29-11-16

TIEN DAGEN DIE MIJN WERELD DEDEN WANKELEN (6)

barbara_ina.jpg

Dag 3: 4 november 2016 (avond/flashbacks)

“De woorden barbaar en barbarij zijn kwaadaardige en gewaagde woorden en ik durf ze niet zonder uitleg vooraf te gebruiken: en als het waar is dat de Grieken de tongval van uitheemse volken aanduidden als gekwaak en daar dus dezelfde uitdrukking voor gebruikten als voor kikkers, dan zijn barbaren kwakers – zinloos en lelijk gebrabbel. Gebrek aan esthetische opvoeding.”*

thomas-jefferson-.jpg

4 november 1800.Thomas Jefferson, een wijnkenner, wordt tot 3de president van de Verenigde Staten verkozen. De Amerikanen beschouwen Jefferson als de geestelijke vader van de Verenigde Staten. Hij ontwierp de grondslagen van hun natie: alle mensen zijn gelijk geschapen, volkssoevereiniteit, het recht op verzet tegen de overheid wanneer die zich zelf niet aan de wet zou houden, en het natuurlijke recht op individuele vrijheid, leven en het nastreven van geluk (the pursuit of happiness). Deze basiswaarden had hij voor een deel opgedaan uit geschriften van de Britse Verlichtingsfilosoof John Locke, bij wie hij het principe 'natuurrecht' vond. Spinoza was daarbij ook een inspiratiebron. Maar wacht even. Voor Jefferson waren de Indianen (‘native Americans’) kennelijk niet ‘gelijk geschapen’. Jefferson was een van de bedenkers van de Indian Removal Act. Zijn eerste stappen om de Indian Removal Act te promoten zette hij tussen 1776 en 1779, toen hij adviseerde om de Cherokee en de Shawnee van hun grondgebied te verdrijven naar het gebied ten westen van de Mississippi. Was de uitroeiing van de Indianen geen genocide? Amerikanen blijven daar nogal stil over (er zijn uitzonderingen). Heel lang geleden, toen ik nog niet kritisch denken kon, heeft Hollywood geprobeerd mij in te prenten dat zij wilden waren, geen echte mensen, eerder barbaren. En is daar sindsdien veel veranderd? Wie lag vorige nacht wakker van Standing Rock? Een handvol neo-hippies, kunstenaars en muzikanten, dat wel. Waaronder Maria McKee, de fantastische zangeres die korte tijd veel succes had maar nu al lang zo goed als onzichtbaar is geworden, with no secrets to conceal.

novemberrevolutie.jpg

4 november 1918. In Duitsland begint de Novemberrevolutie. Eind oktober plande de marineleiding eigenmachtig om de Duitse vloot tegen de Britse Royal Navy ten strijde te laten trekken. Ook al kon Duitsland de oorlog niet meer winnen, moest de vloot ten minste in een heldhaftige laatste slag ondergaan. De betrokken zeelui en mariniers zagen het echter niet zitten dat ze zich voor een verloren oorlog nog moesten opofferen: ze verzetten zich tegen dit plan en kwamen in opstand. Om hen te vertegenwoordigen kozen ze raden, de Arbeiter- und Soldatenräte. Deze beweging begon op 4 november in Kiel, Wilhelmshaven en andere havensteden en zette zich door in vele Noord-Duitse en later ook Zuid-Duitse steden. In Beieren werd zelfs de koning afgezet en de linkse sociaaldemocraat Kurt Eisner riep op 7 november in München een socialistische republiek uit.

tseliot.jpg

4 november 1948. T.S Eliot, een van mijn uitverkoren dichters, won de Nobelprijs literatuur. Dat was nog eens wat anders dan die Bob Dylan van nu. Een echte dichter! En vooral: hij zou tijdens een banket met vertegenwoordigers van de upperclass, bankiers en andere dieven, kortom: de nieuwe rijken, niet uit de toon vallen.
“With a bald spot in the middle of my hair —
(They will say: “How his hair is growing thin!”)
My morning coat, my collar mounting firmly to the chin,
My necktie rich and modest, but asserted by a simple pin —
(They will say: “But how his arms and legs are thin!”)”
Maar laten we aannemen dat deze verzen niet autobiografisch zijn, de titel van het gedicht is immers ‘The Love Song of J. Alfred Prufrock’.

Arrow_Cross_Party.jpg

4 november 1956.  Sovjettroepen trekken Hongarije binnen om de Hongaarse opstand die op 23 oktober begon, de kop in te drukken. Duizenden komen om, meer raken gewond en bijna een kwart miljoen mensen verlaten het land. Ik herinner me Mitzi, de moeder van mijn uitverkoren vriendinnetje, Henrietta P. Mitzi was een Hongaarse, aan haar keukentafel proefde ik voor het eerst paprika en goelasj. Uit haar mond hoorde ik voor het eerst het woord poesta en zo kwam ik ertoe van wilde paarden te gaan dromen. Zo werd Budapest later een van mijn uitverkoren steden. Maar dat is allemaal voorbij. Wie reist er nog af naar een land waar een fascist de scepter zwaait? Overigens is dat niets nieuws. Ooit hadden daar de Pijlkruisers (Nyilaskeresztes Párt – Hungarista Mozgalom) het voor het zeggen, een fascistische bende. Hun tegenstanders, communisten, joden werden aan de Donau langs achteren in het hoofd geschoten en vielen vervolgens voorover in de Donau. Ik kan me voorstellen dat er bij die opstandelingen van 1956 nogal wat van die Pijlkruisers betrokken waren. Maar rechtvaardigt dat de inval van de het Sovjetleger?

2016-11-20-thuis 022.JPG

4 november 1958. Kroning van Paus Johannes XXIII in Rome. Toen was ik een katholieke jongen, die elke dag naar de mis ging. Ik hield van onze Paus. Hij was de beste mens van de wereld. Was hij wel een gewone sterveling? Hij was de plaatsvervanger van god. Alles wat hij zei was waar. Hij kon zich niet vergissen. En zelf vergiste ik me zo vaak. Soms denk ik dat mijn hele leven een aaneenschakeling van vergissingen is. (“Once a Catholic, always a Catholic”, schrijft Bruce Springsteen in zijn autobiografie ‘Born To Run’.)

amos-gitai-.jpg

4 november 1995. Na een vredesdemonstratie te hebben bijgewoond, wordt in Tel Aviv premier Yitzchak Rabin dodelijk gewond door een extreemrechtse Israëlische schutter. Onlangs in Avignon zag ik een tentoonstelling over die aanslag. Van de Israëlische filmregisseur/beeldkunstenaar Amos Gitai. “Can there be a naive modern art? It seemed to me that without the naivete still found among children and old people and, to some extent, in ourselves, the work of art would be flawed. I tried to correct that flaw.” (Amos Gitai)

Gilles_Deleuze.jpg


4 november 1995. Ook in 1995 overleed op 70-jarige leeftijd Gilles Deleuze. Het verlangen is geen tekort, maar een productieve kracht. Deleuze maakt een eind aan zijn leven door uit het raam van zijn appartement te springen. Ik herinner me mijn worsteling in 1974 met ‘L’anti-Oedipe’ (van Gilles Deleuze en Félix Guattari). Ik herinner me zijn extreem lange nagels. Ik herinner me mijn experimentele - volgens mijn toenmalige beste vriend Jos ‘onleesbare’ - teksten ‘Anastasis’ en ‘Stasis’ - en nu moet ik huilen omdat een andere goede vriend, Paul Rigaumont, die mij aanmoedigde in mijn experimenten, mij vlak voor zijn dood, vorig jaar, schreef dat hij van mij geleerd had grenzen te overschrijden in schilderkunst en literatuur en zijn eigen weg te gaan.

paul rigaumont.jpg

Afbeeldingen: de zangeres Barbara; Thomas Jefferson; Duitse novemberrevolutie; TS Eliot; Hongaarse Pijlkruisers Partij; Bruce Springsteen, Born To Run; Amos Gitai; Gilles Deleuze; Paul Rigaumont leest voor uit zijn Anekdota.
...

*Nietzsche, Nagelaten fragmenten 1, 19 [313]

23-03-16

EN NU? IS HET NU GENOEG GEWEEST?

belgië2011 030 i love you.jpg

Je vroeg me wat ik dacht van die kop in De Morgen. Dat half Molenbeek  (“de hele buurt”) wist van de aanwezigheid van Salah Abdeslam, dat bijgevolg half Molenbeek op zijn minst passief steun verleend had aan een koelbloedige massamoordenaar, de meest gezochte misdadiger in Europa.  En je vroeg dan ook nog eens of ik geloofde dat werkelijk honderden jongeren in Molenbeek met stenen en flessen naar de politie hadden gegooid tijdens de overmeestering en inhechtenisneming van die zelfde Salah Abdeslam, en, indien ik dacht dat dat de waarheid was, wat ik daar dan van vond. Ik had eergisteravond op televisie een panelgesprek gevolgd waarin Douglas De Coninck, onderzoeksjournalist en schrijver van die kop en het bijbehorende artikel, discussieerde met Veerle De Vos, Dyab Abou JahJah, Sven Gatz en Bart Schols.

