31-01-16

ALLEEN DE STILTE FLUISTERT

potzdamer platz 1998 001.jpg


Alleen de stilte fluistert.

Alleen de stilte imiteert het getsjirp van krekels.

In je gedachten heerst geen de rust.
Niet de rust van de Zuid-Willemsvaart op zondag.
Niet die van het Kluizenaarspad of de Fazantenlaan.

Alleen de stilte fluistert.
Alleen de stilte onthult de namen van de hel.

In je gedachten valt de nacht op elk uur
met flarden paradijs en je wrede lippen, soms.
De nacht met je vochtige lippen zacht als was.

Alleen de stilte fluistert.
Alleen de stilte zingt het diepe van je ogen.

In slaapgedachten open je duizend boeken.
Miljoenen woorden schitteren door elkaar.
Kermislichten, bliksemschichten, van jou geen spoor.

Alleen de stilte fluistert.
Terwijl jij brult in het al te luide niemandsland.

...


Foto: Martin Pulaski, Berlijn, 1998.

 

18-06-14

LONDENSE IMPRESSIES

9192374072_454f2dea58_o.jpg

In Tate Modern (juni 2013)

Foto’s van William Eggleston, fotograaf uit Memphis. Bijna archetypische Amerikaanse beelden: de poëzie van het banale, Coca Cola, garages, autobanden, lost highways... Verwantschap met Andy Warhol en pop art in het algemeen, ook met Wim Wenders. Ik las dat Eggleston een langdurige verhouding had met Viva, een van de supersterren van Warhol. Zij was met de popartkunstenaar aan de telefoon toen Valerie Solanas hem neerschoot. Omstreeks 1970 was ik ‘verliefd’ – ik weet niet hoe ik anders moet noemen - op Viva en op Edie Sedgwick. Viva’s autobiografische ‘Superstar’ heb ik verslonden. Later kwam er het geweldige ‘Edie’ van Jean Stein.
viva 5.jpg

Grote, indrukwekkende werken van Gerhard Richter. Feesten van bloed en wijn van Cy Twombly. Offers van schoonheid, aan schoonheid, zoals bij de antieken. Rothko’s rode stilte.  John Heartfield keert nu ook weer terug in mijn leven, bijna net zo vaak als Pablo Picasso en zijn vrouwen. Overigens zijn de vrouwen hier op straat mooier dan die van Picasso. Dat heb ik altijd gevonden van de Londense vrouwen, dat ze zo mooi zijn. Misschien is het daarom een van mijn uitverkoren steden? Maar ga ik niet om het even waar heen voor de meisjes, de vrouwen? Zijn ze niet overal mooi? Het is zoals met vlinders, onmogelijk te beweren dat er een niet bevallig en sierlijk is. In Londen lopen de vrouwen je in alle kleuren voorbij, veel meer tinten nog dan in Brussel. Net als in Brussel lijken ze dichtbij maar zijn ze toch onbereikbaar. Wat me aan het gedicht over de passante van Baudelaire doet denken. Altijd die droefheid na voor enkele seconden verliefd geweest te zijn op een voorbijgangster of – een ogenblik langer – op een Aphrodite in de metro. Ja, veel meer kleuren, en ook alle stijlen door elkaar, zoals bij Neo Rauch.

tonight-lets-all-make-love-in-london-movie-poster-1967-.jpg

In Tate Modern zie ik de postmoderne massa die wat ‘cultuur wil meepikken’, cultuurtoeristen zoals ik - maar ben ik dan echt niet anders? In de eerste plaats kom ik hier al voor die vlinders, en voor de trottoirs waarboven ze rondfladderen en zich laten bewonderen, voor de straten waar geen eind aan komt, voor de straatnamen, voor de rivier die me sinds 1980 altijd aan the Clash doet denken, die associatie ligt denk ik voor altijd vast. Daarvoor doemde als ik aan de Theems dacht meestal Virginia Woolf op, soms Wiliam Blake, nu al zo lang die bijna militaire dreun, maar de rivier zelf blijft vredig kabbelen. Nooit heb ik de Theems wild gezien.

In Hampstead (juni 2013)

Alessandro Baricco beweert in ‘De barbaren’ dat we nog in de romantische periode leven. Bij het Keats House in Hampstead zou je dat niet meteen zeggen. Geen mens te zien daar. Maar ik kwam er al laat aan, bijna tegen sluitingstijd. In de tuin dacht ik aan de dichter en zijn geliefde Fanny Brawne, aan hun brieven, en aan het lange gedicht dat ‘Bright Star’ heet, nee, niet werkelijk een gedicht maar een film van Jane Campion. Still, still to hear her tender-taken breath, / And so live ever — or else swoon to death. In de tuin daar kwam ik volkomen tot rust, zoals eerder al bij de pagode van Boeddha, waar ik enkele minuten zat te peinzen en me af te vragen of ik toch maar geen boeddhist zou worden, hoewel de zon al stilaan onderging.

9189606159_d5b3edb91b_o.jpg

Londen overspoelt me met namen.  Geen namen van notabelen, van voorzitters en secretarissen van raden van beheer, neen, namen van kunstenaars, schrijvers, grote historische figuren, namen van mensen die hier ooit zijn geboren of naar hier zijn gekomen en van hier de wereld hebben veroverd, sommigen van hen letterlijk. Veel verleden, maar ook veel toekomst in deze straten. Dat laatste heeft deze reusachtige stad gemeen met het kleinere Brussel. De toekomst die aan de jongeren toebehoort, maar ook aan onszelf: we mogen de stad, Brussel bedoel ik nu, niet aan zichzelf overlaten, we moeten haar koesteren, we moeten haar verzorgen, ze is een kwetsbaar, levend organisme. In dat opzicht moet ik zeker mijn leven veranderen. Veel minder in mijn kamer zitten piekeren, tijd verliezen met wachten op dingen die nooit zullen gebeuren, maar buiten gaan, kijken wat er rondom mij gebeurt, nu, en mezelf ook tonen aan de stad, aan de andere mensen. En dan weer zelf met nieuw voedsel thuiskomen.
Welke namen schieten mij nu spontaan te binnen? George Orwell. Shakespeare. Karl Marx. Virginia Woolf. Lytton Strachey. Bloomsbury. Thomas Carlyle (nochtans een Schot). Rolling Stones. Beatles (musicerend op het dak). The Fool (Simon & Marijke). The Clash. Guy Stevens. Abbey Road. Carnaby Street. Hampstead. Primrose Hill. Donovan’s ‘Sunny South Kensington’. Terence Stamp. Julie Christie.
Deze opsomming roept weer een andere op: Borges, Foucault, Eco*, Buñuel, Sebald en, niet vergeten, Don Giovanni. Opsommingen, lijsten, classificaties, reeksen liggen vaak aan de basis van kunst, film, literatuur. Aan de hand van lijsten wordt gepoogd de realiteit te vatten, in te delen, begrijpelijk te maken.

Wat geeft je zo’n aangenaam gevoel in plaatsen als Hampstead? Gaat het om een soort van nostalgie, een verlangen naar wat voorbij is… Een verlangen dat niet naar bevrediging vraagt, dat aan zichzelf genoeg heeft? Een romantisch bewustzijn, geheel voorbijgestreefd door de geest van het postmoderne? Vermoedelijk.

 

londen,2013,juni,musea,tate modern,saatchi,pubs,schrijven,kunst,literatuur,vrouwen,schoonheid,wandelen,stad,rivier,thames,namen,lijsten,opsommingen,postmodernisme,romantiek

 

In Bradley’s Spanish Bar (juni 2013)

Kunstwerken ontstaan niet toevallig en zeker niet vanzelf. Er is altijd eerst voorbereiding, oefening, geduld, talent, openheid, invloeden, keuze, selectie, verlangen… Is het dat wat ons zo’n ontzag inboezemt, is het daarom dat we op bedevaart gaan naar musea, is het daarom dat we literatuur als heilige tekst beschouwen en muziek als iets goddelijks, een doorlopende boodschap van de engelen?

Vrij vaak heb ik de indruk dat ik in musea en kunstgalerijen heel wat meer vrouwen zie dan mannen. Klopt die vaststelling, of gaat mijn aandacht gewoonweg veel meer naar vrouwen dan naar mannen uit? Zie ik de mannen niet staan? Bovendien ontwaar ik veel meer beelden van vrouwen, portretten van vrouwen - en ik denk aan de vrouwen van Henry James, Dante, Flaubert (hoewel er in de literatuur natuurlijk veel onvergetelijke mannelijke helden voorkomen, de man zonder eigenschappen voorop)… Zijn er nog steeds minder vrouwelijke dan mannelijke kunstenaars? Dat geloof ik niet. Sinds het midden van de vorige eeuw is er wat dat betreft gelukkig veel veranderd. Toch denk ik soms dat vrouwen meer tevreden zijn met zichzelf, dat ze graag behagen en het bijgevolg niet nodig vinden iets naast zichzelf, iets buiten zichzelf te ontwerpen. Een voorbijgestreefde, romantische gedachte natuurlijk, maar het zij zo. Soms denk ik dat mannen meer van zichzelf vinden dat ze tekortschieten, dat een man iets aan zichzelf moet toevoegen om te kunnen behagen, om het gevoel te krijgen dat er naar hem verlangd kan worden.  Wat een romantische gedachten houden mij toch bezig!

londen,2013,juni,musea,tate modern,saatchi,pubs,schrijven,kunst,literatuur,vrouwen,schoonheid,wandelen,stad,rivier,thames,namen,lijsten,opsommingen,postmodernisme,romantiek

...

*At first, we think that a list is primitive and typical of very early cultures, which had no exact concept of the universe and were therefore limited to listing the characteristics they could name. But, in cultural history, the list has prevailed over and over again. It is by no means merely an expression of primitive cultures. A very clear image of the universe existed in the Middle Ages, and there were lists. A new worldview based on astronomy predominated in the Renaissance and the Baroque era. And there were lists. And the list is certainly prevalent in the postmodern age. It has an irresistible magic.
Umberto Eco, Spiegel International, November 11, 2009

Foto's: Martin Pulaski, uitgezonderd Viva, Tonite Let's All Make Love in London, Julie Christie

 

 

 

05-03-13

EMANATIES VAN EEN NAAM

contes_immoraux_1974_portrait_.jpg

Paloma Picasso als Elisabeth Báthory, in 'Contes Immoraux' van Walerian Borowczyk.

