03-03-16

DUBBELGANGERS IN HET SPIEGELPALEIS

DSC_0249.JPG


Zal ik klagen of niet klagen, dat is de vraag. Het antwoord is dat gezeur geen zin heeft. Waar ik last van heb, hoofdpijn ’s morgens, lusteloosheid, vermoeidheid en dergelijke, doe ik mezelf aan. Het antwoord is dat ik naar buiten moet, onder de mensen, gesprekken voeren, naar concerten gaan, naar de bioscoop, theater, op café. Dat ik andere oorden moet opzoeken, reizen, mijn zorgen laten verdampen samen met de mist, ergens in een groots en troostend landschap. Of naar steden! Venetië, New York, Rome, Stockholm, Wenen (en de steden die ik bijna niet meer durf te noemen, zoals Boedapest, Praag, Krakau). Maar ik doe het niet. Ik blijf lekker thuis, wat lezen, wat schrijven, een film bekijken (op te klein scherm), wat liedjes beluisteren.

Andere jaren verbleven we in de winter een maand in Valle Gran Rey of Tazacorte, waar de lucht goed is en de mensen vriendelijk zijn. Altijd de nabijheid van de oceaan. Altijd het heilzame licht van de zon. Elke dag een stevige wandeling, ’s avonds vis en een glas witte wijn. Muzikanten op de kleine promenade, een jonge vrouw die op Janis Joplin lijkt zingt ‘Ol’ 55’ van Tom Waits.

Gisteren las ik in Knack een gesprek met kinderen, jongens van vijf tot vijftien die in trainingskampen alle technieken leren om 'ongelovigen' zo efficiënt en afschrikwekkend mogelijk te doden.
“Salem: 'Ze leerden ons hoe we wapens in en uit elkaar moesten halen en schoonmaken. En ook hoe we een explosievengordel moesten omdoen. Ze vertelden ons dat we naar het paradijs zouden gaan als we onszelf opbliezen. De mannen van het FSA (Vrije Syrische leger) waren kafirs, ongelovigen zeiden ze. Die moesten dood. Ook als er in onze familie mensen zaten bij de FSA moesten die dood, want dat waren ook ongelovigen.'”
Sandro_Botticelli_-_La_Carte_de_l'Enfer.jpg

Ik herlees ‘Aurélia of De droom en het leven’ van Gérard de Nerval. Het verhaal is een proeve van antipsychiatrie avant la lettre. Dat de verteller een aandoening die zich in de psyche voordoet 'ziekte' noemt vindt hij een vergissing, “want wat mijzelf betreft heb ik me nog nooit zo goed gevoeld. Soms dacht ik dat mijn energie en mijn activiteit verdubbeld waren; ik meende alles te weten en alles te begrijpen; de verbeeldingskracht bezorgde me grenzeloze verrukkingen.” ‘Aurélia’ is het verslag van een mystieke ervaring (of een psychose), van een aanval van wat nog niet zo lang geleden schizofrenie werd genoemd. De gespleten persoonlijkheid – bij Ronald Laing ‘the divided self’ – stemt overeen met het romantisch begrip van de dubbelganger. Ieder mens heeft een dubbelganger en wanneer hij hem ziet is de dood nabij. “Er schuilt in ieder mens een toeschouwer en een speler,” schrijft Nerval, “degene die praat en degene die reageert. De oosterlingen hebben daar twee vijanden in gezien: de goede en de slechte genius. Ben ik de goede of ben ik de slechte, vroeg ik mij af. In ieder geval staat de ander vijandig tegenover mij.”
0Félix_Nadar_1820-1910_portraits_Gérard_de_Nerval.jpg

Meer met de voeten op de grond maar even grote literatuur is ‘Jongensjaren’ van J.M. Coetzee, waar ik vandaag in begonnen ben. Literatuur als bewustzijnsverruimer en als geneesmiddel.

