28-03-08

O KAPITEIN

 

Hoe minder woorden hoe beter, soms.

Hoe naakter de taal hoe kaler de haat,

Uitgekleed als een bruid op een avond.

Er was eens, zei hij, er was eens…

Ja, er was ja, zei hij, en toen kwam jij

Waarna het aanmonsteren begon.

Want er was eens een schip, zei hij nog,

Een schip met veel zeilen, wit tegen wit,

En op dat schip was een arend,

Een arend van een kapitein, zijn ogen,

Er waren zijn ogen, maar ook zijn mond

In de zon hun glinstering, hun stilte.

De benen stevig op het dek geplant

Waren er, en tevens zag hij de monsters

Als het donker werd ’s nachts in de mast.

Of waren het apen, dat wist hij niet meer.

Want hij lag daar te zoeken naar woorden

En zonder gedachten, zonder verweer.

12-01-08

EEN BEKENTENIS IS GEEN EXHIBITIONISME

 

Wat ik gisteren bekendmaakte over mijn geneesmiddelengebruik is geen uiting van exhibitionisme. Het viel me erg moeilijk om hierover openhartig te zijn. Mijn vrienden, mijn collega’s, bijna niemand wist van de ernst van mijn toestand af. Ik zelf had ook meestal de neiging dat allemaal te verdringen, te doen alsof er niets aan de hand was, of toch niets ernstigs. Ik wilde voortgaan met leven zoals iedereen, alles doen wat de anderen doen, als ik daar zin in had, bedoel ik – en hen soms zelfs overtreffen. Alsof ik onkwetsbaar was, ben. Alsof ik een ander was.


Zo’n lijstje had ik nooit eerder gemaakt; ik ben er gisteren zelf van geschrokken.

Ik heb de knoop doorgehakt om dit publiek te  maken, na me nog eens voor de geest te hebben gehaald waarom ik aan deze onderneming - dit elektronisch boek dat de werktitel ‘hoochiekoochie’ meekreeg, een titel die mijn ‘verachting’ van mijn zwaktes verraadt - ben begonnen (op 8 maart 2005). En ik herinnerde me nog heel goed, ook al had ik het niet met veel zoveel woorden gezegd, waarom ik eraan begon.

De basis van al wat ik zou schrijven, het uitgangspunt van hoochiekoochie, liep gelijk met dat van Rousseau in zijn ‘Bekentenissen’. Denk nu niet dat ik me met de grote filosoof wil vergelijken. Ik heb het slechts over zijn uitgangspunt, waarmee hij zijn opzienbarende boek begint. En in het Nederlands staat er dit:

“Ik ga iets ondernemen dat nooit eerder is gedaan en dat, als het eenmaal is uitgevoerd, niet zal worden nagevolgd. Ik wil aan mijn medemensen een mens laten zien zoals hij werkelijk is en die mens, dat ben ik zelf.

Enkel en alleen ik zelf. Ik ervaar mijn eigen innerlijk en ik ken de mensen. Ik ben niet gemaakt als enig ander mens die ik heb ontmoet. Ik durf zelfs te geloven dat ik niet gemaakt ben als enig ander mens ter wereld. Ook al zou ik niet beter zijn, ik ben op zijn minst anders. Of de natuur er goed of slecht aan heeft gedaan de mal te breken waarin ik gegoten ben, daarover kan men alleen oordelen als men mij gelezen heeft.”


Zijn onderneming zal door geen mens worden nagevolgd, schrijft Rousseau. En ik denk dat het waar is, ook al lijkt het niet zo. Mijn uitgangspunt is hetzelfde maar de onderneming is anders.

(Ik ken maar een kunstenaar die even ver is gegaan in het zichzelf blootgeven en dat is John Lennon, op zijn John Lennon/Plastic Ono Band elpee, uitgebracht in 1970, dat wonderlijke jaar. )

 

Plastic Ono Band
 

 

Zelf voel ik mij nu naakt en zeer kwetsbaar, alsof ik droom dat ik opgesloten zit in een glazen ruimte. Iedereen kan mij in mijn naaktheid en kwetsbaarheid bespieden en ik kan aan geen blik ontsnappen. Maar dat is mijn ‘opdracht’ en het is niet mijn bedoeling de strijd nu op te geven. Want ik voel me behalve zwak ook sterk en vertrouw erop dat wat ik schrijf en hoe ik leef waardevol is. Ook geloof ik dat ik soms wat schoonheid voortbreng.


