03-01-18

KWETSBARE LICHAMEN

nieuw begin, begin, 2018, dagboeknotitie, herfst, winter, 2017, ziekte, pijn, terugblik, binnen, binnenskamers, isolatie, afzondering, asociaal, vrienden, afspraken, koorts, visioenen, dromen, melancholie, troost, familie, ouders, schoonvader, agnes, moeder, broer, foto's, fotografie, sneeuw, woorden, dood, wout vercammen, guche vercammen, antwerpen, provo, kunst, kunstenaars, conscienceplein, pannenhuis, bitter, ziel, stilte, niet vergeten


Begin in weerwil van veel een nieuw begin. Maar kun je dan al je eerste notitie van het jaar aanvangen met klachten over ziekte? Sta me toe te noteren dat 2017 op gebied van gezondheid voor mij ronduit een slecht jaar was. Het kan altijd erger, en dat is het ook voor mij soms geweest. Het dieptepunt was 2011, toen ik drie maanden lang in ziekenhuiskamers verbleef (maar zelfs een septische shock heeft me toen niet klein gekregen)… Nee, zo erg was wat het kwetsbare lichaam betreft het afgelopen jaar niet. Toch waren oktober, november en december maanden van kwellingen, pijn, ongemakken en daarmee samenhangende angsten en depressie. Ten gevolge van dat fysieke en mentale onbehagen sloot ik me nog meer dan anders af voor mijn vrienden en voor elke vorm van sociaal leven. Het kostte me veel moeite om naar theater, concert of de bioscoop te gaan. Tijdens een week in Porto zat ik soms halve dagen in het appartement dat we huurden aan Praça do Marquês de Pombal, niet alleen vanwege de regen. Meerdere afspraken, in Porto, Antwerpen, Brussel, moest ik afzeggen of verplaatsen. Het ergste was misschien nog dat ik op dertig december hoge koorts kreeg, waardoor ik twee van mijn trouwste en oudste vrienden, die ons in Bredene hadden uitgenodigd voor ons traditionele samenzijn tijdens de nieuwjaarsfeestdagen, ongetwijfeld heb teleurgesteld. Maar ik was zo zwak dat ik me niet eens recht kon houden. Tot eten en drinken was ik al helemaal niet in staat. Pure ellende, ook al omdat ik me zo schuldig voelde, terwijl zo’n koortsaanval toch niet iets is waar je voor kiest.

Wat ik in dergelijke situaties probeer te doen is zoveel mogelijk troost putten uit de denkbeelden en visioenen die uit mijn koortsige roes voortkomen. De nacht van dertig december ging ik onder meer terug naar 1975, toen ik pas was gaan samenwonen met A. Haar vader was niet bepaald op me gesteld. Toen A. bij haar vader was weggegaan had hij haar gewaarschuwd dat ze binnen zes maanden, of al veel eerder, terug bij hem zou zijn. De gevoelens die ik daar toen bij had kwamen nu weer helder naar boven. Misschien ging het zelfs om gevoelens die ik toen niet heb gehad, of meteen had verdrongen? Nu voelde ik een diep verdriet. Wat had die man, mijn toekomstige schoonvader, tegen me? Waarom heeft hij me tot zijn dood nooit willen aanvaarden als zijn zoon? Mijn ouders, die toch ook niet de meest vooruitstrevende mensen van België waren, ontvingen A. meteen met open armen.
Troost putten? Terwijl herinneringen als deze me toch ook triest maken. Maar het is een verwarde en zelfs warme melancholie. De denkbeelden vloeien in elkaar over. De herinneringen aan de strenge schoonvader, mijn tedere en gastvrije moeder. Hoe toen ik nog een kind, een puber was, mijn vriendjes bij ons thuis altijd welkom waren. Mijn moeder een en al aandacht en meegaandheid, zonder zich evenwel aan ons op te dringen. Zonder onze jeugdige dromen met allerlei regeltjes en bevelen te beschadigen. Aan mijn broer die ik nooit meer zie. Ja, die verschijnt nu ook op het toneel. Wat verwijdert ons van elkaar? Ik moet zeker nog eens naar hem toe voor de oude familiefoto’s, sommige zijn wel honderd jaar oud. Of ouder. Portretten van familieleden, mensen van wie ik de gezichten niet meer herken, de namen niet heb kunnen onthouden. Of misschien wel. Dat valt nog te bezien.