Gisteren ook nog een schitterend interview van Piet Piryns met Ilja Leonard Pfeijffer. Ik ken ‘de grote vriendelijke reus’ alleen maar van zijn gedichten. Nu ga ik zeker ook zijn proza lezen, met als startpunt ‘Brieven uit Genua’. Het hele gesprek is een plezier om te lezen, maar dit stukje, over authenticiteit, sprong er voor mij toch uit:
“Een van de grote consequenties van internet is dat het hele begrip authenticiteit problematisch is geworden. Daarom fascineert Facebook me ook zo, de verhouding tussen feit en fictie is een van de grote thema’s in al mijn boeken. Feit en fictie lopen steeds meer in elkaar over, ook in het dagelijks leven. Mensen kiezen in het restaurant bijvoorbeeld gerechten uit waarvan ze vermoeden dat die het goed zullen doen op Instagram. Facebook wekt de indruk dat het medium bedoeld is voor een ongegeneerd inkijkje in het dagelijks leven en dat het allemaal heel spontaan gaat, maar het tegendeel is waar: men is heel erg bewust bezig met de constructie van een identiteit en het creëren van een imago. Facebook is een spiegelpaleis van authenticiteit, waarin je kunt verdwalen.”

Feit en fictie als dubbelgangers, als elkaars spiegelbeeld, toeschouwer en speler, de goede en de slechte genius. Als we de technologie even wegdenken is er sinds Gérard de Nerval en de romantiek niet zo erg veel veranderd.

IDYLLEN.jpg

Afbeeldingen: La Gomera (Martin Pulaski, 2012); Sandro Botticelli, Kaart van de Hel; Gérard de Nerval (Félix Nadar).

20-02-16

ORDE VAN DE DAG*

hail 1.jpg

Nu weer de oude vertrouwde onrustige slaap, met om het half uur wakker worden om te kijken of het nog geen half acht is. Het is nog maar drie uur, half vier, et cetera. Over dat patroon maak ik me minder zorgen dat over een lange, diepe slaap waaruit ik me maar met moeite los kan rukken. Mensen zijn vreemde wezens, niets menselijks is ons vreemd.

Een vriend liet me een onbekend lied van the Byrds horen. Het stond op een tape die uit een grote witte magical mystery box kwam. Daar zat nog ander materiaal in, onder meer palimpsesten, teksten die van achteren naar voor waren geschreven, mystieke traktaten, kosmische muziek. De song zelf was mooier dan om het even wat the Byrds ooit op plaat hebben gezet, mooier dan ‘Draft Morning’ en ‘Hickory Wind’. Hij klonk ook als een palimpsest, meerlagig, met zang en instrumenten die in sommige gedeeltes achterstevoren waren gemixt. Toch was het geluid helder, transparant (niet als glas maar als vleugels van grote witte vlinders in de zon). Het was de ‘typische’ sound van the Byrds, maar nog meer pastoraal, met nog meer hunker, met een duidelijk uitgesproken verlangen naar eenwording met de natuur, met het Al – en daar tegenover de melancholie die het gevolg is van de onmogelijkheid van zo’n eenwording. De verscheurdheid van de mens die alleen staat in de natuur, zoals een personage op een doek van Caspar David Friedrich. Een verscheurdheid die met veel schoonheid - tedere en etherische geluiden, harmonieuze zangpartijen – wordt uitgedrukt, niet met brutaliteit, niet met geluidsterreur. Het lukte me om hier en daar een woord van de achterstevoren geschreven tekst te ontcijferen. Ik besefte dat ik hier de sleutel kon vinden voor de deur naar een andere vorm van waarnemen en ervaren. Maar dan had ik geduld nodig en tijd.

0notorious.jpg

Het is erg mistig maar je voelt dat de zon er al door wil dringen. Nog even wachten voor ik de ramen open. Frisse lucht in deze kamers.

Het is niet goed als de patronen die je dagen bepalen een routine worden. De herhaling - van altijd dezelfde handelingen op dezelfde uren van de dag - is een kwelling, een koud vuur dat je opbrandt zonder dat je er erg in hebt. Herhaling en routine maken je oud en moe. Maar anderzijds heb je discipline nodig om te kunnen werken, om ‘geestelijk’** te kunnen leven. Chaos maakt je net zo goed kapot als orde. Is het mogelijk de ene dag chaotisch te leven en de andere gedisciplineerd, de ene dag als een anarchist de andere als een emotionele fascist (om eens een uitdrukking van Elvis Costello te gebruiken)?
0frances-mcdormand-as-c-c-calhoun.jpg

