17-11-13

AVALANCHE

Nu het nog kan kun je me beter versieren als levende ziel

Zonder zwarte kater op mijn schouder op een zondag

Als ik met gitaar en krant te goochelen zit. In wit licht

 

Ver weg als een countryzanger de dood nabij

Maar toch heel levendig, met veel geel en groen.

Heb je me al in de ogen gekeken als ik onnozel doe

 

En blij ben omdat je bij me bent als een dagdroom

Die je niet vergeet, ook op de trottoirs tussen mensen

Die overal heen snellen, als blinden stoten ze tegen je aan?

 

Dat jij me niet vergeten bent hoor ik in elk lied

Als ik nuchter luisterend op signalen van liefde wacht

En opeens zit iemand op een viool te krassen en zingt:

 

Ma chérie je veux danser avec toi, toute la nuit.

Chagrin, pitié, faut oublier tout ça, mal à la tête,

Oui, je te veux, je te veux, comme une avalanche.


...

 

Een vroegere versie van dit gedicht verscheen hier op 7 mei 2009

26-09-13

WAAROM IK SOMS LIEVER NIETS MEER SCHRIJF (2)

Giorgio-Morandi-La-strada-bianca-1939-olio-su-tela-36-x-43-cm-collezione-privata..jpg

Het zou me maar eens moeten overkomen dat ik het volgende zou beweren:

“De essentie van Morandi is dat er meer is dan wat het oog kan zien. Een verstilling die moeilijk te grijpen is.”

Of:

“Zelfs in tijden van oorlog, militarisme en nationalisme is het werk van Morandi boven alles menselijk en staat het boven elk conflict.”

Fijnbesnaarde uitspraken van Paul Dujardin, directeur-generaal van het Paleis voor Schone Kunsten, Brussel, in het voorwoord van de catalogus ‘Giorgio Morandi – Een retrospectieve’, uitgegeven naar aanleiding van de schitterende tentoonstelling in het genoemde Paleis, een anachronistisch labyrint van Baron Horta.

Wat beweert Paul Dujardin in feite? Misschien zijn z’n woorden enigszins overbodig? De essentie van Morandi… Is dat niet de essentie van ongeveer alles, in zoverre wij aannemen dat er een essentie is. Neil Young zong het al in 1979: ‘There’s more to the picture than meets the eye’, in ‘Hey Hey, My My’, een haast wanhopig lied over rock & roll, maar tegelijk ook bijna een manifest: dat zo door sommige intellectuelen verguisde muziekgenre – zeker in die dagen - is nog wel wat anders dan ‘Hey Hey, My My’, zegt Young, luister maar eens, er zit veel meer onder de oppervlakte dan je denkt.

Zelfs als we niet aannemen dat er een essentie is, is er toch nog altijd meer in alles om ons heen en in onszelf dan wat het oog kan zien.

Het werk van Morandi zou boven alles menselijk zijn. Maar wat is daar zo bijzonder aan? Ben ik geen mens, ben jij geen mens, zijn we niet allen menselijk? Het komt erop neer dat al het menselijke menselijk is, al te menselijk soms, zou je kunnen zeggen. Ook datgene wat onmenselijk wordt genoemd, moord en doodslag, martelingen, genocide, het is allemaal menselijk.

Bovendien kan ik moeilijk aannemen dat Morandi’s oeuvre, hoe vredig en tot stilte en contemplatie aansporend ook, boven elk conflict staat. Zelfs in Hollywood weet men dat conflict de mens bepaalt. Zonder conflict, contradictie, paradox, dialectiek, tegenstelling, ja, zelfs oorlog, bestaat er geen menselijke werkelijkheid, geen geschiedenis, geen cultuur. Het conflict in onszelf is zo sterk dat het ons kan verlammen, ons naar de dood kan doen verlangen of ons kan aanzetten tot het creëren van al dan niet grote kunstwerken. In sommige van die kunstwerken wordt het conflict opgeheven. Dat gebeurt in de beste werken van Morandi. Daarom spreken ze ons zo aan. Maar betekent dat dan dat de kunstenaar boven het conflict verheven is? Ik geloof het niet. De kunstenaar bevindt zich middenin het conflict, in een oorlogszone. De zone waar liefde en haat elkaar begroeten, oorlog en vrede, lust en afgrijzen, pijn en extase, materie en denken, genot en ontbering, honger en vraatzucht, vreugde en verdriet. En uit die zone komt hij dan tevoorschijn met een ‘landschap’ en een ‘stilleven’ dat ons, als we het tot ons laten doordringen, de adem beneemt. Maar zelfs dan bevinden wij ons ook nog altijd in diezelfde zone. Gelukkig weten we het niet steeds. Sommigen weten het nooit en leven er maar op los.

De catalogus is overigens bijna net zo aantrekkelijk en bevat bijna evenveel voedsel voor de ziel als de werken van Morandi zelf.

...

Afbeelding
Giorgio Morandi, La strada bianca, 1939, olio su tela, 36 x 43 cm, collezione privata.


08-07-13

VERFRAAIDE HERINNERINGEN

ny-onthebeach.jpg

Te warm om te denken, zong David McComb. Te warm om te schrijven. Maar dat is geen reden om te gaan klagen: we kunnen nog bier en koude wijn drinken en we kunnen nog lezen, zeker van die volstrekt gekke en enigszins geniale boeken, zoals ‘Waging Heavy Peace’ van Neil Young. Je moet er niet veel inspanning voor doen; alleen maar bewonderen, heel vaak in de lach schieten en doorlezen.  Het helpt ook dat Neil Young geen moeilijke woorden gebruikt, maar eenvoudige. Zijn eenvoud is echter niet banaal en wijkt sterk af van de onnozele ‘eenvoud’ van ondingen als ‘FC De Kampioenen’. Neil Young’s eenvoud is niet beledigend maar respectvol en dwingt daarom ook respect af.

Tussen twee korte slaapsessies in – even niet doorgelezen - las ik dit:

“Old memories are wonderful things and should be held on to as long as possible, shared with others, and embellished if need be.”

Heel eenvoudig, inderdaad. Maar er staat wel: “and embellished if need be”. Dat is minder simpel dan het lijkt. Er zit een ander levensverhaal achter, het verhaal – of een van de vele verhalen – die onze held niet vertelt. Onze herinneringen zijn altijd verfraaiingen, verdraaiingen, verzinsels, maar ze zijn dat (we maken ze zo) altijd of toch bijna altijd met de beste bedoelingen. Wij willen niemand kwetsen en voor onszelf willen wij ons de mensen die we hebben gekend (en vaak nog kennen) op de best mogelijke manier herinneren. 

20-01-12

NEIL YOUNG IN BRUSSEL (1976)


neil young.jpg


Op 25 maart 1976 woonde ik in Vorst Nationaal in Brussel een concert bij van Neil Young. Ik denk dat ik op muzikaal gebied nooit iets intensers en ontroerenders heb meegemaakt. Dit is de setlist:

 

Tell Me Why

Mellow My Mind

After The Gold Rush

Too Far Gone

The Needle And The Damage Done

A Man Needs A Maid

No One Seems To Know

Heart of Gold
 

Encore:
 

Country Home

Don't Cry No Tears

Down by the River

The Losing End

Like a Hurricane

Lotta Love

Drive Back

Southern Man
 

Encore 2:
 

Cortez the Killer

Cinnamon Girl

19-01-11

NU DE VOLLE MAAN SCHIJNT IS MIJN DORST GROOT

 

cet-obscur-objet-du-desir-1977.jpg

Cet obscur objet du désir - Luis Buñuel - 1977

‘It’s all in your mind’ zingt de zanger. Ik zag de volle maan, bijna als een zon die mij verblindde. Ik stelde mij die zonnige maan niet voor. Zij kwam achter de wolken uit en verdween dan weer, speelde een spelletje met me, zoals een kind dat doet met zijn speelgoed. Ik wilde blijven kijken tot ik bijna blind was, maar dat mocht niet van de donkere wolken. Ik had eerst niets geweten van een volle maan. Ik had bijna de hele dag gesuft en geslapen. Later had ik het vuil buitengezet, zoals de meeste mannen doen. De afwas had ik ook al gedaan. En wat gezellige ruzie gemaakt met mijn vrouw. Niets spectaculairs, de dagelijkse huiselijke taferelen, die overigens met veel begrip en tederheid gepaard gaan. Het is een ritueel dat sommige mensen nodig hebben om te kunnen gaan slapen. Ik stond op straat onder onze boom en zag opeens die ronde volle maan en dacht aan woorden van Paul Bowles. Herhalen wil ik ze niet, ze staan hier ergens in de marge. De volle maan herinnert je, zeker op jouw leeftijd, aan je sterfelijkheid. Omdat er niet zoveel volle manen voorkomen in een mensenleven – zeker niet volle manen die je ook echt ziet en dan nog eens voelt ook. 

Geheel toevallig had ik bij het ontbijt een interview met Neil Young gelezen, een man die kennelijk alleen maar songs opneemt bij volle maan. Ik las dat hij in de tijd van ‘Harvest’ geen woorden vond om zijn geluk uit te drukken. Daardoor kwam ‘Out On The Weekend’, een song over gevonden geluk, er heel droef uit, wat tot veel verkeerde interpretaties en misverstanden leidde, ook bij mezelf. Hoe kan iemand droef zijn en tegelijk gelukkig? Iemand die me dierbaar is legde me uit hoe dat mogelijk is. Ruw geschat vijftien volle manen geleden gebeurde dat. Mijn leven is sindsdien veranderd. Ik zie veel dingen anders, in een ander perspectief, de kleuren zien er anders uit, er zijn meer lagen, wat op een impasse leek is een passie geworden.

