17-08-15

HET BOEK ASTRID

astrid,dood,herinneringen,kroniek,blog,schrijven,vrijheid,openbaarheid,leugen,waarheid,verzinsel,uitgeven,zwijgen,stilte,maskerade,2005,relaas,verlangen,vorm,inhoud,dwang,zinsverbijstering,leesbaarheid,personages,fictie,moraal,zedelijkheid,verantwoordelijkheid,ethiek,elegie,boris vian,boeken,kroniekschrijver

Boeken zou je kunnen schrijven over Astrid. Maar wat ik schrijf zijn kronieken. Of is één enkele, doorlopende kroniek, een dag-tot-dag relaas met onderbrekingen. Die onderbrekingen drukken de dagen, weken uit waarin er niets gebeurt of waarin wat gebeurt niet tot opflakkeringen of ‘oplevingen‘* van het bewustzijn leidt.

Deze kroniek heeft in 2005 de vorm aangenomen van een blog. Tot dan was de kroniek bijna altijd privé geweest, nu werd hij openbaar. Tot dan kon ik schrijven wat ik wilde over wie of wat ik wilde. Rekening houden met wat of wie dan ook was niet nodig. Dat was een mooie compensatie voor het dagelijks leven waarin ik voortdurend met alles en iedereen rekening houd, wat mij jarenlang tot passiviteit, die soms extreem was, heeft gedwongen. In mijn schrijven was ik in zekere zin vrij: ik was nergens verantwoordelijk voor. Ik kon van reële of verzonnen personages tot in de kleinste details hun slechtheid beschrijven, maar net zo goed kon ik hun vaak onbestaande schoonheid en heiligheid bezingen. Dat laatste deed ik doorgaans in wat ik ‘gedichten’ noemde. Voor de wereld buiten mij maakte het geen verschil. Tot 2005 kon ik beslissen of ik mijn kroniek – of delen ervan – al dan niet openbaar zou maken. Of uitgevers konden dat doen, in het geval ik me tot hen richtte, wat zelden gebeurde. Dat laatste waarschijnlijk omdat ik vooraf wist dat ze mij de vrijheid die ik in het schrijven bezat, als het enigszins wilde lukken, zouden afnemen door het in een leesbare vorm te gieten, of mij daar toe te dwingen.

Sinds 2005 is de kroniek een blog. Hoewel ‘blog’ een lelijk woord is ben ik sindsdien gedwongen al wat ik schrijf daar naar te richten. Het gaat om een kracht, een verlangen, waar ik geen vat op heb, om een soort van zinsverbijstering. Soms verlang ik in extreme mate naar die uitingen, naar die in zekere zin toch erg banale vorm van openbaar maken: er bestaan miljoenen blogs. Maar gaandeweg heeft de vrijheid van het schrijven, van de kroniek mij bang gemaakt. Deze openbaarheid legt mij evenzeer aan banden. Een blog is net zo goed een keurslijf als een boek uitgegeven bij een gerespecteerde of verwenste uitgever. De vorm moet niet noodzakelijk leesbaar zijn, hoewel je toch altijd, en steeds meer, gelezen wilt worden. Omdat een blog openbaar is moet je vooral rekening houden met de inhoud, met de beschrijving van je personages, met wat je het ‘reële’ zou kunnen noemen – hoewel filosofen beweren dat je het ‘reële’ het zwijgen oplegt zodra je het in een relaas onderbrengt. Het is onmogelijk om in de openbaarheid om het even wat te doen. Dat geldt ook voor het schrijven. Ik heb het niet eens over de banaliteit van het legale, maar over de ernst van de morele verantwoordelijkheid.

Zoveel woorden heb ik nodig om te zeggen dat ik er aangaande Astrid, mijn overleden ex-schoonzus, grotendeels het zwijgen moet toe doen. Een bloemrijke elegie zal nog wel worden toegestaan (zou ik mezelf toestaan). Wat ik vanuit de vrijheid die ik me nog enigszins kan voorstellen zeer betreur. Zoals ik betreur dat ik in de openbaarheid niet over mezelf kan schrijven, over mijn** vrouwen, over de vrouwen naar wie ik verlangde en verlang, over mijn vrienden, over mijn ouders, over de hele mikmak die het echte leven wordt genoemd. Het enige wat ik kan doen is van Astrid en van alle anderen een andere maken. Haar een masker opzetten, een ander lichaam geven en een andere naam. Dat zou ik kunnen doen. Zoals, bijvoorbeeld, Boris Vian deed, toen hij zich Vernon Sullivan noemde. Een van zijn onder dat pseudoniem uitgebrachte boeken draagt de titel: ‘J'irai cracher sur vos tombes’. Maar ben ik dan nog een kroniekschrijver? Is mijn tekst dan nog een relaas en ben ik dan nog een heel klein beetje vrij?

astrid,dood,herinneringen,kroniek,blog,schrijven,vrijheid,openbaarheid,leugen,waarheid,verzinsel,uitgeven,zwijgen,stilte,maskerade,2005,relaas,verlangen,vorm,inhoud,dwang,zinsverbijstering,leesbaarheid,personages,fictie,moraal,zedelijkheid,verantwoordelijkheid,ethiek,elegie,boris vian,boeken,kroniekschrijver

...

*Martha Nussbaum noemt het ‘upheavals’.
**Het bezittelijk voornaamwoord drukt hier uiteraard geen bezit uit.

Foto's:
Boven: Mijn broer en ik.
Onder: gemaskerd ga ik door het leven.

24-07-15

BLUE VELVET, OPNIEUW

BLUE VELVET 1.jpg

Gisteravond zag ik nog een keer ‘Blue Velvet’, de magistrale film van David Lynch. Na al die jaren – hij kwam uit in 1986 – is ‘Blue Velvet’ een andere film geworden. Films bestaan niet als ze niet worden bekeken. Geldt niet hetzelfde voor alle andere kunstvormen? Er wordt wel eens gezegd dat de tijd geen vat heeft op dit of dat werk – maar dat is niet zo. Weinig kunstwerken zijn niet gedateerd – ze zijn in grote mate bepaald door de tijd waarin ze werden gemaakt. De grootste kunstwerken echter zijn tijdloos, maar tegelijk moeten ze elke keer als ze worden bekeken of aangevoeld of op een andere manier waargenomen en ervaren terugkeren in de tijd. ‘Blue Velvet’ is zo’n paradoxaal tijdloos kunstwerk. Je kunt ‘Blue Velvet’ als toeschouwer niet heel precies situeren in een bepaalde periode, de jaren vijftig, zestig, zeventig of de tijd waarin hij werd gedraaid*. De plaats van handeling is een stadje in de Verenigde Staten, maar welk stadje? Ik heb er heel wat rondgereisd en ben gelukkig – of ongelukkig – nooit in zo’n ‘small town’ terechtgekomen. Lumberton lijkt een typisch Amerikaans slaapstadje, maar het bevindt zich nergens anders dan in Lynchland – en in het hoofd van de toeschouwer.
BLUE VELVET 3.jpg


