16-02-07

JOY DIVISION : DANCE DANCE DANCE TO THE RADIO

joy division,dans,revolutie,punk,trance,autobiografie,jeugd,antwerpen,cinderella s ballroom,1977,brussel,verhuis,nachtleven,roes,roest,dood,nicole van goethem,mok,de kat,cafes,drinken

Ik luister na lange tijd nog eens naar Joy Division. Love will tear us apart again… Transmission… Dance, dance, dance to the radio… Opeens is er weer die onbestemde angst voor het oud worden, de zintuigen die één voor één ‘uitvallen’, als onderdelen van een machine, of als programma’s op een computer. Ik denk aan L’homme machine van La Mettrie. Voor mij begint de aftakeling met doof worden. Ik ga inderdaad slechter en slechter horen. En nu het warme truiendag is kan ik eveneens toegeven dat ik veel last heb van de kou. Mijn verwarmingsmotor doet het niet meer zoals het hoort. Er zit roest op mijn lichaamsmachine. Dance, dance, dance to the radio. Hoor die energie, die bezetenheid! 


Dance, dance, dance, Ian Curtis’ bezeten stem roept herinneringen op aan iets, een ‘je ne sais quoi’. Iets, niets, iets. Of alles? Ja, hier gaan we dan. Het ritme van Joy Division wordt geleidelijk mijn ritme, I ‘ve lost control again and how I’ll never know just why or understand. Toe-eigening, eenwording. Mijn ritme roept herinneringen op aan mijn tweede jeugd, in Antwerpen, van 1977 tot 1984, ongeveer.

Hoe je danste tot de gouden ochtend. Hoe je leven op danspassen en sprongetjes over slecht verlichte trottoirs doelloos zijn gang ging. Of zoals the Beatles al zongen: oh that magic feeling nowhere to go. Geen doelstellingen, geen maten en gewichten. My only ambition in life is to get high and dance, dance, dance to the radio. De andere, alledaagse wereld, was het vijandige element. De familie, de school, huis-tuin-en-keuken. Métro-boulot-dodo. Niet je vader of je moeder of een schoolmeester, maar Leopold Flam, een joodse atheïstische filosoof had je opgevoed. Je had jezelf heruitgevonden in de periode 1975-1977, toen je je thesis over het einde van het gezin beëindigde en de huiselijk haard ontvluchtte, toen je je geestelijk distantieerde van je Brusselse vrienden en je armen uitstak naar je geboortestad Antwerpen. Tijdens die vierentwintig maanden van transformatie – om niet te zeggen transsubstantiatie - beleefde je het theater van de liefde en de waanzin. Je verslond pagina’s Artaud en Rimbaud. Je was in de ban van de Franse Revolutie. Je schreef een toneelstuk waarin Marat en Saint-Just rechtvaardige helden waren. Empedocles sprong in de Etna vanwege ontgoocheling in laffe en domme soortgenoten. Geleidelijk aan, of nee, eerder bruusk, werd je filosofie er een van het feest. Zoals in het boek van Remco Campert, alle dagen feest. Je was tegelijk ernstig en ontleedde la société du spectacle en bekeek in het filmmuseum acht uren durende films van Jacques Rivette.

In ’77 verhuisde je naar Antwerpen. Je zei tegen Lenny dat niet de jaren 'zestig maar de seventies je levensbepalende decennium waren. Hoe je danste in Cinderella’s Ballroom. Television, Patti Smith, the Ramones, David Bowie, Roxy Music, the Clash, the Slits, Joy Division, reggae, Talking Heads, X-Ray Spex, Ian Dury, Fad Gadget, Suicide en Holly & the Italians. Joy Division. Olifantenpijpen eerst, daarna rode broeken, Converse All Stars, meisjes in micro-rokjes en zonder ondergoed, T-shirts waarop de aan heroïne verslaafde Keith Richard stond afgebeeld. En the Dead Kennedys met Too Drunk To Fuck. Dat T-shirt droeg je als een trofee. Extase en illuminatie. De teksten van Philippe Sollers waarover je ruzie maakte met Leo, die zei dat het onleesbare troep was. Had hij geen gelijk? Nachtenlange dronken en speedconversaties met Jos. Over Schopenhauer, over Céline, over Gram Parsons, Neil Young en the Beach Boys (die totaal onhip waren in die dagen). Van het Pannenhuis naar Cinderella’s en daarna dansen op de tafels van de Gnoe. In de zomer werd op straat gedanst, voor café de Mok in de Wolstraat, Martha en the Vandellas indachtig. Ria Pacquée, Guillaume Bijl, Renée Strubbe, Nicole Van Goethem en al de andere nachtvrienden. Waar zijn ze gebleven? Waar ben ik gebleven? Gotta find my destiny, before it gets too late.
Een grotere intensiteit dan die in de stem van Ian Curtis ken ik niet. Joy Division zal nooit vergeten worden, dat weet ik nu wel zeker.

Iets helemaal anders of misschien ook niet: de Italiaanse filosoof Lucilio Vanini (1585-1619) ontkende de onsterfelijkheid van de ziel en werd leven verbrand op de markt van Toulouse.

“Instants that can still betray us
A journey that leads to the sun
Soulless and bent on destruction
Struggle between right and wrong
You take my place in the show-down
I'll observe with a pitiful eye
And humble ask for forgiveness
A request well beyond you and I
Heart and soul, one will burn.”