Hoe vaak is dat niet het geval bij schrijvers, muzikanten, kunstenaars. Ze willen iets roods maken, en het wordt blauw, ze denken aan de blues maar het wordt een elektronische dance song, een gedicht is bijna af en het wordt een roman van duizend bladzijden. Ga zo maar door. ‘It was only a change of the plans’, zingt Neil Young. En ik schenk je glas nog eens vol. We drinken op de idealisten, avonturiers, surrealisten, degenen die plastic bloemen planten in de voortuin van Polanski’s huis. We drinken op het zout van de aarde en op de peper. Ook drinken we op hoe we erin slagen het profiteren en misbruiken om te buigen in werkelijk genot en uitzinnig plezier. 

Je weet dat ik graag namen noem. Namen doen een tekst ontsporen. Waarom zou dat niet mogen? Een tekst is geen trein, er zitten geen echte mensen in. It’s all in your mind. Een tekst komt uit de verbeelding, uit het verleden, uit de woorden van oude idioten, uit beelden van andere teksten, uit jouw mond, uit jouw boodschappen en geintjes. Soms denk ik dat een tekst moet ontsporen om echt te zijn. Om niet als een vervelend obstakel de plaats in te nemen van het donkere object van je verlangen. Om de uitdrukking van een obsessie te zijn. Maar ik wijk af. Over obsessies wil ik het niet hebben, omdat ik nog niet meer namen wil noemen. Het moet netjes en overzichtelijk blijven. Je moet voorzichtig zijn. De wet naleven en je rekeningen betalen. Niet uit het oog verliezen wie je vrienden zijn. En de volle maan.

De wet echter weet niets van je avontuurlijke aard. De wet weet niets van je dromen. De wet geeft niet om jou. Voor de wet ben je een nummer, een geval, een case. De wet stuurt je rekeningen, deurwaarders, dokters, gewetensbezwaarden. De wet opereert je, geneest je en laat je weten dat je nog leeft en al of niet gehuwd bent. De wet geeft je een stem zonder waarde. De wet tekent je profiel. Wat betekent de wet dan nog? Nu de volle maan schijnt zou je net zo goed een bedrieger, een dief, een echtbreker, een pistolero, een gaucho, een maanzieke, een zot kunnen worden. Waarom niet? Een pervert, een nymfomane, een heilige, een mankepoot, een zielig figuur, een harlekijn, een kimono my house. Een, een, een.

Zo zit je je dan opeens op straat, zonder iets. Je zingt niet langer. Je zegt niets. Je hebt een bekertje in je handen. Je ruikt naar pis. Je vraagt niet eens meer om geld. Je houdt het bekertje omhoog. Wat geld voor wat bier. Een jonge vrouw die lekker ruikt geeft je een sandwich. Je ogen vochtig. Wat hoesten. Een herinnering van toen je aan een vijver zat te vissen met je vader. Van je vader die zei, wat ben jij een goeie visser. En dan weer terug op de Anspachlaan, uitgeblust met je beker in de hand. Je hand zoals je gezicht rood, opgezwollen. Zingen kun je niet. Je herinnert je geen woorden, van geen enkel lied, van geen enkele conversatie. Hoe heet je zus, je broer, wat is een hart, een alvleesklier, waarvoor dient een milt? Weg met die dingen. Ik wil geen organen. Alleen een euro voor een bier. Nu de volle maan schijnt is mijn dorst groot. Mijn dorst is groot, nu de volle maan op jou schijnt. Begrijp je me nu niet?

ZIELSVERWANTEN

 edgar tytgat2 .jpg

Ik zie je daar zitten bij de bankier, je hoofd nog vol schuld en boete, niet de geestesgesteldheid maar het verhaal. Raskolnikov. Een klein beetje schaamte vanwege je schaamteloosheid. Een nieuwe lening. Wie zal dat betalen? Wie heeft zoveel geld? Gevangenschap voor vrijheid, roekeloosheid voor ruimte, ramen met een uitzicht op een weide waar paarden iets wat op eeuwigheid lijkt uitademen in de ijzige, grijze lucht.

Je waadt door levens als door een groene vijver waarop waterlelies zuchten. En soms hoor ik als ik weer eens door de wandelgangen slenter jouw eigen diepe zucht. Als een donkere wolk je naar de keel grijpt en je begrijpt dat de zanger geen woorden vindt voor zijn emoties. Geluk wordt droefheid zo zonder taal. Je blik lijkt te sterven in je hoofd dat tussen dove sterren zweeft. Je lichaam zwak, afgetakeld.

Maar dan sta je op, alsof een speler de trompet aan de lippen heeft gezet en je ziel nieuwe veerkracht heeft gekregen. Je bent een jong dier, een veulen kort bij de merrie in de weide. En het is zomer en je gaat op je knieën zitten voor de paardenbloemen, de klaprozen. Je klapt in de handen. Je geliefde zingt een lied. Hij heeft enkele woorden gevonden. Woorden die elke gedachte aan geld, aan schuld, aan zwaarte naar een donker woud verbannen. Om daar te branden in een vreugdevuur dat zielsverwanten brandend houden. Zodat jij en ik onze gang kunnen gaan. Wij die elkaar graag in de ogen kijken en willen lachen en dansen en kussen.

 

19:23 Gepost in Droom | Permalink | Commentaren (1) | Tags: harvest, neil young |  Facebook

15-11-10

GERUCHTEN: NEIL YOUNG, HOESTEN, VERLANGENS, HISTOIRES

 Achter me liggen enkele van mijn uitverkoren boeken: het verzameld werk van Paul Celan, de romans van Cesare Pavese (“Jouw land”), “Al keert het grote zingen niet terug” van Yeats, vertaald door J. Eijkelboom, een mooie naam voor een vertaler, “De dood zal komen en jouw ogen hebben” (gedichten van Cesare Pavese, waarin opgenomen ‘Lavorare Stanca’ wat zoveel betekent als ‘Werken is vermoeiend’), Abelélard’s “Briefwisseling met Héloise”, Dante’s “Het nieuwe leven”, de bekendste stukken van Euripides (in het Nederlands vertaald, ik ben niet echt een geletterd man) en een heel oude uitgave van Herman Gorters “Mei”. De rest staat min of meer alfabetisch boven in mijn grote kamer, waar ik nog zelden kom.  Alleen nog maar om er een boek op de grond te leggen als ik denk dat ik het heb uitgelezen. Of als ik er genoeg van heb. 


Terwijl ik dit schrijf hoor ik de schroeiende gitaar van Neil Young in ‘Sign Of Love’ uit ”Le Noise”. Wat voel ik, want een mens voelt, heeft emoties, wat denk ik, wie ben ik, hoe ben ik? Die schroeiende gitaar is net als bij Neil Young zelf voor mij een uitdrukking van mijn liefde voor jou. Feedback versterkt en verlengt die liefde. Eens de stilte intreedt is er geen liefde meer, is er niets meer. Maar ik ben er gerust in, Neil Young houdt niet op. En hij vergeet niet. In “Le Noise” komt alles wat hij ooit heeft gezongen, verwrongen, vernietigd, gecreëerd, liefgehad, terug. En ook iedereen die hij op zijn weg ontmoette, al was het maar een moment, kom je als luisteraar weer tegen. In elke song zit wel ergens een ‘Cinnamon Girl’ verborgen, niet eens verborgen, gewoonweg aanwezig. Neil Young heeft er zijn tijd voor genomen, zijn avonturen begonnen tenslotte al omstreeks 1965 in de donkere steegjes van Toronto, doodlopende straten waar Rick Danko en Richard Manuel in dezelfde periode liepen te kotsen van de bootleg whisky en al kotsend verlangden naar fatale vrouwen. ‘Love and war’, zingt Neil Young, nu rustig geworden, maar met alle onrust nog aanwezig. Je ziet het in zijn blik in de begeleidende films.
 

Maar ik dwaal af. Ik dacht na over mijn kamer. Ik dacht na over de onrust in mij. Waarom ben ik hier niet tevreden? Waarom wil ik altijd ergens anders zijn dan in deze symbolische baarmoeder? Voor mij staan duizenden vinylplaten, vraag me niet wat er allemaal in die collectie zit. Tien elpees van Al Green, vijftig of zo van Bob Dylan, the Rolling Stones tot ‘Tattoo You’, Joe Simon, ‘Two Steps From the Blues’ van Bobby Blue Bland, en tientallen klassieke langspeelplaten die ik ooit voor enkele forinten in Boedapest kocht. Mijn beste countryplaten komen van bij Louiske in de Hoogstraat in Antwerpen, 80 frank het stuk. Zo heb ik geheel toevallig Townes Van Zandt ontdekt, nog nagenietend van amfetamine en tequila, en van het dansen op punk rock en reggae in de Cinderella. Opeens was er ‘Loretta’,  en ‘No Place To Fall’.

