29-02-16

MEVROUW BLUE EN ANDERE KLEINE AVONTUREN

P1020297.JPG

Ik logeerde in een kamer op de zevende verdieping van het Markiesgebouw, waar ik in het echte leven tien jaar heb gewerkt. Na een verkennende wandeling door een geheimzinnige stad, waar vooral de grijze trolleybussen me opvielen, maar toch ook de in bonte kleuren geklede meisjes, drinkend van flessen Long Star Beer, vond ik eerst het Markieshotel en daarna mijn kamer niet meer terug. Toen het gebouw na een lange en chaotische zoektocht, met allerlei zeer tijdelijke gidsen (die ik stuk voor stuk van ergens in het verre verleden meende te kennen) die zich aan me opdrongen met soms goede en soms slechte raad, ergens in een schemerzone aan de rand van de stad voor mij opdoemde, telde het maar één verdieping meer. En die ene verdieping was dan nog zwaar beschadigd. Ik zag sporen van brand, kogelgaten, bloed. Onwillekeurig herinnerde ik me de lectuur van Alfred Kubins ‘Aan gene zijde’. Later op de dag, het was al donker geworden, liep ik op blote voeten over koude en vochtige kasseien. Ik ben mijn schoenen in de kamer vergeten, zei ik tegen A.

P1020248.JPG

Naast me in de canapé zit een opvallend elegante vrouw die ik mevrouw Blue moet noemen. Dat is niet mijn naam maar zo heet ik nu eenmaal, zegt ze. Ze trekt haar winterjas uit en gooit die achteloos op de houten vloer. We praten zomaar wat: small talk. Over treinvertragingen, bussen die omgeleid worden, welke wijnen bij welke gerechten passen, het leven van de truffelvarkens in de Périgord, de regen die al weken lang door de kieren van onze woningen dringt, samenzweringen, de verleidingen van de heilige Antonius. De sfeer is niet bepaald ongedwongen. Mevrouw Blue gaat al gauw wat verder weg van me zitten. Waarom? Heb ik iets verkeerds gezegd misschien? Als dezelfde maar een andere, even elegante mevrouw Blue, vermoedelijk een dubbelgangster, in onze rommelige kamer haar entrée maakt schuift de mevrouw Blue die naast me zit nog verder van me weg, alsof ze zich schaamt of bang is voor wat ik maar de indringster zal noemen. Vliegensvlug drink ik mijn glas Picon leeg. Mevrouw Blue, de dubbelgangster, blijft kaarsrecht als een kolonel op ongeveer een meter afstand voor ons staan. De mevrouw Blue die naast me zit bedenkt zich nu en vlijt zich tegen mij aan, alsof ze wil zeggen dat zij de echte is, of dat ik de hare ben en zeker niet die van de mevrouw Blue die nu aanstalten maakt om aan mijn rechterzijde plaats te nemen.

Met A. beleef ik gelukkige dagen in Stockholm. Op onze laatste dag gaan we eten in een eethuisje, waar we bediend worden door de hartelijke en gastvrije uitbaatster zelf. Ander personeel is er niet. Als we willen betalen blijkt dat A. in plaats van bankbiljetten niets dan strookjes en briefjes heeft waarop cijfers staan, bijvoorbeeld “waarde 23 euro”. Ik zeg haar dat die briefjes misschien wel bij de stomerij in de Westland Shopping maar niet in Stockholm geldig zijn en zoek in mijn jas- en broekzakken naar echt geld. Veel is het niet, zeker niet genoeg om de rekening te betalen. Maar de uitbaatster vindt het niet erg, we komen zeker wel terug, zegt ze. Ik zie nu dat er bloed over haar gezicht loopt, dat haar rechteroog gewond is. Toch blijft ze glimlachen. Dat is niets, zegt ze, een kleinigheid. Wel vindt ze het erg dat we nu al vertrekken. Waarom blijven we toch niet langer in Stockholm, het is zo’n mooie zomer, al weken heeft het niet geregend, en overal vogelgezang? We komen over twee of drie jaar zeker terug, beloof ik. In haar ogen, waarvan één bloedrood, misschien wel blind, zie ik dat ze mij niet gelooft.
P1020340.JPG

Foto's: Martin Pulaski (in Brussel)

 

14-12-15

EEN JEUGD

gedicht,jeugd,remake,remodel,nacht,hersenschimmen,john fogerty,andrej roebljov,leonard cohen

het is halftwee, interieur
inferieur in de nacht
kort voor de slaap
jouw eeuwige broeder
waarop Anna Bloeme (denkbeeldig)
en ik liggen te wachten

stille fonteinen - in weerwil -
vaak nachten als deze
zo schoon van sterrengewichel
en zoveel schijn en schuim

nachten van schapen
blazoenen zonder smet
blauwe blues en blauwe bessen
nachten van flessen ontkurkt
hun elegante halzen reikend
naar de onbeminde Augusta
die mijn zilver verkoopt,
de man die haar kruis draagt
en haar paljaskleuren
en die haar na zo lang nog
zijn blauwe regenjas aanreikt
die wat grijnst en grinnikt
en te vroeg grijs wordt

schapen worden waterbuffels
in Neerharen in de weide
waar ik poseerde met hoed op
en postordergitaar
een jaar voor je kwam
me beklimmen bedaren
kijk mama zonder handen
zonder pedalen de brug over
naar de andere kant
vrij van symptomen en kwalen
onstuimig en luimig

lekkerbek wordt wakker
na 'n overdosis misthoornmuziek
voor de geur van spek en ei
de wekker (of belletjetrek?)
en ‘it came out of the sky’

ja wakker en helder

weer in het krakende nu
van de slakkengang
en het martelaarschap
van de verdomde dichter
met dichtgenaaide ogen
of uitgestoken door Valsaard
die hem wantrouwt
alleen al vanwege het geheim
van zijn watergroene lippen
hem in de ogen geen blik gunt
in het wakende nu

..

Foto: Hasselt, Carnaval 1968.

30-11-15

NACHT EN DAG

Ligt of zit hij op wacht voor het raam
met stil fontein zijn enige gedachte
waarna dan in de ochtend vroege vogels
en soldaten in het donkerblauw van de dood
zij die blauwe bessen eten en zingen
van honger en dorst en vernielzucht.

