15-11-16

TIEN DAGEN DIE MIJN WERELD DEDEN WANKELEN

shininf-hedge.jpg

Woord vooraf

Een uur is kort, tien dagen kunnen lang duren. Tien dagen zijn kort, een uur kan lang duren.

Niet alleen grote gebeurtenissen schudden je wereld door elkaar. Neem nu een obsessie: die kan met iets kleins beginnen, met een muggenbeet, met de geur van ether of, al wat groter, met een vlucht wilde eenden, et cetera. Meestal is wat in je omgaat of wat je bepaalt een combinatie van kleine en grote dingen. Zelfs als je het niet wilt leef je toch in de grote wereld. Je zit of staat of loopt altijd rond in een netwerk, een systeem, een macrokosmos. Of je zit gevangen in een web. Soms is het een doolhof, zoals bij Jack Torrance in ‘The Shining’. Daar kom je meestal niet levend uit.

‘Ten Days That Shook The World’ is een boek van John Reed over de Russische Oktoberrevolutie van 1917. De hiernavolgende tien notities hebben daar niets mee te maken. Ik gebruik alleen maar de titel omdat die goed klinkt.

John Reed at desk.jpg

Dag 1: 2 november 2016 / Eight Days A Week

Het is mooi weer, maar er waait een koude wind. De metro naar het centrum heeft meer dan een kwartier oponthoud. “Zodra het metrostel kan vertrekken vertrekt het,” blijft de omroepstem herhalen. Waarom blijven we stilstaan? Heel wat reizigers stappen uit, verlaten het metrostation. Ik heb met enkele vrienden afgesproken om in de Aventure samen naar ‘Eight Days A Week’ te gaan kijken, een film over beatlemania, maar over zoveel meer dan dat merkwaardige fenomeen. Ik ben vooral ontroerd door de diepe vriendschap die er tussen de vier muzikanten bestond. Maar zeker ook door de muziek, lekker luid in de bioscoopzaal, die nog steeds fris en aanstekelijk klinkt. De periode in de loopbaan van the Beatles die mij echter het meest fascineert komt in de film niet aan bod, die na beatlemania, na de hectische tournees, de periode vanaf ‘Rubber Soul’, vanaf januari 1966. (1966 was overigens een magisch jaar voor de popmuziek en voor de jeugdcultuur. Jon Savage heeft er een zeer lezenswaardig boek over geschreven.)
Als we buitenkomen regent het. We haasten ons naar het fish & chips-eethuis Bia Mara aan de Kiekenmarkt, de straat – een markt is het niet - waar ik in juni 1997 op het nippertje aan de dood ontsnapte.

the_beatles 8 days.jpg

Mijn vrienden en ik vormen een genootschap dat ‘Renaldo & Clara’ heet. We wijden een klein deel van ons leven aan het werk van Bob Dylan. Maar vergis je niet. ‘Bob Dylan’ is een ruim concept. Zo valt ‘Eight Days A Week’ daar ook onder. Later, bij Jan in Elsene, kunnen we maar moeilijk ophouden met praten in plaats van te luisteren naar de muziek die op het programma staat. Het zit namelijk zo. Elke keer als we bijeenkomen hebben we een thema waarrond we elk vijf à tien songs verzamelen en die we dan samen in stilte beluisteren en vervolgens (soms) becommentariëren. Het is een beetje zoals mijn radioprogramma, Zéro de conduite. Maar op die Allerzielendag komen we maar niet toe aan de songs. Donald Trump gooit roet in het eten, vergif zelfs. Hij zou, o ramp, de verkiezingen wel eens kunnen winnen. Maar is Hillary Clinton dan zoveel beter? Zij vertegenwoordigt toch ook de elite, en wordt door Wall Street gesteund? We blijven de hele avond discussiëren en altijd belanden we bij de noodlottige Trump. Niet dat de andere naoorlogse Amerikaanse presidenten zoveel beter waren. Zelfs Obama was geen engel, wel integendeel. Alleen Jimmy Carter krijgt onze sympathie. Tijdens zijn bewind werden er joints gerookt in het Witte Huis. En als ik me niet vergis traden the Allman Brothers er op. Niet dat dat de wereld op zijn grondvesten deed daveren…
renaldo clara.jpg

Het gebeurt niet zo vaak dat een gesprek meer deugd doet dan met vrienden naar uitverkoren muziek luisteren, maar die avond gaan we desondanks met een goed gevoel naar huis. Althans, zo ervaar ik het. Ik heb het gevoel dat onze stemmen het naderend onheil, de Amerikaanse tragedie, voor een deel hebben geneutraliseerd. Alsof het goedaardige drones zijn geweest. Voor songs is er later nog tijd. Zelfs toen de Titanic aan het zinken was speelde het orkest door. En Geert Mak beweert dat we ons daar nu bevinden.

titanic musicians.jpg

 

08-11-16

THE GRAPES OF WRATH, CHAPTER 25

depression era 1.jpg

"(...)
And the smell of rot fills the country.

Burn coffee for fuel in the ships. Burn corn to keep warm, it makes a hot fire. Dump potatoes in the rivers and place guards along the banks to keep the hungry people from fishing them out. Slaughter the pigs and bury them, and let the putrescence drip down into the earth.

There is a crime here that goes beyond denunciation. There is a sorrow here that weeping cannot symbolize. There is a failure here that topples all our success. The fertile earth, the straight tree rows, the sturdy trunks, and the ripe fruit. And children dying of pellagra must die because a profit cannot be taken from an orange. And coroners must fill in the certificate—died of malnutrition—because the food must rot, must be forced to rot.

The people come with nets to fish for potatoes in the river, and the guards hold them back; they come in rattling cars to get the dumped oranges, but the kerosene is sprayed. And they stand still and watch the potatoes float by, listen to the screaming pigs being killed in a ditch and covered with quick-lime, watch the mountains of oranges slop down to a putrefying ooze; and in the eyes of the people there is the failure; and in the eyes of the hungry there is a growing wrath. In the souls of the people the grapes of wrath are filling and growing heavy, growing heavy for the vintage."

John Steinbeck, The Grapes Of Wrath, Chapter 25, 1939

depression 3.jpg

16-07-16

EEN MIDDAG IN CADIZ

2016-05-Andalusië-Canon-Totaal 054.JPG

Een middag en avond met A. en mijn vrienden Maria Jesus (Menchu), Carmen, Harvey en Juan. Menchu is een en al liefde, caritas, passie, ze is voor mij al sinds 1999 de ziel van Cadiz. Na zeventien jaar nog steeds dezelfde fonkelende ogen.
Zoveel woorden aan politiek verspild. Menchu, Carmen en A. houden zich wat dat betreft enigszins afzijdig. Vooral de mannen voeren het woord. De blijvende corruptie in Spanje… Maar is corruptie niet van alle tijden en woekert ze niet in de harten van miljoenen mensen? Maakt ze niet telkens weer hele samenlevingen kapot? Corruptie en afgunst, de twee grote kwalen. In Cadiz is Podemos aan de macht gekomen. Mijn vrienden vragen zich af of er nu iets veranderen zal. De Panama Papers geven aanleiding tot veel achterdocht en zelfs paranoia. Mijn vrienden zijn al bij al pessimistisch: de grote massa blijft voor de Partido Popular stemmen, zeggen ze.
Ik verneem dat er weinig moslims in Andalusië leven. Degenen die hier destijds zijn aangekomen – ik heb ooit een groot schip vol Afrikaanse vluchtelingen in Algeciras zien binnenvaren - zijn naar andere streken vertrokken, vooral naar Duitsland, België, Nederland. Nogal wat meisjes en jonge vrouwen belanden in de prostitutie in Madrid en Barcelona. Ik hoor de onuitgesproken vraag of West-Europa zoals Spanje in 711 veroverd zal worden door de Arabieren? Zo’n vaart zal het niet lopen, maar we kunnen de toekomst niet voorspellen. Ik heb geen problemen met moslims, zeg ik. (Dat lijkt bijna een racistische uitspraak. Als je geen problemen met de moslims hebt hoeft dat ook niet verwoord te worden. Maar we praten Engels en Spaans ‘zonder moeite’, dan druk je je niet bepaald subtiel uit.)
2016-05-Andalusië-Canon-Totaal 225.JPG

Harvey, een Canadees die al tientallen jaren in Spanje woont, was in 1973 in onze hoofdstad. Je zou de stad niet herkennen, zeg ik. Zelf ben ik in Brussel in de herfst van 1969 aangekomen. Een groot dorp was het hier, of zo leek het toch. Hoewel de stad nog steeds, zoals in de tijd van Lautréamont, Baudelaire en Marx, een internationaal subversief bolwerk was: ik herinner me Living Theatre, Mothers Of Invention, Free Press Book Shop, et cetera. Harvey herinnert zich dan weer dat de Brusselse Vlamingen gastvrij en open van geest waren.
Juan en Menchu hebben weinig mogelijkheden om te reizen. Ze gaan graag naar Marokko, houden van de lekkere maghrebijnse keuken. Essaouira is hun droombestemming. Maar ze zijn ook trots op hun Andalucia, en in het bijzonder op Granada, die parel aan de Andalusische kroon. Menchu is met ziekteverlof geweest, een depressie door omstandigheden op het werk. Haar baas is een fundamentalistische katholiek. Ja, die bestaan ook. Ik kom niet te weten wat Juan doet. Hij is intelligent en spreekt veel beter Engels zonder moeite dan ik. Carmen, uit Barcelona afkomstig, schildert. Ze is vol lof over Rafael Alberti uit Malaga. Ik herinner me dat ik ooit een boekje van hem las, ‘De 8 namen van Picasso’, maar dat krijg ik moeilijk uitgelegd. Rafael Alberti was een goede vriend van Picasso, hoewel hij twintig jaar jonger was dan de grootmeester van het kubisme. En dan bestellen we nog een rondje en lachen nog wat en worden wat melancholisch. Inmiddels is het donker geworden. We werpen ongemakkelijke blikken op de openstaande deur en denken aan de wegen die elk van ons in eenzaamheid zal moeten begaan, aan de vragen waarop niemand van ons een antwoord zal vinden.

2016-05-Andalusië-Canon-Totaal 218.JPG

...

Foto's: Martin Pulaski, Cadiz, april 2016

01-04-16

PLEIDOOI VOOR EEN NIEUW BRUSSEL

BRUSSEL 069.JPG

Bewonderaars en verheerlijkers van Brussel heb ik altijd gewantrouwd. Wat waren hun motieven, waren zij wereldvreemd, blind of gewoon maar onnozel? Verlieten zij nooit de veiligheid van hun enclaves, Dansaertstraat, Louisalaan, Flageyplein? Meestal voel ik me een vreemde in deze stad. Zij heeft mij nooit met open en zelfs niet met gesloten armen ontvangen. Voor een deel ligt dat aan mezelf, ik heb me zelden ergens thuis gevoeld, tenzij tijdens een reis, als ik ergens aankwam, bijvoorbeeld in New Orleans, Santa Fe of Cadiz. En een korte periode in Antwerpen, van 1977 tot 1982 om heel precies te zijn.

Hoe ik Brussel bekijk hangt van mijn stemming af, maar mijn stemming hangt ook af van hoe Brussel met mij omgaat, van hoe Brussel mij bekijkt. Er zit veel ongehoorde en ongeziene schoonheid in deze stad verborgen. Soms, als het weer meezit en de passanten je wat vriendelijker dan op druilerige dagen aankijken, is ze bereid haar schatten te laten bewonderen. Dan laat ze zich van haar zachtste kant zien, ze ruikt lekker, voelt zacht aan, zachter zelfs dan de arm van Everard ’t Serclaes* op de Grote Markt.

Brussel is al een poos geen ruïne meer en is evenmin een moeras. De legendarische stadskankers zijn merendeels weg. Dure hotels en kantoorgebouwen hebben hun plaats ingenomen. Maar er is nog steeds veel grauwheid, vuilnis, lelijkheid, wat weliswaar het mooie accentueert, de parken en plantsoenen, de kerken, de art nouveau-gebouwen, de vele cafés met hun terrassen, oases van verrukkelijk leven. Maar pittoreske pleintjes, Vlaamse primitieven, bruisende kroegen, verfijnde art nouveau-gevels, kunnen het verval – dat niet uitsluitend materieel is - niet compenseren.
Ik noem Brussel op elk gebied een onderontwikkelde, een arme stad omdat haar inwoners zich niet al te druk lijken te maken over het verval, over het vuil, over de chaos die hier heerst. De Brusselaars, van waar ze ook gekomen zij, lijken bijna altijd in ongeveer alles een berustende houding aan te nemen. Slechts weinigen walgen van de lelijkheid en het vuil en storen zich aan het dysfunctionele van deze stad. Ik ken niet één Europese stad die zo slecht functioneert, in elk van zijn facetten, in al zijn wijken, in elk beleidsdomein. Bijna niets werkt hier zoals het hoort.

Al lange tijd is Brussel een gebroken stad, een stad vol (soms moeilijk zichtbare) muren. Iedereen kent ze wel, bijvoorbeeld de muur van de Noord-Zuidverbinding, die de stad op een brutale manier in twee delen heeft gesplitst, een echo (of voorspelling) van de opsplitsing van België. Er zijn veel meer zulke muren. Overal waar brede autowegen werden aangelegd lopen smalle straten dood. Ze werden in twee gesneden. De band die er bestond tussen de buren werd stukgemaakt. Door de bouw van Shopping Centra werden winkelstraten territoria voor vandalen, rotondes en pleintjes veranderden in no go zones. De Ring rond Brussel heeft van de stad een eiland gemaakt, een organisme dat niet mag groeien. Sommigen noemen het een olievlek, maar zelfs een olievlek breidt zich uit. Anderen beschouwden de hoofstad als een grote vuilnisbelt. Forensen uit de deelstaten dumpten er hun groot en klein afval. Gemeentelijke volkscommissarissen gaven de schuld aan ‘de Zigeuners’.