Nu hoor ik Neil Young over diezelfde amfetamine zingen, waarschijnlijk van een betere kwaliteit. “I still couldn’t close my eyes… Then came paranoia…”

 

En opeens had ik een bankrekening. Een kaart waarmee ik mijn wijn kon betalen en andere dingen. En ik was dood voor de wereld. Ik werkte voor het geld, voor het brood. Ik heb het altijd opvallend gevonden dat ‘bread’ in het Engels gelijkstaat aan ‘geld’. Omdat het zo is. En opeens was er geheugenverlies. Mijn familieleden gingen dood. Ik vergat dat ik vrienden had. Soms nam ik een trein of zat in een vliegtuig naar hier of daar. De zon op mijn rug. Het zand. Bergen, de Atlantische Oceaan. In Amerika was ik heel even gelukkig. Ik bevond me in de studio waar Elvis ‘Blue Moon Of Kentucky’ had opgenomen, en waar Howlin’ Wolf en Ike Turner hadden gespeeld. Ik bezocht WDIA. En later stond ik bij de bruine, vuile Mississippi en schreef daar een gedicht voor mijn oude vriend Marc. ’s Avonds, in BB King’s Place, zong ik samen met een man die ik helemaal niet kende hele strofen uit ‘Sad Eyed Lady Of The Lowlands’, een van de mooiste songs ooit gemaakt, vergelijkbaar met Bach. Peter, Steve, John – ik heb zijn naam nooit genoteerd.

 

In Antwerpen werd me een job aangeboden, filiaalhouder van een bankfiliaal. Ik haatte geld, maar uit wanhoop en geldgebrek ging ik er naartoe. De man met wie ik een sollicitatiegesprek had kende me uit de kunstgaleries en het nachtleven. Dit is echt niets voor jou, zei hij. Het zou je dood zijn. Beter arm dan voor een spaarbank te werken. Ik denk dat die man mijn leven heeft gered.

 

Alles wat ik schrijf is waar. Maar het is een lang verhaal. De rest schrijf ik de volgende dagen, weken, maanden, als het maar lang genoeg regent en als er voldoende jenever in huis is. En als ik geen bloed begin te hoesten, zoals de romantische dichters in de 19de eeuw deden. De voorbije dagen ben ik graag dronken geweest, om veel te vergeten maar ook om me veel te herinneren, want als je gedronken hebt komen herinneringen gemakkelijker naar boven, bijna zoals bij Proust als hij over een drempel stapt en een klok hoort luiden van Saint-Martin, of als hij een koekje in zijn thee dopt. Het is niet de madeleine, het is de geur van de thee die het doet. Het is de geur en de smaak van jenever, niet de feedback van Neil Young.  

 

Sinds ik jou ken vertel ik je alles wat ik me nog herinner. Dat doe ik al mijn hele leven lang. Maar sinds ik jou ken probeer ik ook te nuanceren, probeer ik mezelf te zien, niet als een held, of als iemand met een bijzondere gave, maar als een gewone, dronken nuchtere mens. Iemand zoals jij. Droef, en blij, en moedig, en en en. Met een hart verscheurd door liefde, ontgoocheling, verlangen, tristessa, bewondering, verwondering, pijn, genot, het onbekende, de onrust die dat alles teweeg brengt, waardoor je uiteindelijk zwijgt en voor je uitkijkt als een van  die Indianen van hout waar Hank Williams over zong en waar Neil Young zijn inspiratie ging halen, als zijn muze hem even in de steek liet. Dat zou ik niet kunnen. Ik kan niet zonder jou, mijn muze. Als jij er niet bent, is er niets meer. Literatuur is er sowieso al nooit geweest, en ik ken maar drie akkoorden. Kan ik zo door het leven, een oude, egoïstische, genotzuchtige man?

 

En op een mooie dag kwam rock ‘n’ roll. Neil Young, Elvis, Bob Dylan, Bo Diddley, Huilende Wolf, Hank, Jimi, PJ Harvey, Bessie, Wanda Jackson, Sly, Aretha’s jukebox, allemaal op de trein van Curtis Mayfield en dansend op de passen van James Brown. En we dronken bier en aten worstjes en  waren gelukkig, hand in hand. Dicht tegen elkaar op het gras op de grond. De geest was niet dood. De geest leeft. En als we elkaars stem horen of elkaars huid voelen of ruiken daalt de geest in ons neer. De geest die Elvis gek maakte, en Syd Barrett en Big Mama Thornton en Guitar Slim. Een vurige tong is het, zoals die van Patti Smith, die op een zachte manier al onze holtes penetreert om er het lied van de eeuwige vrede te zingen, en onze tegenstellingen met elkaar te verzoenen.

21-02-10

NEIL YOUNG x 30


neil-young5

Wat doet een man die herstelt van een longontsteking op een zondagmiddag? Een lijstje maken! Er zijn weinig bezigheden zo bevredigend en opwindend als lijstjes maken. En misschien is het wel heilzaam? Dit zijn mijn dertig favoriete Neil Young songs. Ook hier geldt weer de beperkte houdbaarheid.

Pocahontas –  Rust Never Sleeps
Expecting To Fly – Buffalo Springfield / Buffalo Springfield Again

Harvest - Harvest
Running Dry -  Everybody Knows This Is Nowhere

After The Goldrush – After The Goldrush
I Believe In You – After The Goldrush
Pardon My Heart – Zuma

Tired Eyes – Tonight’s The Night

Revolution Blues – On The Beach

Like A Hurricane – American Stars And Bars
Thrasher – Rust Never Sleeps

I’ve Been Waiting So Long – Neil Young
If I Could Have Her Tonight – Neil Young

Ambulance Blues – On The Beach

Cortez The Killer – Zuma

Don’t Cry No Tears – Zuma
Out On The Weekend – Harvest

Winterlong – Decade
Helpless – CSNY / Déjà Vu
Wrecking Ball – Freedom

Days That Used To Be – Ragged Glory
One Of These Days – Harvest Moon
Sleeps With Angels – Sleeps With Angels
A Man Needs A Maid – Harvest

Cinnamon Girl – Everybody Knows This Is Nowhere

Too Far Gone – Freedom
The Old Laughing Lady – Unplugged

Sugar Mountain – single
Ohio – CSNY / single

Down By The River - Everybody Knows This Is Nowhere

20-03-09

ART BRUT VERSUS DE ROZE BALLETTEN


onlythelonely

Een week lang heb ik niet geschreven en nauwelijks gesproken. Daarover schaam ik me en voel ik me schuldig. Waarom? Ik weet het niet. Misschien omdat het lijkt alsof ik geen strijd heb geleverd tegen de leegte, en de chaos daarachter… Het kan zijn dat chaos zich op de voorgrond bevindt en de leegte erachter, als er al van een leegte sprake kan zijn. Maar ik wil het niet moeilijk maken, omdat de zon schijnt en omdat ik niet overweg kan met al wat moeilijk is, net zomin als met schuld en schaamte.

Wat heb ik de voorbije dagen dan toch uitgespookt? Interesseert het je? Over het werk dat ik doe om mijn brood te verdienen zal ik het niet hebben. Ik doe het werk – wat van me verwacht wordt doe ik zoals het hoort, maar ik doe het moeizaam, omdat ik moe ben en uitgeblust op dat gebied. Ik heb de indruk dat op het werk enkele stukken worden opgevoerd, vrij degelijke kluchten, maar altijd dezelfde, in steeds dezelfde volgorde. De acteurs doen hun best (ik ben een van hen), maar het publiek kent het repertoire door en door. Als je dan tussen dat publiek gaat zitten bestaat het gevaar dat je psychotisch wordt. Dat je niet meer weet waar je hoofd is en waar je voeten zijn. Roep je dan “brand!” en loopt iedereen de zaal uit? Of is dat in een nachtmerrie of in een werk van Kierkegaard, die twijfelaar?

Gisteren was ik ziek, misselijk, het leven beu, vooral het bedrog en het zelfbedrog. De illusies die je nodig hebt om te overleven. Ik was nog meer uitgeput dan anders, doordat ik eergisteren eerst de hele dag had gewerkt (tijdens de lunchpauze naar een boekwinkel gesneld voor een dik boek van Gilles Deleuze),  daarna gegeten in de Mirante, een goedkope Italiaan die almaar duurder wordt, en daarna met Laura, zoals ik haar noem, en vervolgens naar een extatisch concert van Animal Collective was geweest. Ik ben geen concertenrecensent. Laat ik daar dan maar best zoveel mogelijk over zwijgen. Ik vond het inderdaad extatisch, en werd er zelf extatisch van, zonder drugs, zonder iets. Zo extatisch dat ik niet eens voelde hoe moe, hoe ziek ik wel was. Animal Collective deed mij denken aan the Beach Boys in 2021, the Fleet Foxes wild tekeerd gaand in een hedendaagse Gold  Star studio en gebruik makend van alle mogelijk schuiven en knoppen. Animal Collective deed mij vooral denken aan Mercury Rev, zonder evenwel de hypnotiserende, sprookjesachtige waanzin van Jonathan Donahue. Ik vroeg aan een meisje naast me of die animale stemmen haar niet aan the Fleet Foxes deden denken. Ze had nog niet van the Fleet Foxes gehoord, terwijl ik toch haar vader had kunnen zijn. Na afloop van het concert zweefde ik rond, je zal het wel vermoeden, in een parallel universum. Toch is het echt waar dat een zeer jong meisje me zei dat ze met me wilde trouwen, terwijl haar vader en mijn Laura erbij stonden. Een mens maakt wat mee! Polygamie is niet toegestaan in België, zei ik (in het Frans). We zullen daarom naar Salt Lake City moeten verhuizen. Want twee vrouwen in mijn nabijheid vind ik wel goed, getrouwd of niet  getrouwd. Gelukkig drong ze niet aan en moesten we op tijd naar huis. Wat in Brussel niet echt moeilijk is: alles gaat dicht om middernacht, tenzij de louche zaken, waar de bekende roze balletten worden opgevoerd.

