04-10-16

CRISIS, NUCHTERHEID, UTOPIE

Drive-By-Truckers-American-Band.jpg

Ontwaken met misselijkmakende hoofdpijn en nog moeër dan toen ik ging slapen: het verbaast met niet meer. Ik voel me al enkele weken, maanden zelfs, slap en uitgeput maar vind geen duidelijke oorzaak. Te weinig energie om een literaire tekst te schrijven, om woorden met het oog op concrete schoonheid met elkaar een verband te laten aangaan. Om er zinnen van te maken en paragrafen die tot de verbeelding spreken. Mijn eigen verbeelding is alleen ’s nachts aan het werk, als ik het geluk heb te dromen. Misschien maakt die nachtelijke activiteit me zo moe? Tot nog niet zo lang geleden noteerde ik mijn dromen en gebruikte die (soms) als grondstof voor schetsen en verhalen. Nu kan ik de stap van de chaotische droom naar de heldere verwoording niet meer zetten. Voorlopig toch niet. Bovendien is al meerdere jaren binnen in mij een gevecht aan de gang tussen het dromerige, wat ik de mijmering noem, en de nuchtere beschouwing. Ik dacht de twee vormen te kunnen combineren, maar ik blijf afwachten. Te lang misschien? Want het gezond verstand zegt dat je moet doen, handelen, en niet stil blijven zitten en altijd maar aarzelen en twijfelen.

Het verbaast me ook niet meer dat bij ING meer dan drieduizend mensen worden ontslagen. Ook zulke gebeurtenissen dragen bij tot de misselijkheid die ik voel, maar verbazing? Nee, geen verbazing. De multinationals en de banken staan boven elke wet en ze hebben ons en ‘onze’ politici in hun wurgende greep. Ik schaar me achter vakbondsacties, stakingen en betogingen, maar weet dat alleen een revolutie op zeer grote schaal deze ellendige stand van zaken kan veranderen. In het verleden is het echter na een revolutie zelden beter geworden. Lees er – onder meer – Peter Sloterdijks ‘De verschrikkelijke kinderen van de nieuwe tijd’ maar op na. (Overigens geloof ik dat na bestudering van dat diep pessimistische boek mijn mijmerend schrijven is stilgevallen.) Is er dan helemaal geen uitweg? Weinigen schijnen nog een antwoord te hebben, het begin van een oplossing voor te stellen.

The HarderTheyCome.JPG


Ik beluisterde ‘American Band’ van Drive-By Truckers en kreeg weer hoop. Dit is Amerikaanse rock & roll die uit de ziel en het hart komt, opstandig en sterk en trots maar zonder zekerheid hoe het nu allemaal moet. Wat zeker is, is dat muziek en kunst in het algemeen bij om het even welke maatschappelijke verandering een doorslaggevende rol zullen spelen. Patterson Hood en Mike Cooley, de liedjesschrijvers van de Truckers, maken protestsongs van deze tijd. Ze gaan over de Verenigde Staten, het Zuiden, racisme, geweld, maar ze zijn tegelijk universeel. We kunnen ons herkennen in de problemen die ze beschrijven, in de immense crisis die in de Verenigde Staten gaande is maar die ook ons Europeanen dreigt te verlammen. De teksten van de Truckers drukken wanhoop uit maar de muziek zit vol hoop en energie en leven. Deze muzikanten doen het niet alleen maar voor het geld, voor de drugs en de groupies, zeker niet. Je hoort dat ze naar een waarheid zoeken, naar iets wat in het verleden waardevol was en dat in de toekomst nog zal zijn.

Wat me opvalt is dat wat de voorbije dagen tot me doordrong veel samenhang vertoont: de ‘objectieve’ werkelijkheid, hoe die in de media aan ons wordt getoond, de apocalyptische serie ‘The Leftovers’ – met daarin het prachtig lied ‘Let the Mystery Be’ van Iris DeMent - , ‘The Harder They Come’ – vertaald als ‘Wie storm zaait’ - van T.C. Boyle en ‘American Band’ van Drive-By Truckers. Dat kan geen toeval zijn. Het is, denk ik, de hoogste tijd om de energie die ons nog rest op een positieve manier aan te wenden. Niet alleen door elkaar alleen maar te verdragen of naar elkaar te luisteren maar door elkaar lief te hebben. Ik weet dat het utopisch klinkt maar we zijn allemaal van dezelfde familie.

Leftovers_PillarMan.jpg

 

08-06-16

LE BONHEUR VAN AGNES VARDA

bonheur 1.jpg

Ongeveer vijfenveertig jaar geleden zag ik ‘Le bonheur’ (1965) een eerste keer. De pastorale, idyllische beelden zijn me altijd bijgebleven. En ook de zekerheid dat in het paradijs van Agnès Varda, in het gelukkige kerngezinnetje dat zij ons in zijn dagelijks reilen en zeilen laat zien, niet alles pluis is. Gisteren zag ik de film opnieuw, in een magistraal gerestaureerde versie. ‘Le bonheur’ was de eerste kleurenfilm van Varda en dat zie je eraan. Het lijkt wel of de regisseuse al doende kleuren opnieuw uitvindt. De beelden zijn betoverend mooi, maar je zou ze net zo goed kitsch kunnen noemen.

Het verhaal wil ik hier niet uit de doeken doen. Het is te mooi en te verschrikkelijk om waar te zijn. Ik denk dat het over een man gaat die zo gelukkig is dat hij nog meer geluk wil. Wat impliceert dat hij ongelukkig is en het ook zal blijven. Je kunt hier ‘geluk’ door ‘seks’ of ‘bevrediging’ vervangen.

Ik weet niet wat destijds mijn conclusie was. Gisteren besefte ik dat ‘le bonheur’ hetzelfde is als ‘le malheur’ – in de context van Agnès Varda’s film dan toch. En ook in het algemeen: hoe kan een mens gelukkig zijn als zijn hunker en zijn begeerte altijd maar aan hem (of haar) blijven knagen? Als hij nooit volkomen bevredigd is? Zelfs als de zon volop schijnt en de zonnebloemen in volle bloei staan.

bonheur2.jpg

le bonheur, agnès varda, geluk, ongeluk, tragedie, idylle, paradijs, verbanning, kitsch, kleuren, revolutie, feminisme, onderdanigheid, verlangen, seks

le bonheur, agnès varda, geluk, ongeluk, tragedie, idylle, paradijs, verbanning, kitsch, kleuren, revolutie, feminisme, onderdanigheid, verlangen, seks

 

28-02-16

VRIJE RADICALEN: ROBERT BRESSON, SAMUEL FULLER, MARGARETHE VON TROTTA

balthazar1.jpg
Vlucht ik weg in films of ga ik op zoek naar aanvullingen van mijn kleine werkelijkheid, naar verbeeldingswerelden die mijn ‘geestelijke’ woestijn vruchtbaarder zouden kunnen maken? Aan de groei van woestijnen valt evenwel niet te ontsnappen. Je brengt water naar de zee. De beelden die in je geheugen zitten opgeslagen, herinneringen, worden vervangen door die van filmkunstenaars als Robert Bresson, Samuel Fuller en Margarethe Von Trotta. Niet de verhalen blijven je bij (die vergeet je bijna meteen weer) maar de welsprekende beelden, en soms ook de associaties die ze oproepen, zoals de ogen van de ezel in Bressons ‘Au Hasard, Balthazar’ die van Jezus in ‘Het evangelie volgens Matteüs’ van Pasolini oproepen, en de verschijning van het meisje Marie, vertolkt door een betoverende Anne Wiazemsky, de verschijning in mijn leven van mijn jeugdvriendinnetje Henrietta. Zelden heb ik een fictief personage gezien dat meer indruk op me maakte. Twee personages eigenlijk: Balthazar de ezel en Marie het boerinnetje. Hoe is het mogelijk dat een film over niet veel meer dan een ezel zo mooi kan zijn, zo krachtig, ontroerend en ‘menselijk’ dat ik hem al na een eerste keer meteen een tweede keer wil zien?

shockcorridor12.jpg
Samuel Fullers ‘Shock Corridor’ is zowat het tegenovergestelde van een verhaal over een ezel. Bij hem ook de kracht van beelden, van licht en donker, al is zijn donker veel zwarter dan dat van Robert Bresson*. Fuller brengt het slagveld dat de Amerikaanse samenleving is in beeld. Een journalist die bereid is catatonisch te worden als hij maar de Pulitzerprijs wint; zijn geliefde, een prostituee, die in zijn verbeelding zijn zuster moet worden, om op die manier aan zijn incestverlangens tegemoet te komen; een blanke jongen uit het Zuiden, die in Korea verlokt wordt door het communisme maar zich daarna opnieuw ‘bekeert’ tot het kapitalisme en ten gevolge van die verwarring in een psychose terecht komt, waarin hij een Zuidelijke generaal is tijdens de Amerikaanse burgeroorlog; een psychotische zwarte man die denkt lid te zijn van de Ku Klux Klan en haatpropaganda tegen de zwarten verspreidt; een kernfysicus die zich gedraagt als een klein bang kind van zes; een bende nimfomanen die de ambitieuze journalist willen verslinden. Dwangbuizen, elektroshocks. En geen happy end.
bleierne-zeit1.jpg
Ook ‘Die bleierne Zeit’ van Margarethe von Trotta loopt niet goed af. Ook bij haar zijn de beelden belangrijker dan het verhaal. ‘Die bleierne Zeit’ vertelt een aantal episodes uit het leven van Gudrun Ensslin, nauwelijks gefictionaliseerd. Als ‘Balthazar’ ‘de idioot’ is, dan is dit ‘schuld en boete’. De film begint met een huiselijk tafereel, maar meteen daarop volgt de zelfmoord van Werner (in werkelijkheid Ensslins echtgenoot, Bernward Vesper, auteur van het verontrustende romanessay ‘Die Reise’). Vanaf dan zit je tot het einde, met de zelfmoord van Marianne Klein (in werkelijkheid Gudrun Ensslin) middenin de paranoia en de grauwheid van het Duitsland van midden de jaren zeventig en de terreur van de Rote Armee Fraktion. Die paranoia wordt niet op een hysterische manier getoond. Wat je ziet zijn sobere beelden. “De personages staan onbeschermd in een wereld die kaal is”, schreef Joyce Roodnat over ‘Die bleierne Zeit’. De terreur en de wraakroepende reactie daarop van de kleinburgerlijke Duitse politiek en media worden niet getoond. Je voelt die spanning in het dagelijks leven van Juliane Klein (vertolkt door een geweldige Jutta Lampe), de zus van Marianne, en zeker als de zusters elkaar ontmoeten in de streng bewaakte Stammheim-gevangenis.