Om ongeveer half negen gisteren begon ik aan mijn antwoord op die vragen. Ik had er ’s nachts over liggen nadenken. Ik zou zeker schrijven dat ik mijn mening over Sven Gatz moest herzien. Wat erg dat ik soms zo bevooroordeeld ben, zou ik toegeven. Sven Gatz valt eigenlijk best mee, hij lijkt me meer een socialist dan een liberaal. Hij is sociaal bewogen, zou beter minister van welzijn of sociale zaken dan van cultuur zijn. Over Veerle De Vos zou ik schrijven, had ik me voorgenomen, dat zij ontwapenend is in haar eerlijkheid en directheid. Die vrouwen zijn boos omdat ze niet naar hun kinderen of naar hun woning kunnen. Maar ik ken Veerle persoonlijk; dat ik haar zo sympathiek en intelligent en no-nonsense vind is misschien ook een vooroordeel, dacht ik. Ik had me afgevraagd of ik dat wel zou vermelden, dat ik Veerle De Vos in het echte leven kende. En hoe zou ik de heldere en kritische blik van Dyab Abou JahJah onder woorden brengen? Ooit de baarlijke duivel, nu haast de grote verzoener…

Inmiddels was het negen uur, half tien… Ik had nog altijd niets genoteerd. Even op facebook kijken, even de mail checken… Bomaanslagen in de luchthaven en in metrostation Maalbeek. Doden en zwaargewonden, paniek. Wat ongeveer iedereen wist dat zou gebeuren (zonder er nog veel bij stil te staan) was gebeurd. Ik liep de trappen af, omhelsde A. Daar stonden we dan. In de keuken. Zonder woorden, zonder wat dan ook… Op het terras was wat meer lucht misschien… Maar ook onheilspellend lawaai…  Op de ring, vijf minuten hier vandaan, hoorde ik de ambulances. Alles wat we op de radio hoorden was waar. Dat was de werkelijkheid. Veel werkelijker dan wat ik de vorige avond, na De afspraak, in een film van Kathryn Bigelow over de jacht op Osama Bin Laden had gezien. (Overigens ging ik daar ook over schrijven, en dat doe ik ooit nog wel eens. En over het toeval dat die film, ‘Zero Dark Thirty’, op de avond van de arrestatie van Salah Abdeslam werd uitgezonden).

Ja, op lijn 5 van de Brusselse metro, in metrostation Maalbeek in Elsene, was een bom ontploft of had iemand zich opgeblazen. In datzelfde Elsene logeerde onze Franse vriend Xavier, die maandagavond zijn geliefde tindersticks had zien optreden in de Bourla in Antwerpen en later op de dag met ons naar Leuven zou rijden om er samen met ons nog een concert van tindersticks bij te wonen. De unieke band die wij zo bewonderen, Xavier misschien nog meer dan ik, als dat al mogelijk is. Het zou een heerlijke avond worden, we zouden onze vrienden Deborah en Neil terugzien…  En in de inkomhal van de luchthaven hadden twee of drie mannen zich opgeblazen. Hoe ver verwijderd moet je zijn van jezelf, van je ziel, van je menselijkheid, om dat te kunnen, om dat te willen? Hoe kunnen wij recht spreken over een mens die zich aan al wat menselijk is heeft onttrokken? Het is als recht spreken over vuur of over een stortvloed. Of toch niet? Zijn deze misdadigers alleen maar menselijk, al te menselijk en verdienen ze daarom de allergrootste straf? Maar welke straf kan de tragedie die zij bewerkstelligden ongedaan maken?

Het had nu geen enkele zin meer om wat dan ook te schrijven. Wat hebben woorden vandaag nog voor zin? Kunnen zij gewetenloze mensen een geweten schoppen?  Ik geloof in de kracht van de liefde. Ik geloof dat liefde sterker is dan de dood. Liefde overwint haat. Als je niet in een god gelooft, zoals ik, geloof je toch nog altijd in iets goddelijks, iets wat ons verbindt met elkaar. Die kracht noem ik liefde. Het is het allerhoogste. Maar net als jij weet ik dat we met die kracht geen schoenveters kunnen knopen of het verkeer regelen. Liefde is het allerhoogste; het is echter ook een zwakte. Vooral als we hard en streng, zelfs meedogenloos moeten zijn. Als we niet anders kunnen dan meedogenloos zijn. Meer dan die woorden, die gevoelens, ‘liefde is sterker dan de dood’, vond ik echter niet. En ‘solidariteit’. We moeten solidair blijven, of als we het nog niet zijn moeten we het alsnog worden. Geen tweedracht zaaien, ons niet door tweedrachtzaaiers laten ophitsen. Niet alle mensen zijn slecht. Alleen een kleine minderheid is door en door slecht. Kijk eens hoeveel goeds er gisteren weer naar boven is gekomen! Zoveel kleine en grote helden hebben laten zien hoe goed wij mensen kunnen zijn. ‘Kruisvaarders’ noemt het ongedierte de onschuldige mensen die het in een laffe zelfmoord aan stukken rijt. ‘Kruisvaarders’: onschuldige mensen (mannen, vrouwen, kinderen, baby’s) op weg naar het werk, naar huis, naar familie, naar een welverdiend vakantieoord. Heb ik dan niet het recht om die massamoordenaars ‘ongedierte’ te noemen? Zelfs ‘ongedierte’ is een te poëtisch woord om ze een naam te geven.

bruegel_triumphdeath.jpg

Nee, schrijven had geen zin meer. Niet dat ik er geen zin in had. Ik kon niet. Ik was geestelijk verlamd. Maar misschien zou het concert van tindersticks ons goed doen. Weg uit mijn geteisterde stad, het hellegat aldus Donald Trump. Xavier was gelukkig niets ergs overkomen. Niemand van mijn vrienden en kennissen was iets ergs overkomen. Dat kon ik op de veiligheidscheck van Facebook zien.  “I know the world has changed when Facebook has a Safety Check app...” schreef mijn vriend Gary F. daarover. Omstreeks zes uur belde Xavier hier aan. Ondanks de tragische gebeurtenissen waren we blij elkaar terug te zien. Xavier is een van de liefste mensen die ik ken, een en al voorkomendheid.

Automerken kan ik nooit onthouden, maar het merk van Xavier’s wagen is in mijn geheugen gegrift. En wel hierom. Omstreeks zeven uur vertrokken we richting Het Depot in Leuven. Aan het bijzonder gevaarlijk kruispunt van de oprit van de Grote Ring en de Sylvain Dupuislaan was Xavier een seconde onoplettend. (Er staan geen verkeerslichten, wat toch onbegrijpelijk is.) Hij reed door zonder te beseffen dat er van rechts, uit de Sylvain Dupuislaan, ook auto’s in volle snelheid kwamen aangereden. Eén wagen kon hij vermijden, maar op de tweede, bestuurd door een jonge vrouw, reed hij met zijn rechtervoorkant in. Op de linkervoorkant. Een zware klap maar we waren grotendeels ongedeerd. Ook het meisje in de andere wagen was ongedeerd. Vooral haar auto had veel schade opgelopen. We hebben bijzonder veel geluk gehad, maar tegelijk toch ook veel pech. Voor Xavier was het rampzalig. Hij schaamde zich tegenover ons, hij voelde zich schuldig. Politie kon ons niet helpen: elke agent was nodig voor de terreurbestrijding. Xavier vond dat we best naar huis gingen. Hij moest met de vrouw documenten van de verzekering invullen en wachten op een sleepwagen. Daarna zouden we wel zien. Uiteindelijk heeft onze vriend de taxi naar huis genomen. Hij moest om acht uur op het werk zijn. Een ongeluk gebeurt nooit alleen, zeggen de mensen. Ik geloof dat het waar is.

En hoe het nu verder moet? Met deze mooie stad? Met haar inwoners? Leraressen, leraren, arbeiders, metrobestuurders, restauranthouders, daklozen, vluchtelingen, bejaarden, moordenaars, dieven, goochelaars, muzikanten, museumbezoekers, marktkramers, plantrekkers, publicisten, macho’s, beenhouwers, houthakkers, kwelgeesten, fietsers, bibliothecarissen, vertalers, wegenbouwers, tunnelinspecteurs, rechercheurs, geografen, bedelaars, verkopers, scenarioschrijvers, vetzakken, schoenmakers, prostituees, soldaten, ruziestokers, kleuters, peuters, professoren, dj’s, karottentrekkers, godsdienstwaanzinnigen, zuipschuiten, psychopaten, sopranen, radiologen, tandartsen, boekbinders, straatvegers, verpleegsters, kinesisten, clowns, slotenmakers, loodgieters, advocaten en allerhande ander gespuis. Hoe moet het nu verder? Is het nu genoeg geweest?

belgië2011 243 (2).jpg

Foto's: Martin Pulaski; reproductie van Pieter Bruegel de Oude, Triomf van de dood (1562).

02-05-15

ZERO DE CONDUITE: MOORDENAARS

bonnie2.jpg

Zéro de conduite is een POPprogramma op Radio Centraal in Antwerpen. Elke eerste zaterdag van de maand, van 6 tot 8 ’s avonds. Heerlijk als je druk bezig bent in de keuken, of bij het aperitief, en later aan tafel bij de antipasti, de zeeduivel en wat nog meer, het mysterieuze dessert. Stem af op 106.7 FM. Je kunt het programma eveneens via streaming beluisteren. Hier vind je meer informatie over de radio.

Voici le temps des Assassins! Vanavond treden de moordenaars op de voorgrond. Niet bepaald een prettig thema, hoewel galgenhumor een kunstvorm voor fijnproevers is. Toen ik dit programma begon voor te bereiden had ik er geen idee van hoeveel songs er bestaan over moord en moordenaars. Eigenlijk was ik onaangenaam verrast: zo veel werk! Het eerste wat ik deed was alle heavy metal, death metal, et cetera, van de lijst schrappen: ik houd niet van die genres en weet er ook weinig over. In mijn collectie zitten maar enkele heavy metal-platen (hoewel Led Zeppelin dat genre toch wel overstijgt). Zo was ik meteen van honderden serial killers verlost. Wat ik overhield was nog altijd erg veel. Daaruit maakte ik een selectie die me relevant lijkt en ook past in de stijl van Zéro de conduite. Bekende populaire songs afgewisseld met wat obscuurdere melodietjes. De moordenaars die aan bod komen zijn grotendeels Amerikaans en Engels: Zéro de conduite beperkt zich nu eenmaal tot Engelstalige populaire muziek. Tijd nu voor de donkere kant van de mens, les fleurs du mal, the bad seeds…

Veel luisterplezier.

john wayne gacy's house2.jpg

Killing Theme - Tindersticks - Trouble Every Day
From the soundtrack of ‘Trouble Every Day’(2001),  a French erotic horror film directed by Claire Denis and written by Denis and Jean-Pol Fargeau. It stars Vincent Gallo, Tricia Vessey, Béatrice Dalle and Alex Descas.