 Veronica Satory was het eerste meisje waar ik van hield. Ik was elf of twaalf en zij ongeveer even jong. Ik zat vanwege gezondheidsproblemen opgesloten in een kolonie in de dennenbossen van Limburg. ‘In the pines where the sun never shines’, maar zonder moord en doodslag. Vier lange jaren heb ik daar in god geloofd, ik ben er zelfs misdienaar geweest, dacht dat ik een roeping had. Misschien zou ik zelfs priester worden. Ik kende grote stukken uit de Evangeliën uit het hoofd. Ik leerde er van de natuur houden, van al het niet-menselijke dat mij omringde.  De meeste jongens en meisjes verbleven maar drie maanden in het Kinderdorp; ik werd na die vier jaar weggestuurd vanwege zondigheid, vooral onkuise gedachten. Op mijn dertiende was het gedaan met god, alleen de duivel bleef over. En iedereen weet dat de duivel in die dagen rock & roll danste. De mensen noemden hem Elvis en soms zelfs Little Richard.

Maar ik wilde het over mijn eerste prille liefde hebben, Veronica. Zoals bijna al mijn andere vriendjes daar heb ik ook Veronica maar drie maanden gekend. Drie intense maanden. Wat een troost bracht zij in dat eenzame bestaan, ver weg van vader, moeder en broer. Meer troost dan god en al zijn engelen, hoe gelovig ik ook was. Of was Veronica zelf een engel, misschien? Mijn herinneringen aan haar zijn vaag. Altijd al een slecht geheugen gehad, tenzij voor namen en woorden. Als ik aan haar denk zie ik haar zoals ze op de foto staat, maar dan in kleuren, met een blauwe pull en rok aan. Ik herinner me de zachtheid van haar hand, en dat ik wegsmolt, even snel als flinterdun ijs zodra de dooi inzet, als ik die even aan mocht raken. Mijn eerste meisje heeft mij voor altijd betoverd, heeft mij, ondanks mijn verlegenheid, altijd toenadering doen zoeken tot meisjes, tot vrouwen. En altijd heb ik het gezelschap van vrouwen boven dat van mannen verkozen, wat me vaak heeft doen lijden, omdat de gevoelens, de aantrekkingskracht lang niet altijd wederzijds waren.

Het is mogelijk dat ik verliefd was op haar naam: Veronica Satory. Wat zit daar niet allemaal in… Alleen al die klankrijke opeenvolging van klinkers; de u uitgezonderd komen ze er allemaal in voor, in een perfecte volgorde, mooier zelfs dan in de gedichten van Guido Gezelle en Gerard Manley Hopkins, toevallig of niet beiden priesters. De naam die ik voor mezelf heb gekozen, Martin Pulaski, is zelfs niet zo rijk aan klanken. Er komt e noch o in voor: o de mooiste letter, en e de elegantste en de lekkerste. Zo lekker dat ze zelf alles graag op wil eten. Wat een slechte keuze heb ik gemaakt. In Veronica Satory’s naam is – hoe kan het anders - o de mooiste letter. Doch wat houd ik eveneens van de y, waar je limonade of heel fris water uit kunt drinken, water uit de beek daar diep in het bos.

Veronica is Vera Icona, het ware beeld. Vero. Ze is onirisch: daardoor heb ik zo vaak van haar gedroomd, ook in mijn wakend leven. In dromen is ze altijd heel dichtbij, terwijl ze toch vaak zo ver is – zoals haar voornaam al aangeeft. Even ver als de etende e uit mijn kinderjaren en het Konika-fototoestel, eerst op de markt gebracht door apotheker Rokusaburo Sugiura, dat ik mij niet kon veroorloven: ik kon slechts een foto van haar maken met de meest eenvoudige en goedkope boxcamera van Kodak. Veronica brengt harmonie in de wereld en als ze zingt als de engel die ze is begeleidt ze zichzelf op een zilveren mondharmonica.

Satory – een sater zou je zeggen, maar dat is ze niet. Ze is ook geen duivelin, ze heeft niets met rock & roll. Haar gezang lijkt eerder op rembetika, of Ierse volksliederen, of Hongaarse (zoals je ze hoort in de ‘Rode Psalm’ van  Miklós Jancsó). Nee geen sater is Veronica Satory. En ze heeft niets gemeen met Elisabeth Báthory, de adellijke massamoordenaar uit de 17de eeuw – nochtans mooi in beeld gebracht door Walerian Borowczyk in zijn ‘Contes Immoraux’. Bij nader inzien heeft Veronica misschien toch wel iets gemeenschappelijk met de filmische Elisabeth Báthory, het erotische, het perverse, maar dat is in het beste geval alleen maar latent aanwezig.

Veeleer is ze iemand die je satori schenkt, de eerste stap naar verlichting. Dat wist ik natuurlijk niet toen ik elf jaar was. Pas tien jaar later las ik Jack Kerouacs ‘Satori In Paris’ (uit 1966). Kerouac omschrijft ‘satori’ als volgt: “the Japanese word for “sudden illumination”, “sudden awakening” or simply “kick in the eye”.” En zo wil ik het onthouden. Zo wil ik haar onthouden, zo heb ik haar ontmoet: als een plotse verlichting, een licht in mijn donkere gelovige ziel.

Als ik haar naam geschreven zie staan denk ik heel vaak aan nog een ander boek, niet vanwege het verhaal, maar vanwege de fascinatie van de schrijver voor klanken en lettergrepen: ‘Lolita’, van Vladimir Nabokov. Hoe schitterend dat boek begint: “LOLITA, LIGHT OF MY life, fire of my loins. My sin, my soul. Lo-lee-ta: the tip of the tongue taking a trip of three steps down the palate to tap, at three on the teeth. Lo. Lee. Ta.”

Met deze historische woorden, lettergrepen, verlaat ik het pijnboombos, het bos van smarten, neem ik afscheid, misschien voor altijd, van Veronica Satory. Haar beeld is nu gered: voor eeuwig zal het rondzwerven in de cyberwereld.


dooddanstrockenroll.jpg

Uitgeleend aan Guillaume Bijl voor een tentoonstelling in Plan K. Boeken uitlenen is geen goed idee, tenzij je een bibliotheek bent. 

04-02-13

SUSPICIOUS MINDS

Hillary_and_tenzing.jpg

Edmund Hillary en de Sherpa Tenzing Norgay.

Je weet wat er met the Long Ryders is gebeurd, je kent het leven van August Strindberg en kan het navertellen (wat geen zin meer heeft: iedereen vindt het in Wiki), je herinnert je tientallen steden en nog veel meer hotels – maar wat gebeurt er op dit ogenblik in je stad, in je straat, in het appartement beneden? Je weet het niet. Je weet niets. Je denkt – soms, in een optimistische bui - dat je dichterlijk op de wereld verblijft maar je stelt vast dat je stilaan blind en doof wordt. Misschien is dat altijd al zo geweest, leefde je in je eigen wereld, als een goedaardige psychopaat. Of - mogelijk - niet eens goedaardig, zelfs.

Hoe zou je dan een gedicht kunnen schrijven? Als je niets ziet van de kleuren in de ogen van een beminde vrouw of een kind, als je hun haren niet uit elkaar kunt houden, alsof ze allemaal in de war zitten, als je in je eigen stad verdwaalt, alsof je in een droom een donker spook najaagt dat meteen in een vriend verandert en dan in een wolf in de Ardennen en dan in een volgeling van L. Ron Hubbard?

Je moet over woorden en namen als riesling, zeeduivel, existentie, Santa Cruz nadenken: ooit verwezen ze naar universums, nu zijn het schimmen op de rand van je afgrond, schimmen al enigszins in de nabijheid van je – voorbarig - afscheidnemende verwanten. Je roept uit dat het allemaal zo erg nog niet is; dwaze gebaren gaan daarmee gepaard, ijl gelach, speurtochten diep in een of andere koelkast waarin nog wat drankjes moeten staan.

Je zegt tegen de weinige mensen die je ontmoet dat ‘Suspicious Minds’ je favoriete song is, maar je weet meteen dat je overdrijft. Alle liederen op ‘The Freewheelin’ Bob Dylan’? Of ‘La maman et la putain’, wow! – terwijl dat toch zo’n vervelende praatfilm is. De mooiste stad van de wereld is New York, maar in werkelijkheid zit daar in je dromen een donker spook je op de hielen (de zolen van je Campers kleverig van bloed en Campari). Picasso was een knoeier, toch, met al die gekke kleuren. En Karel Appel!

De mooie dagen hebben we gehad. Nooit meer zal de Titanic zinken, nooit meer de Mount Everest door Edmund Hillary en de Sherpa Tenzing Norgay worden beklommen (drie dagen voor je derde verjaardag), nooit meer met vlug in elkaar geknutselde sleeën, alsof het kunstwerken waren van Vic Gentils, over het oppervlak van het Albertkanaal gegleden, nooit meer zal je overweldigd worden door de barok van Ben Hur, El Cid en Cleopatra.

Zelfs de zon schijnt het te laten afweten. Alsof je donkerste dagen aangebroken zijn. Alsof wat ooit alles was nu niets meer is. Maar misschien is dit maar een moment van zinsverbijstering, veroorzaakt door een drietal glazen rode wijn. Een gevolg van enkele te hoge toppen, te ijzingwekkende vergezichten, te vergevorderde liefdes, te witte, extreem romantische sneeuw in sensationele streken.

20-01-13

BESTEMMING

 

Je leeft zeventien levens tegelijk.

Je leeft in zeventien namen.

Ik ben er een van, ken er twee van, of drie.

Prijs me gelukkig.

Prijs me en heb me lief, zeventien keer.
 

In een naam alle kleuren, in alle kleuren een naam.

Korenbloemblauw in de Kempen.

Aardebruin in vergeten gehuchten.

Antraciet in de Borinage van Henri Storck en Joris Ivens.

In een luxueus pand in Brussel rood van tomaten.
 

In je oog immer het licht van een vonk.

Geen zwavel in de vele e’s van je begin.

Wierook die je verdooft, op pad stuurt

Naar een bijna bedolven bestemming

Waar je onder de notenboom meezingt.
 

Je leeft zeventien levens tegelijk.

Je leeft in zeventien regels.



30-08-12

NAMEN

P1070355.JPG

Samber en Maas. Foto: Martin Pulaski.

Een paar weken geleden ging ik in de stad Namen op zoek naar mijn jeugd. Of het nu bewust was of onbewust, dat weet ik niet meer. Alsof ik in een ver land was aangekomen, in een grote, onoverzichtelijke stad, begaf ik me van het station meteen naar de toeristische informatie voor een plattegrond. De charmante dame in de kiosk hoorde dat ik néerlandophone ben, ondanks mijn Franse of Limburgse R. Mijn eerste teleurstelling. Tot mijn verbazing vroeg ik haar de weg naar het Musée Félicien Rops, waar ik helemaal niet naartoe wilde.