Het is geen gemakkelijk leven. Maar dat had ik niet eens verwacht. Ik was van bijna in het begin gewaarschuwd. Ik maak mezelf niets wijs: het wordt niet gemakkelijker, het wordt niet beter, ik bedoel voor mezelf, niet voor de anderen, want dat weet ik niet.

17-05-07

SEKS, SUCCES EN STRAF


 emmanuelle béart

Wil een mens succes tegen elke prijs? Ik zou een stukje kunnen schrijven, helemaal naakt op mijn stoel gezeten, over erotiek, want dat lezen Vlamingen graag. Seks en erotiek, daar verveel je niemand mee. Het stukje zou zeker niet over Francesca Vanthielen gaan, want daar heb ik echt niets over te zeggen. Ik weet nauwelijks wie ze is. Ik geloof dat Francesca op televisie komt en af en toe in een Vlaamse film meespeelt, die meestal flopt, en zeker niet op filmfestivals wordt vertoond. Ze staat vaak in Humo afgebeeld, en soms wordt ze geïnterviewd, om de tien maanden ongeveer. Bij Humo kennen ze tien mensen, BV’s noemen ze die wezens, en die worden om beurten ondervraagd over hun seksleven. Vijf mensen uit de sportwereld, vier uit de showbusiness, en één kunstjesmaker, speciaal uigekozen om aan de behoeften van de ascetische elite tegemoet te komen. Francesca is één van die tien, vandaar dat ik weet dat ze om de tien maanden aan de beurt is. Dat was tot voor kort toch de gang van zaken, maar ik ben de draad een beetje kwijt, omdat de VRT met het genie Lux op de proppen is gekomen. Dat is echt een man die alles weet. Hij heeft de oogopslag van het genie, dat zie je meteen. En hij interviewt alleen maar kunstjesmakers. Ik geloof dat Humo nu met de handen in het haar zit, als Humo tenminste niet kaal is. Maar dat zijn zorgen voor later

Veel Vlamingen hebben de gewoonte ‘seks’ foutievelijk als ‘sex’ te spellen. Is het uit onwetenheid, domheid, of vinden ze dat een x er geiler uitziet dan een k of een s? Zelf vind ik de s een mooie letter, een hele mooie, meanderende letter; ze heeft de vorm van een kronkelende slang – en de slang is een metafoor voor zowel de vrouw als het mannelijk geslachtsorgaan, de penis dus. Wat ik van de k moet denken weet ik niet goed. Je hebt alvast kunst met een grote en een kleine k. En er is de k van het vrouwelijk geslachtsorgaan, daar valt veel over te zeggen en te denken. Maar, zoals ik al zei, ik weet niet goed wat. Kut met peren, zei mijn grootvader zaliger altijd, maar de man was een waardeloos sujet. Hem laat ik hier om die reden buiten beschouwing, anders zou het de hele tijd over kut gaan, en dat wil ik niet, toch?

Als ik naakt op mijn stoel zou zitten en ik zou de gordijnen open laten zouden voorbijgangers opmerken: kijk, die zit daar bloot op zijn stoel. Zij zouden het woord ‘naakt’ niet gebruiken, denk ik. Is ‘bloot’ een lekkerder woord dan ‘naakt’? Weer komt de k om de hoek loeren, die k van kut met peren. Of zijn de voorbijgangers allergisch voor de a van Afrodite?  Dat denk ik niet. Voor alle zekerheid zal ik het eens aan Laura moeten vragen. De k, zo denk ik nu opeens, kan het ook niet zijn, want de Vlamingen gebruiken bijzonder graag de woorden kont en flikker. Kijk, hij zit daar in zijn blote flikker op die stoel, hoor ik ze al zeggen. Nee, ik weet echt niet op wat die voorkeuren voor bepaalde woorden zijn gebaseerd. Je ziet het, van kabbala heb ik in tegenstelling tot Madonna geen kaas gegeten.