In The Pines - Lead Belly - Smithsonian Folkways: American Roots Collection
‘Where Did You Sleep Last Night’, also known as ‘Black Girl’ and ‘In the Pines’, is a traditional American folk song which dates back to at least the 1870s, and is believed to be Southern Appalachian in origin. The song was covered by numerous artists, among them the Triffids, Link Wray and Nirvana.

Pretty Polly - Dock Boggs - Dock Boggs Country Blues: Complete Early Recordings (1927-29)
‘Pretty Polly’, ‘The Gosport Tragedy’ or ‘The Cruel Ship's Carpenter’ is a traditional English-language folk song found in the British Isles, Canada, and the Appalachian region of North America, among other places.
The song is a murder ballad, telling of a young woman lured into the forest where she is killed and buried in a shallow grave. Many variants of the story have the villain as a ship's carpenter who promises to marry Polly but murders her when she becomes pregnant. When he goes back to sea, he is haunted by her ghost, confesses to the murder, goes mad and dies.
See also Bob Dylan’s ‘Ballad of Hollis Brown’.

Charles Giteau - Kelly Harrell & The Virginia String Band - Anthology Of American Folk Music, Vol. 1B: Ballads
‘Charles Guiteau’ is a traditional song about the assassination of US President James A. Garfield by Charles J. Guiteau. It is based on another old ballad, ‘James A. Rogers’. For a while, it was believed that Guiteau wrote the song himself, possibly because of the poem ‘I am Going to the Lordy’, which Guiteau actually did write on the day of his execution.

Delia - Bob Dylan - World Gone Wrong
Delia Green (c. 1886 – December 25, 1900) was a 14-year-old African-American murder victim who has been identified as the likely inspiration for several well-known traditional American songs, usually known by the titles ‘Delia’ and ‘Delia's Gone.’ Delia Green was shot and killed by 15-year-old Mose (or Moses) Houston late on Christmas Eve, 1900 in the Yamacraw neighborhood of Savannah, Georgia after an argument earlier in the evening. Houston, the newspapers implied, had been involved in a sexual relationship with Green for several months. The shooting took place at the home of Willie West, who chased down Houston after the shooting and turned him over to the city police.
The songs inspired by Green's short life and murder now split into two forms, both staples of the ‘folk revival’ of the 1950s and early 1960s. One version, usually attributed to Blake Alphonso Higgs (the calypso singer also known as ‘Blind Blake’), is known as ‘Delia's Gone,’ and is explicitly told from her killer's point of view. ‘Delia's Gone’ was prominently covered by The Kingston Trio, Pete Seeger and four times by Johnny Cash. The second version, generally attributed to Blind Willie McTell, is usually known as ‘Delia,’ and is told from a more ambiguous point of view. Among the many singers who have covered ‘Delia’ are Bob Dylan and David Bromberg.

Murder In The Red Barn - Tom Waits - Bone Machine

Now the woods will never tell

What sleeps beneath the trees

Or what's buried 'neath a rock

Or hiding in the leaves

'Cause road kill has its seasons

Just like anything

It's possums in the autumn

And it's farm cats in the spring

A murder in the red barn

A murder in the red barn


John Wayne Gacy, Jr. - Sufjan Stevens - Come On Feel The Illinoise!
John Wayne Gacy, Jr. (March 17, 1942 – May 10, 1994), also known as the Killer Clown, was an American serial killer and rapist who was convicted of the sexual assault and murder of a minimum of 33 teenage boys and young men in a series of killings committed between 1972 and 1978 in Chicago, Illinois. All of Gacy's known murders were committed inside his Norwood Park Township home. His victims would typically be lured to this address by force or deception, and all but one victim were murdered by either asphyxiation or strangulation with a tourniquet (his first victim was stabbed to death). Gacy buried 26 of his victims in the crawl space of his home. Three further victims were buried elsewhere on his property, while the bodies of his last four known victims were discarded in the Des Plaines River.

Suffer Little Children - The Smiths - The Smiths
A song about Ian Brady & Myra Hindley. The Moors murders were carried out by Ian Brady and Myra Hindley between July 1963 and October 1965, in and around what is now Greater Manchester, England. The victims were five children aged between 10 and 17—Pauline Reade, John Kilbride, Keith Bennett, Lesley Ann Downey and Edward Evans—at least four of whom were sexually assaulted. The murders are so named because two of the victims were discovered in graves dug on Saddleworth Moor; a third grave was discovered on the moor in 1987, more than 20 years after Brady and Hindley's trial in 1966.

Henry Lee - Nick Cave & The Bad Seeds featuring PJ Harvey - Murder Ballads
‘Young Hunting’ is a traditional folk song. Like most traditional songs, numerous variants of the song exist worldwide, notably under the title of ‘Henry Lee’ and ‘Love Henry’ in the United States and ‘Earl Richard’ and sometimes ‘The Proud Girl’ in the United Kingdom.
The song, which can be traced back as far as the 18th century, narrates the tale of the eponymous protagonist, Young Hunting, who tells a woman, who may have borne him a child, that he is in love with another, more beautiful woman. Despite this, she persuades him to drink until he is drunk, then to come to her bedroom, or at least kiss her farewell. The woman then stabs him to death. She throws his body in the river — sometimes with the help of one of the other women of the town, whom she bribes with a diamond ring — and is taunted by a bird. She tries to lure the bird down from the tree but it tells her that she will kill it if it comes within reach. When the search for Young Hunting starts, she either denies seeing him or claims that he left earlier, but when Hunting's remains are found, in order to revoke her guilt, she reveals that she murdered him and is later burned at the stake. Nick Cave, who covered the song, referred to the song as "a story about the fury of a scorned woman."

Turner's Murder - Merry Clayton Singers - Performance: Original Motion Picture Soundtrack.
A film by Nicholas Roeg and Donald Cammell, starring Mick Jagger, Anita Pallenberg and Jams Fox. It ends with Turner (Mick Jagger) being shot by Chas (James Fox). Chas seems to agree to be 'welcomed back' to his former boss Harry Flowers by Rosie, another Flowers thug; we understand that they are going to kill him. As the car drives off, the face we see through the window is ambiguous – it could be Chas or it could be Turner.

Joe_Meek.jpg

Johnny Remember Me - John Leyton - Joe Meek: The Alchemist Of Pop - Home Made Hits & Rarities 1959-1966.
Robert George "Joe" Meek (5 April 1929  – 3 February 1967) was a pioneering English record producer and songwriter. His best-remembered hit is the Tornados' ‘Telstar’ (1962), which became the first record by a British group to reach number one in the US Hot 100. Meek's other hits include ‘Don't You Rock Me Daddy-O’ and ‘Cumberland Gap’ by Lonnie Donegan (as engineer), ‘Johnny Remember Me’ by John Leyton, ‘Just Like Eddie’ by Heinz, ‘Angela Jones’ by Michael Cox, ‘Have I the Right?’ by the Honeycombs, and ‘Tribute to Buddy Holly’ by Mike Berry. Meek's concept album I Hear a New World, which contains innovative use of electronic sounds, was not released in his lifetime.
Meek's commercial success as a producer was short-lived, and he gradually sank into debt and depression. On 3 February 1967, using a shotgun owned by musician Heinz Burt, Meek killed his landlady Violet Shenton and then shot himself.

Jack The Ripper - Screaming Lord Sutch & The Savages - The Alchemist Of Pop
Attacks ascribed to Jack the Ripper typically involved female prostitutes who lived and worked in the slums of London and whose throats were cut prior to abdominal mutilations. The removal of internal organs from at least three of the victims led to proposals that their killer possessed anatomical or surgical knowledge. Rumours that the murders were connected intensified in September and October 1888, and letters from a writer or writers purporting to be the murderer were received by media outlets and Scotland Yard. The ‘From Hell’ letter, received by George Lusk of the Whitechapel Vigilance Committee, included half of a preserved human kidney, purportedly taken from one of the victims. Mainly because of the extraordinarily brutal character of the murders, and because of media treatment of the events, the public came increasingly to believe in a single serial killer known as "Jack the Ripper".
Extensive newspaper coverage bestowed widespread and enduring international notoriety on the Ripper, and his legend solidified. A police investigation into a series of eleven brutal killings in Whitechapel up to 1891 was unable to connect all the killings conclusively to the murders of 1888. Five victims: Mary Ann Nichols, Annie Chapman, Elizabeth Stride, Catherine Eddowes and Mary Jane Kelly, all murdered between 31 August and 9 November 1888, are known as the "canonical five" and their murders are often considered the most likely to be linked. As the murders were never solved, the legends surrounding them became a combination of genuine historical research, folklore, and pseudohistory.
http://en.wikipedia.org/wiki/Jack_the_Ripper

Bonnie And Clyde - Serge Gainsbourg & Brigitte Bardot – Bonnie and Clyde
‘Bonnie and Clyde’ is based on an English language poem written by Bonnie Parker herself a few weeks before she and Clyde Barrow were shot, entitled ‘The Trail's End’. The song tells the story of the outlaw couple Bonnie and Clyde. It was released on two albums in 1968: Gainsbourg's album ‘Initials B.B.’, and Gainsbourg and Bardot's album ‘Bonnie and Clyde’.

Psycho Killer - Talking Heads - Talking Heads: 77
“When I started writing this (I got help later), I imagined Alice Cooper doing a Randy Newman-type ballad. Both the Joker and Hannibal Lecter were much more fascinating than the good guys. Everybody sort of roots for the bad guys in movies.” David Byrne

Kill Your Sons - Lou Reed - Sally Can't Dance
‘Kill Your Sons’ is a reflection of Lou Reed’s stay in a psychiatric hospital at his parents' insistence, during his teen years.

Deep Red Bells - Neko Case – Blacklisted
A song about Gary Leon Ridgway, an American serial killer known as the Green River Killer. He was initially convicted of 48 separate murders and later confessed to nearly twice that number. As part of his plea bargain, an additional conviction was added, bringing the total number of convictions to 49, making him the most prolific American serial killer in history according to confirmed murders. He murdered numerous women and girls in Washington State and California during the 1980s and 1990s.Most of his victims were alleged to be prostitutes. When the press gave him his nickname after the first five victims were found in the Green River; his identity was not known. He strangled the women, usually by hand but sometimes using ligatures. After strangling them, he would dump their bodies throughout forested and overgrown area in King County, often returning to the dead bodies to have sexual intercourse with them.

