07-11-17

EEN MEXICO VAN HET HART

alfredo garcia_edited.jpg

“Solitude is the profoundest fact of the human condition. Man is the only being who knows he is alone, and the only one who seeks out another. His nature - if that word can be used in reference to man, who has ‘invented’ himself by saying ‘no’ to nature - consists in his longing to realize himself in another. Man is nostalgia and a search for communion. Therefore, when he is aware of himself he is aware of his lack of another, that is, of his solitude.”
Octavio Paz, The Labyrinth Of Solitude.

Ik herinner mij een rit met de Greyhound van San Antonio in Texas naar Laredo, een stadje gelegen op de Noordelijke oever van de Rio Grande. Aan de overkant, in Mexico, ligt Nuevo Laredo, dat ik kende van een Tex Mex-liedje van the Sir Douglas Quintet. In Laredo vluchtte ik vanwege de verzengende hitte meteen een hotel in waar de koelte van de lobby mij voor een gewisse dood behoedde. Ik dacht aan The Streets 0f Laredo van Johnny Cash, voor mij een van zijn mooiste songs, hoewel hij het niet zelf heeft geschreven. I spied a young cowboy all dressed in white linen. Daarna te voet de streng bewaakte grens over. Bedelaars, dealers, hoeren, tandartsen, slechte tequila. Nuevo Laredo, Mexico.

Ik herinner mij de films van Sam Peckinpah, Pat Garrett and Billy the Kid, The Wild Bunch en vooral The Getaway, waarin  Steve McQueen en Ali McGraw, met de hulp van Slim Pickens, kunnen ontsnappen naar Mexico. In weinig films loopt het met misdadigers  zo goed af. Het is niet toevallig dat Dan Stuart van de rockgroep Green On Red Slim Pickens in een van zijn songs bij naam noemt. Dan Stuart heeft het wel vaker over zulke karakteracteurs, ook over Warren Oates, hoofdrolspeler in Bring Me The Head Of Alfredo Garcia, ook van Peckinpah. Oates doorkruist in die film Mexico, met het bewuste hoofd in een vuile linnen zak, bebloed, vol vliegen. Hijzelf ook stinkend van het zweet, bebloed, onder de vliegen. Zijn van de Mexicaanse hitte en moordlust op hol geslagen blik.

Ik herinner mij de Border Trilogy van Cormac McCarthy. All The Pretty Horses, The Crossing, Cities of the Plain. Tragische liefdesavonturen in het woeste Noorden van Mexico. Paarden, vacqueros (in enkele Noord-Amerikaanse staten heten ze buckaroos), bandieten. De mythische deelstaten Sonora, Chihuahua, Durango. Bob Dylan’s Romance In Durango, gedeeltelijk geïnspireerd door zijn samenwerking met Peckinpah. En net als Elvis trekt Dylan naar Acapulco, om er fun te beleven. Op zoek naar goedkope cocaïne, hoeren, pokerpartners?
Fun-In-Acapulco.jpg

Tientallen films herinner ik mij over het labyrint van de eenzaamheid, zoals begenadigd dichter Octavio Paz het land noemt. John Hustons The Treasure Of The Sierra Madre. Met Walter Huston en Humphrey Bogart. Hebzucht stort de goudzoekende antihelden in de afgrond. Niet alleen koorts leidt naar het inferno. “Hell is my natural habitat,” zijn de woorden van Geoffrey Firmin, de aan alcohol verslaafde Consul uit Quauhnahuac (Cuernavaca), in Mexico – uit de sublieme roman Under The Vulcano van Malcolm Lowry, een auteur die zich heeft doodgedronken in Mexico en elders. John Huston heeft het boek verfilmd, een moeilijke opdracht, ook al kon hij over Albert Finney beschikken voor de rol van de Consul. Een indrukwekkende Canadese documentaire uit 1976: Volcano: An Inquiry Into the Life and Death of Malcolm Lowry, van Donald Brittain en John Kramer. Met Richard Burtons stem als hoofdacteur.
MALCOLM LOWRY.jpg

Ik vermeld terloops nog John Sayles’ kleine maar sterke film Lone Star, gesitueerd in het grensstadje Frontera in Texas. Een originele en kritische kijk op de problemen van zo’n melting pot. Met een prima soundtrack, die mij vertrouwd maakte met de liederen van Lydia Mendoza.

Mexico is tegelijk reëel en een verzinsel. Alleen al de muziek uit en over dat land zit barstensvol stof waar je dromen van gemaakt zijn. Of verhalen. Je ontmoet er bizarre mensen, engelen, duivels, uit de echt gescheiden gokkers; je gaat op uitstap naar Laredo, Ciudad Juarez, Acapulco, Tijuana; er is Amor en de taal van de liefde, extase, uitputting, hitte, seks, verdovende middelen, moordlust, wanhoop, eenzaamheid.  Je zwerft door grensstadjes in Arizona, Californië en Texas. Slangen, woestijn, tequila, mezcal, zwetende paarden, macho’s met gevaarlijke messen en machinegeweren. De hel en de hemel op aarde. Mexico City Blues van Jack Kerouac. Neonlicht. Lost highways. Mexicaanse country & western. Een Mexico van de verbeelding. Een Mexico van het hart.
nuevo laredo, mexico II (2).jpg

Afbeeldingen: Warren Oates in 'Bring Me the Head of Alfredo Garcia' (Sam Peckinpah); Elvis Presley in 'Fun In Acapulco' (Richard Thorpe); Malcolm Lowry; Nuevo Laredo (Martin Pulaski)

07-10-17

ZERO DE CONDUITE: TALK IS CHEAP

rain parade.jpg


Zéro de conduite is een sfeervol, meestal thematisch programma gewijd aan popcultuur op Radio Centraal in Antwerpen. Elke eerste zaterdag van de maand, van 6 tot 8 ’s avonds. Een muzikaal evenement voor anderhalve bakvis en drie forellenkoppen. Uniek in het zich steeds verder uitdijende multiversum. Stem af op 106.7 FM. 


Je kunt Zéro via 
streaming beluisteren. Hier vind je meer informatie over de zender en de andere radiomakers.  
the_pretenders-pretenders 2.jpg

Vanavond gaan we praten, want ‘talk is cheap’ en conversaties zijn heilzaam voor lichaam en geest. Zelf praten we zo weinig mogelijk, we laten dat aan de liedjes over, die doen dat welsprekend en meestal met welluidende stem. Al dat gepraat is nergens goed voor, zou je echter kunnen opwerpen. Veel beter te zwijgen en te luisteren naar de stilte, zoals Van Morrison en andere mystici ons aanraden. Maar er zijn uitzonderingen, zeker als het gepraat zo melodieus is als dat van Chrissie Hynde of Bobby Charles, zo opzwepend als dat van the Undertones en the Small Faces, zo psychedelisch als dat van the Rain Parade en Green On Red. Om maar enkele voorbeelden te geven. O ja, en wat dacht je van het gepraat in de juke joints en de honky tonks? Sfeervol toch? Hypnotiserend zelfs.

Veel luisterplezier!

(Om het allemaal wat verrassend te houden verklap ik de songkeuze nog niet. De playlist verschijnt hier morgen.)
hypnotised.jpg

Research, presentatie en techniek: Martin Pulaski

16-08-17

HOE IS HET ZO VER KUNNEN KOMEN MET DE WERELDGEEST?

272.JPG

Alles oké? Met wij wel, ja, dank je. Maar ik weet niet of iedereen er zo over denkt. Dat is uiteraard onmogelijk. Je weet nooit precies wat anderen over je denken. Maar soms hoor je al eens iets. En soms trek je uit wat je hoort al eens conclusies.

Het komt me voor dat je mij oké vindt zolang ik me maar met muziek bezig houd of me aan je toon in de gedaante van een romantische dromer. Als ik echter een wat politiek getinte uitspraak doe, wat niet vaak gebeurt (en ik denk dat ik dat al jaren bedachtzaam en genuanceerd doe), dan ben ik in jouw ogen, en in die van vele onzichtbare en naamloze anderen, opeens een linkse positivo. Je gaat nog niet zo ver mij erop te wijzen dat ik mijn ‘pilleke’ vergat te nemen, wat eveneens tot de mogelijkheden behoort. Ja, dat is al eerder gebeurd. Maar je noemt mij wel een linkse positivo, een naïeve en wereldvreemde dromer. Kortom, je vindt me dan niet oké.

Het eigenaardige is dat ik mijn vlucht in muziek, literatuur, kunst net een beetje wereldvreemd vind. Dat ik meer van de wereld word als ik op wereldse zaken inga. Niet dat muziek, kunst en literatuur negatieve krachten zijn, integendeel. Maar de kans lijkt me kleiner om de wereld en de realiteit dichter te benaderen via een of andere kunstvorm dan via kritisch denken. Jij echter noemt kritisch denken iets wat linkse positivo’s doen. Een pleidooi houden voor solidariteit en mededogen met ‘de anderen’ betekent voor jou dat ik me laat misleiden. Een pleidooi houden voor begrip voor vluchtelingen is dom. Want die vluchtelingen zijn lang niet allemaal vluchtelingen. Je lijkt te denken dat zij een leger vormen, een veroveringsleger. Binnen de kortste keren hebben ze van onze mooie vredelievende Westerse naties één groot kalifaat gemaakt. Wie zich niet aan de wetten van de sharia  onderwerpt belandt in een concentratiekamp. De plannen voor een islamitische endlösung voor ons, andersdenkenden, liggen al op tafel.  Dat zie ik je zo denken.

Vergeef me, maar dat vind ik nu net wereldvreemd. En stug en gesloten en eigenlijk ronduit onnozel. Het is niet nodig om meer dan drie behoorlijke geschiedenisboeken te lezen om tot dat inzicht te komen. Maar opgelet, inzicht is een typisch kenmerk voor linkse positivo’s.

Laat mij het nog even subjectief bekijken. Ik ben nooit een marxist geweest, noch een marxist-leninist, noch een maoïst. Al beweerde in de vroege dagen van dit blog een zekere Marlon Vanco – wat zou er met die moraalagent gebeurd zijn? – dat ik net wél een maoïst was. Waarom? Hij had op een foto gezien dat er in mijn appartement een poster van Voorzitter Mao aan de muur hing. Begin jaren tachtig, in New Wave Antwerpen. Een Mao die we een strikje hadden omgedaan. Elio Di Rupo moest toen nog aan zijn politieke carrière beginnen. Mijn vriendin en ik, polymorf pervers als we waren, vonden het subversief om voor het portret van de Voorzitter – met een strikje om – naaktfoto’s te maken.  Zo’n maoïst was ik. En links? Links is een hol woord. Een hol woord door uitgeholde mensen gebruikt als scheldwoord, als veroordeling, als een eerste stap in de richting van hun stappenplan voor minder democratie. Ik ben niet links en niet rechts. Een enkeling, dat is wat ik ben. Een enkeling voortdurend op zoek naar een gemeenschap. Een gemeenschap, ja. (Zeg nu niet dat ik niet weet wat een gemeenschap is, dat ik in een ivoren toren verblijf en van die dingen.)

En positief ben ik evenmin. Psychologen zouden mij een negativist, een piekeraar, een hypochonder, een melancholicus noemen. Alleszins ben ik diep pessimistisch. Ik maak me veel zorgen over mezelf, maar ook over jou, en eigenlijk over iedereen die ik ken en zelfs over iedereen die ik niet ken. Hoe is het zover kunnen komen met de wereld, met de mensen, met de wereldgeest?


Maar weet je wat? Ik geloof nog steeds dat het tij kan keren. Jazeker. Er zijn altijd tekens, er zijn altijd opflakkeringen van het goede. Dat zie, voel, hoor ik elke dag. Zelf noem ik me helemaal niets, maar mocht jij me iets willen noemen mag dat een ‘optimistische pessimist’ zijn. Dat ben ik altijd geweest, denk ik. En optimistische pessimisten zijn mij het dierbaarst, al doe ik mijn uiterste best om zoveel mogelijk anderen niet alleen het licht in de ogen te gunnen, maar te aanvaarden en te begrijpen. Of dat voldoende is weet ik niet.



[Een genuanceerd antwoord op de vraag ‘Alles oké?’ zou zo kunnen luiden: nee, zeker niet. Althans met mij niet. Zolang het met jou niet goed gaat, gaat het met mij ook niet goed.]

01-07-17

ZERO DE CONDUITE: MISSING YEARS

La-Chute-de-la-Maison-Usher-2.jpg

Zéro de conduite is een stemmingsafhankelijke, twee uur durende populaire popcyclus op Radio Centraal in Antwerpen. Elke eerste zaterdag van de maand, van 6 tot 8 ’s avonds. Een muzikaal evenement voor anderhalve man en een paardenstaart. Uniek in het zich steeds verder uitdijende multiversum. Stem af op 106.7 FM. 
Je kunt Zéro via streaming beluisteren. Hier vind je meer informatie over de radio.

howlin-wolf-549fc26c69bdf.jpg

Als je het leven als een aaneenschakeling van jaren bekijkt is het angstwekkend kort. Dan zijn we niet beter af dan bloemen of vlinders. De vraag is of we hoe dan ook wel beter af zijn. Maar het lijkt me alleszins een beter idee om het leven anders te zien. Er is geen sprake van chronologie en lineaire tijd. Er zijn momenten, ogenblikken, extases; een kus kan oneindig lijken te duren. Je vergeet de tijd.
Een verjaardag maakt mij altijd melancholisch. Op het eerste zicht toch: weer een jaar voorbij. Maar als ik dan terugdenk aan wat ik allemaal heb gedaan en had kunnen doen, lijkt dat jaar veel rijker te zijn dan een jaartal.
Waarom een programma maken over de jaren? Omdat het thema me een week of zo geleden werd aangereikt. Ik had eerst aan iets anders gedacht, was vervolgens in slaap gevallen en bij het ontwaken was ik vergeten wat het was. Op mijn nachtkastje zag ik ‘The Years’ van Virginia Woolf liggen. Dat is een goed alternatief, dacht ik, de jaren. Ik hoef niet langer te zoeken. Nu alleen nog een keuze maken. Ik kwam al gauw aan zeven uur songs, nog geen jaar, maar toch… Ik had er een jaar over kunnen doen om een ultieme selectie van twee uur te maken, maar ik moest genadeloos zijn. Zéro de conduite duurt maar twee uur. Maar kijk, ook dat is relatief. Laat ik ervan uitgaan dat het twee lange uren zullen zijn, niet van verveling, maar van eindeloos genot. Luistergenot.