Altijd reikhalzen zij naar flessen
naar zilver en koper van knopen en bugels
eensgezind soldaten en dichters
als kwamen zij uit naburige gehuchten
hun halzen lelieblank of aardedonker
hun weerloos kloppende aders
hun ogen van koper en zilver en donkerblauw.

In het vaderland van zijn dromen
dat de hele dag blijft bestaan
graasden in de regengroene prairie buffels
berustend onder de aanvang van de zon
en overal boeren en buitenlui onderdanig
aan de illusie van goden die zich spiegelden
in hun nieuwe blanke wapens.

Van in het begin begonnen
over het vlakke land en de delta
en dan weer de weg omhoog als een denker
die ook altijd omlaag gaat als hij klimt
buiten adem en binnen adem
de dichter die fietsend om zich heen kijkt
naar de gewassen en zo de pedalen verliest
en toch overeind blijft
door de ziel van de buffels beschermd
een lange nacht in zijn droom zonder einde.

Tegen de avond bedaart hij
klaar voor het gekwaak in cafés
en wat rustiger in lobby’s van dure hotels
waar hij thee drinkt en Bombay
en dames zich van veel kleren ontdoen
(ontluistering van de nuchtere dag)
ja, en watergroen dat hem tempert
want op die kleur blijft hij altijd zuinig.

De laatste uren licht moedwillig traag

omdat hij dan zoals de slakken gaan moet
niet als de prairiehonden de antilopen
de schemeruren nog wat zijn element
voor de nacht vol vrees en beven
en geprevel van schietgebeden
nog zo’n kunst van dichters en soldaten
met slijm in de keel
bloedsporen wég huilend
hun tranen broodkruimels
om in het holst van de nacht
de holle weg naar huis terug te vinden
dezelfde nacht waarin hij grasduint
en zingt deze ballade tot het schuim
hem op de lippen staat
en onverschrokken je water breekt.


Brussel, 30-11-2015

 

 

13-05-15

DRIE KLEUREN: BLAUW (SCHETS)

2012_09_ALGARVEpanasonic 046.JPG

Helemaal blauw je hoofd in de spiegel om vier uur in de koude ochtend. Je bent weer op je eentje onder de mensen geweest, niet eens op zoek naar een verwante ziel, alleen maar wat dolend, op de vlucht voor altijd hetzelfde, iets wat je niet kunt definiëren maar wat op angst lijkt. Bestaansangst misschien?

Op een hoek, onder geelachtig straatlicht, at je frieten met mayonaise, uit een puntzak. Je dronk bier, luisterde met één oor naar muziek die je niet herkende. Muziek van een toekomst waarin niemand je nodig leek te hebben, een aaneenschakeling van dagen zonder betekenis. Het glorieuze lag ver achter je, de gouden tijd, de vurige strijd die liefde heet.

Enkele woorden gewisseld met een barman, naar een jonge vrouw gekeken, niet in de ogen, dat nooit, wel haar hals, haar handen, haar vingers als ze haar wijnglas naar de lippen bracht. Vingers zonder ringen. Witte wijn. Veel van die gouden momenten had je in Italiaanse stadjes achtergelaten, ’s avonds, moe en gelukkig van een lange wandeling in de heuvels, op een terras met een glas witte wijn. Voor je een rivier, avondblauw naar de Middellandse Zee stromend. Een blauw dat de heldere hemel, waar de sterren en de maan al zichtbaar waren, aan de aarde schonk. Uit het café kwam in golven Durutti Column’s ‘Katharine’ op je af.

En in de armen van enkele vrouwen, nabij andere rivieren, de Schelde, de Maas, momenten die de eeuwigheid nabootsten. Met je zoontje in de duinen aan de Noordzee, in de nabije verte de West-Vlaamse kerken, waar geen tekening, geen foto iets aan toe kan voegen.

Maar nu het bonzende blauwe hoofd. De donkere vertrouwdheid. Je kan niet meer denken, bent kleurenblind. En opeens zie je het hoofd van een bokser. Een zwaargewichtbokser die je tegen de grond mept. Goddank dat dàt blauw enkele uren ophoudt.

...

Foto: Martin Pulaski, 25 9 2012.

26-09-11

VERZONKEN SCHAT

Een verzonken schat in je garage schittert

als de nacht uit de sterren komt vallen

zwaar en dan weer licht op ons vel -

wij onvolkomen terecht in het donker.

 

Ze lonkt in een woord, wenkt in een droom

die van mijn boomstam de gouden takken

bezingt terwijl ik bejubel je torenhoge slaap

en de treden die je betreedt, hoger dan ooit.

 

Daar in je landschap zo vlak als het Westen

van deze vijandige streken, zo vol heuvels

van zinnen die mijn spreken begeren - de taal

die diep in je oren is binnengedrongen

 

Op die avond van gloed, gloednieuwe maan.

18-11-10

BRUSSELS BY NIGHT

 

brussels by night.jpg

Foto: Martin Pulaski.

22-12-09

IN EEN KOUDE STAD



daring3

Foto, Martin Pulaski.

Consuela zocht je in de koude stad

Waar de sporen.

Langsheen een fontein, bevroren, sneeuw nog wit.

Sneeuw nog wit.

Sommes des Bruxellois, zei ze.

Je bent vriendelijk of je bent niet.

Een glimlach berokkent geen schade.

Een glimp van je blonde lokken.

De rode rok pas later.

Maar geen schade je blik, verwonderd, verward.

Alsof de dagen nog komen moesten.

En voorbij al waren.

De winter, lente, herfst.

De dagen toen wij elkaar nog konden kussen.

De dagen van wat dood zijn en dramatisch gedoe.

De dagen van ziekte en valse gezondheid.

Genotloos.

In de winter begon het feest.

Je had je truien aangetrokken

Want buiten was het Noordpool.

Moest je niet tot aan de evenaar?

 

Een warme vrouw kun je toch niet koud maken?

Een warme vrouw kun je smaken.

Een verloren gegroeide oester.

(Oester als een woord dat veiligheid betekent.

Koppelen oesters, zijn zij tevreden in mijn mond

Als ik ze savoureer?)

Met het langer worden van de dagen

Groeit de verwarring van liefde.