Little Sadie - Mark Lanegan - I'll Take Care Of You
‘Little Sadie’ is a 20th-century American folk ballad. It is also known variously as ‘Bad Lee Brown’, ‘Cocaine Blues’, ‘Transfusion Blues’, ‘East St. Louis Blues’, ‘Late One Night’, ‘Penitentiary Blues’ and other titles. It tells the story of a man who is apprehended after shooting his wife/girlfriend. He is then sentenced by a judge.

Long Black Veil - The Band - Music From Big Pink
‘Long Black Veil’ is a 1959 country ballad, written by Danny Dill and Marijohn Wilkin and originally recorded by Lefty Frizzell.
A saga song, ‘Long Black Veil’ is told from the point of view of an executed man falsely accused of murder. He refuses to provide an alibi, since on the night of the murder he was having an affair with his best friend's wife, and would rather die and take their secret to his grave than admit the truth. The chorus describes the woman's mourning visits to his gravesite, wearing a long black veil and enduring a wailing wind.
The writers later stated that they drew on three sources for their inspiration: Red Foley's recording of ‘God Walks These Hills With Me’, a contemporary newspaper report about the unsolved murder of a priest, and the legend of a mysterious veiled woman who regularly visited Rudolph Valentino's grave.

Matty Groves - Fairport Convention - Liege & Lief
‘Matty Groves’ is an English folk ballad that describes an adulterous tryst between a man and a woman that is ended when the woman's husband discovers and kills them. It dates to at least the 17th century, and is one of the Child Ballads collected by 19th-century American scholar Francis James Child. It has several variant names, including ‘Little Musgrave and Lady Barnard.’
Lord Arlen kills Matty Groves in a duel. When his wife spurns him and expresses a preference for her lover, even in death, over her husband, he stabs her through the heart. The ballad may end there, or with the lord's death, by suicide or execution. Yet another version has him cutting off his wife's head and kicking it against the wall in anger.

Down In The Willow Garden - The Everly Brothers - Songs Our Daddy Taught Us
‘Down in the Willow Garden’, also known as ‘Rose Connelly’is a traditional Appalachian murder ballad about a man facing the gallows for the murder of his lover: he gave her poisoned wine, stabbed her, and threw her in a river. It originated in the 19th century, probably in Ireland, before becoming established in the United States. The lyrics greatly vary among earlier versions, but professional recordings have stabilized the song in a cut-down form. First professionally recorded in 1927, it was made popular by Charlie Monroe's 1947 version, and it has been recorded dozens of times since then.

Pretty Boy Floyd - The Byrds - Sweetheart Of The Rodeo
A song about Charles Arthur Floyd. Floyd was a suspect in the deaths of Kansas City brothers Wally and Boll Ash, who were bootleggers. They were found dead in a burning car on March 25, 1931. A month later on April 23, members of his gang killed Patrolman R. H. Castner of Bowling Green, Ohio. On July 22 Floyd killed Agent Curtis C. Burke of the federal Bureau of Alcohol, Tobacco, Firearms and Explosives (ATF) in Kansas City, Missouri.
In 1932, former sheriff Erv Kelley of McIntosh County, Oklahoma, was killed while trying to arrest Floyd on April 7. In November of that year, three members of Floyd's gang attempted to rob the Farmers and Merchants Bank in Boley, Oklahoma.
Despite his life of crime, Floyd was viewed positively by the general public. When he robbed banks he would destroy mortgage documents, which freed many citizens of their debts. He was protected by citizens of Oklahoma, who referred to him as "Robin Hood of the Cookson Hills

Duncan And Brady - Dave Van Ronk - Down In Washington Square: The Smithsonian Folkways Collection
‘Duncan and Brady’, also known as ‘Been on the Job Too Long’, ‘Twinkle, Twinkle, Little Star’, or simply ‘Brady’, is a traditional murder ballad about the shooting of a policeman, Brady, by a bartender, Duncan. The song's lyrics stemmed from actual events, involving the shooting of James Brady in the Charles Starkes Saloon in St. Louis, Missouri. Harry Duncan was convicted of the murder, and later executed.

Going To Memphis - Johnny Cash – Ride This Train (1960)
They all call me crazy for sassin' Mr Scott

My brother was killed for a deed I did but I disremember what (yeah)

Well another boy is down the shovel burned him out

Let me stand on his body to see what the shoutin's about

I'm goin' to Memphis yeah I'm goin' to Memphis hmm

Like a bitter weed...


Folsom Prison Blues - Charlie Feathers - Wild Side Of Life: Rare And Unissued Recordings Vol. 1
Johnny Cash was inspired to write this song after seeing the movie Inside the Walls of Folsom Prison (1951) while serving in West Germany in the United States Air Force at Landsberg, Bavaria (itself the location of a famous prison). Cash recounted how he came up with the line ‘But I shot a man in Reno, just to watch him die": "I sat with my pen in my hand, trying to think up the worst reason a person could have for killing another person, and that's what came to mind.”

charlie feathers.jpg

I'm Gonna Murder My Baby - Pat Hare - Sun Records: The Blues Years 1950 – 1958 Vol. 8
Pat Hare’s guitar solo on James Cotton's electric blues record ‘Cotton Crop Blues’ (1954) was the first record to use heavily distorted power chords, anticipating elements of heavy metal music. According to Robert Palmer: "Rarely has a grittier, nastier, more ferocious electric guitar sound been captured on record, before or since, and Hare's repeated use of a rapid series of two downward-modulating power chords, the second of which is allowed to hang menacingly in the air, is a kind of hook or structural glue…”
Shortly after the ‘Cotton Crop Blues’ recording, Pat Hare recorded a version of the early 1940s Doctor Clayton song ‘I'm Gonna Murder My Baby’ on May 14, 1954. In December 1963, Hare shot his girlfriend dead, and also shot a policeman who came to investigate. At the time of his arrest, he was playing in the blues band of Muddy Waters. Hare spent the last 16 years of his life in prison, where he formed a band named Sounds Incarcerated. Hare succumbed to lung cancer in prison, and died in 1980 in St. Paul, Minnesota.

Pat Hare.jpg

I'm Gonna Kill That Woman - John Lee Hooker - John Lee Hooker Sings Blues
The tracks on this album were cut in 1948/49 in Detroit, in the back room studio of a record shop. Contracted to Modern Records, he used the name of Texas Slim on this session for the King label. As far as we know John Lee Hooker never killed anyone.

Frankie - Mississippi John Hurt - Avalon Blues: The Complete 1928 OKeh Recordings
‘Frankie and Johnny’ (sometimes spelled ‘Frankie and Johnnie’; also known as ‘Frankie and Albert’ or just ‘Frankie’) is a traditional American popular song. It tells the story of a woman, Frankie, who finds that her man Johnny was making love to another woman and shoots him dead. Frankie is then arrested; in some versions of the song she is also executed.
The song was inspired by one or more actual murders. One of these took place in an apartment building located at 212 Targee Street in St. Louis, Missouri, at 2:00 on the morning of October 15, 1899. Frankie Baker (1876 – 1952), a 22-year-old woman, shot her 17-year-old lover Allen (also known as ‘Albert’) Britt in the abdomen. Britt had just returned from a cakewalk at a local dance hall, where he and another woman, Nelly Bly (also known as ‘Alice Pryor’), had won a prize in a slow-dancing contest. Britt died of his wounds four days later at the City Hospital. On trial, Baker claimed that Britt had attacked her with a knife and that she acted in self-defense; she was acquitted and died in a Portland, Oregon mental institution in 1952.

Stagger Lee - Taj Mahal - Giant Step & De Ole Folks At Home
‘Stagger Lee’, also known as ‘Stagolee’ and other variants, is a popular American folk song about the murder of Billy Lyons by "Stag" Lee Shelton in St. Louis, Missouri at Christmas, 1895. The song was first published in 1911, and was first recorded in 1923 by Fred Waring's Pennsylvanians. A version by Lloyd Price reached #1 on the Billboard Hot 100 in 1959.
Lee Shelton (March 16, 1865 – March 11, 1912), popularly known as ‘Stagolee’, ‘Stagger Lee’, ‘Stack-O-Lee’, and other variations, was an American criminal who became a figure of folklore after murdering Billy Lyons on Christmas 1895. The murder, reportedly motivated partially by the theft of Shelton's Stetson hat, made Shelton an icon of toughness and style in the minds of early folk and blues musicians, and inspired the popular folk song ‘Stagger Lee’. The story endures in the many versions of the song that have circulated since the late 19th century.
A story appearing in the St. Louis Globe-Democrat in 1895 read:
“William Lyons, 25, a levee hand, was shot in the abdomen yesterday evening at 10 o'clock in the saloon of Bill Curtis, at Eleventh and Morgan Streets, by Lee Sheldon, a carriage driver. Lyons and Sheldon were friends and were talking together. Both parties, it seems, had been drinking and were feeling in exuberant spirits. The discussion drifted to politics, and an argument was started, the conclusion of which was that Lyons snatched Sheldon's hat from his head. The latter indignantly demanded its return. Lyons refused, and Sheldon withdrew his revolver and shot Lyons in the abdomen. When his victim fell to the floor Sheldon took his hat from the hand of the wounded man and coolly walked away. He was subsequently arrested and locked up at the Chestnut Street Station. Lyons was taken to the Dispensary, where his wounds were pronounced serious. Lee Sheldon is also known as 'Stag' Lee.”