Tijdens en na het zien van ‘Die bleierne Zeit’ zat ik te denken hoe moedig, sterk, waarachtig die twee vrouwen waren. In hun daden, in hun historisch bewustzijn, in hun woorden. Ongetwijfeld waren er veel meer zoals zij, ook mannen. Het werd me droef te moede dat er van al dat idealisme van die dagen – helaas soms verkeerd aangewend – zo weinig is overgebleven. Alleen al de kleinigheid dat de vrouwen het vanzelfsprekend vonden geen beha te dragen was in zekere zin revolutionair. Zeker bekeken met de ogen van iemand die in het heden leeft, tijd van de nieuwe preutsheid, de nieuwe zedigheid en de afschuw voor alles wat radicaal is.

Ja, films blijven ongetwijfeld aanvullingen van mijn kleine werkelijkheid, zoals mijn dromen correcties zijn van mijn dagen die ik abusievelijk kleurloos en vaak vervelend noem. Wat geschreven is,- ook door mij, die mezelf soms zo minacht, minderwaardig vind - is rijk, betekenisvol, zit vol lagen, verwijzingen, connotaties. Elk woord is een universum. Het komt erop aan het zien te schitteren in zijn tekstveld, in zijn tuin van tekens, veelkleurig of in de talloze nuances van zwart en wit en schuld en boete en verlossing.

GUDRUN ENSSLIN2.jpg

 

* Schitterend camerawerk van de Belgische cinematograaf Ghislain Clocquet

20-02-16

ORDE VAN DE DAG*

hail 1.jpg

Nu weer de oude vertrouwde onrustige slaap, met om het half uur wakker worden om te kijken of het nog geen half acht is. Het is nog maar drie uur, half vier, et cetera. Over dat patroon maak ik me minder zorgen dat over een lange, diepe slaap waaruit ik me maar met moeite los kan rukken. Mensen zijn vreemde wezens, niets menselijks is ons vreemd.

Een vriend liet me een onbekend lied van the Byrds horen. Het stond op een tape die uit een grote witte magical mystery box kwam. Daar zat nog ander materiaal in, onder meer palimpsesten, teksten die van achteren naar voor waren geschreven, mystieke traktaten, kosmische muziek. De song zelf was mooier dan om het even wat the Byrds ooit op plaat hebben gezet, mooier dan ‘Draft Morning’ en ‘Hickory Wind’. Hij klonk ook als een palimpsest, meerlagig, met zang en instrumenten die in sommige gedeeltes achterstevoren waren gemixt. Toch was het geluid helder, transparant (niet als glas maar als vleugels van grote witte vlinders in de zon). Het was de ‘typische’ sound van the Byrds, maar nog meer pastoraal, met nog meer hunker, met een duidelijk uitgesproken verlangen naar eenwording met de natuur, met het Al – en daar tegenover de melancholie die het gevolg is van de onmogelijkheid van zo’n eenwording. De verscheurdheid van de mens die alleen staat in de natuur, zoals een personage op een doek van Caspar David Friedrich. Een verscheurdheid die met veel schoonheid - tedere en etherische geluiden, harmonieuze zangpartijen – wordt uitgedrukt, niet met brutaliteit, niet met geluidsterreur. Het lukte me om hier en daar een woord van de achterstevoren geschreven tekst te ontcijferen. Ik besefte dat ik hier de sleutel kon vinden voor de deur naar een andere vorm van waarnemen en ervaren. Maar dan had ik geduld nodig en tijd.

0notorious.jpg

Het is erg mistig maar je voelt dat de zon er al door wil dringen. Nog even wachten voor ik de ramen open. Frisse lucht in deze kamers.

Het is niet goed als de patronen die je dagen bepalen een routine worden. De herhaling - van altijd dezelfde handelingen op dezelfde uren van de dag - is een kwelling, een koud vuur dat je opbrandt zonder dat je er erg in hebt. Herhaling en routine maken je oud en moe. Maar anderzijds heb je discipline nodig om te kunnen werken, om ‘geestelijk’** te kunnen leven. Chaos maakt je net zo goed kapot als orde. Is het mogelijk de ene dag chaotisch te leven en de andere gedisciplineerd, de ene dag als een anarchist de andere als een emotionele fascist (om eens een uitdrukking van Elvis Costello te gebruiken)?
0frances-mcdormand-as-c-c-calhoun.jpg

Na lang geaarzel en nietszeggende argumenten pro en contra dan toch naar de cinema. ‘Hail, Caesar!’ van de gebroeders Coen. Ik heb van al hun films genoten, van hun stijl, hun humor, hun dialogen, van alles. Het meest van al van ‘Fargo’, in mijn ogen een meesterwerk van zwarte humor. Soms doet het werk van de broers me wat aan dat van Mel Brooks denken. Maar heb ik destijds niet veel van Mel Brooks gehouden? De Coens doen het echter allemaal nog beter. Niet alleen de humor, de satire en pastiche maar ook en vooral het verbeelden (in beeld brengen) van de tijd, van specifieke tijdsperiodes. Van ruimte in de tijd, van locaties en personages. En er is bij hen niet alleen maar humor en satire maar ook drama, passie en zelfs tragedie. In ‘Hail, Caesar!’ sprak de eigenlijke intrige, het Christus-verhaal zal ik het maar noemen, mij meer aan dan de ‘fragmenten’ – elk in een specifiek genre, melodrama, musical, western, zwemfilm – die er zijn in ingebed. Het maakt mij niet uit of dat verhaal ernstig mag genomen worden of niet, voor mij is het een mooi voorbeeld van een kleine heroïsche strijd tegen corruptie, verleiding, bedrog, zelfverlies. Het is niet nodig om in Jezus, de duivel of god te geloven om geraakt te worden door een passiespel. De fragmenten, pastiches van Hollywoodgenres zoals die in het begin van de jaren vijftig werden gedraaid, vond ik bijwijlen minder geslaagd. Zeker de musical ‘No Dames!’ had beter gekund. Waarschijnlijk was het budget van de regisseur van de matrozenfilm wat te klein om zo’n dansnummer tot in de kleinste details te verzorgen. Het is zelfs mogelijk dat de gebroeders Coen het zo bedoeld hebben. Het meeste pret heb ik beleefd aan de vergadering met de geestelijken waarin over de aard van god en Jezus wordt geredetwist, aan de bijeenkomst van de communistische scenaristen en aan de stukjes met Scarlett Johansson (voor mij voor altijd het meisje uit ‘Lost In Translation’, nu wel erg grofgebekt), Tilda Swinton (voor altijd de echtgenote van David Bowie) en Frances McDormand (voor altijd een zwangere politieagente).
Ik ging ervan uit dat ‘Hail, Caesar!’ een film voor het zogeheten ‘grote publiek’ was. Maar gelukkig is dat niet het geval. Alleszins heb ik geen geur van popcorn opgesnoven.
0tilda-david3.jpg

Op televisie ging het over de uitverkoop van de Europese Unie, het bedriegen en uitpersen van de Belgische bevolking, vooral van degenen die het financieel of op ander gebied moeilijk hebben, de grote meerderheid dus, en over de gunsten, geschenken en privileges van ‘onze’ regering voor de superrijken. Walgelijk spektakel. Escapisme is een tijdelijke oplossing, maar wat meer en meer noodzakelijk wordt is actie. Dat we eindelijk op straat komen en onze woede uiten, dat we eindelijk deze verdomde regeringen naar huis sturen en mensen verkiezen die ons werkelijk en rechtstreeks vertegenwoordigen.

...


*Stemmingswisselingen iii
**’Geestelijk leven’, is er iemand die die uitdrukking nog gebruikt?
Afbeeldingen: Scarlett Johansson; The Notorious Byrd Brothers; Frances McDormand; Tilda Swinton & David Bowie.