Zekerheid als een precisiebom is er nooit geweest.

Zekerheid is een misdrijf.

Je zegt niet tegen je geliefde: je bent een beest.

Je bent van goud, zeg je.

Ik wil de hele nacht met je dansen.

Ik wil de hele nacht met je dansen als de zon.

Als de zon opkomt.

En dan, waar is de nacht gebleven.

Consuela, waar is de nacht, de dag

De sterren. Vergaten we niet veel woorden

En zitten onze zielen niet met gaten?

Maar.

04-09-09

ALTIJD SOMS


joao2

João César Monteiro

 

Soms.

Soms is de nacht de dag en de dag nacht. Soms hoor je me ademhalen alsof ik de dichter cummings ben, met liefdesverklaringen, haakjes, komma’s en al. Donkere ogen in de cartesiaanse dag. Maar met een slaapmasker op, zodat ik je mijn liefde niet kan verklaren, althans niet met mijn ogen.

Bij het ontwaken kijk ik nooit in de spiegel. Ik wil jou niet zijn, en jou evenmin. Ik wil niemand zijn. Misschien ben ik psychotisch? Maar dan toch alleen maar theoretisch, want ik leef het leven van een burger in de burgermaatschappij. Kom maar kijken, bestudeer mijn gedrag! Alles normaal. Een uitbarsting wordt van mij niet verwacht en die zal er zeer waarschijnlijk ook niet komen. Waarom zou ik me van de anderen onderscheiden? Ik ben zelf een andere, behalve dat ik niet van barbecue houd en, zoals Cristina, niet van appelsienen… Of zijn het sinaasappels? Geen mens die het nog weet, en het kan hem ook niet schelen, de nieuwe mens met zijn nieuwe zorgen. Als hij al maar niet in stukjes uiteenvalt, in scherven – wat een Moderne, neem Fernando Pessoa, nochtans al had aangekondigd.

Zoals een andere Portugese heer, João César Monteiro, zou je ook schaamharen van jonge meisjes kunnen verzamelen en zo door de dag komen, die de nacht is, donker als een Hongerwinter (waarover mijn ouders me gedurende ongeveer acht winters lang elke avond hebben verteld). Dat wij babyboomers nooit een oorlog, een Hongerwinter mee hebben gemaakt! Alleen maar tegen het geweld, de wapens, het gezag zijn we geweest. Soms zagen we wel eens wat door de vingers, rode brigades, Che Guevara, films van Pasolini, Fassbinder, noem maar op. Maar verder gingen we niet. Er waren grenzen.








En dit is mijn grens. Dat ik er het zwijgen toe doe. De stilte van Hölderlin, met zijn ongeknipte nagels, in zijn toren daar in Tübingen. Daar probeer ik mijn stilte op te rijmen.

 

06-08-09

DE WEG NAAR HET LICHT

26 vlaamsesteenweg2.jpg
Renée Verheyen, Vlaamsesteenweg, 30 juli 2009. Foto: Martin Pulaski

11-07-09

UIT HET DAGBOEK VAN EEN BENEVELDE NARCIST

De zomer is voorbij. Er breekt een tijd aan die als een boor je leven binnendringt, die je dagen in een stalen omhulsel dwingt. De wurggreep van de ochtend, de relatieve bevrijding die de avond brengt, en opnieuw, en opnieuw. Het boren neemt toe in snelheid, er verschijnen gaten in een cirkel op je lichaam, in het centrum schijnt alles hetzelfde te blijven. Het centrum is overal en nergens, is alles en niets.

Alice leunt door het raam, bijna tuimelt ze naar beneden, maar gelukkig niet, en roept je toe dat alles nog goed gekomen is. Alles, vraag je. Je weet wel, zegt ze. Oh, ja, met de cactus, zeg je, gelukkig maar.

Geluk is het woord, en liefde. Twee gloeiende punten op de vliegensvlug draaiende cirkel van onverstaanbare uitspraken.

Je bent een narcist, zeg je luidop tegen jezelf. Alsof je met een ander bent, of alsof je spiegelbeeld tot leven is gekomen. Je merkt dat je steeds vaker met jezelf converseert. Is het zoals de rasta’s met hun I and I? Misschien, maar misschien ook niet. Je hebt geen affiniteit met religie. Zelfs de poëzie is nu in nevelen gehuld. Gelukkig weet je nog dat je niet moet vooruit zien te komen in het leven. Stilstaan is de boodschap. Bijna alsof je er niet bent. De tijd draait geen kringetjes. De tijd is een punt. Nu. En dan weer een punt. Altijd anders, altijd hetzelfde.

Je bent moe en lusteloos. Je zegt dat reizen je goed zal doen. Naar de Provence, naar Umbrië, naar Sherwood Forest. So long Marianne…  Ja, Alice, reizen zal je goed doen. De tijd zal vanzelf wel bijdraaien of wegwaaien naar een ander gewest. De woestijn wordt een regenwoud en het regenwoud een woestijn. Saracenen hakken het hoofd af van de eerste bisschop van Perugia. Maar enkele ogenblikken later, nadat het bloedend over de straatstenen rolde, staat het weer stevig op zijn romp. Waar zijn die vervloekte Saracenen gebleven? Koud in hun dennenhouten kisten.

Alice beweert dat de wereld toebehoort aan de zachtmoedigen. Een narcist is niet zachtmoedig. Hij wil heersen, over zichzelf, de woorden, de wereld. Zijn geliefden moeten voor hem knielen, anders grijpt hij in, schudt hij het geweld dat sluimert in zijn ziel weer wakker en hakt er op los. Maar een narcist heeft ook lief, zegt Alice. En vooral heeft hij honger en dorst zoals alle mensen en dieren. Een narcist heeft verdriet en kwijnt uiteindelijk weg van eenzaamheid. Want geen mens hoort zijn stem, zijn zuchten.

De zomer is voorbij, tijd voor de boogaloo, de funky chicken. “Boven ons een hemel van staal”. Herinner je je nog dat boek dat N. je schonk, Alice? Daar stond het allemaal al in. De danspassen, recepten voor cocktails, de gepaste klederdracht, welke schoenen, welke muziek. Zelfs de erupties van de meest nabije vulkaan stonden er in.

