06-06-15

ZERO DE CONDUITE: VRIENDEN

JACK KEROUAC AND NEAL CASSADY.jpg

Zéro de conduite is een POPprogramma op Radio Centraal in Antwerpen. Elke eerste zaterdag van de maand, van 6 tot 8 ’s avonds. Een muzikaal evenement voor allen en voor niemand. Uniek in de kosmos. Stem af op 106.7 FM. Je kunt Zéro eveneens via streaming beluisteren. Hier vind je meer informatie over de radio.

Vanavond gaat Zéro de conduite over vriendschap. Het zal niet de eerste keer zijn, vermoed ik. Ik heb het even opgezocht, maar vind niet terug wanneer het thema nog een keer aan bod kwam. Een noemenswaardig archief van al mijn uitzendingen heb ik niet – en ik doe dit al sinds 1982. De eerste tien jaar onder de naam Shangri-La. Nogal wat vrienden hebben mij daarbij bijgestaan, in de eerste plaats Pat Geens (voornamelijk in die eerste periode), maar ook Sofie Sap, Ton Luyben en, helemaal in het begin, Max Borka. Max en ik zijn samen bij radio Centraal begonnen. Enige maanden later zijn we ieder onze eigen weg gegaan, wat wel vaker gebeurt als je maar lang genoeg leeft. Met Sofie ben ik nog goed bevriend, al zien we elkaar niet vaak meer. Pat beschouw ik nog altijd als een van mijn allerbeste vrienden. Hoe komt het dan dat we elkaar niet meer ontmoeten? Waar Ton uithangt weet ik niet.

Eind april is een van mijn beste vrienden, al van in de vroege jaren zeventig, overleden: Paul Rigaumont. Op elk gebied een fijne en lieve man. Hij schilderde, schreef en leefde met een groot hart. En hij wist wat vriendschap betekende. Aan hem draag ik deze aflevering op.

Ik denk dat Montaigne in zijn ‘Essays’ het allermooist over vriendschap heeft geschreven, onder meer dit:
“In vriendschap heerst een algemene, allesomvattende warmte, die bovendien mild en gelijkmatig is, een bestendige, rustige warmte, een en al lieflijkheid en gratie, een liefde die niet brandt en verzengt. […] De liefde genieten is haar vernietigen, omdat haar doel lichamelijk is en vatbaar voor verzadiging. Vriendschap daarentegen wordt genoten in de mate waarin ze gewenst wordt en aangezien zij iets spiritueels is en de geest door het onderhouden ervan gelouterd wordt, ontstaat en groeit zij slechts en wordt zij slechts gevoed wanneer zij genoten wordt.”
Maar zo uit zijn verband gerukt verliezen deze zinnen aan betekenis en kracht. Probeer het hele essay te lezen. De ‘Essays’ van Montaigne zijn in alle openbare bibliotheken te vinden, zolang de Vlaamse regering ze niet sluit – om ‘te besparen en jobs te creëren en de mensen langer te laten werken’.
tricheurs-1.jpg

Zoals met alle interessante thema’s was het ook nu moeilijk om een keuze te maken: er is zoveel goed materiaal. Ik probeer meestal een evenwicht te vinden tussen songs die ik werkelijk niet uit de weg kan gaan, ook al worden ze op de commerciële radio gedraaid, en minder bekende, minder populaire liederen. Aan de ene kant Amy Winehouse en Bob Dylan, aan de andere Cowboy, Bob Carpenter en Opal. In mijn oren klinkt het allemaal even goed. Waarom de ene succes heeft en de andere bij wijze van spreken in de goot beland is mij meestal een raadsel.

Veel luisterplezier!

elmore james jt brown 1959.jpg

Friends - The Beach Boys - Friends

Old Friends - Simon & Garfunkel - Bookends

Bob Dylan's Dream - Bob Dylan - The Freewheelin' Bob Dylan (2010 Mono Version)

Fair Weather Friend - Crazy Horse - Scratchy: The Complete Reprise Recordings 1971-'73 Vol. 1

All My Friends - Cowboy - 5'll Getcha Ten

For Belgian Friends - The Durutti Column - The Best Of The Durutti Column 1

You're My Friend - Eels - Wonderful, Glorious

Best Friends, Right? - Amy Winehouse - Lioness: Hidden Treasures

You've Got A Friend - Roberta Flack & Donny Hathaway - Atlantic Rhythm & Blues Vol8 (1970-1974)

Your Best Friend - Doris Duke - I'm A Loser: The Swamp Dog Sessions & More

A Woman Is A Man's Best Friend - James Carr - A Man Needs A Woman

My Best Friend - Elmore James - The Sky Is Crying

My Friend - Jimi Hendrix Experience - First Rays Of The New Rising Sun

My Old Friend - John Hiatt - The Tiki Bar is Open

Two Old Friends - Neil Young - Are You Passionate?