 

22-09-15

WEITERMACHEN

2015-09-BERLIJN 825.JPG


Na twee weken in Berlijn, zo dichtbij en toch een andere wereld, kijk ik weer door hetzelfde raam van mijn zelfde kamer naar andere wolken. Heel wat donkerder dan veertien dagen geleden. Verhuizen naar daar zit er voorlopig niet in. Al deze boeken wegen zo zwaar. En echt slecht is het hier nu ook weer niet. Alleen moeten we ervoor zorgen dat dit land opnieuw een democratie wordt. Eén keer het nieuws beluisteren en ik weet al genoeg: uitsluiting, uitstoting, intolerantie, enggeestigheid, angst, onderdanigheid en berusting bepalen het dagelijks leven hier. Laten we dat veranderen. Liever lief, was het motto van onze jeugd. Waarom niet opnieuw dat motto hanteren? Maar nooit liefde voor degenen die geen liefde kennen, degenen die alleen maar haat en onverdraagzaamheid schijnen te kennen.

Ik blijf de geest van opstandigheid en dwarsheid trouw. Ouder maar tegelijk jonger, op zoek naar andere jonge soul rebels. De revolutie waar ik deel van uitmaak heeft nog altijd geen naam. Haar oorsprong ligt in de jaren vijftig en zestig, in rock & roll, fluxus, beat, summer of love, happenings, Angela Davis, Rudi Dutschke, Albert Camus (L’homme révolté), Georg Groddeck, Norman O. Brown, Bucky Fuller, Donovan, Jimi Hendrix, Bob Dylan, Patti Smith, Antonin Artaud, Henry Miller, Anais Nin – je kent de namen, je kent de muziek. De revolutie waar ik deel van uitmaak is mooi en chaotisch, ze begint elke dag opnieuw, soms val je er bij neer, maar altijd sta je weer op en groet dan de dingen en de mensen, die vaak toch goed zijn. Nooit is in onze revolutie iets zeker, nooit iets af, altijd zijn er mogelijkheden, mogelijkheden, mogelijkheden. En ons andere motto las ik op Herbert Marcuse’s grafsteen: Weitermachen!

...

Foto: Martin Pulaski, Berlijn, 18 9 2015.

05-11-14

IMMERSIES

la révolution surréaliste.jpg

Maandenlang dompelde ik me onder in de wereld van Geerten Meijsing, dode en levende meisjes, decadente schrijvers, snelle auto’s, sigaren, whisky, verdriet en melancholie, jaloezie, levenslust, Italië en in het bijzonder Lucca en het pittoreske Syracuse, en bovenal een zo goed als ongeëvenaarde literaire stijl, de stijl van een uniek auteur. Het is een microkosmos die ik met veel tegenzin verlaat, ook al is het maar voor enkele weken. Het voorlopige eindresultaat van die immersie mag u van mij verwachten op 18 november reeds, onder de titel ‘Historische stad, historische ontmoeting’.

Nu betreed ik ietwat nieuwe grond, hoewel niet geheel verschillend van het milieu waarin Geerten Meijsing leeft en werkt. Het gaat ook niet om een nieuwe ontdekking, iets nieuws in mijn leven. Met Antonin Artaud, zijn denkwereld, zijn werk, zijn bestaan, ben ik omstreeks 1974 in aanraking gekomen. Het is nu niet het moment om daarover in detail te treden, dan zou de verrassing op 13 november, datum van het ‘evenement’, er helemaal af zijn. Alleen dit: de voorbije dagen heeft de hele sfeer van die magische tijd, vooral van de periode 1975-1977, zich opnieuw van me meester gemaakt. Bij wijze van spreken. Want terwijl ik toen de gewillige onderdaan was van die visionaire realiteit denk ik er nu in zekere zin over te kunnen heersen; mijn blik is scherper, mijn denken en voelen zijn harder geworden, ik ben meer van het hier-en-nu.

Alfred_Jarry.jpg

Toch begint mijn hart sneller te kloppen als ik in het verzameld werk van Artaud zit te bladeren, die prachtige witte Gallimards, of als ik nog maar de namen Anais Nin, Henry Miller, Raoul Vaneigem, Gérard de Nerval, Alfred Jarry en zo meer hoor. Met rechte blijdschap denk ik terug aan de uren dat ik de surrealistische manifesten bestudeerde, of zat te lezen in het grote oranje boek waarin alle afleveringen van La révolution surréaliste waren opgenomen. En opnieuw loop ik met André Breton door de straten van Parijs, hand in hand met Nadja. Voor een amour fou echter is er geen plaats meer in mijn hart. Of misschien toch wel, want wie kent zijn eigen hart en wie kan zonder liefde leven, en wie zonder momenten van waanzin? 
nadja.jpg

Afbeeldingen: La révolution surréaliste; Alfred Jarry; Mme Sacco, helderziende, 3e Rue des usines.

IMMERSIES

la révolution surréaliste.jpg

Maandenlang dompelde ik me onder in de wereld van Geerten Meijsing, dode en levende meisjes, decadente schrijvers, snelle auto’s, sigaren, whisky, verdriet en melancholie, jaloezie, levenslust, Italië en in het bijzonder Lucca en het pittoreske Syracuse, en bovenal een zo goed als ongeëvenaarde literaire stijl, de stijl van een uniek auteur. Het is een microkosmos die ik met veel tegenzin verlaat, ook al is het maar voor enkele weken. Het voorlopige eindresultaat van die immersie mag u van mij verwachten op 18 november reeds, onder de titel ‘Historische stad, historische ontmoeting’.

Nu betreed ik ietwat nieuwe grond, hoewel niet geheel verschillend van het milieu waarin Geerten Meijsing leeft en werkt. Het gaat ook niet om een nieuwe ontdekking, iets nieuws in mijn leven. Met Antonin Artaud, zijn denkwereld, zijn werk, zijn bestaan, ben ik omstreeks 1974 in aanraking gekomen. Het is nu niet het moment om daarover in detail te treden, dan zou de verrassing op 13 november, datum van het ‘evenement’, er helemaal af zijn. Alleen dit: de voorbije dagen heeft de hele sfeer van die magische tijd, vooral van de periode 1975-1977, zich opnieuw van me meester gemaakt. Bij wijze van spreken. Want terwijl ik toen de gewillige onderdaan was van die visionaire realiteit denk ik er nu in zekere zin over te kunnen heersen; mijn blik is scherper, mijn denken en voelen zijn harder geworden, ik ben meer van het hier-en-nu.

Alfred_Jarry.jpg

Toch begint mijn hart sneller te kloppen als ik in het verzameld werk van Artaud zit te bladeren, die prachtige witte Gallimards, of als ik nog maar de namen Anais Nin, Henry Miller, Raoul Vaneigem, Gérard de Nerval, Alfred Jarry en zo meer hoor. Met rechte blijdschap denk ik terug aan de uren dat ik de surrealistische manifesten bestudeerde, of zat te lezen in het grote oranje boek waarin alle afleveringen van La révolution surréaliste waren opgenomen. En opnieuw loop ik met André Breton door de straten van Parijs, hand in hand met Nadja. Voor een amour fou echter is er geen plaats meer in mijn hart. Of misschien toch wel, want wie kent zijn eigen hart en wie kan zonder liefde leven, en wie zonder momenten van waanzin? 
nadja.jpg

Afbeeldingen: La révolution surréaliste; Alfred Jarry; Mme Sacco, helderziende, 3e Rue des usines.

04-11-14

STILTE, ANTONIN ARTAUD

antonin-artaud.jpg

Enkele dagen stilte, tijdens deze stormachtige, kille periode aan de vooravond van meer dan ooit terechte stakingen en allerlei vormen van protest tegen een brutale, harteloze uitbuitersregering. Aan een verslag van de ontmoeting met Geerten Meijsing, in de lente van 2013, werk ik gestaag verder. Het moet een tekst worden de uitmuntende auteur waardig. Maar eerst bereid ik me voor op een avond gewijd aan de revolutionaire schrijver, theatermaker, acteur, kunstenaar, theoreticus, heidense profeet en dichter Antonin Artaud.
Het evenement ‘Omtrent Antonin Artaud’ vindt plaats op donderdag 13 november in Den Hopsack in Antwerpen. Ik breng er enkele korte teksten van Artaud (in het Frans) en richt me daarna in een monoloog tot de man zelf (in het Nederlands, een visionair begrijpt die taal, zelfs als hij dood is) en tot mijn vrienden. Een van die vrienden is Johny Lenaerts, die enkele dagen geleden een mooie inleiding schreef tot het theater van de wreedheid, Artaud’s  misschien wel belangrijkste en nooit werkelijk verwezenlijkte droom.

antonin artaud, artaud, revolutie, anarchisme, surrealisme, waanzin, antipsychiatrie, poëzie, 13 november, antwerpen, den hopsack, omtrent antonin artaud, monoloog, muziek, johny lenaerts, theater van de wreedheid

Ik hoop dat velen op 13 november willen komen meedromen. Ook al is alles van waarde waardeloos en nutteloos hebben we rebelse geesten als Antonin Artaud meer dan ooit nodig en verdient hij onze volle aandacht.