Dinsdagavond was ik met een vriendin in het Paleis voor Schone Kunsten. Een avond gewijd aan mijn geliefde schrijver Cesare Pavese. Af en toe moest ik de tranen onderdrukken. Er werden tegen een zeer expressieve achtergrond – een decor van Jan Vanriet – zeer mooie fragmenten uit het oeuvre van de Turijnse auteur voorgelezen. Een mooie vrouw als Hilde Van Mieghem in de stem horen kruipen van de melancholisch-mannelijke auteur bij uitstek is een ervaring die je niet vergeet. Het leven van Cesare Pavese is een tragisch verhaal. Maar de schoonheid van zijn melancholie, van de melancholie van zijn zinnen, maakt van de tragedie een troostend gedicht. Dank zij de geniale aanwijzingen vanuit een of andere satelliet verdwaalden we die avond in Brusselse steegjes die aan Turijn deden denken, hoewel ik daar nooit ben geweest. Weer thuis dronk ik een Orval en nodigde koortsachtig vrienden uit voor een etentje. Ik mag de eenzaamheid niet koesteren. Ik ben Cesare Pavese niet.

Gisteravond, na een hele dag geprobeerd te hebben om uit te rusten, vond ik peace of mind dank zij ‘Only the Lonely’ van Frank Sinatra. Ik had nooit voordien gehoord hoe betoverend die plaat, die stem is. ‘Willow Weep For Me’, ‘Guess I’ll Hang My Tears Out To Dry’ – en ‘One For My Baby’! Wat een songs! En daar bovenop, of eronder, nog eens de arrangementen van Nelson Riddle. Na een tweede luisterbeurt, en wat lekkere vis, was ik als genezen. Maar ik dacht aan K., een vriendin in Antwerpen die het moeilijk heeft. Het gevoel van te falen stak weer de kop op. Hoe komt het dat ik mensen die ik graag zie niet kan helpen? Ik heb alleen maar woorden, en soms blijven zelfs die in mijn strot steken.

Ik zag de film ‘Elegy’ van Isabel Coixet, een gevoelig verhaal over een oudere intellectueel die verliefd wordt op een jong meisje, een intelligente en zeer charmante studente. Een melodrama, met enige overacting, maar het grijpt je naar de keel, zeker als je daarvoor ‘Only the Lonely’ twee keer hebt beluisterd. Ik, oudere man, zou echter nooit verliefd worden op Penélope Cruz. En als ik Penélope Cruz zou zijn zou ik zeker niet verliefd worden op Ben Kingsley. Maar het leven is kort. En goed, ook deze film biedt weer de troost van de melancholie.

Deze week luisterde ik veel naar Neil Young. Ongeveer alles wat hij heeft opgenomen steekt boven de andere zogenaamde populaire muziek uit. Niemand heeft ooit op zulke intense manier uiting gegeven aan zijn emoties, kunst gemaakt van zijn emoties. Ik heb het niet over klassieke muziek en jazz. Ik heb het over primitieve kunst, art brut in zijn zuiverste vorm. Alleen muziek kan ons nog redden.

Daarnaast heb ik mij zeer geërgerd aan facebook en mij het lot van Gunther Martin aangetrokken. Maar dat is een verhaal voor morgen of de dag daarna. Een lang en zeer ontluisterend verhaal. Laat mij nog dit zeggen: ik heb vaak stilgezeten, maar ik heb niet stilgezeten. Nu zet ik opnieuw de stilte aan.

“Are you also frightened?”

 

20-02-09

ELEMENTAIRE TEGENSTELLINGEN IN DE POPULAIRE CULTUUR


peace


“Ze wilde jong blijven en niet door haar kinderen aan haar leeftijd worden herinnerd”.
De zoon over de hippiemoeder, in ‘Elementärteilchen’ (2006), een Duitse film van Oskar Roehler gebaseerd op de roman 'Les particules élémentaires' (1998) van de omstreden auteur Michel Houellebecq.

Deze tijd is een tijd van onduidelijkheid, onzekerheid, morsige passies, warrige verlangens en onbestemde angsten. Een poos geleden stond ik in de Bozar, het vroegere Paleis voor Schone Kunsten, Corona’s te drinken tijdens de finissage van de  tentoonstelling ‘Boeddha’s Glimach’, over 1600 jaar boeddhistische kunst in Korea. Na het ledigen van enkele flessen – zoals altijd vrezend voor bacteriën of giftige stoffen op de schil van de citroenpartjes - begaf ik mij onwillekeurig naar de dansvloer. Vrouwelijke deejays draaiden elektro en techno, wat voor mij geen muziek is, maar wel een hoogtechnologische opeenvolging van ritmes waar je – desondanks - op kunt dansen. Niet lang echter, want het gaat gauw vervelen, zoals seks zonder liefde of geweldfilms zonder inhoud of plot. Het is zielloos machinegeluid. Ik wil hiermee niet zeggen dat in een oubollige kunstentempel geen hedendaagse geluiden mogen worden geproduceerd. Het is alleen maar verwarrend, waarschijnlijk omdat het zo kunstmatig is, zo vals. Het is duidelijk een valstrik voor jonge mensen “die niet in kunst geïnteresseerd zijn” (volgens de statistieken, die niet één kunstenaar au sérieux neemt). Wat lager in de stad, je rug naar het afschuwelijke Fortisgebouw gekeerd, ligt een andere tempel: de  AB (Ancienne Belgique voor de Vlamingen). Het bier is er onbetaalbaar, de wijn van onduidelijke herkomst (en nog veel duurder). In die exclusieve concertzaal, de inkomhal is een technologisch ‘hoogstandje’,  treden groepen op als Fleet Foxes, van wie de muziek qua stijl nauwelijks verschilt van wat in het begin van de jaren zeventig the Band, the Beach Boys, en Crosby, Stills & Nash brachten. Langharige reactionaire hippies in de AB, een coole concertzaal, die met haar programmatie al decennia lang inspeelt op nieuwe trends? Dat klopt natuurlijk niet:  Fleet Foxes is geen stel reactionaire hippies: zij spelen muziek van deze tijd, die weliswaar verankerd is in het recente verleden. Maat het contrast met wat in de Bozar gebeurt is groot. Het credo van de AB lijkt: voor elk wat wils.

De traditonalist en vermoedelijke communist Ry Cooder treedt binnenkort op in de Elizabethzaal in Antwerpen. Hoezeer ik ook van zijn werk houd (zijn eerste elpee heb ik gekocht van geld dat ik verdiend had met op straat te tekenen), ik ga er niet naartoe: de kaartjes kosten ongeveer honderd euro. Ik kan dat voorlopig nog wel betalen, maar ik weiger het. Als zelfs Dylan voor vijftig euro kan optreden, dan moet Ry Cooder dat ook kunnen. Toch heb ik mij een hele tijd afgevraagd: should I stay or should I go. Heel wat vrienden en kennissen van me gaan, en ik zal thuis zitten kniezen.

Vreemd is ook aan de ene kant de afkeer van een populaire en voortreffelijke (zij het moreel betwistbare) schrijver als de hierboven al genoemde Michel Houellebecq voor de ‘hippiecultuur’ en alles wat daar mee samenhangt en aan de andere kant de bijna gelijktijdige terugkeer van een hippie-achtig verschijnsel, dat neo-folk, weird folk, enz. wordt genoemd, maar gebaseerd is op ongeveer dezelfde principes als die van de hippies in de jaren zestig en zeventig.

Een van die principes was de terugkeer naar de natuur, wat toen ook al niet nieuw was: filosofen als Rousseau en Thoreau hadden er al tenminste een eeuw eerder voor gepleit. Een van de iconen van de rock ‘n’ roll, die dat principe trouw is gebleven is Neil Young. Hij woont op zijn ranch in Californië, met zijn paarden, ezels, geiten, kippen en cowboys. Hij is net zoals Bruce Springsteen en veel andere populaire muzikanten een peacenik, wat alleen maar toegejuicht kan worden. Maar ook bij hem zie je het winstbejag. Het principe van de vrije markt, het extreme kapitalisme, wat blijk uit onder meer de dure toegangskaarten, cd’s en dvd’s (en allerlei andere parafernalia). Tegelijkertijd wordt hij bewonderd door mensen, zoals ikzelf, die de vrije markt bestrijden, die de hoge prijzen van geluidsdragers, van concerten, van festivals niet langer aanvaarden. Neil Young zien zij als een godfather van alles wat tegendraads is, roestige snaren en ontstemde gitaren inbegrepen.

