. De liftboy heeft een kaki bermudabroek aan, een beetje zoals in de ‘Tropen’. Maar hij ziet er, in tegenstelling tot het clichébeeld uit de Hollywood-films, veeleer trots uit dan onderdanig. In de kamer durven we niet meteen op het bed gaan zitten : de angst voor het vreemde. Aan de muren kleeft stof van jaren. De deur is zo stevig als bordkarton. Je kunt ook niet naar buiten kijken. Gelukkig is er airconditioning. De televisie doet het wel maar je hebt al snel door dat je niet veel meer te zien zult krijgen dan reclame, af en toe onderbroken door talkshows. Op de radio is er een station met niets dan rock & roll oldies; er is een goed jazz-station. Zo hoort het in New Orleans.

Uitgeput maken we nog een wandeling door Bourbon street. De neon-waanzin van strip-teasetenten, rhythm & blues-bars, t-shirtwinkels, 'gift-shops', toeristische voodoo-winkels, bierstandjes, hot dogverkopers (die me aan The Conspiracy Of Dunces doen denken), grote Amerikaanse auto's, massa's toeristen, alles in een wirwar door elkaar. We zijn in de USA. Een grote euforie maakt zich van me meester. Wat meteen opvalt is dat niets in Bourbon Street goedkoop is. Het is dan ook een van de beroemdste straten van Amerika en van de wereld.In ons hotel blijken alvast geen kakkerlakken te zitten. We slapen op een steenworp van Basin Street. Die straat was vroeger misschien even befaamd om haar nachtleven en haar muziek als Bourbon Street. Pooiers, prostituees, danseressen, messentrekkers, goochelaars, jazz- en bluesmuzikanten waren hier thuis toen deze wijk nog Storyville heette. De vroegere schittering van die straat leeft alleen in liedjes als Basin Street Blues voort, want er is niets van overgebleven, tenzij wat vervallen sociale woningen (Iberville Project). Waar zich vroeger het legendarische Congo Square bevond, is wel een nieuw park aangelegd, genoemd naar de beroemdste burger van New Orleans, Louis Armstrong.

Basin Street that's the street
where everybody sooner or later's gonna meet.
Ain't you glad you went with me
way down that Mississippi...
We took a boat to the land of dreams...

DONDERDAG 03/09

Voor de eerste keer ontbijten we in de Verenigde Staten. In de French Quarter, bij Mena's. Omelet en koffie naar hartelust, maar hij is slap en smakeloos. Wel goedkoop en je wordt bijzonder vriendelijk bediend.
Daarna maken we een verkennende wandeling door de French Quarter. Maar ik word vooral gelokt door de roep van de Mississippi. Het is een rivier die mij altijd bijzonder gefascineerd heeft. Ze heeft mythische proporties gekregen, door de films (zelfs in banale producties als 'The River Rat' met Tommy Lee Jones blijft ze indrukwekkend), de boeken (vooral Mark Twain natuurlijk) en de songs ('Proud Mary' ‘Miss the Mississippi And You’). Toch bljkt de Mississippi in New Orleans maar een stroom te zijn zoals de Schelde in Antwerpen. Hij is lang niet zo imposant als de Taag in Lissabon, bijvoorbeeld. Maar die raderboten, zoals de Cajun Queen, die nu aangemeerd ligt, hebben natuurlijk ook mythische kwaliteiten. Het water van de Mississippi is inderdaad bruin van de modder (vandaar Muddy Water). Ook de stalen brug, waarvan de naam voor mij onbekend zal blijven, over de Mississippi, naar Algiers, is mooi. De Huey P. Long Bridge schijnt nog heel wat mooier te zijn. Je moet natuurlijk van bruggen houden om ze mooi te vinden. Ik ben een groot bewonderaar van bruggen. Dat is misschien wel een atavistische trek van mij. Ik herinner mij dat ik mij echt verdrietig voelde toen ik als kleine jongen foto's te zien kreeg van opgeblazen bruggen over de Rijn. Vaak heb ik er ook mijn verbazing over uitgesproken dat er geen bruggen zijn die Antwerpen met de linkeroever verbinden. Impliceert dat niet dat 'die van over het water' er niet welkom zijn ? Er zijn wel tunnels natuurlijk. "Als ze willen komen, moeten ze maar eerst onder de grond..."

