05-01-16

EEN JAAR LEZEN

modiano-hardy.jpg

Lang geleden dat ik nog eens een leeslijst heb gemaakt, waarschijnlijk omdat ik al een aantal jaren zelfs de titels van de boeken (en de namen van hun auteurs) die ik las niet meer noteerde, of bij uitzondering en zeker niet op één plaats. Vandaag heb ik het nog een keer geprobeerd. Aangezien er in 2015 in mijn agenda veel plaats was heb ik daar elke dag bijgehouden wat ik aan het lezen was. Omdat ik aanneem dat er dit jaar in die agenda nog meer plaats zal zijn, zal ik veel meer moeten gaan lezen. Films zien is ook een optie: die noteer ik eveneens opnieuw. Ik weet niet of het met mijn lectuur te maken heeft dat ik zo weinig mensen zie, maar het zal wel een rol spelen. Over boeken praten wordt sowieso nog maar weinig gedaan, denk ik, en over de boeken die ik toevallig lees nog minder. Waar praten de mensen over? Ik weet het niet.

Wat ik ook niet weet is wat mij ertoe aanzet om het ene boek wel te lezen en het andere niet. Sinds mensenheugenis verzet ik mij al tegen de markt, tegen televisieschrijvers, tegen radioschrijvers, tegen verkoopscijferschrijvers, tegen salon- een beurzenschrijvers. Ik zoek degenen op die in het donker werken, of die ziek zijn, ongelukkig, boos. En vooral de doden. Ik koester de doden en de stervenden. Schoonheid is sterker dan de tijd. Bloeddorstige barbaren mogen De Stad van Duizend Zuilen plunderen en vernietigen, ze mogen elk spoor van beschaving en religie uitwissen, de woorden in de bijbel en de koran en in zoveel andere religieuze boeken krijgen ze niet stuk. En niet alleen woorden die naar men beweert een goddelijke oorsprong hebben blijven springlevend: gelukkig voor ons, ongelovige honden, zijn er ook seculiere boeken die weigeren te sterven.

Schrijvers die alleen maar succes hadden en weinig of geen talent dringen zich gelukkig niet aan ons op. Alleen de grootsten trotseren de eeuwen. Daar gaat mijn voorkeur naartoe. Niet alleen naar de grote grootsten, ook naar de allerkleinste. Gelukkig gebeurt het af en toe dat zo’n kleine grote schrijver, die in zijn tijd geen bijval had, opnieuw van zich laat horen. Er bestaan ongetwijfeld lezers en literatuurliefhebbers die de gave bezitten om zulke schrijfkunstenaars op hun deur te horen kloppen. Als die bescheiden schrijvers daar al de moed toe hebben. Mogelijk fluisteren zij de ontdekkingsreizigers van de literatuur alleen maar iets toe in hun droomoren. Tot mijn spijt overkomt mij dat niet. Mij wordt nooit iets in het oor gefluisterd en als er op mijn deur wordt geklopt barricadeer ik ze.

Ik denk dat ik me nog steeds door het toeval laat leiden. De naam van een schrijver klinkt mooi, of een titel spreekt tot mijn verbeelding. Misschien heb ik er iets over gelezen en heb ik dat – ondanks mijn weerzin van recensies – onthouden. Mijn studies spelen eveneens een rol: die intellectuele achtergrond bepaalt natuurlijk voor een deel mijn keuze. Ik lees weinig pulp en onzin is aan mij meestal niet besteed. Meestal. Wat ik lees moet een hogere waarde hebben, moet bijdragen tot de ontwikkeling van onze soort. Ik heb gelukkig nog enkele vrienden. Hun aanbevelingen zijn me dierbaar. Daar houd ik bijna altijd rekening mee. En ik blijf trouw aan de schrijvers die ik ooit heb uitgekozen. Ian McEwan is daar een voorbeeld van. Ik lees hem al van in het begin, van toen hij nog quasi onbekend was. In 1978 trok zijn tweede verhalenbundel, ‘In Between the Sheets’ meteen mijn aandacht. Niet alleen door de titel, die verwees naar een liedje van the Rolling Stones (‘Live With Me’, op ‘Let It Bleed’) maar ook door de foto van het half blote meisje op de kaft. Nu kan een bloot meisje op een kaft mij niet meer verleiden, integendeel, maar in 1978 nog wel. Overigens is Ian McEwan vandaag een ernstige schrijver: geen naakt meer op zijn omslagen. En ik blijf hem trouw en zijn boeken blijven goed. Overigens vond ik zijn reactie bij de lafhartige moordaanslagen op Charlie Hebdo van een redelijkheid getuigen die ik bij weinig anderen, mezelf incluis, aangetroffen heb.