16-09-14

ERWIN: HET BOEK

corman, brussel, mathieu corman, boekwinkel, filosofie, diploma, 1975, werk, loopbaan, radicaal, schrijven, revolutie, liefde, vriendschap, 27, roken, brian jones, blankenberge, schrijverschap, captagon, leopold flam, erwin, joyce & co, geerten meijsing, romantiek, decadentie, more, pink floyd, beat generation, stijl

In de zomer van 1975 nam mijn leven een nieuwe wending. Nog altijd vreesde ik dat ik jong zou sterven. Zes jaar eerder, in Blankenberge, had een jongeman uit Brussel me voorspeld dat ik niet ouder zou worden dan zevenentwintig: net als Brian Jones leed ik aan astma, zei hij, en net als hij was ik een kettingroker. En daar bovenop die joints (terwijl hij zelf voor onze bevoorrading zorgde) en een dieet van frieten en oudbakken brood… Ik herinner me nog hoe de dealer, als ik hem zo mag noemen, naast me op een – letterlijk - luizig bed lag, druk gesticulerend en schaterend als een tandloze kanunnik, op de platenspeler het pastorale ‘More’ van Pink Floyd.
corman, brussel, mathieu corman, boekwinkel, filosofie, diploma, 1975, werk, loopbaan, radicaal, schrijven, revolutie, liefde, vriendschap, 27, roken, brian jones, blankenberge, schrijverschap, captagon, leopold flam, erwin, joyce & co, geerten meijsing, romantiek, decadentie, more, pink floyd, beat generation, stijl

Nooit had ik goed geweten wat ik zou gaan doen met mijn leven of wat de toekomst mij zou brengen. Ondanks mijn pessimisme geloofde ik dat het lot voor mij aangename verrassingen in petto had. Die zomer, trotse bezitter van het diploma filosofie, besefte ik dat ik mij geheel op het schrijven moest gaan toeleggen. Het werken aan mijn thesis had mij enige discipline en wat zin voor structuur bijgebracht; de waardering die ik ervoor kreeg had me geholpen met het gedeeltelijk overwinnen van mijn aangeboren onzekerheid. Ja, ik ging mij op het schrijven toeleggen maar wilde in geen geval een commercieel auteur worden, net zomin als ik les wilde geven: de school was net als het burgerlijke gezin, het leger en de gevangenis een steunpilaar van een vermolmde maatschappij; het onderwijs maakte kinderen en jongeren onderdanig en plichtbewust. Mijn denkwereld, besef ik al enkele tientallen jaren, was revolutionair, negativistisch, bijna jakobijns (hoewel ik in tegenstelling tot de echte jakobijnen niets tegen ‘vreemde’ talen had). Ik geloofde alleen nog maar in abstracta (die gelukkig af en toe concrete vorm aannamen): liefde, vriendschap en revolutie.
corman, brussel, mathieu corman, boekwinkel, filosofie, diploma, 1975, werk, loopbaan, radicaal, schrijven, revolutie, liefde, vriendschap, 27, roken, brian jones, blankenberge, schrijverschap, captagon, leopold flam, erwin, joyce & co, geerten meijsing, romantiek, decadentie, more, pink floyd, beat generation, stijl


Daar ik mij aan de handel in letteren onttrok – een houding die mijn belangrijkste prof, Leopold Flam, aanzienlijk versterkt heeft – kon ik niet van de taal noch van de filosofie leven. Via een vriend vond ik werk als verkoper bij mijn geliefkoosde boekhandel Corman in de Ravensteinstraat te Brussel. Daar had ik als student menig uur doorgebracht; daar zou ik nu mijn brood verdienen. Ik dacht het schrijven en mijn eerste echte baan te kunnen combineren. Waarom ook niet: ik deed het werk graag, de klanten waren over het algemeen van het alternatieve type, en uiteraard zeer geïnteresseerd in literatuur, kunst en theater. Ik denk dat het de beste, meest veelzijdige boekwinkel van België was. Alleen al omdat hij viertalig was, was hij een unicum. Je vond er de nieuwste Nederlandse, Franse, Engelse en Duitse publicaties maar ook, zo verschillend van deze tijd, een behoorlijke stock. Je trof er bijvoorbeeld oude Gallimard-uitgaven van Apollinaire en Breton aan (spotgoedkoop omdat ze nog aan de oorspronkelijk prijs werden verkocht) én ongeveer alles van de geweldige City Lights-uitgeverij. Ik was in die dagen voornamelijk in Franse literatuur, Duitse romantiek en Beat Generation geïnteresseerd, maar was tevens goed op de hoogte van de Nederlands letteren. Ik bladerde elke dag in de nieuwe boeken die binnenkwamen, of toch in wat me interessant leek.

Op een zachte herfstdag viel mijn oog op de omslag van ‘Erwin’, de eerste roman van het schrijverscollectief Joyce & Co. Wat trok het meest mijn aandacht, de mooie decadente tekening of de naam ‘Erwin’? Ik herinner me dat ik in die dagen nog van Beardsley hield, maar niet meer met hart en ziel. Mijn vriend Erwin was ik verre van vergeten; ik dacht dagelijks aan hem. Met hem had ik zulke gelukkige, avontuurlijke en vooral dwaze uren beleefd; hem had ik altijd een beetje gezien als een personage in een undergroundfilm of in een Kerouac-achtige roman (hoewel we nooit samen ‘on the road’ waren geweest). Hoe het ook zij: ik voelde meteen aan dat de roman als het ware voor mij was geschreven, een absurde gedachte natuurlijk, maar op die manier kronkelden mijn hersens in die koortsachtige tijd. Het gebruik van Captagon om twee levens te kunnen leiden, één bij Corman overdag, één aan mijn schrijftafel tot diep in de nacht, zal mijn denken ook wel enigszins ontwricht hebben. Niet dat ik daar ooit spijt van heb gehad. De ontwrichting van de zintuigen en van het denken was, zeker in de jaren zeventig, een missie. En dat ik op die manier kennis heb gemaakt met de wereld van ‘Erwin’ en later met het overige, adembenemende werk van Geerten Meijsing betreur ik al helemaal niet, wel integendeel. Net zoals voor Gerrit Komrij blijft het boek “een romantisch-decadente gooi naar het allerhoogste”. Ik zal niet beweren dat ik 'Erwin' heb verslonden, daar was hij te vreemd, te grillig, te eigenzinnig, stilistisch te rijk voor. Ik heb hem, alsof het morfine of opium was, met kleine dosissen tot me genomen. Toen ik het boek uit had, was ik niet alleen geheel uit mijn evenwicht gebracht: ik was er verslaafd aan. Of was ik verslaafd aan Erwin, aan zijn wereld, aan zijn ondergang? 
corman, brussel, mathieu corman, boekwinkel, filosofie, diploma, 1975, werk, loopbaan, radicaal, schrijven, revolutie, liefde, vriendschap, 27, roken, brian jones, blankenberge, schrijverschap, captagon, leopold flam, erwin, joyce & co, geerten meijsing, romantiek, decadentie, more, pink floyd, beat generation, stijl

...

De geschiedenis van Mathieu Corman en zijn boekhandels verdient veel meer aandacht. Een uitstekend artikel is: ‘Brandbom tussen de boeken. Mathieu Corman, gedreven literator’ van Frank Okker.

Zie: 
http://www.dbnl.org/tekst/_par009200201_01/_par009200201_01_0004.php

Dit gebeurde kort voor ik bij Corman aan het werk ging:

"In december 1974 werd de inmiddels drieënzeventigjarige Corman aangehouden en ervan beschuldigd dat hij een twaalfjarig meisje een erotisch drukwerkje had verkocht. Hij zat ruim een maand opgesloten, voordat hij in januari 1975 voorlopig werd vrijgelaten. Of het kwam door de maand die hij in een cel had doorgebracht of dat hij zich niet meer tegen het proces opgewassen voelde, is niet zeker. Wél dat Corman op 15 februari 1975, precies op zijn verjaardag, een eind aan zijn leven maakte.

Zoals vaak ging het na de dood van de eigenaar bergafwaarts met de boekhandels van Corman. In 1986 werden het filiaal aan de Ravensteinstraat in Brussel en de hoofdvestiging in Oostende gesloten. Alleen de winkel aan de Kustlaan in Knokke-Het Zoute bleef behouden. In december 1996 echter keerde boekhandel Corman terug in Oostende, nu aan de Witte Nonnenstraat. De schrijversportretten van Labisse verhuisden helaas niet mee. De panelen waren al eerder in Antwerpen geveild. Een aantal van de portretten werd aangekocht door boekhandel De Markies van Carrabas in Hasselt. Maar het herkenbaarste kunstwerk van Labisse zit nog altijd om de boeken van Corman."
Frank Okker

03-12-12

DE OGEN VAN DE ANDERE

OGEN VAN DE ANDERE.jpg
Martin Pulaski, Lagos, Portugal, september 2012.

Wat iemand anders mooi vindt kun je je heel moeilijk voorstellen. Je kunt slechts pogingen doen om door de ogen van de andere te kijken. Misschien kun je dat alleen maar als je veel van die andere houdt.

Wat mij betreft doet herhaling vaak afbreuk aan de schoonheid van een land, een landschap, een stad. Ik zou veel beter nooit ergens terugkeren, of pas na vele jaren. Met muziek is het anders: veel platen die ik in 1967 graag hoorde, hoor ik nu nog graag, hoe dikwijls ik ze ook heb beluisterd. Maar een land moet je eerst vergeten eer je er terugkeert.