nieuw begin, begin, 2018, dagboeknotitie, herfst, winter, 2017, ziekte, pijn, terugblik, binnen, binnenskamers, isolatie, afzondering, asociaal, vrienden, afspraken, koorts, visioenen, dromen, melancholie, troost, familie, ouders, schoonvader, agnes, moeder, broer, foto's, fotografie, sneeuw, woorden, dood, wout vercammen, guche vercammen, antwerpen, provo, kunst, kunstenaars, conscienceplein, pannenhuis, bitter, ziel, stilte, niet vergeten


Nu ik hier in deze roes terechtgekomen ben en de woorden op dikke sneeuwvlokken zijn beginnen te lijken, een ordeloze dwarreling van niet voltrokken gedachten, verneem ik dat Wout Vercammen dood is. Ik ben sprakeloos. De woorden dwarrelen zelfs niet meer. Ze eten zichzelf en elkaar op. De eerste dode van het jaar. Wat kan ik zeggen over Wout? Dat ik hem graag zag? Het is allemaal zo lang geleden. De jaren tachtig in Antwerpen, die glansrijke periode zonder toekomst. Wout was in dat maffe theater een van de protagonisten, een van de pioniers van de nieuwe tijd, die was begonnen met de happenings van provo op het Conscienceplein. De plek waar we elkaar in de jaren zeventig en tachtig nog altijd ontmoetten. In het legendarische Pannenhuis. Nu kom ik nooit meer op dat pleintje. Er is niets meer overgebleven van toen. Alles is opgeofferd aan de vooruitgang, de groei. Het geld. Niet bitter worden, Pulaski. Wout Vercammen is dood. Ik denk aan zijn levensgezellin, Guche. Een dierbare vriendin, een zielsverwante. Een klein stuk uit mijn ziel gehapt, een groot stuk uit die van haar. Wout is dood. Stilte. Maar geen vergeten.

Afbeeldingen: familiefoto's M.P.

15-01-14

TESTAMENT

philbloomhoeplatv1967.jpg

“Vreemd is het leven toch, die geheimzinnige, genadeloos logische opeenvolging van gebeurtenissen, die nergens toe leiden. Het beste dat ervan te hopen valt, is dat je iets over jezelf leert – en dat komt dan te laat; je houdt er alleen een flinke dosis onuitwisbare spijtgevoelens aan over.”
Joseph Conrad, Hart der duisternis.

Begin negentienzevenenzestig richtte ik samen met enkele vrienden (Jan De Pooter, Henry Janssen, Guy Bleus, Luc Verjans) een alternatief schooltijdschrift op. De naam, Testament, had ik van Boudewijn De Groot/Lennart Nijgh, de vorm vonden we bij Nederlandse provotijdschriften, met hun typische afmetingen van 13,75 op 10,5 cm. Qua stijl was het een megelmoes van pop, pulp, jeugdpuistjespoëzie en flauwe humor. Inhoudelijk stelde het tijdschrift niet erg veel voor. Niemand van ons was een groot literator of een diep denker. Dat kon moeilijk anders, jong en naïef als we waren kenden we ternauwernood Rimbaud; van Baudelaire hadden we een beetje een afkeer omdat we zijn ‘Les aveugles’ – “Ils sont vraiment affreux… et cetera” - uit het hoofd moesten kennen. Nogal wat teksten schreven we over uit poptijdschriften als teenbeat, muziek express en tiq, waarin de dichteres Elly De Waard debuteerde.
als een jonge hond 001 (2).jpg

Toch zat er ook iets van onszelf in het blad, onze hoop, onze verwachtingen, onze dagdromen, ons geloof in een betere wereld, in wereldvrede, en bovenal onze liefde voor (alternatieve) popmuziek. Als onvoorwaardelijke bewonderaar van Bob Dylan was ik Dylan Thomas gaan lezen. Hugo Claus had zijn verhalenbundel ‘Als een jonge hond’ (‘Portrait Of The Artist As A Young Dog’) vertaald. Ik heb het mooi uitgegeven Zwarte Beertje hier nu voor me liggen, evenals alle exemplaren van Testament, met uitzondering van het eerste. Is dat wel verschenen, vraag ik me nu af? Zijn we niet meteen met nummer twee begonnen? Overigens veranderde het tijdschrift net zo snel als de tijdsgeest en als wij. Ook de titel veranderde meermaals. In 1968 heette het al Subterranean, nog wat later Sunshine World Magazine. In 1969, toen ik de middelbare school verliet en in Brussel film ging studeren, hield ik het voor bekeken. Mijn vriend Guy Bleus heeft op z’n minst nog een aflevering (Subterranean 2) uitgegeven.
1967a 001.jpg