Highway Patrolman - Bruce Springsteen – Nebraska
The song tells the story of Joe Roberts, the highway patrolman of the title from whose viewpoint the song is written – and his brother, Franky, and is set in the 1960s. Franky is portrayed as unruly and frequently causing and encountering trouble, while Joe is the more mature, sensible (and likely elder) brother who always comes to his aid. Even though Joe works for the law, he lets his brother Franky escape after he has shot someone.
Sean Penn based the screenplay of his 1991 directorial debut The Indian Runner on the song's story. All of the songs on ‘Nebraska’ both deal with ordinary, blue collar characters who face a challenge or a turning point in their lives, but also outsiders, criminals and mass murderers, who have little hope for the future - or no future at all, as in the title track ‘Nebraska’, a first-person narrative based on the true story of 19-year-old spree killer Charles Starkweather and his 14-year-old girlfriend, Caril Ann Fugate.
‘Highway Patrolman’ was covered by Johnny Cash on his 1983 album ‘Johnny 99’.

Murder In My Heart For The Judge - Moby Grape – Wow
‘Murder In My Heart For The Judge’ is a blues rock tune written by drummer Don Stevenson that was later recorded by other rock musicians such as Lee Michaels, Three Dog Night and Chrissie Hynde. A song about a long haired freak with a death wish.

carnival_of_souls1.jpg

The Drifter - Green On Red - Gas Food Lodging
Theodore Robert "Ted" Bundy (born Theodore Robert Cowell; November 24, 1946 – January 24, 1989) was an American serial killer, kidnapper, rapist, and necrophile who assaulted and murdered numerous young women and girls during the 1970s and possibly earlier. Shortly before his execution, after more than a decade of denials, he confessed to 30 homicides committed in seven states between 1974 and 1978.
Bundy was regarded as handsome and charismatic by his young female victims, traits he exploited to win their trust. He typically approached them in public places, feigning injury or disability, or impersonating an authority figure, before overpowering and assaulting them at more secluded locations. He sometimes revisited his secondary crime scenes for hours at a time, grooming and performing sexual acts with the decomposing corpses until putrefaction and destruction by wild animals made further interaction impossible. He decapitated at least 12 of his victims, and kept some of the severed heads in his apartment for a period of time as mementos. On a few occasions he simply broke into dwellings at night and bludgeoned his victims as they slept.

Revolution Blues - Neil Young - On The Beach
Inspired by Charles Manson, whom Young had met in his Topanga Canyon days.
http://en.wikipedia.org/wiki/Charles_Manson

Sex Killer - Jeffrey Lee Pierce – Wildweed
The violence theme practically drips from the album cover, depicting Pierce with a dreamy look and a shotgun slung over his shoulder. Standing amidst what could be the last true vestige of an unspoiled, rural America, it's a fair bet that he's ready to shoot anything even slightly disturbing - upon which he probably will utter one final howl before putting himself "to rest" as well. Plenty of those howls are scattered through ‘Wildweed’, which opens with a strong threesome of ‘Love and Desperation’,’Sex Killer’, and ‘Cleopatra Dreams On’. [Allmusic]

Gary Gilmore's Eyes - The Adverts - Crossing The Red Sea With The Adverts
On the evening of July 19, 1976, Gary Gilmore robbed and murdered Max Jensen, a gas station employee in Orem, Utah. The next evening, he robbed and murdered Bennie Bushnell, a motel manager in Provo. Even though they had complied with his demands, he murdered both men. While disposing of the .22 caliber pistol used in both killings, Gilmore accidentally shot himself in his right hand, leaving a trail of blood back to the service garage, where he had left his truck to be repaired prior to murdering Bushnell. Garage mechanic Michael Simpson witnessed Gilmore hiding the gun in the bushes. Seeing the blood on Gilmore's crudely bandaged right hand when he approached to pay for the repairs to his truck, and hearing on a police scanner of the shooting at the nearby motel, Simpson wrote down Gilmore's license number and called the police after Gilmore left. Gilmore's cousin, Brenda, turned him in to police shortly after he phoned her asking for bandages and painkillers for the injury to his hand. The Utah State Police apprehended Gilmore as he tried to drive out of Provo, and he gave up without attempting to flee. He was charged with the murders of Jensen and Bushnell, although the first case was never brought to trial, apparently because there were no eyewitnesses.

Wrong 'Em Boyo - The Clash - London Calling
This song tells the Stagolee story. See above.

Knoxville Girl - The Lemonheads - Car Button Cloth
‘The Knoxville Girl’ is an Appalachian murder ballad. It is derived from the 19th-century Irish ballad The Wexford Girl, itself derived from the earlier English ballad ‘The Oxford Girl’. Other versions are known as the ‘Waxweed Girl’, ‘The Wexford Murder’. These are in turn derived from Elizabethan era poem or broadside ballad, ‘The Cruel Miller’.
Possibly modelled on the 17th century broadside William Grismond's Downfall, or A Lamentable Murther by him Committed at Lainterdine in the county of Hereford on March 12, 1650: Together with his lamentation, sometimes known as The Bloody Miller.

Thanks to Greil Marcus, Robert Palmer and many other writers. And to Wikipedia, where I found most of the information about the (serial) killers.

moors murderers.jpg

Research and talking: Martin Pulaski

31-05-13

CONFIDENCE TO KILL

valeria-bruni-tedeschi4.jpg

Valeria Bruni Tedeschi

Lange zenuwslopende omzwervingen in een labyrint van onderaardse gangen, tunnels.  Het lijkt op een bijzonder ingewikkeld metrosysteem dat soms ook aan catacomben doet denken. De stad boven de grond, die immens moet zijn, heet Tir-Le-Mont. Ik loop in het voetspoor van Valeria, een mooie, fascinerende vrouw. Ze is aan het werk, een administratieve missie, waarbij ze een zware last moet dragen en op diverse plekken pakjes afleveren. Ze mag haar opdracht geen moment uit het oog verliezen. Ik zou haar elk moment in mijn armen kunnen nemen, omhelzen, kussen, maar haar obsessie voor haar opdracht irriteert me mateloos. Wanneer schenkt ze eindelijk eens wat aandacht aan mij, ik loop toch al uren achter haar aan? Zeven uren, als ik goed geteld heb. Af en toe hoor ik op de achtergrond een gids in gebroken Engels bezoekers op vervallen altaren wijzen, waar de heilige Agata, de heilige Lucìa en de heilige Paulus hebben gebeden of gepredikt.


Valeria maakt me een verwijt over een zwaar gewicht dat ze torsen moet. Het is niet duidelijk wat het is, een bronzen borstbeeld vermoed ik. Waarom help ik haar niet even? Zie ik dan niet hoe ze gebukt gaat onder haar last? Denk ik alleen maar aan mezelf? Ik besef dat ik inderdaad voornamelijk aan plezier denk. Plezier met deze mooie, lastige vrouw (die nooit van plezier of genot lijkt te hebben gehoord). Ik wil graag met haar gaan eten - verderop in de stad is er feest, met culinaire hapjes - en drinken en dansen, en dingen doen die ik me nauwelijks durf voorstellen. Stel je voor dat ik er haar iets over zou zeggen, hoe boos zou ze dan wel niet zijn. Zou ze mij dan niet helemaal als een egoïst zien en voor goed wegsturen? Ik besluit haar te helpen met het dragen van dat zware voorwerp.

We overnachten in een luxueus hotel, ergens boven de grond. Er gebeurt helemaal niets tussen ons in Tir-Le-Mont. Ik wil alleen maar slapen in het heerlijke bed in de elegante kamer die, hoewel groot, als een cocon is. Maar ik lig wakker. Rudolf Ebenezer, de eigenaar van het hotel, lijkt er ’s morgens van overtuigd dat ik een verkwikkende nachtrust heb gehad. Ik weet niet goed wat te zeggen, wil niet liegen, maar wil hem ook niet teleurstellen. Ik zeg dat ik nauwelijks een oog heb dichtgedaan, dat zijn hotelkamer daar echter voor niets tussen zit. Het zijn de gedachten in mijn hoofd, die mij maar niet met rust willen laten, zeg ik. Hij begrijpt het, zegt hij, en hij heeft er ook een verklaring en misschien zelfs een remedie voor. Maar dan zwijgt hij en ik kom helemaal niets te weten. We moeten weer vertrekken, voor het vervolg van de mysterieuze administratieve opdracht in het ondergrondse gangensysteem.

Nog steeds irriteert Valeria mij, die nochtans met de minuut aantrekkelijker, sensueler wordt. Wat bezielt haar toch? Beseft ze dan niet hoe ik naar haar verlang?  Wellicht niet. Weer eindeloze tochten door de soms donkere, soms helderverlichte gangen. Weer talloze bezoekers die allemaal op elkaar lijken, weer gidsen die heiligenlevens uit de doeken doen en verkleurde ikonen belichten met hun te zwakke zaklantaarns.

Op een kruispunt, daar waar veel gangen uitgeven op een centrale plek, hoor ik ‘Confidence To Kill’ van Mink DeVille weerklinken. Het lijkt of de muziek ergens diep binnen in mij ontstaat, in mijn hart, in mijn schuldige ziel. De venijnige muziek zwelt aan, overweldigt me, vervult me met hartstocht en zelfvertrouwen. Ik voel me buitengewoon sterk worden. Uit de lichte en de donkere gangen komen mannen op me toegestapt, de meesten in leder gehuld, macho’s, een beetje in de stijl van ‘The Wanderers’. Ze zijn extreem gevaarlijk. Maar ik heb confidence to kill. Een voor een sla ik ze tegen de grond. Niet een van hen kan zijn lot ontlopen. Mijn geweld lijkt op een wervelwind. Mijn lichaam is lenig en licht, mijn spieren sterker dan die van een Muhammad Ali. Het duurt niet eens een minuut eer ik de macho’s stuk voor stuk gevloerd heb. Of ze dood zijn weet ik niet, maar ik vermoed het. En opeens, terwijl ik nog altijd dat lied in mijn diepste wezen hoor, word ik overmeesterd door een mengeling van mateloze gelukzaligheid en schrijnend verdriet. Nu weet ik hoe oneindig veel ik van je houd, zeg ik. Nu pas weet ik het. Weet je het nu ook?