Wat me aan het leven doet denken. Zou het niet mooi zijn als we zouden kunnen sterven, heel even dood zijn, alles vergeten, en daarna terugkeren? Weer onbevangen, zonder hinder van de zwaartekracht bijna en zonder angst en schuldgevoelens stappen in de nog altijd betoverde wereld zetten: alles overbekend, alles volstrekt nieuw. Revoluties en renaissances zijn daar maar flauwe benaderingen van.

~~~~

Oorspronkelijk gepubliceerd op 29-10-2012

10-07-09

WAT BETEKENT HET OM HEDEN REVOLUTIONAIR TE ZIJN? SLAVOJ ZIZEK


Slavoj Žižek - What does it mean to be a revolutionary today?



Even de tijd voor nemen.
"A false clock ticks out my time.' 

17-05-09

STEALING TOMORROW FROM TODAY


Great-Lake-Swimmers


Voor Bernard Dewulf

Hoe vind je de weg terug naar de woorden? Hoe vind ik de weg terug naar jou? Vertel ik je gewoonweg de waarheid over mijn dagen, over mijn tijd, over mijn leven? Dat was toch van in het begin al de bedoeling? Hoe komt het dan dat ik stil ben gevallen? Dat deze droogte blijft voortduren? Een dagboek dan maar? Alles opnieuw leren, duidelijke taal spreken, nuances, subtekst, stijl, ritme – het vermijden van fait divers en banaliteiten. Van overbodige banaliteiten, want het banale kan soms interessant zijn. Je zou bijvoorbeeld kunnen beweren dat er niets opmerkelijks is aan het ontslag van enkele medewerkers van een krant. Er worden alle dagen mensen ontslagen. Inderdaad een banaliteit, maar in dit geval een waar dieper op in moet worden gegaan. En dat gebeurt. Op Facebook is al een groep opgericht om te protesteren tegen het ontslag van Bernard Dewulf en de andere medewerkers van De Morgen. Net zoals de financiële en de economische crisis wijzen deze ontslagen op een kapitalisme dat niet blind is, zoals soms wordt beweerd, maar doelgericht bepaalde mensen – en instellingen – vernietigt, of dat alleszins probeert. Een zeer doelgerichte machine, in handen van enkele machtige en wrede geldwolven. Of is dit weer zo’n paranoïde samenzweringstheorie?

Er is op Facebook een groep opgericht… Maar wanneer kranten het zwijgen wordt opgelegd is de tijd rijp voor verstrekkendere,meer  ingrijpende acties. Je denkt dan al gauw aan opstand, staking, sabotage, revolutie. Maar dat is natuurlijk gemakkelijker gezegd dan gedaan. Voor mij zeker, omdat ik zwak ben en ten prooi aan – opnieuw – een zware aanval van donkere melancholie. Het is alsof mijn hoofd vol modder zit, mijn hele lichaam zit in de modder, ik kan amper ademhalen, amper bewegen. Elke poging tot een gedachte doet pijn. Ik wil echter niet klagen. Ik probeer te ontsnappen aan deze toestand door bijvoorbeeld naar een concert te gaan, zoals gisteren naar de sublieme Great Lake Swimmers in de Botanique. Maar hoe mooi het concert ook was, de pijn ging niet weg. Ja, even, toen ik aan de bar stond om een pils te bestellen en in gesprek raakte met enkele jonge mannen. Ze hadden mijn communistisch insigne gezien, in mijn knoopsgat – een kleinood dat ik ooit in Berlijn op een rommelmarkt heb gekocht. Is dat nu ernstig of is het ironie, vroegen ze (in het Frans). Ik zei dat het zowel het ene als het andere was. We lachten. Niemand van deze mensen gelooft nog in de traditionele partijen, zelfs Ecolo en Groen! gaan niet ver genoeg.  En toch lachten we. We bleven wat staan praten. We waren echte Belgen; een jongen kwam uit Antwerpen, maar sprak Frans, een andere uit Brussel, nog iemand uit Eupen en was drietalig. Niemand van ons wilde dat aan België werd geraakt: ik niet, Laura niet, en die jonge mensen nog veel minder. Maar welke doordeweekse politicus springt in de bres voor België?

Later, toen de taxi voor onze deur stopte vroeg ik aan de taxichauffeur hoeveel het was. Negentien euro, zei hij. Ik vond het nogal veel, maar was blij dat ik thuis was en gaf hem een briefje van twintig. De man reed al tweeëntwintig jaar met een taxi, ongeveer zo lang als ik voor de overheid werk. Nu het licht was in de taxi zag hij mijn communistisch insigne. Dat is wel iets bijzonders, wat jij daar je in je knoopsgat hebt zitten, zei hij. Ik wist niet goed hoe ik moest reageren… Een communist die twintig euro betaalt voor een taxirit? Hij gaf me vijf euro terug. Twintig is veel te veel, zei hij. Waarna hij uitstapte en naar zijn koffer ging. Kom, zei hij, ik heb iets voor je. Het was een pamflet van de Pvda+: “Stop het politieke circus” las ik.

En zo ben ik weer in gang geschoten. Zo kom ik weer dichter bij jou. Schrijven is geen tijdverdrijf voor gecultiveerde mensen. Schrijven is een zaak van leven en dood. Schrijven is een vorm van haat en een vorm van liefde.

De titel verwijst naar de song 'Stealing Tomorrow' van Great Lake Swimmers.

communist shoes

 

22-01-09

EEN NIEUWE SAMENLEVING, EEN NIEUWE MORAAL

gelijkheid,verleden,geschiedenis,leven,sixties,feminisme,kunst,nieuw,intolerantie,wereld,toekomst,ecologie,luisteren,verbeelding,cultuur,surrealisme,communisme,gemeenschap,moraal,modern,individu,samenleving,modernisme,verantwoordelijkheid,20ste eeuw,communie,realisme,revolutie,facebook,obama,rimbaud,broederschap,omwenteling,inaugurele rede,zusterschap,aanwezighied

 Vandaag gingen mijn gedachten terug naar de min of meer geslaagde en gedeeltelijke en geheel mislukte pogingen  om de maatschappij, ‘het systeem’, de man, de vrouw, de verhoudingen tussen man en vrouw, de arbeidsverhoudingen, het economisch bestel, de machtsverhoudingen en zelfs het leven te veranderen. Zelf vond ik vanaf een bepaalde, enigszins bewuste leeftijd dat, zoals de surrealisten hadden gezegd, het leven moest worden veranderd. Lange tijd al houd ik me de uitspraak van Rimbaud voor ogen dat we ‘absolut moderne’ moeten zijn, wat ongetwijfeld niet hetzelfde betekent als opnieuw expo-brood eten of in stoeltjes uit de jaren ‘vijftig gaan zitten. We nemen plaats op stoelen en in zetels die het toeval ons aanwijst.


Ik kreeg zonder zelfs een kroniek of een geschiedenisboek ter hand te nemen (ik denk aan ‘1968’ van Mark Kurlansky, ‘De Russische revolutie’ van Marcel Liebman, ‘Ten Days That Shook the World’ van John Reed, de werken van Eric Hobsbawn, ‘In Europa’ van Geert Mak, ‘Timebends’ van Arthur Miller, ‘There’s A Riot Going On’ van Peter Dogget, etc.) een sterke indruk dat de hele twintigste eeuw een aaneenschakeling is geweest van pogingen tot revolutie, van werkelijke revolutie, van pseudo-revolutie (in salons en ministeriële kabinetten), van contra-revoluties, van staatsgrepen, van militaire regimes, van dictatoriale verdedigingen tegen revoluties en mogelijke revoluties, van – vanuit het zogenaamde standpunt van nationaal-socialistische revoluties en fascistische omwentelingen – etnische verplaatsingen en nooit eerder geziene etnische ‘zuiveringen’ en uitroeiingen.

Ik kreeg tevens de indruk dat de halve eeuw die ik heb meegemaakt, zonder ooit een oorlog aan den lijve te hebben ‘gevoeld’, alleen de gevolgen ervan, een verschrikkelijk, gewelddadig, ongewoon verwoestend tijdperk is geweest.

Welke rol had ik gespeeld in dit alles? Ik moest even een glas wijn drinken, twee glazen, om de vraag te laten bezinken. Vervolgens dacht ik, jongen, vergeet het maar. Er is muziek, film, kijk nog een keer naar ‘Last Tango In Paris’, een meesterwerk toch? Is er ooit iemand beter geweest dan Marlon Brando en hoe zit het nu met Maria Schneider? Of speel wat spelletjes op Facebook. Mijn vrouw kan ik niet lastig vallen: zij slaapt al. Een zware dagtaak staat haar te wachten. Zij helpt jonge mensen uit ontwikkelingslanden aan studiebeurzen in ons welvarend gebied van taalonenigheid (hoewel ik daar zelden iets van merk, tenzij bij fascistische heethoofden). Jongen, zei ik, je moet het alleen oplossen. Wat heb je gedaan?

Natuurlijk was die vraag mij ingegeven door de inaugurele rede van president Barack Obama. De tijd van intolerantie, zoals die door filmregisseur D.W. Griffith aan het begin van de vorige eeuw werd getoond, is voorbij. De tijd dat zwarten niet welkom zijn in een restaurant of café zijn voorbij. De tijd dat ik in 1968 in Maastricht aan mijn lange haren door het grind word gesleurd en met de dood bedreigd is voorbij. De tijd dat ik in het midden van de straat mijn vriend niet mag zoenen is voorbij. De tijd dat je voor een kruisbeeld of welk ander religieus symbool moet knielen is voorbij. De tijd waartegen zich Bob Dylan zo verzette (en al lang over zwijgt) is nu voorbij. Zelfs William Zanzinger is dood. Ik moet me ook niet meer boos maken op Sam Shepard, die het in zijn logboek over the Rolling Thunder Revue over Willams & Zinger had. Niemand is perfect. Sam Shepard was een goede drummer en stond aan de goede kant. Ten minste, als je er van uitgaat dat ik ook aan de goede kant stond, sta.