Zowat alles is hier nieuw voor ons. En toch is het ons ook vertrouwd. Ik heb eigenlijk heel sterk het gevoel dat ik thuis gekomen ben. Dat Amerika mijn echte 'thuis' is, of Louisiana dan toch. In België (en dan heb ik het niet eens over Vlaanderen) heb ik mij altijd een beetje een balling gevoeld. België heeft een imitatiecultuur. Niets is er echt. De Vlamingen verwijten de Amerikanen dat ze geen cultuur hebben maar dat is lulkoek. De Vlamingen hebben alleen maar Rubens en Jan Van Eyck en zo en dat behoort allemaal tot het verleden. Iets origineels van nu is er niet. Tenzij misschien op gebied van dans en theater. Amerika bruist van levende cultuur. (Ik wil hierbij aantekenen dat ik dit heb genoteerd in 1992, inmiddels is er in België wel wat veranderd.)

Waar ik zeker nog moet aan wennen is aan die zwoele, doordringende moerasgeur en aan de hitte. Opvallend is dat de zwarten het straatbeeld bepalen. Hun leven lijkt zich voor een groot deel op straat af te spelen. Niet zozeer in de French Quarter, waar de toeristen heersen, maar wel in de andere wijken. Opvallend is ook de mooie, kleurige reklame en de rhythm & blues in het shopping center. Vanwege de Jet lag ben ik erg moe, maar toch opgewonden.

We lunchen in de Gumbo Shop, in het hartje van de French Quarter. Ik eet gumbo, een soort dikke soep, die wat tegenvalt en Jambalaya. 36 dollar voor ons beiden, dat is bijna 1200 frank (terwijl ik voor lunch maar 600 frank had voorzien). 's Namiddags drinken we koffie in het Coffee Museum op Decatur Street, aan de French Market. Het is er ruim, er wordt degelijke koffie geschonken en er komen jonge, moderne mensen. Op de French Market kijken we naar de 'alligator heads' (kaaimankoppen) en kopen we carnavalmaskers. Later zullen we vernemen hoe die koppen daar terecht komen. Dat is een minder fraai verhaal.

In een van de straten van de French Quarter wordt mijn aandacht getrokken door een koperen plaatje op een groene deur. "On this site in 1897 nothing happened" staat er op. Een raadsel en een grap tegelijk. In een modieus winkeltje op Jackson Square kan ik niet weerstaan aan een paar zwarte sokken met rode kreeftjes op. De mevrouw in het tourisme-bureau, waar ik tickets koop voor een 'Plantation Tour, vindt dat ik goed Engels spreek. Ze is zoals zoveel mensen hier uiterst vriendelijk. Ze zegt dat Nottoway Plantation misschien niet zal kunnen worden bezocht. Tijdens de orkaan Andrew is een grote boom omgewaaid en op het huis terechtgekomen. Er schijnt veel schade te zijn. In de Woolworths op Canal St vind ik een CD van Brian Wilson voor $ 2.

's Avonds gaan we naar Mulate's, een bekend cajun-restaurant in 201 Julia Street. Je moet er vis eten en naar de live cajun-muziek luisteren. Vanavond spelen de Breaux Bridge Playboys de traditionele fais-do-do's en two-steps,. Het is warme muziek die tot dansen aanzet. Heel wat mensen blijken niet aan het aanstekelijke ritme te kunnen weerstaan. Ik hoor ook bij die soort. Maar we gaan ons toch niet belachelijk maken, zegt Laura. Nadat ik lang heb aangedrongen, en de pret er eigenlijk af is, wagen we ons toch even op de dansvloer. Het is echter duidelijk tegen de zin van mijn partner. Natuurlijk begrijp ik dat wel : ik ben namelijk niet te vertrouwen op de dansvloer, zeker niet als het op 'traditioneel' dansen aankomt. De cajuns dansen een soort two-step. Dat is dus in twee maten, maar ik kan niet tot twee tellen als ik dans. Ik beweeg maar wat op de maat van mijn ziel. Voor iemand anders is dat niet zo gemakkelijk om te volgen, zelfs voor mijn levensgezellin niet.