Brussel is een zee van mogelijkheden. Dat zou iedereen die hier woont, dat zou iedereen die het goed voorheeft met dit land moeten weten. Brussel bruist van jong (maar ook van oud) leven. Brussel moet die mogelijkheden de kans geven reëel, tastbaar te worden. Brussel moet dringend aan het nieuwe de voorrang geven, zonder zoals bij de Culturele Revolutie in China de traditie te verwerpen of vernietigen. Ja, Brussel moet dringend veranderen.

BRUSSEL 029.JPG

Ook degenen die neerkijken op Brussel, de taalstrijders, de fanatici, de voorstanders van een monocultuur, de gesloten geesten, zij die deze stad een olievlek noemen, die omcirkelende fietstochten en marathons organiseren om ze op symbolische wijze af te bakenen en in te sluiten, heb ik altijd gewantrouwd. Je vindt zulke mensen zeker ook in Wallonië, maar vanwege mijn achtergrond (ik ben in Antwerpen geboren, in Limburg opgegroeid), ken ik de Vlamingen beter. Ik wens niet te veralgemenen. Ik heb het over Vlamingen met een gesloten mentaliteit, degenen die bang zijn voor ongeveer alles wat zich buiten hun huis en hun tuin afspeelt. Anders, zelfs gevaarlijk, mag ook, maar dan in de omlijsting van een scherm, op een podium of in een van de eerbiedwaardige kunsttempels.

De voorbije maanden en zeker sinds 22 maart kwam er vooral vanuit Vlaanderen veel kritiek op de Brusselse politieke en politionele structuren. De architectuur van de macht. Voor een keer ben ik het met die Vlaamse kritiek (die bijna unaniem is) eens. Brussel moet een bestuurlijke eenheid worden. Brussel moet één politiezone krijgen. Brussel zal behoorlijk bestuurd moeten worden, op elk gebied. Mobiliteit, sociale voorzieningen, veiligheid, ecologie, cultuur, et cetera moeten in alle wijken op dezelfde leest geschoeid worden, zonder de diversiteit uit het oog te verliezen. Dit is een absolute noodzaak. Hoe dit in de praktijk kan gebeuren, daar moet nu over nagedacht worden. Maar er mag niet getalmd worden. Bij de veranderingen en vernieuwingen, in volstrekte transparantie moeten alle inwoners van deze stad betrokken worden. Alle inwoners in alle wijken – van alle kleuren en talen en leeftijden. En waarom niet alle Belgen: Brussel is de hoofdstad van dit land. Want moet niet heel België hervormd worden? Ja, toch. Wat na de val van de muur in Duitsland kon, dat moet in dit kleine en welvarende land zeker kunnen. Ik zie Duitsland niet als de ideale staat, maar hij lijkt wel vrij goed te functioneren. Een goed voorbeeld is het dus wel.

Ik heb in Brussel gewoond van 1969 tot 1977 en sinds de zomer van 1991 ben ik hier niet meer weggegaan. Heb ik daarom recht van spreken? Ik denk het wel. De volgende dagen zal ik wat over mijn bijzonder negatieve ervaringen met de Brusselse politie vertellen. Die tonen aan dat de politiezones niet werken, dat veel in de doofpot wordt gestopt, dat er corruptie bestaat. Dat de politie niet kan (of kon) instaan voor de veiligheid van inwoners van deze stad. Dat zeer zwaar probleem hangt samen met de manier waarop Brussel bestuurd wordt. Negentien gemeenten met stuk voor stuk hun eigen kleine belangen kunnen onmogelijk goed samenwerken. Zelfs de vijf grote Amerikaanse maffiafamilies (zie The Godfather) spelen dat niet klaar. En op zulke families lijken de Brusselse baronieën zeker wel. Al schieten ze elkaar nog niet overhoop tijdens een of andere eredienst. Althans, daar heb ik geen weet van. Is deze vergelijking met de maffia overdreven? J. Edgar Hoover, FBI-directeur van 1935 tot 1972, ontkende dat de maffia een grote misdaadorganisatie was.

BRUSSEL 065.JPG

*wie over zijn arm wrijft kent een jaar lang geluk in de liefde, wie hem kust krijgt difterie.
Foto's: Martin Pulaski, Brussel, 2013

21-03-16

IS HET NU GENOEG GEWEEST?

IMG_0196 tom cruise.jpg

Uvi, een van de goede vrienden die ik nooit heb gezien*, wees me op een opiniestuk van Luckas Vander Taelen. Het staat op de website van de VRT (DeRredactie.be), met als kop:  “Luckas Vander Taelen, houdt van Brussel, maar nu denkt hij: "Ça suffit, j'en ai marre." Hij hoopt dat nu eindelijk iedereen de realiteit onder ogen durft te zien en ootmoedig toegeeft dat men de problemen heeft laten verrotten.”

Wat de groene politicus en ex-zanger van Lavvi Ebbel zegt komt min of meer overeen met wat ik in mijn vorig stukje ook al schreef:

"Vanaf de jaren zeventig zijn hele wijken leeg komen te staan. Daar kregen gangsters, afpersers, corrupte politici en politiecommissarissen vrij spel. Daar maakte eendracht wel macht. Daar bevond zich de val voor immigranten die nergens anders welkom waren. Daar ontstonden de getto’s. Terwijl andere Europese steden, denk aan Kopenhagen, Stockholm, Amsterdam, Berlijn, zich vernieuwden, open en speelse plekken werden, werd Brussel een – bewust gecreëerde - ruïne."

Het is niet de eerste keer dat ik van Luckas Vander Taelen opiniestukken over dit onderwerp lees, met name over het dreigend gevaar van de islamisering van onze stad. Het komt er telkens op neer dat hij er nu genoeg van heeft, dat hij ons al jaren heeft gewaarschuwd voor wat er nu gebeurt. Maar wat heb je aan waarschuwen? Misschien heeft Vander Taelen ook werkelijk iets gedaan, dat weet ik niet zo goed. Hij is vermoed ik wel nog steeds politicus maar ik hoor weinig van hem. Dat lijkt me trouwens een typisch Brussels fenomeen: wij horen maar heel weinig van onze politici. Je moet al Le Soir lezen om een beetje op de hoogte te blijven, maar daar heb ik geen tijd voor.

De vraag is of het tij kon gekeerd worden. En indien dat kon, heeft Luckas Vander Taelen - of wie dan ook van de Brusselse** politici die in de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw door ons zijn verkozen – een stap gezet om dat tij daadwerkelijk te doen keren? Die indruk heb ik niet. Hoewel er altijd uitzonderlijke mensen zijn, die wel iets doen. Waarschuwen is ook niet niets, natuurlijk. Maar hoe vaak is het geen loutere paniekzaaierij? Zelf denk ik niet dat het tij kan gekeerd worden. Tegen de gang van de geschiedenis staan wij min of meer machteloos, hoewel wij zelf toch ook de geschiedenis maken. Er maar wat op los leuteren, zoals ik nu in zekere zin doe (zou je kunnen opwerpen), opinies en meningen verkondigen, stelt niet veel voor. Grote stromingen bepalen ons leven. Wie kon de nazi’s stoppen, wie Stalin? Terwijl het uiteraard toch goed was dat, om maar een voorbeeld te geven, een groot deel van de bevolking protesteerde toen de Sovjets met hun tanks Praag binnenvielen. Maar het tij werd niet gekeerd. Dat gebeurde pas veel later, in 1989, met de val van de muur. Wie had dat zien aankomen?

Maar laat me terugkeren naar Brussel. In plaats van taalstrijd en verfransing en alle mogelijke vormen van corruptie – denk aan het Manhattanplan van VDB en Charly De Pauw – hadden we meertaligheid, verstandhouding, directe democratie, solidariteit moeten krijgen, moeten eisen.
We hadden komaf moeten maken met de typische Brusselse onvriendelijkheid, neerbuigendheid en onbeschoftheid. Zolang ik hier woon is vriendelijkheid ver te zoeken geweest. België is geen gastvrij land, Brussel is geen gastvrije stad, integendeel. Hoe behandelen wij al tientallen jaren onze gasten? We doen alsof ze niet bestaan, net als aan de bedelaars en de daklozen lopen we aan ze voorbij: ze zijn onzichtbaar.

Waarschuwen en blijven herhalen dat je gewaarschuwd hebt haalt niets uit. We moeten ons afvragen wat we kunnen doen. Welke goede daden onze stad en onze gemeenschap leefbaarder en zachtaardiger kunnen maken. Of is het daar nu te laat voor?

IMG_0119 zuidstation.jpg

*om Neil Young te parafraseren
**ik heb het over Groot-Brussel, de negentien gemeenten
...
Foto's: Martin Pulaski, Brussel, 2013

28-02-16

VRIJE RADICALEN: ROBERT BRESSON, SAMUEL FULLER, MARGARETHE VON TROTTA

balthazar1.jpg
Vlucht ik weg in films of ga ik op zoek naar aanvullingen van mijn kleine werkelijkheid, naar verbeeldingswerelden die mijn ‘geestelijke’ woestijn vruchtbaarder zouden kunnen maken? Aan de groei van woestijnen valt evenwel niet te ontsnappen. Je brengt water naar de zee. De beelden die in je geheugen zitten opgeslagen, herinneringen, worden vervangen door die van filmkunstenaars als Robert Bresson, Samuel Fuller en Margarethe Von Trotta. Niet de verhalen blijven je bij (die vergeet je bijna meteen weer) maar de welsprekende beelden, en soms ook de associaties die ze oproepen, zoals de ogen van de ezel in Bressons ‘Au Hasard, Balthazar’ die van Jezus in ‘Het evangelie volgens Matteüs’ van Pasolini oproepen, en de verschijning van het meisje Marie, vertolkt door een betoverende Anne Wiazemsky, de verschijning in mijn leven van mijn jeugdvriendinnetje Henrietta. Zelden heb ik een fictief personage gezien dat meer indruk op me maakte. Twee personages eigenlijk: Balthazar de ezel en Marie het boerinnetje. Hoe is het mogelijk dat een film over niet veel meer dan een ezel zo mooi kan zijn, zo krachtig, ontroerend en ‘menselijk’ dat ik hem al na een eerste keer meteen een tweede keer wil zien?

shockcorridor12.jpg
Samuel Fullers ‘Shock Corridor’ is zowat het tegenovergestelde van een verhaal over een ezel. Bij hem ook de kracht van beelden, van licht en donker, al is zijn donker veel zwarter dan dat van Robert Bresson*. Fuller brengt het slagveld dat de Amerikaanse samenleving is in beeld. Een journalist die bereid is catatonisch te worden als hij maar de Pulitzerprijs wint; zijn geliefde, een prostituee, die in zijn verbeelding zijn zuster moet worden, om op die manier aan zijn incestverlangens tegemoet te komen; een blanke jongen uit het Zuiden, die in Korea verlokt wordt door het communisme maar zich daarna opnieuw ‘bekeert’ tot het kapitalisme en ten gevolge van die verwarring in een psychose terecht komt, waarin hij een Zuidelijke generaal is tijdens de Amerikaanse burgeroorlog; een psychotische zwarte man die denkt lid te zijn van de Ku Klux Klan en haatpropaganda tegen de zwarten verspreidt; een kernfysicus die zich gedraagt als een klein bang kind van zes; een bende nimfomanen die de ambitieuze journalist willen verslinden. Dwangbuizen, elektroshocks. En geen happy end.
bleierne-zeit1.jpg
Ook ‘Die bleierne Zeit’ van Margarethe von Trotta loopt niet goed af. Ook bij haar zijn de beelden belangrijker dan het verhaal. ‘Die bleierne Zeit’ vertelt een aantal episodes uit het leven van Gudrun Ensslin, nauwelijks gefictionaliseerd. Als ‘Balthazar’ ‘de idioot’ is, dan is dit ‘schuld en boete’. De film begint met een huiselijk tafereel, maar meteen daarop volgt de zelfmoord van Werner (in werkelijkheid Ensslins echtgenoot, Bernward Vesper, auteur van het verontrustende romanessay ‘Die Reise’). Vanaf dan zit je tot het einde, met de zelfmoord van Marianne Klein (in werkelijkheid Gudrun Ensslin) middenin de paranoia en de grauwheid van het Duitsland van midden de jaren zeventig en de terreur van de Rote Armee Fraktion. Die paranoia wordt niet op een hysterische manier getoond. Wat je ziet zijn sobere beelden. “De personages staan onbeschermd in een wereld die kaal is”, schreef Joyce Roodnat over ‘Die bleierne Zeit’. De terreur en de wraakroepende reactie daarop van de kleinburgerlijke Duitse politiek en media worden niet getoond. Je voelt die spanning in het dagelijks leven van Juliane Klein (vertolkt door een geweldige Jutta Lampe), de zus van Marianne, en zeker als de zusters elkaar ontmoeten in de streng bewaakte Stammheim-gevangenis.

Tijdens en na het zien van ‘Die bleierne Zeit’ zat ik te denken hoe moedig, sterk, waarachtig die twee vrouwen waren. In hun daden, in hun historisch bewustzijn, in hun woorden. Ongetwijfeld waren er veel meer zoals zij, ook mannen. Het werd me droef te moede dat er van al dat idealisme van die dagen – helaas soms verkeerd aangewend – zo weinig is overgebleven. Alleen al de kleinigheid dat de vrouwen het vanzelfsprekend vonden geen beha te dragen was in zekere zin revolutionair. Zeker bekeken met de ogen van iemand die in het heden leeft, tijd van de nieuwe preutsheid, de nieuwe zedigheid en de afschuw voor alles wat radicaal is.