Het stukje zou evenmin over Els Tibau gaan. Ik weet zelfs niet wat die naam hier komt doen. Ik ken helemaal geen Els Tibau. Waarschijnlijk heb ik hem onbewust geregistreerd toen ik in een krantenwinkel stond om er Uncut, Mojo en Magazine Littéraire te kopen. Het woord ‘girlwatch’ is terwijl ik daar aan de kassa stond waarschijnlijk samen met Els Tibau mijn onbewuste binnengeslopen. In ieder geval laat ‘girlwatch’ me niet meer met rust. Ik heb er de voorbije nacht zelfs van gedroomd. Ik was een kleine jongen op school en was stout geweest. Als straf moest ik duizend keer dat woord ‘girlwatch’ schrijven. Ik vond het geen erge straf, want elke keer als ik het woord noteerde zag ik Brigitte Bardot in bikini voor me. Bij het ontwaken vond ik het erg dat het Brigitte Bardot was geweest en niet Emmanuelle Béart of zo. (Maar Emmanulle Béart zou ongetwijfeld geen bikini aan hebben gehad. Er bestaat geen mooier bloot dan dat van deze actrice in de vier uur durende film La belle noiseuse van Jacques Rivette.) Een Front National-madame als de rimpelige BB is niet mijn cup of tea. Maar zo gaat dat met het onbewuste en met straf schrijven. Je kiest je eigen straf niet uit.
seks,sex,erotiek,letters,bloot,naakt,francesca vanthielen,els tibau,emmanuelle beart

Weet je wat? Ik denk dat ik helemaal geen stukje zou schrijven om succes te krijgen. Het zou te zeer als straf aanvoelen. En het leven zelf is al voldoende straf, in alle betekenissen van het woord.

22-04-07

STEMMEN, STEMMINGEN


isabelle huppert































In boeken, films, toneelstukken, ga ik zelden of nooit op zoek naar structuren. Ik laat me liever meeslepen door het narratieve, en betoveren door woorden, zinnen, beelden; af en toe zie ik een symbool en blijf dan even stilstaan bij de betekenis. Maar meestal glijd ik over de oppervlakte verder. Ik houd van originele uitdrukkingen en ‘echte’ dialogen. Ik houd van films waar niets in gebeurt; een mooi voorbeeld is In The Mood For Love van Wong Kar Wai. Natuurlijk gebeuren er wel allerlei dingen in die film, maar ik bedoel: er wordt niet geschoten, gevochten, gemoord, men loopt niet met grote machinegeweren rond, er verschijnen geen groene monsters, niets van dat alles. En ik kan dat allemaal missen. De films van Rohmer zijn ook een mooi voorbeeld. Daar wordt vooral in gepraat, en, vaak via de woorden, verleid. La collectioneuse, Le genou de Claire. Of de vele uren durende films van Jacques Rivette, zoals La belle noiseuse, over een schilder en zijn model. De schilder blijft aan de oppervlakte van zijn model, haar huid, haar ogen. Ja, haar ogen, de ogen van Emmanuelle Béart, een van de mooiste vrouwen van de wereld. 

Ja, ik blijf ook graag aan de oppervlakte. Ik ben geen intellectueel, wel een moreel mens. Ik denk en handel intuïtief. Ik hoef niet diep te graven om te weten wanneer iets verkeerd is, wanneer een mens slecht is. Is het een zesde zintuig? Alleszins weet ik meestal van een moreel slechte mens dat hij een moreel slechte mens is. Aan een kunstwerk zie ik ook vaak of het echt is of fake, zonder er eerst over te lezen. Het is wel prettig om er achteraf wat over te lezen. Om te vernemen wat ik nu eigenlijk heb gezien. Wat betekenden die rozen op de achtergrond, of die dode vogel op de voorgrond? Maar ik moet die betekenissen niet noodzakelijk allemaal kennen om van een werk te kunnen genieten. Ik ben geen intellectueel, ook al staat mijn kamer vol boeken en liggen ze nu al in stapels op de vloer en op de tafeltjes. Ik lees die boeken ook wel, maar louter voor het plezier van de tekst, voor het genot. Wijzer word ik er niet van, geloof ik. Ik blijf altijd dezelfde naïeve dromer. I don’t want to lose that teenage feeling. Het enthousiasme moet blijven, als dat er niet meer is, hoeft het voor mij niet meer. Ach, ik zal wel een hedonist zijn. Zou ik dat erg moeten vinden?