Niet alleen het dansen maar ook het eten valt wat tegen. Ik heb een enorme schotel vol 'gefrituurde' vis. De cajuns eten zeer veel vis, dat weet iedereen. Wat ik niet wist is dat zij die vis meestal in kokende olie gooien. Op die manier krijgt alles dezelfde smaak. Maar of dat echt erg is ? Crawfish is een soort moddergarnaal, die van zichzelf al geen bepaalde smaak bezit. De catfish is ook niet echt heel lekker, met zijn lichte petroleumsmaak. Catfish wordt op industriële manier geproduceerd. Het schijnt heel moeilijk te zijn om lekker smakende catfish te 'kweken'. Toch wordt in het Zuiden zeer veel catfish gegeten. Waarschijnlijk moet je er aan wennen. En je moet ook niet te moeilijk doen. Wij vinden catfish niet lekker. En Amerikanen zullen zeker geen paardenvlees lusten, wat wij wel lekker vinden. Het is allemaal relatief.
Alles bij mekaar is ons avondje uit bij Mulate's een teleurstelling geworden. Nochtans had ik er veel van verwacht. $ 46 is niet echt veel (1500 fr.) voor zoveel eten en een optreden erbij.

De wandeling over Canal Street terug naar het hotel maakt alles weer goed. Het blijft altijd even heet, ook 's nachts. Je bent hier op vijf minuten druipnat van het het zweet. De mensen op Canal Street zijn kleurig gekleed. Behalve de toeristen zijn het allemaal zwarten. Maar dat heb ik al gezegd, geloof ik. Naast ons hotel is een zwarte club gevestigd, The Saenger Performing Arts Center. De O'Jays zijn aangekondigd in rode plastic-letters op een witte achtergrond.

VRIJDAG 04/09

Ik lees de Times-Picayune, die 's morgens voor de deur van onze kamer ligt. Een dikke krant, met interessante artikels. Er staat behalve het plaatselijke nieuws (vooral over de nasleep van Hurricane Andrew, die niet alleen in Florida maar ook in Acadia, hier niet ver vandaan, lelijk huis heeft gehouden), eveneens heel wat over muziek. Vandaag vindt hier in New Orleans het alternatieve Lollapalooza-festival plaats. Op de affiche staan o.m. Pearl Jam, Soundgarden, Ice Cube en Red Hot Chili Peppers. Spijtig dat we niet kunnen gaan. We hadden kennis kunnen maken met de nieuwere Amerikaanse popmuziek. Maar we hebben al gereserveerd voor de plantage-tour. Zaterdag is er dan ook nog een zydecofestival in Plaisance (in de buurt van Opelousas, dat is echt Cajun-land). Met het openbaar vervoer is dat onbereikbaar. Je moet eerst naar Baton Rouge en van daaruit naar Lafayette en dan moet je het maar uitzoeken. Heel jammer want Rockin' Dopsie en Boozo Chavis treden er op. Tickets kosten maar $ 8. Zondag is er een cajun marathon in Westwego, aan de overkant van de Mississippi. Dat ziet er eveneens veelbelovend uit. Als we nog eens naar New Orleans komen moeten we volleerde automobilisten zijn. In de stad New Orleans zelf is natuurlijk heel wat te beleven op muzikaal gebied : Eddie Bo, Sam Myers en Anson Funderburg, maandag een blues- en jazz-festival in Armstrong Park, enzovoorts.