Met liefde opgedragen aan mijn oude vriend Yves Anné (artiestennaam Yves Year), overleden op 19 juni 2011. 2011 was een rampzalig jaar. Denk maar aan Fukushima, denk maar aan de Arabische ‘revolutie’.

prine-john-504f0b3c8b667.jpg

Here We Are In The Years - Neil Young – Neil Young (First Album) - Neil Young - 1969

1975 - Gene Clark - White Light - Gene Clark - 1971

100 Years - Nancy Sinatra – Nancy In London - Lee Hazlewood - 1966

Paris 1919 - John Cale - Paris 1919 - John Cale - 1973

1914 - Randy Newman - Guilty ~ 30 Years of Randy Newman  - Randy Newman - 1990

1941 - Harry Nilsson - Pandemonium Shadow Show - Harry Nilsson - 1967

1921 - The Who - Tommy - Pete Townshend - 1969

Heaven Is 10 Zillion Light Years Away - Stevie Wonder - Fulfillingness' First Finale - Stevie Wonder - 1974

Golden Years - David Bowie - Station To Station - David Bowie - 1976

100 Years Ago - The Rolling Stones - Goats Head Soup – Jagger, Richards  - 1973

Roll Back The Years - Rainer Ptacek With Joey Burns & John Convertino - Roll Back The Years – Hank Williams - 2011

Long And Wasted Years - Bob Dylan - Tempest - Bob Dylan - 2012

Five Long Years - Freddie King - Getting Ready... - Eddy Boyd - 1971

Fifteen Years - Jimmy Reed - At Soul City – Jimmy Reed - 1964

How Many More Years - Howlin' Wolf - The Genuine Article – Chester Burnett (aka Carl Germany) - 1951

Wasted Years - Van Morrison - Too Long In Exile - Van Morrison - 1993

Frank's Wild Years - Tom Waits - Swordfishtrombones - Tom Waits - 1983

One Hundred Million Years - M. Ward - Hold Time - M. Ward - 2009

1968 - Dave Alvin - Blackjack David – Dave Alvin, Chris Gaffney - 1998

Jesus The Missing Years - John Prine - The Missing Years - John Prine - 1991

Bride 1945 - Paul Siebel - Woodsmoke & Oranges - Paul Siebel - 1970

Texas 1947 - Guy Clark - Old No. 1 - Guy Clark – 1975

Let's Turn Back The Years - Waylon Jennings - Dreaming My Dreams – Hank Williams - 1975

First Year Blues - Hank Williams - The Lonesome Sound Of Hank Williams– Ernest Tubb - 1959

Seven Years With The Wrong Woman - Eddy Arnold - All-Time Hits from the Hills - Bob Miller - 1952

A Good Year For The Roses - George Jones – George Jones With Love – George Jones - 1971

Oh So Many Years - The Everly Brothers – Songs Our Daddy Taught us  – Frankie Bailes - 1958

A Hundred Years From Now - Elvis Presley - I'm 10,000 Years Old - Earl Scruggs, Lester Flatt - 1971

One Hundred Years From Now - The Byrds - Sweetheart Of The Rodeo – Gram Parsons - 1968

In The Summers Of His Years - Bee Gees - Idea - Barry, Robin & Maurice Gibb - 1968

Happenings Ten Years Time Ago - The Yardbirds - Roger The Engineer – Jeff Beck; Jim McCarty; Jimmy Page; Keith Relf - 1966

1983...(A Merman I Should Turn To Be) - The Jimi Hendrix Experience - Electric Ladyland - Jimi Hendrix - 1968

I'm Five Years Ahead Of My Time - The Third Bardo - Nuggets: Original Artyfacts From The First Psychedelic Era, Vol. 3 - Victoria Pike, Rusty Evans – 1967

tomwaits-main.jpg

Bonus tracks:

1969 - The Stooges - The Stooges - Iggy Pop - 1969

This Year's Girl - Elvis Costello & The Attractions - This Year's Model - Elvis Costello - 1978

1959 - Patti Smith – Peace and Noise -  Smith, Shanahan - 1997

These Important Years - Hüsker Dü - Warehouse: Songs And Stories – Bob Mould - 1987

Reelin' In The Years - Steely Dan - Can't Buy A Thrill - Donald Fagen, Walter Becker - 1972

The Susan Years - Clear Light - Clear Light (bonus track) – Clear Light - 1967

Forty Years - Let's Active - Every Dog Has His Day - Angie Carlson, Mitch Easter - 1988

1917 - Emmylou Harris - Songbird - David Olney - 1999

Sleep A Million Years - Vetiver - A Thing Of The Past - Dia Joyce - 2008

The Bright New Year - Bert Jansch - Birthday Blues - Bert Jansch - 1969

After All These Years - T-Bone Burnett - Proof Through The Night - T-Bone Burnett - 1983

Last Year's Man - Leonard Cohen - Songs Of Love And Hate - Leonard Cohen - 1971

Nancy-sinatra.jpg


Research, presentatie, techniek: Martin Pulaski

 

03-06-17

ZERO DE CONDUITE: KEEP ON TRYING

BigStar_1Record(LP).jpg


Zéro de conduite is een stemmingsafhankelijke, twee uur durende populaire popcyclus op Radio Centraal in Antwerpen. Elke eerste zaterdag van de maand, van 6 tot 8 ’s avonds. Een muzikaal evenement voor anderhalve man en een paardenstaart. Uniek in het zich steeds verder uitdijende multiversum. Stem af op 106.7 FM. 

Je kunt Zéro via streaming beluisteren. Hier vind je meer informatie over de radio.

 smokey-robinson.jpg

“Ever tried. Ever failed. No matter. Try again. Fail again. Fail better.” Samuel Beckett in “Westwards Ho”.

Ik schrijf deze korte inleiding op mijn verjaardag (gisteren). Het is een moment waarop je je leven overziet maar, zeker op mijn leeftijd, waarop je eveneens beseft dat het niet meer zo heel lang zal duren. Hoe dan ook duurt een leven nooit lang. Dat we moeten sterven betekent dat we altijd zullen falen. Niets zal ooit helemaal af zijn. Maar moeten we niet blijven proberen, ook al weten we dat het weinig of geen zin heeft?

Een kunstwerk, een gedicht is nooit af. Op een gegeven moment zegt de kunstenaar: nu is het genoeg geweest. En dat zal wel zo zijn. Maar het is een vorm van falen. Ik heb geprobeerd, maar het is me niet echt gelukt. Laat me maar met iets nieuws beginnen. En dan mogelijk opnieuw falen. De grootste kunstenaars laten dat falen zien of horen. Maar het falen betekent dat ze hard gewerkt hebben, dat ze iets groots geprobeerd hebben. Ik denk nu aan schilders als Francis Bacon, Lucian Freud en schrijvers als Marcel Proust en Robert Musil, scheppers van geniale probeersels.

De kunst zit niet zozeer in het falen, ook niet in het ‘beter falen’ van Beckett, maar in het proberen en in het opnieuw kunnen beginnen. En dat is wat we hier ook doen: proberen en opnieuw beginnen. De helaas niet eeuwige herhaling van net niet hetzelfde. Tijdgebonden variaties op thema’s.

Veel luisterplezier!

spirit in the dark.jpg

Trying To Get To You - Elvis Presley - Sunrise - Elvis Presley - 1955

Try Again - Big Star - #1 Record - 1972

Some Things Never Try - Jason Molina - Let Me Go, Let Me Go, Let Me Go - 2006

Trying To Get To Heaven - Bob Dylan - Time Out Of Mind - 1997

Tryin' to Let the Angels Know - Chip Taylor - The Little Prayers Trilogy - 2014

Die Tryin' - Guy Clark - Cold Dog Soup - 1999

Why Don't You Try - Leonard Cohen - New Skin For The Old Ceremony - 1974

Everything Trying - Damien Jurado - Caught In The Trees - 2008

Trying To Find A Home - Tindersticks - Waiting For The Moon - 2003

Sister Let Them Try And Follow - Dirty Three - She Has No Strings Apollo - 2003

Try - Jason Isbell - Sirens Of The Ditch - 2007

Trying So Hard To Forget - Fleetwood Mac - Mr. Wonderful - 1968

Trying To Get Back On My Feet - Sonny Boy Williamson - More Real Folk Blues - 1963

Try Me - James Brown - Star Time - 1958

Try A Little Tenderness - Otis Redding - Atlantic Rhythm & Blues Vol. 6 (1947-1974) - 1991

You Can Make It If You Try - Gene Allison - The Story Of Vee-Jay - 2002

Try It Baby - Marvin Gaye - That Stubborn Kinda' Fellow - 1963

I'll Try Something New - Smokey Robinson & The Miracles - 'll Try Something New - 1962

Try Love – Dori Grayson - Dave Godin's Deep Soul Treasures Volume 1 - 1967

Try (Just A Litte Bit Harder) - Lorraine Ellison - Stay With Me - 1969

Try Matty's - Aretha Franklin - Spirit In The Dark - 1970

Try It Again - Bobby Byrd - What It Is! Funky Soul And Rare Grooves 1967-1977 - 1973

I'm Through Trying To Prove My Love To You - Bobby Womack - Take Me to The River: A Southern Soul Story 1961-1977

Trying To Make A Fool Of Me - The Delfonics – The Delfonics - 1970

Gonna Keep On Tryin' Till I Win Your Love - The Temptations - Cloud Nine - 1969

I've Been Trying - Curtis Mayfield & The Impressions - Keep on Pushing -1964

Trying To Live My Life Without You - Brinsley Schwarz - Surrender To The Rhythm - 1974

I Won't Try to Put Chains on Your Soul - Jackie DeShannon - Jackie - 1972

Try Some, Buy Some - Ronnie Spector - The Very Best Of Ronnie Spector - 2015

Try A Little Bit - Lovin' Spoonful - Everything Playing - 1968

To Try For The Sun - Donovan - Fairytale - 1965

Keep On Trying - The Outsiders - Strange Things Are Happening: The Complete Singles 1965-1969 – 2002

Try And Stop Me - The Creation - Our Music Is Red With Purple Flashes - 1998

Why Try - Kaleidoscope - Side Trips - 1967

No Good Trying - Syd Barrett - The Madcap Laughs - 1970

Try Me On For Size - The Electric Prunes - Electric Prunes - 2013

You Didn't Try To Call Me - Frank Zappa & The Mothers of Invention - Freak Out! – 1966

Chip Taylor prayers_2.jpg

Bonus Tracks

Going To Try - Ten Years After - Stonedhenge - 1968

Try It - The Hollies - Butterfly - 1967

Try It - The Standells - Try It - 1967

Keep On Trying - Clover - Fourty Niner - 1971

Try - Crazy Horse - Scratchy: The Complete Reprise Recordings 1971-'73 Vol. 1

Try Not To Breathe - R.E.M. - Automatic For The People - 1992

Try Not To Look So Pretty - Dwight Yoakam - This Time - 1993

Try To Sleep - Low - C'mon – 2011

jackie deshannon.jpg

 

Research, techniek en presentatie: Martin Pulaski

23-05-17

GEDUCHT

le-redoutable-image-1.jpg

Vanmorgen luisterde ik naar ‘50’ van Michael Chapman, de mooiste plaat van het jaar. Hoewel ik me herinner dat ik nooit meer de adjectieven ‘mooiste’ en ‘beste’ zou gebruiken. Echter, jezelf tegenspreken kan geen kwaad.
Een paar weken geleden stapte ik na zijn optreden op Michael Chapman af. Een muzikant aanspreken doe ik maar zeer zelden, maar nu kon ik niet anders. Ik vroeg me echter meteen af wat ik hem dan wel te zeggen had. En is zoveel verdriet en zoveel pijn in de wereld en er zijn nog maar zo weinig dingen die er toe doen. Muziek biedt meestal troost, maar dat is een gemeenplaats.
‘I admire your albums since the early seventies’, zei ik.
Chapman keek me onderzoekend en nogal vrolijk aan – hij had rode wijn staan drinken -  en antwoordde: ‘Well, we all have our problems, haven’t we’.
Op weg naar huis dacht ik, humor is de grootste wijsheid.

De grote zaal in Cannes moest wegens bomalarm worden ontruimd. Dat gebeurde tijdens de vertoning van de film ‘Le redoutable’ van Michel Hazanavicius. Hij gaat over Jean-Luc Godard en Anne Wiazemsky en is gebaseerd op twee schitterende autobiografische werken van de actrice/schrijfster, ‘Une année studieuse’ en ‘Un an après’. Het tweede boek beschrijft onder meer de invloed van mei 1968 op het huwelijk van Godard en Wiazemsky. Godard was een van de regisseurs die het festival van Cannes in 1968 saboteerden. (François Truffaut, Jean-Luc Godard en Louis Malle verschansten zich in het Palais des Festivals in Cannes en vroegen de stakende massa: "Faut-il arrêter le festival?". Het festival vond uiteindelijk plaats in een afgeslankte versie.) Zou het kunnen dat hij – of Anne Wiazemsky – nu een valse bommelding heeft gedaan? Gewoon voor het plezier of om, zoals wel vaker, dwars te liggen?
Overigens verwijst de titel van de film naar een uitspraak in ‘Une année studieuse’ die Godard en Wiazemsky als een soort van code gebruikten: ‘Ainsi va la vie à bord du Redoutable.’ Le Redoutable was de eerste nucleaire duikboot van het Franse leger.

MICHAEL CHAPMAN.jpg

 

04-03-17

ZERO DE CONDUITE: NEW ORLEANS

queen ida.jpg

Zéro de conduite is een stemmingsafhankelijke, twee uur durende populaire popcyclus op Radio Centraal in Antwerpen. Elke eerste zaterdag van de maand, van 6 tot 8 ’s avonds. Een muzikaal evenement voor anderhalve man en een eenhoornkop. Uniek in het zich steeds verder uitdijende multiversum. Stem af op 106.7 FM. 
Je kunt Zéro via streaming beluisteren. Hier vind je meer informatie over de radio.

Het wordt een beetje een traditie dat ik begin maart een programma maak over en met muziek uit New Orleans en Louisiana. Ik ga niet gemaskerd door het leven maar heb sinds mijn kinderjaren een zwak voor carnaval, hoewel ik er al tientallen jaren niet aan meedeed. Muziek, maar ook film (vooral ‘Easy Rider’), heeft me al lang geleden vertrouwd gemaakt met  Mardi Gras in New Orleans, een onevenaarbaar feest. Maar New Orleans is niet alleen de stad van carnaval en Mardi Gras: het is ook de bakermat van jazz, blues, rock & roll, r&b en funk. Eigenlijk is muziek de essentie van deze prachtige, zwoele stad met haar vrolijke en tragische geschiedenis. Voor het echte Mardi Gras zijn we een paar dagen te laat, maar zelfs degenen die nu aan het vasten zijn kunnen nog altijd meegenieten van de heerlijke muziek.