Sluit Alice de ramen? Je kijkt niet meer om, dat is gevaarlijk. Dat zegt iedereen. Je mag nooit omkijken, alleen links en rechts. Daar loert het gevaar. Maar eens om de hoek kijk je toch om, en loopt dan door, in de richting van lichten, altijd maar door, al beneveld door wat je verwacht van de immer verlichte nacht.

 narcissus

Narcissus, Michelangelo Caravaggio, 1598

02-05-09

ZERO DE CONDUITE: IN THE WEE SMALL HOURS

 

antwerpen,nacht,radio,radio centraal,pop,verlangen,eenzaamheid,rock,country,blues,mei,rock and roll,thema,soul,zero de conduite

Het is zaterdag 2 mei. Vanavond tussen zes en acht kun je afstemmen op zéro de conduite, mijn maandelijks programma op radio centraal, 106.7 FM. Je kunt het on line beluisteren via de website van de radio. Het thema is deze keer de nacht, de vroege uren, en de melancholie en eenzaamheid die daar bij horen, het verlangen en het verdriet. De donkerste uren zijn die voor de dageraad. Als je dan wakker ligt in bed of door verlaten straten loopt gebeuren er vreemde dingen in je hoofd.
Zoals altijd is de playlist  hieronder maar een schets. Zéro de conduite is pas definitief als het afgelopen is. Toch wordt de lijst als een leidraad gehanteerd, er zit een emotionele, stylistische en logische lijn in: daar wordt niet van afgeweken. Ikzelf stel het programma samen, presentatie en techniek worden verzorgd door mezelf en Sofie Sap.Nog een mooie dag en veel luistergenot.

In The Wee Small Hours – In The Wee Small Hours – Frank Sinatra
Solitude – Lady Day: The Best Of Billie Holiday – Billie Holiday with Eddie Heywood & His Orchestra
Dark Moon – Early Girls Vol. 1: Popsicles And Icicles – Bonnie Guitar
Stand By Me – Rock ‘N’ Roll – John Lennon
It Takes A Lot To Laugh, It Takes A Train To Cry – Highway 61 Revisited – Bob Dylan
Night Comes On – The Essential Leonard Cohen – Leonard Cohen
Midnight Lullaby – Closing Time – Tom Waits
(Black Gal) Where Did You Sleep Last Night – Blues & Folk Singer – Leadbelly
Dark Was The Night, Cold Was The Ground – The Complete Blind Willie Johnson – Blind Willie Johnson
Midnight Hour Blues – Story Of The Blues – Leroy Carr & Scrapper Blackwell
Late Last Night – The Best Of Slim Harpo – Slim Harpo
The Dark End Of The Street – Take Me To The River: A Southern Soul Story 1961-1977 – James Carr
Midnite Special – Fifty Miles To Travel – The Delmore Brothers
Sleep – The King Records Story – Little Willie John
Night Owl – Get It While You Can – Howard Tate

Night Life – Legend: The Best Of Willie Nelson – Willie Nelson
Midnight Rider – Idlewild South – The Allman Brothers Band
Dark Night – Testament: The Complete Slash Recordings – The Blasters
Absolutely Sweet Marie – Fervour – Jason & the Scorchers
Here Comes The Night – The Story Of Them – Them
I’m Only Sleeping – Revolver – The Beatles
Late Night – The Madcap Laugs – Syd Barrett
When The Night Falls – Twenty Twenty: The Essential T-Bone Burnett – T-Bone Burnett
Late Again – Stealers Wheel – Stealers Wheel
Last Night I Had A Dream – Sail Away – Randy Newman
Something In The Night – Darkness On The Edge Of Town – Bruce Springsteen
The Night I Heard Caruso Sing – Idlewild – Everything But The Girl
Nightswimming – Automatic For The People – R.E.M.
The Nights Are Cold – Late Night Final – Richard Hawley
The Night’s Too Long – Lone Star (Soundtrack) – Lucinda Williams
Night Birds – 29 – Ryan Adams
Last Night I Went Out Walking – Through The Trees – The Handsome Family
Shining Moon – Studio – Cowboy Junkies
Somewhere In The Night – The Doctor Came At Dawn – Smog
Dark Was The Night – Paris, Texas (Soundtrack) – Ry Cooder

Ik draag dit programma op aan mijn vrienden van het Renaldo & Clara-genootschap.

01-04-09

VERGETEN DROMEN, GRENZEN VAN HET HART

Het is altijd moeilijk om een droom die je had na te vertellen. Niemand leest graag dromen van onbekenden, zelfs niet van bekenden. Ik heb een droomboek van Jack Kerouac waar ik alleen wat in heb gebladerd, ik geloof in 1972, toen ik bij Leopold Flam filosofie studeerde. De man wees ons bijna dagelijks op het immense belang van dromen en sprookjes voor het leven. Nu lees ik helemaal geen dromen meer, geloof ik. Lange tijd heb ik me geoefend in het noteren ervan, en in ze analyseren. Dat was in de dagen dat ik de luxe had om ’s nachts op te staan om wat dingen te noteren; ik kon mijn tijdsgebruik zelf bepalen. Nu noteer ik bijna nooit meer een droom. En zeker kom ik er niet voor uit bed. Als ik een gedicht schrijf is het nooit, in tegenstelling tot bij iemand als Coleridge, op een droom gebaseerd.  Dromen interesseren me nog, maar alleen zijdelings. Het lijkt wel of ik van de nachtbruid ben gescheiden.
Dream_Vision_1525-Dürer
 
Op een nacht heb ik van je gedroomd. Door de ruis van de dagen is hij weliswaar al wat uitgewist, zo gaat dat met dromen. Ik vraag me af waar die uitgewiste dromen naartoe gaan? Is die informatie definitief weg, of zit ze ergens voor wie weet welk eventueel gebruik in de toekomst opgeslagen?

We bevonden ons in een soort vakantiekolonie. Een heel groot gebouw, met een zestal verdiepingen, een immense keuken, allerlei zaaltjes bestemd voor vergaderingen en vreemde, wellicht perverse zaken. Overdag hadden we met elkaar gepraat. Een intens, diep, beklijvend gesprek. Woorden als sterrenstof, zinnen als vallende sterren. Daarna verloor ik je, zoals Orpheus Eurydike. Mijn verlangen om bij je te zijn was groot. We waren als kinderen onschuldig, zoals de mensen zeggen. Ik ging je zoeken, door lange gangen, een labyrint: de vakantiekolonie.