In de vergeelde tijdschriften, met covers van Guy Bleus en Jan De Pooter, durf ik ternauwernood bladeren. De gedichten die ik schreef waren in weerwil van mijn ‘omgang’ met Dylan Thomas en Hugo Claus beneden alle peil. In die dagen dacht ik echter dat ze geniaal waren. Hoe naïef kun je zijn! Mijn platenbesprekingen waren aaneenschakelingen van clichés, en ga zo maar door. We kopieerden ook zomaar fragmenten uit boeken van pulpschrijvers als Leslie Charteris (“The Saint”). Over de grappen van occasionele medewerkers wil ik het al helemaal niet hebben. Gelukkig was ik zelf helemaal niet grappig, integendeel: ik had een grondige afkeer van ‘moppen tappen’. Het leven was dan wel mooi en groovy en pow wow wow, maar tegelijk ook door en door ernstig.

testament 001.jpgNaast de schaamte is er ook trots. Ik schreef gedichten en proza geïnspireerd door Edgar Allan Poe en Louis Paul Boon, mijn vrienden en ik bewonderden de nieuwe stromingen in de popmuziek, de underground. We luisterden naar Radio London en Superclean Dream Machine, we keken naar televisieprogramma's op VPRO (wie herinnert zich niet de mooie blote Phil Bloom) en zeker ook naar het bijzonder hippe Duitse Beat-Club, we lazen provotijdschriften, we lazen de boeken waar in de klas niet over gesproken werd, werken van Simon Vinkenoog, Hugo Raes, Jan Wolkers, Henry Miller, Louis Paul Boon en Franz Kafka. Onze bijbel was evenwel het Nederlandse tijdschrift Hitweek/Witheek/Aloha. Al die dingen waren nieuw en ongewoon in het brave Limburg, Vlaanderen, België.

Er waren, dachten we, weinig gelijkgezinde zielen, tenzij hier en daar aan de universiteiten, maar daar hadden we helaas geen contact mee. Ons tijdschrift zat in dezelfde stroming als Jazz Bilzen, vooral de editie van 1968, die helemaal in het teken stond van underground en progressieve rock. Ja, hoe naïef en stuntelig ook, we waren voorlopers van wat later de ‘swinging sixties’ en ‘mei ‘68’ zou worden genoemd. Voor ons, een vijftal vrienden, waren die sixties wel swingend, maar de meeste andere leerlingen waren al druk bezig met zich voor te bereiden op een carrière als tandarts, ingenieur, leraar aardrijkskunde of wiskunde. Een beetje zoals in Bob Dylan's 'Tangled Up In Blue'. Wij droomden van een leven als zwervers, als schooiers, als kunstenaars, als dichters, als verlichte nietsnutten. Een droom die gedoemd was te mislukken. Of toch niet?

 ...

 

De elpeehitparade uit Testament nummer vijf, november 1967:

1. The Piper At The Gates Of Dawn – Pink Floyd
2. Procol Harum – Procol Harum
3. The Doors – The Doors
4. Absolutely Free – The Mothers Of Invention
5. Surrealistic Pillow – Jefferson Airplane
6. Bee Geest 1st – Bee Gees
7. Love-In – Wally Tax
8. Are You Experienced? – Jimi Hendrix Experience
9. Da Capo – Love
10.Small Faces – Small Faces

smallfaces album.jpeg

Beelden: Phil Bloom in Hoepla (VPRO) met onder meer Simon Vinkenoog en Johnny The Selfkicker; 'Als een jonge hond' van Dylan Thomas vertaald door Hugo Claus; mijn vrienden en ik na de voorstelling van mijn toneelstuk 'De droom'; Testament nummer drie, maart 1967; The Small Faces op Immediate.

11-07-06

VOOR EN NA DE REGEN 2

syd barrett,pop,popcultuur,dansen,vrienden,school,provo,hasselt,londen,alken,guillaume bijl,jeugd,juke box,montaigne,sister ray,tongeren,pink floyd,velvet underground,beatles,skalden,swinging sixties,mick jagger,keith richards,droom,mei  68,mecca,kinks,jazz bilzen,bilzen,monique,antwerpen,jan,albert ayler,televisie,londerzeel,rome,junkies

Opgedragen aan Syd Barret, in memoriam. 

2.

Een nachtelijke ontmoeting in een huis in opbouw in Londerzeel. Malletje, Sarah (haar naam leer ik pas later kennen, de smaak van haar lippen). Negentienjarige zielsverwanten kickend op The Free.