‘Blue Velvet’ is een andere film geworden omdat je zelf een andere mens bent geworden. Je fascinatie voor de personages, die destijds mogelijk enige perverse trekjes had, is in mededogen veranderd. In mededogen voor vrouwen als Dorothy Vallens, in met afgrijzen gemengd begrip voor mannen als Frank Booth. Was Frank Booth in 1986 een waanzinnige sadist, van wiens geweld je in stilte genoot, dan is hij nu veel meer een clown, de ‘candy-colored clown’ uit ‘In Dreams’, de geniale song van Roy Orbison. Dat lied is niet alleen het muzikaal hoogtepunt van ‘Blue Velvet’, het is ook een commentaar op de film. Het verhaal is niet realistisch of surrealistisch maar het is een droom. Of noem het een mysterie. Zodra je het oor wordt binnengezogen beland je in het avontuur van Jeffrey Beaumont. Een jongeman met een goed hart en goede bedoelingen, die niet alleen de donkere zijde in de andere leert kennen maar ook die in hemzelf. Een mooie en wat dromerige, maar bijzonder nieuwsgierige jongen die de strijd aangaat met het Kwaad en daar als een geschonden maar toch gelouterde man weer uit tevoorschijn komt. Daarna mag je het oor weer uit en heel de nare geschiedenis vergeten in een zee van romantiek en kitscherige kleuren.

‘Blue Velvet’ is niet alleen een superieure film-noir in kleuren, niet alleen een geniale psychologische horrorfilm, niet alleen een ijzingwekkende en zenuwslopende thriller – het is een van de grootste films die in de Verenigde Staten ooit werden gemaakt. Dat hij Roy Orbison – een zanger op wie door de coole jongeren in die dagen met misprijzen werd neergekeken - opnieuw onder de aandacht bracht is mooi meegenomen. Zelfs al wilde Roy aanvankelijk niets te maken hebben met wat hij - samen met vele anderen - als de geperverteerde wereld van Lynch beschouwde. Terwijl het werk van Lynch, dat - toegegeven - bijna alle denkbare boosaardigheid toont waartoe de mens in staat is, toch in teken staat van het goede. Want David Lynch is een moralist, maar wel dan wel een moralist buiten categorie.
BLUE VELVET 2.jpg

*(De tijd waarin hij werd gedraaid: misschien vind je hier en daar enige sporen van Ronald Reagan en New Wave).

21-01-14

JEAN SEBERG: EEN AMERIKAANSE TRAGEDIE

jean-seberg-breathless4.jpg

 

Gisteravond zag ik een magnifieke documentaire over Jean Seberg, ‘Eternelle Jean Seberg’ van Anne Andreu. Hoewel ik haar levensverhaal ken was ik opnieuw verontwaardigd. Een geweldige actrice, een voorvechtster voor gelijke rechten, voor individuele en artistieke vrijheid, een idealistische vrouw die iedereen zou moeten bewonderen – kapot gemaakt door de paranoïde J. Edgar Hoover en zijn FBI-agenten en, ook dat verhaal klinkt vertrouwd, de gewillige media. Een vrouw die voor ons allen een voorbeeld had kunnen zijn, de ‘heldin’ van ‘A bout de souffle’, het eerste meesterwerk van Jean-Luc Godard, werd door hypocriete moraalridders zo lang opgejaagd en geïntimideerd dat er voor haar maar een uitweg meer bleef: zelfmoord. (Als het al zelfmoord was, want de mogelijkheid dat ze vermoord werd is nog altijd niet uitgesloten.)

jeanseberg2.jpg

Ik wil haar levensverhaal hier niet nog eens herhalen. Probeer de documentaire te zien, en zeker een aantal van haar films. Hieronder een kort stuk uit Wikipedia over de methodes van de FBI om iemand te ‘neutraliseren’.

“During the late 1960s, Seberg provided financial support to various groups supporting civil rights, such as the NAACP and Native American school groups such as the Meskwaki Bucks at the Tama settlement near her home town of Marshalltown, for whom she purchased US$500 worth of basketball uniforms. The FBI was upset about several gifts to the Black Panther Party, totalling US$10,500 (estimated) in contributions; these were noted among a list of other celebrities in FBI internal documents later declassified and released to the public under FOIA requests. The financial support and alleged interracial love affairs or friendships are thought to have been triggers to a large-scale FBI program deployment in her direction.

The FBI operation against Seberg used COINTELPRO program techniques to harass, intimidate, defame, and discredit Seberg.The FBI's stated goal was an unspecified "neutralization" of Seberg with a subsidiary objective to "cause her embarrassment and serve to cheapen her image with the public", while taking the "usual precautions to avoid identification of the Bureau". FBI strategy and modalities can be found in FBI inter-office memos.
Jean_Seberg_Bonjour_Tristesse_Preminger.jpg

In 1970, the FBI created the false story, from a San Francisco-based informant, that the child Seberg was carrying was not fathered by her husband Romain Gary but by Raymond Hewitt, a member of the Black Panther Party.The story was reported by gossip columnist Joyce Haber of The Los Angeles Times and was also printed by Newsweek magazine. Seberg went into premature labor and, on August 23, 1970, gave birth to a 1.8 kg baby girl. The child died two days later. She held a funeral in her hometown with an open-casket that allowed reporters to see the infant's white skin which disproved the rumors. Seberg and Gary later sued Newsweek for libel and defamation and asked for US$200,000 in damages. Seberg contended she became so upset after reading the story, that she went into premature labor, which resulted in the death of her daughter. A Paris court ordered Newsweek to pay the couple US$10,800 in damages and also ordered Newsweek to print the judgement in their publication plus eight other newspapers.

The investigation of Seberg went far beyond the publishing of defamatory articles. According to her friends interviewed after her death, Seberg experienced years of aggressive in-person surveillance (constant stalking), as well as break-ins and other intimidation-oriented activity. These newspaper reports make clear, that Seberg was well aware of the surveillance. FBI files show that she was wiretapped, and in 1980, The Los Angeles Times published logs of her Swiss wiretapped phone calls. U.S. surveillance was deployed while she was residing in France and while travelling in Switzerland and Italy. Per FBI files the FBI cross-contacted the "FBI Legat" (legal attachés) in U.S. Embassies in Paris and Rome and provided files on Seberg to the CIA, U.S. Secret Service and U.S. Military intelligence to assist monitoring while she was abroad.

FBI records show that J. Edgar Hoover kept U.S. President Richard Nixon informed of FBI activities related to the Jean Seberg case via President Nixon's domestic affairs chief John Ehrlichman. John Mitchell, then Attorney General, and Deputy Attorney General Richard Kleindienst were also kept informed of FBI activities related to Jean Seberg.”

jeanseberg1.jpg

Jean Seberg was een unieke en moedige, maar soms ook wanhopige en rusteloze vrouw; over haar zou ongeveer hetzelfde kunnen geschreven worden als wat Antonin Artaud opmerkte in zijn 'Van Gogh le suicidé de la société': "Il y a dans tout dément un génie incompris dont l'idée qui luisait dans sa tête fit peur, et qui n'a pu trouver que dans le délire une issue aux étranglements que lui avait préparés la vie."

04-04-13

BADLANDS

badlands1.png

Ik las dat Terrence Malicks ‘Badlands’ nu op Blu-ray verkrijgbaar is. De film, een klein meesterwerk, kwam veertig jaar geleden uit. Hij betekende de doorbraak voor Martin Sheen (Kit) en Sissy Spacek (Holly). Warren Oates schitterde in de bijrol van Holly’s vader. Maar de echte kunstenaar was de toen volstrekt onbekende regisseur: Terrence Malick. 