Ja, films blijven ongetwijfeld aanvullingen van mijn kleine werkelijkheid, zoals mijn dromen correcties zijn van mijn dagen die ik abusievelijk kleurloos en vaak vervelend noem. Wat geschreven is,- ook door mij, die mezelf soms zo minacht, minderwaardig vind - is rijk, betekenisvol, zit vol lagen, verwijzingen, connotaties. Elk woord is een universum. Het komt erop aan het zien te schitteren in zijn tekstveld, in zijn tuin van tekens, veelkleurig of in de talloze nuances van zwart en wit en schuld en boete en verlossing.

GUDRUN ENSSLIN2.jpg

 

* Schitterend camerawerk van de Belgische cinematograaf Ghislain Clocquet

23-09-15

EPIC FAIL VAN DE MINISTER VAN PERFIDITEIT

2015-09-BERLIJN 152.JPG

Een Duitsland dat geen gastvrijheid voor vluchtelingen kent is niet langer mijn Duitsland. Dat waren vrij vertaald de emotionele woorden* van Angela Merkel in een Duitse krant die ik vorige week dinsdag in Berlijn tijdens de boodschappen in een warenhuis toevallig las. Ik las die woorden met verbazing en ontroering. Bijna stond ik daar midden in de Rewe te huilen. Is me dat al eerder overkomen? Ik geloof het niet. Nochtans ben ik geen bewonderaar van de Duitse bondskanselier. Hoe zij zich tegenover Griekenland opstelde vond ik wraakroepend. Nu echter zag ik Angela Merkel in een ander daglicht. Ik was blij dat ik me in haar land bevond, ik voelde me een klein beetje een Berlijner. Op dit ogenblik, twee dagen terug in het vaderland, voel ik me veel meer Berlijner dan Brusselaar. Vlaming voel ik me al lang niet meer.

De gastvrijheid van mevrouw Merkel kreeg meteen kritiek binnen haar eigen partij en vooral van de CSU, de zusterpartij van Merkels CDU. Die  wil dat de massale toestroom van vluchtelingen wordt beperkt. De Beierse minister Herrmann van Binnenlandse Zaken noemde het openstellen van de grens 'een verkeerd signaal'. In de Nederlandse Volkskrant wordt haar humanistisch standpunt als een sprookje weggewuifd. In zijn gastcollege aan de Universiteit Gent noemt de minister van perfiditeit Bart De Wever de bondskanselier ‘mutti Merkel’ en beschrijft hij haar humanisme als volgt: “’Herzlich wilkommen’. Dat is wat ik noem een epic fail.” Wat een epic fail precies is weet ik niet, maar ongetwijfeld niets fraais. Ik weiger me al te veel bezig te houden met de oproerkraaier, maar soms kan het niet anders. Vreemd blijft het echter wel dat een burgemeester van een middelgrote stad voortdurend de volle aandacht van zowat alle media in dit land krijgt. Hij heeft duidelijk een uitstekende knecht van propaganda, of mogelijk is hij zijn eigen Goebbels? Mijn enige troost is dan dat het duizendjarige rijk van de nazischurken niet echt lang heeft geduurd. Gisteren zag ik nog op televisie hoe hun verhaal geëindigd is. Wat van hen overbleef was een hoopje verpulverde botten; van Hitler, de massamoordenaar van allen die ‘anders’ waren en van zijn eigen volk, restte niet meer dan een kaakbeen.

Als Angela Merkel op de ingeslagen weg doorgaat zal ze in de geschiedenisboeken worden vermeld als de vrouw die het humanisme in Europa heeft gered. Maar ze heeft nog een lange weg te gaan. Die van de minister van perfiditeit loopt nu al dood. En aan het eind van zijn tunnel is alleen maar duisternis. To everything there is a season, turn, turn, turn.

...


*"Ich muss ganz ehrlich sagen: Wenn wir jetzt anfangen, uns noch entschuldigen zu müssen dafür, dass wir in Notsituationen ein freundliches Gesicht zeigen, dann ist das nicht mein Land."

Foto: Martin Pulaski, Berlijn, 9 9 2015

22-09-15

WEITERMACHEN

2015-09-BERLIJN 825.JPG


Na twee weken in Berlijn, zo dichtbij en toch een andere wereld, kijk ik weer door hetzelfde raam van mijn zelfde kamer naar andere wolken. Heel wat donkerder dan veertien dagen geleden. Verhuizen naar daar zit er voorlopig niet in. Al deze boeken wegen zo zwaar. En echt slecht is het hier nu ook weer niet. Alleen moeten we ervoor zorgen dat dit land opnieuw een democratie wordt. Eén keer het nieuws beluisteren en ik weet al genoeg: uitsluiting, uitstoting, intolerantie, enggeestigheid, angst, onderdanigheid en berusting bepalen het dagelijks leven hier. Laten we dat veranderen. Liever lief, was het motto van onze jeugd. Waarom niet opnieuw dat motto hanteren? Maar nooit liefde voor degenen die geen liefde kennen, degenen die alleen maar haat en onverdraagzaamheid schijnen te kennen.

Ik blijf de geest van opstandigheid en dwarsheid trouw. Ouder maar tegelijk jonger, op zoek naar andere jonge soul rebels. De revolutie waar ik deel van uitmaak heeft nog altijd geen naam. Haar oorsprong ligt in de jaren vijftig en zestig, in rock & roll, fluxus, beat, summer of love, happenings, Angela Davis, Rudi Dutschke, Albert Camus (L’homme révolté), Georg Groddeck, Norman O. Brown, Bucky Fuller, Donovan, Jimi Hendrix, Bob Dylan, Patti Smith, Antonin Artaud, Henry Miller, Anais Nin – je kent de namen, je kent de muziek. De revolutie waar ik deel van uitmaak is mooi en chaotisch, ze begint elke dag opnieuw, soms val je er bij neer, maar altijd sta je weer op en groet dan de dingen en de mensen, die vaak toch goed zijn. Nooit is in onze revolutie iets zeker, nooit iets af, altijd zijn er mogelijkheden, mogelijkheden, mogelijkheden. En ons andere motto las ik op Herbert Marcuse’s grafsteen: Weitermachen!

...

Foto: Martin Pulaski, Berlijn, 18 9 2015.

12-06-15

DE BOMEN VAN ANDERLECHT

IMG_2813.JPG

Brussel is op cultureel gebied wellicht een van de rijkste steden van de wereld. Dat stelde ik gisteren nog een keer vast tijdens een wandeling door Schaarbeek en Sint-Joost-Ten-Node. Tientallen talen, culturen, manieren van zich te kleden… Winkels en cafés in alle vormen en kleuren, en restaurants met ongeveer alle gerechten van de wereld op het menu.  Geen Michelin-sterren, gelukkig niet.

Maar dan stap ik in Anderlecht aan Veeweide uit de metro en zie de omgezaagde bomen in wat sinds mensenheugenis het Stadium wordt genoemd – en woord dat in beton gebeiteld is. Het Stadium, dat eigenlijk een speelpleintje, een klein parkje en een voetbaloefenveld is, is voortaan geheel blootgesteld aan de genadeloze zon. En dan overvalt me de boosheid die me nu al weken, misschien wel maanden, overvalt telkens als ik in die buurt kom. Een vijftiental prachtige oude bomen, kastanjes en als ik me niet vergis ook linden, werden er verwijderd. Opeens waren ze in stukken gezaagd. Misschien gebeurde het op een nacht, stiekem. De in stukken gezaagde boomstammen liggen er nog altijd. Alsof het om een conceptueel kunstwerk gaat. In de zomer, op een dag als gisteren, zorgden die bomen voor een verkwikkende schaduw. Als het regende vormden zij een dak boven je hoofd. In de lente verspreidden zij een geur die de uitlaatgassen enigszins neutraliseerde. Altijd dempten zij het lawaai van het eeuwige verkeer van en naar de ring en de steenweg naar Bergen.

De bomen zijn weg. Op geen enkel ogenblik werd ik als buurtbewoner over deze ingrijpende beslissing geïnformeerd. Het Anderlechtse gemeentebestuur kent geen overleg, geen inspraak, niets. En de bevolking is apathisch geworden, laat begaan, berust, loopt terneergeslagen – en bang - door de betonnen straten en vlaktes. Onze stemmen even stil als het oprukkende asfalt. De enigen die wellicht glunderend in hun handen wrijven zijn de bouwondernemers, de projectontwikkelaars, de managers en de ‘toppolitici’. Maar met uitzondering van die laatste groep zien we die mensen niet. Zitten ze te vergaderen of liggen ze in een hangmat ergens in de schaduw van een ginkgo biloba of een Libanese ceder? De laatste groep, die van de Anderlechtse politici, vertelt onzin en liegt dat ze zwart ziet.
 
En dit is nog maar het begin van het verhaal, en niet eens het begin, want het is al lang bezig. Binnenkort moeten de linden op het Dapperheidsplein, met de oude kerk van Sint-Guido, de parel van Anderlecht, er ook aan geloven. Er komt een parking op het plein en die bomen staan in de weg, zegt de burgemeester. Mocht ik Sint-Guido zijn, ik zou naar Jeruzalem terugkeren.

IMG_1971.JPG

IMG_1975.JPG

IMG_1974.JPG
Foto's: Martin Pualski, 2015

18-02-15

HOEVEEL WAARHEID?

stephen-shore-holocaust-ukraine.jpg

 ‘Hoeveel waarheid heeft de mens nodig?’ is een boeiende verzameling thematisch samenhangende essays van Rüdiger Safranski. Hij behandelt onder meer de noodlottige gevolgen van het verlangen naar waarheid bij Nietzsche, Kleist en Rousseau. Net voor zijn algehele instorting schreef Nietzsche dat het ‘herenvolk’ het lage ‘ongedierte’ moest uitroeien. Ook de waanvoorstellingen van Hitler en Goebbels, die zoals geweten door een groot deel van de Duitse bevolking voor ‘waarheid’ werden aanzien, komen aan bod. Een van de weinige schrijvers die in Safranski’s ogen genade vindt als het op waarheid en vrijheid aankomt is – geheel terecht – Franz Kafka. Hoewel zeker ook Musil en Canetti wat dat betreft alle lof verdienen. En inmiddels leven we in andere tijden. Soms lijkt het er wel op dat elke keer als je er een nacht over geslapen hebt een nieuwe tijd is aangebroken. Wat je denkt en voelt stemt niet meer overeen met wat er in de wereld lijkt te gebeuren.

Maar de waarheid - hoe kunnen we daar dan mee omgaan? In het laatste hoofdstuk van zijn boek maakt Safranski een onderscheid tussen de culturele waarheidssfeer en de politieke waarheidssfeer. Eerst merkt hij op dat de werkelijkheid ‘waar’ is noch ‘onwaar’: ze is gewoon werkelijk. Alleen interpretaties van de werkelijkheid kunnen waar of onwaar genoemd worden. Het is de angst voor de vrijheid die ons doet geloven in een van onszelf onafhankelijke waarheid.

Dat onderscheid dan. De culturele waarheidssfeer, beweert Safranski, is hoogst individueel; het betreft existentiële daden van zingeving van het zinloze. “Die waarheidssfeer is fantasierijk, vindingrijk, metafysisch, imaginair, experimenteel, uitbundig, afgrondelijk…” De culturele waarheidssfeer is er niet toe verplicht consensus na te streven. Ze hoeft niet het algemeen belang noch het leven te dienen. Er kan sprake zijn van doodsdrift, vernielzucht, zelfdestructie, haat en terreur. De andere waarheidssfeer, de politieke, “waarin de ervaring van het onoverbrugbare anders-zijn van de ander en het respect voor diens vrijheid is opgenomen”, is verplicht consensus na te streven en is daarom redelijk, zakelijk, prozaïsch, pragmatisch – zij dient het algemeen belang en het leven. De politieke waarheid aanvaardt het compromis. Er bestaat misschien wel een tegenstrever maar geen absolute vijand.

De vraag is echter of je die twee waarheden wel zo goed uit elkaar kunt houden. Enerzijds de avontuurlijke cultuur, anderzijds de nuchtere en afgeslankte politiek. Het is misschien een wat vergezochte vergelijking, maar het doet me denken aan het onderhouden van een dubbele tuin: in de ene helft groeien de ‘ongevaarlijke’ plantensoorten, in de andere het onkruid. Dat lijkt me niet bepaald realistisch. En dan heb ik het nog niet over mollen.

En hoever kun je meegaan in de idee van een politieke consensus? Want bestaat er niet nog steeds een ‘herenvolk’? Een elite die beweert dat er geen alternatief is, dat zich in de economie en het neoliberalisme de absolute waarheid toont… Terwijl dagelijks wordt aangetoond hoe perfide die waarheid is, en zeker niet alleen in de culturele wereld maar in elke levenssfeer. De Arabische Lente en Russische Revolutie mogen dan wel mislukt zijn, er blijven altijd dromen en utopieën. Dromen en utopieën kunnen verwezenlijkt worden. Wat nu in Griekenland gebeurt is een 'kleinigheid', maar wel hoopgevend. De twee waarheidssferen van Safranski lijken daar samen te vallen.


...

Foto: Stephen Shore,
Tzylia Bederman, Bucha, Ukraine, July 18, 2012.

13-01-15

DE SPIJKERS VAN CREATIEVE GEESTLOOSHEID

giotto_di_bondone_-_stygmatyzacja_sw__franciszka_1295-1300.jpg

Donderdag 8  januari 2015, omstreeks half vijf. Aan het kruispunt beneden aan mijn straat zie ik rechts van me tussen de kale bomen een blauw in de lucht zoals ik er nooit tevoren een zag. Het is een onaards blauw, een beetje turkoois, maar nog anders, dieper, mysterieuzer. Het licht van de zielen van de doden in Parijs? Hoewel een geloof in een hiernamaals en een opperwezen me geheel vreemd is.