Na ‘uren’ vond ik jouw kamer, waarvan de deur op een kier stond. Ik was niet helemaal zeker of het wel jouw kamer was - en zelfs al was het jouw kamer: ik liet de kier een kier en liet je slapen, als je al sliep. Ik verwijderde me, met veel spijt in mijn hart. Want ik had je graag in mijn armen gehouden en gekust. Maar die kamer was vreemd, de deur als een grens waar je niet door mag.

 Afbeelding: droom van Albrecht Dürer, 1525 (Antwerpen).

15-03-09

NOW LITTLE BOY LOST HE TAKES HIMSELF SO SERIOUSLY


Voor Isabelle, Bart, Jan, Paul en al de anderen.

dreamwilliamblake


“The night was dark, no father was there,
The child was wet with dew;
The mire was deep, and the child did weep,
And away the vapour flew”

William Blake

Ik leef in een droom, of ik droom dat ik leef. Denk niet dat een droom mooi is. Je weet het allemaal al, als je hier in deze streken woont. Soms wordt hij een nachtmerrie, vermoed ik, en word ik een griezel, vermoed ik, want ik zie mezelf niet meer in spiegels als ik daar ben. Ik ga de straat op, de nacht in, waar alleen beregende kasseien mijn silhouet weerspiegelen. Mijn ene silhouet, het andere blijft in de schaduw. Buitenshuis zijn de spiegels altijd in mist gehuld. Of met een dikke laag vet bedekt. Met vilt, met wolvenhuid. Je kent het allemaal al, het is de natuur in ons die spreekt, en wij in de natuur.

Alvorens ik een weerwolf word ontmoet ik oude vrienden, die me gelukkig maken met hun levensloopverhalen en hun verjaardagen. Ik ontmoet nieuwe zielsverwanten, van wie ik de voornamen tot mijn spijt meteen weer vergeet. We praten urenlang en ’s anderendaags weet ik niet meer met wie over wat. De antidepressiva, het donkere bier. Deze onbekende vrienden zijn opeens veel belangrijker dan mijn zwakke gezondheid. Ik vergeet waar het station is, waar ik woon, wie ik werkelijk ben. Zijn dit avonturen? Nee, je verdwaalt in een nachtmerrie, waarin de politie je van de straat oppikt: ja, je bent weer eens in de goot gevallen, de kneuzingen bewijzen het. De zakelijke en beleefde agenten geven je een lift naar het station, dat nog uren gesloten is. Je staat voor de gesloten deuren zonder aan iets te denken, zonder te twijfelen. Je neuriet een lied dat Bart Koubaa een paar uur eerder heeft gezongen. De titel ben je vergeten, maar hij zit ergens in je zenuwen, in je hersens. Je beste vrienden zijn boos op je, of waren het, omdat je niet verantwoordelijk bent voor jezelf. Je geeft je over aan hun goedheid, hun troost – maar zij willen die rol niet langer spelen. Je bent veel ouder, je zou bijna hun vader kunnen zijn, of een veel oudere broer. Zij moeten niet voor je zorgen. Ze hebben gelijk. Daarom zijn het je vrienden: om je te zeggen waar je aan toe bent. Dat een dom en vaag avontuur geen avontuur is. Dat je, zoals Brian Wilson, voor je geestelijke gezondheid moet zorgen. Maar het station is gesloten. In een café in de buurt zitten vreemde mannen die een vreemde taal spreken te kaarten. Je kent het spel niet. Voor de rest is er niemand anders aanwezig dan een verbitterde vrouw achter de bar. De vrouw is niet loslippig, maar je mag wel even in een hoek in een stoel zitten slapen, zegt ze. Dat weiger je. Ook al wankel je, je bent te trots om te gaan zitten liggen. Je staat wankelend kaarsrecht en wil praten over het leven. Maar de vrouw is hard en zacht tegelijk: je mag wel slapen maar over haar leven vertelt ze niets. Het leven is hard, waar je ook komt, zegt ze.

Op de trein neemt een meisje uit Taiwan naast je plaats. Ze straalt. Ze heeft stralende ogen. Haar leven is vol geopende zaken, terwijl die van jou bijna allemaal toe zijn. Je praat en iemand luistert. Zij praat en jij luistert. Het is nog ver naar Brussel. Maar Brussel is veel te nabij. De droom mag soms langer duren. Als je maar niet ouder wordt ondertussen, of dement, of doodgaat.

Alles wat niet meer kan gezegd worden, wordt poëzie. Poëzie is de enige waarheid, niet het onzegbare, maar het ongezegde, het ongezegende, het omgekeerde van het loslippige. De adem na storm en afgedwongen stilte. Poëzie is roken en diep inhaleren, zonder de schadelijke neveneffecten. Het is amour fou zonder zelfbedrog, niet seksueel overdraagbaar ziek, maar desondanks uitzonderlijk gevaarlijk. Poëzie is alles wat ik de voorbije dagen niet heb gehoord en niet heb gezegd. Poëzie is bijna-stilte, maar dan heel luid en met heel veel ingehouden verlangen en geweld.

Beeld: Dream, William Blake

10-03-08

IS ER LEVEN NA DE WITTE NACHT?

Zwart stapte al wat aangeschoten de Archiduc binnen. Wat hij zag waren mensen die stonden te drinken en praten. Achter de bar jongleerden twee barmannen met drankjes en glazen. Hij hoorde het gerinkel, het gelach, het geroezemoes, zag iemand betalen. 

In een ander café, de Mort Subite, had hij een pakje Amerikaanse sigaretten gevonden; het lag gewoon bovenop zijn jas, die opgevouwen op een stoel lag. Hij had met Venetiaanse studenten en hun leraar zitten praten.