Girlfriend - The Modern Lovers - The Modern Lovers

Has He Got A Friend For Me? - Maria McKee - Maria Mckee

Friends - Sandy Denny – Like An Old Fashioned Waltz

Farewell My Friend - Dennis Wilson - Pacific Ocean Blue

We're Just Friends - Wilco - Summerteeth

Friend, You've Got To Fall - Hüsker Dü - Warehouse: Songs And Stories

I Really Live Round Here (False Friends) - Kevin Coyne - Dynamite Daze

Good Friend - Violent Femmes - The Blind Leading The Naked

My Friend - Bill Callahan - Sometimes I Wish We Were An Eagle

Old Friends - Bob Carpenter - Silent Passage

Friends - Ryan Adams & The Cardinals - Cold Roses

My Only Friend - (Opal) - Early Recordings

Waiting On A Friend - The Rolling Stones - Tattoo You

She's My Best Friend - Lou Reed - Coney Island Baby

Greatest Friend - Incredible String Band - The Big Huge

My Old Friend - Sam Amidon - Bright Sunny South

bookends-simon and gafunkel.jpg

Research en presentatie: Martin Pulaski.
Foto's: Neal Cassady en Jack Kerouac; Jacques Dutronc en Bulle Ogier in 'Tricheurs' van Barbet Scroeder; Elmore James en een mij onbekende saxofoonspeler; Paul Simon en Art Garfunkel.

04-05-15

IN DE RAND VAN HET VERLANGEN*

 

paul rigaumont,schrijver,filosoof,schilder,vriend,aurora,anekdota,popcultuur,tegencultuur,protest,minderheid,minderheidswording,verlangen,beat generation,gilles deleuze,my generation,leven,dood

 

Voor Paul Rigaumont


1. BEAT GENERATION

"I've got every reason on earth to be mad", zong John Lennon als jonge Beatle. Aan die woorden moest ik denken toen ik hoorde dat Allen Ginsberg was overleden.
Nu zal ik het hier niet over de dood van Allen Ginsberg hebben en evenmin zal ik anekdotes over zijn wonderlijk leven vertellen. Maar ik wil wel even wijzen op het belang van figuren als Ginsberg in wat ik met een woord van Paul Rigaumont onze 'minderheidswording' noem.

Toen ik als jonge filosofiestudent in de eerste helft van de jaren '70 Paul Rigaumont leerde kennen, waren Allen Ginsbergs teksten voor mij belangrijke levenslessen. Van Ginsberg leerde ik niet schrijven, maar wel het leven binnenbrengen in het schrijven; zowel het 'platvloerse' als het verhevene moest een plaats krijgen in mijn werk. (Zowel John Keats als Elvis Presley, zowel Lee Marvin en Angie Dickinson als Theseus en Ariadne).
Thelonious-Monk.jpg

Allen Ginsberg las wijze boeddhistische teksten, luisterde naar Thelonious Monk en the Beatles. Van die ervaringen - maar uiteraard van nog veel meer -  zijn sporen terug te vinden in zijn uitbundige gedichten en dagboeknotities. Zoals veel schrijvers van de beat generation ging hij uitvoerig in op zijn seksleven. Zijn taal was een taal van het verlangen en van het lichaam, geschreven vanuit een diepe ervaring met alle zintuigen open (en vaak nog gestimuleerd door geestverruimende middelen).

Het verlangen en het lichaam zijn twee thema's die Paul Rigaumont zeker niet onberoerd hebben gelaten. De zes Anekdota die intussen zijn verschenen (hoewel we al aan nummer 8 hebben bereikt) kunnen daarvan getuigen.

