03-10-14

IRINA EN EVA IONESCO

 

my little princess.jpg

Van ‘Erwin’ via ‘Moord & Doodslag’ en ‘Siciliaanse vespers’ naar Syracuse (16 mei 2013) is een lange weg. Die moet ik helemaal in woorden afleggen, waarbij ik niet alleen hoop mijn doel te bereiken – het aantal hindernissen neemt elke dag toe – maar tevens een plaats te bereiken die in de toekomst ligt, een bestemming die nu nog in donkere nevelen is gehuld en naamloos is. Geduld, moed en ontvankelijkheid zijn hierbij, zoals bij zoveel belangrijke ondernemingen, onontbeerlijk.

Onlangs zag ik de film ‘My Little Princess’ (2011) van Eva Ionesco. Ik had hem een paar dagen tevoren opgenomen vanwege de thema’s (fotografie, grensoverschrijdend gedrag, uitbuiting, incest) maar vooral vanwege Isabelle Huppert, sinds vele jaren mijn uitverkoren actrice. Pas na het zien van de erg mooie maar verontrustende film besefte ik dat andere, onbewuste drijfveren mij tot opname hadden aangezet. En nee, er is niet meteen een verband met het werk van Geerten Meijsing, tenzij misschien het jonge meisje, een verbluffende rol van de onbekende Anamaria Vartolomei, en meer algemeen de decadentie en het narcisme.
my little princess 3.jpg

Al bij het begin van de film herinnerde ik mij opeens een kostbare, vrij grote map met foto’s van Irina Ionesco die ik bij Boekhandel Corman, waar ik toen werkte, meermaals voorzichtig had geopend om een blik te werpen op de perverse afbeeldingen van meisjes en jonge vrouwen. Ik vond het mooie en opwindende foto’s, echte kunstwerken; het was duidelijk dat er hard was aan gewerkt, zeker ook aan de enscenering en de kleding (en ontkleding). Ik herinner me niet of er foto’s bij waren van een jong meisje, van een kind. Het is mogelijk. Ook in die dagen – de eerste helft van de jaren zeventig - waren dergelijke beelden nog altijd pervers en opwindend, maar schokken deden ze nauwelijks (1). In West-Europa leek de censuur eindelijk voorgoed te zijn afgeschaft. Wat mij betreft waren afbeeldingen van seks met kinderen een stap te ver. De daad zelf kon ik me zelfs niet voorstellen (en ik kan dat nog altijd niet). Ik heb ooit een aflevering van het undergroundtijdschrift Suck gekocht, waar ik zulke foto’s in aantrof. Hoe walgelijk en wansmakelijk! Niet zo bij de foto van Germaine Greer, auteur van de bestseller ‘The Female Eunuch’, die trots haar vagina tentoon spreidt. Maar beroemde vagina of niet, van Suck wilde ik niets meer horen. Het ging bij dat tijdschrift ook helemaal niet om de vrijheid: er werd een nieuwe markt aangeboord, die van de pornografie, van lust als handelswaar.
Ionesco1.jpg

De foto’s van Irina Ionesco, zoals ik ze mij van die map herinner, waren niet pornografisch in de betekenis die dat adjectief vandaag heeft. Geen sprake van penetratie, cunnilingus, fellatio en al helemaal geen ‘cum shots’. Maar de fotograaf dwong haar kleine dochtertje, Eva, om de rol van een obscene Lolita te spelen. Aanvankelijk had Eva, jong als ze was, daar geen bezwaar tegen. Gaandeweg echter kwam ze meer en meer in opstand tegen haar moeder, ze begon zich gebruikt en misbruikt te voelen. Als volwassen vrouw spande ze een proces aan tegen Irina; pas in 2012 kwam er een uitspraak: Eva’s moeder moest haar dochter een boete (of smartengeld) betalen van 200.000 euro.

Ten minste drie dingen vind ik vreemd aan dit hele verhaal. Waarom was ik Irina Ionesco en haar foto’s vergeten; waarom had ik nooit iets over die moeder-dochterrelatie gelezen (of was ik het vergeten?); waarom maakte Eva Ionesco zo’n oogstrelende en zelfs opwindende film over dat pijnlijke onderwerp, over het misbruik waar zij het slachtoffer van was? ‘My Little Princess’ is, nogmaals, een schitterend in beeld gebrachte film, met veel aandacht voor decors, kostuums en belichting.(2) Maar mag een kunstwerk dat voor de kunstenaar (en voor de toeschouwer) voor loutering, voor catharsis moet zorgen wel zo mooi zijn? Moet hij niet veel rauwer, wreder, lelijker zijn? Een moeder die haar dochter uitbuit en misbruikt verdraagt geen schoonheid, hoe mooi en opwindend haar kunst ook mag wezen.