De aanslag op Charlie Hebdo, een dag eerder, had me diep geraakt. Het is merkwaardig dat woede, afschuw, verdriet, ontreddering soms zo selectief zijn. Want er gebeuren elke dag moorden en aanslagen, ergere zelfs dan die in Parijs. Maar Charlie Hebdo was, hoewel ik het zelden las - ik ben geen trouwe lezer van strips, comics, graphic novels en getekende satire -, een tijdschrift dat bij mijn generatie hoorde, bij de tegencultuur, bij de late jaren zestig en vroege jaren zeventig; de redactie van Charlie Hebdo was een groep kunstenaars die nog altijd die geest uitdrukten, zij het scherper, agressiever, met meer verbittering en meer gevaar voor het eigen leven dan in die gouden dagen. Wolinski heb ik altijd bijzonder geestig gevonden.

Meteen zal de hele islamitische wereld met de vinger gewezen worden, dacht ik bijna meteen nadat ik het nieuws had gehoord. Dat is het tragische gevolg van zulke waanzinnige acties – die waarschijnlijk helemaal niet waanzinnig zijn, maar politiek beredeneerd.

Wat gaan we doen, nu we eigenlijk niet meer werkelijk kunnen spreken? Iedereen heeft wel een mening, maar wat zegt een mening? Onze woorden en ons begripsvermogen zijn al lang niet meer toereikend. De realiteit ontglipt ons. We worden allemaal radicaler, misschien vooral omdat we zo tot zwijgen veroordeeld zijn.

Op dertig jaar tijd van ‘Touche pas à mon pote’, de slogan van Harlem Désir, waar wij ons als antiracisten massaal achter schaarden naar ‘Je suis Charlie’, een uiting van solidariteit maar tegelijk van ontreddering en wanhoop. Overigens kan iedereen zich in ‘Je suis Charlie’ vinden – ikzelf ook – wat zeker niet het geval was met die andere slogan. In Figaro Magazine noemde de mystieke fascist Louis Pauwels de antiracisten debielen die aan geestelijk Aids leden.

Mijn eerste publieke reactie, na de gevoelens van verslagenheid en wanhoop, was een pleidooi houden voor de vrije meningsuiting, omdat dat wellicht de basis is van alle vrijheid. Het vrije woord, waar ik in de jaren negentig voor geijverd heb in het Arkcomité voor het Vrije Woord, dat de gelijknamige jaarlijkse prijs uitreikt. Die reactie was niet beredeneerd. Ik stond er zelfs niet bij stil dat miljoenen mensen hetzelfde zouden doen. Lang moest ik niet zoeken naar John Stuart Stuart Mill’s ‘On Liberty’ (1859). Op facebook plaatste ik dit citaat:

This, then, is the appropriate region of human liberty. It comprises, first, the inward domain of consciousness; demanding liberty of conscience, in the most comprehensive sense; liberty of thought and feeling; absolute freedom of opinion and sentiment on all subjects, practical or speculative, scientific, moral, or theological. The liberty of expressing and publishing opinions may seem to fall under a different principle, since it belongs to that part of the conduct of an individual which concerns other people; but, being almost of as much importance as the liberty of thought itself, and resting in great part on the same reasons, is practically inseparable from it. Secondly, the principle requires liberty of tastes and pursuits; of framing the plan of our life to suit our own character; of doing as we like, subject to such consequences as may follow: without impediment from our fellow-creatures, so long as what we do does not harm them, even though they should think our conduct foolish, perverse, or wrong. Thirdly, from this liberty of each individual, follows the liberty, within the same limits, of combination among individuals; freedom to unite, for any purpose not involving harm to others: the persons combining being supposed to be of full age, and not forced or deceived.

Dat moest volstaan. Ik had er verder geen mening over. Wat is een mening? Wel dacht ik al aan de noodlottige gevolgen van alle georganiseerde religies, van de politieke interpretaties van zogenaamd heilige teksten.  Ik heb me lang en intensief met religie beziggehouden, onder meer toen ik Milan Ryzls ‘Zoeken naar God’ heb vertaald en bewerkt.

Zonder ‘mening’ kon ik alleen nog soelaas zoeken in beelden en muziek. Ik beluisterde ‘Dead Souls’ van Joy Division. De krachtige song kan over veel gaan; ik hoor vooral innerlijke strijd en zeker ook wanhoop, dezelfde wanhoop die mij zo verlamde – en dat nu nog altijd voor een deel doet:
 
Someone take these dreams away
That point me to another day
A duel of personalities
They stretch all true realities.

Denis_Diderot.PNG

Op facebook plaatste ik een portret van  Denis Diderot, als symbool van de waarden van de Verlichting, met name van de vrije meningsuiting, en een reproductie van ‘De parabel der blinden' van Pieter Bruegel de Oude uit 1568. Dat werk vind ik interessant omdat het over bijbelinterpretatie gaat, met name of je al dan niet verplicht bent om je handen te wassen voor het eten. Bij mijn zoon, die in Parijs woont en werkt, vond ik een treffende tekening van de ‘Je suis Charlie’-slogan, die ik deelde.

Een dag later, op 9 januari, was mijn woede niet verwerkt. Ik nam weer mijn toevlucht tot muziek, en wel tot ‘Religion’ van Public Image Limited. John Lydon valt de katholieke kerk aan, maar de razernij is universeel.

Fat pig priest
Sanctimonious smiles
He takes the money
You take the lies

Boven de link naar het nummer schreef ik dit:

Misschien kan kunst de wereld niet redden. Maar religie kan de wereld alleen maar verwoesten. Judaïsme, christendom, islam, hindoeïsme, allemaal hetzelfde bedrog, allemaal leidend tot verblinding, fanatisme, geweld, oorlog.

Mijn woede was mede gevoed door het bekijken van een aflevering van Reyers Laat. Op een lagere en schofterige manier dan daar gebeurde kun je niet met de tragische dood van twaalf mensen omgaan. Bart De Wever zat er met zijn kop van pure haat de schuld voor de aanslag in de schoenen van gelovigen, communisten en socialisten te schuiven en samen met Mia Doornaert de hele islamitische wereld naar de verdoemenis te wensen. Zonder ook maar een ogenblik een poging te doen om iets te begrijpen van de context, de achtergrond, de geschiedenis van die weerzinwekkende gebeurtenis.

Nadat er wat kritische opmerkingen waren geformuleerd bij mijn atheïstische stellingname vond ik het nodig dat uitgangspunt te nuanceren. Niet omdat ik mijn kritiek van de godsdiensten wilde afzwakken, maar ter verduidelijking. Ik voegde eraan toe dat ik, nogmaals, een verdediger ben van de vrijheid van meningsuiting en bijgevolg ook van godsdienstvrijheid. Maar ik was en ben ervan overtuigd dat geen enkele godsdienst of belijder van een godsdienst het vrije woord, in welke vorm dan ook, mag belemmeren. Ik voegde er eveneens aan toe dat ik me nu niet opeens als de vijand van de moslims zag, ook al moeten we ons verzetten tegen elke vorm van fanatisme en tegen alle fanatici, waar ze ook vandaan komen. Ik schreef – in weerwil van mijn sprakeloosheid, van het gevoel dat de woorden niet meer volstonden – dat we zoveel mogelijk moesten nuanceren, naar elkaar luisteren, met elkaar praten.

wolinski-et-les-femmes.jpg


Wolinski had ik horen zeggen dat humor altijd links en vrijdenkend is. Rechts is verbitterd en zuur. Kijk maar naar de Antwerpse burgemeester en naar Marine Le Pen. Misschien zijn ze wel verstandig, slim, gewiekst, maar ze hebben geen gevoel voor humor. Hebben ze wel een ziel? Ik maakte inderdaad een onderscheid tussen links en rechts, met duidelijke sympathie voor de gauchisten van Charlie Hebdo, maar vond toch tegelijk dat we polarisatie moesten vermijden. Je kunt niet in alles consequent zijn.

Iemand vond dat ik de religie in een te negatief licht plaatste. Jezus, Mohammed en Boeddha predikten an sich gewoon liefde, schreef ze. Mijn aanval was inderdaad op de georganiseerde religies gericht, die vooral ideologisch en politiek gebruikt worden, meestal als dekmantel voor verwoestingen en veroveringen. De ‘strijders voor het geloof’ zijn blind voor de boodschappen van liefde van Jezus, Mohammed, Boeddha en andere ‘wereldverbeteraars’. Ze kennen geen liefde, alleen haat en wraakzucht. Of de wil tot macht, tot bezit. Het zijn veroveraars, of huurlingen van veroveraars. Als ze al lezen zijn het gesimplificeerde en verminkte internetversies van de heilige geschriften. Overigens: wie van ons leest Job? Prediker? Het Hooglied? Ik weet alvast dat Nick Cave ‘Het Evangelie van Marcus’ heeft gelezen. “Christus sprak tot me door Zijn isolement, door de druk van Zijn aanstaande dood, door Zijn woede over het afgezaagde, door zijn Verdriet. Christus, zo leek het, was het slachtoffer geworden van het gebrek aan verbeeldingskracht onder de mensheid, en was aan het kruis genageld met de spijkers van creatieve geesteloosheid.” Zo schrijft Nick Cave in het voorwoord bij het ‘Het Evangelie van Marcus’.
nick-cave-suit-photo.jpg

Alle religies bevatten waardevolle morele stelregels. Mensen met goede bedoelingen hebben ze bedacht, omdat ze van het leven hielden en van de andere mensen, van de kinderen, de dieren, de aarde. Ze mogen dan wel gedroomd hebben van verre paradijzen: bijna altijd ging het om dromen van paradijzen hier en nu. Denk aan Julian Beck’s ‘Paradise Now’. Maar zolang de religies bestaan zijn ze misbruikt om mensen te onderdrukken en uit te buiten, om ze tegen elkaar op te zetten, om onverdraagzaamheid en oorlogszucht aan te wakkeren.  Het is niets nieuws en het gebeurt nog steeds.

In alles wat ik doe blijf ik streven naar bevrijding van wat Bob Marley 'mental slavery' noemde. Mij lijkt de hypothese dat de vrije gedachte een hogere vorm van  bewustzijn is dan een denken dat zich onderwerpt aan instellingen, machtsstructuren, economische systemen, godsdiensten, et cetera, geen vorm van cultureel snobisme of elitarisme.  Maar het streven naar een universeel vrij denken, een werkelijk vrije gedachte, kan niet op fanatieke wijze gebeuren, dat is evenzeer duidelijk. Er is openheid van geest voor nodig, geduld, dialoog, luisterbereidheid, begrip.

De volgende dagen kon ik er niet aan weerstaan de vele stemmen die zinnige en onzinnige verhalen lieten horen over de aanslag op Charlie Hebdo en de andere tragische gebeurtenissen te beluisteren. Tientallen verhalen, boos, verontwaardigd, begripvol (niet voor de terreur, uiteraard), inzichtelijk, esoterisch, literair, historisch… Bij veel van wat ik las zat ik te knikken, soms met tranen in de ogen, soms met woede in het hart, soms tot nieuwe inzichten komend.

Een duidelijk en helder en juist statement vond ik bij een van mijn favoriete schrijvers, Ian McEwan:

"Murderous and self-sanctifying, radical Islam has become a global attractor for psychopaths. It has never been embarrassed to proclaim its list of hatreds: education, tolerance, plurality, pleasure and, above all, freedom of expression -- the freedom that underpins all others. Even more important than the abstractions are the people that jihadists hate and have killed: children, schoolgirls, gays, women, atheists, non-Muslims, and many, many Muslims. To that list we must now add the brave and lively staff of Charlie Hebdo, who hoped to face down hatred with laughter. The slaughter in Paris is a tragedy for the open society. On a dark night for mental freedom, a few fragile points of light: the calm, determined crowds gathered in cities across France; the hope that the general revulsion at these murders might have a unifying effect; the fact that a cult rooted in hate is a frail thing and cannot last; the fact that the psychopaths are vastly outnumbered."

In heel die periode was ik ziek. Ik had bronchitis, koorts. Op 29 december had Agnes op straat haar pols gebroken; ze was gestruikeld op de terugweg van de supermarkt. Ik moest mijn dagelijks leven geheel anders inrichten. Voor het eerst in lange tijd moest ik mij geheel inzetten voor iemand anders, op elk gebied, en voor mezelf. Het was en is moeilijk. Soms was ik blij met die nieuwe opdracht, soms stak de wanhoop weer de kop op. Door de ziekte was mij ook de mogelijkheid ontnomen vrienden te ontmoeten, te praten, te luisteren naar wat zij dachten en voelden.

Lezen is bijna altijd een vorm van troost. Ik las de voorbije dagen het meesterwerk ‘Light Years’ (1975) van James Salter. Een verbluffend boek, vol treffende beschouwingen over de aard van de mens en zijn omgang met wat er rest van de natuur en de seizoenen. Een boek over momenten van intens geluk, eros en liefde en over ontgoocheling, teleurstelling, verbittering, melancholie. Over diepe, bleke wanhoop. Het prachtige boek kon me niet troosten, integendeel. Maar ik putte er desondanks moed uit en citeerde dit:

“We preserve ourselves as if that were important, and always at the expense of others. We hoard ourselves. We succeed if they fail, we are wise if they are foolish, and we go onward, clutching, until there is no one – we are left with no companion save God. In whom we do not believe. Who we know does not exist.”