‘Badlands’ was zijn eerste en naar mijn mening ook meteen zijn beste film. Het thema: de oorspronkelijke onschuld en de (zonde)val, zonder opvallende religieuze connotaties. Het machteloze individu verliest zichzelf in een zielloze maatschappij, waar de wet van het geld heerst en het sociale leven bepaald wordt door het spektakel. Twee doorsnee jongeren, verblind door de alomtegenwoordige populaire cultuur (vooral radio en film, met sterren als James Dean en Marylin Monroe), krijgen geen kans om een rijke identiteit op te bouwen. Hun onschuldige liefde mondt uit in brutaal geweld.

‘Badlands’ is een poëtische blik op de alledaagsheid en de onverschillige, gewetenloze misdaad. Malick dompelt de enkeling onder in een landschap dat elke vorm van onschuld/schuld opheft . De regisseur houdt zich ver van psychologische interpretatie, wellicht vanuit het besef dat poëzie en psychologie elkaars grootste vijanden zijn.

Waarom al die doden? Zomaar. Het verhaal is gedeeltelijk gebaseerd op waar gebeurde feiten: de Charlie Starkweather-moorden in de jaren vijftig. Bruce Springsteen heeft er een song over gemaakt, met dezelfde titel. Badlands is de streek in North-Dakota waar deze omineuze dingen zijn gebeurd. Maar Malick distantieert zich van die specifieke plaats, tijd en omstandigheden. Op die manier slaagt hij erin een verhaal te maken dat los staat van tijd, geschiedenis en moraal.

‘Badlands’ is verwant aan de gedichten van Rimbaud en aan sommige films van Nicholas Ray. Wat je te zien krijgt is een alchimistisch kunstwerk. Eens gezien, of liever: ervaren, blijft het nog jarenlang in je nazinderen. Bij mij al bijna veertig jaar.

badlands2.jpg


20-03-13

EEN NIEUWE ETHICA

IMG_5344.JPG

Foto: Martin Pulaski, Evora, 25 maart 2007.

Sinds gisteren ben ik opnieuw aan het werk, noteerde hij met enige tegenzin. Maar ik wen er niet aan. Het lijkt allemaal zo zinloos, zo overbodig. Wat voegen we toe aan de wereld? Wat geven we? Je kunt beter een boek lezen, of wat overpeinzingen in je dagboek neerschrijven. Regende het maar, dan kwamen de mensen wat minder buiten. Iedereen zou beter binnen blijven, dan zou ik ook graag binnen blijven en me bezig houden met mijn ware opdracht. Nu is er altijd die onrust en een verlangen naar datgene waar al die andere mensen naar verlangen, wat zou dat toch zijn?

We hebben werkelijk behoefte aan een nieuwe ethica, vervolgde hij. Op café zei een mooie jongen me, - hij had net een joint gerookt, zei hij - dat je  het woord misdaad niet mag uitspreken, omdat dat een veroordeling is, een moreel oordeel. We beginnen in kringetjes te denken, antwoordde ik, en verliezen elk houvast. Sommigen blijven zeker van hun stuk, dat wel, maar het is duidelijk dat hun, sorry, óns, discours op drijfzand is gebouwd. Jacques Derrida schrijft dit en dat, Claude Lévy-Strauss is een romanticus, de edele wilde bestaat niet. Et cetera. De conclusie van al dat gepraat is meestal dat idealen dom zijn, dat je moet leven in de werkelijkheid zoals ze zich aan ons voordoet. Je kunt in deze bittere tijd toch geen utopist zijn, man, zei de mooie jongen. Ja, toch wel, vind ik, ik ben een communist, kijk maar ik heb een rood hemd aan. Met een grapje onttrok ik me aan de ernst van mijn toevallige kameraad, en aan mijn eigen ernst. Hij lachte. Hij besefte niet dat ik het meende. Dat ik blijf dromen van een betere wereld.

Hoewel ik tegelijk denk dat wij niet veel meer zullen veranderen. Ik geloof dat ik in mijn leven niets heb veranderd, of het zouden de steentjes en zeeschelpen moeten zijn die ik een andere plaats heb gegeven. Maar misschien is dat ook niet slecht, want degenen die de wereld echt veranderd hebben, mannen zoals Stalin en Hitler, hebben tragedies en genocides veroorzaakt.

Veel mensen beoordelen je op je functie, schreef hij. Of op hoe je eruitziet. Je werkelijke leven ontsnapt aan hun aandacht. ‘La vraie vie est ailleurs’, zei Mallarmé. Wat bedoelde hij daar toch mee? We hebben een nieuwe ethica nodig, besloot hij. Tijd voor een kop koffie en wat facebook-zelfverlies.

28-09-09

ROMAN POLANSKI EN DE HYPOCRIETE MORAAL


romanpolanski

Dank zij de politie en de Amerikaanse Justice for All is hij vandaag wellicht de beroemdste man en zijn het zijn films die het meest worden bekeken. Dat is de goede kant van de zaak, maar de slechte kant is dat Roman Polanski nog maar een keer moet afzien, na de Holocaust, na Charles Mansons absurd geweld, na de ballingschap ten gevolge van de toenmalige (jaren 1960-1970) hypocriete moraal. In ons land zijn er onder meer Hugo Claus, Herman J. Claeys en Jef Geeraerts ‘slachtoffer’ van geweest. Maar de toenmalige hypocriete moraal is er kennelijk nog altijd, en mogelijk nog hardnekkiger, nog vicieuzer. Roman Polanski had meer dan dertig jaar geleden seks met een minderjarig meisje. Ik wil dat niet meteen verdedigen maar evenmin veroordelen, gewoonweg omdat ik er niet bij was en omdat ik weet dat een meisje van dertien seksueel volwassen kan zijn. Polanski zag (en ziet waarschijnlijk nog steeds) graag mooie, jonge meisjes, en hij had een buitengewoon goede smaak: Françoise Dorléac, Cathérine Deneuve, Sharon Tate, Nastassjia Kinksi – om de bekendste 'veroveringen' te noemen. Is daar iets mis mee? Dan moet je mij ook opsluiten. En veel andere mannen en vrouwen en jongens en meisjes. Dan moet je zeker Nabokovs ‘Lolita’ verbranden (als dat nog niet is gebeurd) en dan moet je vooral de porno-industrie aanpakken. Drie klikken met de muis en ik zit middenin een fistfuck-situatie, die ik niet echt wil zien. Maar kijk ik dan naar dat gedoe? Even misschien, uit nieuwsgierigheid, maar dan zoek ik verder, naar iets wat me wel interesseert of opwindt. Ik laat het aan de verbeelding van de lezer over wat dat dan wel mag wezen. Toch mogen ze van mij zoveel fistfucken als ze willen, zolang het maar niet onder dwang gebeurt.