Na lang geaarzel en nietszeggende argumenten pro en contra dan toch naar de cinema. ‘Hail, Caesar!’ van de gebroeders Coen. Ik heb van al hun films genoten, van hun stijl, hun humor, hun dialogen, van alles. Het meest van al van ‘Fargo’, in mijn ogen een meesterwerk van zwarte humor. Soms doet het werk van de broers me wat aan dat van Mel Brooks denken. Maar heb ik destijds niet veel van Mel Brooks gehouden? De Coens doen het echter allemaal nog beter. Niet alleen de humor, de satire en pastiche maar ook en vooral het verbeelden (in beeld brengen) van de tijd, van specifieke tijdsperiodes. Van ruimte in de tijd, van locaties en personages. En er is bij hen niet alleen maar humor en satire maar ook drama, passie en zelfs tragedie. In ‘Hail, Caesar!’ sprak de eigenlijke intrige, het Christus-verhaal zal ik het maar noemen, mij meer aan dan de ‘fragmenten’ – elk in een specifiek genre, melodrama, musical, western, zwemfilm – die er zijn in ingebed. Het maakt mij niet uit of dat verhaal ernstig mag genomen worden of niet, voor mij is het een mooi voorbeeld van een kleine heroïsche strijd tegen corruptie, verleiding, bedrog, zelfverlies. Het is niet nodig om in Jezus, de duivel of god te geloven om geraakt te worden door een passiespel. De fragmenten, pastiches van Hollywoodgenres zoals die in het begin van de jaren vijftig werden gedraaid, vond ik bijwijlen minder geslaagd. Zeker de musical ‘No Dames!’ had beter gekund. Waarschijnlijk was het budget van de regisseur van de matrozenfilm wat te klein om zo’n dansnummer tot in de kleinste details te verzorgen. Het is zelfs mogelijk dat de gebroeders Coen het zo bedoeld hebben. Het meeste pret heb ik beleefd aan de vergadering met de geestelijken waarin over de aard van god en Jezus wordt geredetwist, aan de bijeenkomst van de communistische scenaristen en aan de stukjes met Scarlett Johansson (voor mij voor altijd het meisje uit ‘Lost In Translation’, nu wel erg grofgebekt), Tilda Swinton (voor altijd de echtgenote van David Bowie) en Frances McDormand (voor altijd een zwangere politieagente).
Ik ging ervan uit dat ‘Hail, Caesar!’ een film voor het zogeheten ‘grote publiek’ was. Maar gelukkig is dat niet het geval. Alleszins heb ik geen geur van popcorn opgesnoven.
0tilda-david3.jpg

Op televisie ging het over de uitverkoop van de Europese Unie, het bedriegen en uitpersen van de Belgische bevolking, vooral van degenen die het financieel of op ander gebied moeilijk hebben, de grote meerderheid dus, en over de gunsten, geschenken en privileges van ‘onze’ regering voor de superrijken. Walgelijk spektakel. Escapisme is een tijdelijke oplossing, maar wat meer en meer noodzakelijk wordt is actie. Dat we eindelijk op straat komen en onze woede uiten, dat we eindelijk deze verdomde regeringen naar huis sturen en mensen verkiezen die ons werkelijk en rechtstreeks vertegenwoordigen.

...


*Stemmingswisselingen iii
**’Geestelijk leven’, is er iemand die die uitdrukking nog gebruikt?
Afbeeldingen: Scarlett Johansson; The Notorious Byrd Brothers; Frances McDormand; Tilda Swinton & David Bowie.