Deze aflevering van Zéro de conduite mag ook beschouwd worden als een extra-episode van de geweldige serie ‘Treme’. Veel luisterplezier!

Louis Armstrong.jpg

Going Back To New Orleans - Joe Liggins & His Honeydrippers - Creole Kings Of New Orleans

I Just Can't Get New Orleans Off My Mind - Irma Thomas & Marcia Ball - Goin' Home: A Tribute To Fats Domino

Tou' Les Jours Ç'est Pas La Même (Every Day Is Not The Same) - Carol Fran - Our New Orleans: A Benefit Album

King Of The Zulus - Louis Armstrong - The Best Of The Hot Five And Hot Seven Recordings

Mardi Gras In New Orleans - Fats Domino - Traveling Man: A Blues Travel Guide

Tipitina - Professor Longhair - No Buts, No Maybes. Hot in New Orleans! The 1949-1957 Recordings

Stack-A'Lee - Archibald - New Orleans Rhythm and Blues: Good Rockin' Tonight

Bop Sit-In Blues - Edgar Blanchard - Creole Kings Of New Orleans

Frog Legs - Lloyd Price - Creole Kings Of New Orleans

Rich Woman - Li'l Millet and his Creoles - Creole Kings Of New Orleans

Watch Her, Whip Her - James Sugarboy Crawford - James Crawford - The chronological James Sugarboy Crawford 1953-1954

Saturday Night Fish Fry - Blue Dots – Single, Ace label

irma-thomas.jpg

 

The Monkey - Dave Bartholomew - The Big Beat: The Dave Bartholomew Songbook

Peanut Vendor - Alvin Tyler – Rockin’ and Rollin’

I'll Never Be Free - Paul Gayten - New Orleans Rhythm and Blues: Good Rockin' Tonight

There Is Something On Your Mind - Big Jay McNeely & His Blue Jays - Golden Age Of American Rock & Roll - Vol 3

I Love You Still - Zilla Mayes – Allen Toussaint: The Lost Sessions

I'm A Fool To Care - Joe Barry - The Golden Age Of American Rock & Roll - Vol 9

The Things That I Used To Do – Guitar Slim aka Eddie Jones – Sufferin’ Mind

Let The Good Times Roll - Earl King - Let The Good Times Roll

New Orleans Shuffle - Johnny Otis And His Orchestra - The Original Johnny Otis Show

Oooh-Whee Baby - Art Neville – Specialty Records single, 1957 / Mardi Gras Rock & Roll, Ace

I Love To Rock N Roll - Eddie Bo - Ace Records single, 1959

Sea Cruise - Frankie Ford – Ace Records single, 1959

I Feel Good - Shirley & Lee – Alladin Records single, 1956

Storm Warning - Mac Rebennack – Rex Records single, 1959

Ful Il Sa - Queen Ida & The Bon Ton Zydeco Band - J'ai Été Au Bal (I Went To The Dance)

La Danse De Mardi Gras - The Balfa Brothers - The Balfa Brothers Play Cajun Music Vol. 1

Allons Tuer La Tortue - Nathan Abshire - Great Cajun Accordionist

J'ai Ete Au Zydeco - BeauSoleil - Allons A Lafayette

Ooh Poo Pah Doo - Part I - Jessie Hill – Minit label single, 1960

I Like It Like That, Part 1 - Chris Kenner - Instant Records single, 1961

Rockin Pneumonia & the Boogie Woogie Flu - Huey Smith – Rockin’ Pneumonia

A Certain Girl - Ernie K-Doe - The Minit Records Story

Get Out of My Life Woman - Lee Dorsey – Allen Toussaint: The Lost Sessions

I Thought I Heard Buddy Bolden Say - Dr. John - Goin' Back To New Orleans

Brother John Is Gone / Herc-Jolly-John - The Wild Magnolias - Our New Orleans: A Benefit Album

Professor_Longhair-2.jpg

Bonus Tracks:

Talkin' 'Bout New Orleans - The Meters - Fire On The Bayou

Hu Ta Nay - Donald Harrison - Treme: Music From The HBO Original Series

My Feet Can't Fail Me Now - Dirty Dozen Brass Band - Our New Orleans: A Benefit Album

Gossip - Cyril Neville - What It Is! Funky Soul and Rare Grooves (1967-1977)

Hercules - Aaron Neville - The Lost Sessions

Yes We Can Can - Allen Toussaint - Our New Orleans: A Benefit Album

Iko Iko - Dr. John - Gumbo

Prayer For New Orleans - Charlie Miller - Our New Orleans: A Benefit Album

Year Down In New Orleans - Nanci Griffith - Once In A Very Blue Moon

After Mardi Gras - Steve Earle - The Low Highway

Do You Know What It Means To Miss New Orleans? - Preservation Hall Jazz Band - Our New Orleans: A Benefit Album

Blue Bayou Shuffle - Cookie & The Cupcakes - The  Goldband Records Story

wildtchoupitoulas-LP2.JPG

easy rider graveyard trip.jpg

Research, presentatie en techniek: Martin ‘Davis’ Pulaski
Afbeeldingen: Queen Ida, Louis Armstrong, Irma Thomas, Professor Longhair, Wild Tchoupitoulas, Easy Rider (New Orleans Graveyard scene)

23-01-17

VOOR HET RAAM

Angela-Davis-.jpg

Zondagochtend. Ik luister naar ‘At My Window’ van Townes Van Zandt, een van de allermooiste liedjes die ik ken. De onmiskenbare stem van Townes en de viool van Mark O’Connor vervullen mij met een zeldzame warme melancholie. Ik kijk door het raam naar de koude straat, badend in het zonlicht. Boven de huizen en de bomen aan de overkant lijkt alles stil, zelfs de vogels in hun vertrouwde en toch altijd raadselachtige vlucht. Het is een goede stilte die ik hoor – tussen de noten en de woorden in het lied en daarbuiten boven de daken en de kale bomen. Het is goed als alles samenvalt, als je voelt dat het kleine ook het grote omvat.

Ik verander elke dag wat. Kleine danspassen, onzichtbaar, traag, zoals de bruine vlekjes op mijn vingers. Die veranderen ook, maar je ziet ze niet bewegen. Maar gelukkig niet zo snel als tulpen groeien, hoewel je daar evenmin beweging in ziet.

TownesVanZandt.jpg

De hele dag staat nog in het teken van de Women’s March van gisteren. Ook dat massaal protest, die vredevolle revolutie, maakt me blij – maar in dit geval zonder enige melancholische ondertoon. Een muzikaal voorbeeld van dat gevoel kan ik niet zo meteen vinden. Misschien ‘Ice Cream Man’ van Jonathan Richman? We kijken naar speeches van Ashley Judd, Madonna, Angela Davis en Robert de Niro. In weerwil van hun verscheidenheid – intens, zakelijk, intellectueel, krachtdadig – hoor ik hun stemmen samenvloeien, een koor van solidariteit ontstaan. Wat heb je aan dergelijke betogingen, schrijven sommige kranten, de eisen en verwachtingen lopen zo uiteen. Er is geen eenheid. Maar die eenheid hoor ik wel en die zit net in het verschil, in de meerstemmigheid. Zal de nieuwe president nu slecht slapen? Waarschijnlijk niet. Waarschijnlijk herleidt hij dit wereldkoor tot een detail, tot wat dwaze vrouwenstreken.

ashley judd.jpg

Gerust ben ik er niet in. Trump is extreem narcistisch en narcisten met zoveel macht zijn gevaarlijk. Kijk maar naar Mussolini. Paus Franciscus maakte (tussen de regels) een vergelijking met Hitler. ‘Hitler heeft de macht niet gestolen. Hij werd verkozen door zijn volk en heeft dat volk daarna vernietigd’, benadrukte de paus. De mensen zeggen ‘laat ons een redder zoeken die ons onze identiteit kan teruggeven, en laat ons ons beschermen met een muur, met prikkeldraad, met eender wat, zodat de anderen onze identiteit niet kunnen afnemen. En dat is zeer erg.’
Trump heeft van leugens, bedrog en zelfbewieroking zijn handelsmerk gemaakt. De bespottelijke weelde van zijn toren, van zijn woningen, zijn kamers, zijn kleren, zijn hele hofhoudding. Hol en leeg en zinnenprikkelend zoals de inrichting en verlichting van casino’s. Wansmakelijk zoals reclame voor hamburgers en SUV’s. Zijn speech, “een eigenhandig geschreven filosofisch traktaat”, ontleende hij voor een deel aan de film ‘Avatar’, aan liedjes van Woody Guthrie, Bruce Springsteen, aan speeches van Bernie Sanders… Ik hoorde er zelfs Stalin in. Mocht ik gelovig zijn zou ik zweren: dit is de incarnatie van Satan. Alles aan hem en aan de gevaarlijke bende miljardairs met wie hij zich omringt is verachtelijk. Zullen we met hem moeten leren leven, zoals ik als kind heb leren leven met de atoombom, of zal het volk dat hem democratisch verkozen heeft hem vroegtijdig ten val brengen?
Ik weet dat ik romantisch en naïef ben, maar ik geloof dat de vrouwen ons geleidelijk aan zullen bevrijden, niet alleen van Trump maar van elke vorm van onrechtvaardigheid. Vrouwen en tedere mannen – zoals Townes van Zandt er een was, zoals Woody Guthrie, zoals Allen Ginsberg, zoals Jim Jarmusch. Alle vrouwen en alle mannen die zich geen rad voor de ogen laten draaien, dienstweigeraars, burgerlijk ongehoorzamen, gerevolteerden. Mensen zoals jij die dit leest.

 we the people.jpg

 

07-01-17

ZERO DE CONDUITE: PAARDEN

3 shooting4-1600x900.jpg

Zéro de conduite is een excentriek POPprogramma op Radio Centraal in Antwerpen. Elke eerste zaterdag van de maand, van 6 tot 8 ’s avonds. Een muzikaal evenement voor anderhalve man en een paardenkop. Uniek in het zich steeds verder uitstrekkende universum. Stem af op 106.7 FM. 
Je kunt Zéro via streaming beluisteren. Hier vind je meer informatie over de radio.


Vanavond worden we paardenfluisteraars, paardenluisteraars, paardendieven, Lonesome Cowboys, Lone Riders, Lucky Lukes (met Jolly Jumper, het snelste paard van het Wilde Westen). We herinneren ons de postkoets, de pony express, The Searchers, Bonanza, Fury, The Shooting (met de allermooiste paarden op film). Westerns! De boeken van Cormac McCarthy, waaronder All the Pretty Horses. Hobbelpaardjes, kermispaarden, pony’s, Wild Horses of Fire van Sergej Parajanov, de Hoetsoelen… En ook deze paragraaf van Jonathan Swifts ‘Gulliver’s Travels’ schiet ons te binnen:

“In speaking, they pronounce through the nose and throat, and their language approaches nearest to the High Dutch of Germany, of any I know in Europe; but is much more graceful and significant. The Emperor Charles V made almost the same observation, when he said, that if he were to speak to his horse, it should be in High Dutch.”

En vooral luisteren we vanavond naar paardenliederen.

Veel luisterplezier!

1 Tuvans_Horse_riding.jpg

Happy Trails – The Good Life - Roy Rogers & Dale Evans With Frank Worth & His Orchestra - Dale Evans

Red River Valley - Fifty Miles To Travel - The Delmore Brothers - Traditional

High Noon (Do Not Forsake Me) – High Noon OST - Tex Ritter - Dimitri Tiomkin, Ned Washington

Blue Moon - Sunrise - Elvis Presley - Richard Rogers, Lorenz Hart

Two White Horses In A Line - The Songsters Tradition: Before The Blues - Joe Evans & Arthur McClain

My Old Horse Died - His Folkways Years 1963-1968 - Dock Boggs - Traditional

Six White Horses - The Harrow & The Harvest - Gillian Welch – Rawlings, Welch

Ballad Of A Runaway Horse - Cowgirl's Prayer - Emmylou Harris - Leonard Cohen [Ballad of the Absent Mare]

She Loves To Ride Horses - The Dark - Guy Clark – Guy Clark, Keith Sykes

Pinto Pony - Jack-Knife Gypsy - Paul Siebel - Paul Siebel

One Way Rider - Rockabilly Blues - Johnny Cash & June Carter Cash - Rodney Crowell

Rider In The Rain – Little Criminals - Randy Newman – Randy Newman

A Horse In The Country – Blackeyed Man - Cowboy Junkies – Michael Timmins

Silver Stallion - Jukebox - Cat Power - Lee Clayton

1 catpower jukebox.jpg

All The Pretty Horses - Selections from Road Atlas 1998-2011 - Calexico - Traditional arranged by J. Burns

Death Rides A White Horse - Black Pudding - Mark Lanegan & Duke Garwood - Mark Lanegan & Duke Garwood

Pony - Mule Variations - Tom Waits - Tom Waits

Jenny's Got A Pony - The Neighborhood - Los Lobos - David Hidalgo, Louie Pérez

New Pony - Street Legal - Bob Dylan - Bob Dylan

Long Grey Mare - Peter Green's Fleetwood Mac - Fleetwood Mac - Peter Green

Pony Blues – Living the Blues - Canned Heat - Traditional arr. Canned Heat

Pony Boy - Brothers And Sisters - The Allman Brothers Band - Richard Betts

Chestnut Mare - (Untitled) - The Byrds - Roger McGuinn, Jacques Levy

Ridge Rider - Judee Sill’s First Album - Judee Sill – Judee Sill      

White Horse - Case History - Kevin Coyne - Kevin Coyne

Broken Horse - Explosions in the Glass Palace - The Rain Parade – Stephen Roback

Horse Out in the Rain - 20 Granite Creek - Moby Grape – Peter Lewis

Horse Head Fiddle – Folklore - 16 Horsepower - Traditional

For the Horse, Etc. - Sundowner - Steve Gunn - Steve Gunn

Horses In My Dreams - Stories From The City, Stories From The Sea - PJ Harvey - PJ Harvey

Horses - Greatest Palace Music - Bonnie "Prince" Billy - Brendan Croker, Jon Langford, Sally Timms

cowboy junkies.jpg


Bonus Tracks:

Silver Rider - The Great Destroyer - Low - Alan Sparhawk, Mimi Parker, Zak Sally

Let Me See The Colts - A River Ain't Too Much To Love - Smog - Bill Callahan

Horses - American Dreamer - Frankie Lee - Frankie Lee

Wild Horses - Sticky Fingers - The Rolling Stones - Mick Jagger, Keith Richards

God's Wing'ed Horse (Featuring Julie Miller) - The Majestic Silver Strings - Buddy Miller - Bill Frisell