Ik kan zo nog een tijdje doorgaan. Er zijn bijzonder veel voorbeelden te vinden in de wereld rondom ons van dergelijk tegenstellingen en moeilijk te vatten culturele en economische verschijnselen. Wijst dit erop dat er iets nieuws, iets beters aan het ontstaan is, of zijn het stuiptrekkingen van een soort die zich blindelings in de afgrond stort?  Ecce homo!

Foto: Martin Pulaski for peace, François Brouns, 1969.

22-12-08

2008: BOB DYLAN EN NEIL YOUNG


theme time 2

Wat ben ik toch lui. Mijn vorige notitie – over een aantal van mijn favoriete platen uit 2008 – dateert alweer van vorige vrijdag. Maar het is niet alleen luiheid die me parten speel. Het is ook twijfel. Wat zijn nu toch die beste nieuwe platen! En ik ken er zo weinig. Nog niet zo lang geleden dacht ik dat ik een goed ‘beeld’ had van ongeveer alles wat op de ‘markt’ kwam, maar dat is al lang niet meer het geval. Ik koop nog steeds zeer veel muziek. Bijgevolg gaat een heel groot deel van mijn budget naar cd’s. En toch is dat maar een bijzonder kleine selectie van wat er allemaal verschijnt. In andere muziekblogs (Roen, Peerke) is het al vaker geopperd: er worden teveel platen uitgebracht. Het is onmogelijk te overzien, zeker niet als je een vrij brede smaak hebt.

Twijfels. Daarom duurt het zo lang eer ik mijn definitieve keuze kenbaar maak. Maar ik ben ermee bezig. Ik beluister alle elpees die ik dit jaar heb aangekocht. Hoeveel er dat precies zijn weet ik niet, maar het zijn er echt wel veel. Iemand heeft me ooit gezegd dat ik een huis had kunnen kopen met het geld dat ik in muziek heb geïnvesteerd. Misschien had ik dat beter gedaan. Maar naar een huis kun je niet luisteren. Huizen zijn meer iets voor slakken.

Een ding wil ik meteen duidelijk maken. Noch Bob Dylans ‘Tell Tale Signs’, noch de Ace-compilatie met nummers uit Dylans 'Theme Time Radio Hour’, noch de werkelijk verbluffende live-elpee van Neil Young, ‘Sugar Mountain. Live At Canterbury House 1968’ stonden in mijn lijstje(s) van vorige vrijdag. Ik kon die buitengewoon mooie platen daar niet in onderbrengen. Ze vormen een categorie apart. Of twee categorieën: Bob Dylan en Neil Young.

De Ace-compilatie ‘Theme Time Radio Hour With Your Host Bob Dylan’, heeft eigenlijk weinig met de meester te maken. Of toch wel: hij heeft uiteraard alle vijftig zeer gevarieerde songs in zijn show gedraaid. Zijn presentatie moet je er wel bij fantaseren. Met een beetje zoeken vind je de programma’s trouwens online. Je moet er dan wel een aantal dagen voor uittrekken want er zijn al veel afleveringen. Ik houd bijzonder veel van het programma, niet alleen omdat ik zelf al meer dan vijfentwintig jaar een thematische radioprogramma maak, maar vooral door de buitengewone songs, met zoveel kennis van zaken en gevoel voor humor samengebracht, in een geheel geplaatst waar ze pas echt tot hun recht komen. Overigens is deze compilatie reeds de aanschaf waard voor alleen al de lange versie van Aretha Franklins ‘Chain Of Fools’ en zeker ook voor ‘I Ain’t Drunk’ van Lonnie “The Cat” (waar Ike Turner op meespeelt). Er zit een uitstekend boekje bij de dubbel-cd: uitvoerige informatie over alle songs en hun uitvoerders, en hele mooie illustraties.

TellTaleSigns

In de Bootleg Series van Bob Dylan verscheen dit jaar volume 8: ‘Tell Tale Signs. Rare and Unreleased 1989-2006’. Er is al zoveel over geschreven – ik heb daar weinig aan toe te voegen. De dubbele cd, meer dan twee uur muziek, is over het algemeen goed ontvangen. Alleen is er veel kritiek geuit op de prijs van de luxe-uitgave, waar een twaalftal bijkomende nummers op staat. Er werd vastgesteld dat oudere mensen, minder begoede Dylan-fans die misschien van een klein pensioentje moeten leven, die nog nooit iets hadden gedownload, nu ook de weg naar de piraten hebben gevonden. Een slechte zaak voor jonge muzikanten die royalties letterlijk broodnodig hebben. Ik vraag me af of Dylan zich bewust is van deze vreemde strategie. Maar het zij zo. De dubbel-cd bevat voldoende schoonheid en de rest, dat zien we later wel.

Aanvankelijk vond ik de plaat niet zo goed. Maar nu heb ik ze toch al zo’n twintig keer gehoord, en ze wordt almaar beter. ‘Tell Tale Signs’ lijkt door de grote eenheid wel een gewone elpee en geen compilatie. Ik vind ze ook stukken beter dan zijn jongste sudioplaat, ‘Modern Times’, waar ik niet van houd. Het hoogtepunt van ‘Tell Tale Signs’ is ‘Most Of the Time’, al bijzonder mooi op ‘Oh Mercy’, maar hier zonder de Daniel Lanois-behandeling, en met de intensiteit van iets uit ‘Blood On the Tracks. ‘Someday Baby’ overtreft de versie op ‘Modern Times’. De gospel ‘Marchin’ to the City’ is een juweel. Dylan bewijst hier nog een keer hoe bijzonder zijn pianospel is.

neil young2

Voor mij hoort ‘Tell Tale Signs’ tot de beste platen van 2008. En hetzelfde geldt voor de nieuwe live-plaat van Neil Young. ‘Sugar Mountain’ is een tijdscapsule die je meeneemt naar 1968. Neil Young, jong, onschuldig, kwetsbaar, grappig: er was niemand zoals hij, er is nog altijd niemand zoals hij. Sommige mensen zijn van mening dat er teveel gepraat staat op de plaat. Maar dat vind ik er net zo mooi aan. Daardoor is het niet een tijdloze opname, maar geeft ze ook uitdrukking aan de tijdsgeest, toen lang haar, stoned worden, utopische idealen werkelijk iets betekenden, heel anders dan het postmoderne escapisme. Bij mij roept de plaat talloos veel herinneringen op. Aan Buffalo Springfield, aan Amsterdam (waar ik bij Onno en Cees voor het eerste een elpee van Neil Young hoorde), aan mijn studentenkamer in de Karmelietenstraat, waar Neils eerste elpee en ‘Everybody Knows this Is Nowhere’ dagelijks werden gedraaid. Ik herinner me ook nog hoe gelukkig ik was toen ik de single ‘Sugar Mountain’ voor vijf frank in de Pêle-Mêle vond. Ja, in die dagen was zelfs Neil Young nog goedkoop.

Nog meer goed nieuws is dat Bob Dylan op 22 april naar Brussel komt. Nu heb ik al een eerste datum om naar uit te kijken.

08-12-08

LEVEN EN DOOD VAN EEN CACTUS



umberto d

Met pijn in het hart heb ik een meer dan twintig jaar oude cactus in kleine stukken gezaagd; een levend wezen dat ik tot levenloosheid heb herleid. De cactus nam geen water meer op, en verschrompelde. Ook zonder mijn ingreep was hij ten dode opgeschreven. Het onderste gedeelte van de plant, die bijna dezelfde lengte had als ik, was zwart geworden en krom getrokken, maar de bovenkant was (en is) nog mooi groen. Misschien kan ik die groene stukken opnieuw aan het groeien krijgen.
Het is vreemd dat een voorwerp, een ding, je emoties zo sterk kan raken. Natuurlijk houdt dat verband met het verdwijnen, met het sterven en de ontbinding. Een cactus opruimen is misschien wel netjes, maar je beseft tegelijk dat alle leven eindig is en moet verdwijnen. De meeste dingen rondom ons blijven echter langer dan wij, de boeken, de beelden, muziek. Het huis waarin ik woon is in geen al te beste staat, maar ik twijfel er niet aan dat het hier nog zal staan als ik al lang vergeten zal zijn. Er zullen ooit, liever laat dan vroeg, nieuwe huurders komen die niets over me weten, over de gelukkige momenten, over het verdriet, over de honderden teksten die ik hier schreef en de zogenaamd onvergetelijke boeken die ik hier las. Het is goed mogelijk dat die nieuwe huurders niet meer zullen lezen, niet meer geïnteresseerd in film zullen zijn, en ook de zachtheid van de huid zullen hebben afgezworen. Want liefde is niet nuttig en brengt weinig op, tenzij in de prostitutie, zullen zij misschien zeggen. Ik mag hier niet te lang over nadenken, of er zit meteen al een alien in mijn kamer, een slijmerig wezen met scherpe tanden en kleine, lelijke ogen.

Enkele dagen geleden zag ik ‘Umberto D.’ van Vittorio De Sica. Dat had ik beter niet gedaan. Het is een onuitstaanbaar droeve film, met slechts enkele lichtpunten in – en de louterende schoonheid van de beelden, gelukkig. Een gepensioneerde ambtenaar komt niet rond met zijn pensioen en kan de huur van zijn kamer niet meer betalen. In heel Rome is er geen mens die hem kan of wil helpen. Hij heeft maar een vriend, zijn hond Flike, een buitengewoon welopgevoed beest. Er is ook nog het hulpje van de hospita: kennelijk heeft zij enige compassie met de oude Umberto D. Maar zij komt vooral af en toe in zijn kamer omdat ze door zijn raam naar de soldaten aan de overkant kan gluren. Twee van die jonge mannen zijn haar minnaars. Van welke van de twee ze zwanger is weet ze niet, maar ze maakt er zich weinig zorgen over. Op het einde van de film wil de hopeloze, gebroken Umberto D. samen met zijn hond onder een trein springen, maar Flike’s levenslust is te groot: hij doet de poging mislukken. Hoe het dan verder zal aflopen met die twee zullen we nooit weten.