Ik houd ook zo van stemmen. Stemmen van actrices en acteurs in films. Delphine Seyrig in Le jardin qui bascule, die van Sami Frey in dezelfde film, de stemmen van Caroll Baker en Jean Simmons in The Big Country, de stem van Jean-Pierre Léaud in de Antoine Doinel-films van Truffaut. De stem van Arletty in Les Enfants du Paradis. De stem van Isabelle Huppert in La pianiste (en in alle andere films waar ze in meespeelt). De stem van Bruno Ganz in Der Amerikanische Freund. De stem van Willem Dafoe in Light Sleeper. De kinderstem van Brandon DeWilde in Shane. (Brandon DeWilde was later een goede vriend van Gram Parsons, en stierf net zoals zijn vriend op jonge leeftijd, zij het in zijn geval niet van de drugs maar in een auto-ongeval). Marlon Brando’s stem in Last Tango In Paris, in On The Waterfront. Sissy Spaceks verhalende stem in Badlands, die van Linda Manz in Days Of Heaven. Wat zou er met Linda Manz gebeurd zijn? Nooit meer iets van gehoord. Sam Shepard – in Days Of Heaven een man van weinig woorden - leeft alleszins nog. Hij speelt zelfs mee op de nieuwe cd van Patti Smith, nog zon’ bijzondere stem. Ja, natuurlijk ook de stemmen van zangers en zangeressen. De stem van Bob Dylan in Just Like Tom Thumb’s Blues. Die van Kris Kristofferson in Me And Bobbie McGee. De stemmen van The Be Good Tanyas. De stem van Chan Marshall. De stem van Eleni Mandell, de mooie stem van Françoise Hardy. De stem van Aretha Franklin in Try Matty’s, die van Billie Holiday in I Cover The Waterfront. De fictieve stemmen van Tess, Madame Bovary en Anna Karenina. De goddelijke stem van Teresa Salgueiro. Goddelijk bij wijze van spreken. Duizenden stemmen, miljoenen stemmen. Een oneindig aards en hemels koor dat over de aardse en hemelse liefde zingt en over een eeuwigdurend Pasen, een eeuwigdurende Summer of Love.

Foto: Isabelle Huppert.

16-06-06

DE GEEST VAN EMILY DICKINSON


emily-dickinson


Een ontmoeting met de geest van Emily Dickinson. Durf ik deze ervaring zo noemen? Een moeder met haar dochter, uit Amherst, Massachussetts gekomen. In de bus naar Elafonisi verklappen we elkaar onze vredesidealen, de oude en de nieuwe. “Je bent altijd welkom bij ons thuis, in Amherst”, zegt de moeder, “je moet wel je slaapzak meebrengen.” “Slapen op een houten vloer”.

Ik wandel alleen over het eiland, mijn vrouw is achtergebleven, bang voor de zeevogels. Tussen de rotsen zitten enkele naakte mensen, uit oudere tijden achtergebleven. Hun gezichten lijken op maskers. Ze hebben geen duidelijk geslacht.

In het zonlicht - heerlijk - begeef ik mij naar de kapel en zie haar daar - de moeder -, geknield, in oude Religieuze Extase. Ze zingt “Kyrie Eleison.” Ik sta in de deuropening, denk aan mijn maanden als misdienaar. Moet ik niet invallen? “Christe Eleison”? Ik zwijg. De moeder uit Amherst ziet me niet eens. Ik zou haar aan het schrikken brengen.

"Alles wat je hebt beleefd zal je je ook één keer herinneren".

Als ik de kapel verlaat, opnieuw de brandende zon – overweldigend. Reusachtige meeuwen vallen me aan. Neen, toch niet. Ze klapwieken met hun vleugels. Omineuze bewakers van het - mysterie. Voor het heilige – op de vlucht.

De moeder struikelt over een steen op het strand. Haar witte jurk, witte huid, bloedende knieën. Ze glimlacht als ze haar lang gewaad opschort tot boven de knieën. Dan wast ze haar wonden schoon met water uit de Libische zee.

Later eten we honinggebakjes en drinken - rode wijn. “Jullie zijn echt welkom in Amherst”, zegt de moeder nogmaals. De Griekse buschauffeur en de dochter, die Cricket heet, zitten - wat te flirten. De hemelse moeder en de aardse dochter. De renaissance komt weer tot leven. Ik ruik haar geuren en proef haar smaken. Haar extase zie ik ontstaan, in alle rust en vrede, zoals de geboorte van Venus.