President Obama gaf in zijn speech de indruk dat die tijd – van pogingen tot verandering, van permanente revolutie, van intolerantie en onwetendheid – nu voorbij is. De verantwoordelijkheid voor de samenleving, die de geschiedenis ons heeft doorgegeven, ligt bij onszelf. Wij moeten het nu echt wel zelf doen.  We moeten niet alleen maar hopen, geloven, met onszelf bezig zijn, met muziek, met kunst, met vermaak en cultuur. Wat we zeker niet moeten doen is onszelf verrijken ten koste van de anderen. Wat we zeker niet moeten doen is op de anderen neerkijken, hen vernederen, miskennen, hen geheel uit het oog verliezen omdat ze bijvoorbeeld ziek of zwak zijn. Wij mensen hebben elkaar nodig. De wereld is een ingewikkeld geheel. We moeten het zelf doen. We moeten naar de anderen kijken: wat willen jullie? We moeten vriendschap sluiten. En uiteindelijk moeten we ook voor degenen die geen vriendschap willen, de fanatici, de mensen die uitgaan van bloed, bodem en geweld, moeten we voor hen op onze hoede zijn. Met onze overtuigingskracht, met onze kunst, met onze schoonheid moeten we hen voor de wereld winnen. Omdat die tegenstelling blijft moeten we een moraal hanteren, een betere moraal dan die we hadden, een waarin niet religie maar wel rede en droom een rol spelen. Waar een positieve verbeelding van een menselijke werkelijkheid in communie met het zijn (en wat voortdurend in het zijn geworteld is en eruit ontstaat) de grondslag van is. Als we die moraal niet uitvinden, vernietigen we niet alleen onze geschiedenis en alles wat we hebben vernietigd en opgebouwd maar blazen we ook alle bruggen op naar een mogelijke toekomst waarin de mensen nog aanwezig zijn.

19-01-09

AANWEZIGE AFWEZIGHEID


space odyssey2

Misschien valt het op, maar misschien ook niet: ik heb al een hele tijd niets meer geschreven voor hoochiekoochie. Eerlijk gezegd heb ik gewoonweg niets meer geschreven. En dat zal nog wel even duren. Ik ben flink verkouden en voel me zwak. Het is alsof ik al mijn energie nodig heb om gewoon aanwezig te zijn. Toch zijn er zeker een aantal dingen waarover ik zou willen schrijven. Over het bestand in Gaza, wat geen vrede betekent, maar voorlopig vallen er toch geen doden meer. Dat is al iets, een grote kleinigheid. En over de inauguratie van Barack Obama morgen. De hoop voor de toekomst, hoewel we misschien teveel van die man verwachten. De macht is veel te ingewikkeld en te corrupt om door een man hervormd te kunnen worden. Een revolutie moeten we zeker niet verwachten. Het is trouwens de vraag of een revolutie de wereld kan verbeteren. De mensen zijn zoals ze zijn. Ik bedoel: lees eens een tragedie van Shakespeare. Zo zijn de mensen, nog altijd. Het grote verschil met zijn tijd is de precisie waarmee alles gebeurt, de technologie en de zakelijkheid. Maar de strijd om de macht, de haat en het geweld zijn er altijd geweest. Het eerste gedeelte van ‘2001: A Space Odyssey’ laat daar, terecht, weinig twijfel over bestaan. Zouden een gedegen communicatie, artistieke ondernemingen en het voorbeeld van Orpheus ons enigszins voor nog groter onheil kunnen beschermen? Over zulke dingen wilde ik graag schrijven, maar het spijt me, ik moet er nog even het zwijgen toe doen.

13-12-08

FORTIS EN DE VERDERFELIJKE MACHT VAN 2.000 MISNOEGDE AANDEELHOUDERS

werken,politiek,poezie,democratie,geld,recht,macht,regering,bank,staat,kapitalisme,sparen,revolutie,fortis,misnoegdheid,geldzucht,kleine spaarder

William Blake, Satan In Glory.

Het hof van beroep heeft met zijn uitspraak inzake Fortis nog maar eens bewezen dat een klein groepje kapitalisten sterker is dan de staat en de democratisch verkozen regering. Het “groepje van 2.000 misnoegde Fortis-aandeelhouders” heeft gisteravond laat in de salons de champagne rijkelijk laten vloeien. Ik heb me wat moed ingedronken met een glaasje goedkope Cava, er bijna van overtuigd dat dit het eindspel is. Ik dacht nog wat te gaan lezen in een stuk van Beckett, ‘Krapps laatste band’ bijvoorbeeld, maar ik had al naar Bergmans ‘Passie’ gekeken, en het was welletjes geweest. Ik was uitgeput van zoveel schoonheid.

Ik ben geen politiek analyst. Ik reageer emotioneel op toestanden als deze. Ik vind de uitspraak ‘kleine spaarder’ walgelijk, maar uiteindelijk ben ik een van die miljoenen kleine spaarders. Veel geld heb ik niet, zoals de meerderheid van de bevolking, anders zou ik gisteravond ook champagne hebben gedronken. Het is nu zaterdagochtend, halfelf, en ik ben nog altijd woedend. Tweeduizend misnoegde Fortis-aandeelhouders halen het van miljoenen ‘kleine spaarders’, die voor dat beetje geld meestal hard gewerkt hebben, en er op die manier toe hebben bijgedragen dat die misnoegde vetzakken hun verdomde aandelen hebben kunnen kopen. Nee, ik ben geen man van scheldpartijen. Daarom zwijg ik beter en wacht af, zoals ik altijd al gedaan heb, niet sterk genoeg voor revolutie, niet eens sterk genoeg voor democratische politiek. Wel sterk genoeg voor het slagveld van de poëzie, de liefde, de verontwaardiging. Laat me die waarden niet uit het oog verliezen in dit moment van woede en verwarring. Hoewel een gedicht waardeloos is. Poëzie en liefde kun je niet kopen.

23-10-08

LITANIE VAN EEN BURGER BOVEN ALLE VERDENKING

 

Als alles de verkeerde kant lijkt uit te gaan.

Als je alleen bent, alleen in de wereld geworpen.

Als je in je omgeving verdwijnt als een vlinder op een bloem.

Als je van geen tel meer bent.

Als je met de deur in huis wilt vallen.

Als je je een delirium wilt drinken of doodgewoon dood.

Als je spijt hebt en verdriet.

Als je opgejaagd wild bent, een vogel in een kooi.

Als je een arme kerel bent opeens zonder een cent.

Als je oud bent met versleten voeten.

Als degenen die zulke dingen doen je hebben opgebruikt.

Als je bent afgeluisd.

Als je in de val bent getrapt.

Als je honderden keren uit de goot bent gestapt.

Als je er honderden keren weer in bent gevallen.

Als je van de liefde houdt, maar geen liefde vindt.

Als je wilt zingen maar geen maat kan houden.

Als je een lange baard hebt, het scheren moe.

Als je aan een rivier staat op de oever.

Als je stil blijft staan op een betonnen brug.

Als je geneesmiddelen moet gebruiken om adem te kunnen halen.

Als je de sigaretten rookt die passanten je geven.

Als je mooier bent dan Apollo, mooier dan Dita Parlo.

Als je gebukt en gebroken in het bos een twijgje opraapt.

Als je naakt in het gras ligt, de zon op je borsten, je penis.

Als je adem bevriest op het raam.

Als je naam onbekend is, je woorden niemand begrijpt.

Als je in een haven aankomt, de eerste dag al in elkaar wordt geklopt.

Als je bloedend het hospitaal binnenkomt.

Als je als Harvey Keitel schreeuwt dat het je schuld is. Vergeef me!

Als je in niets gelooft omdat er niets is, tenzij bloed en gras.

Als je niet duidelijk maken kunt dat bloed en gras bloed en gras zijn.

Als je een dichter bent die te weinig woorden geeft.

Als je een oude gendarm bent die niet meer kan bevelen.

Als je onder een tank ligt en stinkt naar zweet en benzine.

Als je me vriend noemt, smeerlap, idioot, verwaande kwast.

Als je mijn broer bent, mijn zuster, mijn ingeslapen kind.

Als je je in het maanlicht een kus op je mond krijgt.

Als iemand je zijn hart geeft, zijn gewicht, zijn licht, zijn verdriet.

Als je na maanden reizen, je voeten stinken, weer naar huis keert.

Als je kind je tegemoet snelt, je weet niet wie het is.

Als je een idioot bent, een schaakmeester, een belachelijke gast.

Als je aan tafel gaat en het galgenmaal eet.

Als je het bloed drinkt van een tijger.

Als je je bloed braakt en denkt, mijn god.

Dan, ja dan kom je mij nader en dan kom ik je nader.

Want er is niets dan deze woorden en deze woorden zijn ook niets.

Er is niets dan deze kortstondige woede en die is ook niets.

Niets breng ik je dan als ik je nader kom en jij mij nader komt.

Aanvaard van mij deze geschenken: dit weinige, dit kleine, dit smalle.

Aanvaard als je wilt.

20-10-08

DE DRAAGLIJKE ONVERANTWOORDELIJKHEID VAN HANIF KUREISHI

kureishi