 

16-06-14

1958

expo58-bruxelles.jpg

Nadat ik vertrouwd was geraakt met het rumoer, met het onophoudelijke geklop, gehamer, gebonk van machines en motoren, die de stilte in mij verstoorden, de stilte die een aangeboren hoedanigheid leek, iets wat tot het wezen van ons zijn behoorde, een vaststelling die echter in tegenspraak was en is met het ritme van ons hart en met de onduidelijke geluiden die ons ongetwijfeld een gevoel van veiligheid hadden geschonken toen we nog in de baarmoeder vertoefden, geluiden waar het geronk van de scheepsmotor een echo van was, waardoor ik zo heerlijk kon slapen vroeg in de ochtend als mijn ouders al met het schip vertrokken waren, op weg naar een andere bestemming, naar een andere haven, moest ik van het ene moment op het andere wennen aan een nieuw geluid, dat van de bossen, het leven in de bomen, de takken, in de lucht daarboven en tussen de struiken en in het gras en op de bodem. Aan het gekwetter, getsjilp, getsjidik, geroekoe, gesnater, gekwek, gegak, gerikkekik, getsjirp, gekir, getjokkel, geoehoe, kortom, aan de duizenden geluiden van vogels, zoogdieren en insecten, en van honderden kinderstemmen: de kinderkolonie midden in het bos.

kinderdorprekem3.jpg

De breuk, want een overgang was het voor mij niet, werd niet alleen bepaald door geluid en ritme maar zeker ook door geuren en smaken en door de kwaliteit van de lucht. De geur van paddenstoelen, van varens die ouder leken dan de tijd, van dennenbomen, en van hun appels, van de moerassen, de rottigheid, van eikels en nutteloze bosvruchten, van de dode dieren, van onszelf, ons zweet en andere lichaamsgeuren, van oude matrassen; de smaak van een ander soort water, van bosbessen, van grenadine, van pap en alle viezigheden die we te eten kregen… Die breuk zal zeker traumatisch geweest zijn. Zij heeft er vooral toe bijgedragen dat ik aan een ernstige verlatingsneurose lijd, die met de jaren en mede dank zij psychoanalyse milder is geworden. Het is nog altijd mijn overtuiging dat rock & roll en literatuur mijn redding zijn geweest. Zonder die twee kunstvormen en mijn eigen passie had ik die grensoverschrijding waarschijnlijk niet aangekund. Dan was ik van het kinderdorp naar het gekkenhuis verhuisd, wat geen bruuske overgang zou zijn geweest – en het was in de buurt: het gesticht van Rekem, waar de vader van mijn latere boezemvriend als verpleger tewerkgesteld was. Gelukkig heeft Lou Reed ook in mijn geval gelijk: my life was saved by rock and roll. Wordt vervolgd.
kinderdorprekem9.jpg

16-06-12

PRIMROSE HILL

 

williamblake.jpg
William Blake

Op Primrose Hill zag William Blake een spirituele zon*. Wat is een spirituele zon? Alleen dichters zoals William Blake zelf, zoals Gérard de Nerval, Gerard Manley Hopkins en Lautréamont kunnen daar op antwoorden. Wat zeker is: een spirituele zon kan je verblinden maar kan je ook vanwege haar zwarte stralen in een diepe afgrond storten. Van William Blake is geweten dat hij zowel met engelen als met duivels converseerde. Dat deed hij thuis als hij even niet zat te schrijven, of als hij in zijn blootje in zijn tuin wat zat te dromen. Maar hij deed het op nog andere plaatsen in Londen – zoals op Primrose Hill.


Op 25 mei wandelde ik op mijn beurt naar Primrose Hill. Het was precies een jaar geleden dat ik in de spoedafdeling van het UZ Brussel was opgenomen en in allerijl werd geopereerd, waarna ik in een coma was terechtgekomen die veertien dagen heeft geduurd. Drie keer heeft de dood mij in die dagen in de ogen gekeken.

Op Bob Dylans eenenzeventigste verjaardag slenterde ik over Highgate Cemtery, vooral om er het graf van Karl Marx te bezoeken. Het leek of de man in het hokje waar de kaartjes (drie pond kosten die) werden verkocht op me had zitten wachten. Hoewel hij van Londen afkomstig was sprak hij perfect Nederlands. De meeste Vlamingen zouden het hem niet nadoen (ik heb sommige van hen in Paddington en elders bezig gehoord, ze lijken hun woorden uit te spuwen, zo’n minachting hebben ze voor onze mooie taal). “Geniet nog van de zonnige dag hier op ons mooie kerkhof”, zei de kaartjesverkoper.

