09-03-07

MAX STIRNER : IK HEB ME UIT HET NIETS OPGETROKKEN


Max Stirners ‘Der Einzige und sein Eigentum’ moet ik zeker grondig herlezen. Je moet tegen het denken in denken, schrijft hij. Het niets is geen leeg niets, maar je creëert jezelf elk moment opnieuw uit dat niets. Je bouwt jezelf op uit dat niets. Leopold Flam nam vaak de uitspraak in de mond, ‘ik heb mijn zaak op niets gesteld’. Dat begreep ik niet goed. Het is kennelijk een kwestie van formulering. ‘Ik heb me uit het niets opgetrokken’, dat vind ik veel duidelijker. Nu, na het nuttigen van een glaasje Southern Comfort, en met Joy Divsion op de achtergrond, die meteen voorgrond wordt, doet de uitspraak me denken aan Baron von Münchhausen, die zichzelf, zoals iedereen weet, aan zijn eigen vlecht uit een moeras kon trekken. Het niets is voor hem inderdaad geen leeg niets, maar een moeras-niets.

Joy Division, Heart and Soul, onovertroffen uitdrukking van het niet-lege niets. Die jazzy drumrolls, die gitaar zo metalig (New Orders dansmuziek wordt hier al aangekondigd). Als ik dit lied hoor zie ik een beeld van ijs waarin een ziel van vuur brandt. Maar ik dwaal af, ik wilde gewoonweg mezelf een leesopdracht geven – en de lezer van dit stukje een hint. Mission accomplished.

18-09-06

IN DE MIST VAN HET HOOFD

ik,munchhausen,individu,zelf,ego,yo la tengo,dostojewski,lacan,groddeck,nietzsche,freud

De vraag naar wie ik ben en wat ik ben laat me niet met rust. Niet dat ik er in deze context voortdurend op wil terugkomen. Want wie van jullie heeft er iets aan? Aan het feit dat ik deze vraag stel. Aan het feit dat er geen antwoord op is. Je stelt een probleem maar je weet vooraf dat er geen oplossing voor is. Er is al zoveel over geschreven, Nietzsche, Freud, Lacan, Groddeck, etcetera. Vooral etcetera. We bevinden ons nog steeds in de mist. In de mist van de stad en de mist van het platteland. In die van het communisme en in die van het liberalisme. In die van het individu en in die van de gemeenschap. In die van de liefde en die van de haat. Mist, modder, oersoep. En daaruit moet je jezelf oproepen, opwekken, oprichten, optrekken. Als een baron von Münchhausen. Of jullie, moeten jullie het doen? Want jullie zijn een deel van het probleem en een deel van de oplossing die er geen is. Zonder jullie ben ik er niet, ontsta ik niet. Zonder jullie blijven alle plooien gladgestreken. 


Ik ben min of meer de antipode van het hoofdpersonage uit Dostojewski’s Aantekeningen uit het ondergrondse, en toch voel ik me ook verwant met deze voormalige ambtenaar. Als afsluiter van deze korte aantekening uit mijn ‘eigen’ ondergrondse wil ik de eerste vijf zinnen uit deze korte, krachtige roman citeren: “Ik ben een ziek man… Ik ben een slecht man. Een onaantrekkelijk man ben ik. Ik geloof dat ik aan een leverkwaal lijd. Ik begrijp trouwens geen lor van mijn ziekte en weet niet eens precies wàt mij zeer doet.” Ik had er ook zes kunnen citeren, het hele boek zelfs, maar vijf moeten volstaan.

Nu kan ik me opnieuw wat verdiepen in de vraag naar wie ik ben en wat ik ben. En wat luisteren naar Yo La Tengo’s I Am Not Afraid Of You And I Will Beat Your Ass. Als het me lukt die twee dingen te combineren…