Omdat we gehaast zijn ontbijten we snel bij Woolworths. Hier zitten alleen maar zwarten. Wat we krijgen is waarschijnlijk ook echt uit de 'soul kitchen', eieren met 'grits' en 'sweet potatoes', en van die smakeloze koffie. De uitstap naar de Houmas en Nottoway plantation is toeristisch, maar loont toch zeker de moeite. We rijden weer in de richting van de luchthaven, langs Metairie en Kenner en over de wereldberoemde Highway 61 naar Baton Rouge. Op 18 mijl van die veelbezongen stad ligt Nottoway House, vlakbij Donaldsonville.
De chauffeur is een vriendelijke kerel. Hij vertelt wat over de geschiedenis van Louisiana, hoe het land werd gekocht van de Fransen, over de Indianen, over Huey P. Long (die naam hoor je hier om de haverklap), over de plantages en hij wijst ons ook op de kaaimannen in het water aan weerszijden van de weg. We vernemen eveneens dat hier geen katoen maar suikerriet wordt verbouwd. De orkaan heeft de oogst grotendeels vernield.

Gelukkig zitten we voor in de bus, zodat we alles heel goed kunnen zien. Links van ons zit een stel dat geloof ik uit Texas komt. De man heeft een radde tong. Hij wil heel veel weten maar heeft zelf ook allerlei dingen te vertellen. Op een gegeven moment hebben ze het over Elvis. 'Did you see Elvis ?' vraagt de chauffeur ? 'Yes we did' zegt het Texaanse koppel. Wij hebben Elvis ook gezien, gisteren, toen we onze tickets gingen kopen. Hij stond wat te babbelen en dronk een kop koffie. Blijkbaar rijdt Elvis tegenwoordig met een bus van de Gray Line in New Orleans. Hij heeft twee kinderen, zegt de chauffeur, die ook allebei Elvis heten.

Hoe korter we bij Baton Rouge komen hoe meer muskieten en 'love bugs' er tegen de voorruit te pletter vliegen. Laura is bang voor de muskieten. Nu moet ik toegeven dat de beestjes er niet vriendelijk uitzien. Er schijnt ten gevolge van de orkaan Andrew een plaag te zijn. Er zijn veel meer muskieten dan normaal. Nottoway Plantation ligt aan de Mississippi. Hier herken ik de rivier van mijn dagdromen, de mythische 'Ole Man River'. Nottoway is in 1849 in opdracht van John Hampden Randolph, een welvarend rietsuikerplanter, opgetrokken in neo-Griekse stijl. Wat opvalt is dat de Amerikanen graag over afmetingen en hoeveelheden spreken. De dame met de bril die ons door het huis leidt maakt daar geen uitzondering op. In het huis zijn vierenzestig kamers. Dat is wel wat veel voor één familie. In de grote witte balzaal zijn zes van de Randolph-meisjes in het huwelijk getreden. Tijdens de burgeroorlog werd het Nottoway huis gespaard dankzij de tussenkomst van een Noordelijk officier op een oorlogsschip, een man die meermaals bij de Randolphs had gelogeerd. De cipressen op het landgoed zien er even oud uit als de tijd zelf. Toch blijken ze ook kwetsbaar te zijn. Sommige hebben heel wat van hun takken verloren. Eén boom is inderdaad omgewaaid en is op de zijkant van het huis gevallen. De boom ligt als een dood dier op de hete grond. Zwarte arbeiders zijn bezig hem in stukken te zagen. Ik ga even in zo'n typische schommelstoel zitten op de 'front porch' en denk aan de song van The Band "Rocking Chair" :

"Slow down Willy boy
That big old rockin' chair won't go nowhere..."

Op de oever van de Mississippi, de 'levee' noemen ze dat hier, staat een aantal houten kruisen, waarschijnlijk ter herinnering aan verongelukte bemanningsleden van de rivierboten. In 'Life On the Mississippi' van Mark Twain wordt daar uitvoerig over verteld. Vaak vonden die mannen de dood ten gevolge van hun eigen roekeloosheid.