Horses – Chinatown - The Be Good Tanyas - The Be Good Tanyas

The Long Riders - The Long Riders: Original Motion Picture Soundtrack - Ry Cooder - Ry Cooder

The Horses - Duchess Of Coolsville: An Anthology - Rickie Lee Jones - Rickie Lee Jones, Walter Becker

Happy Trails - Happy Trails – Quicksilver Messenger Service – Traditional

Horses – Horses - Patti Smith – Patti Smith

searchers3.jpg


Research, presentatie en techniek: Martin Pulaski

24-12-16

MET RYLEY WALKER NAAR EEN ANDERE DIMENSIE

ryley walker 2.jpg

TIEN DAGEN DIE MIJN WERELD DEDEN WANKELEN 
(hoofdstuk 12)

Dag 9: 10 november 2016 

Waar waren we bijna verdronken? In Patti Smith’s zee van mogelijkheden? Goed mogelijk want in een imaginaire zee kun je niet echt verdrinken, tenzij je zoals Alice een denkbeeldig bestaan leidt. Vandaag hebben we nog natte voeten, maar we staan als alle echte stuurlui weer aan wal. Ja, we lopen op wankele benen, onze geest is beneveld, in onze kamers hangt een dikke mist, ook al schijnt daarbuiten de zon. Inmiddels is het 10 november. Onze nood aan een escapade is groot. Anywhere out of the world, schreef Baudelaire. Maar hoe wankel ons bestaan ook mag wezen, toch willen we hier blijven, willen we doorgaan met een intellectuele strijd tegen onszelf, tegen het negatieve in ons, en tegen alles wat ons slaafs maakt, alles wat ons onderdrukt en verblindt. Patti Smith alleen zal ons daar niet bij kunnen helpen, hoewel ik weinig mensen ken die zo moedig als zij volharden in hun levenswerk. In hun opdracht. Lees haar boeken om te vernemen hoe ze die gevonden heeft. Maar net als ik - en mijn generatiegenoten uit de sixties - wordt Patti Smith ouder. Heel wat van onze idolen, gidsen, bewonderde kunstenaars en ja, helaas, ook vrienden, zijn al vertrokken naar het donkere land waar nooit iemand van terugkeert. Er is jong bloed nodig, jonge verbeelding, nieuwe ideeën. Een nieuwe geest van verzet zal onze wereld moeten redden. Dat hij al aan het ontstaan is voel ik in mijn vingertoppen, hij is al aan het werk. Zoniet zou ik afreizen naar het Noorden en me daar voor altijd neervlijen in de sneeuw.
patti-smith.jpg

Hier wil ik dit onderdeel van mijn kroniek even onderbreken met een mededeling van Nietzsche:
“Ik wil steeds meer leren, het noodzakelijke aan de dingen als het schone beschouwen – zo zal ik een van diegenen zijn die de dingen schoonheid verlenen. Amor fati: dat zij van nu af aan mijn liefde! Ik wil geen oorlog voeren tegen al wat lelijk is. Ik wil niet aanklagen, ik wil niet eens de aanklagers aanklagen. Wegkijken zij mijn enige ontkenning! En, alles bij elkaar en in het groot: ooit wil ik nog eens uitsluitend iemand zijn die ja zegt!”*

Aan mijn therapeute doe ik verslag van de heerlijke momenten van de voorbije dagen (een avond met Irina, mijn radioprogramma in Antwerpen, een etentje en een vrolijke treinreis met mijn geliefde Laura), maar zeker ook van de dingen die me weerom terneerdrukken, nog los van de ellendige politieke gebeurtenissen. Als zo vaak in het verleden kom ik terug op mijn schuldgevoelens. Zo voel ik me vandaag schuldig omdat ik zelfbehoud laat voorgaan op zorg en altruïsme. Of beeld ik me dat schuldgevoel maar in? Schuldig voel ik me eveneens omdat ik te weinig doe. Mijn therapeute stelt me voor om een dag per week aan vrijwilligerswerk te gaan doen. Ik zou bijvoorbeeld bij bejaarde mensen kunnen langsgaan; zij zijn als al onze soortgenoten reservoirs van verhalen, ze beleven er plezier aan hun herinneringen met een aandachtige toehoorder te kunnen delen. Wat voor mij dan weer een inspiratiebron zou kunnen zijn. Maar dat kan ik toch niet, roep ik voor de misschien wel honderdste keer uit. Ik kan mensen die ik niet ken niet onder ogen komen, zeg ik. Ik ben mensenschuw. Als ik onder de mensen kom moet ik drinken en ik wil niet drinken. Want als ik drink kan ik niet schrijven. Nee, ik wil vooral niet drinken. Veel liever zou ik in mijn kamer blijven en werken, nu het nog kan, nu ik nog enigszins helder ben. Mijn tijd van veel buitenkomen is voorbij. Je weet toch dat ik nu al wankel als ik naar de metro loop. Dat komt door mijn voeten. Die doen vaak zo’n pijn en je weet dat ik liever geen zware pijnstillers neem, want dan kan ik niet helder denken. Helder denken is zonder drank of pillen al moeilijk. Ze kijkt me enigszins berustend aan. Het is jouw leven, zegt ze, maar als je je meer en meer gaat afzonderen zal je wel heel snel oud worden. Maar goed, het is weer tijd, tot volgende week en houd je sterk.

old1.jpg

Die avond ga ik met Laura naar de AB Club voor een andere held van deze tijd: Ryley Walker. In de populaire muziek beschouw ik hem als een van de grote beloften. Enkele jaren geleden was hij nog een epigoon, nu geldt hij al als een voorbeeld voor andere muzikanten en kunstenaars (en gewone mensen). Laura en ik hebben vanmorgen bij het lang uitgesponnen ontbijt zijn twee recentste platen beluisterd, ‘Primrose Green’ (2015) en ‘Golden Sings that Have Been Sung’ (2016). Zijn eerste elpee, ‘All Kinds Of You’ (2014), bezit ik niet, omdat Ryley Walker zelf dat jeugdwerk als een mislukking beschouwt.
In de AB Club weet ik nog voor het concert begint dat het een bijzondere avond zal worden. Ja, soms voel je dat aan, soms weet je het wel zeker. We hebben vlak voor het kleine podium plaats gevat. De jonge singer-songwriter uit Chicago balanceert op het randje van de dronkenschap, maar wankelen doet hij (nog) niet.. Ik zie dat hij stevig op zijn benen staat. Hij kan tegen een stootje. En zijn muzikanten beschermen hem tegen overdaad. Als hij even wegkijkt geven ze elkaar zijn fles whisky door en nemen zelf een slok. En tijdens het concert vraagt een luisteraar of hij eens mag proeven. Dat is goed: het schept een band met het publiek en er zit alweer wat minder in die verduivelde fles. Ryley heeft al de hele namiddag bier zitten drinken in de Bonnefooi. You guys have 3000 kinds of beer and I want to try them all, zegt hij.
Het lijkt of hij het meent. Zeker, hij mag zijn zintuigen ontregelen, maar vergeten dat hij voor een geïnteresseerd publiek staat, dat mag hij niet. En dat doet hij niet. Het concert van Ryley Walker en zijn band, dat begint met de kreet ‘Fuck Trump!!!!’, wordt een lange, chaotische – maar door de ritmesectie stevig in toom gehouden – trip. Daar staat hij voor me met zijn gitaar, zijn zoekende stem, een duiveluitdrijver, een sjamaan. Ja, de muziek die hij met zijn begeleidende band ten gehore brengt helpt ons de wereld daarbuiten te vergeten. Er ontstaat een ander, een magisch universum. Een net nog herkenbare song – een skelet - is voor hem en zijn band een muzikaal thema waarop langdurig geïmproviseerd wordt. Ik herken vier van die skeletten: ‘The Halfwit In Me’, ‘Funny Thing She Said To Me’, ‘Sullen Mind’ en ‘The Roundabout’. Ik hoor en zie zoektochten, in cirkels draaiend of spiraalvorming, op de elektrische en de twaalfsnarige akoestische gitaar. Ik ontwaar sporen van jazz, acid rock, folk, rembetica, Tim Buckley, John Coltrane, Jerry Garcia, John Martyn, Van Morrison en nog veel meer – Ryley Walker heeft het allemaal verwerkt in zijn freewheeling songs. Hij heeft zich al die invloeden toegeëigend – en nu staat er een eigen, sterke muzikale persoonlijkheid voor ons. Voortaan gaat hij zijn eigen weg, al weet ik niet waar die naartoe leidt en er zijn veel gevaren. Denk alleen nog maar aan Tim Buckley en zijn zoon. Vanavond heeft hij  ons alvast uit een boze droom wakker geschud en in een andere dimensie binnengeloodst.
IMG_9245.JPG

Laura en ik en mijn vrienden Wolf en Dirk en Ivo beseffen dat we iets bijzonders hebben meegemaakt. Tijd voor lange, bezielde gesprekken en voldoende drank. Morgen zal ik niet schrijven. Morgen is het wapenstiltand. Taxi!



* Friedrich Nietzsche, De vrolijke wetenschap, 276


15-11-16

TIEN DAGEN DIE MIJN WERELD DEDEN WANKELEN

shininf-hedge.jpg

Woord vooraf

Een uur is kort, tien dagen kunnen lang duren. Tien dagen zijn kort, een uur kan lang duren.

Niet alleen grote gebeurtenissen schudden je wereld door elkaar. Neem nu een obsessie: die kan met iets kleins beginnen, met een muggenbeet, met de geur van ether of, al wat groter, met een vlucht wilde eenden, et cetera. Meestal is wat in je omgaat of wat je bepaalt een combinatie van kleine en grote dingen. Zelfs als je het niet wilt leef je toch in de grote wereld. Je zit of staat of loopt altijd rond in een netwerk, een systeem, een macrokosmos. Of je zit gevangen in een web. Soms is het een doolhof, zoals bij Jack Torrance in ‘The Shining’. Daar kom je meestal niet levend uit.

‘Ten Days That Shook The World’ is een boek van John Reed over de Russische Oktoberrevolutie van 1917. De hiernavolgende tien notities hebben daar niets mee te maken. Ik gebruik alleen maar de titel omdat die goed klinkt.

John Reed at desk.jpg

Dag 1: 2 november 2016 / Eight Days A Week

Het is mooi weer, maar er waait een koude wind. De metro naar het centrum heeft meer dan een kwartier oponthoud. “Zodra het metrostel kan vertrekken vertrekt het,” blijft de omroepstem herhalen. Waarom blijven we stilstaan? Heel wat reizigers stappen uit, verlaten het metrostation. Ik heb met enkele vrienden afgesproken om in de Aventure samen naar ‘Eight Days A Week’ te gaan kijken, een film over beatlemania, maar over zoveel meer dan dat merkwaardige fenomeen. Ik ben vooral ontroerd door de diepe vriendschap die er tussen de vier muzikanten bestond. Maar zeker ook door de muziek, lekker luid in de bioscoopzaal, die nog steeds fris en aanstekelijk klinkt. De periode in de loopbaan van the Beatles die mij echter het meest fascineert komt in de film niet aan bod, die na beatlemania, na de hectische tournees, de periode vanaf ‘Rubber Soul’, vanaf januari 1966. (1966 was overigens een magisch jaar voor de popmuziek en voor de jeugdcultuur. Jon Savage heeft er een zeer lezenswaardig boek over geschreven.)
Als we buitenkomen regent het. We haasten ons naar het fish & chips-eethuis Bia Mara aan de Kiekenmarkt, de straat – een markt is het niet - waar ik in juni 1997 op het nippertje aan de dood ontsnapte.

the_beatles 8 days.jpg

Mijn vrienden en ik vormen een genootschap dat ‘Renaldo & Clara’ heet. We wijden een klein deel van ons leven aan het werk van Bob Dylan. Maar vergis je niet. ‘Bob Dylan’ is een ruim concept. Zo valt ‘Eight Days A Week’ daar ook onder. Later, bij Jan in Elsene, kunnen we maar moeilijk ophouden met praten in plaats van te luisteren naar de muziek die op het programma staat. Het zit namelijk zo. Elke keer als we bijeenkomen hebben we een thema waarrond we elk vijf à tien songs verzamelen en die we dan samen in stilte beluisteren en vervolgens (soms) becommentariëren. Het is een beetje zoals mijn radioprogramma, Zéro de conduite. Maar op die Allerzielendag komen we maar niet toe aan de songs. Donald Trump gooit roet in het eten, vergif zelfs. Hij zou, o ramp, de verkiezingen wel eens kunnen winnen. Maar is Hillary Clinton dan zoveel beter? Zij vertegenwoordigt toch ook de elite, en wordt door Wall Street gesteund? We blijven de hele avond discussiëren en altijd belanden we bij de noodlottige Trump. Niet dat de andere naoorlogse Amerikaanse presidenten zoveel beter waren. Zelfs Obama was geen engel, wel integendeel. Alleen Jimmy Carter krijgt onze sympathie. Tijdens zijn bewind werden er joints gerookt in het Witte Huis. En als ik me niet vergis traden the Allman Brothers er op. Niet dat dat de wereld op zijn grondvesten deed daveren…
renaldo clara.jpg

Het gebeurt niet zo vaak dat een gesprek meer deugd doet dan met vrienden naar uitverkoren muziek luisteren, maar die avond gaan we desondanks met een goed gevoel naar huis. Althans, zo ervaar ik het. Ik heb het gevoel dat onze stemmen het naderend onheil, de Amerikaanse tragedie, voor een deel hebben geneutraliseerd. Alsof het goedaardige drones zijn geweest. Voor songs is er later nog tijd. Zelfs toen de Titanic aan het zinken was speelde het orkest door. En Geert Mak beweert dat we ons daar nu bevinden.

titanic musicians.jpg

 

05-11-16

ZERO DE CONDUITE: WILD LIFE

aguirre-19.jpg

Zéro de conduite is een POPprogramma op Radio Centraal in Antwerpen. Elke eerste zaterdag van de maand, van 6 tot 8 ’s avonds. Een muzikaal evenement voor allen en voor niemand. Uniek in het universum. Stem af op 106.7 FM. 
Je kunt Zéro via streaming beluisteren. Hier vind je meer informatie over de radio.