De gezellige straten en stegen in de oude stad konden mij niet bekoren. Op de terrassen van de cafés en de restaurants zaten vrolijke mensen, waardoor mijn latent gevoel van eenzaamheid helemaal doorbrak. In een zijstraat at ik gauw een wat bedorven ‘siciliaanse spaghetti’ en dronk een glas zure wijn, terwijl ik toch een levensgenieter ben. De twee kelners zagen er als middelgrote criminelen uit. Wat later liep ik, een beetje misselijk geworden, onder een blote vrouw met een varken door. Alle wegen in Namen leiden naar Félicien Rops. Ik had zijn museum blindelings gevonden. Is er dan niets anders te zien in die stad? Ik maakte me gauw uit de voeten. Hoe ouder ik word hoe minder zin ik heb om musea binnen te stappen. Ik zwerf liever in parken rond, in doolhoven, in kruidtuinen en op kerkhoven. Soms bezoek ik al eens een kerk. De jongere in mij zou er tegen spuwen. De oudere komt er tot rust. Als er geen andere toeristen rondhangen.

Nogmaals, ik meende mij te herinneren dat je in Namen kon verdwalen. Dat is natuurlijk niet zo. Na een tweetal minuten lopen bereikte ik de oever van een rivier; de Maas dacht ik. Zo smal, wat een teleurstelling. De tweede. Maar ondanks mijn suffe kop besefte ik al gauw dat ik langs de oever van de Samber liep. Ik stapte door tot ik de plek bereikte waar Samber en Maas samenvloeien. De Maas, Mosa, heilige rivier, rivier van mijn kinderjaren. Hoe vaak had ik er niet, gezeten op het voordek van de aak van mijn ouders, gedagdroomd, gefantaseerd over verre streken, avontuurlijke reizen. Wat mij daar omgaf als kind, al dat water, die lokkende oevers, de hoge heuvels, dat was op zichzelf al een verre streek; het varen was een avontuurlijke reis door een paradijselijke omgeving. De Maas die ik nu ontwaarde, hoewel veel breder dan de Samber, was echter een andere rivier, een rivier zonder betovering, een rivier die je niet tot dagdromen aanspoorde. De hoge bergen waren lage heuvels, het water had niet die mysterieuze geur van in mijn kinderjaren, de schepen leken alleen maar op schepen, transportmiddelen die vrachten van de ene naar de andere plek vervoerden. Ik maakte vlug enkele foto’s, hopend dat ik thuis alsnog iets ‘dieps’ zou ervaren, en keerde terug naar het station.

In de trein naar Brussel las ik nog wat in ‘Marcel Proust’s Search For Lost Time – A Reader’s Guide to The Remembrance Of Things Past’ van Patrick Alexander. Ik was net aan het hoofdstuk ‘Time Regained’ gekomen. In de buurt van Luik-Guillemins las ik het volgende:
“The somber tone of disillusion and world-weariness that pervaded The Fugitive continues in this final volume, and Marcel’s sense of failure and futility is relieved only in the concluding pages. Even the cherished sights of his childhood in Combray depress him. “I was distressed to see how little I relived my early years. I found the Vivonne narrow and ugly alongside the towpath.” The loss of the sense of wonder that the walks along the Vivonne once inspired reinforced his conviction that he will never become a writer, that his imagination has faded and he has nothing to say.”

Depressie is wat mij betreft geen Marcel Proust-woord. Ik ging het opzoeken in mijn Pléiade-uitgave. Na wat bladeren vond ik op pagina 693 van volume 3 het volgende:

“Mais ce qui me frappa le plus, ce fut combien peu, pendant ce séjour, je revécus mes années d’autrefois, désirai peu revoir Combrai, trouvai mince et laide la Vivonne.” Er spreekt dezelfde ontgoocheling uit als die van mij toen ik de Maas in Namen terugzag. Maar net zo min als Proust de Vivonne maakte de Maas me depressief. Ik zag dat het zo was en niet anders. De jongere ik in mij was verloren gelopen. 

14-05-12

GENEALOGIE VAN EEN MYSTERIE

familie klepkens.jpg
De familie Klepkens. Foto: Martin Pulaski, 20ste eeuw.

In ‘Winterlogboek’ van Paul Auster trof ik enkele zinnen aan die me vertrouwd in de oren klonken. “Want je weet niets over waar je vandaan komt, je hebt lang geleden besloten aan te nemen dat je een mengsel bent van alle rassen van het oostelijk halfrond, een deel Afrikaans, een deel Arabisch, een deel Chinees, een deel Indiaas, een deel Kaukasisch, de smeltkroes van vele vijandige naties in één enkel lichaam. Het is eerst en vooral een moreel standpunt, een manier om het rassenvraagstuk te elimineren, dat volgens jou een onzinvraagstuk is, een vraagstuk dat degene die het aanroert enkel te schande kan maken, en daarom heb je er bewust voor gekozen om iedereen te zijn, om iedereen in je jezelf te omarmen teneinde volledig en vrijelijk jezelf te zijn, omdat wie je bent een mysterie is en je geen enkele hoop koestert dat het ooit wordt opgelost.” 

Vertrouwd in de oren, ja. Want A. las me op mijn verzoek deze passus, en wat eraan voorafgaat, voor.  Waar kende ik dit van? Waar kwam dit vandaan? Van wat was dit een echo? Deze woorden leken wel mijn eigen intentieverklaring, lang geleden geformuleerd, nog altijd van kracht. Na een kwartier pijnigen van de hersenen had ik het gevonden (in mijn hoofd). Het was ongetwijfeld een fragment van de experimentele tekst ‘Stasis’, die ik in de winter van 1977-1978 schreef en wat later in het tijdschrift Aurora publiceerde. Wat is ‘Stasis’? Wat betekent die tekst? Als ik hem nu probeer te lezen denk ik, dat is ofwel waanzin ofwel genialiteit. En ik denk, waarom heb ik zoveel talent opgeofferd om alleen maar wat tegendraads te zijn, een narcistisch genot te beleven in het onderscheid – het verschillen van de anderen? De energie die me die ene tekst van een vijftiental bladzijden heeft gekost had kunnen volstaan voor een tiental Vlaamse bestsellers, denk ik dan. Misschien maar goed dat ik een narcist ben en een man zonder eigenschappen.

Ik heb ‘Stasis’ inderdaad niet alleen in mijn hoofd teruggevonden, maar ook in aflevering 9 (jaargang 3) van Aurora, verschenen in 1978. Lang heb ik niet moeten zoeken naar de schoenendoos waarin het tijdschrift zat opgeborgen. Een kwartier ongeveer, terwijl een troostende lentezon mijn kamer begon te verwarmen.

“Wie ben je? Wat ben je? Waar kom je vandaan? Welke taal spreek je? Wat komt van Attica? Wat is van flarden Romeinse tongval de echo? Wat van Attila en Bleda? Wat van de Visigoten? Wat van Egypte en het gouden Nubië? Wat blijft in jou resoneren van Philips ii, van Margaretha van Parma, van de hertog van Alva, van don Lodewijk van Zuniga van Requesens, landvoogd der Nederlanden, van don Juan van Oostenrijk, zoon van Barbara Blomberg, van Hieronymus Kegel, van Matthias van Oostenrijk, van keizer Rudolf ii, van Don Pedro Enriquez de Acevedo, graaf van Fuentes, van aartshertog Albrecht van Oostenrijk, echtgenoot van de Infante Isabella, die haar laatste jaren doorbracht in een klooster in Tervuren, een plek ongeveer tien kilometer verwijderd van waar je woont? Wie bent je? Wat ben je? Waar kom je vandaan?”

De in Aurora verschenen tekst is zonder interpunctie. Ik heb alle namen opgezocht in Wikipedia. Ze kloppen allemaal. In 2012 duurt opzoekingswerk dat in 1978 drie maanden duurde een half uur. Paul Auster schrijft nog altijd met de pen, en vervolgens op een oude, mechanische schrijfmachine. En net zoals ik is hij een mysterie dat nooit wordt opgelost. 

03-12-11

DIERENLIEDEREN (IN ZERO DE CONDUITE)

 NickDrake.jpg

Zéro de conduite kun je beluisteren op Radio Centraal 106.7 FM in Antwerpen van 6 tot 8, ’s avonds, elke eerste zaterdag van de maand. Je kunt het programma op de radio volgen, of via de website van radio centraal: 

http://www.radiocentraal.be/Realescape/ of
http://streaming.radiocentraal.org/


Vandaag gaat Zéro de conduite over dieren. Net als in literatuur en kunst wordt er dankbaar gebruik gemaakt van dieren in de populaire muziek. Het dier als symbool, metafoor, metonymie, synedoche, vergelijking - al deze stijlmiddelen komen voor in ons vertrouwde en minder vertrouwde songs. Poptekstdichters hebben het over fabelachtige wezens zoals bij La Fontaine, droomfiguren zoals in werken van symbolisten als Fernand Khnopff en Stéphane Mallarmé, denkbeeldige wezens zoals die van Borges, etcetera.
Wat meteen opvalt is dat popgroepen vaak voor dierennamen kiezen. The Beatles is het bekendste voorbeeld, maar iedereen kan er meteen een tiental opsommen. Enkele voorbeelden: the Animals, the Byrds, Crazy Horse (wat tegelijk een verwijzing is naar het Amerikaans-Indiaanse opperhoofd),  Fleet Foxes, Los Lobos, Yardbirds, The Birds (de eerste band met Ron Wood), Band Of Horses, Flock Of Seagulls, Wolf Moon, Moondog, Animal Collective, Panda Bear, Grizzly Bear, The Mountain Goats, Sparklehorse, en ga zo maar door.bobbyday2.jpg

Noach selecteerde zowel reine als onreine dieren voor zijn ark. De dierenliederen die ik na onnatuurlijke selectie heb overgehouden gaan merendeels over vogels en paarden, en af en toe huilt een eenzame wolf of kraait een geile haan. Gaan over? Eigenlijk niet. De dieren worden gebruikt om bijvoorbeeld het verlangen naar vrijheid uit te drukken (Bird On The Wire van Leonard Cohen), seksualiteit en lust (Howlin’ Wolfs Little Red Rooster, How Come My Bulldog Don’t Bark van Howard Tate), levensvreugde (Rockin’ Robin van Bobby Day, een zanger die massa’s dierenliedjes heeft gezongen), verwondering (Sombre Reptiles van Brian Eno), angst en afschuw (Black Dog van Jesse Winchester, en meer nog Black Eyed Dog van Nick Drake). Rock & roll en rhythm & blues zijn nogal door mannen beheerste genres, vandaar wellicht vaak misogynie (wat niet zelden zelfs zonder metaforiek voorkomt in de songs van the Rolling Stones), zoals in Black Widow Spider van Dr. John alias Mac Rebennack. Dierenliederen klinken soms, zoals gezegd, als sprookjes of dromen (The Blind Men And The Elephant, Horses In My Dreams). Piggies van George Harrison is een sombere kijk op de vraatzuchtige mens. Charles Manson meende er de gruweldaden van zijn Family mee te kunnen rechtvaardigen. Soms gaat zo’n song ook echt over dieren zoals Happy van Victoria Williams, waarin ze over een hond zingt die gewoonweg Happy heet. Nightingale van Low lijkt me dan weer de uitdrukking van een verlangen naar het hogere. Maar gaat het niet net zo goed over verdriet en troost? Zoals geslaagde gedichten zijn goede songs altijd meerlagig en bijgevolg poly-interpretabel.