We zitten met de hele bus aan tafel voor het middagmaal. Ik eet kip op de manier van Iberville. Dat valt best mee. Alleen weten we niet wat zeggen tegen onze tafelgenoten. Tegenover ons zit een Italiaans stel. De vrouw heeft iets aan haar ogen. Zij spreken Italiaans en zijn even in zichzelf gekeerd als wij. Voor de rest zijn het allemaal Amerikanen.
Na het middagmaal rijden we over de River Road naar het Houmas huis in Burnside. Dat huis, eveneens in neo-Griekse stijl, heeft zijn naam van de Houmas Indianen, die hier oorspronkelijk woonden. We worden verwelkomd door dames in de klederdracht van de Southern Belles zoals ze in 'Gone With the Wind' te zien zijn. Het meisje dat ons door de kamers leidt spreekt met een heel mooi Zuiders accent. "Wij zijn niet zo ouderwets als je wel zou denken", zegt ze. Om dat te bewijzen tilt ze haar lange jurk een stukje op, wat ontegenzeggelijk een erotisch gebaar is, zodat we een blik kunnen werpen op haar Reeboks. Ze vertelt de geschiedenis van het huis. Tijdens de burgeroorlog bleef het Houmas huis het lot bespaard dat zoveel andere antebellum huizen te beurt viel doordat zijn eigenaar, de Ier John Burnside, op basis van zijn Brits staatsburgerschap onpartijdigheid kon inroepen. Vermeld moet nog worden dat het huis als decor diende voor de film 'Hush Hush, Sweet Charlotte' met Bette Davis en Olivia de Havilland. Op het landgoed om het huis vallen vooral de magnolia's op, met het Spaanse Mos dat aan de takken hangt. Voor we weer vertrekken vraagt ze of we ook allemaal naar het Zydeco-festival gaan, hier in de buurt. Zij gaat er zeker naar toe. Ik had haar graag gezegd dat wij er ook naartoe willen gaan , maar dat we er niet kunnen geraken. Op de of andere manier was ik daar niet toe in staat. Wellicht had ze het heel vreemd gevonden dat wij niet kunnen rijden. En de afstand die ik moest overbruggen om met iemand uit de 19de eeuw met Reeboks aan te kunnen praten was ook wel wat groot.
Op de terugweg laat de chauffeur ons met rust. Zo kunnen we de indrukken verwerken die we hebben opgedaan. Amerikanen praten graag, maar deze Amerikaan weet alvast wanneer hij moet zwijgen.
Terug in New Orleans eten we een ijsje van bij Haagen-Dasz op een bank aan het Jackson Square en luisteren naar de blues van een paar straatmuzikanten. Recht voor ons staat de weinig imposante St.Louis kathedraal.

Voor we naar de Storyville club gaan, eten we vlug iets bij Frank's, een onopvallend Italiaans eethuisje. Zeker zo goed als het cajun-eten en zeer goedkoop. In Storyville, aan Decatur St. treedt vanavond Eddie Bo op. Ik kan het haast niet geloven. Een maand geleden hebben we Eddie Bo in Brussel aan het werk gezien voor een uitverkochte AB en nu gaat de man zijn ding doen voor welgeteld zeven aanwezigen. Vijf daarvan zitten aan de bar, de andere twee, wij dus, aan een tafeltje. Na een tijdje is er een achtste, die in de deuropening postvat. Hij draagt een zwart alpinopetje en heeft een grijze baard. "Dat is Eddie Bo", zegt Laura. Dat is inderdaad Eddie Bo. Hij lijkt het helemaal niet erg te vinden dat hier zo weinig volk is. Er is een voorprogramma : een blanke blueszanger met een lange baard à la ZZ Top die luistert naar de naam Coco Robicheaux. Ik geloof dat de 'echte' Coco Robicheaux een legendarische figuur is in New Orleans. Tijdens de weinig opvallende set van deze man probeer ik voldoende moed te vergaren om naar de Eddie Bo toe te stappen, die nu aan de bar staat. Na een drietal Corona's (Laura drinkt Amaretto) durf ik het aan. Ik vertel hem dat ik uit Brussel kom, dat ik van zijn concert in de AB heb genoten. "All the way from Brussels, to see me," roept hij uit, "man, ain't that something!" Ik stel hem een aantal vragen over de muziekscene in New Orleans, over Johnny Adams, of die toch niet wat te zeer crooner uithangt, over Willy Deville, over Doctor John en vooral over Little Richard. Ik vraag Eddie Bo of hij 'Slippin' and slidin' werkelijk heeft geschreven. "Jazeker," zegt hij. Eigenlijk is dat niet helemaal waar. Eddie Bo's nummer heet 'I'm Wise'. Dat heeft model gestaan voor 'Slippin' and Slidin''. Het beste wat Eddie Bo ooit heeft gemaakt is 'Check Mr. Popeye'. Eddie Bo zegt me dat we zeker eens naar Tipitina's moeten gaan. We moeten daarvoor de tram nemen in Magazine Street. En maandag moeten we naar Louis Armstrong Park komen.