Wie heeft nooit verlangd naar een wild leven? Wild in elke betekenis van het woord. Ik denk dat we in ons hart allemaal wild zijn, wat David Lynch en Sigmund Freud heel goed weten/wisten. De ene mens is al wilder dan de andere. Een edele wilde of een verschrikkelijke wilde – en alles daartussen. Cultuur en beschaving zijn dunne lagen, waaronder de geordende chaos heerst. Vaker dan ons lief is krijgt onze wildheid de bovenhand, onze woestheid, ons geweld, onze buitensporige verlangens. We verlangen naar rust en vrede maar verzetten ons tegen conformisme, wetten, taboes. Al van bij de geboorte trekt de wildernis ons aan. Maar zij blijft voor de meesten van ons een lokroep, een mysterieuze, angstaanjagende duisternis in een zee van verblindend licht.

Vaak stellen we ons tevreden met een gesymboliseerde wildheid, zoals die ons in films, romans, liedjes wordt aangereikt. Maar lang niet altijd. Heel wat van de zangers, zangeressen en muzikanten die vanavond aan bod komen hebben op zijn minst voor een deel een wild leven geleid. Zij begaven zich naar de overzijde, de donkere kant van de stad, zij kozen voor een ‘walk on the wild side’, om het met een titel van een roman van Nelson Algren en van een lied van Lou Reed te zeggen.

Veel luisterplezier!

nekocase_wide.jpg

Walk On The Wild Side - Transformer - Lou Reed

Teenage Wildlife - Scary Monsters (And Super Creeps) - David Bowie

Wild Roses - Through The Devil Softly - Hope Sandoval & The Warm Inventions

Wild Sea - 60 Watt Silver Lining - Mark Eitzel

Where The Wild Roses Grow – Murder Ballads - Nick Cave & The Bad Seeds

Wild Is The Wind - Nina Simone At Town Hall - Nina Simone

Any Day NoW (My Wild Beautiful Bird) - The Look Of Love: Burt Bacharach Collection - Chuck Jackson

Runaway Child, Running Wild - Cloud Nine - The Temptations

Wild Night - Tupelo Honey - Van Morrison

Go Wild In The Country - See Jungle! See Jungle! Go Join Your Gang, Yeah, City All Over! Go Ape Crazy! - Bow Wow Wow

Animal Wild - Happy Come Home - Victoria Williams

Wild Sky Revelry - Travels in the Dustland - The Walkabouts

Wild Creatures - The Worse Things Get, The Harder I Fight, The Harder I Fight, The More I Love You - Neko Case

Running Wild - Waiting For The Moon - Tindersticks

Wild Flowers - Gold - Ryan Adams

Wild Horses - Burrito De Luxe - The Flying Burrito Brothers

Wild Billy's Circus Story - The Wild, The Innocent & The E Street Shuffle - Bruce Springsteen

Frank's Wild Years - Swordfishtrombones - Tom Waits

Wild Ox Moan - Giant Step & De Ole Folks At Home - Taj Mahal

Wild Life - Trout Mask Replica - Captain Beefheart & The Magic Band

Wild Cat Loose in Town - Bird Call! - The Trashmen

Wild Wild Party - The Best Of Charlie Feathers - Charlie Feathers

Real Wild Child - The Golden Age Of American Rock & Roll - Vol 6 – Ivan (Jerry Allison / The Crickets)

I'm Wild About You Baby - His Blues: 1947-1959 - Lightnin' Hopkins

Wild Thing - From Nowhere - The Troggs

Born To Be Wild - Easy Rider - Steppenwolf

My Wild Love - Waiting For The Sun (40th Anniversary Mixes) - The Doors

Wild Honey - Wild Honey - The Beach Boys

Wild Country - Hollywood Dream - Thunderclap Newman

Wildwood Boys - The Long Riders: Original Motion Picture Soundtrack - Ry Cooder


bow-wow-wow2-jpg.jpg

Bonus tracks (op eigen risico beluisteren):

Wild Love - Chris Isaak - Chris Isaak

Wild Ride - This Time - Dwight Yoakam

Wild Old Dog - American Kid - Patty Griffin

You're Running Wild - Elite Hotel - Emmylou Harris & Rodney Crowell

Wild John - Pickin' And Fiddlin' - The Dillards

Born To Be Wild - Juke Joint Boogie - Jimmie Skinner

Mary Of The Wild Moor - The Christian Life - The Louvin Brothers

The Wild Side Of Life - Riding That Midnight Train - The Stanley Brothers

Wild Bill Jones - His Folkways Years 1963-1968 [Disc 1] - Dock Boggs

My Lady’s A Wild Flying Dove - Ramblin’ Boy - Tom Paxton

All The Wild Horses - Trouble - Ray LaMontagne

Little Wild One (No. 5) - The Best Of Marshall Crenshaw - Marshall Crenshaw

Something Wild – Perfectly Good Guitar – John Hiatt

mickey-one 1.jpg

Research, techniek en presentatie: Martin Pulaski
Afbeeldingen: Aguirre, der Zorn Gottes (Werner Herzog); Neko Case; Bow Wow Wow; Mickey One (Arthur Penn).

04-10-16

CRISIS, NUCHTERHEID, UTOPIE

Drive-By-Truckers-American-Band.jpg

Ontwaken met misselijkmakende hoofdpijn en nog moeër dan toen ik ging slapen: het verbaast met niet meer. Ik voel me al enkele weken, maanden zelfs, slap en uitgeput maar vind geen duidelijke oorzaak. Te weinig energie om een literaire tekst te schrijven, om woorden met het oog op concrete schoonheid met elkaar een verband te laten aangaan. Om er zinnen van te maken en paragrafen die tot de verbeelding spreken. Mijn eigen verbeelding is alleen ’s nachts aan het werk, als ik het geluk heb te dromen. Misschien maakt die nachtelijke activiteit me zo moe? Tot nog niet zo lang geleden noteerde ik mijn dromen en gebruikte die (soms) als grondstof voor schetsen en verhalen. Nu kan ik de stap van de chaotische droom naar de heldere verwoording niet meer zetten. Voorlopig toch niet. Bovendien is al meerdere jaren binnen in mij een gevecht aan de gang tussen het dromerige, wat ik de mijmering noem, en de nuchtere beschouwing. Ik dacht de twee vormen te kunnen combineren, maar ik blijf afwachten. Te lang misschien? Want het gezond verstand zegt dat je moet doen, handelen, en niet stil blijven zitten en altijd maar aarzelen en twijfelen.

Het verbaast me ook niet meer dat bij ING meer dan drieduizend mensen worden ontslagen. Ook zulke gebeurtenissen dragen bij tot de misselijkheid die ik voel, maar verbazing? Nee, geen verbazing. De multinationals en de banken staan boven elke wet en ze hebben ons en ‘onze’ politici in hun wurgende greep. Ik schaar me achter vakbondsacties, stakingen en betogingen, maar weet dat alleen een revolutie op zeer grote schaal deze ellendige stand van zaken kan veranderen. In het verleden is het echter na een revolutie zelden beter geworden. Lees er – onder meer – Peter Sloterdijks ‘De verschrikkelijke kinderen van de nieuwe tijd’ maar op na. (Overigens geloof ik dat na bestudering van dat diep pessimistische boek mijn mijmerend schrijven is stilgevallen.) Is er dan helemaal geen uitweg? Weinigen schijnen nog een antwoord te hebben, het begin van een oplossing voor te stellen.

The HarderTheyCome.JPG


Ik beluisterde ‘American Band’ van Drive-By Truckers en kreeg weer hoop. Dit is Amerikaanse rock & roll die uit de ziel en het hart komt, opstandig en sterk en trots maar zonder zekerheid hoe het nu allemaal moet. Wat zeker is, is dat muziek en kunst in het algemeen bij om het even welke maatschappelijke verandering een doorslaggevende rol zullen spelen. Patterson Hood en Mike Cooley, de liedjesschrijvers van de Truckers, maken protestsongs van deze tijd. Ze gaan over de Verenigde Staten, het Zuiden, racisme, geweld, maar ze zijn tegelijk universeel. We kunnen ons herkennen in de problemen die ze beschrijven, in de immense crisis die in de Verenigde Staten gaande is maar die ook ons Europeanen dreigt te verlammen. De teksten van de Truckers drukken wanhoop uit maar de muziek zit vol hoop en energie en leven. Deze muzikanten doen het niet alleen maar voor het geld, voor de drugs en de groupies, zeker niet. Je hoort dat ze naar een waarheid zoeken, naar iets wat in het verleden waardevol was en dat in de toekomst nog zal zijn.

Wat me opvalt is dat wat de voorbije dagen tot me doordrong veel samenhang vertoont: de ‘objectieve’ werkelijkheid, hoe die in de media aan ons wordt getoond, de apocalyptische serie ‘The Leftovers’ – met daarin het prachtig lied ‘Let the Mystery Be’ van Iris DeMent - , ‘The Harder They Come’ – vertaald als ‘Wie storm zaait’ - van T.C. Boyle en ‘American Band’ van Drive-By Truckers. Dat kan geen toeval zijn. Het is, denk ik, de hoogste tijd om de energie die ons nog rest op een positieve manier aan te wenden. Niet alleen door elkaar alleen maar te verdragen of naar elkaar te luisteren maar door elkaar lief te hebben. Ik weet dat het utopisch klinkt maar we zijn allemaal van dezelfde familie.

Leftovers_PillarMan.jpg

 

11-05-16

DE GROT VAN DE DOLLE MOLLEN

 0bascarlamarlunsford.png

Voor Philippe Quesne en de mollen.

Met grote verwachtingen naar het Kaaitheater voor ‘La nuit des taupes’ van Philippe Quesne. In de buurt van de KVS tientallen zo te zien nog piepjonge straathoeren. Café Tropicalia, het ‘kantoor’ van de pooiers, is al een tijd geleden gesloten. Nu zitten de pooiers wat verderop gezellig in gemakkelijke zetels op een terras, vadsige koningen van het kwartier. De hele buurt wordt groezeliger: dronkaards, uitschot, ‘kleine’ delinquenten. Ook in de metro valt de verloedering op. De politie zit achter de terroristen en de jihadi’s aan. De boeven hebben vrij spel. Noem het straattheater, helemaal gratis. Ondanks al die dingen is het een mooie, aangename lenteavond. Je laat je niet van je stuk brengen.

In het café van het Kaaitheater, van de oude glorie uit de tijd van La Luna blijft hier ook niet veel meer over, heb ik voldoende tijd om het publiek te observeren en wat na te denken. Vroeger dronk ik bier of wijn voor een voorstelling, nu tonic, liefst Schweppes (voor de kinine), maar dat wordt hier niet geschonken. Eens te meer valt mij op hoe oud ik word; de andere kunstenfestivalgangers worden almaar jonger. Het is zoals in sommige films van Sam Peckinpah: de oude revolverhelden willen er tot elke prijs bij blijven horen, met hun roestige revolvers en hun vermoeide paarden en hun oude, strikte  moraal – terwijl de jongere gunfighters machinegeweren hanteren, de auto gebruiken om zich te verplaatsen en een ondoorgrondelijke erecode hebben (of amoreel zijn). Het is een natuurwet, niets aan te doen. Erger is de apartheid. In een theater als dit zie je geen zwarten, geen moslims, geen kleine delinquenten, geen dronkaards. Het kunstenfestival is er voor de blanke, goed opgeleide en grotendeels Nederlandstalige elite. Het is van in het begin zo geweest en ik vrees dat het zo zal blijven. Vorig jaar zag ik een stuk van Marokkaanse vrouwen: het publiek was volledig blank.
sampeckinpah ride the high country.png

‘La nuit des taupes’ (onderdeel van ‘Welcome to Caveland!) van Philippe Quesne gaat over mollen in een grot. Daarin staat een witte barak die aan de voorkant open is. Via een buis komen de mollen met hun logge lijven de barak binnen. Het zijn bijzonder grote mollen, zo groot als mensen. De klompen aarde lijken op rotsen. De mollen lijken blind te zijn en met hun grote handen zijn ze erg onhandig. Ze lopen elkaar in de weg. Het publiek lacht want wat het te zien krijgt is erg grappig. Ha ha ha! Mij vergaat het lachen al snel. De anderen hoor ik ook al gauw niet veel meer lachen. Je wordt reeds na kwartier of zo geconfronteerd met de zinloosheid van het bestaan, met de absurditeit van alles wat je elke dag doet, de routine, de sleur. Ook met de overbevolking, hoe je altijd en overal met te veel bent, elkaar in de weg loopt. Je beseft dat je blind als een mol door het leven gaat. Goed georganiseerd, kijk maar eens hoe werd omgegaan met de tragedie in Zaventem en Maalbeek, maar zonder duidelijk doel. Als je een tijdje naar de activiteiten van mieren kijkt vraag je je soms ook wel eens af: waarom doen ze dat allemaal? Voor ons is het net hetzelfde. We bouwen onze huizen voor de eeuwigheid en één tsunami vernielt er 250.000 in een oogwenk.
Terug naar de voorstelling. Ze is nog maar net begonnen. Voor we de mollen te zien kregen hoorden we - voor het eerst met de versterker op 10 - de mysterieuze folksong ‘I Wish I Was a Mole in the Ground’ van Bascar Lamar Lunsford, opgenomen in een studio in Ashland, Kentucky in 1928. Velen in het publiek zullen het nummer nooit eerder gehoord hebben. Wat gaat er in hun hoofd om als deze geheimtaal, deze roestige banjoklanken tot hen doordringen? Zou nog iemand in dit theater Greil Marcus’ schitterende essay ‘World Upside Down’* (over dit lied) gelezen hebben. Philippe Quesne misschien? De acteurs? Iedereen zou het moeten lezen. Iedereen zou ongeveer alles van Greil Marcus moeten lezen. En alle liedjes op de ‘Anthology of American Folk Music’ van Harry Smith op z’n minst één keer per jaar moeten beluisteren. Zes langspeelplaten, dat moet te doen zijn.
We leven er maar op los, zonder duidelijk doel, schreef ik. Is muziek de uitweg? Zo lijkt het wel. Of is muziek in dit geval een metafoor voor creativiteit? Tegenover destructie verbeelding en scheppingskracht, tegenover de duisternis van de grot het licht van de poëzie. Poëzie betekent iets moois maken, iets duurzaams, iets wat de soort voor lange tijd ten goede komt.
Nu is het gaan regenen. Ik had me al zitten afvragen of die mollen nooit honger kregen. Nu wordt het duidelijk: ze verorberen gigantische regenwormen. Ze zijn natuurlijk niet echt gigantisch, wij zien ze alleen maar zo. Als je door een microscoop naar kleine wezentjes kijkt lijken die ook immens, maar dat is gezichtsbedrog, dat weet het kleinste kind. De sterren zijn dan weer veel groter dan wat wij te zien krijgen. Te veel regenwormen eten is slecht voor de gezondheid. Ja, het valt op: geboorte en dood verschillen bij mollen niet echt van geboorte en dood bij mensen. Net als mensen kennen mollen empathie, verdriet, verlangen. Geert Van Istendael zit net voor me. Met zijn stekelige haren belet hij me het zicht op de poten van de mollen. Wat zou hij er van vinden? Misschien verveelt hij zich wel? Maar dan zou hij toch gewoonweg naar huis gaan? Zou hij van de 4/4 beat, de krautrockachtige muziek van de mollenband houden? Want inderdaad, inmiddels is zo’n mollenbandje beginnen te spelen. Ze hebben gaten geslagen in een wand van de barak en zijn daar door gekropen. Niet alle mollen, net genoeg voor een rockgroepje. Maar daarover later meer.
Quesne.jpg