Met veel plezier sta, zit of lig ik te lezen in Hanif Kureishi’s ‘Something To Tell You’. Op de cover van de pocket wordt hij de “bestselling author of The Buddha of Suburbia” genoemd, alsof hij sindsdien niets meer heeft verricht. De man is bijzonder productief, soms overdrijft hij en lijdt zijn werk onder dat ritme – maar deze roman vind ik heel goed, en grappig. Zo goed dat ik er al twee exemplaren van bezit, een pocket voor in bed en de metro, een hardcover om naar te kijken. Overigens was de pocket duurder dan de hardcover.

Psychiaters en psychoanalysten schijnen in trek te zijn bij schrijvers. Het hoofdpersonage in Siri Hustvedts ‘The Sorrows Of an American’ is een pyschiater; in de roman van Kureishi is een psychoanalyst aan het woord. En hoe!

In Kureishi’s roman staan veel dingen die roepen om geciteerd te worden. Zoals dit:

“That word. Responsibility. When I watched Miriam on her TV ‘agonies’, it was the most-used word, apart from ‘I’. Owning your acts. Seeing yourself as an actor rather than victim. I am all for responsibility; who wouldn’t be? We are all responsible for our selves. But what are our selves? Where do they begin and how far do they extend.”

Is het niet waar? Iedereen moet de hele tijd zijn verantwoordelijkheid nemen. Ik heb zoiets van, naar verantwoordelijke mensen toe: het is tijd voor iets nieuws. Laten we het leven en de wereld veranderen, nu we er nog tijd voor hebben. Het is tijd om antwoorden te verzinnen, nieuwe woorden, nieuwe zinnen. Om vragen te stellen. Of niet soms?

26-03-08

HET WEERZINWEKKENDE SPEKTAKEL VAN KERK EN NIEUWE ORDE

hugo claus,guillotine,kerk,katholiek,nieuwe orde,vlaams belang,euthanasie,lezen,boeken,revolutie,sixties,zedenschennis,media,censuur,geschiedenis,tedere anarchisten

Hugo Claus was nog maar net dood of de kardinaals en paters kwamen weer vanonder hun stenen gekropen of trokken zich aan de haren omhoog uit hun met mest gevulde vergeetputten. Ik dacht inderdaad dat het katholieke Vlaanderen al sinds omstreeks 1970 dood en begraven was. Hugo Claus had, dacht ik, in die omwenteling, samen met duizenden andere mensen van goede wil, een belangrijke rol gespeeld. Niet de schreeuw om Leuven Vlaams had veel indruk op me gemaakt, maar wel de veroordeling van Claus wegens zedenschennis omdat - als ik me nog goed herinner - in een van zijn toneelstukken drie naakte mannen de rol van god hadden gespeeld. Ik vond het niet meer dan normaal dat drie naakte mannen de christelijk god vertolkten. Een groot deel van de bevolking had met die veroordeling gelachen, Claus wellicht nog het meest. Ik dacht dat daar de belangrijkste kentering lag. Dat de bevolking vanaf de jaren zeventig niet langer godvruchtig was en niet meer gedwee luisterde naar de paus en de kardinaal. Dat de kerken leegliepen, dat zo goed als niemand nog priester of pastoor wilde worden. Ik dacht dat een nieuwe, geseculariseerde maatschappij was ontstaan.

Inmiddels heb ik begrepen dat de zo verafschuwde kerk waarschijnlijk minder schadelijk was voor het domgehouden, verblinde volk dan de terugkeer van de nationaal-socialistische ideologie. Mannen met megafoons, die haat en intolerantie predikten, die naar uitsluiting verlangden, mannen met lelijke gedachten en hoofden als van gruwelijke, denkbeeldige wezens, mannen uit nachtmerries ontsproten, die onmin zaaiden en wat uit de tijd van de bloemen was ontstaan met veel gretigheid vertrapten. Wat de kerk niet had kunnen doen, deed de nieuwe orde. En de media groeiden en verkondigden de boodschap. De media verkondigen elke boodschap waarvan ze vermoeden dat het de bevolking doet watertanden. Hoger-Lager, het Rad van Fortuin, pedofilie, de tsunami, het Vlaams Belang. Het maakt niet uit: voor de media is het een pot-pourri. De mannen die daar aan de touwtjes trekken zijn cynici. Ze weten dat het afschuwelijke een grote aantrekkingskracht heeft op bijna alle mensen. Ook wij weten dat, omdat we Edgar Allan Poe (‘The Imp Of the Perverse’) hebben gelezen en Baudelaire (‘Une Charogne’) en Rilke (‘Die Aufzeichnungen des Malte Laurids Brigge’), maar meestal doen we er wat dat betreft het zwijgen toe. We proberen niet over het Vlaams Belang, niet over de haat en het afgrijzen te spreken, omdat we vrezen dat we daar wel eens succes mee zouden kunnen hebben en dat willen we kost wat kost vermijden. Ik dwaal echter af.

Ik had het over de dood gewaande kardinaals en paters en hoe ze vanonder hun stenen komen gekropen. Was die tijd dan niet voorbij? De tijd bijvoorbeeld dat je van je ouders geen ‘slechte’ boeken mocht lezen. Ik dacht dat iedereen nu leest waar hij zin in heeft. Dit is toch de tijd van het absolute laissez-faire? Ik heb alvast het geluk gehad dat ik mocht lezen wat ik wilde. Nooit hebben mijn ouders er een opmerking over gemaakt als ik tot diep in de nacht een roman van Hugo Claus, een verhalenbundel van Remco Campert of essays van Simon Vinkenoog lag te lezen. Zelfs Thoreaus ‘Walden’ werd getolereerd. Ik had een klein kamertje, waar ik tegen de wand een collage had gemaakt van foto’s van the Rolling Stones, the Who, en the Small Faces, en van bloemen en blote meisjes. Dat was in 1967 of 1968. Het zal wel een mooie collage geweest zijn, maar helaas bestaat ze niet meer. Ach, bestaan of niet bestaan is relatief. Want hoeveel waardevolle voorwerpen zijn er al niet vernietigd in laten we zeggen Irak. Om het nog niet over de kinderen te hebben, de zwangere vrouwen, de jonge mannen, de meisjes in bloei…


In de krant van vorige zaterdag las ik in een eerbetoon van Christophe Vekeman aan Hugo Claus dat de schrijver, die toch veel jonger is dan ik, door een familielid bijna werd berispt omdat hij als jongen in Claus’ ‘Het verlangen’ zat te lezen. Je houdt het toch niet voor mogelijk dat iets dergelijks zich nog heeft afgespeeld in onze contreien omstreeks 1984. Zo’n stichtend dorpstafereeltje dat eerder thuis hoort in de tijd van de nu zo bejubelde expo ’58... Nee, het gebeurde in een periode waarvan ik dacht dat iedereen aan de coke, speed, of ten minste cannabis zat, 1984! Toen iedereen tegen de kernraketten betoogde. Toen iedereen politiek bewust was en over ecologie en mensenrechten praatte.

Nu begrijp ik al wat beter hoe het komt dat de nieuwe orde in de jaren ’90 zo populair geworden is. De massa verbiedt graag, sluit graag ‘het andere’ uit. De kerk deed het nog wel bij Christophe Vekeman, maar haar invloed was toch niet meer zo groot. Een andere, ten minste even gevaarlijk kerk, nam haar plaats in. Maar zoals we zagen niet helemaal. Want in diezelfde krant van zaterdag las ik op de voorpagina de titel in vette letters: ‘Katholiek protest tegen euthanasie Hugo Claus.’ Godverdomme! Meestal gebruik ik geen krachttermen, maar nu moet het. Het moet, godverdomme. Schrijvers, kunstenaars, mensen van goede wil, schop die klootzakken toch eens een geweten! Zorg er met wat jullie maken voor dat zij ‘menschen’ worden, broeders en zusters, wereldbewoners.  Laat het niet zover komen dat wij weer guillotines moeten gaan oprichten. Laat het een zachte revolutie worden. Een zachte revolutie hebben we nodig, en tedere anarchisten.

18-01-08

REVOLUTIE IN ROCK?

roxy music,velvet underground,genesis,seven ages of rock,canvas,televisie,art rock,pink floyd,syd barrett,pop,popcultuur,rock,who,bob dylan,byrds,flying burrito brothers,frank zappa,vs,groot-brittannie,walging,bombast,punk,punk rock,kunst,lou reed,john cale,dr  john,soft machine,revolutie

Gisteravond bleef ik op om naar de tweede aflevering van Seven Ages Of Rock te kijken, op Canvas. Met de eerste aflevering was er al iets vreemds aan de hand geweest. Ze zou hoofdzakelijk over Jimi Hendrix hebben gegaan, maar er was vijftig minuten niet veel meer dan witte Britse blues te zien, en helemaal geen Jimi Hendrix. Gelukkig was er als compensatie My Generation van the Who. Een Humolezer beweert dat Canvas in de eerste aflevering heeft geknipt, waardoor Jimi Hendrix in de vuilnisbak is terechtgekomen. Ik kan dat verhaal maar moeilijk geloven.
 

Helaas heb ik ook gisteren weer zitten walgen bij zoveel Britse megalomanie. Het programma heet toch niet Seven Ages Of British Rock? De weinige boeiende beelden die ik heb gezien waren die van Syd Barrett (‘Jugband Blues’) en uiteraard van The Velvet Underground. De Welshman John Cale is een aanvaardbare Brit, die muziekgeschiedenis heeft geschreven, en Lou Reed is natuurlijk niemand minder dan Lou Reed. Hoewel het thema van de tweede aflevering ‘art rock’ was heb ik zeer weinig kunst gezien.
 