[Eva Ionesco lijdt wellicht aan wat Freud herhalingsdwang noemt – of is het een bewuste beslissing om het gedrag van haar moeder te herhalen? Wat zij met de jonge actrice Anamaria Vartolomei doet is misschien niet echt misbruik maar ook zij maakt van het meisje een Lolita, een verleidelijk wezentje, niet alleen aantrekkelijk voor het artistieke ‘Humbert Humbert’-type maar zeker ook voor mannen of vrouwen die wat minder esthetisch zijn ingesteld.]

 IrinaIonesco35.jpg

 ...

(1) Schokken deden ze nauwelijks. Op 23 mei 1977 sierde een foto van de jonge Eva Ionesco de voorpagina van Der Spiegel. De tijden zijn evenwel veranderd. Als je naar het archief van Der Spiegel gaat zie je alle afleveringen netjes geklasseerd, alleen die waarop Eva staat afgebeeld is niet zichtbaar.

(2) “Il faut donc rendre grâce à Eva Ionesco, à son talent et à son courage, d'avoir signé ce film si personnel dans un esprit de drôlerie”. Jacques Mandelbaum in Le Monde.

...

Foto's: Anamaria Vartolomei en Isabelle Huppert in 'My Little Princess'; Anamaria Vartolomei in 'My Little Princess'; foto van Irina Ionesco; foto van Irina Ionesco.

12-06-13

DILEMMA

CAROLE LAURE.png

Carole Laure, in 'Sweet Movie' (1974) van Dusan Makavejev.

Een bevriende regisseur vertelt me dat een kennis van hem, baron de Brouckhoven de Bergeyck, hem carte blanche geeft om een toneelstuk te maken zoals er nooit tevoren een te zien is geweest. Het wordt een explosieve creatie, een kunstwerk dat alle grenzen te buiten zal gaan. Subliemer en weerbarstiger dan Wedekind, perverser dan Lautréamont en Sade, intiemer dan August Strindberg, absurder dan Beckett, wreder dan Artaud en Sarah Kane. Hij heeft al een aantal ideeën, die ik niet allemaal begrijp, niet alleen vanwege de ingewikkelde filosofische inhoud en de ongewone structuur, maar ook vanwege de taal die hij hanteert. Het lijkt een combinatie van Jiddisch en Berbers, met wat Nederlandse woorden ertussen om toch een beetje aan mijn beperkte talenkennis tegenmoet te komen.

Op hetzelfde moment krijg ik van een groot Hongaars toneelhuis, in het centrum van Boedapest, het aanbod om mijn stuk, ‘Het einde van de droom’, te komen regisseren. Ik begrijp niet goed vanwaar die aandacht van de Hongaarse culturele wereld voor mijn werk opeens komt. Zelfs in mijn eigen land kent niemand me. Maar ik voel me vereerd en wil al meteen antwoorden dat ik op de vraag inga, zonder zelfs na te denken over het honorarium.

Tot ik besef dat ik dan de opvoering van het stuk van mijn vriend zal moeten missen. Baron Brouckhoven de Bergeyck is niet de eerste de beste: hij zwemt in het geld en heeft een exquise literaire en artistieke smaak. Mijn vriend is de beste toneelregisseur van België, ook al neigt hij naar deviantie en perversie. Tot ik, meer bepaald, besef dat ik een uniek stuk met de mooiste actrices van de wereld in een decadente orgie van seks, lieftallig geweld en bandeloze waanzin zal moeten missen. En dat allemaal omdat ik in Boedapest een beetje de ijdeltuit wil gaan uithangen. Ik beslis meteen om niet in te gaan op het Hongaarse aanbod.