Nu, na zevenentwintig jaar abstinentie, stak hij een Marlboro op. Hoe moest je zo’n sigaret vasthouden om jezelf niet belachelijk te maken? Gemakkelijk was het niet. Het kostte Zwart minder moeite om een stukje blues op zijn gitaar te spelen. Maar die had hij niet bij zich. Eerst was het wat donker geweest in de Archiduc maar nu was het al heel wat lichter. A clear well-lighted place, daar hield hij van. En van bier en rumoerige mensen, en nu ook van die sigaret. Naast hem aan de bar stond een jongeman, een mooi gezicht, lange zwarte lokken, expressieve ogen. Lijkt hij niet wat op Benicio Del Toro? Ik kan me vergissen. Zwart bood de jongen een sigaret aan, een glas bier. Ik ben geen homo, hoor, zei hij, ik ben gewoon goed gezind. Wat later rolde de jongen een joint. Zwart nam voorzichtig een trekje. Hij vreesde voor zijn longen, eerst een sigaret en nu dit. Maar het was goed. Er was geen reden voor angst of paniek. Het ging allemaal goed. De mooie jongen zei niet veel. Hij rolde liever joints. Beiden keken om zich heen naar de andere mensen in de bar. Iedereen zag er tevreden uit. De barmannen lachten, alsof ze een grappige, goed belichte scène speelden.

Een zwaargebouwde man met een groot rond, kaal hoofd kwam op Zwart toegestapt. Zag hij er niet boosaardig uit? Zwart was bang. Hij wilde niet nog een keer bloedend over straat rollen, zijn jas en hemd stukgescheurd. Een gebroken neus of erger. Nu stond de man met het ronde hoofd voor hem en leek hem dreigend aan te kijken. Is dit nu de hel? En ik die zonet nog dacht dat het de hemel was. Toen glimlachte de man met het ronde hoofd. Hij vroeg waarom Zwart zo geschrokken uit zijn ogen keek. Zwart zei dat hij had gedacht dat de man hem zou slaan. De man lachte. Ik zal je nooit slaan, zei hij. De man bestelde Zwart een drankje. Alle spanning viel van hem af. De wereld liet zich opnieuw van de goede kant zien. Goede mensen bestaan. Zwart werd euforisch, maakte plannen. Hij stelde de man met het ronde hoofd voor om samen festivals, feesten, verklede bals, poëzienachten te organiseren. Zwart zou ervoor zorgen dat de goede mensen binnen zouden komen, de man met het ronde hoofd zou de slechte mensen buiten houden. Zo zouden de taken worden verdeeld. Benicio Del Toro liet nog een jointje rondgaan. Elk ogenblik wordt het minder donker om me heen. Sta ik hier dan toch niet te sterven? Het leven en de dood gaan hand in hand. Van heel ver kwam de bebop jazz, blauwe wolken in het heldere licht. Je kunt je leven niet plannen. Je zegt, ik doe dit en je doet het andere. Is het toeval of is het noodlot? Je leeft er maar op los, als een insect, een eendagsvlieg, een vlinder, een mens.


’s Morgens vroeg bij zijn geliefde kroop Zwart op handen en voeten door de kamer en deed een leeuw na. Een leeuw met het begin van een kater. Wat later had hij zijn gitaar vast. Hij wilde een serenade spelen maar vond de snaren niet. En dan werd het weer donker. Het was het begin van een lange, donkere reis naar de volgende dag.

12-05-07

CATANIA, ONDER DE VULKAAN

catania,sicilie,nacht,alleen,autobiografie,nachtleven,steden,vulkaan,etna


Teruggevonden notities.

's Avonds alleen op het terras van the Other Place in Catania maak ik de volgende notities:
"Catania lijkt een gezellige stad. Is dat alleen vandaag zo? Vandaag is het een jaar geleden dat ik werd overvallen en in elkaar geramd. Toch laat Laura mij alleen in deze stad, waarvan beweerd wordt dat ze gevaarlijk is. Maar laat ik niet aan zelfbeklag doen. Wie moe is, is moe. En wie van de nacht houdt, houdt van de nacht.
Maar wie alleen is wil soms ook wel eens sterven. Bij mij is dat toch zo. Als ik alleen ben, ben ik echter ook sterker. Ben ik beter opgewassen tegen de dood. Als ik alleen ben, wen ik aan het alleen zijn.

Wie had kunnen verwachten dat Catania zo levendig zou zijn. Ik had een donkere, dreigende stad verwacht, helemaal opgetrokken uit lavasteen. De schroeiende zon heft dat dreigende op, laat het zwart een hele dag lang baden in licht. En de hitte die 's avonds in de straten blijft hangen, verwarmt je geest en verjaagt je boze gedachten. Ik zou de sfeer hier niet meteen vrolijk noemen, of uitbundig, maar er is toch iets lichts rondom mij, dat aanstekelijk werkt. Misschien voel je je zo in de nabijheid van een vulkaan. De Etna is hier maar dertig kilometer vandaan. Maar die aangename sfeer geeft ook duidelijke contouren aan mijn eenzaamheid. Ik zit hier alleen in mijn boekje te noteren, er mij van bewust dat de mensen rondom mij me zitten te bekijken.

Wat is een gevaarlijke stad? Het gevaar zit vooral in jezelf en in degenen die je liefhebben. Al de rest heeft weinig belang. Als niemand je liefheeft heeft niets belang. De enige stad die telt is de stad van de liefde - en haar spiegelbeeld, de stad van de haat. (Huwelijk en scheiding, vader en zoon, hemel en hel...).
Ze lopen met hun lichaam rond. De vrouwen. De mannen. Wij lopen met z'n allen met ons lichaam rond. Mijn lichaam berust in zichzelf, zijn aftakeling. Mijn lichaam is voorbijgegaan. Ik heb het laten voorbijgaan. Momenten, uren, dagen zijn aan mij voorbijgegaan. Vrouwen, kinderen, mannen. Religies zijn aan mij voorbijgegaan. Ismen zijn aan mij voorbijgegaan. Vrienden, kennissen, relaties zijn aan mij voorbijgegaan.

De vulkaan die er is. Achter mij en voor mij. De vulkaan waar ik van gedroomd heb. Die mij zou beschermen tegen de goden. Zwart en vurig tegen het witte schuim, het papier. Wit schuimend speeksel. De vulkaan is er en ik denk aan de sprong van Empedocles. Dezelfde sprong maken? Dat alles ophoudt. Dat degenen die achterblijven de brand dan maar blussen? De vulkaan nodigt mij uit. En een god en een anti-god en een mens van vlees en uitgestippelde wegen.