Een aantal voor de hand liggende en bijzonder mooie dierenliederen draai ik vanavond niet, omdat ze in mijn programma al vaak aan bod gekomen zijn. Ik denk aan het wonderlijke liefdeslied Buzzin’ Fly , een van de mooiste songs ooit gemaakt, van Tim Buckley en Dolphins van Fred Neil. Bob Dylan zijn All The Tired Horses had ook aan bod mogen komen, evenals Wild Horses van The Rolling Stones, hoewel dat helemaal niet over paarden gaat en zelfs niet over al die ‘afschuwelijke’ vrouwen, zoals in Yesterday’s Papers, Under My Thumb, Brown Sugar, Some Girls, en wat niet nog allemaal. Van The Beatles had ik zeker ook graag Blackbird en I Am The Walrus gedraaid. En The Wolves van Bon Iver. Waarom laat ik het majestueze Land van Patti Smith niet toe in mijn ark? Zit ik al met teveel paarden opgescheept, uit alle windrichtingen naar me toe gekomen? Nee. Maar de tijd is een oceaan die eindigt op het strand, zoals Dylan zingt.

Al deze ‘dierenliefde’ wil ik toch even relativeren. De eerste moderne toneelauteur, August Strindberg, hield niet van honden. Hij was van mening dat mensen die van honden houden een afkeer hebben van mensen. Maar Strindberg was zelf niet bepaald een mensenvriend, en hij had niet bepaald een verheven beeld van vrouwen, hoewel hij er gek op was. Al ben ik zelf uiteraard wel een vriend van de mensen, en zie ik ook heel graag honden en poezen, wil ik jullie dit stukje schitterend proza, uit zijn autobiografische novelle ‘Eenzaam’, niet onthouden:

“Lang geleden heb ik eens mijn beklag durven doen over het nachtelijke geblaf in een huis waar mensen wonen. De eigenaar pareerde door te wijzen op kindergehuil in mijn woning! – Hij vergeleek een onrein, schadelijk beest met een mensenkind dat lijdt. Sindsdien beklaag ik me nooit meer. Maar om met mezelf in het reine te komen en in vrede met mijn medemensen te leven, want ik ga eronder gebukt als ik haat, heb ik geprobeerd dit soort genegenheid voor dieren te begrijpen, dat een overeenkomstig gevoel voor mensen te boven gaat, maar ik heb er geen verklaring voor kunnen vinden. En alles wat onverklaarbaar is, geeft me een gevoel van onbehagen.” Dit schreef August Strindberg in 1903.

In zijn recentste boek, ‘De mobilisatie van Arcadia’, schrijft Stefan Hertmans:

“Gebrek aan empathie gekoppeld aan overdreven sentimentaliteit wordt schrijnend duidelijk in de opgeklopte dierenliefde van lui die in roze satijn gewikkelde dode schoothondjes zo ongeveer aan een staatsbegrafenis willen helpen, maar de zwerver die voor hun naar het hondenkerkhof rijdende limousine loopt het liefst van de sokken zouden rijden. Dergelijke hysterische dierenliefde gaat vaak samen met een opvallende mensenhaat, als ging het om een heftige, revanchistische rancune tegen mensen waarin men ‘ontgoocheld’ is.”

Gelukkig gaat deze aflevering niet over schoothondjes. Maar volgende keer zouden de zwervers wel eens aan bod kunnen komen. Nog veel luistergenot.

holymodalrounders.jpg

Man Gave Names To All The Animals – Slow Train Coming – Bob Dylan
At The Zoo – Bookends – Simon & Garfunkel
The Blind Men And The Elephant – Leave Your Sleep – Nathalie Merchant
Bugs – Chickasaw County Child: The Artistry Of Bobbie Gentry – Bobbie Gentry
Black Dog – Jesse Winchester – Jesse Winchester
Black Eyed Dog – Way To Blue – Nick Drake
Old Blue – Dr. Byrds & Mr. Hyde – The Byrds
Happy – Happy Come Home – Victoria Williams
Somebody Stole My Dog – The Platinum Collection – Rufus Thomas
How Come My Bulldog Don’t Bark – Get It While You Can – Howard Tate
The Red Rooster – The Genuine Article – Howlin’ Wolf
Black Widow Spider – Babylon – Dr John The Night Tripper
Crawfish – The King Of Rock ‘n’ Roll – Elvis Presley
Mockingbird – Soul Sue Records / New York City – Inez & Charlie Foxx
Rockin’ Robin – Rockin’ Robin – Bobby Day
The Cattle Call – Country Music Legends – Eddy Arnold
Horses In My Dreams – Stories From The City, Stories From The Sea – PJ Harvey
Pony – Mule Variations – Tom Waits
Wolves (Song Of The Shepherd’s Dog) – The Shepherd’s Dog – Iron & Wine
Will The Wolf Survive? – Will The Wolf Survive – Los Lobos
If You Want To Be A Bird – Easy Rider – The Holy Modal Rounders (Peter Stampfel & Steve Weber)
Bird On The Wire – Who Knows Where The Time Goes – Judy Collins
The Birds Will Sing For Us – From Every Sphere – Ed Harcourt
Little Bird – End Times – Eels
Hundreds Of Sparrows – Good Morning Spider – Sparklehorse (“You are worth hundreds of sparrows”)
Nightingale – C’mon – Low
Drover – Apocalypse – Bill Callahan (onze favoriete veedrijver)
Sombre Reptiles – Another Green World – Brian Eno
Phenomenal Cat – The Kinks Are The Village Green Preservation Society – The Kinks
Piggies – The Beatles (White Album) - The Beatles

judy collins2.jpg

Research, presentatie en techniek: Martin Pulaski

21-02-11

STILTE

 

 

1. Heidegger

 

Het is stil.

Het blijft stil.

De rivieroever je naam.

De oceaan je naam.

De volle maan je naam.

De bars met hun Manzanilla en Mahou je naam.

Bar El Cura je naam.

Bar Central Station je naam.

 

Overal roept het je.

Overal waar het stil is.

Wenkt het je.

Ze wenken je.

Gebaren je.

Je krijgt tekens.

 

Denk je dat getekend geketend is?

Je denkt het niet?

 

Ze wenken je.

Ze willen zeggen.

Ze aarzelen.

Stotteren, wie, wie, wie.

Ze willen je zeggen wie je bent.

Ze willen zeggen wat je bent.

Ze vragen naar je zijn.

Je dagelijkse pijn.

 

Het lachen tussendoor.

Als een entr’acte.

Als een attractie.

 

Je denkt iets te verstaan.

Je denkt iets te begrijpen.

Of ze je verstaan?

Of ze je begrijpen?

Een vreemde taal is het.

De woorden worden niet uitgesproken.

Wit als spoken zijn ze.

Witte taal op witte pagina’s.

Witte woorden.

Uitgewiste woorden. Zoals gedachten

Weg uit het geheugen.

 

Het is stil.

Het blijft stil.

De stilte van een storm.

Als je niets meer hoort.

Tenzij je wilde gedachten.

De stilte van een storm

Die je een nacht wakker houdt.

De stilte van een oceaan.

Met zijn golvende razernij.

Eerst ver, dan zo nabij.

 

 

Spoken, geesten op het toneel

Verschijnen als sterren in een spektakel.

Als in een opera de volle maan.

Desdemona en Hamlet kussen elkaar.

 

Gelaten laten ze zich gaan op de wind.

In de wind, streng uit het Westen.

Eerst wit.

Daarna opeens veelkleurig

Zoals de baljurken van MGM-filmsterren.

Of van vlinders in een vlinder-Abu Graib.

 

Spoken, geesten in de wind.

En gedoofd vuur.

Verstilde adem.

Na het laatste uur de laatste tocht.

Over de laatste muur geklommen.

 

De stilte -

Voor de woorden.

Er is nog niets bedacht.

Seks, spoedgevallen, voetbalschoenen.

Niets.

Ook niet waar je overnacht.

 

De dingen zeggen geen woord.

Nee, zeker de dingen niet.

Ook al ben je in hun midden.

In hun geraas en gebral.

Ook al maken de dingen je gek

Met woorden in je hoofd.

De dingen zwijgen.

 

Alleen je hartslag 

Neemt zienderogen toe.

 

 

2. Wittgenstein

 

Je empirische hart

Dat niets kan vatten

En niets vertaalt.

Heel je leven lang

Dit en dat door elkaar haalt.

Blind als het is.

Zonder een jong hoofd van jou

Om het ritme, cadans 

En begrip te geven.

Om wat klein beven te schokken.

En elke schok te beleven.

 

Als was het een vis aan de haak

In een zwarte haven

Snakt de maan naar lichte woorden.

Of zijn het moorden

Als je ze droomt? Als je bij me komt.

Als je naam binnenregent

Regeert je vloedgolf in mijn bloed.

 

  

 

(17 februari 2011, Volle maan,  Sanlucar de Barrameda)

 

28-10-10

BESMET (HOE NEUK JE ZONDER EEN E?)

droom,koorts,letters,alice,namen,neuken,kussen,genot,spelen,plezier,luik,l,e,u,a,klinkers,medeklinkers,taal,nederlands,allerlei


“Deze jongeling droeg eenen blauwen kiel; maar zijn gelaat was echter fijn gesneden en toonde iets onderscheiden. Zijne oogen waren bruin en glinsterend; ja, aan zijnen hals kon men die koffiekleurige tint erkennen, die te Antwerpen aangezien wordt als het nagelaten spoor der vermenging van Spaansch en Vlaamsch.”

Hendrik Conscience, Een O te veel.


Ik twijfel er niet aan: in Lagos heeft de Nijlmuskiet me beetgehad, ik heb zijn kleine, maar giftige hap duidelijk gevoeld. Bijna onmiddellijk daarna verscheen een rode vlek op mijn linkerarm en kon ik nog maar moeilijk ademhalen. Even later leek het of ik van de wereld weg was.

Ik voelde me als een uitgeput luipaard, sprak met een Limburgs accent en om mij heen ontwaarde ik eeuwig zingende bossen. Pretty Baby, uit de film van Louis Malle, danste tot haar voeten bloedden, en jij stond toe te kijken alsof er niets aan de hand was. Ik voel me niet zo lekker, zei je. Ik wil naar Luik, nog een keer de Maas zien, en daarna eten als en paard en dan neuken; daarna kan ik er weer tegen, denk ik.