Ik weet niet waarom ik die twee voorvallen hier vertel. Het zullen de donkere dagen zijn, de melancholie die me maar niet los wil laten. En melancholie voedt zich met melancholie, zwartgalligheid wil meer zwartgalligheid, geestespijn wil de donkere wijn van het verdriet drinken. Ik vermoed dat zelfs enkele bloemen van het kwaad me nu zouden kunnen bevallen.

Maar dit is slechts een winter. Er komen altijd weer mooie dagen. Spoedig zal het weer lente zijn en voor het zover is zal ik vrienden en geliefden ontmoeten. Ik zal de wijn drinken van het plezier en me laten ontroeren door de mooiste muziek die ik ken, zoals nu al door Neil Youngs in 1968 opgenomen ‘Sugar Mountain’. En ik zal terugdenken aan de mooie momenten van 2008. Ik leg me nog niet neer in de sneeuw en ben evenmin zinnens een paard te omhelzen in de straten van Turijn.

umberto d 2

Afbeeldingen uit Umberto D., een absoluut meesterwerk van Vittorio De Sica

06-10-08

STEPHEN STILLS IN BRUSSEL




Ongeduldig wacht ik op het optreden vanavond in de AB van een van mijn jeugdhelden, Stephen Stills. De man is een monument, maar een monument waar vaak achteloos aan voorbij wordt gelopen. Het is waar dat Stills minder tot de verbeelding spreekt dan zijn compaan / rivaal Neil Young. Hij heeft evenmin meesterwerken gemaakt als 'Everybody Knows This Is Nowhere', 'After the Goldrush' en 'Comes A Time'. Maar ten tijde van Buffalo Springfield schreef hij wellicht de meer gedenkwaardige songs, waaronder de hit 'For What It's Worth', 'Rock & Roll Woman', 'Everydays', 'Bluebird', 'Hung Upside Down', 'Special Care' en een van mijn uitveroren Buffalo Springfield-nummers, 'Four Days Gone' (met die typische Stephen Stills gitaarsound). Ik ben ook zeer verslingerd aan mijn exemplaar van Super Session, waarop niet alleen Mike Bloomfield (kant 1) maar ook Stephen Stills huiveringwekkend gitaar speelt (kant 2, vooral op Donovan's 'Season Of the Witch'). De eerste elpee van Crosby, Stills & Nash was grotendeels het werk van Stills. De mooiste track op 'Déjà Vu', 'Helpless', is van Neil Young, maar Stills' '4+20' is bijna net zo mooi. Daarnaast zijn er de eerste twee sublieme solo-elpees van Stephen Stills op het Atlantic label, waarvan vooral de eerste een meesterwerk mag worden genoemd. De eerste Manassas-dubbelelpee, waar Stills gezelschap kreeg van onder meer Chris Hillman draai ik nog heel regelmatig. Voor mij is het een soort tijdscapsule: in elke song van die plaat zitten een onbekend aantal herinneringen. Mijn favoriete Stephen Stills-nummers zijn Sit Yourself Down (met de regels: "When I get restless / what can I do?") en het romantische 'To A Flame' (met Ringo op drums).

Het is onbegonnen werk mijn bewondering voor Stephen Stills goed te verwoorden, en al evenmin kan ik u laten voelen wat ik nu voel en nog voelen zal in afwachting van het moment dat de man op het podium van de AB verschijnt. In zulke gevallen schieten woorden te kort.



De clip boven dit artikel is een stukje live-concert van Manassas, de clip onderaan is Stephen Stills solo live met het nummer Treetop Flyer. Tot straks!

07-02-08

CONTINUÏTEIT EN DISCONTINUÏTEIT


Ik heb nog heel wat autobiografische notities in kladversie over mijn eerste Brusselse periode (van 1969 tot 1977, het jaar dat Laura en ik naar Antwerpen verhuisden). Maar voorlopig zet ik een punt achter dat verhaal. Ik stel vast dat het mij geen goed doet om intensief in mijn verleden te gaan wroeten. Ik geloof dat Ester me daar ook al voor gewaarschuwd heeft in een ‘voetnoot’. Twee keer ben ik in psychoanalyse geweest; ik wil dat hier niet nog eens over doen, hoe verleidelijk het ook is, vooral als je geen nieuwe ideeën hebt. Dat sluit niet uit dat ik later de draad weer opneem.

Want ik wil nog schrijven over het Living Theatre in Brussel; de schoonheid van Julian Beck en Judith Malina; een gast in de Karmelietenstraat die Ildemaro heette en een film had gemaakt over Frederico Garcia Lorca in New York; mijn eerste grote liefde; Sarah; de geboorte van mijn zoon; de geuren en kleuren van een nieuw leven; de schitterende jaren dat ik filosofie studeerde aan de VUB; hoe Leopold Flam mijn kijk op de wereld en op de menselijke werkelijkheid veranderde; het tijdschrift Aurora; Oswald in de gevangenis; een trip in Holsbeek; ziekenhuiservaringen; ingebeelde geslachtsziekten; champagne drinken bij de schoonouders; vegetarisme en macrobiotiek; nieuwe vrienden in Tram 81; een weekend met Oswald in Neerharen; wandelingen in het Zoniënwoud; twee concerten van the Rolling Stones, een van Lou Reed en een van Traffic; Angie; Oostduinkerke (waar Rilke verbleef); astma-aanvallen ten gevolge van het roken van teveel hasjiesj; hoogtes en laagtes van mijn huwelijksleven; kennismaking met de eerste platen van Neil Young; vrienden in Amsterdam; Luc D. en de andere vrienden aan de VUB; de dandy Eric DC; de echtscheiding, het gevecht met J. (die mijn beste vriend zou worden); Nietzsche en Marx; flirten met extreem-links; Trotski; toneelspelen in Doorndal; twee toneelstukken, waarvan maar een werd opgevoerd; mijn ‘echte’ ontdekking van William Blake, Walt Whitman, Hölderlin en het surrealisme; mijn liefde voor de VS, vooral gevoed door schrijvers, regisseurs en het tijdschrift Rolling Stone; de tegencultuur; mijn licentiaatsthesis over het einde van het gezin; enz. enz.


Dat is natuurlijk allemaal boeiend materiaal, onder meer omdat het zijn oorsprong vindt in een bijzonder boeiende periode, de eerste helft van de jaren zeventig. Maar ik moet het een tijdje laten rusten en me met het veel saaiere heden en de onzekere toekomst bezighouden. Met echte angsten en echte demonen; met vriendschap en liefde; met België; met mijn plaats in de gemeenschap; met mijn eenzaamheid en de eenzaamheid van zoveel mensen; met de imbeciliteit van film, radio en televisie; met de leugens en de waarheid in de kranten; met de weinige bewonderenswaardige mensen die zich verzetten tegen wreedheid, onrecht, onverschilligheid en lelijkheid; met schoonheid.

 young parents and kids

Foto: met vrienden en kinderen in Brugge, 1973

24-12-07

COMES A TIME, VROEG ZIJ

“De meeuwen op het water hebben het roerloze en blanke van waterlelies”, zo meende hij zich te herinneren uit een boek. En zo zei hij het tegen haar, omdat hij zelf niets kon bedenken.

“Heb je al eens een albatros gezien”, vroeg ze.

“Ik denk het wel, op Long Island, geloof ik,” zei hij.

“Bij sommige albatrossen is de schaduw van hun vleugels zo zwaar dat ze niet meer kunnen vliegen”, zei ze.

“Zeker niet bij vochtig weer”, voegde ze eraan toe.

“Heel goed mogelijk”, zei hij, terwijl hij een blik naar buiten wierp, waar vuile mist hun eenzame spar aan het oog onttrok.

“We kunnen hier niet blijven”, zei hij.

“Zodra we geld hebben, verhuizen we naar een ander land”, zei ze.

“Zodra we geld hebben…”, mompelde hij.

“Een eiland, zuivere lucht, bomen, loslopende dieren…” ging ze verder.

“Hebben we daar nog tijd voor, om aan dat geld te komen”, vroeg hij.

“Voor de ziel bestaat geen tijd”, zei ze.

“Maar mijn botten kraken, en vorige nacht heb ik die van jou ook horen piepen”, zei hij.

“Misschien moet alles een keer gesmeerd worden”, zei ze.

“Er zouden garages voor het lichaam moeten bestaan”, zei hij.

“En wat denk je van een alternatieve carwash, een bodywash, een gang waar je door moet lopen en als je eruit komt ben je weer proper en ruik je lekker…”, opperde zij.

“Ja, daar zit muziek in”, zei hij.

“Ik heb zulke zware voeten”, zei zij.

“Bij mij zit het op de longen”, zei hij.

“Laten we nog een glaasje wijn drinken”, zei zij.