Ik schrijf hier niet zomaar over Roman Polanski. Het is meestal niet mijn gewoonte ‘hot items’ te becommentariëren. Maar dit is een ander geval. Ik heb me lang in zekere zin met de Poolse regisseur geïdentificeerd. Mijn aangenomen naam lijkt niet toevallig op die van hem: het was een bewuste keuze. Ik heb zijn films voor het eerst op de filmschool in Brussel gezien, kortfilms, zoals ‘Amsterdam’,  ‘De dikke en de dunne’, ‘Twee mannen met een kast’ en langspeelfilms zoals ‘Het mes in het water’, ‘Cul de Sac’, en ‘Repulsion’. Ik vond het stuk voor stuk meesterwerken. Daar kwam nog bij dat mijn toenmalige vriend en medestudent, Guillaume Bijl, me elke keer als hij me zag begroette met de woorden, “Hé, Polanski, hoe gaat het met je?”. Waarschijnlijk leek ik een beetje op de regisseur (maar ik was wel een stuk jonger, en had veel minder succes bij de mooiste meisjes). Na mijn studies bleef ik Roman Polanski volgen – en ik bleef zijn werk buitengewoon vinden; films zoals ‘Rosemary’s Baby’, ‘Che?’, ‘Chinatown’, ‘Le locataire’ (waar hij zelf prachtig in acteert), ‘Tess’, ‘Death And The Maiden’, etcetera. Niet stuk voor stuk meesterwerken, maar bijna altijd beter dan het werk van zijn tijdgenoten en van zijn epigonen.

Roman Polanski is ouder nu, kwetsbaarder. Hem opsluiten is een gevaarlijke zaak. Als hij dagen, weken tussen criminelen zit, eenzaam in een cel, dan gaat hij er ongetwijfeld aan ten onder. En de kans is groot dat ik dan niet veel later een in memoriam zal moeten schrijven – en ik had me voorgenomen dat niet meer te doen. Laat om die laatste, maar vooral om alle andere hier opgesomde redenen en argumenten Roman Polanski meteen weer vrij. De man heeft in zijn leven al voldoende afgezien. Laat Roman Polanski vrij!

 

04-05-09

OP ZOEK NAAR EEN ORIGINELE MANIER OM DE GEEST TE GEVEN?


bacon


Het heeft me altijd gefascineerd dat Francis Bacon overleden is aan een kou die hij had opgelopen toen hij wilde onderzoeken of sneeuw het bederf van een dode kip kon vertragen. Is er iemand op een meer originele manier de hoek omgegaan? Ik denk het niet, zeker geen filosoof, zelfs Empedocles niet, die nochtans blootsvoets in de grommende krater van de Etna sprong. Dat laatste is bewezen, een of andere verdwaalde toerist heeft zijn sandalen teruggevonden.

Gaan wij nu allemaal dood ten gevolge van een banale varkensgriep? Dat zou toch een grote grap zijn, maar wel een om bij te huilen. Ik ben aan het onderzoeken of ik niet op een even originele manier als Francis Bacon kan sterven. Wurgseks, zoals in ‘L’empire des sens’ lijkt me wel iets, maar zonder dat daarna mijn penis wordt afgesneden en al mijn boeken onder het bloed zitten. Vroeger, kort na het verschijnen van die film, dacht ik dat wurgseks iets typisch Japans was, zoals harakiri en saké – maar dat schijnt niet het geval te zijn. Sommigen, zoals Richard Manuel, sterven van ‘zelfwurgseks’, of hoe moet ik het noemen? Een droevige zaak. Richard Manuel, een van de mooiste stemmen ooit. Was zijn stem kapot? Wat dan nog? Tom Waits, Marianne Faithfull en Bob Dylan doen lekker door, stem of geen stem. En ze maken bovendien nog uitstekende platen, zoals dat nieuwe, zeer aanstekelijke meesterwerkje, ‘Together Trough Life’.

Nee, laat ons maar zo lang mogelijk leven, plezier maken, liederen zingen, iets van Gram Parsons of Townes Van Zandt bijvoorbeeld, gedichten schrijven, in cafés gesprekken voeren met Italiaanse immigranten uit Limburg, saké drinken, en dranken die we nu nog niet kennen – en veel water natuurlijk. Laten we er samen alles voor doen om die verduivelde varkensgriep  uit te roeien en zoveel mogelijk andere problemen op te lossen, zoals die idiote godsdienstoorlogen, terwijl alle godsdiensten één zijn, verankerd in de natuur en de zon.

In Brussel zijn alweer twee jonge mensen vermoord. Dat kan toch niet. Hun moordenaars hadden beter meegewerkt aan de moeilijke strijd tegen ziekte, armoede, dakloosheid, etcetera. Waarom doen ze dat? Waarom rekenen ze met elkaar af, of slaan ze hun slachtoffers zonder enige reden in elkaar (zoals ze met mij al te vaak hebben gedaan – vandaar dat ik me alweer met die dode jongens associeer).

De dood ligt altijd op de loer. Daarom moeten wij het leven blijven uitvinden, het mooier en sterker maken. Er liefde en mededogen aan toevoegen – en verbeelding. Ben ik nu een moralist? Nee. Eigenlijk ben ik verontwaardigd, en transformeer ik mijn verontwaardiging in een dagdroom, in een utopie. Maar als ik toch ooit moet heengaan, wil je dan Bill Callahans lied voor me zingen: ‘Dress Sexy At My Funeral’? En de daad bij het woord voegen? Dank je.

empire

 

15-03-09

NOW LITTLE BOY LOST HE TAKES HIMSELF SO SERIOUSLY


Voor Isabelle, Bart, Jan, Paul en al de anderen.

dreamwilliamblake


“The night was dark, no father was there,
The child was wet with dew;
The mire was deep, and the child did weep,
And away the vapour flew”

William Blake

Ik leef in een droom, of ik droom dat ik leef. Denk niet dat een droom mooi is. Je weet het allemaal al, als je hier in deze streken woont. Soms wordt hij een nachtmerrie, vermoed ik, en word ik een griezel, vermoed ik, want ik zie mezelf niet meer in spiegels als ik daar ben. Ik ga de straat op, de nacht in, waar alleen beregende kasseien mijn silhouet weerspiegelen. Mijn ene silhouet, het andere blijft in de schaduw. Buitenshuis zijn de spiegels altijd in mist gehuld. Of met een dikke laag vet bedekt. Met vilt, met wolvenhuid. Je kent het allemaal al, het is de natuur in ons die spreekt, en wij in de natuur.