Je zei dat je een afkeer had van de letter E, maar niet van de U;  de L zette je niet op het spel (wellicht vanwege de naam van je geliefde, Lion). Gelukkig komt er geen E in ‘Luik’, zei je, dat zou lullig zijn. Waarom, vroeg ik? Vind jij het niet dwaas rond te dolen in een stad met een naam waar een hatelijke letter in voorkomt, vroeg je? Nee, zei ik, ik zou daar niet zo meteen bij stilstaan. ‘Nee’, daar komen twee E’s in, zei je, nu ga je wel ver! Zo ver dat je me niet meer wilt kussen, vroeg ik. Dat nu ook weer niet, zei je. Ik zou je wel 714 keer willen kussen, en lang. Maar zwijg me over die E en begin nu vooral niet over Eels, Eno en Ellipsen.

Maar die L zit mij dan weer dwars, zei ik. Hoezo, vroeg je? Ik vind dat ze er zo lullig uitziet, en houd jij van het woord ‘leuk’? ‘Leuk’ is heel vaag, zei je, maar het doet me wel aan neuken denken, en dat is dan weer een prettig tijdverdrijf. En ik zei toch al dat ik van U houd. En ‘vaag’ roept ‘vagina’ bij je op, vroeg ik? Je zei niets, maar knikte bevestigend. Je bent een wezen dat er wezen mag, zei ik. Het enige verschil tussen ons is dat ik wel van de E houd, en van de A natuurlijk. Gelukkig ben ik net als jij helemaal aan U verslingerd. Kuuroord, vuur, lust, kus,  kut … Mijn excuus voor dat laatste woord, ik weet niet wat mij de laatste dagen bezielt. Je moet je niet schamen, zei je, in ‘Luik’ komt ook een U voor. En in ‘neuken’ dus.

(Erg logisch waren onze bedenkingen niet. Om maar een voorbeeld te geven: hoe neuk je zonder een E?)

Nu iets helemaal anders, zei ik, ken je dat verhaal van Hendrik Conscience, ‘Een O te veel’? Nee, zei je, vergeef me die twee E’s, nee, ik ken het niet. Waar gaat het over? Ik herinner mij alleen de titel, zei ik. ‘De Loteling’ herinner ik me wel nog, en ‘Lolita’, maar dat boek is niet van Conscience, ook al komen er veel klinkers in de titel voor. Zoals in ‘L’histoire d’O’, zei je. Nu ga jij te ver, zei ik. Laten we liever maar wat langdurig kussen.

Helaas ontwaakte ik op dat ogenblik uit mijn koortsachtige slaap. Opeens verlangde ik heel sterk naar huis. Ik had genoeg van Lagos, lagunes, overvloedig licht, zachte lucht en sardines. Ik wilde in de kille regen lopen en een droevig liedje zingen. En wat leugens vertellen aan niemand in het bijzonder.

...

Afbeelding: Lolita, Stanley Kubrick, 1962

22-06-09

RITUELEN


Queen_Christina

Mannen dragen zware kaarsen naar boven, de heuvel op, over de steile grindweg. De toeschouwers juichen de fallus toe. Maar er is ook een god in het spel en een heilige uit de streek. God zit nu wel in een hoek, in een kerker. Nee, god is dood, maar niet vergeten. Mensen die gaan sterven denken wellicht nog eens aan dat denkbeeldig wezen, de onheilstichter, die onze voorouders in leven hebben geroepen. Het theater van de wreedheid heeft een punt gezet achter die hele purperen rimram, liturgie en mythologie. Geen duidelijk punt, want we houden er sterke verhalen aan over. De oude geschiedenissen waren niet umsonst. De oude verhalen. Het menselijke, al te menselijke gedoe.

Je begroet elkaar vriendelijk ’s ochtends en begluurt elkaar met enige vijandigheid en achterdocht, al om tien uur, elf uur. Je passeert elkaar op een brug. Kennen wij elkaar ergens van? Kennen wij elkaar nog? Er is niets dat ons met elkaar verbindt, tenzij wat gedoe, wat kaarsen, wat fallussen, wat souvenirs – en namen van zangeressen, soms. Tenzij wat namen van heiligen, dood en begraven, wat plaatsnamen, wat acroniemen, wat kruiswoordraadselwoorden. Kennen we elkaar ooit, tenzij als we dronken zijn van een mysterie, of gewoonweg van de wijn? Zonder in een hospitaal te worden verzorgd? In een restaurant te worden beglimlacht? Kennen we elkaar nog van zinnen, bijvoorbeeld van geur, van huid, van adem?

Daarboven is het te doen. De zon die ons lokt, zoals de vogels, maar triomfantelijk en met meer geweld. De zon die ons koestert en ons vernietigt op de heuvels, maar ook in de kale vlakten. De zon dan maar aanbidden bij gebrek aan een ander fenomeen – en als ze ondergaat drink je haar hete wijn.

Je spreekt de geheimspraak van haar vuur, je doorgrondt haar symbolen, je weigert te sterven, tenzij de zon sterft en alles donker, alles zwart wordt op de heuvels en in de vlakten. Tenzij de woorden, de namen worden uitgewist. Hephaestos, Johannes de Doper, Gubbio, Tigris, Francis Bacon en Godfried van Bouillon. Duizend, honderdduizend andere namen uitgewist. Hersencellen. Sonny Boy gone!

Mezelf ben ik niet het liefst. Als naamloze vrouwen hun heupen wiegen, hun borsten als druiven, als perziken, juwelen uit de kroon van een verdorven koningin, een vorstin voor maar een dag. Als speren ter sprake komen en verre steden, in Azië, Noord-Afrika en de Aran Eilanden. Herinneringen aan Johanna de waanzinnige. Gertrud. Koningin Cristina beschreven door Roland Barthes. Namen, zei ik al. Mezelf ben ik niet het liefst.

De klokken luiden. De klokken luiden ook al wordt nu bijna overal de liefde bedreven, ook al kennen wij niet het getal. Wij zijn geen aanhangers van het getal. Wij kijken naar het woord dat vlees wordt, alsof er toch nog goden zijn. Maar wij maken zelf vlees van de woorden met onze liefde, met onze seks. De klokken luiden, een twee drie. De poezen liggen lui in de zon, een twee drie.  Bloemen bloeien, er wordt geschoten, bloed vloeit, de kruiden verspreiden hun geuren, altijd maar nieuwe parfums moeten de geur van de doden in de velden en op de heuvels omhullen als onzichtbare lakens. De klokken luiden. Mannen dragen zware kaarsen naar boven. Sommigen vallen neer, bereiken de top niet, angstzweet, doodstrijd, een krans van zonnebloemen en klaprozen. Vrouwen weven guirlandes. Dichters spreken het afscheid en vrezen het onnoemelijke. Dichters spreken het afscheid en vrezen het onnoemelijke.

14-04-09

IK HOOR THE MARVELETTES ZINGEN

postbode,antwerpen,sixties,vrijheid,pop,vriendschap,liefde,telefoon,rock,scheepvaart,popcultuur,namen,bob dylan,spelen,autobiografie,fotografie,surrealisme,tanden,eenzaam,soul,rolling stones,the beatles,k,songs,stoned,motown,nico,facebook,beach boys,barack obama,aretha franklin,brian jones,bulle ogier,francois brouns,matti b,marvelettes,jacques dutronc,les tricheurs,smokey robinson,schipperszoon,schippersleven,straatsburgdok,herbert tobias,supremes

Ik hoor the Marvelettes zingen. Er zit teveel vis in de zee en er gaat iets mis met de post. Postman, stuur me een brief! Wat gebeurt er toch met deze wereld, als de jager gevangen wordt door zijn wild? The Beatles waren gek op the Marvelettes, en op Smokey Robinson, volgens Bob Dylan de beste dichter ooit. Later vroeg hij zich af of hij niet te zat, te stoned,  was geweest en eigenlijk Rimbaud had bedoeld. Ik denk het niet. De wereld is surrealistisch of is niet. Je moet gevaarlijk leven, liefhebben als een gek en spelen. Spelen en een tricheur zijn, zoals Jacques Dutronc en Bulle Ogier. Noem ik teveel namen? Wil je dat ik persoonlijker word? Het privé-leven uitgestald. Nee. Ik ben het Noorden niet kwijt, evenmin als het Zuiden, zeker het Zuiden niet, waar zij leven die hun hoofd onder een oksel dragen.


Altijd gaat het zo: beste postbode, is er een brief voor mij? Nee. Voor jou niet, wanhopige jongen, je zou beter wat minder drinken, je stinkt uit je bek, mag ik zo eerlijk zijn? Wacht nog even, postbode, ik zal mijn tanden poetsen met mineralen, gemalen bisschoppenruggengraat, vlinderstof, op mijn gouden borstel diamanten… Maar is er geen nieuws van K.? Met de donkere ogen, met de twistende letters. Ik keek naar een portret van Nico in ‘Cocktailkleid von Oestergaard’, een foto van een onvolprezen fotograaf, Herbert Tobias.

The Marvelettes zingen nu over een playboy, maar laat die maar passeren.  K. met de donkere ogen heeft bezit van mijn gedachten genomen. Mijn telefoonnummer is “Beechwood 4-5789, any old time”. Een hese stem, en ik, mijn lichaam, afstevenend op de dood, zoals dat van iedereen die je nu kent of niet kent. Alleen weet ik wat een voorsteven is, een boot, de voorkant, het Straatsburgdok, Strawberry Fields Forever. Die dingen komen altijd terug. Een leven lang. Alles verandert maar tegelijk verandert niets. Vreemd, ik weet het. Daar aankomen, in het Straatsburgdok, met die pure popmuziek op de transistorradio, God Only Knows, Like A Rolling Stone, Reflections, en niemand die van iets weet. De freaks moeten nog vanonder de stenen komen. Dat zullen ze doen, en dan is alles om zeep (die ze zelden gebruiken). Ik ben weer een Steve Marriott, een Otis Redding, een Aretha Franklin, een Brian Jones. Nu. Niet gelukkig en niet ongelukkig, maar in het moment.

Dank aan the Marvelettes. Dank aan Barack Obama. Dank aan facebook en aan alle vrienden die me inspireren. Dank aan rock & roll. I love you, that’s the way that it goes. Forever. For sentimental reasons.

nico - herbert tobias

Afbeeldingen: 
Boven: The Marvelettes
Onder: Nico - Ohne Titel (Nico im Cocktailkleid von Oestergaard) / Herbert Tobias.

27-02-09

REBEL WITHOUT A PAUSE : ZELFPORTRET ZONDER ZELF

 

Opgedragen aan Rick Rubin en Def Jam (deel 1)
Opgedragen aan Eva V. (deel 2)


1.

 

 

"I need a radio inside my head".
"Vanuit een verte lijk je op Kate Moss”,

Zegt ze.

...


“Veertig jaar geleden als ik wandel in een bos

Of neerlig in het struikgewas.