’s Nachts had ik gedroomd dat er schorpioenen uit de parketvloer van ons appartement kwamen gekropen. Kleine, grote, reusachtige schorpioenen. Een beet van zo’n beest en je was dood. Degenen die ik het verhaal vertelde geloofden me niet. Of minimaliseerden het. Je hebt toch al heel lang schorpioenen bij ons, zeiden ze, zelfs in Limburg komen ze voor.

In de metro op weg naar Highgate Cemetery zag ik een gifgroen insect over de grijze vloer op me afkomen. Toen ik in Willesden Junction uitstapte zat het akelige beestje al ter hoogte van mijn knie op mijn jeans.

In de Whitechapel Art Gallery kocht ik een Engelse vertaling van ‘Panégyrique’, de merkwaardige autobiografie van Guy Debord.  De radicale denker weet dat zijn Frans zo klassiek, dus helder en duidelijk, is dat het perfect in andere talen vertaald kan worden. Al helemaal in het begin verwijst hij naar Li Po, de Chinese dichter die leefde en werkte tijdens de Tang-dynastie: “’Deceitful time hides its traces from us, but it goes swiftly by,’ writes the poet Li Po, who adds: ‘Perhaps you still retain youth’s light heart / but your hair is already white; and what use is complaining?’” En Debord voegt eraan toe: “I don’t intend to complain about anything, and certainly not about the way I have been able to live.”

Alles is vergankelijk. Die vergankelijkheid zit vol contradicties. Op Primrose Hill zat ik op een bank even uit te rusten (ik had de avond tevoren nogal veel bier gedronken in pubs). Een meisje kwam op me af en vroeg me uiterst beleefd of ze naast me mocht komen zitten op de brede bank. Iets dergelijks heb ik nooit meegemaakt. Als ik hier in Brussel op een bank zit, moet ik bijna naar de wapens grijpen om niet van mijn plaats te worden weggejaagd. Niet dat ik wapens bezit, maar ik denk er wel aan om me toch een keer naar de zwarte markt te begeven, waar ik me dan zo’n mooie Smith & Wesson zal aanschaffen. Want genoeg is genoeg, denk ik soms. Wat denk jij?
Wat later bovenop de heuvel, vanwaar je heel Londen kunt zien, joeg een arbeider met norse stem mij weg van de plek waar ik stond, net voor de inscriptie ‘William Blake’. Van die inscriptie wilde ik gewoonweg een foto maken. De arbeider was woest: ik had zo’n plastic rood en wit lint niet gezien en stond nu op verboden terrein, er lagen wat kiezelsteentjes die nog moesten bijeengeveegd worden. Ik verontschuldigde me, hij bleef me aankijken met bijna moordlustige blik.

Weer naar beneden wandelend, richting Chalk Fam, begreep ik wat William Blake bedoelde toen hij schreef dat hij zowel met engelen als duivels converseerde. Daar had ik Primrose Hill voor nodig, en de felle spirituele zon van 25 mei 2012.

 
*"Here Blake had the vision which he recounted to Crabb Robinson: "'You never saw the spiritual Sun. I have. I saw him on Primrose Hill.' He said, 'Do you take me for the Greek Apollo?' 'No!' I said. 'That (pointing to the sky), that is the Greek Apollo. He is Satan."" S. Foster Damon, A Blake Dictionary, Thames and Hudson, London, 1965.



30-09-11

ARCHAISCH GEVLOERD

Voor Lucebert.


Als van de luchtmens de adem gesnoerd

kent de engel alleen zijn adres

want weet hij niet af van de aanvang:

hoe zijn armen gestrekt, zijn handen gevouwen

in wat leek op een macaber gebed,

zijn alfa en omega belegen op de vloer?

De engel beheerst dezelfde woorden 

die hij beheerste, nadat hij ze bijviel -

tot barse stemmen ze kamen verwensen.

Zelfs 'genade' viel in slechte aarde,

alles archaïsch van generlei waarde.

...

Hoe heet je, vroeg hij, voor wie ik dit schrijf?

Deze parabel van bloed en tranen

waaruit purperen gif komt gevloeid

en de ziel voor altijd verbannen

naar een strafkolonie van dwazen.

Hoe heet je dan, duivel en engel?

Duizend namen genoemd, een blijft

in de kou liggen tussen de resten

van wat werd gekoesterd en nodig gehad.

Tussen wat niet langer gemist.