Alvorens ik een weerwolf word ontmoet ik oude vrienden, die me gelukkig maken met hun levensloopverhalen en hun verjaardagen. Ik ontmoet nieuwe zielsverwanten, van wie ik de voornamen tot mijn spijt meteen weer vergeet. We praten urenlang en ’s anderendaags weet ik niet meer met wie over wat. De antidepressiva, het donkere bier. Deze onbekende vrienden zijn opeens veel belangrijker dan mijn zwakke gezondheid. Ik vergeet waar het station is, waar ik woon, wie ik werkelijk ben. Zijn dit avonturen? Nee, je verdwaalt in een nachtmerrie, waarin de politie je van de straat oppikt: ja, je bent weer eens in de goot gevallen, de kneuzingen bewijzen het. De zakelijke en beleefde agenten geven je een lift naar het station, dat nog uren gesloten is. Je staat voor de gesloten deuren zonder aan iets te denken, zonder te twijfelen. Je neuriet een lied dat Bart Koubaa een paar uur eerder heeft gezongen. De titel ben je vergeten, maar hij zit ergens in je zenuwen, in je hersens. Je beste vrienden zijn boos op je, of waren het, omdat je niet verantwoordelijk bent voor jezelf. Je geeft je over aan hun goedheid, hun troost – maar zij willen die rol niet langer spelen. Je bent veel ouder, je zou bijna hun vader kunnen zijn, of een veel oudere broer. Zij moeten niet voor je zorgen. Ze hebben gelijk. Daarom zijn het je vrienden: om je te zeggen waar je aan toe bent. Dat een dom en vaag avontuur geen avontuur is. Dat je, zoals Brian Wilson, voor je geestelijke gezondheid moet zorgen. Maar het station is gesloten. In een café in de buurt zitten vreemde mannen die een vreemde taal spreken te kaarten. Je kent het spel niet. Voor de rest is er niemand anders aanwezig dan een verbitterde vrouw achter de bar. De vrouw is niet loslippig, maar je mag wel even in een hoek in een stoel zitten slapen, zegt ze. Dat weiger je. Ook al wankel je, je bent te trots om te gaan zitten liggen. Je staat wankelend kaarsrecht en wil praten over het leven. Maar de vrouw is hard en zacht tegelijk: je mag wel slapen maar over haar leven vertelt ze niets. Het leven is hard, waar je ook komt, zegt ze.

Op de trein neemt een meisje uit Taiwan naast je plaats. Ze straalt. Ze heeft stralende ogen. Haar leven is vol geopende zaken, terwijl die van jou bijna allemaal toe zijn. Je praat en iemand luistert. Zij praat en jij luistert. Het is nog ver naar Brussel. Maar Brussel is veel te nabij. De droom mag soms langer duren. Als je maar niet ouder wordt ondertussen, of dement, of doodgaat.

Alles wat niet meer kan gezegd worden, wordt poëzie. Poëzie is de enige waarheid, niet het onzegbare, maar het ongezegde, het ongezegende, het omgekeerde van het loslippige. De adem na storm en afgedwongen stilte. Poëzie is roken en diep inhaleren, zonder de schadelijke neveneffecten. Het is amour fou zonder zelfbedrog, niet seksueel overdraagbaar ziek, maar desondanks uitzonderlijk gevaarlijk. Poëzie is alles wat ik de voorbije dagen niet heb gehoord en niet heb gezegd. Poëzie is bijna-stilte, maar dan heel luid en met heel veel ingehouden verlangen en geweld.

Beeld: Dream, William Blake

22-01-09

EEN NIEUWE SAMENLEVING, EEN NIEUWE MORAAL

gelijkheid,verleden,geschiedenis,leven,sixties,feminisme,kunst,nieuw,intolerantie,wereld,toekomst,ecologie,luisteren,verbeelding,cultuur,surrealisme,communisme,gemeenschap,moraal,modern,individu,samenleving,modernisme,verantwoordelijkheid,20ste eeuw,communie,realisme,revolutie,facebook,obama,rimbaud,broederschap,omwenteling,inaugurele rede,zusterschap,aanwezighied

 Vandaag gingen mijn gedachten terug naar de min of meer geslaagde en gedeeltelijke en geheel mislukte pogingen  om de maatschappij, ‘het systeem’, de man, de vrouw, de verhoudingen tussen man en vrouw, de arbeidsverhoudingen, het economisch bestel, de machtsverhoudingen en zelfs het leven te veranderen. Zelf vond ik vanaf een bepaalde, enigszins bewuste leeftijd dat, zoals de surrealisten hadden gezegd, het leven moest worden veranderd. Lange tijd al houd ik me de uitspraak van Rimbaud voor ogen dat we ‘absolut moderne’ moeten zijn, wat ongetwijfeld niet hetzelfde betekent als opnieuw expo-brood eten of in stoeltjes uit de jaren ‘vijftig gaan zitten. We nemen plaats op stoelen en in zetels die het toeval ons aanwijst.


Ik kreeg zonder zelfs een kroniek of een geschiedenisboek ter hand te nemen (ik denk aan ‘1968’ van Mark Kurlansky, ‘De Russische revolutie’ van Marcel Liebman, ‘Ten Days That Shook the World’ van John Reed, de werken van Eric Hobsbawn, ‘In Europa’ van Geert Mak, ‘Timebends’ van Arthur Miller, ‘There’s A Riot Going On’ van Peter Dogget, etc.) een sterke indruk dat de hele twintigste eeuw een aaneenschakeling is geweest van pogingen tot revolutie, van werkelijke revolutie, van pseudo-revolutie (in salons en ministeriële kabinetten), van contra-revoluties, van staatsgrepen, van militaire regimes, van dictatoriale verdedigingen tegen revoluties en mogelijke revoluties, van – vanuit het zogenaamde standpunt van nationaal-socialistische revoluties en fascistische omwentelingen – etnische verplaatsingen en nooit eerder geziene etnische ‘zuiveringen’ en uitroeiingen.

Ik kreeg tevens de indruk dat de halve eeuw die ik heb meegemaakt, zonder ooit een oorlog aan den lijve te hebben ‘gevoeld’, alleen de gevolgen ervan, een verschrikkelijk, gewelddadig, ongewoon verwoestend tijdperk is geweest.

Welke rol had ik gespeeld in dit alles? Ik moest even een glas wijn drinken, twee glazen, om de vraag te laten bezinken. Vervolgens dacht ik, jongen, vergeet het maar. Er is muziek, film, kijk nog een keer naar ‘Last Tango In Paris’, een meesterwerk toch? Is er ooit iemand beter geweest dan Marlon Brando en hoe zit het nu met Maria Schneider? Of speel wat spelletjes op Facebook. Mijn vrouw kan ik niet lastig vallen: zij slaapt al. Een zware dagtaak staat haar te wachten. Zij helpt jonge mensen uit ontwikkelingslanden aan studiebeurzen in ons welvarend gebied van taalonenigheid (hoewel ik daar zelden iets van merk, tenzij bij fascistische heethoofden). Jongen, zei ik, je moet het alleen oplossen. Wat heb je gedaan?

Natuurlijk was die vraag mij ingegeven door de inaugurele rede van president Barack Obama. De tijd van intolerantie, zoals die door filmregisseur D.W. Griffith aan het begin van de vorige eeuw werd getoond, is voorbij. De tijd dat zwarten niet welkom zijn in een restaurant of café zijn voorbij. De tijd dat ik in 1968 in Maastricht aan mijn lange haren door het grind word gesleurd en met de dood bedreigd is voorbij. De tijd dat ik in het midden van de straat mijn vriend niet mag zoenen is voorbij. De tijd dat je voor een kruisbeeld of welk ander religieus symbool moet knielen is voorbij. De tijd waartegen zich Bob Dylan zo verzette (en al lang over zwijgt) is nu voorbij. Zelfs William Zanzinger is dood. Ik moet me ook niet meer boos maken op Sam Shepard, die het in zijn logboek over the Rolling Thunder Revue over Willams & Zinger had. Niemand is perfect. Sam Shepard was een goede drummer en stond aan de goede kant. Ten minste, als je er van uitgaat dat ik ook aan de goede kant stond, sta.