Je zag me nooit in een Cadillac

Maar hoe je op me geilde in mijn wit linnen pak

In Firenze gekocht zonder centen.

Een voorschot met hasjiesj als rente.”

Geen al te grote voeten, een kleine tafel

En een pen om Dante na te bootsen.

“In 1970 werd ik wakker op honderd gram

Rode Libanon.

Jongen wat werd ik ziek van dat spul.

En onze sleutels weggegooid.

Onze weg naar huis geschooid.

Mijn huid nog niet leer gelooid

Door de ellendige tijd."

""Je denkt toch niet dat ik over mezelf ga rijmen.

Of ben je gek of zo?

Ofwel is het teveel ofwel is het te weinig.

Een rebel, je moet wel dwaas zijn,

Een rebel in een beschaving

Waar niemand geschaafd is.""

Drink beter tequila als een nijlpaard.

Drink absint als Van Gogh en Strindberg.

Drink whisky als Warren Oates.

Maar fuck al die andere shit.

Vroeger was je misschien wit.

Nu ben je zwart en schrik je in je spiegel.

“Terminator”, zegt ze.

“Ik word nog eens een terminator,

Gonna clean up this town, pussycat,
Al die lavabo gestapo’s de keel oversnijden.”

 


2.

V
erschil je van een reptiel

In dit moment dat twee uur duurt

En je wil zomaar iemand kussen om te kussen

(maar je bent er niet)?

Wie ben je als je in het station staat te wachten

Op de trein naar Oostende, naar Eupen?

Wie ben je als je zegt, "ik word nooit oud,

Ik heb daar het vel niet voor"?

Wie ben je eigenlijk?

Wat doe je, wat doe je met je leven?

Als je vrienden sterven, je vrienden weggaan

Voor altijd of op bedevaart naar graven

Van bewonderde schrijvers, muzikanten.

(Bidden doen ze niet, wees maar gerust.)

Ooit was er een tijd toen je je zo fijn kleedde.

Een kort jurkje, een doorkijkbloes.

Begeerde je alleen haar borsten, haar venuslippen?

Zij was goed opgevoed.

Spuwde niet op de grond maar in je gezicht.

Zo verwarrend, jongen, dat je de persoonsvormen vergat.

"Ben ik Shaft", zei je? "Dirty Harry"?

"Ben ik Captain America, Julien Sorel"?

Of gewoon een bankbediende met je haar geknipt,

Een scheiding aan de linkerzijde?

Je vader was in het verzet, zat in een kamp.

“Maar in Duitsland vond ik mijn vrouwen en dichters,

Margareta von Trotta, Rainer Werner, Rilke, Hölderlin

En al de anderen. Ik wil zo weinig mogelijk namen noemen

In een gedicht.

In een gedicht over mijn aangezicht.

Dat ik bijvoorbeeld van Italië houd, zeg ik niet.”

Je bent eenvoud.

Een punk met drie akkoorden.

Een mogelijke dief, avonturier, dichter, cracker,

Iemand die bij financiën werkt, of subsidies geeft

Aan mannen met revolvers en zieke kinderen.

In winderige steden en aan zee

Waar iedereen alles vergeet altijd.

Je hebt de champagne en het feest begint.

Iedereen heeft respect voor je.

Anders slaan je jongens je wel op je smoel.

Niet letterlijk natuurlijk (en het zijn ook geen jongens).

Je roept namen om.

Je kunt het niet laten.

Robert Musil, Bob Dylan, Gustav Mahler,

Max Beckmann.

Zo’n soort god ben je.

Niet achterdochtig over wie je omroept.

Je bent een goedgelovige omroeper.

Een punk ben je.

Je kent maar enige namen die iets betekenen.

Schippers, zwaardvechters, Humphrey Bogarts.

De mensen zien je dronken en zeggen:

Hij is weer zat.

Ze zien niet dat je weer opstaat (anastasis).

Dat je vuistslagen krijgt van engelen

Op zoek naar geld voor crack.

Ze zien niet dat je weer opstaat

En terugkeert naar je lege landschap,

Niets dan zand met in de verte een mysterieuze toren.

Een mysterieuze toren.

Van die toren lig je wakker tot het einde.

 

 

21-08-08

WAAR LIGT MADRID?


Die vliegtuigcrash in Madrid is natuurlijk erg en wat ik nu ga schrijven betekent bijgevolg weinig… Maar als ik in De Standaard Online lees ‘in de Spaanse stad Madrid’ voel ik mij beledigd. Elke Belg (of Nederlandstalige) die heeft leren lezen en schrijven zou zich beledigd moeten voelen. Denkt De Standaard Online dat wij echt zo dom en onwetend zijn dat we niet weten waar een van de grootste steden van Europa, een hoofdstad dan nog wel, ligt? Ik maak het meer en meer mee, dat belerende toontje, ook op televisie, alsof wij allemaal kleuters zijn die volstrekt niets weten. In dit geval is het na-aperij van de Amerikanen die bij elke stad vermelden in welke staat of welk land ze is gelegen. Dat betekent niet dat de Amerikanen zo dom zijn. Er zullen nogal wat Amerikanen bestaan die Liechtenstein niet op de wereldkaart kunnen terugvinden, maar dat kan ik ook niet. De Amerikanen hebben echter die gewoonte ontwikkeld om bij plaatsnamen ook de staat te vermelden omdat er in de Verenigde Staten heel veel plaatsen Europese (en andere) namen hebben. Ongetwijfeld is er daar meer dan één Madrid, er is zelfs een Toledo, en iedereen heeft al van Paris, Texas gehoord. Bij hen heeft die gewoonte met duidelijkheid te maken, om verwarring te voorkomen. En nu zwijg ik erover, en houd ik me verder bezig met belangrijker problemen.

En met plezierige dingen, zoals de verjaardag van mijn geliefde vrouw. Gelukkige verjaardag Laura, Senga, Daphne, Agnes en ik weet al niet goed meer welke namen ik je nog allemaal al heb gegeven. Astarte, destijds, toen ik nog een jonge, romantische dromer was, die met 'The White Goddess' en Mario Praz dweepte. Gelukkige verjaardag, liefste.

Wat is dat plaatje van Justin Townes Earle toch mooi! The Good Life. Ja, soms is dat waar, soms is het leven goed, soms is het leven mooi. Heel soms. Maar je mag niet te lang nadenken, bijvoorbeeld over de eerste zin van dit stukje gemurmel.


smoking a cigarette in madrid

Foto: Agnes in Madrid op een mooie zomerdag. Ze rookte nog. En ze was blond. Tijden veranderen.

07-07-08

ZERO DE CONDUITE: WHO'S WHO

 

radio,radio centraal,pop,rock,popcultuur,namen,playlist,zero de conduite,helden,titels,personages,anti-helden,schurken

De arbeiders zijn even gestopt met werken. Ik maak gebruik van de korte stilte om Jakob Dylans ‘Seeing Things’ te beluisteren. Een eerste keer, ik kan er nog niets over zeggen, behalve dat ik hem zo alleen veel liever hoor dan met the Wallflowers. Ja, ik heb vorige zaterdag in Antwerpen weer wat cd’s gekocht. Nieuwe muziek, dit keer.

Om mijn playlist te posten had ik geen tijd meer. Ik heb vorige donderdag en vrijdag te veel tijd verloren met de voorbereiding van dat vervloekte radioprogramma. Donderdag en vooral vrijdag heb ik songs geselecteerd over het thema ‘helden, anti-helden, personages, mythologische figuren…’. Op het einde van de dag had ik ongeveer dertien uur muziek voor een programma van twee uur, minder eigenlijk, want ik praat jammer genoeg ook wel wat. Alsof niet iedereen alles al weet of het anders kan opzoeken. Zou ik niet beter gewoon maar muziek draaien, zonder mijn geklets ertussendoor?

Ik moest die dertien uur tot twee uur herleiden en ik vond alle songs goed. Vreselijk is dat, om zo te moeten snoeien in wat je liefhebt. In zekere zin is het afkeuren, en zelfs afscheid nemen. Ik zou daarom een programma van dertien uur moeten hebben. Hallo, radio Centraal, kan dat, een programma van dertien uur? Dertien uur per maand, dat is toch niet zo veel?

Het eerste wat ik gedaan heb is de muzikanten eruit gegooid. Ik had er geen idee van hoeveel songs er wel niet over andere muzikanten gaan: over Bobbie Gentry, Bob Dylan, Furry Lewis, Bob Wills, Hank Williams, the Beatles, Bo Diddley, Townes Van Zandt, Cowboy Junkies, en ga zo maar door. Dat wordt het thema voor mijn volgend programma, de eerste zaterdag van augustus.

Om een lang verhaal kort te maken: vorige zaterdag heb ik de volgende grote hits gedraaid. Je leest eerst de titel van de song, daarachter de naam van de elpee  / cd en als laatste de naam van de uitvoerder(s).

radio,radio centraal,pop,rock,popcultuur,namen,playlist,zero de conduite,helden,titels,personages,anti-helden,schurken


Where Are They Now – Preservation Act 1 - The Kinks

Jacques Derrida – Songs To Remember -  Scritti Politti

Abraham, Martin And John – Dion – Dion

Stalin Wasn’t Stallin’ – Nothing Can Stop Us – Robert Wyatt

Eisenhower Blues – Eisenhower Blues – J.B. Lenoir

Exhuming McCarty – Document – R.E.M.

President Kennedy – Boomer’s Story – Ry Cooder (met blueslegende Sleepy John Estes)

Talkin’ John Birch Paranoid Blues – The Bootleg Series, Vols. 1-3 – Bob Dylan

Joe Hill – One Day At A Time – Joan Baez

John Walker Blues – Jerusalem – Steve Earle

Like Leila Khaled Said – Wilder – The Teardrop Explodes

Helen Of Troy – Helen Of Troy – John Cale

Dig, Lazarus, Dig!!! – Dig, Lazarus, Dig!!! – Nick Cave

Jesus – The Velvet Underground – The Velvet Underground

John The Revelator – The Original Delta Blues – Son House

Casey Jones – The Songsters Tradition – Furry Lewis

Stack O’ Lee – Avalon Blues – Mississippi John Hurt

Billy – I’m Not There – Los Lobos

Hiawatha’s Vision – Sings The Ballads Of The True West – Johnny Cash

Pocahontas – Rust Never Sleeps – Neil Young

Cortez The Killer – Like A Hurricane – Carrie Rodrigues With Tim Easton

Pretty Boy Floyd – Sweetheart Of The Radio – The Byrds

The Legend Of Bonnie And Clyde – Down Every Road 1962-1994 – Merle Haggard

John Wayne Gacy Jr. – Come On Feel The Illinoise! – Sufjan Stevens

Good Evening Mr. Peckinpah – Unconditionally Guaranteed 2000.2 – Rick Rizzo & Tara Key

Hefner And Disney – Proof Through The Night – T-Bone Burnett

Warren Oates – Cast Iron Soul – Danny & Dusty

Ballad Of Cable Hogue – Hot Rail – Calexico

The Right Profile – London Calling – The Clash

The Vanishing Of Maria Schneider – Vantage Point – Deus

Een lijst van wat ik niet heb gedraaid laat ik om mijn vingers en mijn ogen te sparen achterwege. Vraag me niet waarom Amelia, René And George Magritte With Their Dog After The War, Andy Warhol en duizendeen andere liederen er niet tussen staan: ik weet het niet.