Paul Rigaumont schrijft in 'Anekdota VIII': "Daar waar het verlangen zich manifesteert is er geen uitstel en geen berekening en geen beslag. (Een verlangen is onherleidbaar tot het gehoorzame reproduceren van regels en normen.)" (p.137)

De taal van het verlangen breekt met de algemeen geaccepteerde regels. Luis Bunuels films, en in het bijzonder ‘Un chien Andalou’ zijn er welsprekende voorbeelden van. Verlangende lichamen ontwrichten de spelregels van het menselijk verkeer. Bliksem en donder zijn, bij wijze van spreken, hun beste vrienden. Allen Ginsberg schrijft in zijn Indian Journals: "Throw doubt on whole of previously accepted human humanistic reality".
burroughs-kerouac.jpg

Het is geen toeval dat Paul Rigaumont zich in zijn filosofische dagboeknotities ent op filosofen als Deleuze, Foucault en Nietzsche. Wat zij gemeen hebben is de aandacht voor het verlangen, het wilde leven, het lichaam. Voorts hebben zij heel wat op te merken bij allerlei instellingen en tradities die precies het verlangen, met name de seksualiteit en de waanzin, in toom moeten houden.

2. TRASHMEN

Paul en ik leerden elkaar beter kennen toen we gingen samenwerken aan het Aurora-project. Dat zal in 1977 zijn geweest, het jaar van de Sex Pistols. De begindagen van punk en new wave waren vergelijkbaar met de naoorlogse beatnik-periode en met bepaalde elementen uit de jaren '60 (in hoofdzaak de beweging van de mods in Engeland gecombineerd met thema's van de situationistische beweging in Frankrijk en elders). Opnieuw hing de elektriciteit van de revolutie in de lucht. Zowel in de kleine Aurora-ruimte als in de grote Montevideo-hangar gingen jonge en minder jonge mensen met wapens van de verbeelding de verveling van de heersende stijlen en de economische crisis te lijf.

In die dagen klonken de Trashmen (die van 'Surfin' Bird') weer nieuw en terzake. Mijn vrienden en ik waren zelf Trashmen: we hadden geen job, geen vooruitzichten op een glansrijke carrière of een andere clownerie. We maakten ons weinig illusies. We spraken onszelf tegen, leefden van dag tot dag en zaten desondanks met de toekomst in ons hoofd. We droegen tweedehands kleren, dansten op muziek van the Clash, Television en Patti Smith. We (her)ontdekten de bijzondere charmes van plastic en neon-licht, we dronken goedkope wijn en tequila, waren niet vies van amfetamine en marihuana. Opnieuw gaven Kerouac, Ginsberg maar ook Sartre ons het goede voorbeeld. Wat vroeger het leven in de goot werd genoemd en tegenwoordig kansarmoede, was voor ons een flitsende levensstijl.
patti-smith-by-judy-linn-7.jpg

Sommige van de mensen die er toen waren zijn Trashmen gebleven. Misschien hoorde het ook zo. Om trouw te blijven aan onszelf hadden we wellicht allemaal Trashmen moeten blijven. Maar misschien was het alleen maar een stadium op de levensweg, onderdeel van een initiatie - of toch ook weer element van een minderheidswording.

Voor mezelf was rock 'n roll (‘Lost In The Supermarket’ van The Clash en ‘She's Lost Control’ van Joy Division) een levensnoodzakelijk en zoet antidotum tegen de gewichtigheid van Husserl en Descartes, een middel om het voortdurende gevecht, dat tegelijk een ludiek spel is, met de demonen van het bewustzijn aan te kunnen.


Heel wat van de beste mensen van onze generatie liepen tegen de muur, kwamen in het gekkenhuis terecht, maakten een eind aan hun leven. (Jos D., Willy B., Renée S. om de onbekendsten te noemen.) 
Iets gelijkaardigs had Allen Ginsberg in zijn jonge jaren al moeten vaststellen ("I saw the best minds of my generation destroyed by madness, starving hysterical naked, dragging themselves through the negro streets at dawn looking for an angry fix...")

gilles-Deleuze.jpeg

Wij treurden maar waren sterker dan de dood. Ons verlangen naar een ander leven was niet uitgeschakeld. Alle decibels van de Cinderella en alle arbeidsbemiddelaars van de RVA waren niet bij machte dat verlangen uit te schakelen. Wij bleven dromen van proza en poëzie en van een ruimte waarin we konden schreeuwen en schilderen, experimenteren en ontdekken. We werkten aan het eigenzinnige tijdschrift Aurora, waaraan ik nu met trots terugdenk, we organiseerden poëziemiddagen en -avonden in het Filmhuis in de Lange Brilstraat, Paul begon zijn hardnekkige onderzoek naar vormen en kleuren. We volgden sporen van Friedrich Nietzsche, Friedrich Hölderlin, Virginia Woolf, Edmund Husserl, Gilles Deleuze, Michel Foucault, Francis Bacon, Bram Van Velde, Maurice Wyckaert en, dichter bij huis, van Leopold Flam en Annie Reniers.
Paul had in die jaren onafgebroken onzichtbare handschoenen aan. Ik weet het, ik heb ze gezien. Ik heb ook de stekelige wereld gezien, die hem niet bijster veel keuze liet.