Mijl in Londerzeel. "Ik ben de roadmanager van Jethro Tull" zegt hij & mag gratis binnen. Zijn Albert Ayler geeft hij me in ruil voor een dag Bed Peace met ex-miss België. Later voegt Rina zich aan Mijls zijde, mijn beste televisieavondvrienden. Bij jullie zag ik Wim Wenders, Rainer Werner Fassbinder, Van Kooten & De Bie. Waar ben je, Rina, zijn er nog sporen van je ziel, stofjes in de lucht die ik inadem? Wat is er met je boeken gebeurd? Met je geliefde Claire Goll? Ik mis je middernachtgesprekken, met letterlijke citaten uit interviews in de Humo - die ik zelf weigerde te lezen.

Marie liepen wij - ik was toen al een wij - jaren later in Rome tegen het lijf. Nee, mijn geheugen bedriegt me, ze fietste ons tegemoet op de Corso. Marie, die me aan Griet herinnert, Antwerpse junkie, en dan was er die andere uit de Middaglijnstraat in Schaarbeek, die in onze punkwoning in de Palfijnstraat onderdak vond & toch weer aan de spuit ging. Duchateau met zijn blikken doosjes. Met zijn pervitinepilletjes. Met – vele jaren later - zijn videocamera op onze huwelijksdag. Waar is die verdomde video, vriend? Ik wil zien wie wij waren in januari 1999 toen we innerlijk bruisend over de Anspachlaan liepen.

Ook Monique mag ik niet vergeten. Uit Alken. In mijn armen in Hasselt. In Blankenberge. Mijn eerste genotsvlees. Haar liefdesbrieven bewaar ik in een doos waar rode schoentjes in hebben gerust, die dansten op het ritme van the Slits, Clash en Television. Grijsgedraaide platen, brieven witgelezen

Paul V in Bilzen. Een Face, zoals ik. Een hele regenachtige middag speelde ik in zijn dichtbevolkte kelder ‘impromptus’ op de piano en zong de ziel uit mijn lijf. Bij The Small Faces in Diepenbeek kuste ik een Flower Power meisje. We waren twee uur lang lovers & ze dronk van mijn zakflesje Gordon’s Gin. Was ik niet zelf een Steve Marriott, een magere Tin Soldier, met lange haren & een hippe zonnebril, die ik in Maastricht had gekocht. Liefde op het eerste gezicht. Hoe heette je toch? Heb je nog altijd die modzonnebril van me? Denk je nog aan ons gekus als je de bril uit je oude prullendoos tevoorschijn haalt? Voor ons was de muziek het sacrale. Dylan's It Takes A Lot To Laugh, It Takes A Train To Cry, the Pink Floyds See Emily Play, the Pretty Things' Hey Rosalyn.

Op mijn eentje op het voordek van het ouderlijk schip. Bij het binnenvaren in het Straatsburgdok liet ik de beat weergalmen: Substitute, It's My Life (“and I do what I want”), I'm Free, All Day And All Of The Night. Of ik zat te lezen in het provoblaadje Lynx in café de Dolfijn in Maastricht, in café Skalden in Hasselt, Witch Doctor op de jukebox, Child Of The Moon. Kickend op Mick Jagger & Keith Richard, It's The Singer Not The Song, Got To Get Away. Een avond in juni, 1967, in the Mecca in Londen, dansend met de kleine Johannes en Lucas en de meisjes. Overal in de swinging London straten Sgt. Pepper's Lonely Hearts Club Band en Are You Experienced?.

Mei 1968. Kicken op Let's Spend the Night Together, Matilda Mother & op mijn eigen experimenteel toneelstuk "De droom", waarin de in werkelijkheid voortdurend gepeste en verstoten Kikkeroog - zo werd hij genoemd, ik ben zijn voornaam vergeten - van het getreiter werd gered. Een catharsis zonder dat wij het wisten. Kickend in de kelder van het Atheneum op The Velvet Undergrounds Sister Ray, met Popov & Fiat de andere spitsbroeders. In "De droom" zaten zolang het stuk duurde drie kortgerokte meisjes zwijgend neer. Zitten, zwijgen en mooi zijn. Meer mocht niet van de prefect. Meisjes die samen met jongens repeteerden, dat was des duivels, vond de prefect. Korte rokjes en lange haren waren al schandalig genoeg.

Zo heb ik de draad toch weer te pakken: vriendschap is het allerhoogste, zoals ook Montaigne wist.