02-07-08

DURE KERSEN: TERWIJL IK WACHT OP HET EINDE VAN DE WERELD

 

Ook de voorbije dagen heb ik geen kersen gegeten. Nochtans is het de tijd, dat zie ik als ik ’s middags tussen de massa’s door de Nieuwstraat loop en op andere plaatsen waar ik kom. Veel zijn het er niet, plaatsen bedoel ik, maar bijna overal zijn er kersen. Op de radio wordt almaar herhaald dat alles duur wordt, straks hebben we niets meer, en ook dat zie ik aan de kersen, aan hun hoge prijs. Toch trek ik mijn schouders op bij dergelijk slecht nieuws en begeef me naar de ‘markt’ waar ik boeken koop van Nietzsche, Aristoteles (die me opnieuw zal leren een goed mens te worden), Francis Bacon, Alberto Moravia, Rüdiger Safranski (een zeer geschikte schrijver voor jonge mensen die zich op het pad van de filosofie wensen te begeven), Mary Dearborn over Peggy Guggenheim, Paul Auster, Emily Brontë, Nathaniel Hawthorne, Ernest Hemingway, Maurice Maeterlinck, Michael Ondaatje, Michail Boelgakov, Philip Roth, Shakespeare, en Philippe Claudel, en ik weet niet wie nog allemaal. Een boek is nu goedkoper dan een kilo kersen.

Het zijn vreemde tijden. Soms denk ik echt dat het de laatste zijn, dat wij de laatste mensen zijn. Ik weet dat ik veralgemeen, maar het valt me op dat we zoveel mogelijk willen verzamelen. Straks zijn er geen cd’s meer, geen elpees, daarom moeten we er vandaag nog zoveel mogelijk kopen. Zo heb ik mij – en ik voel enige schaamte als ik aan deze opsomming begin – de voorbije maanden, wanneer precies weet ik niet meer, terwijl ik van al mijn oude platen nog min of meer weet op welke dag en op welke plaats ik ze heb gekocht, de volgende muziekverzameling aangeschaft: Sam Bush, ‘Laps In Seven’, met Emmylou Harris en en Buddy Miller, het is een bluegrassplaat maar er staat een bijna psychedelische versie op van 'White Bird' van de seventies band It's A Beautiful Day; Emmylou Harris, ‘All that I Intended To Be’; Woven Hand, ‘Mosaic’; Dion, ‘Dion’, uit 1968, voor de bonustrack Daddy Rollin’ In Your Arms', en zoals je weet is Dion de enige zanger die op de hoes van ‘Sergeant Pepper’s Lonely Hearts Club Band’ staat afgebeeld; Dion, ‘Bronx in Blue’ (2006), in Porto gevonden;  Bon Iver, ‘for Emma, forever ago’; Grant Green, ‘The Feelin’ Spirit’, zeer bezielde jazz, van een uitstekend gitarist; Dexter Godon, ‘A Swingin’ Affair’, voor de zomeravonden; The Style Council, ‘Our Favourite Shop’, uit nostalgie; Elliott Murphy, ‘Notes From The Underground’, een plaat die ik moest kopen, maar ik heb er geen spijt van, sinds ‘Just A Story From America’ (1977, dat was het jaar van de bicentennial) had ik geen platen van Elliott Murphy meer gekocht.

Het spreekt bijna vanzelf dat ik ook the Gutter Twins’ ‘Saturnalia’ aanschafte, en kort daarna Isobel Campbell & Mark Lanegans ‘Sunday At Devil Dirt’. Tot mijn spijt kon ik noch naar het concert van the Gutter Twins noch naar dat van Campbell & Lanegan. Ik gaf nog meer geld uit: Nick Cave & The Bad Seeds, ‘Dig!!! Lazarus, Dig!!!'; Gary Louris, ‘Vagabonds’, dit is een van de weinige tegenvallers die ik de afgelopen zes maanden heb gekocht ; Architecture In Helsinki, ‘In Case We Die’;  Clem Snide, ‘End Of Love’, als ik in de platenzaak iets tegenkom op het Fargo-label koop ik het meestal, hetzelfde geldt voor Secretly Canadian en Glitterhouse; Elvis Costello & The Imposters, ‘Momofuku’, zeker een van de betere cd’s van dit jaar; Soy Un Caballo, ‘Les heures de raison’; Joan As A Policewoman, ‘To Survive’; PJ Harvey, ‘White Chalk’, waar ik alleen maar een kopie van bezat en daarmee is nogmaals bewezen dat kopiëren en downloaden niet betekenen dat je geen cd’s koopt, eerder het tegendeel is waar: wat je echt mooi vindt wil je ook hebben; Lavender Diamond, ‘Songs For You To Sing’, zelfde opmerking als bij PJ Harvey;  Blood Meridian, ‘Kick Up the Dust’, zelfde opmerking als bij PJ Harvey; Aldina Duarte, ‘Apenas o amor’;  Madredeus, ‘Ainda – Original Motion Picture Soundtrack From The Film “Lisbon Story” written and directed by Wim Wenders’, deze plaat klinkt nog beter en droeviger zonder de mooie beelden van Wim Wenders erbij, het betoverende, soms wanhopige en zelfs mystieke geluid van Lissabon stijgt uit de stem van Teresa Salgueiro op; Madredeus, ‘Movimento’; Joni Mitchell, ‘Shine’, alleen Moody Blues had mottigere hoezen, waardoor ik zo lang gewacht heb om deze plaat te kopen; Damien Jurado, ‘And Now That I’m In Your Shadow’, een gezellige zeurpiet, en meestal wacht ik even voor ik plaatjes van gezellige en ongezellige zeurpieten koop (die worden namelijk heel snel goedkoop); Ry Cooder, ‘I, Flathead’, voor als ik toch nog een keer wil lachen; John Fogerty, ‘Revival’, klinkt als Creedence, maar toch iets minder vurig, je hoort de formule, en dat zou niet mogen, maar hey, het is John Fogerty!; Chris Whitley & Jeff Lang, ‘Dislocation Blues’, met uitstekende covers van ‘Stagger Lee’, ‘When I Paint My Masterpiece’ en ‘Changing Of the Guard’;  Bonnie “Prince” Billy, ‘Lie Down In the Light’, ook weer vrolijke muziek; Paula Frazer, ‘Leave the Sad Things Behind’, Chris & Carla, ‘Fly High Brave Dreamers’, voor Chris en Carla en hun Walkabouts heb ik al heel lang een zwak; en Howe Gelb, ‘Sno Angel / Like You’.

Ik kocht ook nogal wat soul en oude pop: Don Covay, ‘The Platinum Collection’, van Don Covay heeft de jonge Mick Jagger zeer veel opgestoken; Marvin Gaye, ‘Midnight Love’, ontstaan tijdens zijn Belgische periode, in Oostende; Delaney & Bonnie, ‘Home’, waar ik al een eeuwigheid naar zocht, het is de eerste elpee van het blanke soul-duo, dat eind jaren zestig zoveel deining zou veroorzaken in de rockwereld en waaruit Derek & The Dominos zou ontstaan; Aretha Franklin, ‘Amazing Grace – The Complete Recordings’, omdat Aretha nergens straffer zingt dan hier, in het aanschijn van haar god; The Delfonics, ‘The Very Best Of The Delfonics’, nee, the Delfonics zijn geen uitvinding van Quentin Tarantino; Clydie King, ‘The Imperial And Mint Years’; Betty Davis, ‘Betty Davis’, een funky sister, de plaat verscheen in 1973; Sharon Jones & The Dap Kings, ‘100 Days, 100 Nights’, reconstructie van de sixties soul; The Clique, ‘Sugar On Sunday: The Definitive Collection’, R.E.M. heeft destijds hun ‘Superman’ gecovered, ik bezat de elpee al, maar hier staan negen bonus tracks op; Harry Nilsson, ‘Son Of Schmilsson’, voor de vier bonustracks (of om ooit aan iemand cadeau te doen, voor Cristina in Porto kocht ik John Cales ‘Paris 1919’ en Dusty Springfields ‘A Girl Called Dusty’); Nick Lowe, ‘Jesus Of Cool’,  zeer mooi uitgegeven en nog altijd goed; Dennis Wilson, ‘Pacific Ocean Blue’, een schitterende heruitgave van de oorspronkelijke elpee, met daaraan gekoppeld het nooit eerder uitgebrachte materiaal voor de elpee ‘Bambu’, samen verpakt in ongetwijfeld de mooiste hoes van het jaar; Maria McKee, ‘Live At the BBC’, Jefferson Airplane, ‘Live At the Fillmore East 1969’; Jefferson Airplane, ‘The Essential Jefferson Airplane’, Stephen Stills, ‘Just Roll Tape', erg primitieve opnamen uit 1968 van latere hits als ‘Change Partners’ en ‘Suite:Judy BlueEyes’; Nick Drake, ‘Made To Love Magic’; The Everly Brothers, ‘The Works’, ik denk dat ik daar al lang alles van had, maar ik was niet helemaal zeker, het is een uitgave zonder enige informatie, een economische crisis-editie van het doorgaans vrij dure Rhino-label, waar desondanks 72 prachtige songs op verzameld werden; Everything But The Girl, ‘The Works’, zie bij the Everly Brothers; Diverse Artiesten, ‘Theme Time Radio Hour With Your Host Bob Dylan’; Diverse Artiesten, ‘On Vine Street – The Early Songs Of Randy Newman’; Bob Lind, ‘Elusive Butterfly - The Complete Jack Nitzsche Sessions’, zeer mooie folkrock, op deze compilatie heb ik heel lang zitten wachten, en hetzelfde geldt voor ‘More Of the Cake Please’ van de unieke girl group the Cake; Diverse Artiesten, ‘Blame It On the Dogg – The Swamp Dogg Anthology 1968-1978’, uitstekend ook al weer (je moet weten dat je dingen als dit in het vinyltijdperk onmogelijk kon vinden in België, ik ben overigens nog steeds op zoek naar ‘Total Destruction to Your Mind’ van diezelfde Swamp Dogg); Diverse Artiesten, ‘The Bert Berns Story – Twist And Shout Volume 1 – 1960-1964’, soul en pop van Solomon Burke tot Lulu; Tony Orlando, ‘Halfway To Paradise – The Complete Epic Masters 1961-1964’, een verzameling aanstekelijke kitsch, Brill Building Pop zeggen de kenners ( Yo La Tengo’s ‘And then nothing turned itself inside’ out bevat een song getiteld ‘Let’s save Tony Orlando’s House’, en zo zie je maar dat uit het ene altijd het andere voortkomt, soms met kleine, soms met grote gevolgen); voor wie van dit soort muziek houdt is ook het derde deel van de Phil Spector-imitators reeks interessant: ‘A Third Wall Of Soundalikes – Phil’s Spectre III'.