De vulkaan is er en laat mij in mezelf verdwalen. Ik wil uit mezelf verdwijnen. Zoals Empedocles na al zijn dorre jaren. Zoals Hölderlin. Onder de vulkaan worden alle leugens ondraaglijk. Hoe te zijn?"

06-05-07

DE NACHTEN VAN LIEFDE EN DOOD

radio centraal,nacht,zero de conduite,radio,thema,muziek,boeken,romantiek,antwerpen,pop,bonaventura,playlist

Mijn maandelijks radioprogramma op radio centraal zit er weer op. Het thema van gisteren was ‘de nacht’, een moeilijke keuze, omdat er zo enorm veel songs over de nacht zijn geschreven. Veel pop- en rockcomponisten plaatsen zich bewust of onbewust maar zeer duidelijk in de romantische traditie, waarin het schrijven over – of tijdens - de nacht essentieel was. Denk maar aan dichters als Shelley en Keats, de hele Duitse romantiek, met Novalis op kop, Gaspard de la nuit van Louis Bertrand, Night Thoughts van Edward Young en – vooral - de Nachten van Bonaventura, een nachtboek dat wordt toegeschreven aan de schrijver-theaterdirecteur Ernst August Friedrich Klingemann. Singer-songwriters als Leonard Cohen en Bob Dylan hebben in hun adolescentenjaren vast veel romantische literatuur gelezen. Ook de psychedelia is er sterk door beïnvloed, Night Of the Long Grass is daar een mooi voorbeeld van. Wat opvalt in veel van deze liederen is dat de nacht de ideale tijd is voor de liefde in al haar vormen. The night time is the right time to be with the one you love, zingt Ray Charles. Soms roept de nacht reële of verbeelde tragische histories op, zoals in The Night the Carousel Burnt Down van Todd Rundgren. Onheil wordt voorspeld in Bad Moon Rising van Creedence Clearwater Revival / John Fogerty. De nacht is in sommige gevallen een metafoor voor de dood, zoals in het bekende gedicht van Dylan Thomas, zeer mooi uitgevoerd door John Cale op de cd Words For the Dying, en in Goodnight Irene van Leadbelly dat ik in een versie van Mississippi John Hurt liet horen. Van de zingende moordenaar Leadbelly draaide ik het lugubere (Black Gal) Where Did You Sleep Last Night, dat later werd gecoverd door zangers en muzikanten die graag in de duisternis vertoeven, zoals Link Wray (donkere bril), Mark Lanegan (treedt op in het halfdonker) en Kurt Cobain (drugs, zelfmoord). Liefde en dood, dus, ook al gaat het over de nacht; eros en thanatos, altijd komt Freud wel even mee over onze schouders kijken en vooral over die van de songschrijvers. Hieronder staat de playlist. Songtitels worden gevolgd door de uitvoerder en de naam van de cd of elpee.

  • Here Comes The Night – Them - The Story of Them Featuring Van Morrison
  • The Moon Is Rising - The Pretty Things - The Pretty Things
  • Cry in the Night - Q'65 - Nuggets II: Original Artyfacts From The British Empire And Beyond, Vol. 3
  • Nightmares - The Creation – Uncut:The Roots Of Tommy
  • Night Of The Long Grass - The Troggs - Hit Single Anthology
  • Nights In White Satin - Nancy Sinatra - Something Stupid
  • Tonight You Belong To Me - The Honeys - Brian Wilson Pet Projects: The Brian Wilson Productions
  • One Night Of Sin - Elvis Presley - The King Of Rock 'N' Roll: The Complete 50’s Masters
  • Last Night Bobby "Blue" Bland - The "3B" Blues Boy: The Blues Years 1952 – 1959
  • Tomorrow Night - Lavern Baker - Atlantic Rhythm & Blues Vol2(1947-1974) 
  • The Right Time - Ray Charles -Atlantic Rhythm & Blues Vol4 (1957-1960) 
  • (Black Gal) Where Did You Sleep Last Night -Leadbelly - Blues & Folk Singer
  • Goodnight Irene - Mississippi John Hurt - Cash Covered
  • Three O'Clock Morning Blues - Ike & Tina Turner - Outta Season
  • On A Foggy Night - Tom Waits - Nighthawks At The Diner
  • (Looking For) The Heart Of Saturday Night - Madeleine Peyroux - Half The Perfect World
  • End Of The Night - The Doors - The Doors
  • Tonight's The Night - Neil Young - Tonight's The Night
  • Bad Night At The Whiskey - The Byrds - Dr. Byrds & Mr. Hyde
  • Burning Of The Midnight Lamp - The Jimi Hendrix Experience - Electric Ladyland
  • Bad Moon Rising - Creedence Clearwater Revival – Green River
  • Bob Dylan – Tonight I’ll Be Staying Here With You – Nashville Skyline
  • The Night They Drove Old Dixie Down - The Band - The Band II
  • The Night The Carousel Burnt Down - Todd Rundgren - Something/Anything? 
  • This Flight Tonight - Joni Mitchell - Blue
  • Night Comes On - Leonard Cohen - The Essential Leonard Cohen
  • John Cale – Do Not Go Gentle Into That Good Night (Dylan Thomas)- Words For the Dying
  • Dark Night - The Blasters - Testament: The Complete Slash Recordings
  • One Time One Night - Los Lobos – By The Light Of the Moon
  • Something In The Night Bruce Springsteen - Darkness On The Edge Of Town
  • One Night Of Love - Karen Dalton - In My Own Time
  • The Nights Are Cold - Richard Hawley - Late Night Final 
  • Midnight Rider - Patti Smith - Twelve

 

radio centraal,nacht,zero de conduite,radio,thema,muziek,boeken,romantiek,antwerpen,pop,bonaventura,playlist

“Het was een van die huiveringwekkende nachten waarin licht en duister elkaar snel en geheimzinnig afwisselden. De wolken vlogen, gedreven door de wind, als wonderlijke reuzengedaantes langs de hemel, en de maan verscheen en verdween dan weer in allerijl. Beneden in de straten heerste doodse stilte, alleen hoog boven in de lucht huisde de storm, als een onzichtbare geest.”