En Patrick Modiano dan, dat is toch een Nobelprijswinnaar? Ja, dat is zo. Mag ik mezelf tegenspreken? Moeten we altijd consequent zijn? Bovendien betwijfel ik of Modiano veel inspanningen gedaan heeft om die prijs te winnen. Hij is gewoonweg zichzelf gebleven, van helemaal in het begin. Of liever: hij is in zijn werk meer en meer zichzelf geworden, geworden wie hij in het begin al was. Hij heeft los van elke stroming, trend, maatschappelijke context, aan een schitterend oeuvre gewerkt. Zijn werk is een variant op de recherche van Marcel Proust. Of Modiano de verloren tijd ooit terugvinden zal durf ik echter te betwijfelen. Al zijn personages zijn voor altijd verloren, zowel in de ruimte als in de tijd. Patrick Modiano is de auteur die mij in 2015 het meest heeft weten te bekoren en betoveren en dromen. Door hem ben ik nog veel meer van Parijs gaan houden dan ik al deed. Op zaterdag 14 november heb ik een hele voormiddag zitten huilen, niet alleen omdat mijn zoon in Parijs woont, maar ook omdat ik het gevoel had dat ik zelf een Parijzenaar was geworden, een van die melancholische schimmen uit de romans van Patrick Modiano, schimmen van vlees en bloed, personages waar ik mezelf zo goed in herken.

Gelukkig was er na de terreur en de lockdown in Brussel ‘M Train’ van Patti Smith. Dat schitterend boek heeft me geholpen om me door die vreselijke dagen te worstelen en heeft mijn horizon opnieuw verruimd: er zijn goede mensen, er zijn kunstenaars, muzikanten, mensen die liefhebben, hartstochtelijke mensen, mensen die oplossingen zoeken, die elkaar willen helpen in plaats van elkaar de duivel aan te doen, mensen die leven voor schoonheid, mensen die het grote in het kleine zien. Mensen die zeggen: de andere, dat ben ik. En er is nog altijd koffie. Dat heb ik ook van Patti Smith geleerd.
A-Sport-And-A-Pastime.jpg


Patrick Modiano, In het café van de verloren jeugd

James Salter, Light Years

Walter Benjamin, Maar een storm waait uit het paradijs

Robert Stone, Prime Green: Remembering the Sixties

Patrick Modiano, De stad van de donkere winkels

Patrick Modiano, Zondagen in augustus

Ana Teixeira Pinto (red.), The Reluctant Narrator

Hans Lodeizen, Gedichten

Patrick Modiano, Uit verre vergetelheid

Patrick Modiano, Verloren wijk

Patrick Modiano, Aardige jongens

Evelyn Waugh, Een handvol stof

Stefan Zweig, Ongeduld

Paul Rigaumont, Anekdota XIX

Rüdiger Safranski, Hoeveel waarheid heeft de mens nodig?