18-07-08

TIM HARDIN : EEN VERLOREN DROOM


tim hardin
Foto: Martin Pulaski

Ik wil al heel lang iets schrijven over Tim Hardin, een van mijn antihelden, (waarvan ik er nogal wat heb, geloof ik). Antihelden zijn vaak de echte helden, net omdat ze geen echte helden zijn. Je kunt Arthur Rimbaud toch moeilijk een held noemen? Rambo? President John F. Kennedy? De zeven samoerai? Koningin Fabiola? Ach, laat maar, ik mag vooral de draad niet verliezen, terwijl ik daar nu net zoveel zin in heb. Verdwalen in vreemde woorden, in vertrouwde zinnen, als in gevaarlijke steegjes, na middernacht.  'Cul-de-sac' heb ik overigens altijd al een mooie uitdrukking gevonden. Maar mijn wijze van verdwalen is geen echt dwalen, ik blijf meestal op mijn hoede, mijn bewustzijn is minder vaak uitgeschakeld dan je wel eens zou kunnen denken. Ik ben meestal voorzichtig, in steden net zo goed als in woestijnen. Ja, en ook in wat ik schrijf ben ik een voorzichtige jongen, en beland ik al snel weer op het juiste pad.

Dinsdagavond ben ik aan dit stukje begonnen, maar door allerlei toestanden, waaronder aangename, een etentje met een goede vriendin, en onaangename, fijn stof in het appartement, de indringende geur van verf, een bezoek aan het UZ in Jette (waarover later misschien meer), heb ik niet door kunnen werken. Schrijven is inderdaad werken, ook als is het maar voor een blog (iets waar Supermannen als Serge Simonart op neerkijken), ook al is het een aangenaam tijdverdrijf. Schrijven is niet wachten op inspiratie, want die komt niet. Schrijven is bedenken, combineren, uitvinden. Is het niet vooral vragen stellen?

Nu wil ik dit ‘verhaal’ toch afwerken. Gisteren liep ik na het bezoek aan het ziekenhuis even een consumptietempel binnen, en daar vond ik een zeer ontroerende langspeelplaat, getiteld ‘The Future Is Unwritten – Joe Strummer’. Joe Strummer bewonder ik mateloos. Dank zij hem en enkele van zijn geestverwanten ben ik destijds opnieuw naar rock & roll gaan luisteren. Tot mijn spijt heb ik Joe’s radioprogramma nooit kunnen beluisteren. Deze soundtrack van een documentaire film van Julien Temple is een hulde aan de muzikant Joe Strummer, maar ook aan de radiomaker van Radio Clash. Waarom vertel ik dit nu eigenlijk? Omdat een van de songs op de soundtrack, toevallig of niet, ‘Black Sheep Boy’ van Tim Hardin is. En deze middag kreeg ik een sms van mijn vriend, mister Koen, verblijvend in het Verre Westen van België, of ik niet eens een best-of-cd van Tim Hardin wil samenstellen (en aan mijn Laura vragen welke liederen van Hardin zij het liefste hoort). Toevalligheden.

joe strummer

Zoals je weet of niet weet ben ik al zeer lang een bewonderaar van John Lennon. Maar was het niet zielig – en typisch - dat niemand, ook ik niet, treurde toen Tim Hardins dode lichaam een paar dagen na de moord op John werd aangetroffen, als ik me nog goed herinner in een stinkend appartement ergens aan de Westkust, waarschijnlijk in Los Angeles. Onze vreselijke woede en onze ontzaglijke droefheid waren uitsluitend naar een dode held, gevallen aan de ingang van de New Yorkse Dakota Building gegaan, en we wisten meteen dat 'Rosemary’s Baby' daar voor een deel was gefilmd en dat die en die er hadden gewoond of nog woonden, onder meer Lauren Bacall. Over John Lennon wisten we alles, maar dan ook alles.

Wat wisten we over Tim Hardin? Laat in december 1980 drong het tot me door dat hij dood was, gestorven van de drugs waar hij al jaren mee knoeide. Sinds hij als vrijwilliger (‘marine’) gevochten had in een of andere kleine smerige oorlog, waar het Amerikaanse bestel – ook nu nog - zo in excelleert. Misschien vocht hij ook helemaal nergens tegen niemand, want Tim was net zoals Bob Dylan zeer goed in het verzinnen van zijn biografie. Tim Hardin beweerde ooit dat hij een rechtstreekse afstammeling was van de bloeddorstige outlaw John Wesley Hardin. Wat wisten we nog meer? Dat hij een bewonderaar was van Hank Williams, hij had er een lied over geschreven, waarin hij hem 'mijn vriend' noemde. En Nico had ongetwijfeld veel van Tim Hardin gehouden, vermoedden we. Zij was geen ‘hypnotist collector’ maar verzamelde gretig singer-songwriters zoals onder meer de jonge Jackson Browne, John Cale, Lou Reed, Jim Morrison, en wie weet wie nog allemaal. Haar mooiste elegie zong ze voor een andere junkie, Lenny Bruce. Het was een song van Tim Hardin. Zo staat het toch op de hoes van ‘Nico: Chelsea Girl’. De originele versie heb ik nooit gehoord. Arnold Rijpens zal daar wel meer over weten.

Ik hield van de songs van Tim Hardin en hoe ouder ik word hoe meer ik er van houd. Ik weet niet meer hoe ik de zanger ontdekt heb, maar zeer waarschijnlijk door zijn songs. Want daar was hij een meester in. Hoewel hij heel vaak stal, zoals alle folkzangers en singer-songwriters en rock & rollers deden en nog altijd doen. Maar waren het the Four Tops met ‘If I Were A Carpenter’, of was het de halve crooner / halve rock & roller en deeltijdse folkie Bobby Darin, (herinner je 'Splish Splash' en ‘Dream Lover’) door wie ik hem op het spoor kwam? Er waren tevens uitstekende beatgroepen die zijn composities coverden, zoals the Small Faces (‘Red Balloon’, ‘If I Were A Carpenter’),  en Tee-Set (‘Hang On To A Dream’). Dan was er nog de cover van ‘Reason To Believe’ door the Youngbloods, die mij tot tranen bewoog. Rod Stewarts versie van dat nummer is trouwens ook erg mooi.

Ongetwijfeld heb ik Tim Hardin voor het eerst gehoord op Radio London of in het Nederlandse radioprogramma Superclean Dream Machine. En het was zeker in Amsterdam, op het Waterlooplein, op een zeer koude dag in maart of april 1970, dat ik de eerste keer een elpee van Tim Hardin kocht. Ik bezit ze nog altijd en zal er pas afscheid van nemen als de tijd is gekomen. Maar laten we niet melodramatisch worden. Ik heb mijn cd’s al op een stapeltje gelegd. Straks of morgen begin ik aan die compilatie. Ik zal er wat mooie covers tussen mixen, ‘Black Sheep Boy’ door Scott Walker, ‘Shiloh Town’ door Mark Lanegan, een nummer dat ik als ik met wat vrienden heb zitten drinken soms ook wel eens stukzing. Ik kan namelijk helemaal niet zingen. Maar je moet slechts enkele akkoorden kennen om het te kunnen spelen. En voldoende whisky drinken om er zeker van te zijn dat je het kunt zingen.

tim simple

Tim Hardin was een tedere, echt mannelijke zanger. Daarom denk ik dat alle vrouwen hem graag horen. Zoals de mooie actrice die zijn geliefde werd en waarover hij zo aandoenlijk zingt in ‘Lady Came From Baltimore’. Her name was Susan Moore. Maar in werkelijkheid enigszins anders gespeld. Zoals de ‘John Wesley Harding’ van Bob Dylan.

Als je niets van Tim Hardin bezit raad ik deze compilaties aan:

Hang On To A Dream: The Verve Recordings (Polydor / Chronicles)

Simple Songs Of Freedom : The Tim Hardin Collection (Columbia / Legacy)

De Verve-opnamen werden geproduceerd door Erik Jacobsen, die ook met the Lovin' Spoonful samenwerkte, en later tegen de tijdsgeest van de jaren tachtig in voor de fijne sound van Chris Isaak zou zorgen. Ik vergat nog te vermelden dat Tim Hardins 'You've Got A Reputation' een stevige country-uitvoering kreeg van the Byrds, met Gram Parsons als zanger. Het was bedoeld voor hun 'Sweetheart Of the Radio', maar werd uiteindelijk niet geselecteerd. Pas in 1990 gaf Columbia het nummer vrij, op de eerste Byrds box.

Ik moet hier nog aan toevoegen dat de compilatie 'Hang On To A Dream', een absolute aanrader, nog maar moeilijk te vinden is. Zelf heb ik deze dubbel-cd in een klein winkeltje in Cambridge, vlakbij de Harvard universiteit, gevonden. Vreselijk duur, want het was in een tijd dat een dollar heel veel geld kostte. Bovendien is Cambridge geen goedkoop stadje. Maar Tim Hardin was die prijs en die reis waard.

tim hardin dream

Foto boven: Martin Pulaski. Op de foto een afbeelding van 'The Best Of Tim Hardin', de elpee die ik op het Waterlooplein vond. De 'figurante' komt niet uit Baltimore, en het is nooit mijn bedoeling geweest haar geld en juwelen te stelen, en toch kreeg ik haar liefde.
 

 

03-01-08

DE DOOD VAN LUMUMBA

 

1.

Soete zegt dat ze gezegd hebben, niets van hem mag overblijven.

Mannen in Armani, mannen van het Bureau.

Geen vezel, zegt Soete, hebben de mannen gezegd.

Ze zeiden, zegt Soete, eerst in stukken zagen, dat kadaver,

En dan legt ge die stukken in een vat

Gevuld met achthonderd liter zwavelzuur,

Hebben ze gezegd, zegt Soete.


En dan hebben we zijn zwart lichaam, zegt Soete,

In stukken gezaagd, ge moet u dat voorstellen, zegt hij

Het bloed spatte ons in de ogen tot we misselijk werden.

We moesten veel rum drinken en whisky, zegt hij,

Tot we niet meer wisten waar en wie we waren,

En dan hebben we de stukken van de premier,

Bloedend, op de donkere oude aarde neergelegd.