3. P-P-PEOPLE TRY TO PUT US DOWN, TALKING BOUT MY GENERATION

Maar hoe is het allemaal begonnen? Waarschijnlijk met gestotter. Gestamel dat voortvloeide uit frustratie. In de rij staan op tochtige plaatsen die men speelpleinen noemde, smakeloze soep eten en gelaten de blaffende stemmen van meesters en opvoeders in de gehoorgangen toelaten. Ons dagelijks leven tijdens de koude oorlog van de jaren '50 en '60 was niet bepaald een pretje.

Tot plotsklaps het pistoolschot klonk waarmee ‘Like A Rolling Stone’ opende. Dylans bevestiging van de naamloze, de hoer, de zwerver, de onbekende. Personages die allemaal in onszelf sluimerden. Die elkaar tegenspraken en zich systematisch vergisten.

Op Radio London hoorden we het gestotter van ‘My Generation’. Stotteren mocht, vond Pete Townshend. Je kon anders zijn, ook al werd je in dat anders-zijn niet zomaar aanvaard.
my generation.jpg

En meteen wisten we: dit is het nieuwe leven. Dit is het nieuwe leven dat wij gaan maken. Paul De Wispelaere had het over "een eiland worden". Maar mijn vrienden en ik zouden geen eilanden worden, maar wel minderheden, we gingen ondergronds, werden "subterraneans" om een woord van Jack Kerouac te gebruiken.

Paul Rigaumont heeft het daarover in 'Anekdota VIII' als hij Aurora beschrijft als een "plaats van een minderheidswording. (...) Een verstervingsoefening die een afstandelijkheid ten overstaan van de Staat en zijn apparaten veronderstelde. Een oefening die vooral impliceerde dat wij als gezworenen zouden 'stotteren' in de talen die men ons had toegespeeld. In onze spreek- en schrijftaal, in onze denktaal, in al die talen die door instellingen worden gebruikt om individuen te onderwerpen." 'Anekdota VIII' (p.81).

Natuurlijk waren we jong in 1965 en we wisten niet dat we in een traditie stapten: die van beatniks, van dada en sommige surrealisten, van prerafaëlieten als William Morris, van allerlei opstandige/utopische bewegingen in de middeleeuwen. Dat zouden we later vernemen, toen we al volop bezig waren ons te harden, toen we filosofie studeerden, toen we in gesprekken en teksten schrijvend vaststelden dat ons verlangen naar de wereld onverzadigbaar was.

In weerwil van de traditie - met haar akelige leuze 'alles is voltooid' - volhardden we met Ernst Bloch in het 'principe van de hoop' en wilden we iets van onszelf aan de wereld schenken. Omdat we kristallen waren geworden die moesten schitteren. John Lennon - alweer John Lennon - had het daarover in 'Instant Karma', een ingenieuze tegenspraak vol wanhopige vreugde (want hoe kan karma 'instant' zijn zoals koffie ?). We waren kristallen geworden die nooit af geraken. Het soort kristallen waarvoor André Breton een lofzang schrijft in 'L'amour fou':

(Ik parafraseer) Een kunstwerk heeft geen waarde als het niet die hardheid, regelmaat en schittering van een kristal bezit. Een hardheid die onverenigbaar is met het bewuste streven naar perfectie en naar formele schoonheid. Het kristal van het verlangen krijgt spontaan vorm.

Volharding is niet hetzelfde als verstarring. Het is jong blijven, met de zintuigen in de war, de chaos aanvaarden. Jong blijven zoals Simon Vinkenoog jong is gebleven. Niet op de valse manier van mode en reclame, maar op de manier van Gombrowicz, Picasso en Beckett. Zoals mijn vriend Paul Rigaumont, de dagboekschrijver van het verlangen, het verlangende lichaam, de verlangende tekst, ook al hebben zijn zinnen soms handschoenen aan.