Elias Canetti, Het geheime hart van het uurwerk – aantekeningen 1973-1985

Knut Hamsun, Mysteriën

Haruki Murakami, 1Q84. Boek 1

Haruki Murakami, 1Q84. Boek 2

Haruki Murakami, 1Q84. Boek 3

Sandro Veronesi, Grote reizen, kleine reizen

James Salter, A Sport and a Pastime

Patrick Modiano, Pedigree

Patrick Modiano, Dora Bruder

Patrick Modiano, De plaats van de ster

Ian McEwan, The Children Act

James Salter, Burning the Days

Patrick Modiano, Het circus trekt voorbij

W.G. Sebald, Logies in een landhuis

Patrick Modiano, La petite Bijou

Patrick Modiano, Des inconnus

Sandro Veronesi, Zeldzame aarden

Patrick Modiano, Fleurs de ruine

Patrick Modiano, Chien de printemps

Fred Goodman, Mansion On the Hill

Patrick Modiano, Livret de famille

Jonathan Swift, Gullivers reizen

Patrick Modiano, Vestiaire de l’enfance

Geerten Meijsing (red.) – Van Como tot Syracuse

Patrick Modiano, Het gras van de nacht

Stefan Zweig, Schaaknovelle en andere verhalen

Paul Eluard, Lettres à Gala

Marc De Kesel, Zizek

Patrick Modiano, Remise de peine

Michel Houellebecq, Onderworpen

Rainer Metzger, London in the Sixties

Patrick Modiano, Accident nocturne

Goethe, Affiniteiten

Vladimir Nabokov, Speak, Memory

Jacques Rancière, De fabel van de cinema

Czeslav Milosz, Geboortegrond

Stefan Zweig, Reis naar het verleden

John Cheever, Bullet Park

László Krasznahorkai, Satanstango

Daniil Kharms, Today I Wrote Nothing

Raoul Vaneigem, Rien n'est fini, tout commence, livre d'entretiens avec Gérard Berréby

Georges Simenon, Zondag

Gustave Flaubert, Bouvard en Pécuchet

Jorge Luis Borges, De geschiedenis van de eeuwigheid en andere essays

Georges Simenon, Stoplicht

Georges Simenon, Leven met Anais

J.M. Coetzee, Dagboek van een slecht jaar

Rainer Maria Rilke, Het lied van de liefde en dood van Kornet Christoph Rilke

Martinus Nijhoff, Verzamelde Gedichten

Patti Smith, M Train

patti smith m train.jpg

01-11-15

ZO VEEL TIJD VOOR ZO WEINIG BOEKEN

the reader.jpg

In de ‘Passa Porta Lecture’ van David Vann las ik dat de helft van de Amerikanen het hele jaar geen enkel boek leest. “Van de meeste literaire romans, zelfs die van bekende schrijvers, worden op een bevolking van driehonderdtwintig miljoen niet meer dan vijfduizend exemplaren verkocht”, aldus Vann. Frankrijk schijnt daarentegen, als ik de Amerikaanse tragedieschrijver mag geloven, een boekenparadijs te zijn: “In Frankrijk zijn er in iedere buurt goede boekverkopers, gerespecteerde mensen die voor hun functie hebben doorgeleerd, mensen die ieder jaar een enorm aantal boeken lezen en hun klanten aansporen zichzelf uit te dagen en betere werken te lezen, geestelijke reizen te ondernemen.” Terwijl ik dacht dat er in Frankrijk alleen maar stokbrood en kaas werd gegeten en beaujolais gedronken. Ernstig, ik weet uit ervaring dat in Frankrijk gelezen wordt, zeker in Parijs. Dat zie ik vooral in de metro. In de Brusselse metro wordt hoegenaamd niet gelezen, in Parijs en Londen denk ik dat de verhouding één lezer op drie niet-lezers is. In Amsterdam zag ik deze zomer ook nog wat mensen lezen. Maar als de Fransen al lezen is het wel alleen maar Frans. De Fransen gaan er kennelijk nog steeds vanuit dat hele wereld Frans verstaat. Wat ik zo merkwaardig en zelfs onbegrijpelijk vind is dat ze hun films, vaak hoogtepunten uit de wereldcultuur, zelden ondertitelen, ook niet in het Engels of het Spaans. Zelf begrijp ik wel Frans, maar Engelstaligen schijnen dan weer aan te nemen dat de hele wereld Engels verstaat en vinden het niet nodig een andere taal aan te leren. Een mens zou zoveel mogelijk talen moeten leren. Ik ben het helemaal eens met de Belgische politicus Kristof Calvo – langs vaderskant van Catalaanse origine – die pleit voor de verplichte invoering van Nederlands taalonderwijs in Franstalig België en Franstalig taalonderwijs in Nederlandstalig België. Franstalige programma’s zouden standaard Nederlandse ondertitels moeten krijgen en Nederlandstalige programma’s Franstalige ondertitels.

Maar het ging over lezen. In Knack las ik een interview met de Gentse imam Khalid Benhaddou. Die beweert dat een Europeaan gemiddeld 36 uur per jaar leest maar een doorsneemoslim slechts 6 minuten. “Een doorsnee-Amerikaan, aldus de imam, leest gemiddeld elf boeken per jaar, en met twintig moslims samen komen we gemiddeld aan één boek per jaar. Dat is een ramp. De eerste regel van de Koran is nochtans: léés. Wetenschap is evolutief. Wel, dat moet de interpretatie van de islam ook zijn. Moslims die in het Westen wonen, moeten zich heruitvinden in een samenleving die hen constant intellectueel en wetenschappelijk uitdaagt. In Europa hebben we de vrijheid om die uitdaging aan te gaan. In sommige Arabische landen hebben moslims die vrijheid niet. De rationele islam is onze enige uitweg in het Westen.”