Smeulende asse in modder, in vuil.

 

(Al wat van goud is wordt verkwist.

Met parels tooien zich pooiers en dieven.)

21-02-08

ZONDERLINGE COMBINATIES

cultuur,tegencultuur,academia,john cale,frank zappa,bob dylan,paul celan,friedrich holderlin,combinaties,beat generation,geld,verzoekingen,filosofie,leopold flam,mystiek,william blake,popcultuur,protest

Het is zondag in mijn hoofd als ik ‘dingen’ kan en mag combineren. De combinatie van John Cale / Friedrich Hölderlin, gisteren, lag niet voor de hand. Maar ‘Hanky Panky Nohow’ op de iPod zorgde voor een kortsluiting in mijn gedachtestroom met als resultaat de tekst ‘Jubel en waanzin’.

T
oen ik filosofie studeerde aan de VUB, in het begin van de jaren zeventig, legde ik ook al zulke verbanden in scripties. Professoren vroegen zich dan af wie bijvoorbeeld Ray Davies of Frank Zappa was. Professor Leopold Flam bleef Bob Dylan met Dylan Thomas verwarren. Misschien zeg je nu, hij is weer bezig zijn 'pioniersrol' te benadrukken - o ijdele Pulaski! - maar in die dagen werd nergens hoge cultuur met lage cultuur in verband gebracht, zeker niet aan universiteiten. Ik denk dat de begrippen hoge en lage cultuur nog niet waren uitgevonden. Is het trouwens niet schandalig dàt ze zijn uitgevonden? Lage cultuur, stel je voor. De tegencultuur van die tijd - en de mogelijke tegencultuur van nu - is op zijn minst even hoog als de gevestigde cultuur. Het is met culturen zoals William Blake het formuleert in verband met godsdiensten: "All religions are one". Geleerde heren – geleerde dames waren er nog niet veel – beschouwden tot nog niet zo lang geleden populaire muziek als iets laags, iets waar geen plaats voor was in Academia. Die geleerde heren hadden natuurlijk ‘Venus In Furs’ niet gehoord, of ‘Sad Eyed Lady Of the Lowlands’; ze hadden Jules Deelder niet horen voorlezen. Zelfs Allen Ginsberg, Jack Kerouac en William Burroughs werden niet als volwaardige dichters en schrijvers aanvaard. Als er al over gesproken werd. Op de lagere school hadden schoolmeesters mij al geleerd dat Picasso een knutselaar was, “dat kan een klein kind ook”.

Nu is alles anders, natuurlijk. Alles is cultuur, alles is het bestuderen waard, alles behoort tot het spektakel en alles is vermakelijk. Buiten de wet leven en toch eerlijk zijn, zoals Bob Dylan zong, dat gaat niet meer. Er is maar een globale wet en dat is die van het geld, en wie binnen die wet leeft is niet eerlijk. Buiten de wet sterf je zeer waarschijnlijk van honger of dorst. Elke cultuurvorm wordt opgevreten door de grote geldmachine, elk werkelijk opstandig individu wordt gebroken. Misschien – en dat hoop ik – zijn er desondanks nog tegenstemmen, zoals Hölderlin destijds, en later Paul Celan, die weerstand bieden. Maar ik ken ze niet. Waar houden ze zich op? Wat zijn hun drijfveren? Zullen ze nog in staat zijn het tij te keren? Of is het allemaal Hanky Panky?

In afwachting maak ik mystieke wandelingen naar de Delhaize en terug. Onderweg beschouw ik als iconen de reclamepanelen en overal om mij heen zijn verzoekingen. Maar als een echte heilige zeg ik ‘noli me tangere’ en loop verder, met mijn hoofd in wolken muziek. ’s Nachts vecht ik tegen monsters, die mijn ratio keer op keer weer loslaat uit hun cellen. ’s Morgens, van het vechten moe, sta ik mijn verlangen stapvoets af aan de wetten van de werkelijkheid. Medicijnen en koffie helpen mij om die wrede grens te overschrijden. Want een pionier ben ik al lang niet meer. Nee, ik ben mezelf niet, ik behoor anderen toe. Deze tijd die de mijne is, is de mijne niet werkelijk.