‘La nuit des taupes’ roept bij mij tal van associaties en herinneringen op, een beetje alsof ik bij de psychoanalyticus op de zetel lig. Mijn eerste associatie is die met het lied van Bascar Lamar Lunsford, dat spreekt vanzelf.  “I’d root that mountain down / And I wish I was a mole in the ground.” Maar dan gaan mijn gedachten al gauw naar De dolle mol, ooit een beruchte bar in Brussel. Ik werkte er enkele maanden in de zomer van 1971. Net als in deze voorstelling gebeurde daar alles letterlijk en figuurlijk onder de grond. De dolle mol bevond zich toen op de Kaasmarkt in een oude jazzkelder. Vandaar, denk ik, de naam die Herman J. Claeys eraan gaf. Het publiek dat er kwam bestond uit ‘undergroundtypes’, vertegenwoordigers van de tegencultuur, langharig werkschuw tuig. We leefden ondergronds, we waren vijanden van het establishment. Mollen die de berg van de macht wilden ondergraven. Niemand van ons wilde lang ondergronds blijven: we wilden de hele wereld mooier en beter maken. Vooral met liefde en muziek.
0themroc-3.jpg

Ik dacht terug aan de film ‘Themroc’ van Claude Faraldo. Michel Piccoli is een arbeider die genoeg heeft van de macht en haar repressie. Hij stopt met werken, verwerpt de taal van de vader (of is het die van de moeder?) en brengt voortaan alleen nog maar dierlijke geluiden voort. Mollentaal. In zijn appartement sloopt hij de muren. Hij bedrijft de liefde met zijn zus. ’s Nachts gaat hij op jacht naar voedsel. Hij doodt een flik. Het kadaver neemt hij mee naar zijn woning, die nu op een grot lijkt, om het daar te roosteren en vervolgens samen met enkele ‘medeplichtige’ buren op te peuzelen. Zo herinner ik mij de film. ‘Themroc’ is geen utopische vertelling (wat ik als twintigjarige waarschijnlijk wel dacht). Het is een verhaal van uitzichtloze, brutale anarchie. Je kunt niet ontsnappen uit de grot. Bij ‘Themroc’ is er zelfs niet de uitweg van de muziek en de creativiteit.
Tijdens de voorstelling kon ik maar niet op het woord komen voor het instrument dat the Beach Boys in ‘Good Vibrations’ gebruiken. ‘Theremin’ is het, gelukkig heb ik het niet moeten opzoeken. Een van de muzikanten van de mollenband bespeelt namelijk de theremin, of iets wat er op lijkt. De groep bestaat verder uit een bassist, een drummer en een gitarist. Met die grote, onhandige mollenpoten van ze kunnen ze alleen maar repetitieve muziek spelen. Krautrock of motorik, zoals ik hierboven al schreef. Denk aan Neu!, daar lijkt hun muziek het meest op. Eerst verzet je je tegen dit ‘lawaai’. Maar dat is verkeerd. Je moet loslaten, je overgeven aan het ritme. Dan geraak je in een trance. Dat gebeurt alvast bij mij. Ik weet niet of Geert Van Istendael het ook zo beleeft en ik heb het hem niet durven te vragen. Tijdens het miniconcert breken de andere mollen de barak helemaal af, zoals Michel Piccoli zijn appartement. In het halfdonker vervoeren een drietal mollen op gemotoriseerde fietsen stalactieten. Niet bepaald ergens naartoe. Maar het lijkt er wel op dat de blinde dieren het prettig vinden.
Het meest lyrische gedeelte, waarbij de mollen zich achter een doek (dat een scherm is) bevinden, roept bij mij meerdere associaties en herinneringen op. Op het scherm krijgen we goede oude vloeistofprojecties te zien. Die doen me terugdenken aan Pink Floyd in februari 1968 in het Pannenhuis in Antwerpen. Dat was met net dezelfde, echt heel mooie vloeistofprojecties. Ze zetten je aan tot dagdromen, ze openen een andere wereld. Nog mooier waren de projecties in mijn toneelstuk ‘De droom’ in mei 1968 in Tongeren. Niet omdat het mijn stuk was – ook wel een prestatie – maar omdat mijn vriend Henry Janssen een werkelijke magister van de vloeistofprojecties was. Echt waar, de mooiste, dromerigste vloeistofprojecties zag ik in de gymzaal van het Koninklijk Atheneum in Tongeren!

0Flaming-Lips.jpg

Wayne Coyne en zijn Flaming Lips maken tijdens hun concerten eveneens gebruik van zulke projecties. Dat is niet de enige overeenkomst met ‘La nuit des taupes’. Bij the Flaming Lips staan er steevast als dieren verklede mensen op het podium. Zo vrolijk, zeker met de grote kleurige ballons die door de zaal vliegen. Ook al zijn de liedjes van Flaming Lips soms erg melancholisch. Maar nooit macaber of uitzichtloos; bijna altijd op de toekomst gericht. De verbeelding biedt een uitweg. Carnaval, feest, fanfare!
Je denkt niet logisch maar associatief. Soms worden die associaties onderbroken door wat je waarneemt. Bij een performance is dat nog meer het geval. Met Wayne Coyne associeerde ik ‘Lucy in the Sky With Diamonds’ en zo ging ik helemaal terug naar mijn kinderjaren in Neerharen. Mijn vader kwam uit een arme boerenfamilie. In die omgeving was de mol de vijand. Hij moest worden bestreden, afgemaakt. Het was een genocide in het klein, maar mag ik dat wel schrijven? Elizabeth Costello kreeg met een gelijkaardige uitspraak heel wat problemen. Een hele tijd heb ik zelf dat beeld van de mol als vijand gehandhaafd. Ik denk tot in 1971, tot ik in De dolle mol ging werken en besefte dat de mol in wezen een revolutionair dier is.

the_residents.jpg
In de sixties was er het liedje ‘We Are the Moles’ van The Moles. Er werd beweerd dat het the Beatles waren, onder een andere naam. Het had best gekund, maar in werkelijkheid was het Simon Dupree & the Big Sound. Het gaat van ‘We are the moles and we live in our holes…’
Hoe lang is het niet geleden dat ik nog naar the Residents heb geluisterd… Zij hebben een viertal elpees uitgebracht voor een project dat ‘The Mole Trilogy’** heet. Deel drie van de trilogie is nooit verschenen, maar deel vier dan weer wel. En waar is volume 2 van the Travelling Wilburys? Nu ik eraan denk: waren Nelson Wilbury, Otis Wilbury, Lefty Wilbury, Charlie T. Wilbury jr. en Lucky Wilbury ook niet een soort van mollen. Terug naar the Residents. Ik sla een boekje open dat bij een verzamelbox*** zit en lees het volgende: ‘While the Residents are singular in their dedication to unmasking the rotten cavity [hol, gat] at the heart of the American dream, they are equally insistent in keeping the mask on their own identities.” Hun studio in San Francisco wordt ‘this windowless, cramped space’ genoemd.
De identiteit van de mollen in ‘La nuit des taupes’ wordt wel meegedeeld en op het einde van de voorstelling, bij het applaus ontdoen de acteurs zich van hun mollenhoofd (niet meteen, we moeten eerst voldoende in de handen klappen) en zien we ook dat ze niet echt blind waren. Wat ik een beetje vreesde, vooral toen ze op die fietsen zaten. Maar stekeblind hadden ze zelfs geen motorik kunnen spelen. Wat moeten de mollen het warm gehad hebben! Ik had niet in hun plaats willen zijn.

In een bespreking in De Standaard lees ik - van de hand van Wouter Hillaert - dat Quesne “in het duister is blijven tasten over wat hij meer wilde vertellen dan die eenduidige dierenfabel” en “ofwel heeft het allemaal weinig meer om het lijf dan grote mollenpakken, goed voor spijtig leeg spektakel.” Dat “in het donker blijven tasten” vind ik wel leuk. Maar leeg?

lanuitdestaupes.jpg


*World Upside Down, in ‘Three Songs, Three Singers, Three Nations’, Greil Marcus, Harvard University Press, 2015.
**The Mole Trilogy bestaat (voorlopig) uit: Mark of the Mole (1981); The Tunes of Two Cities (1982); Intermission (1982); The Big Bubble (1985)
***The Residents, Our Tired, Our Poor, Our Huddled Masses, Ralph Records, 1997

Afbeeldingen: Bascar Lamar Lunsford; Ride the High Country, Sam Peckinpah; La nuit des taupes; Themroc, Claude Faraldo; The Flaming Lips; The Residents; La nuit des taupes

07-04-16

TRIPTIEK VOOR MERLE HAGGARD

merle haggard 1 001.jpg

1.
Merle Haggard is dood. Waarom hield ik zoveel van zijn stem, van zijn songs, van zijn mythe? Zo lang ik me kan herinneren heb ik me een outsider gevoeld, anders dan de anderen, ongeschikt voor een netjes afgelijnd leven, voor een planmatig opgebouwde toekomst als burgerman, voor succes van welke aard dan ook. Ik had aanleg, talent, was met mijn ideeën vaak op mijn tijd vooruit en ik heb veel vrienden gehad. Gedurende enkele jaren was ik het centrum van een klein universum van gelijkgezinden. Maar ik geloofde niet in mezelf, ik achtte me niet tot iets goeds in staat. Tot iets groots, iets wat de wereld waarderen zou. Er ontbrak me een essentiële eigenschap of karaktertrek. Niet alleen discipline en doorzettingskracht, maar ook het vermogen om je naam op te dringen, om de anderen ervan te kunnen overtuigen dat je onmisbaar bent, dat ze zonder jou niet kunnen. Dat jij de man bent. Van in het begin was ik gebrandmerkt om te verliezen. De hoogmoed, zo die er al was, was van erg korte duur en aan de val lijkt geen einde te komen, en dat wil ik ook niet. Want liever vallen dan een verrader te zijn van alles wat me lief en dierbaar is. Hoewel mislukt en onder die mislukking soms gebukt gaand voel ik aan dat vallen beter is dan vliegen met de vleugels van onverdiend succes. Wat mij had kunnen redden – behoeden voor de val - was bijval als dichter, maar ook in die wereld voelde ik me niet thuis: het was een pseudowereld, een leugen. Echte dichters waren als Hölderlin en Artaud, ze waren antisociaal, leefden in een toren of zaten in een asiel. Ze gingen niet naar cocktailparty’s en lazen niet voor in cultuurhuizen.

Ik besef dat ik heel gemakkelijk op het verkeerde pad had kunnen komen.  “En de leraar die mij altijd placht te dreigen: / jongen, jij komt nog op het verkeerde pad, / kan tevreden zijn en hoeft niets meer te krijgen. / Dat wil zeggen: hij heeft toch gelijk gehad” zong Boudewijn De Groot*  in ‘Testament’, woorden die me als vijftienjarige tegelijk aantrokken en de daver op het lijf joegen. Dat het mooie lied me fascineerde blijkt uit de titel die ik gaf aan ons provo-schooltijdschrift met dezelfde naam. Tegelijk heb ik er alles voor gedaan om niet in de goot of de gevangenis te belanden, wat ook niet gebeurd is. Voorzichtigheid is misschien niet de meest bewonderenswaardige levenskunst, ze behoedt je wel voor veel gevaren. Maar een outsider ben ik altijd gebleven.

Bacon three studies for a crucifixion.jpg

2.
Wat heeft deze korte analyse van mijn persoonlijkheid met Merle Haggard te maken? Bijna alles. Dat uitleggen en aantonen is erg moeilijk. Hoewel de Americana-wereld van de gisteren – op zijn 79ste verjaardag - overleden countryzanger zeer specifiek is, is hij ook universeel. Dat alleen al is een bewijs voor zijn groot kunstenaarschap. Ik denk nu aan de schilder Francis Bacon, een kroegtijger die wat hij ’s nachts in de onderbuik van de grote stad zag en voelde en beleefde overdag met wilde precisie aan zijn doeken toevertrouwde. Je ontwaarde in Bacons genadeloze werken alle stemmen die in dronkenschap, wanhoop, verbijstering en verrukking tot hem doorgedrongen waren. Elk beeld van Francis Bacon is een echt beeld. De composities van Merle Haggard zijn op dezelfde manier echt en waar. Elk woord van hem, elke zin, elke vocale nuance drukt een reële en precieze ervaring uit. Vaak hoor je in zijn songs – noem ze gerust levensliederen - de stem  van mensen die niet mee kunnen eten van de gelukskoek, die nooit part zijn geweest van de American Dream en dat ook nooit zullen zijn. De personages van Merle Haggard verschillen heel erg van die van Francis Bacon maar de overeenkomst zit hem in de aandacht voor wie uitgesloten wordt, voor de outsider, voor de ‘andere’. Merle Haggard zingt al heel zijn lange leven over arme gelukszoekers, hardwerkende arbeiders, rechtse rednecks, hoeren, vervreemde cowboys, bajesklanten, dronkaards, moordenaars, treurende zonen, zwervers, hongerige immigranten, bastaards, drugverslaafden, gauwdieven, truckers, desperado’s, vluchtelingen, seizoenarbeiders, halfbloeden, reactionaire dwazen, mensen zonder illusies. Dit is geen willekeurige opsomming. Luister naar zijn platen: deze échte mensen komen stuk voor stuk in zijn liedjes voor. Zijn verzameld werk is voor mij op zijn minst zo veel waard als dat van Walt Whitman en John Steinbeck.