Joy Division, Heart and Soul.

Closer: hoesontwerp van Peter Saville. Ian Curtis stief op 18 mei 1980. Joy Division-producer Martin Hannett stierf op 18 april 1991.

11-07-06

VOOR EN NA DE REGEN 2

syd barrett,pop,popcultuur,dansen,vrienden,school,provo,hasselt,londen,alken,guillaume bijl,jeugd,juke box,montaigne,sister ray,tongeren,pink floyd,velvet underground,beatles,skalden,swinging sixties,mick jagger,keith richards,droom,mei  68,mecca,kinks,jazz bilzen,bilzen,monique,antwerpen,jan,albert ayler,televisie,londerzeel,rome,junkies

Opgedragen aan Syd Barret, in memoriam. 

2.

Een nachtelijke ontmoeting in een huis in opbouw in Londerzeel. Malletje, Sarah (haar naam leer ik pas later kennen, de smaak van haar lippen). Negentienjarige zielsverwanten kickend op The Free.

Mijl in Londerzeel. "Ik ben de roadmanager van Jethro Tull" zegt hij & mag gratis binnen. Zijn Albert Ayler geeft hij me in ruil voor een dag Bed Peace met ex-miss België. Later voegt Rina zich aan Mijls zijde, mijn beste televisieavondvrienden. Bij jullie zag ik Wim Wenders, Rainer Werner Fassbinder, Van Kooten & De Bie. Waar ben je, Rina, zijn er nog sporen van je ziel, stofjes in de lucht die ik inadem? Wat is er met je boeken gebeurd? Met je geliefde Claire Goll? Ik mis je middernachtgesprekken, met letterlijke citaten uit interviews in de Humo - die ik zelf weigerde te lezen.

Marie liepen wij - ik was toen al een wij - jaren later in Rome tegen het lijf. Nee, mijn geheugen bedriegt me, ze fietste ons tegemoet op de Corso. Marie, die me aan Griet herinnert, Antwerpse junkie, en dan was er die andere uit de Middaglijnstraat in Schaarbeek, die in onze punkwoning in de Palfijnstraat onderdak vond & toch weer aan de spuit ging. Duchateau met zijn blikken doosjes. Met zijn pervitinepilletjes. Met – vele jaren later - zijn videocamera op onze huwelijksdag. Waar is die verdomde video, vriend? Ik wil zien wie wij waren in januari 1999 toen we innerlijk bruisend over de Anspachlaan liepen.

Ook Monique mag ik niet vergeten. Uit Alken. In mijn armen in Hasselt. In Blankenberge. Mijn eerste genotsvlees. Haar liefdesbrieven bewaar ik in een doos waar rode schoentjes in hebben gerust, die dansten op het ritme van the Slits, Clash en Television. Grijsgedraaide platen, brieven witgelezen

Paul V in Bilzen. Een Face, zoals ik. Een hele regenachtige middag speelde ik in zijn dichtbevolkte kelder ‘impromptus’ op de piano en zong de ziel uit mijn lijf. Bij The Small Faces in Diepenbeek kuste ik een Flower Power meisje. We waren twee uur lang lovers & ze dronk van mijn zakflesje Gordon’s Gin. Was ik niet zelf een Steve Marriott, een magere Tin Soldier, met lange haren & een hippe zonnebril, die ik in Maastricht had gekocht. Liefde op het eerste gezicht. Hoe heette je toch? Heb je nog altijd die modzonnebril van me? Denk je nog aan ons gekus als je de bril uit je oude prullendoos tevoorschijn haalt? Voor ons was de muziek het sacrale. Dylan's It Takes A Lot To Laugh, It Takes A Train To Cry, the Pink Floyds See Emily Play, the Pretty Things' Hey Rosalyn.

Op mijn eentje op het voordek van het ouderlijk schip. Bij het binnenvaren in het Straatsburgdok liet ik de beat weergalmen: Substitute, It's My Life (“and I do what I want”), I'm Free, All Day And All Of The Night. Of ik zat te lezen in het provoblaadje Lynx in café de Dolfijn in Maastricht, in café Skalden in Hasselt, Witch Doctor op de jukebox, Child Of The Moon. Kickend op Mick Jagger & Keith Richard, It's The Singer Not The Song, Got To Get Away. Een avond in juni, 1967, in the Mecca in Londen, dansend met de kleine Johannes en Lucas en de meisjes. Overal in de swinging London straten Sgt. Pepper's Lonely Hearts Club Band en Are You Experienced?.

Mei 1968. Kicken op Let's Spend the Night Together, Matilda Mother & op mijn eigen experimenteel toneelstuk "De droom", waarin de in werkelijkheid voortdurend gepeste en verstoten Kikkeroog - zo werd hij genoemd, ik ben zijn voornaam vergeten - van het getreiter werd gered. Een catharsis zonder dat wij het wisten. Kickend in de kelder van het Atheneum op The Velvet Undergrounds Sister Ray, met Popov & Fiat de andere spitsbroeders. In "De droom" zaten zolang het stuk duurde drie kortgerokte meisjes zwijgend neer. Zitten, zwijgen en mooi zijn. Meer mocht niet van de prefect. Meisjes die samen met jongens repeteerden, dat was des duivels, vond de prefect. Korte rokjes en lange haren waren al schandalig genoeg.

Zo heb ik de draad toch weer te pakken: vriendschap is het allerhoogste, zoals ook Montaigne wist.