Het optreden van Eddie Bo is echt heel bezield. Zijn pianospel is vrij beperkt, maar het gaat om het ritme. Zijn stem klinkt warm. Hij overloopt ongeveer zijn volledige repertoire : 'Slippin' and Slidin'', 'Land Of 1000 dances', 'Big Chief', 'Check Mr. Popeye'. Af en toe draagt hij een nummer aan ons op. Dat gaat dan van "this song is for Martin and Laura, who came all the way from Brussels to see me... enzovoorts." In sommige songs wordt zelfs opeens naar Brussel verwezen. Eddie Bo heeft een pot op zijn piano staan. Daar moeten de aanwezigen geld in stoppen. Dat is iets typisch voor hier. De pot staat jammer genoeg een beetje in de weg. Je ziet de muzikant bijna niet zitten. Eddie Bo heeft zich in de jaren '80 een tijdje teruggetrokken uit de muziek. Tijdens die periode heeft hij zijn brood verdiend als timmerman. Men heeft hem ook vaak door Broad Street zien lopen waar hij religieuze pamfletten uitdeelde aan de voorbijgangers. Ik denk dat die fase nu voorbij is. Maar ik heb het hem niet gevraagd. Ik heb hem zelfs niet gevraagd of hij nog altijd een moslim is. De man interesseert mij alleen maar voor zijn muziek. En daar is hij nog altijd goed in.

ZATERDAG 05/09

Ik heb een lichte kater van al die Corona's. Laura heeft last van de Amaretto's (achteraf blijkt er iets anders aan de hand te zijn). Vandaag gaan we het rustig aan doen. We ontbijten op een binnenkoertje in Royal Street ($ 7). Daarna lopen we naar het Greyhond busstation (tegelijk ook het Amtrack station) om tickets te kopen. Het is moordend heet en Laura voelt zich elke minuut slechter. Ze heeft een zware kou gevat, heeft last van een lopende neus en haar ogen zijn al helemaal rood. Op deze brede lanen, zoals South Rampart Street en Loyola Avenue is nergens schaduw. New Orleans ziet er hier niet mooi uit. Het lijkt wel een gebombardeerde stad. Overal leeggeslagen ruimtes en hier en daar een nieuw gebouw, zoals het Postkantoor of City Hall. En altijd op de achtergrond de reusachtige Louisiana Superdome. In het busstation zie je meteen dat vooral arme mensen (dus zwarten, moet je helaas vaststellen) van de busdiensten gebruik maken. De tickets voor Memphis zijn iets minder duur dan mij was verteld ($ 43 per persoon). Om wat af te koelen stappen we even bij Macy's binnen.