merle haggard 2.jpg

3.
Ik heb het geluk gehad dat ik in 1965 een fan mocht worden van the Byrds. Hun albums waren schatkamers, juwelenkistjes van liedschrijfkunst. Toen Gram Parsons in 1968 lid werd van de groep stopte hij een aantal parels van de countrymuziek in de juwelenkist die ‘Sweetheart of the Rodeo’ heet. Zo ontdekte ik country en meteen ook Merle Haggard via hun cover van ‘Life In Prison’. Op muzikaal gebied was dat een ommekeer in mijn leven. Maar met wie kon ik daar over praten? Haast niemand in mijn omgeving hield van country: het was muziek voor boerenkinkels en buitenlui. Tot ik Erik Van Neygen ontmoette, van de Belgische countryrockgroep Pendulum. Ik geloof dat hij de eerste was die ook naar Merle Haggard, Buck Owens en George Jones luisterde. Pas omstreeks medio de jaren zeventig vond ik een zielsverwant, Jos D., met wie ik nachtenlang naar Merle Haggard kon luisteren en in de Antwerpse volkse bars en kroegen opnieuw en opnieuw onze bewondering voor hem uitspreken. Vandaag hoor ik opnieuw en opnieuw ons van Duvels doordrongen gejubel weerklinken, ons euforisch gebral, doorspekt met citaten uit ‘Swinging Doors’, ‘The Bottle Let Me Down’, ‘Branded Man’ en ‘Sing Me Back Home’. Ja, ook Jos D. was een personage in een lied van onze held. De bars en het verdriet van de liefde, ongeneeslijke wanhoop, hebben hem de das omgedaan. Ik was sterker, denk ik. Zo valt me nu het trieste geluk te beurt dat ik me kan blijven onderdompelen in de muzikale wereld van de gebrandmerkte man die dank zij zijn groot talent, zijn originaliteit en zijn werkkracht erin slaagde een mythische held te worden. Merle Haggard is dood.

  merle haggard 1.jpeg

*tekst van Lennart Nijgh

28-03-16

HIJ ZEI DAT HET EEN NARE DROOM WAS

 odani motohiko.jpg


And if my thought-dreams could be seen
They’d probably put my head in a guillotine
But it’s alright, Ma, it’s life, and life only

Bob Dylan

Ongeveer een maand geleden was ik voor een raadpleging bij professor Pattyn in het UZ Gent. Ik zou moeten beslissen of ik binnenkort, dit jaar nog, een Zenker-Divertikel chirurgisch zou laten verwijderen. Eind 2012 is in het UZ Brussel een endogene ingreep mislukt. Uiteraard is zo’n invasieve operatie in de hals en slokdarm risicovol.Niet alleen omdat ik door andere operaties verzwakt ben, maar ook omdat een divertikel van Zenker erg zeldzaam is. Per jaar krijgen ongeveer 2 op 100.000 mensen de diagnose. Medici hebben er bijgevolg weinig ervaring mee. Professor Pattyn, een chirurg die al na één blik in de ogen vertrouwen inboezemt, stelde me gerust. Het divertikel wordt niet snel groter. Als ik er niet te veel last van heb kan ik nog lange tijd wachten met een ingreep, jaren zelfs. Het grootste risico zijn longontstekingen.

Vorige nacht droomde ik dat ik een rondleiding kreeg in het ondergronds labyrint van een groot ziekenhuis. Alles was er opgetrokken uit wit, synthetisch materiaal. De gids – die tevens geneesheer was – had me toevertrouwd dat professor Pattyn me niet de waarheid had durven zeggen. Die was dat ik ten laatste over vier maanden zou moeten geopereerd worden. Mijn kamer was al gereserveerd. Die was gelegen helemaal op het einde van een lange gang. Dat stuk van het ziekenhuis gaf uit op een lager gedeelte van de stad. Vanuit de mij toegewezen kamer was er uitzicht op een middeleeuws , donker straatje met hier en daar een oude lantaren, overblijfsels uit de periode dat J.K Huysmans zijn boeken schreef en zich tot het katholicisme bekeerde. Heel pittoresk, en door de contrastwerking met het klinische interieur goed voor mijn gemoed. Er zal uitstekend voor je gezorgd worden, zei de gids. Je bent hier in verzorgende handen. Je zal spionageromans kunnen lezen en naar alle rockmuziek van de wereld luisteren, zelfs je eigen playlists samenstellen. Houd ik wel van rockmuziek, dacht ik, ik ben dezer dagen toch meer begaan met jazz en modern klassiek, gisteren beluisterde ik nog The Modern Jazz Quartet en Debussy? Maar ik hield deze bedenking voor me.

Weer op de gang, de deur van de voor mij bestemde luxekamer al toe, klampte een Aziaat de gids aan. De man had ook een kamer nodig, in dezelfde vleugel waar die van mij was gelegen. Eigenlijk had hij zijn oog laten vallen op mijn vertrek, zo mooi wit en synthetisch! Geen goed idee, zei de gids tegen de Aziaat, jij komt toch uit het Noorden? Dan zal een houten kamer je veel meer deugd doen. Daarbij knipoogde hij naar me. Hij wilde me doen geloven dat ‘synthetisch’ een hogere categorie is dan ‘hout’, dat ik bijgevolg een voorkeurbehandeling genoot en de Aziaat gediscrimineerd werd. De Aziaat leek met het voorstel in te stemmen. Het zal zeker een gevaarlijke ingreep worden, zei de gids nog. Je zou kunnen sterven. Maar je hebt vier maanden om je erop voor te bereiden.

Vier maanden om me voor te bereiden op de dood. Opeens besef ik dat ik een heilige soldaat ben. Mijn opdracht is over vier maanden te zullen sterven. Ik behoor tot de groep van de zuiveren. Mijn gedachten zijn rustig, weloverwogen, rationeel. Ik zal gezond moeten leven, volgens de regels van het Boek. Discipline, oefeningen, vasten, gebed. Volgens de regels die eeuwen geleden werden opgetekend en nog steeds even geldig zijn. Transparante voorschriften voor een transparant, dienstbaar en strijdend leven. Je zal je leven moeten veranderen, gaat het door mijn hoofd.
Ik voer lange gesprekken over de juiste weg, de via perfectionis en de via humilitatis*, met een andere uitverkorene. Wie hij is weet ik niet. Hij lijkt op mij.  Misschien is hij mijn spiegelbeeld? Beiden streven we naar het goede (ἀγαθός), het leven in evenwicht. We hebben het nooit over geweld of oorlog, alleen maar over getrouwheid aan de leer, over zuiverheid. Vier maanden resten ons om in zuiverheid te zullen sterven.

Maar wat vreemd toch dat ik nu in het hoofd van een terrorist zit, ik Martin Pulaski,  de man die me vanuit de spiegel aankijkt. Hoe kan dat? Neen, dat ben ik niet, die stem in mij. Het is de stem van een verzonnen personage. Ik ben een acteur, ik speel een personage uit een pas verschenen boek. Pas verschenen? Dat is dan wel heel vlug gegaan. Hoe kan de auteur al zo kort na de verschrikkingen van 22 maart zo’n indringende roman klaar hebben? Over de gebeurtenissen in Brussel, over de denkwereld van de zelfmoordterroristen, over hun mentale voorbereiding? Is het een werk van Thomas Mann? Maar die schrijver is al lang dood? Hoe ongeloofwaardig ook, toch denk ik dat het om een roman van de grote Duitse schrijver gaat, vooral omdat de dialogen doen denken aan die van de humanist Settembrini en de jezuïet Naphta in ‘De Toverberg’.

Nu ik besef dat ik niet werkelijk de heilige soldaat ben, de terrorist, en dat ik zelfs niet over vier maanden moet sterven, voel ik een lichtheid zich van mij meester maken zoals ik die naar mijn weten nooit eerder heb ervaren, een onmetelijke euforie, misschien vergelijkbaar met die van een gelovige aan het eind van de negentiende eeuw die een zware zonde aan zijn biechtvader heeft opgebiecht en de absolutie gekregen. (Maar mijn lichtheid is niet die van een vervlogen tijd: ik begin niet met gebogen hoofd en gevouwen handen vurig te bidden.)

odilon redon fallen-angel-1872.jpg

*”waarbij de adept zichzelf leegmaakt vanuit de veronderstelling dat het absolute zelf of het absolute Niets vroeg of laat de plaats zal innemen van het oude ik.”
Peter Sloterdijk, Je moet je leven veranderen

Mikhail_Nesterov_001.jpg

Afbeeldingen: Odani Motohiko; Odilon Redon; Mikhail Nesterov

26-02-16

LIEFDE, CYNISME, KLEINE EN GROTE OORLOG

neko case3.jpg


Eerst de ergernissen. Wie is P.B. Gronda? Hoe lang zou hij nadenken voor hij aan een column begint? En hoe lang eraan werken? In zijn meest recente column in Focus Knack – de eerste die ik van hem lees, ik lees zelden columns – schrijft hij onder meer dat mensen niet van muziek houden voor de muziek en voetbalsupporters niet echt van de voetbalploeg waar zij supporters van zijn. Hij geeft enkele voorbeelden: Oasis, Sufjan Stevens, AA Gent en RSC Anderlecht. “Op een bepaald moment”, merkt Gronda op, “zodra de naam gemaakt is, zijn de liedjes van de band of de prestaties van het team van weinig tot geen belang meer. Het gaat vanaf dan meer over een positie in de maatschappij en het gevoel dat je eigen stem versterkt wordt door een grote machtige entiteit: een rijke voetballer en zijn club, een rockster en zijn band.” Het komt erop neer dat mensen van een bepaald soort muziek, van een bepaalde voetbalploeg houden om zich te definiëren, zich te onderscheiden van de anderen, wil Gronda zeggen, meen ik te verstaan. Wat een cynische psychologie, wat psychologisch cynisme. Moet ik werkelijk geloven dat ik niet echt van de songs en elpees van Tim Hardin, Patti Smith, Neko Case, Jeffrey Lee Pierce houd, dat hun muziek mij niet ontroert, dat het mij alleen om een attitude te doen is, om bij een bepaalde groep te horen en bij een andere dan weer niet. Daar geloof ik niets van. Ik geloof dat muziekliefhebbers echt houden van de muziek waar ze van houden, dat de liedjes van hun muzikale ‘helden’ diepe gevoelens bij hen oproepen, hen omzeggens betoveren. Bij voetbalsupporters gebeurt zeker iets gelijkaardigs, maar op een andere manier. Wel begrijp ik dat er meelopers zijn, maar om dat dan te gaan veralgemenen?

Bleri_Lleshi_liggend.jpg

Een paar dagen geleden zag ik auteur/filosoof Bleri Lleshi in De Afspraak – een min of meer onuitstaanbaar programma op Canvas – om er over de liefde te praten. Ik heb zijn boek, ‘Liefde in tijden van angst’, nog niet gelezen, weet hoegenaamd niet of het alleen maar over liefde als agape gaat, of ook over erotische liefde en liefde als vriendschap (en welke andere vormen van liefde er ook nog mogen wezen). Maar ik volg Lleshi in zijn stelling dat de liefde een afdoend antwoord is op de angst die de samenleving nu teistert. Jammer genoeg gaf de arrogante en ook al cynische presentator Bart Schols de schrijver geen enkele kans om zijn stelling te verduidelijken. “Onnozele idioot”, las ik in de lichaamstaal van de presentator, “wat kom jij hier over de liefde leuteren!” Zo vernederend en beledigend was dat, dat ik mij werkelijk zat te schamen. Nog een geluk dat de door het volk beminde psychiater Dirk De Wachter zich achter Bleri Lleshi schaarde. Zo kon ik dan toch met een enigszins rustig gemoed beginnen te kijken naar de wat bizarre film ‘The Shout’ (1978) van Jerzy Skolimowski.

HOPPER OFFICE IS A SMALL CITY.jpg

Gisteren bij IVD ging het over mijn toenemend ongemak wanneer ik me onder mijn soortgenoten begeef. Mijn onvermogen tot small talk. Pijnlijke stiltes, die minuten kunnen duren. Zelfs face to face, wat tot voor kort een genoegen was, worden gesprekken moeilijker, tenzij ik enkele glazen bier of wijn drink. Ik trek me terug in mijn ‘eigen’ wereld, maar welke wereld dat is en hoe hij eruitziet weet ik niet. Niet dat ik al actief banden aan het verbreken ben, maar ik onderhoud de vriendschappen niet, ik blijf in stilte wachten op een af ander teken. Ik praat met haar over depressie en zelfmoord in de literatuur. Daar las ik over in ‘Americana’ van Joost Zwagerman. Ernest Hemingway, Sylvia Plath, William Styron, David Foster Wallace, ze zijn met zovelen. ‘Darkness Visible’ van Styron heb ik destijds twee of drie keer gelezen. Ik herkende mij er gedeeltelijk in – maar ik leed toen zelf aan een depressie, veroorzaakt door een onhoudbare situatie op het werk. Mijn baas nam me een voor een mijn taken en verantwoordelijkheden af, waardoor ik op den duur hele dagen zat te niksen, terwijl ik ernaar snakte dat van mijn gaven, die ik zeker bezat, nuttig gebruik zou worden gemaakt. Dat is echter verleden tijd, vergeven maar niet vergeten. Zodra ik daar weg was, was de depressie ook weg.
Nu herken ik mij in een aantal karaktertrekken en attitudes - bij depressieve schrijvers - die Zwagerman in ‘Americana’ beschrijft. Kwetsbaarheid, niet kunnen omgaan met kritiek, met afwijzing, je in jezelf terug trekken, het gevoel hebben dat je geen gevoel meer hebt, dat niets je nog raakt, zelfs de mooiste muziek niet. Maar een depressie lijkt het nog niet te zijn. Ik sta vroeg op, geniet van het ontbijt, probeer te schrijven, lees verhalen en romans, ben nieuwsgierig naar waar de facebookvrienden mee bezig zijn en wil daar zelf ook dingen delen, kijk ’s avonds naar een film, drink een Rochefort, soms twee. Zo lang als het mogelijk is geen antidepressiva voor mij. Maar ik ben er niet zo gerust in. Het heeft ook niet alleen met mezelf te maken, integendeel. Terwijl ik dit schrijf worden mensen gefolterd, misbruikt, verkracht en gedood, worden steden en landschappen verwoest.
hemingway.jpg

A. vindt de stem van Patty Griffin irriterend, voor mij is ze echter rijk en expressief (niet aangenaam, of mooi, dat niet). Haar stem is die van het harde leven, je hoort er de pijn van de ziel in, verdriet, rouw; maar ze drukt ook hunker, lust, liefde uit. De muzikanten die haar begeleiden voelen elke nuance in haar stem aan en vertalen die naar hun instrumenten, borduren erop verder, en vervolmaken ze – elk in hun heel eigen stijl, wat je bijvoorbeeld hoort in hoe ze de snaren aanraken – tot er een song ontstaat die af is. Een song die, zoals een meanderende rivier in een Amerikaans landschap, perfect is ingebed in een album – in dit geval is dat het juiste woord. Album. Ik heb het over Patty Griffins ‘American Kid’.
PATTY GRIFFIN AMERICAN KID.jpeg

Afbeeldingen: Neko Case; Bleri Lleshi; Edward Hopper, Office in a Small City; Ernest Hemingway; Patty Griffin, American Kid.