’s Avonds in mijn hotelkamer in Chania, waar ik mijn strijd tegen de kakkerlakken heb gestaakt, kijk ik even door het raam naar de passanten beneden. De Griek en het meisje slenteren voorbij. Hun lichamen op weg - naar de goddelijke eenwording. Ik neem mijn vrouw in mijn armen. Met dit dak boven ons hoofd zijn we veilig voor het wit geweld van de vogels. Veilig - voor de leugens van god.

24-09-05

NAAKT IN EEN RODE LEREN JAS EN ANDERE HERINNERINGEN

 

naakt,ierland,oostende,thomas bernhard,damiaan de schrijver,theater,stan,leer,hamsun,galway,hoochiekoochie

De schitterende nazomer wekt herinneringen aan Ierland, de Aran-eilanden, met de fietstocht in de gietende regen, de heerlijke verveling in Roundstone, wandelen en fietsen in de zon in Doolin; in de pubs Guinness drinken en de ziel die opgetild wordt door de muziek. In Galway belden we aan op een verkeerd adres. Ik dacht dat dit het bed and breakfast-huis was waar we een paar keer zouden overnachten. De eigenaar toonde ons onze kamer, bood ons thee en koekjes aan. Ik had al een paar spullen uitgepakt. De man zei: jullie komen toch uit Londen. Nee, uit Brussel, moesten we hem teleurstellen. Zijn vrouw was op familiebezoek, zei hij. Had zich waarschijnlijk vergist, vermoedde hij. Ze had Londen en Brussel door elkaar gehaald. Dat was niet het geval. Ik had mij vergist. We moesten weer vertrekken. En op zoek gaan naar het juiste adres. Mijn schoenen had ik naast het bed laten staan. ’s Avonds moest ik nog eens terugkeren om die te gaan halen. Wat een mens allemaal meemaakt!

Twee keer kruiste een vrouw in een rode leren jas onze weg. Ze had open schoenen aan de voeten, je zag haar blote tenen. Ook haar benen waren bloot, en haar jas waaide even open, waardoor je een stuk van haar bloot bovenbeen te zien kreeg. Ik was ervan overtuigd dat ze naakt was onder haar jas. De tweede keer hield ze haar jas nadrukkelijk dicht, als om erop te wijzen: kijk ik ben helemaal naakt onder dit leder.

Als ik schrijf zoals nu besef ik dat mijn taalgebruik aangetast is door het werk voor de overheid. De ambtelijke taal, waar ik me altijd zo tegen verzet heb, heeft mijn geestelijke paden overwoekerd. Die titel van Knut Hamsun, zijn laatste boek, zogezegd, Langs overwoekerde paden, werd een paar jaar geleden met veel sarcasme uitgesproken, geroepen bijna, door Damiaan Deschrijver, de toneelspeler van Stan, in Alles is rustig. Een burlesk, nihilistisch, pessimistisch en bijzonder grappig stuk van Thomas Bernhard. De zwartgallige Oostenrijker. Wat had Thomas Bernhard een afkeer van de cultuur, die hij door en door kende en die hij als geen ander koesterde! Hoe was hij gedegouteerd, niet door Goethe, maar door de Goethe-vereerders, de Duitse cultuurminnaars, de schone zielen… Maar net zo goed was hij geobsedeerd door de ziekte en alle mogelijke lichamelijke kwellingen. Een verwante ziel. Met Knut Hamsun daarentegen voel ik mij niet verwant, wat mij niet belet zijn boeken geweldig te vinden.

naakt,ierland,oostende,thomas bernhard,damiaan de schrijver,theater,stan,leer,hamsun,galway,hoochiekoochie

12-06-05

CHARLOTTE RAMPLING, MON AMOUR


posing_0064

Een tijdje geleden wilde ik het nog hebben over de slaperige ogen van Charlotte Rampling, maar dat lukte niet meer omdat ik in slaap viel. Ook nu lukt het niet, wegens gebrek aan inspiratie. Misschien bestaan de woorden die je daarvoor nodig hebt niet eens. Ik zal het eens aan Patrick Conrad moeten vragen, als die nog leeft. Om mij te troosten zet ik hier dan maar een foto, waarop Charlotte Rampling's ogen heel goed te zien zijn.
 
Zo zijn we allemaal tevreden en kunnen we van onze welverdiende rust gaan genieten.