Het vat zwavelzuur stond klaar, zegt Soete,

We moesten alleen het koningsblauwe deksel openen

En voorzichtig als olifanten de stukken

Van wat van Lumumba restte erin laten verzinken,

En voor altijd uit de geschiedenis laten verdwijnen.

Uit de geschiedenis van de mannen in Armani moest

Zijn lijf verdwijnen, hebben ze gezegd, zegt Soete.


2.

Maar de geschiedenis heeft zo haar eigen streken.

De geschiedenis onthoudt overvloedig namen.

De geschiedenis bedekt niets met de mantel der liefde.

Die toekomstige annalen hadden de mannen

In Armani, de mannen van het Bureau

Geheel uit het oog verloren. Uit het oog is

Uit het hart, dachten ze zonder dat ze het wisten.


Er bleven kleine restjes over en uit elk restje

Bloeiden duizend zwarte granaten en mortieren op

En uit elk restje weerklonk een stem van haat.

Soete was op dat ogenblik al in zijn vaderland

In zijn salon luisterend naar Jo Leemans,

Niet beseffend dat gelijktijdig Allen Ginsberg

en Pete Seeger naar bloemen hadden geluisterd.


Naar zwarte, bloedige bloemen, giftige bloemen,

Naar bloemen van verderf en toekomst

Luistert degene die in 2008 walgt van de wereld

Die de geschiedenis tot popcorn herleidt.

Naar zwarte, bloedige bloemen, giftige bloemen,

Naar bloemen van verderf en toekomst.

Naar bloemen van kreten en letters en renaissance.

08-12-07

EEN HUWELIJK - VOOR JOHN LENNON

bernini,john lennon,yoko ono,beatles,popcultuur,pop,rock and roll,huwelijk,phil spector,antwerpen,brussel,moord,tegencultuur,hippies,underground,1970,beatniks,jethro tull,captain beefheart,liefde,new wave,punk,laura,daphne,radio,leopold flam,shaved fish,woede,verbijstering,verdriet,talking heads,vorst nationaal

Ik ben in 1970 getrouwd, op twintigjarige leeftijd, jong en naïef, met mijn eerste grote liefde. We hadden elkaar ontmoet tijdens een concert van Jethro Tull in Londerzeel. Dat was in de tijd dat Jethro Tull nog voortreffelijke, avontuurlijke muziek maakte, in de voetsporen van Captain Beefheart & His Magic Band. Toen we elkaar in het Brussels stadhuis het ja-woord gaven kenden we elkaar ongeveer een jaar. We waren allebei wat toen ‘alternatief’ en ‘werkschuw langharig tuig’ werd genoemd, we behoorden tot de ‘tegencultuur’, de 'underground', we lazen Simon Vinkenoog, Jan Wolkers, Henry Miller, Jack Kerouac, Allen Ginsberg en Gerard Reve – en we waren uiteraard zeer sterk tegen het burgerlijke huwelijk gekant. Waarom dan trouwen? Ik denk dat het vooral door John Lennon is gekomen. Hij was kort voor ons huwelijk met Yoko Ono getrouwd in Gibraltar. Luister maar naar ‘The Ballad Of John And Yoko’, waarin het hele verhaal wordt verteld. In die periode was - naast Bob Dylan - John Lennon onze grote held. We stonden achter zijn ideeën, alsof het evangelie was, maar ik vond tevens dat hij er erg cool uitzag, met zijn brilletje en zijn wit pak. Mijn haren waren minstens even lang, ik had ook zo’n brilletje, maar helaas geen wit pak. Dat heb ik me later aangeschaft in Firenze (met dank aan Allan Farbman), toen ik alweer gescheiden was. Door dat legendarische huwelijk van John en Yoko was dat ‘sacrament’ voor ons plots geen taboe meer, maar eerder een na te streven ideaal. We hebben onze ouders ongeveer moeten chanteren om ons toestemming te geven. Het was de omgekeerde wereld. Ik vertel deze anekdote alleen maar om te laten zien welke betekenis John Lennon in onze levens had. Zoals hij was, zo wilden wij ook zijn. We streefden dezelfde waarachtigheid na, we koesterden dezelfde dromen, de aardbeienvelden van de jeugd waren ons niet vreemd, we waren met zijn beiden ook walrussen en deden aan revolutie, maar ze moest geweldloos zijn. John Lennon was geen god en geen afgod, maar een echte ‘working class hero’, zoals hij dat type persoonlijkheid in zijn eigen song noemt. Een van zijn mooiste songs, trouwens (na zijn werk met the Beatles, bedoel ik).

Op 8 december 1980 was ik al een hele tijd gescheiden. Ik was van Brussel naar Antwerpen verhuisd en woonde daar samen met mijn muze Laura, die ik in mijn door de romantiek beïnvloede gedichten Daphne noemde. Je kunt het je nu niet meer voorstellen. Je moet echter in gedachten houden dat Gian Lorenzo Bernini in de 17de eeuw een prachtig beeld van Daphne en Apollo maakte, dat in de tijd van de romantiek nog nazinderde en op die manier het midden van de twintigste eeuw heeft bereikt, een heuglijk feit waar de historicus Mario Praz een belangrijke rol in heeft gespeeld. Je kunt het beeld gaan bekijken in de Villa Borghese in Rome.
Punk en New Wave hadden in die jaren de plaats van de ‘tegencultuur’ en de ‘underground’ ingenomen. Maar John Lennon was een held gebleven. 'Shaved Fish' was een elpee die heel vaak werd gedraaid, en dan vooral het nummer 'Power To the People'. Laura en ik werkten bij de filosofische kring Aurora, een vereniging gesticht door professor Leopold Flam. Toen ik op de radio hoorde dat John Lennon was doodgeschoten was mijn eerste reactie er een van ongeloof. De waarheid was onvoorstelbaar. Maar er komt altijd een moment waarop ze volledig tot je doordringt. Het was alsof ik zelf diep in mijn hart werd geraakt. Alles in mij begon te sidderen, tranen liepen over mijn wangen, daarna werd ik woest. In die bezeten toestand ben ik naar huis gelopen, over de Lange Leemstraat naar de Lamorinièrestraat, waar we woonden. In ons appartement heb ik een stoel stukgeslagen, er bleven alleen splinters van over. Ik was door een soort van razernij bevangen. Langzaam is die woede weggeëbt en heeft ze plaats gemaakt voor diep verdriet.


Een week later maakten we met vrienden, allemaal klanten van café Het Pannenhuis op het Conscienceplein, per bus een Magical Mystery Tour naar Vorst Nationaal. Daar trad Talking Heads op, een band die in die dagen op zijn hoogtepunt was. Ze gaven een hemels, of laten we zeggen een bijzonder funky concert, waarbij je voelde dat elke noot voor John Lennon werd gespeeld. Dat concert heeft me over mijn verdriet heen geholpen. De busrit terug naar Antwerpen was euforisch, we waren allemaal dronken of stoned en zongen liedjes van the Beatles en John Lennon.


John Lennon was de spirit van rock & roll. Zijn slechtste plaat heet ‘Rock And Roll’ (geproduceerd door Phil Spector), maar dat is tegelijk zijn allerbeste, zijn meest bezielde. Probeer dat echter maar eens aan een vreemde uit te leggen. De wereld is complex en het leven is een strijd.

john and yoko forever


Foto: 1970, het jonge echtpaar in Neerharen, door François Pulaski (geliefde fratello mio).

01-07-06

DROOM, KEERPUNT EN ORAKEL

schip,neerharen,badpak,moord,lacan,baltasar gracian,moeder,broer,1978

Mijn moeder werd lafhartig vermoord: dit pijnlijke feit kwam ik pas later aan de weet. Met Laura ben ik, voor een paar dagen, in Neerharen. Bij Frankie, in de nabijheid van het schip. Zowel hij als Elfriede en ook de kleine Octavio gedragen zich geheimzinnig. Ik weet dat die geheimzinnigheid twee dingen kan betekenen: ofwel zwemmen, ofwel fotograferen. Alleszins heeft het met seks te maken. Je ondergoed uit doen en een badpak aantrekken. Want het is mooi weer. Mijn broeder neemt een afwachtende houding aan. Daarom wandel ik een eindje langs het kanaal tot aan de ijzeren brug. Aan de voet van een van de pijlers aan de kant van het dorp is de weg op zo'n ongewone wijze geplaveid dat je er niet naast kan kijken. Hoewel het min of meer normale plaveien zijn, doet het geheel denken aan een mozaïek. Het zijn rechthoekige stenen met een inscriptie erin. Elke steen draagt een boodschap. Op dat moment wordt het voor mij duidelijk dat mama dood is.