Wat ik wel gezien en gehoord heb is hysterisch gelul van Britse rockjournalisten, met achter elke zin een uitroepteken, zielloos en vulgair spektakel van nitwits als Phil Collins en Peter Gabriel met hun abominabele Genesis, belachelijke ‘glam’ van David Bowie (na die glamperiode heeft Bowie wel uitstekende platen gemaakt, met name ‘Low’, ‘Heroes’, ‘Lodger’ en ‘Scary Monsters’), aanstellerij van Bryan Ferry, hoewel ik moet toegeven dat Roxy Music- vooral dank zij Brian Eno - twee uitstekende elpees heeft gemaakt. Maar je mag er vooral niet naar kijken. Pink Floyd zonder Syd Barrett ging aardig van start, maar verviel al heel snel in stuurloosheid en afstotelijke bombast. Roger Waters verklaarde dat ze ten tijde van 'The Wall' tijdens concerten een muur rond de band opbouwden om zo aan te geven dat ze vervreemd waren van hun publiek. Duidelijker kon niet? Pink Floyd was echter niet vervreemd van zijn publiek maar van het genie van Syd Barrett. De ‘artistieke’ band moest het nu van vliegende roze varkens hebben.

In dit belachelijk nationalistische programma werd het Britse - ongewild komische - cabaret vergeleken met de verbijsterende klanken van the Velvet Underground, een groep van echte kunstenaars, met originele ideeën op muzikaal gebied en schitterende teksten over het 'ondergrondse' leven in New York. Overigens kwam de belangrijkste Britse art rock band, Soft Machine (met Robert Wyatt en Kevin Ayers), helemaal niet aan bod, en de tweede belangrijkste, the Bonzo Dog Band, evenmin. 

Die periode in de Britse rock, in werkelijkheid een dieptepunt, werd als revolutionair omschreven. De echte (tweede, of zelfs derde) 'revolutie' kwam er echter pas met punk, en ook punk was geen Brits maar een Amerikaans fenomeen (Stooges, New York Dolls, Ramones, om maar enkele punkrock bands te noemen). 

Bijna alle noemenswaardige populaire muziek is ontstaan in de Verenigde Staten. Vernieuwingen kwamen meestal van daar. Luister maar eens naar ‘The Notorious Byrd Brothers’ van The Byrds uit 1968, een elpee boordevol verkennende en bucolische muziek met een donkere ondertoon die verwijst naar oorlog en verlies, vooral verlies van idealen. Dat zou je een revolutionaire plaat kunnen noemen. En is alleen al zulke muziek creëren geen grote kunst? Hetzelfde geldt voor ‘Blonde On Blonde’ van Bob Dylan en ‘The Gilded Palace Of Sin’ van the Flying Burrito Brothers. Ook die elpees zorgden allebei voor een kentering in de populaire muziek.


Wie al helemaal ontbrak in het programma was de kunstenaar Frank Zappa. Hoe kun je die man over het hoofd zien als je het over rock en kunst hebt? Omdat hij een Amerikaan is?
 

Ik zou nog heel wat namen kunnen noemen die ontbraken, ook al droegen ze veel meer bij tot het artistieke gehalte van popcultuur en populaire muziek - ook voor muziek die nu nog wordt gemaakt - dan Genesis en de latere Pink Floyd. Ik beperk me tot Phil Spector, die van de single een autonoom kunstwerk maakte, denk maar aan het mythische 'Be My Baby' van The Ronettes, the United States Of America, die net zoals Frank Zappa avant-garde en rock met elkaar probeerden te verzoenen, Pearls Before Swine met de lispelende dichter Tom Rapp, Captain Beefheart and His Magic Band, etcetera.

En als je dan toch het theatrale aspect zoekt, dan ga je best bij Doctor John The Night Tripper te rade; zijn ‘Gris Gris’ is werkelijk voodoo theater. En de manier waarop Sonny Boy Williamson II mondharmonica speelt is misschien nog de grootste kunst.


Ik ben er mij bewust van dat ik hier alleen maar over Angelsaksische muziek schrijf. De reden daarvoor is dat ik met Duitse bands als Can, Faust, Neu en eigenlijk met alle andere populaire muziek veel minder vertrouwd ben.

14-01-08

DE JAREN ZEVENTIG IN ANTWERPEN (VERKENNING)

tweedehands,popcultuur,kringloop,wit pak,zwart leer,nostalgie,pop,mini-tv,herinneringen,antwerpen,punk,cinderella s ballroom,pannenhuis,television,reggae,vintage,interieur,vrienden,wolmolen,dao,sint-jansplein,pil,tante georgette,kleren,juwelen,spiegel,narcisme,foto,martin pulaski,jos d,dansen,cinderella,firenze

Agnes, Lamorinièrestraat, Antwerpen, 1980. Foto: Martin Pulaski.

Zaterdagavond zaten mijn levensgezellin en ik aan tafel in een nostalgische bui te praten over lang vervlogen dagen. Vooral onze eerste jaren in Antwerpen van 1977 tot 1984 hebben een onvergetelijke indruk nagelaten. Het waren schitterende dagen, dagen van verandering, er hing revolutie in de lucht; veel nieuws en vrolijk stemmends ontstond spontaan voor onze ogen in kleine, nieuwe kunstgaleries en immense hangars zoals de Montevideo en wij werkten er soms aan mee, waren er deelgenoten van. We herinnerden ons weer die talloze uitbundige, weergaloze nachten in kroegen die nu niet langer donker of bruin meer waren maar wit, met onze vrienden Guillaume Bijl en Renée Strubbe, aan wie ik vaak terugdenk, omdat haar doodsprentje hier in mijn kamer staat, Ria Pacquée, Leo Steculorum, Flor, Jos Dorissen, over wie ik al vaak heb geschreven, Hilde V., Luc en zijn Hilde, Herman en Harry en vele anderen. En de diepe vriendschap met Rita en Jules die nog steeds voortduurt. Hoe we bijna zonder geld konden overleven en zelfs nog rockabilly-, blues- en punk-elpees en boeken konden kopen. De tijd van Elvis Costello, the Clash, the Ramones, Television en reggae.

Voor goedkope ‘hippe’ kleren gingen we naar het Berghmanshuis (als dat de juiste naam is) op het Sint-Jansplein, de Wolmolen in de Provinciestraat en Dao in een zijstraat van de Nationalestraat. In de winkel op het Sint-Jansplein – waar kleren uit faillissementen werden verkocht – vond je alles wat je nodig had om een avond uit te gaan. Wij waren echt wel voorlopers op dat gebied, als ik dat zo mag zeggen. Nu gaat iedereen naar de kringloopwinkels en combineert oude met nieuwe kleren. Toen was bijna niemand geïnteresseerd in ‘vintage’.
(Eigenlijk was ik vanaf 1965 ongeveer al bezig met me oude kleren toe te eigenen, vooral zijden sjaaltjes van mijn tante Georgette, zij had er tientallen, en juwelen, af en toe ook kledingstukken uit mijn moeders jonge jaren. Als ik dat toen allemaal aantrok leek ik op Brian Jones en was ik gelukkig.)
tweedehands,popcultuur,kringloop,wit pak,zwart leer,nostalgie,pop,mini-tv,herinneringen,antwerpen,punk,cinderella s ballroom,pannenhuis,television,reggae,vintage,interieur,vrienden,wolmolen,dao,sint-jansplein,pil,tante georgette,kleren,juwelen,spiegel,narcisme,foto,martin pulaski,jos d,dansen,television,cinderella,firenze

Aan zo’n avondje uit in Antwerpen ging een heel ritueel vooraf, waarbij we twee à drie uur voor de spiegel allerlei combinaties probeerden. De ‘perfecte’ combinatie vinden, dat was het moeilijkste. Maar het gaf een eerlijk gevoel om dan later zo uitgedost in het Pannenhuis en Cinderella’s Ballroom binnen te stappen. Vaak ging ik naar Cinderella’s Ballroom in een wit pak, gekocht in Firenze, een zekere Alan Farbman uit New York, had dat daar voor mij betaald, en begaf me daar tussen in zwart leer gehulde punks op de dansvloer. We dansten vol overgave op de muziek van Maryse (ik hoop dat ik haar naam juist spel), de beste dj die ik ooit heb gehoord. Dansen op ‘Marquee Moon’ van Television, dat betekende extase (terwijl die pilletjes toen niet eens bestonden). In dezelfde Cinderella’s Ballroom leerde ik reggae appreciëren en er uren lang op dansen. Ik schoot zeer goed op met de punks, het waren stuk voor stuk vriendelijke jongens en meisjes. Ze namen geen aanstoot aan mijn wit pak. Integendeel: ze begrepen dat ik een individu wilde zijn en hadden daar duidelijk respect voor. Soms kwam ik echter ’s morgens thuis met bloedspatten op mijn pak. Een jongen had bijvoorbeeld al dansend op PiL (This Is Religion, of ‘Careering’) tot bloedens toe met zijn vuisten op de muren gebeukt. Dat hoorde erbij. Ik zal hier later meer over vertellen, als ik meer energie heb. Alleszins was de tweede helft van de jaren zeventig op zijn minst even boeiend als de zo bejubelde sixties.
tweedehands,popcultuur,kringloop,wit pak,zwart leer,nostalgie,pop,mini-tv,herinneringen,antwerpen,punk,cinderella s ballroom,pannenhuis,television,reggae,vintage,interieur,vrienden,wolmolen,dao,sint-jansplein,pil,tante georgette,kleren,juwelen,spiegel,narcisme,foto,martin pulaski,jos d,dansen,television,cinderella,firenze

 

Vaak denk ik eraan om weer in Antwerpen te gaan wonen, waar alles gebeurt. Maar heeft het zin? Jaag ik niet op een droom die al lang vervlogen is?