“Het leven is toch niets waard”, beaamde hij met andere woorden uit het boek.

“Ach, dat is allemaal relatief”, zei zij.

“Ik zal nog een plaatje opleggen van Neil Young”, zei hij.

“Comes a time, toch”, vroeg zij.

“Comes a time”, zei hij.

 

kerstwensen,foto,1973,comes a time,neil young,geld,eiland,gesprek,mijmering,verlangens,vuile lucht,martin pulaski,holsbeek

Oprechte kerstwensen voor iedereen. Don't get lost on the human highway!

16-11-07

SECRETLY CANADIAN

Zoals de naam van het hippe platenlabel ben ik ‘secretly canadian’, denk ik soms. Ik zal het niet gauw toegeven, omdat het land niet echt cool is, figuurlijk gesproken, maar nu kan ik er niet meer onderuit. Ik had het er eergisteren nog over dat ik een nichtje heb die er woont; sinds haar emigratie, nu meer dan veertig jaar geleden, droom ik er al van naar Canada te reizen – en soms vraag ik me zelfs af waarom ik er destijds niet ben gaan wonen, in zo’n houten huisje, niet te ver weg van Toronto. Ik denk dat er weinig landen bestaan die zoveel natuurschoon te bieden hebben, om eens een eigenaardig woord te gebruiken. Natuurschoon, eigenaardig toch! Mijn Canadees familielid heet Josephine, een naam die hip was in de jaren vijftig van de vorige eeuw, waarschijnlijk door de hit van Fats Domino, ‘Hello Josephine’. Ze is de dochter van mijn moeders enige broer, een reder, die jong gestorven is; hart en bloedvaten waren zijn zwakke plekken. Mijn moeder is heel oud geworden, maar met haar twee zussen is het tragisch afgelopen: de ene heeft zelfmoord gepleegd en de andere is door de shock van die vreselijke gebeurtenis ‘gek’ geworden. Zij – mijn meter, die buitengewoon gierig was - is in een rusthuis gestorven. Ik zal er later wel eens wat meer over vertellen, of misschien heb ik het hier al gedaan, mijn geheugen is niet meer wat het geweest is en ik heb geen register van alle onderwerpen die ik al heb behandeld. Met de broers van Josephine – die in België zijn gebleven - is het evenmin goed afgelopen: ze zijn allebei verdronken, de ene in de Schelde, de andere in een Antwerps dok.


Ik wilde het echter niet over mijn ongelukkige familie hebben maar over mijn liefde voor Canada. Veel meer dan met Josephine houdt die verband met muziek. Menige van mijn muzikale ‘helden’ zijn Canadezen. Eerst en vooral is er natuurlijk Neil Young, zowat een van de meest eigenzinnige zangers/gitaristen die de sixties hebben voortgebracht. Al bij Buffalo Springfield deed hij zijn zin, en nu is het niet anders. Om maar een voorbeeld te geven: op zijn laatste cd, ‘Chrome Dreams II’, staat een song die 18 minuten duurt en de luisteraar desondanks blijft boeien (‘Ordinary People’). Het feit dat zijn beste elpee, ‘Everybody Knows This Is Nowhere’, al van 1969 dateert wil niet zeggen dat hij later niets avontuurlijks meer heeft gedaan. De gitaarrock van Green On Red en Dream Syndicate heeft hem in de jaren ’80 opnieuw zin gegeven om zich te ‘verjongen’ en hetzelfde is gebeurd in de jaren ’90 dankzij Pearl Jam en Nirvana. (En ik mag Sonic Youth niet vergeten). Neil Young heeft heel wat kippenvelnummers geschreven over zijn land van herkomst. Het bekendste is waarschijnlijk ‘Helpless’, vaak gecoverd, onder meer door de Canadese zangeres k.d. lang, op haar ‘Hymns of the 49th Parallel’. Ik zou hier nog heel veel over Neil Young kunnen schrijven, maar dat is niet mijn bedoeling.


Een andere Canadese singer-songwriter die met kop en schouders boven de middelmaat uitsteekt is Joni Mitchell. Haar ‘Blue’ staat nog steeds in mijn top-20 allertijden. Onder andere in ‘A Case Of You’ zingt ze over haar geboorteland. (Overigens, waarom verlaten zoveel Canadese muzikanten hun vaderland?) Ze heeft een nieuwe cd, ‘Shine’, maar die moet ik nog beluisteren.

Heeft er in de populaire muziek met uitzondering van Bob Dylan iemand betere teksten geschreven dan Leonard Cohen? Denk alleen nog maar aan ‘The Tower of Song’. Een heel wat jongere Canadese songsmid heet Ron Sexsmith. Hij componeert heerlijke melodieën en zijn teksten zijn al even fraai - waarom is hij dan zo msikend? Komt dat door die bizarre familienaam?

Iedereen houdt natuurlijk van the Cowboy Junkies, met de sensueel fluisterende Margo Timmins. Er is net een nieuwe cd/dvd verschenen van 'The Trinity Sessions'. Als voorlaatste wil ik Jane Siberry noemen, al even eigenzinnig als Neil Young, zij het minder rich and famous.


dirt farmer

Wellicht houd ik nog het meest van al van the Band, afkomstig uit Toronto, met uitzondering van Levon Helm, een Amerikaan uit Arkansas. ‘Music From Big Pink’ en de tweede, bruine elpee staan eveneens in mijn top-20. Toen ik in 1968 voor het eerst ‘The Weight’ hoorde stond ik gelukkig rechtop, anders was ik van mijn stoel gevallen. The Band heeft tientallen andere bands, waaronder the Beatles, de weg gewezen naar een eenvoudiger, aardser geluid dan in die jaren trendy was (“heavy, man!”), heeft hen gewezen op de roots van rock & roll – en heeft nu ook nog grote invloed, onder meer op My Morning Jacket, Drive-By-Truckers en Mercury Rev. Ja, the Band heeft me veel zin gegeven om naar Canada te trekken. Helaas zijn twee van de meest innemende groepsleden al een tijd niet meer onder ons. Richard Manuel heeft zelfmoord gepleegd, en ik denk dat Rick Danko zich dood heeft gedronken. Voor hen was een bestaan zonder the Band niet leefbaar. Organist Garth Hudson wordt nog vaak gevraagd om mee te spelen bij jonge en minder jonge groepjes, onder meer bij de al genoemde Mercury Rev. Over ‘leider’ Robbie Robertson wil ik niets zeggen. Ik heb de indruk dat hij zijn vroegere vrienden verraden heeft. Levon Helm, de Amerikaan, heeft een zwaar gevecht tegen keelkanker gewonnen en heeft nu een nieuwe soloplaat, ‘Dirt Farmer’, zijn eerste sinds 1982. Ik wil ze zo snel mogelijk horen, maar ik heb toch ook geduld. Voor alles is er een seizoen. Zo ook om een keer naar de 'blue Canadian Rockies' te reizen.

24-06-07

KRANTENKNIPSELS: EEN PERSOONLIJKE GESCHIEDENIS


The Days Of Wine And Roses 3

Jack Lemmon en Lee Remick in The Days Of Wine And Roses.


Gisteren heb ik niets gedaan. ’s Avonds ben ik in slaap gevallen bij de film The Days Of Wine And Roses van Blake Edwards. Ik denk dat het een film is over een echtpaar dat aan alcohol ten gronde gaat. Ik werd wakker toen Jack Lemmon alweer was afgekickt, maar Lee Remick nog niet; de drank en de lokroep van de bars bevallen haar te zeer. Voor haar is de wereld een lelijke plek; hij krijgt pas wat glans, een lichte betovering, als ze een fles gin naar binnen heeft.

Vandaag heb ik een zolderkamer opgeruimd. Ik heb veel tijd ‘verloren’ met het doorbladeren van oude krantenknipsels. Veel boekbesprekingen van romans van Paul Auster vond ik terug. (Het wijst op mijn grote bewondering voor de auteur.) De New Yorkse schrijver Paul Auster is furieuzer dan ooit: “Een Bush is een giftige woestijnplant.” Recensies van concerten van Bob Dylan in Vorst. Analyses van stukken van het Zuidelijk Toneel, onder meer India Song van Marguérite Duras, een prachtige voorstelling met de verrukkelijke Chris Nietvelt. De film 21 grams (waar ik een t-shirt van heb) van Alejandro Gonzalez Inarritu. Een bijlage over chronische vermoeidheid. Toen die werd gedrukt had ik daar nog geen last van. Honderd jaar Georges Simenon: hij sliep met 10.000 vrouwen, 7.000 meer dan Henry Miller. Een interview met mijn oude vriend Marc Didden (“Dan is mijn respect voor Neil Young oneindig veel groter, ik ontdekte hem in 1965 en vandaag boeit hij me nog altijd” staat in dat interview zwart op wit.) Mijn oude vriend Guillaume Bijl loodst ons door Art Brussels. De mooie Carla Bruni heeft het over haar eenzaamheid: “Oh, maar begrijp me niet verkeerd. Ik vind het net heel aantrekkelijk om eenzaam te zijn. Ik zoek dat soort omstandigheden ook zelf op. En daarin ligt het verschil: het is geen opgelegd alleen-zijn.”

 

kunst,boeken,knipsels,recente geschiedenis,schrijvers,films,muziek,theater,leven,brokstukken

Met Marc Didden in Oostduinkerke.