Na het beluisteren van zoveel stemmen, na het treuren, na de optocht van miljoenen sympathisanten van Charlie Hebdo, lijkt de stilte nog te zijn toegenomen. Het lijkt op een rouwproces maar het kan net zo goed een periode van bezinning zijn. Ondertussen is de wind opgehouden met rukken en wordt de hemel weer helder. Gelukkig zie ik op dit ogenblik dat uitzinnige, onwereldse blauw niet.
je suis charlie jean julien.jpg

Interessante artikels:

https://decorrespondent.nl/2324/Zo-bewijs-je-Charlie-Hebdo-misschien-wel-de-meeste-eer/17887105236-48fe7417
http://www.knack.be/nieuws/wereld/wat-we-misschien-van-de-duivelsverzen-kunnen-leren/article-opinion-524185.html
http://www.independent.co.uk/voices/comment/charlie-hebdo-paris-attack-brothers-campaign-of-terror-can-be-traced-back-to-algeria-in-1954-9969184.html
http://www.newyorker.com/news/news-desk/blame-for-charlie-hebdo-murders
http://www.salon.com/2014/11/23/karen_armstrong_sam_harris_anti_islam_talk_fills_me_with_despair/
http://www.liberation.fr/societe/2015/01/07/cohn-bendit-charlie-c-est-la-radicalite-anticlericale-c-est-pour-ca-qu-ils-ont-ete-tues_1175497
http://www.rferl.mobi/a/iran-journalists-demonstration-charlie-hebdo-massacre/26783226.html
http://www.rferl.mobi/a/iran-journalists-demonstration-charlie-hebdo-massacre/26783226.html
http://www.globalinfo.nl/Achtergrond/de-kleine-tegenstemm...

15-12-14

STAKEN

the-celebration-georg grosz.jpg

Meestal ben ik aan de stille kant, maar al een aantal weken - of zijn het maanden ? - geleden heb ik die stilte doorbroken. Van mij worden wellicht alleen maar muzikale intermezzo’s en enkele in mooie woorden gegoten mijmeringen verwacht. Nostalgisch en melancholisch gedagdroom en de zucht naar liefde en tederheid. Maar nu moet ik toch over politiek spreken, ook al ben ik politicus noch ideoloog. Aangesloten ben ik bij geen partij, al ben ik altijd progressief en links geweest. Mijn helden, of noem ze antihelden, zijn geen politici, maar kunstenaars, schrijvers, troubadours en wat men gewone mensen noemt.  Neen, zeker geen politici. Maar de situatie is te ernstig om over wat er in dit land op politiek gebied gebeurt nog langer het zwijgen toe te doen.

Gisteren las ik deze uitspraak van de Grote Leider (ik wil zijn naam niet meer noemen):  “Je kan natuurlijk veel doen om de competitiviteit te herstellen en ook moeilijke maatregelen nemen. Als men natuurlijk ondertussen de economie kapotstaakt, dan is het allemaal voor niks.”

N
iets ongewoons voor hem, maar mij kunnen zulke woorden nog altijd razend maken. Op facebook reageerde ik spontaan met dit commentaar: “Er moet helemaal niets worden hersteld, en zeker de competitiviteit niet. Alleen het woord al doet me braken. De bevolkingsgroepen tegen elkaar in het harnas jagen, verdeling en haat zaaien onder de burgers (kijk eens naar zijn blik): dat is zijn idee van competitie. Wat opnieuw moet worden uitgevonden is solidariteit, rechtvaardigheid, mededogen en plezier. Daarvoor je stem verheffen; actie voeren via staking en andere vormen van protest, is een recht en, als je er even over nadenkt, zelfs een morele plicht. En dat heeft niets met "de socialisten" te maken.”

Al is mijn razernij afgenomen, denk ik er nu, maandagvoormiddag, nog net zo over. En ik voeg er het volgende aan toe.

We worden tegen elkaar uitgespeeld. Degenen die staken en degenen die willen werken. Degenen die sympathiseren met de stakers, degenen die ze verwerpelijk vinden.  De leiders van dit land, politiek of economisch, hebben daar alle belang bij en ze doen er alles voor om de haatgevoelens aan te zwengelen.

Daar moeten we ons tegen verzetten. Degenen die willen werken zijn niet de vijanden van degenen die nu staken. Misschien zijn ze verblind, misschien zijn ze bang, misschien kunnen ze niet anders.

Misschien moeten we beter naar ze luisteren. Niet om ons van onze gerechtvaardigde verontwaardiging af te laten leiden, maar om meer duidelijkheid te krijgen in de huidige situatie. Het heeft geen zin de hele bevolking in twee groepen te verdelen, twee groepen die beide uit individuen bestaan die min of meer dezelfde behoeften, noden, wensen en verwachtingen hebben. Twee groepen die dezelfde vijand hebben: de verderfelijke grootkapitalist die nog altijd het laatst lacht. Die vijand moet het lachen vergaan. Hij en zijn marionetten in deze regeringen – democratisch verkozen, dat wel – moeten de rekening betalen. Om voor eens en voor altijd gedaan te maken met zijn spilzucht, zijn minachting, zijn schijnbaar onaantastbare macht en zijn verhevenheid boven de menselijke wet.


...

Tekening: Georg Grosz

22-10-14

STIJL EN VERBLINDING

Niccolò_Machiavelli_by_Santi_di_Tito.jpg

Ten aanzien van politici - en zeker ten aanzien van invloedrijke en machtige politici met een diploma geschiedenis op zak – ben ik bijzonder voorzichtig en kritisch als zij dwepen met extreemrechtse voorgangers, ideologen, collaborateurs en zo meer. En niet alleen als zij ermee dwepen, ook als zij ze afdoen als ongevaarlijk omdat zij tot het verleden behoren. De uitspraken van Bart De Wever van de voorbije dagen zijn verwerpelijk. Voor hem is de eerste helft van de twintigste eeuw een oude geschiedenis. We moeten de problemen van deze eeuw aanpakken. Hoe cynisch kun je zijn? Hebben Rimbaud, Vermeer, William Blake, Shakespeare, the Beatles geen invloed meer op de hedendaagse mens en meer bepaald op de jeugd? De Poolse auteur Jan Kott noemde Shakespeare terecht een tijdgenoot. Hetzelfde geldt helaas voor misdadige ideologen als Alfred Rosenberg, hoofdredacteur van de Völkischer Beobachter, Joseph Goebbels, minister van Volksvoorlichting en Propaganda onder Hitler, cineaste Leni Riefensthal en vele anderen. Ik vermoed dat de huidige voorzitter van de Vlaams-nationalistische partij Machiavelli in zijn boekenkast heeft staan. Of toch niet? Misschien vindt hij het werk van die denker het lezen niet waard vanwege te lang geleden te boek gesteld?
jan kott 001.jpg

Politici en historici moeten duidelijk zijn; ze mogen de waarheid geen geweld aandoen. Het is onze morele plicht hun eventuele leugens, bedriegerijen en uitvluchten aan te klagen. Maar hoe gaan wij om met ‘bedenkelijke’ kunstenaars en schrijvers uit het verleden? En hoe met schrijvers en kunstenaars van nu die – bijvoorbeeld – fascistische, nazistische en antisemitische kunstenaars en schrijvers bewonderen? Hoe gaan wij om met Ezra Pound, Louis Ferdinand Céline, Heidegger, Paul Morand, Roger Nimier en - de door Eddy Du Perron bejubelde - Pierre Drieu la Rochelle? Hoe gaan wij om met hun werk, met onze mogelijke bewondering voor hun werk, en met de uitgesproken bewondering van anderen voor dat werk?

Nimier.jpg

Wat mezelf betreft wil ik op dit ogenblik alleen kwijt dat ik van Ezra Pound nooit veel begrepen heb, enkele Pisaanse Canto’s (vertaald door Paul Claes en Mon Nys) niet te na gesproken; dat ik Heidegger grondig heb gelezen toen ik filosofie studeerde en sommige van zijn boeken soms nog wel eens ter hand neem, vooral zijn ‘Erlauterungen zu Hölderlins Dichtung’ en dat ik daar geen spoor van totalitarisme en nog minder van antisemitisme in aantref; dat ik van Céline alleen ‘Reis naar het einde van de nacht’ (vertaald door E.Y. Kummer) en ‘Moord op krediet’ (vertaald door Frans van Woerden) heb gelezen, lang geleden, meesterwerken vond ik beide romans, dat ik me daar nu soms voor schaam, ook al wist ik destijds niet hoe ver het antisemitisme van Céline reikte; de andere schrijvers heb ik geweigerd te lezen.

Gabriele-DAnnunzio.jpg
Waarom breng ik dit nu ter sprake? Omdat ik al een hele tijd omcirkelende bewegingen maak rond Geerten Meijsing en meer bepaald rond mijn ontmoeting met de eminente schrijver in mei 2013. Ik wist en weet van Geerten dat hij met een aantal - vooral Franse en Italiaanse - fascistische schrijvers dweept. Hij heeft daar nooit dubbelzinnig over gedaan. Ik weet dat hij een zwak heeft voor dandy’s als Gabriele d'Annunzio, toch een proto-fascist en Pierre Drieu La Rochelle, collaborateur en antisemiet; veel meer vanwege hun stijl, hun levenswijze, hun decadentie dan hun ideologie. D’Annunzio had bijvoorbeeld verhoudingen met heel wat beroemde vrouwen; dat speelt voor onze held zeker een rol.  Het sterk door de jonge Flaubert beïnvloede werk van D’Annunzio is gedateerd, in tegenstelling tot dat van Flaubert zelf, dat tijdloos is. Of Geerten opkijkt naar de rechtse non-conformist Charles Maurras, leider van de reactionaire beweging Action Française, weet ik niet. Wel weet ik dat hij Guy Dupré en Roger Nimier (snelle auto’s!) nogal bewondert, die beiden gerekend worden tot de Huzarenbeweging, een groepje literatoren dat zich vooral tegen het existentialisme van Sartre keerde. Deze beweging ken ik maar oppervlakkig. Dat de groep zich tegen Sartre afzette lijkt me geen misdaad. En hun stijl (1) spreekt ook mij wel aan.


Nu kan het lijken dat ik Geerten toch niet als een vriend beschouw, dat mijn bewondering helemaal niet zo groot is als ik aanvankelijk beweerde. Niets is minder waar. Maar mijn achting is niet onvoorwaardelijk. Ik doe niet aan idolatrie. Geerten Meijsing is geen fascist, geen antisemiet, geen racist. Hij is veeleer een apolitieke outsider, een non-conformist, een dandy en een begenadigd auteur. Hij dweept met schrijvers als D’Annunzio vanwege hun decadentie, en ook, denk ik, omdat zij wegens hun foute politieke overtuigingen werden verstoten uit het intellectuele en maatschappelijk leven. Ik betreur deze bizarre voorkeuren van hem ten zeerste. Maar daartegenover staat zijn liefde voor zoveel schoonheid – die niet door politieke idiotie is aangetast – en voor het leven in het algemeen, daartegenover staat zijn generositeit die tot uiting komt in al zijn boeken maar ook in de schaarse interviews die hij geeft. Geerten Meijsing is een warme man die veel afgezien heeft maar die desondanks zijn levenslust en zijn humor heeft kunnen behouden.

...

(1)
Le style du hussard, c’est le désespoir avec l’allégresse, le pessimisme avec la gaieté, la piété avec l’humour.
C’est un refus avec un appel. C’est une enfance avec son secret.
C’est l’honneur avec le courage et le courage avec la désinvolture.
C’est une fierté avec un charme ; ce charme-là hérissé de pointes.
C’est une force avec son abandon. C’est une fidélité.
C’est une élégance. C’est une allure.
C’est ce qui ne sert aucune carrière sous aucun régime.
C’est le conte d’Andersen quand on montre du doigt le roi nu.
C’est la chouannerie sous la Convention.
C’est le christianisme des catacombes.
C’est le passé sous le regard de l’avenir et la mort sous celui de la vie.
C’est la solitude et le danger. Bref, c’est le dandysme.

Pol Vandromme, Roger Nimier le grand d'Espagne

...

Illustraties: 
Niccolò Machiavelli door Santi di Tito; Jan Kott's 'Shakespeare tijdgenoot'; Roger Nimier; Gabriele D’Annunzio.

 

05-06-14

OVER OBAMA, APEN, IRONIE, INTELLIGENTIE EN VERBIJSTERING

gulliver-morten13.jpg

“You can please some of the people all of the time, you can please all of the people some of the time, but you can’t please all of the people all of the time”.
Abraham Lincoln.

Obama verbleef gisteren en vandaag opnieuw in Brussel. Op 26 maart was hij hier ook al te gast. Wat een eer voor ons land en onze hoofdstad, zou je bijna durven denken. Maar ik ben geen bewonderaar van de huidige Amerikaanse president, hij heeft mij en zovele andere aardbewoners met een idealistische inborst te zeer en te vaak teleurgesteld. Misschien hebben we in het begin te veel van hem verwacht, hebben we hem macht, daadkracht en doorzettingsvermogen toegedicht, eigenschappen die hij in werkelijkheid niet heeft en ook niet kan hebben, omringd als hij is door ‘haviken’ en ‘wolven’. Vreemd toch, die vergelijkingen met dieren altijd.


Ik heb me die eerste keer dat hij in het land was hier thuis erg boos gemaakt over de ronduit racistische cartoon die in De Morgen was verschenen (ik had er op sociale netwerken over gelezen en ze daar ook gezien). Ik heb over die woede toen niet veel geschreven, alleen een opmerking op facebook heb ik niet kunnen onderdrukken. Al die verontwaardiging is niet goed voor de gezondheid. In een of twee zinnen had ik mij kritisch uitgelaten over die racistische en bijgevolg schandalige spotprent. Dat werd me niet in dank afgenomen. Een sujet op facebook, gelukkig geen ‘vriend’, schreef dat hij verbijsterd was over mijn domheid. De man had altijd gedacht, schreef hij, dat ik over intelligentie beschikte, maar nu was ik door de mand gevallen. Wat was ik ronduit dom. Een ironisch kunstwerk racistisch noemen, wat kregen we nu! De man was vermoedelijk onwel geworden van mijn kritische opmerking en van mijn plaatsvervangende schaamte. Verbijsterd was hij over mijn onwetendheid. Dat woord gebruikte hij: verbijsterd.