‘s Middags eten we heel lekker en gezond, met een glaasje verfrissende Californische witte wijn erbij, in café Madeleine, aan het Jackson Square. Daarna slenteren we rond in de French Quarter. We drinken een 'screwdriver' in het Old Absinth House op Bourbon Street. Tegen de muur hangen duizenden bankbiljetten met een of andere boodschap erop. Laura blijft snotteren. Ook de screwdriver is geen afdoend middel. Ze is bang dat ze vanavond niet naar Tipitina's zal kunnen gaan. Er is ontzettend veel volk op straat. Maandag is het Labor Day. Dit is dus een weekend van feest, muziek, drinken. In Decatur Street zie en hoor ik eindelijk zo'n marching band. Heel kleurrijk, dat koper en dat rood van de uniformjasjes. In het Café du Monde, dat 24 uur open is, kost alles 80 cent. We eten lekkere beignets en zelfs de koffie smaakt uitstekend. Bourbon Street is in een kermis veranderd. Men loopt er in shorts bier te drinken uit plastic bekers. Hier en daar zie je een neger met plastic zak waarin hij lege blikjes stopt. Voor elk blikje krijgt hij een paar cent (ik weet niet precies hoeveel). Er zijn niet alleen topless maar ook bottomless bars. Sommige clubs hebben hun deuren openstaan. In spiegels kunnen de voorbijgangers de 'exotische' meisjes hun act zien opvoeren. Ik heb een ontzettend mooie rode taxi gezien. Daar moest ik absoluut een foto van maken.

In Magazine St. wachten we op bus 11 naar Napoleon Avenue, waar het legendarische Tipitina's, de vroegere thuishaven van Professor Longhair zaliger, zich bevindt. Omdat we bang zijn dat we te laat zullen komen nemen we na een tiental minuten wachten maar een taxi. De zwarte chauffeur spreekt een patois dat je moeilijk verstaat. Hij vertelt over Tipitina's. Dat hij als zijn dienst erop zit daar vaak nog iets gaat drinken. Hij heeft met Aaron Neville in de klas gezeten, zegt. New Orleans is trots op the Neville Brothers, zegt hij. Wij rijden door een wijk die mij aan voodoo doet denken. Ik ben er toch niet helemaal gerust in. Je ziet alleen maar houten huizen. Er is nauwelijks verlichting. Ik denk aan slangen en krokodillen en zo. Natuurlijk zijn we veel te vroeg in Tipitina's. Ik ben ook niet goed geïnformeerd. De film 'The Big Easy' had mij ervan overtuigd dat je hier goed kon eten, dat Tipitina's niet alleen een concertzaal maar ook een restaurant was. Je moet films nooit au sérieux nemen. Er staan wel een paar gammele tafeltjes achter in de zaal, maar eigenlijk kun je alleen maar iets uit het vuistje eten. Er is nog geen mens. Pas over twee uur begint het concert (22.30 u). We gaan aan een tafeltje zitten en wachten. Maar we zijn zo moe dat het wachten vreselijk lang duurt. En Laura voelt zich ellendig. Na een tijd komt er iemand rond die tickets verkoopt voor Sam Myers ($ 14). Dat is het enige wat er gebeurt gedurende die twee uur. Tenzij je de muziek van Professor Longhair (en van niemand anders, twee uur lang) meerekent. Om een uur of tien komen de eerste mensen binnen, vooral hippe jongeren. Sam Myers is nochtans een oude blinde bluesman uit Chicago. Het wordt een zompig concert, met Anson Funderburg op de gitaar en Sam Myers zelf op mondharmonica. Hij is tevens een ongepolijste, dus authentieke blueszanger, die ondanks zijn handicap stevig met zijn voeten op de bühne staat. Na elk nummer reageert het publiek erg enthousiast. Tijdens de pauze zie ik dat Doctor John ook in de zaal zit. Er wordt veel gerookt en voldoende gedronken. Het bier is nochtans niet goedkoop. Aan het begin van de tweede set voelt Laura zich zo ellendig dat ze het niet meer kan uithouden. We moeten terug naar het hotel.

Foto: Eddie Bo.