Uit: De nachten van Bonaventura.

23-01-07

LIED VAN WIE DRONKEN IN EEN TAXI ZIT


Alle katten waren zwart die nacht toen we verdwaalden: heldere sterrenwichelaar en uit een aardappelkelder ontsnapte idiot savant, raaskallend als een kind dat donker is van schrik. Geduld en trouw zijn rake plekken in the heart of darkness. Als je vervolgens elkaar in elkaars stemmen herkent, hees van droeve herinnering en plannen smeden, dan moet je maar gaan zingen samen, zelfs wat zuchten volstaat als de andere door jouw ogen kijkt. En kijk, kijk dan toch: alles is wat het lijkt.

Genetisch bepaald ontsnapten wij aan onbekende soldaten in onze spraakverwatering en liepen in vrede elkaar tegemoet. Tegen beter weten in ging het verlangen in het ongewisse van elkaars woorden rusten. Op die wijze – muzikaal - was de roes helder zien. In kobaltblauwe nacht zag ik de ogen van een blijvende, onvervangbaar, a son, a cosmos. Een mens, jij, die me ook nu weer naar het hoofd stijgt.

03-01-07

ELVIS IN NACHT EN NEVEL

elvis,fantasie,nacht,brussel,poezie

Het was een dag vol nevel, schimmen en nachtsporen, rode ogen, rode baarden, wegglijdende gebouwen, een gele flits uit de hemel die in concentrische cirkels rond een gehaaste blauwe regenjas bleef wentelen.Het flatgebouw ging almaar meer overhellen, de was hing te drogen, vlaggen wapperden. 


In één van de vele identieke studio’s lag een Elvis-fan op zijn bed me toe te roepen. Ik hoorde zijn trillende stembanden, ik hoorde de golven breken op de kusten van Nova Zembla, ik hoorde de woorden buigen, trekken, spuwen, grijpen, lossen, strelen, luwen, ik hoorde in die woorden iets van zijn vochtige ogen, waarin voor een moment zee en zon in het huwelijk traden.

23-10-06

STRIPTEASE EN RODE ROZEN

striptease,kaaitheater,victoria,bloot,bioy casares,cecilia,stripper,verlangen,morel,eeuwigheid,brussel,amsterdam,cafe,nacht

Victoria - Nachtschade - Eric De Volder


In het café van het Kaaitheater liep de stripper voorbij de grote tafel in het midden, waaraan we nog wat zaten na te genieten. Hij fronste zijn wenkbrauwen toen hij me zag zitten. De grappige blik in zijn ogen bracht me aan het lachen. Even later kwam hij naast me zitten. Je keek zo boos, zei hij. Ik ben nochtans niet boos, zei ik, integendeel. Het zal mijn natuurlijke gelaatsuitdrukking zijn.Ja, dat zeg ik ook altijd, als ze mij zeggen dat ik boos kijk, zei de stripper lachend.

Een vriendelijke en vooral zeer gespierde jongeman, dat wel; maar waarom moest nu uitgerekend van de zes strippers de ene mannelijke naast me komen zitten en een gesprek met me aanknopen? Zeker vier van de vrouwelijke strippers waren nog in het café aanwezig. Ze hadden bovendien niet veel meer kleren aan dan toen ze op het podium hun act deden. Net voldoende om niet gearresteerd te worden wegens openbare zedenschennis. Maar het zij zo. Hij was een vriendelijke jonge man, uit Amsterdam. Waarschijnlijk voelde hij zich wat eenzaam. Hij vond het wel leuk in Brussel, zei hij. Maar wat was het moeilijk om met de fiets uit de stad weg te raken. Hij vertelde een paar weetjes over het leven als mannelijke stripper. Wat hij nu had gedaan was echter iets helemaal anders. Victoria had van het zinnenprikkelend uitkleden kunst gemaakt. Choreografen hadden er andere ruimtes en andere bewegingen voor bedacht. De wereld van de striptease werd binnenstebuiten gekeerd. De stripper was zeer tevreden over de samenwerking. Het was heerlijk geweest, zei hij. En overal werden ze goed ontvangen, daverend applaus, rode rozen.

Later op de avond had ik toch nog een kort gesprek met Cecilia. Ik was die onzichtbare stripteaseuse, zei ze. Ze was inderdaad onzichtbaar geweest, behalve op het einde van haar performance. Dan zagen we haar blote kont. Eindelijk wat licht! Ze kwam uit Buenos Aires.
Ik woon in Parijs met mijn Russische vriend, zei Cecilia. Toen ze hoorde dat mijn zoon ook in Parijs woont schreef ze haar mobiel nummer – en dat van haar Russische vriend – op een bierviltje. Bel me eens op als je in Parijs bent, zei ze. Voilà, nu weet ik bij wie ik terecht kan als ik me eens een keer eenzaam voel in een luizig Parijs hotel. Bij het afscheid gaf Cecilia me nog een hele zachte zoen. Vandaag heb ik gelezen dat ze in een Argentijnse film heeft meegespeeld. Een echte filmster heeft me gekust!

Bioy Casares heeft een roman geschreven die ik iedereen graag aanbeveel: De uitvinding van Morel.

30-03-06

GEDICHT VOOR DE DAKLOZE


Als je me vindt voorbij de nacht en het vuur,
in lakens vergeten, vegeterend in een donkere hoek
van de hoofdstad.
Als mijn uur van Barbaar in het land voorbij is
na een halve eeuw hoofdstoten tegen een wall of sound
van bange mensen,
hun geweldig pas-de-deux-gegil niet meer verdurend.
Als je je voordeur openzwaait voor mijn moeilijke naam
die zo graag van rook wolken wil worden,
het veelvuldige willoze vlees achterna.
Een haas in het maanlicht gevangen,
en haastig zijn letters verpletterd.
Als je me herkent in een schaduw
en mijn vingers ziet natrillen
van eikenbladeren, van korrels zand.
Als je handen mijn ogen afwenden van wat ik zag
en jouw ogen zien wat ik zag
toen ik op de rand van de aarde lag
en daar het gras, het gewillige, het laatste gras.
En daar het tulpenverbijsterende gras vasthield.