Ik heb er het zwijgen toe gedaan, maar vandaag herinner ik me het voorval weer en wil ik niet langer zwijgen. Primo ben ik niet onwetend, ook al ben ik niet bijster intelligent. De meeste dingen die ik weet en ken, weet en ken ik toevallig, dat is mijn geluk. Maar, secundo, stel dat ik toch door en door onwetend ben: hoe kun je daar nu verbijsterd over zijn? Iemands onwetendheid is ontroerend, bedroevend, teleurstellend, misschien zelfs beschamend, maar zeker niet verbijsterend. Wat is dan wel verbijsterend? Enkele weken geleden zag ik in het Museum voor Schone Kunsten in Gent ‘Het vlot van de Medusa’ van Géricault (eigenlijk was het een kopie). Er werd een verband gelegd tussen de verschrikkingen op het schilderij en de gebeurtenissen in de buurt van het eiland Lampedusa op donderdag 3 oktober 2013. Op die dag verdronken minstens 300 van de ongeveer 500 vluchtelingen, het merendeel uit Eritrea en Somalië, die vanuit Libië geprobeerd hadden per boot Lampedusa te bereiken. Dat is verbijsterend. De harde houding van ex-Staatssecretaris voor Asiel en Migratie Maggie De Block ten aanzien van vluchtelingen zou je ook verbijsterend kunnen noemen. Mijn onwetenheid – die er in dat geval geen was, want de spotprent was door en door racistisch – is alledaags, niets om je druk over te maken; elke mens is onwetend over iets. Ik geloof ook dat elke mens naar kennis en weten streeft, ook al kan dat een illusie zijn, een nevenverschijnsel van mijn idealistisch optimisme.

géricault.jpg

Mensen die de onwetendheid van anderen verbijsterend vinden, die de anderen dom vinden, vinden dat niet echt. Het is een tactiek om zelf intelligent gevonden te worden. Noem de andere – je opponent - dom, dan ben jij intelligent, zo is de toch enigszins domme redenering.

Wat ik niet begrepen had, vond het intelligente sujet, was de ironie van de spotprent. Over die zogenaamde ironie schreef Arnon Grunberg, nog zo’n onwetende aap, het volgende: “En het is mij eerlijk gezegd ook onduidelijk wat hier precies geïroniseerd werd. Racisme? Obama? Of diende de ironie juist als dekmantel voor het al te traditionele racisme? De zwarte, de aap.”
superape.jpg

Ik weet dat ik onlangs schreef dat er geen groter kwaad bestaat dan domheid (ik geloof dat ik het net bij W.G. Sebald had gelezen, maar het is mogelijk dat ik me hier vergis), wat zeker de waarheid is. Ik wil er graag op wijzen dat dit een algemene uitspraak was en niet één bepaalde enkeling betrof. De uitspraak impliceert in geen geval dat ik niet dom ben, of dat ik bijzonder intelligent ben. Want, nogmaals, dat is niet zo. Ik ben gewoon maar een mens op weg naar het einde. Ondertussen probeer ik te leren, inzichten te verwerven en het goede te doen. Maar helaas kun je nooit voor iedereen het goede doen, zoals Abraham Lincoln al zei en Bob Dylan zong.

24-05-14

TEGEN ATTILA EN REGINA: EEN DISCUSSIE

1900 (1).png

Eergisteren, 22 mei, werd het leugenachtig gedoe van de kopstukken van de NVA me echt te veel. BDW had net verklaard dat hij wel premier wilde worden als het toch niet anders kon (ik citeer niet letterlijk). Bovendien werd ik misselijk van de bijna voortdurende aanwezigheid van die twee politici in de media. Voor een keer vond ik dat ik die woede en verontwaardiging openbaar moest maken. Altijd maar zwijgen is nergens goed voor, dacht ik. En dat denk ik nog altijd. Ik wil niet zelfgenoegzaam klinken, maar ben tevreden – over mijn harde woorden en over alle reacties die ze hebben uitgelokt, zowel de positieve als de negatieve. Omdat deze discussie in mijn ogen de vluchtigheid van een dag overstijgt wil ik ze bewaren op mijn blog. Hieronder vind je elk woord van mijn ‘oprisping’ op facebook, met alle reacties erbij, zonder enige wijziging.

Wat ik ook opensla, wat ik ook aanzet, om het even welk medium of sociaal netwerk ik raadpleeg, waar ik ook om mij heen kijk in dit bastaardland zie ik die twee leugenachtige boeventronies en hoor ik hun lelijke, valse, bedrieglijke, haat verspreidende stemmen. Wat word ik er misselijk van en wat word ik misselijk van al die goedmenende mensen, werknemers, werklozen, zieken, et cetera die niet misselijk worden van dit duo, die het zelfs toejuichen, die er hun zondagse kleren voor aantrekken en hun dure maar wanstaltige vlaggen voor hijsen. Van ondernemers die onze 'eigen' Attila en Regina alle steun bieden die ze maar kunnen word ik niet misselijk. Bedriegen en uitbuiten zit hen in het bloed: niets verbazingwekkends, niets tegennatuurlijks. Maar de anderen, degenen met wie ik me verwant zou kunnen voelen? Waar blijft jullie verontwaardiging, jullie woede, jullie razernij? Ja, waar blijft jullie strijdvaardigheid?

Het is waar: er bestaat geen groter kwaad dan domheid.

Marc Tiefenthal: Rustig, Martin Pulaski, zo'n vaart zal het niet krijgen. Volgens mij bestaat er een kans dat na de verkiezingen de pezewever de degens zou kunnen kruisen met dat addergebroed van een boef, het vleesgeworden cynisme genaamd Didier Reynders. En dan krijgt de pezewever toch wel alle hoeken van de Kamer te zien tot hij - opnieuw - uitgeteld in de koorden hangt. Ik maak me niet druk, ik vertrek volgende week op reis. Van mij dus geen woede, laat staan razernij noch strijdvaardigheid tegenover deze domheid. Voor een keer dan dat geboefte van een Reynders misschien toch nog iets betekenen.

Roen Hetzwoen: Beste pollentiekers, ik beloof jullie ook iets: allemaal een mot op ulder bakkes.

Jelena Lena: Onwil tot wetendheid.

Roen Hetzwoen: Echt waar, daar wordt ge nu toch gewoon ONNOZEL van zeg: allemaal die onnozele faits divers, het ene nog absurder dan het andere, die tegenwoordig rond je oren vliegen. Ik krijg gwn al schrik van fb nog maar aan te floepen. En dat allemaal door die gore maffia bende, want ik noem den ene (reynders) niet beter dan den andere (dewever): allemaal harteloos krapuul is het. Nu is het weer de Keizer van Oostende die de Groenen weer eens gaat proberen te naaien. En die groene rakkers, ocharme, die gaan weer zo onnozel zijn om zich te laten naaien en zullen er dan de volgende keren wéér de rekening voor gepresenteerd krijgen... manmanman....

Roen Hetzwoen: ...ne mens krijgt zowaar heimwee naar de tijd toen alles stevig verzuild was; toen het leven nog simpel was...

Eddie Janssens: Waarlijk, wat gij hebt gezegd, Matti.

Zels Yvo: Zonde van al dat weggesmeten campagnegeld...Dat had op zijn minst een nuttige bestemming kunnen krijgen.

Lut Pauwels: Zondag kan ik mijn woede ventileren.

Peter Cnop: Vanochtend kreeg ik door een vergissing dan nog Het Laatste Nieuws ipv mijn krant in de bus, en dan besef je, dat je er niet bij hoort, dat je vroeg of laat niet ontsnapt. Wat je ook doet

Pascal Cornet: Wat een vreselijke fout van uw facteur, Peter

Niven Brazent: Misschien was het helemaal geen fout, het is niet omdat Peter paranoïde is dat er geen planning zat achter die 'fout'.

Dominique Claerbout: Ben thuis van dinsdag... heb verleden week een hartinfarct gehad... De dokter raadt me een leven aan zonder stress, zonder woede, zonder verontwaardiging, ik vrees dat ik het niet kan... Ik ben niet de Dalai Lama... Bewuste mensen zijn overgevoelig en hebben een brandend hart, niets aan te verhelpen... Ik probeer de verkiezingen dit jaar aan mij voorbij te laten gaan, wat niet wegneemt dat ik een anti-stem zal uitbrengen tegen de ganse rotte boel... Ik troost me met de gedachte dat ik niet alleen ben, er zijn soortgenoten.... De grote politieke solidariteit van de jaren zeventig blijkt een uitgestorven dinosaurus te zijn... Alleen grote denkers, filosofen en kunstenaars en wetenschappers zouden beweging in het verkeerd draaiende wiel kunnen brengen, maar voorlopig is niemand blijkbaar bereid om in het vuur te springen.... Misschien moeten er eerst nog wat figuurlijke bommen ontploffen, wie weet...

Dominique Claerbout: De algemene domheid is inderdaad een reëel kwaad...

Anne Marie De Decker: Matti, alle ondernemers als bedriegers en uitbuiters bestempelen ...? Wie zijn wij wiens luxe gebaseerd is op de slavernij in de lageloonlanden? Het is goed in eigen hart te kijken

Slavery Footprint

slaveryfootprint.org

How many slaves work for you? There are 27 million slaves in the world today. Many of them contribute to the supply chains that end up in the products we use every day. Find out how many slaves work for you, and take action.

 

Niven Brazent: Eindelijk iemand die domheid niet met de totale afwezigheid van denken bestrijdt in deze post. Bedankt om een einde te maken aan de zelfgenoegzame masturbatie in deze thread, Anne Marie De Decker, je hebt voor de komende vijftien seconden mijn geloof in de mogelijke goedheid van de mens hersteld (geen ironie).

Martin Pulaski: Mijn excuses aan alle ondernemers die geen nationalistische partijen steunen. Deze hardwerkende mensen hebben mijn diepste sympathie. Ik koop veel liever een brood bij de bakker dan in een supermarkt en een boek in een boekwinkel dan in een keten. Ik had het specifiek over "ondernemers die onze 'eigen' Attila en Regina alle steun bieden die ze maar kunnen", grote bedrijven dus, die op ongeveer op dezelfde manier handelen als destijds Krupp en Siemens et cetera. Maar ik weet dat ik dit nationaalsocialisme niet mag vergelijken met dat van vroeger. Dat is een verkeerde manier van denken.

Gelieve dus rekening te houden met deze nuancering die in mijn woedeaanval-boodschap misschien onvoldoende duidelijk uit de verf is gekomen. En om heel duidelijk te zijn: ik ben helemaal geen communist, eerder een groene links-liberaal. Zondag ga ik groen stemmen en federaal zeer waarschijnlijk rood, maar dat is dan wel met veel tegenzin. Gelukkig kan ik in Brussel op vier lijsten stemmen.

Martin Pulaski: Dus, Anne Marie, ik heb het helemaal niet over alle ondernemers, maar over een kleine, specifieke groep. Er staat overigens geen komma na 'ondernemers'.

Marc Tiefenthal: Krupp en Siemens, Volkswagen en consoorten. De grote jongens, kortom. De concerns ook. De kapitalisten kortom. Die teren eerder dan werken.

Anne Marie De Decker: Beste Matti, ik weet (hoop) dat je woorden harder zijn dan datgene wat je bedoelt. Maar ik lees in je post ook een beoordeling over de 'andere' kiezer, en die beoordeling is zonder enige nuance 'dom'. Ik ben geen nationalist, N-VA of VB kiezer maar ik zou mezelf hypocriet en pretentieus noemen in geval ik de andere kiezer integraal en zonder onderscheid zou bestempelen als dom. Waarom? Omdat ik dan tegelijk besef dat mijn luxe grotendeels is gebaseerd op de miserie van anderen en ik daar veel meer kan aan doen dan wat ik nu doe. Niet door enkel op GROEN te stemmen maar door een deel van die luxe op te geven en door consequent eerlijke producten te kopen en door een deel van m'n geld te delen met anderen. Daarom, het is goed in eigen hart te kijken.  Liefs.

Niven Brazent: Het zou ontroerend zijn als het niet zo tragisch was hoe goed sommigen blijken te weten wie de goeden, en wie de slechten zijn. Wie de ‘kapitalisten’ zijn en wie de ‘slachtoffers van het kapitalisme’. Om bij een heel concreet voorbeeld te blijven: waar moet ik een boek kopen? Ik heb weet van een kleine ondernemer, zo’n “goede”, die er altijd weer in slaagt om de pers te halen (zonder dat zijn credentials ooit gecheckt zijn), die door geen enkele collega ernstige ‘goede’ onafhankelijke boekhandelaar au sérieux wordt genomen (onder elkaar noemen ze hem ‘de fantast’) en evenmin door al wie ooit op zijn loonlijst heeft gestaan (kleine kapitalisten en onderdrukte loontrekkenden zullen het roerend eens zijn als dat onderwerp wordt aangesneden), maar die er telkens weer in slaagt om onwetenden te laten geloven dat hij het alternatief is tegen het wildkapitalisme in de sector. Mij heeft hij het bv ooit proberen te lappen me een paar boeken te verkopen aan het drievoudige van de prijs waaraan hij ze een week eerder nog in zijn etalage had staan (zijn laatste exemplaren in zijn kelder). Daarom koop ik nooit bij hem, maar wel zonder scrupules bij de Fnac, bij de grootkapitalisten, de echte slechteriken: alle loontrekkende slaven op de boekenafdeling zijn er competent, geëngageerd, enthousiast en behulpzaam. Hun kennis is veel breder dan die van die witte ridder die altijd in de krant staat. De dienstverlening is er goed, het assortiment breed. Ik wil niet dat deze mensen ontslagen worden omdat de grootkapitalist boven hun hoofden ‘niet deugt’. Ook hun job is belangrijk. Omdat we tegen het kwaad van de domheid zijn.