President Obama gaf in zijn speech de indruk dat die tijd – van pogingen tot verandering, van permanente revolutie, van intolerantie en onwetendheid – nu voorbij is. De verantwoordelijkheid voor de samenleving, die de geschiedenis ons heeft doorgegeven, ligt bij onszelf. Wij moeten het nu echt wel zelf doen.  We moeten niet alleen maar hopen, geloven, met onszelf bezig zijn, met muziek, met kunst, met vermaak en cultuur. Wat we zeker niet moeten doen is onszelf verrijken ten koste van de anderen. Wat we zeker niet moeten doen is op de anderen neerkijken, hen vernederen, miskennen, hen geheel uit het oog verliezen omdat ze bijvoorbeeld ziek of zwak zijn. Wij mensen hebben elkaar nodig. De wereld is een ingewikkeld geheel. We moeten het zelf doen. We moeten naar de anderen kijken: wat willen jullie? We moeten vriendschap sluiten. En uiteindelijk moeten we ook voor degenen die geen vriendschap willen, de fanatici, de mensen die uitgaan van bloed, bodem en geweld, moeten we voor hen op onze hoede zijn. Met onze overtuigingskracht, met onze kunst, met onze schoonheid moeten we hen voor de wereld winnen. Omdat die tegenstelling blijft moeten we een moraal hanteren, een betere moraal dan die we hadden, een waarin niet religie maar wel rede en droom een rol spelen. Waar een positieve verbeelding van een menselijke werkelijkheid in communie met het zijn (en wat voortdurend in het zijn geworteld is en eruit ontstaat) de grondslag van is. Als we die moraal niet uitvinden, vernietigen we niet alleen onze geschiedenis en alles wat we hebben vernietigd en opgebouwd maar blazen we ook alle bruggen op naar een mogelijke toekomst waarin de mensen nog aanwezig zijn.

30-05-08

ONBEKENDE GELIEFDE

Als ze zichzelf ontmoeten in zichzelf of uit hun lichaam stappen en zichzelf ontmoeten, ontmaskerd, in een niets, een nergens, een niemand, worden ze dan niet woedend op hun scherven, die liggen te glinsteren in de goot van een of andere vergeten stad en op wat ze zich herinneren van hun schermutselingen met god-weet-wie, allemaal tot grauwe mist herleid in het vervlogene?

Ja, je ziet het alle dagen, ze leggen nieuwe wegen aan naar het coole buiten, het zogezegd bezielende schouwspel aan de einder. Ze willen ontsnappen aan hun verhitte vaderland en moedertaal, aan het melkwit van hun woorden. Naar zeeën en ziekenpaleizen waar de roes hen het hart uit het lijf rukt, want hoe ver ze ook vliegen, hun lijf blijft hun schaduw, de opslagplaats van hun donkerste gebeden en vervloekingen.

Ik stond erbij en raadde het al. Onder hen bevond zich geen wijze uit het Oosten. Geschenken zouden zij mij niet brengen. Voor mijn redding was ik op mezelf aangewezen, op mijn heldere aanwezigheid. Voor mijn fantoompijn bestonden zachte zalven. Daarom, laat mij maar varen, met mijn wonden, waarin ik u verberg, mijn onbekende Geliefde.

24-04-07

TEGEN HET WANTROUWEN

katholicisme,fanatisme,schoonheid,film,kunst,wantrouwen,literatuur,hypocrisie,denkfouten,hollywood,bush,moraal,guattari,deleuze,consumentisme

Contes Immoraux, Walerian Borowczyk

Op mijn vorige stuk, voornamelijk een lofzang op de schoonheid van sommige stemmen in film, muziek en – in de verbeelding dan wel – in de literatuur, kwam nogal bedenkelijk commentaar. Ik zou er niet op mogen reageren, maar ik kan het niet laten.

De commentator schrijft dat film en literatuur bedrieglijk zijn. In mijn stuk had ik het helemaal niet over de waarheid van film en literatuur. Iedereen doet wat hij wil, maar ik begrijp desondanks niet waarom deze man zijn ‘ideeën’ over de éne goddelijke waarheid uitgerekend onder mijn nogal religieus aandoende tekst komt plaatsen.
Hij schrijft dat ‘in films en literatuur op subtiele wijze aan de consument duidelijk wordt gemaakt wat en wie goed of kwaad is’. In één zinnetje maakt hij op zijn minst drie denkfouten. Dat is althans mijn overtuiging. Films en literatuur worden niet geconsumeerd. Ik ben geen consument van films en boeken. Ik lees en becommentarieer boeken, ik denk erover na; ik bekijk films, ik spreek erover, denk erover na, schrijf er soms iets over, laat mij er door inspireren, maak mij boos, et cetera. Ik ben geen consument van om het even welke vorm van kunst. Kunst opent mijn wereld (als kunst mij aanspreekt). Dat is één. Een tweede fout is de veronderstelling dat films subtiel zijn. Talloos veel films zijn allesbehalve subtiel. De moraal wordt er bij de ‘consument’ met veel gedreun en bombast ingeramd. Film made in Hollywood maar ook op andere plaatsen, met de goedkeuring van George W. Bush en de boekhouders van de Heer. ‘Literatuur’ is evenmin subtiel. Is Herman Brusselmans subtiel? Een gebrek aan subtiliteit is misschien wel zijn belangrijkste stijlmiddel. Een derde fout is het uitgangspunt dat literatuur, film en kunst zeer nauwkeurig gedefinieerd kunnen worden. Er zijn talloze literaturen, ook subtiele, zeer kleine en zeer grote. Gillles Deleuze en Félix Guattari hebben hier aandacht aan besteed, onder meer in verband met Kafka. Er zijn meerdere vormen van films, ook subtiele, ook zeer morele, ook immorele (denk aan Contes Immoraux van Walerian Borowczyk), ook amorele, etcetera. En ik zie zoveel verschillende soorten kunsten en kunstjes op tentoonstellingen en in musea dat ik er duizelig van word. De commentator ziet voornamelijk kunst ‘die een vuil spel kan spelen met het ethisch bewustzijn van de mensen’. Alsof, indien dat zo zou zijn, de mensen geen verweer hebben, geen kritisch vermogen, geen eigen ethica.

 

katholicisme,fanatisme,schoonheid,film,kunst,wantrouwen,literatuur,hypocrisie,denkfouten,hollywood,bush,moraal,guattari,deleuze,consumentisme


“Wantrouw dus de kunst – nog veel meer dan de politiek!” voegt hij er nog aan toe. En op die manier zet hij zijn handtekening, die van een ware katholiek. Want, zoals ik hier onder in een woede-uitbarsting al schreef, en ik blijf erbij, ook nu ik wat kalmer ben, in wantrouwen en paranoia zijn katholieken altijd heel goed geweest. Ze waren bijzonder vindingrijk in het stichten van paranoïde, vervolgende, mensverwoestende ordes. Ze hadden een zeer duidelijke moraal: die van de foltering en de brandstapel. Nu zijn hun vormen van repressie heel wat subtieler geworden. Het spijt me, maar dit moest me even van de lever.