20-02-16

ORDE VAN DE DAG*

hail 1.jpg

Nu weer de oude vertrouwde onrustige slaap, met om het half uur wakker worden om te kijken of het nog geen half acht is. Het is nog maar drie uur, half vier, et cetera. Over dat patroon maak ik me minder zorgen dat over een lange, diepe slaap waaruit ik me maar met moeite los kan rukken. Mensen zijn vreemde wezens, niets menselijks is ons vreemd.

Een vriend liet me een onbekend lied van the Byrds horen. Het stond op een tape die uit een grote witte magical mystery box kwam. Daar zat nog ander materiaal in, onder meer palimpsesten, teksten die van achteren naar voor waren geschreven, mystieke traktaten, kosmische muziek. De song zelf was mooier dan om het even wat the Byrds ooit op plaat hebben gezet, mooier dan ‘Draft Morning’ en ‘Hickory Wind’. Hij klonk ook als een palimpsest, meerlagig, met zang en instrumenten die in sommige gedeeltes achterstevoren waren gemixt. Toch was het geluid helder, transparant (niet als glas maar als vleugels van grote witte vlinders in de zon). Het was de ‘typische’ sound van the Byrds, maar nog meer pastoraal, met nog meer hunker, met een duidelijk uitgesproken verlangen naar eenwording met de natuur, met het Al – en daar tegenover de melancholie die het gevolg is van de onmogelijkheid van zo’n eenwording. De verscheurdheid van de mens die alleen staat in de natuur, zoals een personage op een doek van Caspar David Friedrich. Een verscheurdheid die met veel schoonheid - tedere en etherische geluiden, harmonieuze zangpartijen – wordt uitgedrukt, niet met brutaliteit, niet met geluidsterreur. Het lukte me om hier en daar een woord van de achterstevoren geschreven tekst te ontcijferen. Ik besefte dat ik hier de sleutel kon vinden voor de deur naar een andere vorm van waarnemen en ervaren. Maar dan had ik geduld nodig en tijd.

0notorious.jpg

Het is erg mistig maar je voelt dat de zon er al door wil dringen. Nog even wachten voor ik de ramen open. Frisse lucht in deze kamers.

Het is niet goed als de patronen die je dagen bepalen een routine worden. De herhaling - van altijd dezelfde handelingen op dezelfde uren van de dag - is een kwelling, een koud vuur dat je opbrandt zonder dat je er erg in hebt. Herhaling en routine maken je oud en moe. Maar anderzijds heb je discipline nodig om te kunnen werken, om ‘geestelijk’** te kunnen leven. Chaos maakt je net zo goed kapot als orde. Is het mogelijk de ene dag chaotisch te leven en de andere gedisciplineerd, de ene dag als een anarchist de andere als een emotionele fascist (om eens een uitdrukking van Elvis Costello te gebruiken)?
0frances-mcdormand-as-c-c-calhoun.jpg

Na lang geaarzel en nietszeggende argumenten pro en contra dan toch naar de cinema. ‘Hail, Caesar!’ van de gebroeders Coen. Ik heb van al hun films genoten, van hun stijl, hun humor, hun dialogen, van alles. Het meest van al van ‘Fargo’, in mijn ogen een meesterwerk van zwarte humor. Soms doet het werk van de broers me wat aan dat van Mel Brooks denken. Maar heb ik destijds niet veel van Mel Brooks gehouden? De Coens doen het echter allemaal nog beter. Niet alleen de humor, de satire en pastiche maar ook en vooral het verbeelden (in beeld brengen) van de tijd, van specifieke tijdsperiodes. Van ruimte in de tijd, van locaties en personages. En er is bij hen niet alleen maar humor en satire maar ook drama, passie en zelfs tragedie. In ‘Hail, Caesar!’ sprak de eigenlijke intrige, het Christus-verhaal zal ik het maar noemen, mij meer aan dan de ‘fragmenten’ – elk in een specifiek genre, melodrama, musical, western, zwemfilm – die er zijn in ingebed. Het maakt mij niet uit of dat verhaal ernstig mag genomen worden of niet, voor mij is het een mooi voorbeeld van een kleine heroïsche strijd tegen corruptie, verleiding, bedrog, zelfverlies. Het is niet nodig om in Jezus, de duivel of god te geloven om geraakt te worden door een passiespel. De fragmenten, pastiches van Hollywoodgenres zoals die in het begin van de jaren vijftig werden gedraaid, vond ik bijwijlen minder geslaagd. Zeker de musical ‘No Dames!’ had beter gekund. Waarschijnlijk was het budget van de regisseur van de matrozenfilm wat te klein om zo’n dansnummer tot in de kleinste details te verzorgen. Het is zelfs mogelijk dat de gebroeders Coen het zo bedoeld hebben. Het meeste pret heb ik beleefd aan de vergadering met de geestelijken waarin over de aard van god en Jezus wordt geredetwist, aan de bijeenkomst van de communistische scenaristen en aan de stukjes met Scarlett Johansson (voor mij voor altijd het meisje uit ‘Lost In Translation’, nu wel erg grofgebekt), Tilda Swinton (voor altijd de echtgenote van David Bowie) en Frances McDormand (voor altijd een zwangere politieagente).
Ik ging ervan uit dat ‘Hail, Caesar!’ een film voor het zogeheten ‘grote publiek’ was. Maar gelukkig is dat niet het geval. Alleszins heb ik geen geur van popcorn opgesnoven.
0tilda-david3.jpg

Op televisie ging het over de uitverkoop van de Europese Unie, het bedriegen en uitpersen van de Belgische bevolking, vooral van degenen die het financieel of op ander gebied moeilijk hebben, de grote meerderheid dus, en over de gunsten, geschenken en privileges van ‘onze’ regering voor de superrijken. Walgelijk spektakel. Escapisme is een tijdelijke oplossing, maar wat meer en meer noodzakelijk wordt is actie. Dat we eindelijk op straat komen en onze woede uiten, dat we eindelijk deze verdomde regeringen naar huis sturen en mensen verkiezen die ons werkelijk en rechtstreeks vertegenwoordigen.

...


*Stemmingswisselingen iii
**’Geestelijk leven’, is er iemand die die uitdrukking nog gebruikt?
Afbeeldingen: Scarlett Johansson; The Notorious Byrd Brothers; Frances McDormand; Tilda Swinton & David Bowie.

 

09-01-16

ZINNEN, OFFERANDEN VAN WATER

TOUS LES MATINS.jpg

 

Het is nog maar 9 januari en ik heb de mooiste zinnen van het jaar al gelezen. Ze zijn niet nieuw en het zijn zelfs vertaalde zinnen, afkomstig uit ‘Geen ochtend ter wereld’ van Pascal Quignard. De oorspronkelijke titel is ‘Tous les matins du monde’. De film van Alain Corneau is waarschijnlijk bekender dan de novelle.

“’Waarom geeft u de melodieën die u speelt niet uit?’
‘Ach, kinderen, ik componeer niet! Ik heb nooit iets geschreven. Het zijn offeranden van water, waterdruppels, alsem, levende rupsjes die ik soms verzin als ik me een naam en de genietingen herinner.’
‘Maar waar is de muziek in uw druppels en uw rupsen?’
‘Wanneer ik mijn instrument bespeel, haal ik een stukje van mijn levende hart open. Wat ik doe komt alleen voort uit de tucht van een leven waarin geen enkele dag een feestdag is. Ik voltrek mijn lotsbestemming.’”

Dit fragment komt uit een gesprek tussen leerling Marin Marais, violist aan het hof van Lodewijk XIV en zijn leermeester, monsieur Sainte Colombe, die weigert voor de koning te spelen en het laten uitgeven van zijn composities als een last ervaart die hem afhoudt van spelen en componeren.
De vertaling uit het Frans is van Marianne Kaas.

 

11-12-15

DE WEG NAAR BRUCE SPRINGSTEEN

BRUCESPRINGSTEENbest.jpg

Welke (muzikale) weg had ik afgelegd om in 1981 bij een concert van Bruce Springsteen & the E-Street Band aanwezig te zijn? In het milieu waarin ik in die tijd leefde was Springsteen niet geliefd. Het was de periode van new wave en post-punk. In de clubs en cafés waar we kwamen hoorde je Rip Rig & Panic, Simple Minds, the Fall, PiL, the Au-Pairs – veel politiek geëngageerde en minimalistische pop, in bijna alles het tegenovergestelde van de rock & roller uit Asbury Park in New Jersey. Sommige vrienden vonden mijn bewondering voor de man die ‘the Boss’ werd genoemd vreemd, misschien wel een beetje lachwekkend. Uitzonderingen die ik me nu nog kan herinneren waren Guillaume Bijl en Jos Dorissen.

Tot 1975 had ik Bruce Springsteen nooit beluisterd. Natuurlijk had ik wel al over hem gelezen maar ik had hem niet interessant gevonden. Misschien was het zijn macho imago of zijn gedoe met auto’s en highways dat me gestoord had? Of zijn muts en baard?

Ik luisterde nooit naar de radio, bezat geen televisie en las bijna nooit een krant. Toch was ik dank zij Rolling Stone, een tijdschrift dat ik verslond, en Time Magazine, op de hoogte van wat er in de wereld, maar toch voornamelijk in de Verenigde Staten, gebeurde. Naast de boeken die ik las, Westerse filosofie en literatuur, en de films die ik zag, vormden die tijdschriften mijn wereldbeeld. Voor muziek was er daarnaast nog NME en soms Oor, een Nederlands popmagazine dat ik niet echt waardeerde. Ik had een vrij ruime muzikale smaak, die het product was van intuïtie, toeval en vooroordelen. Wat Bruce Springsteen betreft was ik ongetwijfeld bevooroordeeld.

Op een dronken avond in 1975 in de buurt van het Brusselse Madouplein liet Paul D. me ‘Born To Run’ horen. Een wereld ging open. Een revelatie. Die stem, die spectoriaanse sound, die romantische teksten, dat glorieuze escapisme. Paul gaf me de elpee mee, ik liet mijn ‘Basement Tapes’ bij hem achter, evenals een bijzonder mooie editie – op groot formaat, zoals het hoort - van ‘Un coup de dés jamais n’abolira le hasard’ van Mallarmé. Die avond werd ik een bewonderaar van the Boss. Paul zou ik nooit meer terugzien. Hij stapte niet lang na die heuglijke avond uit het leven. Op een dag was hij met mij naar zijn geboortedorp gereden en had me de balk getoond waar zijn vader zich aan opgehangen had. Dezelfde balk zou Paul wat later ook gebruiken. Of misschien ook niet, misschien speelt mijn geheugen me parten. Zeker is dat mijn exemplaar van ‘Born To Run’ dat van Paul is. En dat op ‘The Basement Tapes’ een vloek rust. Vooral op de song ‘Too Much Of Nothing’.
BasementTapes.jpg

De rest van de weg die ik aflegde is niet zo bijzonder. Ik las alles wat er te lezen viel over Springsteen en toen ‘Darkness on the Edge of Town’ uitkwam vond ik dat meteen een meesterwerk. Duizenden keren heb ik er naar geluisterd, heel vaak luid meezingend. Dat deed ik in 1978 maar met twee platen, ‘Darkness on the Edge of Town’ en ‘Some Girls’ van the Rolling Stones. Als er geen platen van Springsteen uitkwamen troostte ik me met die van Southside Johnny & the Asbury Jukes, een fantastische band, die ik op 10 oktober 1979 live in de AB zag, nog voor Bruce Springsteen & the E-Street Band. Van ‘Hearts Of Stone’ kende ik alle teksten uit het hoofd (nu niet meer). Natuurlijk had ik inmiddels de eerste elpees van Bruce Springsteen aangeschaft, ‘Greetings from Asbury Park, N.J’. en ‘The Wild, the Innocent & the E Street Shuffle’, allebei uit 1973. Vooral die tweede vond ik bijzonder mooi en romantisch. Ik herinner me een avond met Jos D. in de Dolfijnstraat, toen we met gesloten ogen als naar een gezongen gebed zaten te luisteren naar ‘4th of July, Asbury Park (Sandy)’ en hoe moeilijk het na dat sacrale moment was om nog een andere plaat op de platenspeler te leggen. Ik vermoed dat het ‘Pet Sounds’ zal geweest zijn.

Sandy the angels have lost their desire for us
I spoke to 'em just last night and they said they won't
set themselves on fire for us anymore
southside johnny.jpg

‘The River’ moest dan nog uitkomen. Ik weet niet meer of ik die fenomenale dubbel-elpee beter vond dan ‘Darkness’. Vermoedelijk niet, want op mijn lijstje van 1980 stond ‘London Calling’ van the Clash op nummer 1. Toch raakte ik meteen verslingerd aan de meeste nummers op ‘The River’ en vond ik de combinatie van uitbundigheid en melancholie erg geslaagd. Het enige probleem was dat er te veel op stond. Het was overdaad. Maar zo is Bruce Springsteen. Zo was hij in die periode live met the E-Street Band.
Je zou je kunnen afvragen waarom ik niet vaker naar optredens van Bruce Springsteen ben gegaan. Mijn antwoord daarop is: ik heb maar één keer in mijn leven een LSD-trip genomen. Na een hoogtepunt moet je ermee ophouden. The Rolling Stones heb ik twee keer gezien, Townes Van Zandt ook. De eerste keer was telkens de beste.


Na ‘Nebraska’, het hoogtepunt in het oeuvre van Bruce Springsteen en een mijlpaal in de twintigste-eeuwse popmuziek tout court, is mijn interesse voor zijn platen gaan tanen. Ik vond ze niet meer zo avontuurlijk. Het vonkje dat er tot ‘Nebraska’ was geweest leek uitgedoofd. Misschien lag het aan mij, ik weet het niet. Maar wat ik wel weet is dat Bruce Springsteen & the E-Street Band in Vorst op 26 april 1981 in mijn top-5 van beste concerten staat genoteerd. Jammer dat Jos er niet meer is om herinneringen op te rakelen.

jos-matti1.jpg

...

Foto's: Bruce Springsteen (boven): Frank Stefanko; Basement Tapes: Reid Miles; Southside Johnny en Steve Van Zandt:(onbekend); Jos & Martin: Agnes A.

 

1 2 3 4 5 6 7 8 Volgende