Wat nog meer? De zot van Zomergem, Gie Van den Berghe krijgt de Arkprijs van het Vrije Woord (ik was daar toen nog bij). Nick Cave and The Bad Seeds in Vorst op 24 november 2004. Dat optreden woonde ik bij in het gezelschap van mijn vriend Bart. Bart had zijn kaartje in de auto laten liggen, hij moest een heel eind teruglopen. De opening act, Mercury Rev, hebben we daardoor moeten missen, maar ik heb later mijn schade ingehaald. En Nick Cave was groots. The Cowboy Junkies op mijn verjaardag in de AB, een welluidend en ingetogen cadeau. Wong Kar Wai regisseert 2046. Wat betekenen de begrippen ‘liefde’ en ‘geheugen’? Volksbühne Berlijn speelt ‘Pablo in der Plusfiliale’ in het Kaaitheater. ‘Gaten of toen we niet in het gelid stonden’ in Theâtre National. “Ik ga graag naar school en ik denk dat je de school nodig hebt om iemand te worden.” Een gesprek met Arne Sierens en Alize Zandwijk over het stuk ‘Meiskes en Jongens’ in de KVS. Brussel: Mediterrane hoofdstad van Europa. Jonathan Safran Foer: “Schrijvers mogen heikele onderwerpen nooit uit de weg gaan”. Michael Cunningham: Liefde en dood in New York. Een filosoof onderweg: Stefan Hertmans’ ‘Steden’. Ik las dat boek negen of tien jaar geleden op de trein naar Berlijn. Onderweg naar mijn stad. Tien tips om Tuymans te trotseren: meesterlijk maar moeilijk. Overzicht van Antwerpse schilder in Londense Tate Modern. Koen Vidal in gesprek met Geert Mak over ‘In Europa’. Indrukwekkend retrospectief van de Amerikaans-Britse schilder John Singer Sargent in Tate Gallery. Voor het werk van Sargent stond ik haast met tranen in de ogen in Boston in september 1994. Schilderijen van David Hockney hebben veel plaats nodig, een artikel van Eric Min. Eric Min publiceerde in de jaren ’80 gedichten in ons filosofisch tijdschrift Aurora, gesticht door Leopold Flam. Georges Perec komt dan weer naar voren als de schrijver die vrijwel alles kan: de ernstige speelvogel, de nuchtere socioloog van zijn tijd, de epicurist van het dagelijkse, de ingenieur van de taal, de verhalenverzinner. En om het af te leren nog dit. ‘In ‘Utopie en onttovering’, het essay waarin Claudio Magris de werkelijkheid van haar vermommingen probeert te ontdoen, formuleert de schrijver het in de helderheid van de paradox: “De ontnuchtering is een ironische, melancholische en herstelde vorm van de hoop.” Magris’ opstellen zijn vaak vlammende betogen tegen de sluipende pogingen om het onderscheid tussen goed en kwaad op te heffen en om ons geweten, dat door de schrijver een demon wordt genoemd, te corrumperen en in slaap te sussen.’

Voldoende, denk ik. Deze brokstukken van mijn leven liggen zomaar in een rommelkamer te vergelen. Heb ik dat allemaal gelezen, gezien, gehoord? Onvoorstelbaar. En dat is dan nog maar een kleine, zeer willekeurige selectie en allemaal vrij recent. Veel van wat hierboven wordt opgesomd was ik al grotendeels vergeten. Ik zal de knipsels dan toch maar bijhouden. Ze kunnen mijn geheugen vervangen.

07-05-07

JESSE SYKES: THE AIR IS THIN


jesse sykes 3



























Gisteren zag ik in een zaaltje van de Kruidtuin Jesse Sykes & the Sweet Hereafter, maar ik kan er haast niets over schrijven. Ik ben te moe. Voor de langharige zangeres met de toch wel bizarre stem aan haar optreden kon beginnen moesten we eerst een lange rij Franse, zeer vervelende en eentonige folkies ondergaan. Was het dan nog the Incredible String Band geweest, met een uitvoering van The Hangman’s Beautiful Daughter of Françoise Hardy met haar hele oeuvre… Maar neen, het waren Franse folkies op akoestische gitaren, fluitjes en kora’s met 28 snaren. Please come back, Toumani Diabate! Het was bijna middernacht eer aanving waar we voor gekomen waren. Ik zat niet bepaald naar mijn donsdeken te verlangen, maar kon me toch ook niet echt goed meer concentreren. Jesse Sykes is een vrouw met een jongensstem, ze heeft mooie lange haren; ik heb een sterk vermoeden dat ze Amerikaans-Indiaanse voorouders heeft, haar uitspraak van het Engels is niet helemaal Amerikaans of Canadees. Dat is een pluspunt. Haar liederen klinken melancholisch, ze zijn geschreven vanuit een diep verdriet, maar ook een groot verlangen naar ik weet niet wat. Het zoete hiernamaals, misschien, hoewel ik betwijfel of ze in die onzin gelooft. Jesse Sykes raadde ons aan om Neil Youngs Tonight’s the Night aan te schaffen, als we die cd nog niet in ons bezit hadden. Het is een van haar favoriete langspeelplaten. De dag tevoren had ik de titelsong gedraaid in mijn ‘nachtprogramma’: een verwantschap. Haar relatie met haar gitarist is even vreemd als haar verschijning en haar stem. Haten ze elkaar of hebben ze elkaar lief? The air is thin, zingt de zangeres, met een stem vol bittere weemoed, of is het toch lustgefluister? De band lijkt wat op Crazy Horse, maar dan meer ingetogen. Wat moeten we van dit alles denken? Wordt ze even beroemd als Christina Aguilera, als Paris Hilton, als Geronimo, als Billy Green Bush (die nog in Five Easy Pieces van Bob Rafelson meespeelde)? Alles is mogelijk. Maar het is vooral vermoeiend om over zulke dingen na te denken. Zeker als je al moe bent. 

Ja, het leven is vermoeiend en de kranten schrijven niets dan onzin. Wat ik over Cat Power heb gelezen in De Standaard en in De Morgen grenst aan verbale misdadigheid tegen de menselijkheid. Maar – ogenschijnlijk – hebben deze kenners het laatste woord. Het zijn snobs die denken dat ze het allemaal beter weten omdat ze artiesten al tien jaar geleden zagen optreden in een klein zaaltje in Denderleeuw in het voorprogramma van De Mens of Het Dier. Wat is het allemaal vermoeiend en wat zet het aan tot buitensporig drankgebruik, waar je dan wel nog meer moe van wordt. Genoeg! De volgende keer zal ik het nog eens over mijn interessante zelf hebben.

12-06-06

NEIL YOUNG, ALLEN TOUSSAINT EN ELVIS COSTELLO MAKEN DE WERELD BETER

allen toussaint,new orleans,elvis costello,neil young,muziek,pop,soul,popcultuur,bush,politiek,ohio,katrina,pathos,joe henry

Als ik Neil Youngs Living With War beluister, en zeker ook als ik Allen Toussaint en Elvis Costello hoor verbroederen op hun prachtige nieuwe cd, The River In Reverse, dan denk ik dat het misschien toch nog goed komt met de wereld. 


Neil Young is politiek niet bepaald rechtlijnig, hij heeft destijds Ronald Reagan gesteund en vader Bush kreeg ook zijn goedkeuring. Maar nu gaat hij flink tekeer tegen de zoon. Het is van de single Ohio geleden dat Neil Young zich nog zo boos gemaakt heeft op ‘the powers that be’. Een song als Let’s Impeach The President laat weinig aan de verbeelding over en in dit geval is dat ook nergens voor nodig. Het moet maar eens gedaan zijn met die verdomde oorlog. Weg met de president!

Van Elvis Costello’s enthousiasme voor ongeveer alle muziek smelt mijn hart. De muzikale keuzes die hij maakt hebben net zo goed een politieke achtergrond. Zoals nu de samenwerking met Allen Toussaint, die tijdelijk in New York verblijft, omdat de orkaan Katrina zijn huis heeft verwoest. Met Costello’s stem heb ik het altijd wat moeilijk gehad; soms klinkt hij toch wat te pathetisch, maar ik heb er vrede mee genomen, al sinds My Aim Is True. Zijn klassieke zijsprongen kunnen mij echter minder boeien.


De producer Joe Henry verdient ook alle lof. Amerikaanse enigszins ‘vergeten’ artiesten, die een onmiskenbaar belang hebben gehad voor de cultuur – en dat belang nog hebben – brengt hij opnieuw onder de aandacht. Solomon Burke en Betty Lavette passeerden al de revue, nu is Allen Toussaint, de grootmeester uit New Orleans aan de beurt. Ik hoop dat Costello, Toussaint, samen met hun band spoedig naar België komen.

30-03-06

HET IDYLLISCHE LEVEN

1975,elsene,jos d,guinevere,laura,neil young,tijdschriften,vriendschap

Jos Dorissen, Vivian Smekens, Agnes Anquinet.

Het idyllische leven. Waar waren onze gedachten? Waar was ons gezond verstand? De boeken stonden ongelezen in de rekken, After the Goldrush vloeide als vervloekt goud uit de luidsprekers. De zon scheen op afbeeldingen van filmsterren. De hele wereld was in een waas van onmogelijk geluk en onbereikbare lust gehuld.