08-10-06

WAT TE DOEN? VROEG LENIN

solomon burke,nashville,anderlecht,sociaal-democraat,verkiezingen,moraal,slecht bestuur,brussel,lenin,tchernichewski,pop,popcultuur,vlaams,nationalisme,waals,frans,oud,proteststem,thomas mann

Het is zondag, twaalf uur, de zon schijnt door de ramen van mijn werkkamer. Zou ik ze open gooien? Ja, dat ga ik doen.

Mijn jukebox draait ‘Nashville’ de nieuwe cd van de oude Solomon Burke. Zoals de titel aangeeft is het countrymuziek. Niets nieuws voor de man die ongeveer vijftig jaar geleden al He’ll Have To Go opnam, en vele andere countryklassiekers. Het verschil met zijn vroegere grammofoonplaten is dat hier – zeer geslaagde – duetten op staan met Dolly Parton, Gillian Welch, Emmylou Harris en Patty Griffin. Solomon Burkes diepe soulstem, vol nuance en emotie weet me opnieuw te bekoren. De songs werden opgenomen bij Buddy Miller thuis. Het is muziek van en voor de werkende mens, korte verhalen die iedereen kan begrijpen.

Wat me bij de verkiezingen brengt. Het is tien over twaalf en ik weet nog steeds niet voor wie ik ga stemmen. Niet dat ik bij die ontevreden burgers hoor die – zonder twee keer na te denken - een proteststem zal uitbrengen. Ik woon in Anderlecht, waar het Vlaams Blok de grootste ‘Vlaamse’ partij is. De kopstukken van dat gedrocht zijn oude ventjes en madammekes die wellicht wel hun naam kunnen schrijven. Maar veel meer? En toch stemmen de tachtig of zo Vlaamse inwoners van Anderlecht voor dat blok. Waarschijnlijk zijn die tachtig of zo stemmers ook oude ventjes en madammekes die nog net hun naam kunnen schrijven. Zelfs al zou ik ooit een proteststem uitbrengen, bijvoorbeeld in een vlaag van zinsverbijstering, dan zouden mijn genen mij nog altijd niet toestaan om voor dat verdomde haatzaaiende blok te stemmen.

Maar welke alternatieven zijn er? Ik word geleidelijk aan, of nogal snel, in zekere zin apolitiek. Het tegenovergestelde traject van Thomas Mann, die in zijn jonge jaren apolitiek was en op het einde van zijn leven een overtuigd sociaaldemocraat. Maar ondanks mijn apolitieke en escapistische neigingen zal ik toch voor een democratische partij stemmen. Ik kan kiezen tussen de lijst PS-sp-a-cdH en Ecolo. Ecolo heeft zichzelf ernstige geschaad door samen met de vermaledijde liberalen de gemeente te hebben ‘bestuurd’. Zijn deze dames en heren nog geloofwaardig? En de andere lijst is een vreselijk allegaartje, dat zich ook voor een groot deel tot senioren richt. In Anderlecht wonen toch niet alleen maar senioren? (Ik moet hier voorzichtig zijn want ik ben ook niet meer van de jongsten…) Het voordeel van de lijst PS-sp-a-cdH is dat hij vrij duidelijk is, en tweetalig (die van Ecolo is enkel in het Frans opgesteld, ook al staan er leden van Groen! op). Deze politici hebben tevens het voordeel dat ze zes jaar in de oppositie hebben gezeten en daardoor strijdvaardiger zijn. Maar als ik voor hen stem zal het met weinig overtuiging zijn. Het is dorpspolitiek. Ik heb niets tegen dorpen, maar Brussel pretendeert de hoofdstad van Europa te zijn. Waarom vormt deze stad dan ook geen bestuurlijke eenheid, zodat we kunnen stemmen voor de bekwaamste politici van de hele ‘Europese hoofdstad’. Omdat de oude ventjes en madammekes die net nog hun naam kunnen schrijven dan meteen van de kaart worden geveegd? Omdat ze dan hun handen uit de vleespotten moeten halen? Waarschijnlijk, want die heertjes en madammekes, hebben precies dank zij die verdeeldheid veel macht.

Zowat elke weldenkende inwoner van Brussel (ik bedoel de negentien ‘gemeenten’) weet dat het huidige model niet werkt, of eerder dat het wel werkt, maar verlammend. Iedereen weet het, maar we kunnen niet stemmen voor het alternatief, voor een middelgrote stad die bestuurd wordt door bekwame, intelligente, meertalige politici.

Ik heb echter een sociaal geweten, dus ben ik moreel verplicht om voor een sociale partij te stemmen. Dat kan in deze context alleen de sp-a (weliswaar als deel van dat allegaartje) of Ecolo zijn. Zeer frustrerend, dames en heren. Liefst van al zou ik nu in een vliegtuig naar Timboektoe stappen. Maar helaas. Overigens mag ik misschien niet eens stemmen want ik heb nog steeds geen nieuwe identiteitskaart! Maar dat is een ander Anderlechts verhaal!

22-03-06

WERKEN EN DROMEN



 

 

 

 

 

 

 

 

 

 




Het is al een hele tijd geleden dat ik een dagboek bijhield. Ik moest er elke dag iets in noteren, ook op dagen dat ik niets te vertellen had, het was een ware obsessie. Geleidelijk aan nam die innerlijke dwang af. Ik ging berusten in het feit dat er periodes zijn in het leven die niet de moeite waard zijn om bij stil te staan, of dat die er wel zijn maar dat je de energie niet hebt om er iets mee te doen. Er kwam minder en minder in mijn dagboeken terecht. Soms kreeg ik maar twee of drie bladzijden op een heel jaar gevuld. Ik ben er dan maar mee gestopt. Wellicht had ik voldoende gezeten en gezwegen, mijn ‘onbewuste’ dwong mij om in beweging te komen, om te leven. De stad in, de nacht, dansen, rock & roll, reizen. De orde die het dagboek aan mijn leven had gegeven maakte plaats voor chaos. Alles verbrokkelde. Waar geloofde ik nog in? Wat waren mijn idealen? Waarom was ik tegen uitbuiting en onderdrukking, waarom noemde ik mij progressief en verdedigde ik de vrijheid van denken en doen? Ik had geen houvast meer. Erger nog, misschien, was dat ik mijn dromen vergat. Ik werd ’s morgens of ’s middags of ’s avonds wakker en er was niets meer over van het ‘nachtelijk’ bestaan, geen spoor (zeker geen bewust spoor). Ik wist met zekerheid dat ik nog droomde maar doordat ik de dromen niet meer systematisch noteerde in mijn dagboek – of nachtboek – bleven ze in het onbewuste achter. De hersenen waren niet soepel genoeg meer om ze in heldere beelden en zinnen om te zetten, om ze te vertellen. Af en toe noteerde ik nog wel eens iets op een stukje papier, maar dat was uitzonderlijk, op reis bijvoorbeeld. En zo is het nog altijd. Maar ik wil daar verandering in brengen. Ik houd nu ongeveer een jaar een weblog bij. Dat is natuurlijk niet hetzelfde als een dagboek. Een dagboek is een gesprek met jezelf, een weblog is mededeling. Je spreekt de anderen rechtstreeks aan (of toe). Wees gerust: ik zal hier geen bladzijden vol dromen noteren, want dat is zeer vervelend. Maar ik wil samen met het werk aan deze notities toch ook opnieuw op zoek gaan naar mijn nachtelijke schatten en verschrikkingen, en wat ik op die manier opdelf als grondstof gebruiken voor allerlei kunststukjes en duizelingwekkende evenwichtsoefeningen.