Om deze lange opsomming af te sluiten keer ik naar het vaderland terug. Ik heb als ik me niet vergis nog maar één Belgische elpee gekocht, ‘Vantage Point’van deus, zeker niet slecht, maar ik ben er nog niet vertrouwd mee. Hun ‘The Vanishing Of Maria Schneider’ is een van de beste nieuwe songs die ik dit jaar heb gehoord. Overigens is de hoes, ontworpen door Michael Borremans, heel bijzonder. Eerst vond ik ze aan de lelijke kant. Maar het beeld fascineerde me wel. Eigenlijk boezemde het me angst in. Het verband met de cd zag ik niet goed. In Porto ontmoette ik José Almeida Pereira, een jonge en veelbelovende kunstenaar. Hij toonde wat voor een interessante kunstenaar Michael Borremans is, iets wat ik helemaal niet wist. Ik volg de nieuwste ontwikkelingen in de kunst niet meer op de voet. Een soort oververzadiging, denk ik. Maar sinds José me al die werken van Borremans op internet heeft getoond zie ik ook de schoonheid van de hoes van 'Vantage Point'.

En nu ga ik eens kijken of ik toch niet wat betaalbare kersen kan vinden.

Voor ik het vergeet: ik wil in deze context Roen, Peerke, Boleuzia en andere muziekschrijvers bedanken voor hun enthousiaste omarming van rock and roll in al zijn vormen en gedaantes. Van hen blijf ik leren.

28-04-08

SO MUCH WATER UNDER THE BRIDGE

 

Wat je niet mag vergeten.

De tafels van vermenigvuldiging.

Het kapitaal.

Het concilie van Trente.

Karl Marx' Stellingen over Feuerbach.

Piratenverhalen.

Les misérables.

River Deep, Mountain High.

Bootjevaren met je broer in de dokken van de Antwerpse haven.

Het bloedgleufmes.

Een bange nacht op grens tussen Duitsland en Limburg.

Juni 1997, Kiekenmarkt Brussel.

Vrienden bij wie je terecht kan omstreeks middernacht.

Maanden verlaten in de Limburgse bossen en dan expo 1958.

Vechten op speelpleinen.

De geboorte van je zoon.

De naam van je zoon.

De namen van iedereen die je ooit liefhad.

Nadja.

Erwin.

Raoul Vaneigem. 

Landverraders, schurken en augurken.

“Il faut être absolument moderne.” (Arthur Rimbaud)

Like A Rolling Stone op de transistor-radio in 1965.

“I would leave you if I could because I know that you’re no good, but I love you.” (Jimmy Holiday, 1967, uitgevoerd door Clydie King).

Neil Young.

Karen Black in “Five Easy Pieces”.

Death Letter Blues.  (Son House versie)

Hoochie Coochie Man. (Willie Dixon).

Het eiland Kreta.

Het slangenmuseum in Albuquerque.

Jimpy, mijn hond.

De straten van Brussel, Antwerpen en New York.

De koolmijnen.

De geur van de varkens op een kleine boerderij in Neerharen.

De Schelde, de Douro en de Mississippi.

Vrouwen in mijn dromen.

De smalle, gevaarlijke steenwegen in de jaren zestig.

De songs van Gerry Goffin en Carole King.

De films van Rainer Werner Fassbinder en Nicholas Ray.

Gary Cooper, Wim Wenders en Peter Handke.

De vrolijke wetenschap.

4 letzte Lieder. (Richard Strauss/ Elizabeth Schwarzkopf)

William Blake, Friedrich Hölderlin, Walt Whitman en Lucebert.

De Maas tussen Luik en Dinant.

“Well, Billy Joe never had a lick of sense, pass the biscuits, please.(Bobbie Gentry)

En deze regels.

“The next day everybody got up

Seein' if the clothes were dry.

The dogs were barking, a neighbor passed,

Mama, of course, she said, "Hi!"

"Have you heard the news?" he said, with a grin,

"The Vice-President's gone mad!"

"Where?" "Downtown." "When?" "Last night."

"Hmm, say, that's too bad!"

"Well, there's nothin' we can do about it," said the neighbor,

"It's just somethin' we're gonna have to forget."

"Yes, I guess so," said Ma,

Then she asked me if the clothes was still wet.”

(Bob Dylan, 1967)

De geur van nieuwe boeken.

Fietswielen draaiend in de zon.

Schaduw in de zomer op het gazon.

Soulmuziek en mondharmonica’s.

De smaak van water.

10-10-07

PRIMAIRE HEILIGEN


titian - maria magdalena

Is het een toeval dat de zeven primaire heiligen zulke mooie, welluidende namen hebben? En zal de letter A een belangrijke rol hebben gespeeld om heilig te worden verklaard, of om een goed leven te hebben geleid, zoals Αγαθα van Sicilië? Maria Magdalena, de eerste persoon die Jezus zag na zijn opstanding (αναστασις), met haar vijf A’s spant natuurlijk de kroon. Wijzen al die A’s dan niet alleen op heiligheid maar ook op ‘lichte zeden’, wat overigens net zo goed een vorm van heiligheid is?

  • Heilige Agatha
  • Heilige Agnes
  • Heilige Anastasia
  • Heilige Cecilia
  • Heilige Catharina
  • Heilige Lucia
  • Heilige Maria Magdalena


Afbeelding: Maria Magdalena door Titiaan.

01-05-07

CASIMIR PULASKI DAY


Martin Pulaski is de naam voor een ‘vrijer’ ego, voor iemand die kan schrijven als een strijder, voor iemand die minder belast is door mislukking en verleden. Ik heb de familienaam, zoals ik hier al eerder meedeelde, uit David Lynch’ Twin Peaks. In de eerste afleveringen van de serie komt een Ronette Pulaski voor, een meisje dat samen met Laura Palmer in donkere avonturen is verwikkeld. Ze wordt in tegenstelling tot Laura Palmer niet vermoord, maar wel zwaar toegetakeld; in de serie zie je gelukkig alleen maar de resultaten van het geweld, die zijn al erg genoeg. Ronette Pulaski is duidelijk een slachtoffer. Waarom heb ik die familienaam dan gekozen? Als een vorm van masochisme? Misschien. Hij klopt alvast niet bij het imago van een strijdend schrijver, wel bij dat van een loser. The king of the losers, zoals Danny & Dusty zingen.

In de memoires van producer Jerry Wexler, Rhythm and the Blues: A Life in American Music, las ik een anekdote over de Dixie Flyers, een groepje zwarte en blanke soulmuzikanten dat in het stadje Pulaski in Tennessee aankomt. Om de spanning wat op te voeren voegt Jerry Wexler eraan toe dat in dat oord de Ku Klux Klan werd opgericht. Gevolg: gemengde gevoelens bij de band, of wat dacht je. Dat deed mij wel even schrikken. Stel je voor dat ‘mijn lezers’ zouden denken dat ik de naam Pulaski om die reden had gekozen. Ik ben dan maar wat gaan googelen (Google bestond nog niet lang). Het verhaal over de KKK klopte. Overigens is het stadje genoemd naar een Poolse generaal Pulaski, die de Amerikanen bijgestaan heeft in hun onafhankelijkheidsstrijd tegen de Britten. Elke jaar wordt er een Pulaski Day Parade gehouden. Het stadje doet er ongetwijfeld alles voor om van zijn kwalijk imago uit het verleden af te geraken. Inmiddels is als ik me niet vergis Pulaski Day een feestdag voor de hele Poolse gemeenschap in de Verenigde Staten.

Waar Martin vandaan komt weet ik niet, het is waarschijnlijk gewoon een vervorming van mijn voornaam, Matthias. Ik heb lang geleden ook wel een goede vriend gehad die Martin heette, maar iedereen noemde hem Tinke. Ik heb bovendien enkele ‘helden’ die Martin heten: Martin Scorsese, Martin Heidegger en vooral Martin Luther King.Om mijn schuldgevoel helemaal weg te nemen is er de schitterende song Casimir Pulaski Day van Sufjan Stevens.

 

sufjan stevens,pulaski,namen,muziek,popcultuur,soul,kkk,david lynch,twin peaks,laura palmer,martin pulaski,casimir pulaski,jerry wexler,pop,ronette pulaski,loser,danny and dusty

De onovertroffen zangkunstenaar Sufjan Stevens.

24-02-07

DE TWEE IRENES


Ik zou gaan lunchen met mijn vriendin Irene. Maar dan bleek dat ik ook nog met een andere vrouw had afgesproken, die eveneens luisterde naar de naam Irene. Ik werkte in een ministerie waar tevens les werd gegeven. Het was een oud gebouwencomplex, met een patio in het midden.

Omstreeks tien uur ‘s morgens kreeg ik het bericht dat een inspecteur met me zou komen praten over een nieuwe methode die in het werk zou worden toegepast. De methode was op wiskunde gebaseerd. Die mededeling irriteerde me mateloos. Ten eerste omdat de man tijdens de lunchpauze zou komen, ten tweede omdat ik een afkeer had van wiskunde en ook niets aan mijn werkmethode wilde veranderen. Om twaalf uur stipt klopte de inspecteur op de deur van mijn bureau. Op een pleintje wat verderop zag ik Irene ongeduldig staan wachten op me. Toen ik merkte dat ze mij door het raam zag kijken deed ik haar teken dat het nog een vijftal minuten zou duren.

Maar geheel onverwachts stonden mijn broer en mijn moeder nu in mijn kamer. En waar was de tweede Irene? Wat moest ik doen? De inspecteur liet ik duidelijk verstaan dat een wiskundige werkmethodehervorming mij niet aanstond. Ik zou er weliswaar over nadenken en later weer contact met hem opnemen. De man, die een zekere autoriteit uitstraalde, was duidelijk beledigd. Ik zou nog problemen krijgen, dat was duidelijk te voelen aan de handdruk bij het afscheid. Mijn moeder en mijn broer toonde ik waar ze het brood en het beleg konden vinden. Ze mochten eten wat ze wilden, zei ik.

Een volgend probleem was de verdwijning van mijn schoenen. Ik vroeg me af of ik op mijn sokken met de twee Irenes kon gaan lunchen. Misschien kon ik onderweg gauw een paar nieuwe schoenen kopen. Maar dan moest ik nog kunnen verklaren waarom ik met die twee Irenes tegelijk had afgesproken.