Anne Marie De Decker: Niven Brazent, dankjewel (welgemeend!) voor deze bijkomende visie. Veralgemenen is dus nooit goed. Het voordeel van multinationals is dan weer dat de mogelijkheid om toezicht + controle te houden op de werkomstandigheden groter is dan bij kleine ondernemers (wat dan weer niet wil zeggen ...).

Martin Pulaski: Mijn woorden zijn niet harder dan hoe ze er staan. Woede en walging kunnen een mens parten spelen. Maar ik wil me niet verontschuldigen. Wat er staat is gemeend. Alleen te weinig genuanceerd, wellicht. Voorts zou ik nooit durven zeggen wie de goeden en wie de slechten zijn, toch zeker niet in absolute zin. Zelf hoor ik alvast niet bij de goeden. Maar in sommige gevallen besef ik wel wie bedriegers zijn, zeker als ze het keer op keer doen. En net als Wilhelm Reich vind ik het dom (of van onwetendheid en perversie getuigend) dat mensen een stem uitbrengen voor precies degenen die hen tegen hun belangen in willen gaan besturen. Het spijt me zeer dat ik dat dom vind. Waarmee ik niet wil gezegd hebben dat ik zelf vrij ben van domheid. Je hebt mensen die anderen dom noemen omdat ze denken op die manier als intelligent gepercipieerd te worden. Zo ben ik zeker niet, omdat ik volstrekt onbewust leef en nooit enig effect wil bereiken. Maar wat voor zin heeft deze hele confessie?

Liesbeth Lemmens: Omdat je het zo goed verwoord hebt, mag ik het sharen op mijn wall?

Martin Pulaski: Alles mag, Liesbeth... Maar er staat wel duidelijk 'ondernemers die...' en niet 'ondernemers, die...'.

Niven Brazent: De intrigerende vraag hoe het mogelijk is dat mensen in volle overtuiging hun stem uitbrengen op wie niet het beste met hen voorheeft, werd zaterdag jl behandeld door Patrick Loobuyck in De Standaard.

Martin Pulaski: Ja, het is een oude kwestie (ook behandeld in 'l'Anti-Oedipe' van Deleuze en Guattari).

Liesbeth Lemmens: Ik ken het verschil tussen met of zonder komma.

Martin Pulaski: Daar twijfel ik niet aan Liesbeth!

Hardy P.Paul: Ik ben er niet voor dat op sociale media mensen het nodig vinden hun politieke en filosofische overtuigingen menen wereldkundig te moeten maken. Vrienden van vroeger kunnen door omstandigheden en ervaringen, vanuit eenzelfde overtuiging groeien naar overtuigingen die haaks op elkaar staan. Moeten zij die niet akkoord zijn met wat er geschreven wordt zich stil houden in naam van die "oude" vriendschap of toch maar reageren met het gevaar dat zij verdoemd worden via tal van reacties? Ik blijf erbij, ik ben er niet voor dat men op sociale media...

Luc de Lange: Ik doe het ook niet maar vind het wel moedig van mensen die 't wèl doen èn het nog goed kunnen verwoorden ook.

Martin Pulaski: Rousseau begint zijn 'Bekentenissen' als volgt: Ik wil aan mijn medemensen een mens laten zien zoals hij werkelijk is en die mens, dat ben ik zelf." Dat was ook mijn intentie toen ik in maart 2005 aan mijn blog (hoochiekoochie) begon, wat uiteraard van in het begin al tot mislukken gedoemd was, want om te beginnen moet je er al zorg voor dragen dat je mensen die je dierbaar zijn niet kwetst. Desondanks heb ik dat project en de intentie niet opgegeven. Op facebook is dat niet erg verschillend: een mens laten zien zoals hij werkelijk is. In mijn geval is dat vaak - veel meer dan me lief is - er het zwijgen toe doen en de muziek laten spreken. Maar soms zeg ik eens wat en dan krijgen we iets zoals hierboven staat.

Het is mijn wens dat mensen op sociale netwerken of waar dan ook hun politieke en filosofische overtuigingen wel wereldkundig zouden maken. Duidelijkheid en openheid zijn goede zaken. Waarom zou je zwijgen over wat zo belangrijk voor je is? Uit angst om vrienden, kennissen te verliezen? Ik denk dat die kans groter is door niet open te zijn en niet open te staan, door je niet te tonen als de mens die je bent.

Ik zal nooit vriendschap sluiten met neo-nazi's of fascisten, maar al wie democratisch is is voor mij een potentiële vriend om kameraad, los van zijn of haar politieke of filosofische overtuigingen. Het is toch mooi om van 'mening' te verschillen en daarover te discussiëren. Niemand heeft de absolute waarheid in pacht. Je leert elke dag bij, zeker van andere mensen, met andere overtuigingen dan de jouwe. Anne Marie hierboven, die vindt dat ik ongenuanceerd denk, is een goede vriendin voor mij (ik hoop dat het nog steeds wederzijds is). Hardy P.Paul, ikbegrijp dat mensen op alle mogelijke manieren uit elkaar kunnen groeien. Maar moet je daarom zwijgen? Ik betwijfel dat. Zeker niet als het over fundamentele dingen gaat.

En wat ik nog een keer wens te herhalen. Ik heb geschreven: er bestaat geen groter kwaad dan domheid. Ben ik daarom intelligent? Ik dacht van niet. Ik geloof niet in perfectie, zuiverheid en zeker niet in het absoluut goede.

Marc Tiefenthal: Oké, maar het gemiddeld denken dat te snel gaat en dat denkt: hij is tegen domheid dus zal hij wel wijs of slim of intelligent zijn of zo. Hoezo? Hallo.

Martin Pulaski: Ja, we trekken vaak veel te snel conclusies, wellicht omdat we uitspraken niet in hun geheel met alle implicaties tot ons laten doordringen. Wellicht doen we dat zelfs niet als we ze neerschrijven.

Marc Tiefenthal: Daarom af en toe een kwinkslag, Martin Pulaski, dat relativeert behoorlijk en zet een mens aan het denken. De ondergravende functie van humor in dictatoriale tijden.

Martin Pulaski: Met een voorkeur voor galgenhumor, humour noir...

Marc Tiefenthal: Niet bepaald. Mag van alle kleuren zijn.

Martin Pulaski: Ja, natuurlijk, andere kleuren ook, zoals die van 'Singing In The Rain'.

Marc Tiefenthal: Want dansen helpt zeker ook, behalve in Iran.

Martin Pulaski: Ja, ja, en flauwe woordspelingen.

Marc Tiefenthal: Het is inderdaad niet mogelijk elke dag even sterke, zwaar gebalde woorspelingen uit te vinden. Maar het loont soms de moeite.

Anne Marie De Decker: Matti, zeker en vast ben je voor mij nog steeds een meer dan bijzondere hele goede vriend. Sta me wel toe om te zeggen dat ik een gesprek prefereer boven sociale media vooral over onderwerpen die toch wel emoties losmaken. De lichaamstaal, intonatie, ... die ermee gepaard gaan zijn voor mij een onmisbare aanvulling. Ik lees te diagonaal, dat kan ook, en reageer dan zeer waarschijnlijk ook heel diagonaal. Liefs.

Jorien Hamers: Spot on Martin Pulaski....Ik voel het ook zo...Mijn maag draait....XXX

 

woede, verontwaardiging, misselijkheid, subjectiviteit, discussie, nuances, politiek, media, leugens, bedrog, ondernemers, humor, stemmen, stemgedrag, onwetenheid, domheid, et cetera

Foto's uit '1900' van Bernardo Bertolucci.

21-01-14

JEAN SEBERG: EEN AMERIKAANSE TRAGEDIE

jean-seberg-breathless4.jpg

 

Gisteravond zag ik een magnifieke documentaire over Jean Seberg, ‘Eternelle Jean Seberg’ van Anne Andreu. Hoewel ik haar levensverhaal ken was ik opnieuw verontwaardigd. Een geweldige actrice, een voorvechtster voor gelijke rechten, voor individuele en artistieke vrijheid, een idealistische vrouw die iedereen zou moeten bewonderen – kapot gemaakt door de paranoïde J. Edgar Hoover en zijn FBI-agenten en, ook dat verhaal klinkt vertrouwd, de gewillige media. Een vrouw die voor ons allen een voorbeeld had kunnen zijn, de ‘heldin’ van ‘A bout de souffle’, het eerste meesterwerk van Jean-Luc Godard, werd door hypocriete moraalridders zo lang opgejaagd en geïntimideerd dat er voor haar maar een uitweg meer bleef: zelfmoord. (Als het al zelfmoord was, want de mogelijkheid dat ze vermoord werd is nog altijd niet uitgesloten.)

jeanseberg2.jpg

Ik wil haar levensverhaal hier niet nog eens herhalen. Probeer de documentaire te zien, en zeker een aantal van haar films. Hieronder een kort stuk uit Wikipedia over de methodes van de FBI om iemand te ‘neutraliseren’.

“During the late 1960s, Seberg provided financial support to various groups supporting civil rights, such as the NAACP and Native American school groups such as the Meskwaki Bucks at the Tama settlement near her home town of Marshalltown, for whom she purchased US$500 worth of basketball uniforms. The FBI was upset about several gifts to the Black Panther Party, totalling US$10,500 (estimated) in contributions; these were noted among a list of other celebrities in FBI internal documents later declassified and released to the public under FOIA requests. The financial support and alleged interracial love affairs or friendships are thought to have been triggers to a large-scale FBI program deployment in her direction.

The FBI operation against Seberg used COINTELPRO program techniques to harass, intimidate, defame, and discredit Seberg.The FBI's stated goal was an unspecified "neutralization" of Seberg with a subsidiary objective to "cause her embarrassment and serve to cheapen her image with the public", while taking the "usual precautions to avoid identification of the Bureau". FBI strategy and modalities can be found in FBI inter-office memos.
Jean_Seberg_Bonjour_Tristesse_Preminger.jpg

In 1970, the FBI created the false story, from a San Francisco-based informant, that the child Seberg was carrying was not fathered by her husband Romain Gary but by Raymond Hewitt, a member of the Black Panther Party.The story was reported by gossip columnist Joyce Haber of The Los Angeles Times and was also printed by Newsweek magazine. Seberg went into premature labor and, on August 23, 1970, gave birth to a 1.8 kg baby girl. The child died two days later. She held a funeral in her hometown with an open-casket that allowed reporters to see the infant's white skin which disproved the rumors. Seberg and Gary later sued Newsweek for libel and defamation and asked for US$200,000 in damages. Seberg contended she became so upset after reading the story, that she went into premature labor, which resulted in the death of her daughter. A Paris court ordered Newsweek to pay the couple US$10,800 in damages and also ordered Newsweek to print the judgement in their publication plus eight other newspapers.

The investigation of Seberg went far beyond the publishing of defamatory articles. According to her friends interviewed after her death, Seberg experienced years of aggressive in-person surveillance (constant stalking), as well as break-ins and other intimidation-oriented activity. These newspaper reports make clear, that Seberg was well aware of the surveillance. FBI files show that she was wiretapped, and in 1980, The Los Angeles Times published logs of her Swiss wiretapped phone calls. U.S. surveillance was deployed while she was residing in France and while travelling in Switzerland and Italy. Per FBI files the FBI cross-contacted the "FBI Legat" (legal attachés) in U.S. Embassies in Paris and Rome and provided files on Seberg to the CIA, U.S. Secret Service and U.S. Military intelligence to assist monitoring while she was abroad.

FBI records show that J. Edgar Hoover kept U.S. President Richard Nixon informed of FBI activities related to the Jean Seberg case via President Nixon's domestic affairs chief John Ehrlichman. John Mitchell, then Attorney General, and Deputy Attorney General Richard Kleindienst were also kept informed of FBI activities related to Jean Seberg.”

jeanseberg1.jpg

Jean Seberg was een unieke en moedige, maar soms ook wanhopige en rusteloze vrouw; over haar zou ongeveer hetzelfde kunnen geschreven worden als wat Antonin Artaud opmerkte in zijn 'Van Gogh le suicidé de la société': "Il y a dans tout dément un génie incompris dont l'idée qui luisait dans sa tête fit peur, et qui n'a pu trouver que dans le délire une issue aux étranglements que lui avait préparés la vie."

14-01-14

RETORICA EN UTOPIE

Hitler-Youth-Nuremberg-Rally-1935.jpg

“Neem het me niet kwalijk dat ik dat zo zeg, maar jullie declamatoren zijn de hoofdschuldigen die de welsprekendheid bedorven hebben. Door met jullie zweverige klankorgieën allerlei drogbeelden voor te toveren, hebben jullie gemaakt dat het levende organisme van de taal ontkracht werd en afstierf.”*

Petronius, Satyricon.
 

Deze gezwollen stijl vind ik in onze tijd terug in de Vlaamse letteren (er zijn uitzonderingen, zoals dat altijd het geval is) en veel meer nog in de politieke retorica, vooral in die van de Vlaamse en andere nationalisten. Kenmerken voor nationalistische utopieën is dat ze tegelijk simplistisch en hoogdravend zijn. Een ander belangrijk element, even hoogdravend en zweverig, want nergens op gegrond, is de negativiteit. Alles wat niet tot de enge wereld van de nationalisten behoort, wat niet in hun wereldvreemde schema’s past, is problematisch, storend, is ronduit slecht.