07-07-06

DE LUIE PASTISDRINKER


Misschien en zelfs waarschijnlijk leest niet iedereen de commentaarstukjes, en dan ben ik nog optimistisch. Want hoe belachelijk is deze eerste zin, met het woord ‘iedereen’ erin. Natuurlijk leest niet iedereen die commentaarstukjes! Ik besef maar al te vaak dat slechts weinigen zelfs maar de ‘echte’ body lezen, de tekst zelf, waar vaak hard aan gewerkt is, in de vrije tijd of tijdens gestolen kwartiertjes, en even vaak plezier aan beleefd (dat laatste vooral met het oog op potentiële, mooie vrouwelijke lezers, met zeker nu in de zomerdagen dunne niemendalletjes aan).

Om de niet-lezers van commentaren toch een tweede kans te geven – maar ook omdat het warm is en ik dan graag een paar glazen pastis drink en daardoor niet veel zin heb om veel te verrichten – herneem ik hier een commentaar (van mezelf, welteverstaan) op het vorige stuk, getiteld perversies. Wat nu volgt is dan een soort perversie in het kwadraat. Of een versie tot de zoveelste macht. Ik schrijf ‘zoveelste’ niet alleen uit luiheid, maar ook omdat macht nooit deel heeft uitgemaakt van mijn wereldbeeld. Met de macht kun je maar best de spot drijven. Nietzsche had daar andere ideeën over, maar ik ben Nietzsche niet. Ik neem bijvoorbeeld geen zweep mee als ik naar de vrouwen ga. Bovendien ga ik niet naar de vrouwen. Mijn vrouw zou dat niet waarderen, denk ik. Overigens noem ik mijn vrouw nooit mijn vrouw, maar mijn levensgezellin. Of Laura. Soms ook Daphne. Ze is een mooie vrouw, die nu vermoedelijk in de armen van Morpheus ligt, mijn onmiskenbare rivaal. Maar terzake. Wat schreef ik naar aanleiding van ‘perversies’?

De kilte – woorden over het ‘coole’ bestaan in tijden van oververhitting - ontsnapt aan mijn 'brein' per/versies van niet alleen uitgekozen maar ook toevallige thema's. Bouwstenen voor die op het eerste zicht chaotische woorden – perversies – zijn net zo goed alledaagse gebeurtenissen zoals het voetbal, de aankoop van boeken in de koopjesperiode (van de grondlegger Euripides, de hoerenloper Georges Simenon, de ‘mensenhater’ Thomas Bernhard, van Fernando Pessoa de liefdesbrieven), het lezen van een filosofisch werk van Peter Sloterdijk (Het kristalpaleis, over de 'ontdekkingsreizen' en de 'verovering van de globe', een boek mij geschonken ter gelegenheid van mijn zoveelste – nog een keer - verjaardag), het luisteren naar Coney Island Baby van Lou Reed, herinneringen aan een bezoek aan Coney Island in New York... Aan de wrede maand april had ik nog niet gedacht. Maar die maakt nu ook deel uit van de invoer. Het bloedgleufmes komt af en toe tevoorschijn in mijn teksten. Het heeft echt bestaan en misschien is dat nog steeds het geval. Het was een cadeau van een Deense zeeman aan mijn vader. Later werd het mijn bezit. Maar op een mooie zomerdag liet ik het onvrijwillig in een auto achter. Had ik iets kwaads in de zin gehad? Natuurlijk niet. De mensen die het onder de achterbank van hun auto hebben aangetroffen, zullen wel geschrokken zijn. Ik had het alleen maar bij om de moeder van mijn zoontje en mezelf in geval van nood te verdedigen. Het waren gevaarlijke dagen voor lifters. Geregeld werden vermoorde en verkrachte ‘hippies’ in het struikgewas teruggevonden. Dat schreven althans de kranten. Je kon maar beter je voorzorgen nemen. Nu weet ik wel beter. Ik bereid me nooit meer voor op onheil. We hebben dat niet in de hand. Je doet beter alsof je neus bloedt. Maar vandaar dat bloedgleufmes in die perversies. Of is het niet pervers dat brave mensen zullen geschrokken zijn van een wapen dat niet tegen hen gericht was, maar tegen boosaardige sujetten in mediaverhalen?

Over Bonnie Prince Billie en the Smiths zal ik het een ander keer moeten hebben. Ook aan verzen kom ik niet meer toe. Het wordt laat, de nacht is kort en morgen moet er hard worden gewerkt. Goodnight, sweet ladies and gentlemen.