Ook al leest volgens David Vann de helft van de Amerikanen niet één boek per jaar, terwijl volgens Khalid Benhaddou een doorsnee-Amerikaan er elf leest – de doorsnee-Amerikaan zal de lezende helft van de Amerikaanse bevolking zijn – blijft het aantal bedroevend laag. En wat te denken van de Europeaan met zijn 36 uur per jaar? Dat is ongeveer anderhalve dag. Ik neem aan dat dat overeenkomt met één à twee boeken: een kookboek en een half boek van een politicus of voetballer. Of wat heb je nog meer?
Je kan het ook anders bekijken. Als een Europeaan het klaarspeelt om op één minuut één (kort) gedicht te lezen, kan hij er na een jaar 21.360 als gelezen beschouwen. Hij of zij zou ook diagonaal kunnen lezen. Laten we zeggen tien minuten per  boek. Dat betekent 2.136 boeken op een jaar, toch niet slecht? Maar hij of zij moet dan wel heel snel en heel diagonaal kunnen lezen. Het is overigens heel goed mogelijk dat mijn berekeningen verkeerd zijn. Ik heb altijd al een broertje dood gehad aan wiskunde. En toch reken ik heel graag. Maar op de middelbare school had ik een leraar die me voor altijd met een wiskundefobie heeft opgezadeld.
fahrenheit1.jpg

Dat de doorsnee-moslim maar 6 minuten zou lezen is natuurlijk geen aangenaam nieuws. Maar zo’n groot verschil met de Amerikanen en de Europeanen zie ik nu ook weer niet. Is anderhalve dag zoveel meer dan 6 minuten? Het lijkt me relatief. Het gebeurt dat ik een boek op enkele uren uitlees. Over de meeste romans van Patrick Modiano heb ik niet langer dan een drietal uren gedaan. David Vann’s ‘Goat Mountain’ had ik op anderhalve dag uit. Maar over sommige romans doe ik soms maanden. Een recent voorbeeld is ‘Bullett Park’, van John Cheever. Ik geraakte daar maar niet door en toch wilde ik het uitlezen. Lag het aan de roman of waren er psychische processen werkzaam in mij die voor leesvertraging zorgden? Er spelen zoveel factoren mee bij snel/traag, veel/weinig lezen. Overigens ben ik van mening dat mensen die veel lezen niet per definitie moreel beter zijn dan analfabeten. Maar anderzijds geloof ik niet dat ik vrienden heb die niet graag lezen. Nee, mensen die niet lezen interesseren mij niet. Pijnlijk eigenlijk, want zo zal ik nooit een Europese, Amerikaanse en al helemaal geen doorsnee-moslimvriend vinden. En de vrienden die ik al had maken zich razendsnel uit de voeten. Of heb ik weer te veel naar Bob Dylan zitten luisteren? Ja, ja, het gaat de verkeerde kant uit met de wereld.
2015-07-11-amsterdam 232.JPG

Afbeeldingen: The Reader, Stephen Daldry, 2008; Fahrenheit 451, François Truffaut, 1966; Amsterdam, Martin Pulaski, 2015.

 

22-12-14

HET CAFÉ VAN DE VERLOREN JEUGD

modiano.jpg

“Als ik zou vallen, zouden de andere mensen op de boulevard de Clichy gewoon doorlopen. Ik hoefde me geen illusies te maken. “
Dat las ik in ‘In het café van de verloren jeugd’, een roman van Patrick Modiano, verschenen in 2007.

Het café van de verloren jeugd was een stamcafé van Guy Debord. Maar zeker niet alleen van hem. Ik heb er gezeten tot voorjaar 2011, al lang voorbij de leeftijd van een oudere jongere. Meermaals ben ik gevallen. Eén keer lag ik een half uur in het midden van de straat, niet meer tot bewegen in staat. De autobestuurders reden langs me heen, de voetgangers vervolgden vrolijk hun weg, nog wat badend in de late zon van een dag in juni. Sindsdien maak ik me weinig illusies. De weinige illusies die ik wel nog heb, houden verband met vriendschap. Alleen je vrienden laten je niet vallen, en als je dan toch valt, laten ze je niet liggen.