In ‘Donderslag op muziek. Een keuze uit zijn kladboeken’ van Lichtenberg (1742-1799) las ik vanmorgen het volgende:

“Wanneer ik in een droom met iemand redetwist en hij weerspreekt en onderricht mij, ben ik het die mijzelf onderricht, dus nadenkt. Dat nadenken wordt dus als een vorm van gesprek beschouwd. Kunnen wij ons er dan over verbazen dat volken in vroegere tijden datgene wat zij met betrekking tot de slang dachten (zoals Eva deed) als volgt uitdrukten: ‘De slang sprak tot mij. De Heer sprak tot mij. Mijn geest sprak tot mij.’ Omdat wij eigenlijk niet precies weten waar wij denken, kunnen wij onze gedachten de plaats toewijzen die wij verkiezen. Zoals men kan spreken dat het lijkt alsof het gesprokene van een ander afkomstig is, zo kan men ook denken dat het lijkt alsof wat wij denken tegen ons wordt gezegd: het daimonion van Socrates enzovoort. Hoe verbazend veel zou nog door middel van dromen kunnen worden ontwikkeld.”

14-03-06

WET EN ORDE


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 





Nog meer over het Amerika van de geest. ‘The Man Who Shot Liberty Valance’, een van de hoogtepunten in het oeuvre van John Ford, gaat over de introductie van wet (of gezag) en orde in het Westen. Hoe de het wilde land waar de wet van de sterkste heerst een snelle transformatie ondergaat en onderdeel wordt van de grote democratische republiek, waar het volk het voor het zeggen heeft en niet alleen maar de 'grote heren' beslissen. Of met andere woorden, onderdeel wordt van 'the American Dream' die nooit werd verwezenlijkt: de staat waar iedereen gelijk is. Maar ‘The Man Who Shot Liberty Valence’ is nog veel meer dan dat verhaal. Achter en onder de wetboeken en het recht blijft het geweld zijn gang gaan. 'Law and order' is alleen maar mogelijk dankzij naamloze revolverhelden die er niet voor terugschrikken de 'slechten' uit te roeien. De echte held van de film is niet Ransom Stoddard (James Stewart) maar Tom Daniphon (John Wayne), de man die Liberty Valance, vanuit een donkere hoek over Stoddards schouder, neerschiet. The Man Who Shot Liberty Valance is eveneens een meditatie over legende en waarheid, meer bepaald over de voorkeur die gegeven wordt aan de legende boven de waarheid. Ransom Stoddard wint alleen maar het respect van het grote publiek door iets wat hij niet heeft gedaan.

"Het grootste genoegen van dit leven is het ijdele plezier dat de illusie ons schenkt", schrijft Giacomo Leopardi. "Zonder illusies zou het leven armzalig en barbaars zijn."

09-03-06

MIJN CREDO

moraal,schrijven,gedragsregels,credo,foto,martin pulaski,regels

Als je ziek bent heb je tijd om wat aan ‘bezinning’ te doen. De ziekte is een moment van rust in het gejaagde bestaan. Wat klink ik plechtig, herderlijk bijna. Het zij zo. Ik zat er aan te denken om ooit nog eens een soort van credo te formuleren. 

Bijvoorbeeld. Dat ik altijd verantwoordelijk moet zijn voor mijn daden. Dat een persoonlijke mislukking betekent dat ik zelf misluk en niet dat anderen mij doen mislukken. Dat goed en slecht niet perfect van elkaar te scheiden zijn. Dat er geen zuiverheid bestaat. Dat je altijd naar de jongeren moet luisteren en kijken. Zij brengen het nieuwe in de wereld en wijzen de weg naar de schoonheid en het ongewone. Zij geven ademruimte aan de ziel. Dat je altijd naar de ouderen moet luisteren en kijken. Zij kennen alle nuances van het bestaan. Dat je je eigen gedachten niet mag prijsgeven, maar dat je je ook niet mag opsluiten in je eigen gedachten. Dat je op elk moment moet luisteren, zien, voelen, ruiken: the politics of experience. Dat je nooit iemand mag verraden. Dat je de anderen moet behandelen zoals je zelf behandeld wilt worden. Dat je geen slaaf mag zijn van je gewoonten. Dat je tot het einde strijd moet leveren tegen berusting, moedeloosheid, verbittering, cynisme en ziekte. Strijden tegen de ziekte is ook strijden tegen de chaos. (Of moet je de chaos aanvaarden? Misschien toch wel. Het leven is chaos…)
Dat je het schrijven en de kunst nooit mag opgeven. De poëtische existentie. Ofwel schrijven ofwel niets. Leven in het ‘echte’, maar ook esthetisch leven. Dat betekent je wapenen tegen waanzin, geweld en vernietiging. Wapenen? Wil je wel wapens gebruiken? Liever instrumenten, toestellen, machines. Schrijven als reconstructie van een waardevol verleden en als verkenning van een raadselachtige toekomst. De ‘grote voorbeelden’ verzoenen met de ‘gewone mensen’. Geen hiërarchie aanbrengen. De blik van Walt Whitman, van Max Ernst, van Virginia Woolf.

09-10-05

ZIEKTE EN MORAAL


Na een lange slaap, hopend op beterschap, ben ik even in mijn werkkamer komen zitten. Komen zitten. Werken kan ik niet. Lezen? Als je wanhopig bent en ziek en als er niemand is om troost bij te vinden en als er geen zekerheid is over de volgende droom en de volgende nachtmerrie? Als het toeval geen uitweg meer biedt en de dood bijna aantrekkelijk lijkt (zonder enige romantiek of pathetiek, bedoel ik wel).

Ik zit te denken dat de wereld een goede plaats is. Of liever dat de wereld een goede plaats zou zijn zonder ons, mensen. Jim Morrison heeft daar op een enigszins pathetische manier over gezongen, maar hij had gelijk. Wat hebben wij mensen de aarde aangedaan! De mensen zijn een schimmel op de aardkorst. Wat wij elkaar aandoen is al even erg. Voor een paar euro snijden wij elkaar de strot over of verklikken elkaar, leveren elkaar over aan de bloeddorstigste vijand. Bij de mensen is het de gewoonte de zieken en de zwakken uit te stoten, op te sluiten, te vernietigen met medicijnen, of gewoonweg uit te roeien in kampen, zoals de nationaal-socialisten deden.

Wij vernietigen elkaar met precisie. Waarom? Om de race te winnen? Of gewoon zomaar, de theorie van Darwin bevestigend. Alsof we die theorie niet kunnen bevestigen en toch vrij zijn en zelf beslissen over wat we doen en niet doen. Een soort van moreel leven leiden, waarbij we ervan uitgaan dat iedereen gelijk is, waarbij we zeggen: bejegen de andere zoals je zelf bejegend zou willen worden. Kennelijk een eeuwenoude gedragsregel die niet meer is dan dat: eeuwen oud. Nu is het ieder voor zich. En toch weiger ik dat te aanvaarden. Ik blijf mijn oude waarden trouw. Maar zoals Bob Dylan zingt: I've been double crossed for the very last time.