Paul De Grauwe, toch een gerenommeerde econoom, en niet bepaald links, toont in een onderzoek aan dat Vlaanderen er ondanks zes staatshervormingen en massa’s meer ‘bevoegdheden’ economisch en bijgevolg ook sociaal op achteruit gaat. In zekere zin rechtevenredig met die ingewikkelde hervormingen, zo ingewikkeld dat geen mens er nog zijn weg in vindt, zeker niet een buitenlander die gewoon was met België handel te drijven. Iemand die ervan overtuigd was dat bijvoorbeeld bier een uitstekend Belgisch product was en nu moet proberen te begrijpen dat er helemaal geen Belgisch product bestaat, dat het om Vlaams bier gaat. Hij moet ook begrijpen dat de Belgische luchthaven Brussel-Nationaal heet en niet anders. Zodra hij per trein Brussel verlaat, op weg naar Antwerpen of Gent, moet hij Vlaams verstaan (Nederlands wordt hier al lang niet meer gesproken); met Engels, Frans of Spaans komt hij nergens. Deze twee eenvoudige voorbeelden maken meteen duidelijk waarom het niet goed gaat met de Vlaamse economie, of niet soms?

Het antwoord van de Vlaamse nationalisten op de vragen die het onderzoek van Paul De Grauwe stelt is zoals te voorzien en te verwachten was: de zes vorige staatshervormingen waren niets waard, ze gingen niet ver genoeg. De volgende staatshervorming, die fundamenteel moet zijn (hoewel ze dat woord uiteraard vermijden), zal de oplossing brengen. De nationalisten zullen daar voor zorgen. Eens die definitieve, radicale, revolutionaire en fundamentele oplossing er is gaat alles goed in Vlaanderen. Alle bedrijven zullen floreren, aan de werkloosheid komt een einde, elke Vlaming kan naar hartenlust beleggen via betrouwbare, transparante banken, de cultuur bloeit als nooit tevoren omdat vanaf nu de volkseigen traditie niet langer wordt verloochend en door het volk aanbeden iconen aan jongeren het voorbeeld geven, iedereen zal zes dagen per week een tiental uur werken en tevreden zijn met zijn salaris, voldoende om datgene te consumeren wat de florerende bedrijven hem tegen een spotprijs aanbieden. Wie toch eens over de schreef gaat en bijvoorbeeld een kersenpit op straat uitspuwt of een broodje aan een bedelaar geeft (hoewel die er niet meer zullen zijn) betaalt met een glimlach zijn GAS-boete.

Ik was bij geen van beide spektakels, maar wat ik las over het nieuwjaarsfeest van de Vlaams-nationalisten in Flanders Expo doet me enigszins denken aan beelden die ik zag van een congres van de nazipartij in Neurenberg in 1934. De bejubelde en verguisde regisseur Leni Riefenstahl maakte er het angstaanjagende meesterwerk, ‘Triumph des Willens’ van. Naar mijn weten heeft de NVA voorlopig nog niet zo’n getalenteerde regisseur in dienst, maar de partij heeft alvast veel steun in de Vlaamse media, vooral bij mediafiguren die bang zijn hun baantje te verliezen of hopen na de verkiezingen van dit jaar eindelijk tot de top door te dringen. Net zoals de nationaal-socialisten destijds in Duitsland worden de rechtsliberale nationalisten in ons land volop gesteund door grote bedrijven. Dit mag echter niet geschreven worden, er mogen geen vergelijkingen gemaakt worden met de jaren twintig en dertig, met de opkomst van het nazisme, dat wordt reductio ad hitlerum genoemd, een drogreden zegt men, dat mag niet. Waarom zou het niet mogen? Het is immers geen drogreden, de overeenkomsten zijn overduidelijk.
IMG_3965.JPG

Noem hen ‘Empire’ – in navolging van J.M.  Coetzee, Antonio Negri en Michael Hardt - of de één procent, noem hen de grote globale bedrijven, de bankiers, et cetera…, zij zijn het die ons, arbeiders, burgers, werkers, werklozen, zieken, gepensioneerden, studenten, jongeren, uitzuigen, die ons uitpersen, die onze arbeid stelen (of hem tot slaven- en kinderarbeid herleiden), die ons onze rechten afnemen, onze al zo onaanzienlijke macht, die profiteren van onze kracht tot er niets meer van overblijft. Voor de macht, voor de winst, voor de absurde triomf van het geld, die eigenlijk de triomf van de dood is.
Niet meer dan logisch dat ze dat willen blijven doen en dat ze daarom een partij steunen die zelf niets wil dan macht en een tamme, lamme, blind berustende massa. Wat echter onbegrijpelijk is, en almaar onbegrijpelijker wordt is dat wij, als massa, als enkelingen, nog niet helemaal lam en blind en machteloos, dat goedkeuren, dat velen onder ons binnenkort zelfs hun stem gaan uitbrengen voor een partij die ons alles af wil nemen. Hebben wij dan zoveel te verliezen? Zijn we dan zo bang? Staat er voor ons zoveel op het spel? Is onze verbeelding zo erg aan banden gelegd dat we niet meer in staat zijn om een reële utopie te ontwerpen, een utopie die niet alleen maar in dromen mogelijk is, maar in het dagelijks leven kan gedijen. Ik denk dat het mogelijk is. Het moet mogelijk zijn.

 

*Petronius, of liever het personage Encolpius, stelt die gezwollen stijl aan de kaak in precies dezeflde gezwollen stijl van zo’n declamatie.

waiting-for-the-barbarians-by-j-m-coetzee 0.jpg

...

Foto's: Triumph des Willens, Leni Riefenstahl, Arbeiders, Martin Pulaski (2013), Waiting For The Barbarians, J.M. Coetzee. 

09-10-13

DE MAN ACHTER HET LOKET

IMG_4188.JPG

Vorige zaterdag dacht ik onwillekeurig terug aan een essay van Stefan Hertmans over de woordenloosheid, getiteld ‘Een wak in het spreken’. Niet dat ik er mij nog veel van herinnerde, er zijn sinds 1993 al zoveel - meestal overbodige - woorden door me heen gegaan dat ik er, opstandig als ik vaak ben, nagenoeg sprakeloos van ben geworden. Nee, ik wil het hier en nu niet hebben over de poel des verderfs die ‘Vlaamse literatuur’ wordt genoemd (waarop Hertmans een uitzondering blijft). Ik wil het hier en nu hebben over het dagelijks leven in de hoofdstad van het Koninkrijk.

Aan een van de twee open loketten in het Centraal Station te Brussel, hoofdstad van Europa, wilde ik na enig tevergeefs zoeken naar een open krantenwinkel, een kaartje kopen voor de trein naar Antwerpen, cultuurhoofdstad van Europa in 1993, naar aanleiding waarvan Stefan Hertmans het hierboven genoemde essay  schreef. Eerst was ik door de opgefriste lange gang gelopen die het metrostation met de laatste nachtmerrie van Baron Horta verbindt: wat een herademing! Die schoonmaakbeurt werd al zo’n dertig jaar aangekondigd. De gang stonk al die jaren al niet alleen naar faeces en urine: je was nooit zeker of je wel levend de uitgang zou bereiken. Waarom er zo werd getalmd weten alleen enkele hooggeplaatste notabelen, die wellicht verkiezen om te zwijgen, een beetje zoals Bartleby the scrivener; alleszins werd er over getwist door aannemers, dorpspolitici, notarissen, advocaten, hamburgerverkopers, poetspersoneel, daklozenverenigingen, de negentien Brusselse burgemeesters en een onoverzichtelijk aantal schepenen, de Brusselse gewestregering, de COCOF en de VGC, Infrabel, de Waalse regering, de Vlaamse Overheid, de NVA-Brussel, het Vlaams Belang, FDF, diverse bouwpromoteren, de Vlaamse minister-president en zijn regering, de federale regering en het Koningshuis. Maar goed, de gang is schoongemaakt en opgefleurd. In het station zelf echter stinkt het nog altijd naar urine, wat niet zo verwonderlijk is: er is maar een wc en dat is zo goed als altijd gesloten. De winkels in de vrij recent geopende Horta-galerij zijn ook bijna allemaal dicht, of bankroet, dat kan ook.

Na enig aanschuiven in de kortste van de twee rijen - een zestal loketten waren gesloten - was het mijn beurt. De man achter het loket bleek me niet meteen te zien of te horen. Had ik geen stem meer, was ik sprakeloos geworden? Dat zou dan slecht aflopen want ik was op weg om een radioprogramma te gaan presenteren. Na enkele seconden drong het tot me door dat de loketpersoon zelf geen stem had, en ook geen ogen. Hij tikte iets in in zijn computer, en op bijna miraculeuze wijze zag ik vervolgens een kaartje door de gleuf in het beroete glas tussen ons me toegeschoven worden. De man echter keek me niet aan en zei niets. Het verschuldigde bedrag verscheen op het scherm van het betaalapparaat. Voor ik vertrok zei ik nog ‘dank u’ tegen de man zijn linkeroor en voegde er ‘tot ziens, nog een prettige dag’ aan toe. Ik wist natuurlijk wel dat dat geen zin had: de man had er al van in het begin de voorkeur aan gegeven me volstrekt te negeren. Maar waarom?


Later, toen ik in de trein, die met ongeveer een half uur vertraging in Antwerpen zou aankomen, maar dat is een detail, mijn kaartje moest tonen meende ik het te begrijpen. Het ‘weekendticket’ was in het Frans opgesteld. Daar lig ik in normale omstandigheden niet van wakker. Ik ben geen flamingant, noem mezelf ook geen Vlaming maar een Belg en zo. In een situatie als deze lig ik er echter wel van wakker, want het gaat om bewuste vijandigheid. Waarop berust die vijandigheid, en waar leidt ze toe? Heeft een loketbediende het recht om een klant op die manier te behandelen? Te doen alsof je niet bestaat, je tot een sprakeloze paria te herleiden, alleen vanwege je taal? En ik spreek dan ook nog een beetje Nederlands, geen Vloms zoals in comedyshows allerhande op televisie. Daar is toch niets mis mee? Het Nederlands is een van de belangrijkste talen van Europa. Het Nederlands is een bijzonder mooie taal, net zo mooi als het Frans of het Engels of het Hongaars, of welke taal dan ook. Bovendien heeft de man mij niet gezegd dat hij geen Nederlands verstaat (wat een vereiste is in zijn functie).

Het is erg, zeggen de mensen dan. Maar het is niet alleen erg. Het is verontrustend. Je wordt sprakeloos van zulke toestanden. Misschien vind je dat het een detail is? Ik niet. Het is geen detail. Het is een symptoom. In een land waar vrouwen met een hoofddoek vaak worden gehaat en van de arbeidsmarkt uitgesloten, zelfs als ze vriendelijk zijn en drie talen spreken, vindt men het onbeschoft gedrag van bedienden die sommige burgers als paria, als onzichtbare behandelen normaal.

"... de woordenloosheid als een noodlot. Dit lot te ondergaan is het laatste restant van heldhaftigheid, van het lot van de antieke held, een lot dat is ondergedoken in een aan woordzwendel stervende beschaving, in de enige vorm van antwoord die haar overbleef: de stilte als een ruimte waarin geschiedenis over zichzelf mediteert."

...

 

Nu wil ik tot slot wel een ding heel duidelijk stellen: dit gaat niet over dé Franstaligen of dé ambtenaren, of dé Belgische spoorwegen. Dit gaat over symptomatisch gedrag van een enkeling en het gaat eveneens over de teloorgang van onze instellingen en onze openbare ruimte.

...

Foto: Martin Pulaski, Brussel, 19 september 2013. 
Citaat Stefan Hertmans, uit: Vertoog en Literatuur, Cahier 2, Woordenloosheid, "Een wak in het spreken". 

16-04-13

SPRAKELOOS

goya1.jpg

Francisco Goya, Saturnus die zijn zoon verslindt.

Niet veel dingen maken je nog sprakeloos. Misschien alleen de dood van een vriendin of vriend, van een familielid, van iemand die je goed kende, van iemand die je zeer bewonderde. De dood, altijd de dood. En dan zijn er die omineuze gebeurtenissen zoals de bomaanslag tijdens de marathon in Boston – ooit liep je door dezelfde elegante straten – en de aardbeving in Iran.


Sprakeloos. Je zou iets willen zeggen, iets willen schrijven. Iets om het monsterachtige mee weg te jagen. Maar je begint er niet aan. Je gedachten gaan naar een lied van Bob Dylan, Changing Of The Guards, en een schilderij van Goya, Saturnus die zijn kinderen verslindt. En dan wacht je op nieuwe dagen, vrolijke uren, momenten van verrukking.

26-03-13

THE MAN WHO SHOT LIBERTY VALANCE

the-man-who-shot-liberty-valance-2.png

‘The Man Who Shot Liberty Valance’ is een van de hoogtepunten in het oeuvre van John Ford. De film behandelt de invoering van law and order in het wilde Westen. Je ziet hoe de open range, waar de wet van de sterkste heerst, ingebed wordt in de grote democratische republiek, waar het volk het voor het zeggen heeft en niet uitsluitend machtige, prominente mannen over alles beslissen. Of met andere woorden, hoe dat ruwe land onderdeel wordt van een American Dream die nooit zal worden verwezenlijkt: de Staat waar iedereen gelijk is.  

‘The Man Who Shot Liberty Valence’ is evenwel veel meer dan dat. Achter en onder de wetboeken en het prille democratische recht blijft het geweld zijn gang gaan. De rechtsorde is alleen maar mogelijk indien er naamloze revolverhelden bestaan die er niet voor terugschrikken 'slechte mensen' zoals Liberty Valence uit te roeien. De ware held van de film is niet Ransom Stoddard (James Stewart) maar Tom Daniphon (John Wayne), de man die Liberty Valance - vanuit een donkere hoek - over Stoddards schouder neerschiet.

‘The Man Who Shot Liberty Valance’ is eveneens een meditatie over legende en waarheid. De meeste mensen geven de voorkeur aan een verhaal, een mythe of een legende, ten koste van wat waar is. Ransom Stoddard wint het respect van het grote publiek door iets wat hij in werkelijkheid niet heeft gedaan. De western legt bloot hoe een legende ontstaat. Ook in onze tijd liggen weinigen wakker van de waarheid, of van versies van de waarheid. Velen verkiezen de verhalen die de media hen elke dag opdringen.