In zijn woorden hoor ik de echo van een wereldverlangen. In zijn woorden hoor ik tederheid en woede, systematische vergissingen, zinvolle begoochelingen. Ik zijn woorden zie ik sporen van nachten vol donkere zon, gesprekken met duivels en demonen en met engelen die weliswaar met uitsterven zijn bedreigd. In zijn woorden vind ik vertrouwen in de minderheden die wij worden. Zijn woorden maken mij nieuwsgierig naar toekomstige ontluisteringen en taalgeschitter. Zij zetten mij aan om zelf weer woorden te gaan vinden om mij vanuit de stilte stotterend tot een publiek te richten, in liefde en tegenspraak.

'Anekdota VIII' is een universum dat direct uit het hart van Paul Rigaumont komt. Wat kun je meer van een schrijver verlangen?

flam vub.jpg

 

* Dit is de tekst van een redevoering gehouden in Antwerpen op vrijdag 16 mei 1997,  naar aanleiding van Paul Rigaumonts ‘Anekdota VIII’.

Afbeeldingen: Paul Rigaumont; Thelonious Monk; William Burroughs & Jack Kerouac; Patti Smith; Gilles Deleuze; My Generation single; Leopold Flam circa 1972-73.

 

03-05-15

IN MEMORIAM PAUL RIGAUMONT

 DSC_0384.JPG

Vaarwel goede goede vriend. Vaarwel Paul.

03-12-12

AURORA - EEN VERGETEN RUIMTE?

aurora.jpg
Onze kinderen in Ruimte Aurora, Antwerpen 1980.
Foto: Martin Pulaski.

Ik vind het nog altijd vreemd en onterecht dat je via google of andere zoekmachines zo weinig aan de weet komt over het in veel opzichten baanbrekende tijdschrift Aurora, van de gelijknamige filosofische kring. Aan een min of meer objectief artikel daarover waag ik mij niet: het is allemaal te lang geleden en ik ben maar een viertal jaar lid geweest van de redactie. Aurora zag het daglicht in 1976 aan de VUB, toen die universiteit nog geen eigen campus had, wat ik heerlijk vond. De stichter van het tijdschrift was de enigszins controversiële filosoof Leopold Flam, schrijver van talloze filosofische werken, die nog altijd zeer het lezen waard zijn. Stuwende kracht was de eigenzinnige schilder en schrijver Paul Rigaumont. Mijn vrienden en ik zijn Leopold Flam altijd als een mentor blijven beschouwen. 

Het secretariaat van ‘Aurora’ bevond zich niet in Brussel maar in Antwerpen. Spoedig werden in het pand aan de Lange Leemstraat allerlei boeiende activiteiten georganiseerd. Voor mij was dat een aansporing om na het behalen van mijn filosofiediploma en enkele mislukte experimenten met door Antonin Artaud geïnspireerd theater – in ons appartement in Sint-Joost-Ten-Node en in ‘Doorndal’ – naar mijn geboortestad terug te keren. In Ruimte Aurora werd werk tentoongesteld van toen nog onbekende kunstenaars (onder meer Ria Pacquée*, Guillaume Bijl, Guy Rombouts), er werden lezingen gehouden over poëzie, literatuur en uiteraard filosofie; er werden poëzienamiddagen georganiseerd, soms werd er zelfs gedanst.
Wat evenmin zou mogen vergeten worden zijn de talloze gesprekken, vaak een dialoog van kunst en filosofie. Naast het driemaandelijks tijdschrift publiceerde Aurora werk van Leopold Flam, Annie Reniers, Eldert Willems, Eric Min en anderen.


In het tijdschrift verschenen essays, beschouwingen, gedichten, experimentele teksten van bekende en minder bekende auteurs. Ik heb een sterk vermoeden dat er tussen decenniaoud kaf nog heel veel koren aan te treffen valt. Het is de hoogste tijd dat dit werk wordt ontsloten. Het is tevens de hoogste tijd dat Aurora als unieke experimentele ruimte de aandacht krijgt die ze verdient in de cultuurgeschiedenis van dat deel van België dat zich Vlaanderen noemt en zo begaan is met zijn cultureel erfgoed.


*”Na zelf enkele performances te hebben geïnitieerd, solo of in groep, stelt ze in 1977 samen met Guillaume Bijl tentoon in de Filosofische Kring Aurora in Antwerpen. Pacquée presenteert er assemblages met goedkope spulletjes die ze in een supermarkt had gestolen.” Koen Brams, Dirk Püttau, in: De Witte Raaf.
~~~
Oorspronkelijk gepubliceerd op 24-11-2012.