Niet alles wat ik verneem over mama's overlijden staat in de stenen ingegrift. Gedeeltelijk komt het mij verbaal ter ore, als verhaal, gedeeltelijk wordt het mij in beelden meegedeeld.
Mama loopt aan de andere oever van het kanaal, in de buurt van de kiezelgroeve. Terwijl het schip wordt volgeladen met grint maakt zij een wandelingetje. Een arbeider van de kiezelwasserij komt in haar richting gelopen. Zodra hij haar ziet ondergaat hij een gedaanteverwisseling. Hij neemt een dreigende houding aan en houdt haar tegen. Een grijns verschijnt op zijn gezicht. Mama weet instinctmatig dat er onheil te wachten staat.
"Dacht ge dat ik altijd in de grint gewerkt had?" vraagt hij, "dan zit ge er lelijk naast. Want vroeger was het wel anders." Een brutale lach.
"Vroeger... Toen stopte ik de vergaste lijken in de kisten. Ja, toen stopte ik de lijken in de grond..."
Mama begrijpt te laat met wat voor smeerlap zij af te rekenen heeft. Niet alleen een smeerlap, een salaud, maar een gevaarlijke kerel. Met deze man valt niet te praten. Ze grijpt vliegensvlug een baksteen die daar op de grond ligt en slingert hem naar zijn hoofd.
Ik hoor haar dit vertellen. Het is een verhaal dat zich afspeelt in de verleden tijd. Haar stem klinkt alsof zij van ergens onder water komt.
"Dat was een grote vergissing," zegt ze, "dat ik die baksteen naar zijn hoofd heb geslingerd. Ik had onmiddellijk weg moeten lopen, misschien had hij me dan niet meer te pakken gekregen."
Hoe heeft de nazi mama vermoord? Met zekerheid valt dat niet te zeggen. Er zijn twee mogelijkheden: ofwel heeft hij haar gewurgd, ofwel heef hij haar hoofd onder water gehouden tot ze verdronken is. In ieder geval heeft hij haar dood of levend in één van de oude kiezelgroeven geworpen, een van de putten die zich met water hebben gevuld en die er nu uitzien als slecht onderhouden, door oorlog geschonden vijvers.
Ik betreur het nu dat ik zoveel van de inscripties op de plaveien vergat.Op één van de stenen las ik :

LIEVE ZOON
LIEVE LAURA

Ze is er niet meer. Ik barst in tranen uit. Ik mis je, mama, ik mis je. Haar liefde voor Laura, zoals zij daar op die steen geschreven staat, in synthesewoorden die symbolen zijn, die duizend woorden en niet-woorden samenvatten, verhevigt mijn verdriet. Toch rijst er ook twijfel: wie is die 'lieve zoon', is dat mijn broer, ben ik het, zijn wij het beiden?
Voor haar dood heeft mijn moeder nog een onderzoek ingesteld naar de identiteit van haar moordenaar. De resultaten daarvan staan ook op de stenen als waarschuwing voor de overlevenden. Een uiting van haat of wraaklust ten aanzien van haar moordenaar kan ik me niet herinneren.

Na het ontwaken vertel ik de droom aan Laura. Zij wijst me op de afwezigheid van vader. Ik schrik. Want ik denk aan Lacans theorie van de psychose; de verwerping van de naam van de vader. Zou het dan toch waar zijn? Voor ik deze droom vertelde had ik nog een nachtmerrie.Een wedstrijd: hardlopen. Het gaat om een marathon die allesbehalve olympisch is. Geen van de lopers is werkelijk gemotiveerd. Het lopen is maar een middel, het doel een onbenulligheid, iets absurds. Ik denk: deze renners zouden even weinig gemotiveerd de dood tegemoet lopen en misschien is het dat wat ze hier doen.Het parcours is een kunstzinnig uitgevoerd labyrint, grotendeels in wit dennenhout uitgevoerd. Het geheel drijft op een wateroppervlak. Aan weerszijden van de loopstroken is er water. Hindernissen zijn er natuurlijk ook. Een van de lopers, een jonge man, speelt vals. Hij kort namelijk het verplichte traject eigenhandig in; soms springt hij van de ene strook op de andere. Door de bosjes en plantsoentjes raakt hij echter, na dergelijke sprongen over het water, gedesoriënteerd: hij weet niet meer welke richting hij uit moet. Vele, zo niet alle supporters sympathiseren met hem - waarschijnlijk precies omdat hij vals speelt - en wijzen hem de juiste richting.De loper en ik komen samen aan bij een openbaar toilet. Het is alleen maar een houten raamwerk - ook de deuren zijn doorzichtige ramen. Het is tegelijk ook een stortbad, merk ik nu. Een jongensachtige figuur, helemaal nat, maar glimmend, glibberig als een aal, opent de deur en komt naar buiten. Ik voel onmiddellijk een fysieke afkeer voor hem. Angst dat hij me zal aanraken. Hij is naakt en naar het mij wil voorkomen geslachtloos.
"Je bent zeker mijn vijand", zeg ik.
"Neen", antwoordt hij, "dat is niet waar!"
Vervolgens verdwijnt hij.

Nu zijn we al met zijn drieën, de jongen, het meisje en ik. We bereiken de grootste hindernis - een hoge, steile berg, die net als al de rest onnatuurlijk, kunstmatig is. Het is een bijzonder ingenieuze constructie in steen, hoekig, loodrecht als een flatgebouw, zeer solide. Er zijn platte stenen in verwerkt, een soort plaveien die afgerond zijn aan de rand en die ook wat uitsteken: ze moeten de beklimming van de berg mogelijk maken.

Met z'n drieën moeten we nu deze berg beklimmen - het blijkt niet zo moeilijk te zijn Het meisje is lief, ik merk dat ze bezorgd is om mij, wat me een warm gevoel geeft. We zijn aangkekomen. Of toch niet? We weten niet of we ons doel bereikt hebben. Althans: ik weet het niet.
Plotsklaps stort het meisje in een afgrond. En als ik haar hartverscheurende kreet hoor ga ik zelf wankelen, alsof ik ook val. De andere jongen is zo snel beneden…dat gaat mijn petje te boven. Het meisje is nog in leven. Nu is ze nog meer begaan met mijn lot. Vanuit de afgrond roept ze me toe:
"Blijf daar toch niet hangen of je zal vallen! Kom naar beneden, voorzichtig!" Maar afdalen kan ik niet. Alle stenen zitten los, en bovendien zijn ze nog glad ook. Ik kan me nergens meer aan vasthouden. Ligt dat aan mij of aan de berg? Ik val... En daarna ontwaak ik uit de leegte waarin ik neerviel en vertel ik de dromen aan Laura in dezelfde volgorde als ze hier neergeschreven zijn...

 

schip,neerharen,badpak,moord,lacan,baltasar gracian,moeder,broer,1978

Eindelijk wakker nam ik het boek ter hand dat op mijn nachtkastje lag, Baltasar Gracians Handorakel en kunst der voorzichtigheid: 

“Uitwegen vinden! De vrucht van een fortuinlijke levendigheid van geest! Dank zij die vlugheid en beweeglijkheid hoeft men verrassingen noch moeilijkheden te duchten. Menigeen overlegt lang, om zich daarna toch nog totaal te vergissen. Anderen bereiken alles zonder enig voorafgaand beraad. Er zijn van die antiperistatische naturen, die hun volle maat pas geven als zij in de knel zitten: onberekenbare wezens, wie zonder voorbereiding alles gelukt, en met overleg niets. Wat hun niet terstond invalt, vinden zij nooit; voor hen bestaat geen hoger beroep. De vluggen verwerven dus bijval omdat zij blijk geven van wonderlijke bekwaamheid: fijnheid in het denken en geschiktheid in het handelen.”

Die dromen droomde ik en dat boek lag op mijn nachtkastje op een vrijdag in november in 1978. Wat betekende dat allemaal? Wie legt het mij uit? Ik heb de indruk dat er sindsdien weinig is veranderd in mijn droomleven, en het citaat van Baltasar Gracian kwam tegemoet aan mijn ideale ik. Tot dan had ik op die manier geleefd. Fortuna lachte me toe. Waar had ik dat aan verdiend? Ik weet het niet. Maar het mooie liedje zou niet blijven duren. Mijn kansen zouden keren. Al heel snel zou ik slechte kaarten krijgen. Zelfs een schoppenboer was mij niet langer gegund. Ik vraag me af of dat toen een keerpunt in mijn leven was, die vrijdag, die droom, dat boek.

12-05-06

MOORD


Ik durf niets meer zeggen over deze, alweer gruwelijke, moord. Ik wil er ook niets over zeggen. Wat ik over de moord op Joe heb geschreven kwam recht uit het hart, maar ik heb me toen laten meeslepen en, erger, beïnvloeden door de media (hoewel ik er mij, zoals ik al zei, ook van heb gedistantieerd). Natuurlijk heb ik nu ook gevoelens. Maar ik wil niet nog eens dezelfde fout maken. Ik kan alleen maar zeggen dat ik dit zeer betreur. Ik kan alleen maar zeggen dat België stilaan onleefbaar wordt. Dat ik in alle stilte en bescheidenheid meeleef met de familie en de vrienden van de slachtoffers. Dat ik hoop dat de haat het niet van de liefde wint. Het is een mooie lentedag, een stralende zon legt een laagje schoonheid over zelfs de lelijkste dingen, seringen staan in bloei in de tuinen, vanavond gaan we naar theater, een stuk van Marthaler (zelden heeft een regisseur zoveel indruk op me gemaakt als hij, met zijn voorstelling van Die schöne Müllerin). Maar hoe kunnen we daar nu nog van genieten? Met een bittere smaak in de mond, met niet gehuilde tranen?

05-05-06

EEN ZACHTAARDIGE GOLEM


Homunculus


Op 28 april zat ik op het schaduwrijke terras van café Eden in Los Llanos. Ik had Het Laatste Nieuws gekocht. Of het Nieuwsblad. Beschouw dit niet als reclame. Het zijn de enige Belgische kranten die ik daar heb aangetroffen. Zelfs Le Soir was er niet. In het buitenland mis ik de kranten soms wel eens, één keer per week of zo. Hier thuis niet meer. Ik heb geen abonnementen, als er iets gebeurt hoor ik het wel. Ik lees wat er gebeurd is op de gezichten van de mensen in de metro. Of iemand vertelt mij gewoon iets. Dat volstaat. Meestal zie ik dat er weer een oorlog gaande is, of er is een ramp gebeurd, of een jongen is doodgestoken in het Centraal Station in Brussel. Maar in café Eden zat ik met die gazet, meer foto’s dan woorden. Overigens lijkt het wel of hier ook al een oorlog begonnen is, maar ik denk dat Anderlecht een match gewonnen heeft. Het zal ongetwijfeld vuurwerk zijn. Zware ontploffingen in ieder geval. Ik ben nog niet helemaal hersteld, de gewaarwordingen zijn intenser dan wanneer ik in mijn gewone doen ben. Ik zal eens door het raam gaan kijken. Het is nu toch warm. Een kou zal ik wel niet vatten. Vreemd. Ik ruik alleen de geur van buskruit. Ik hoor diepe stemmen, als van duivels, of van engelen na de val, de stem gebroken.

Maar sta me toe terug te keren naar de kern van de zaak. Een krantenbericht, een bagatel, een Belgisch drama. Zoals zovelen dacht ik dat de moord op Joe ergens verband hield met het geloof dat islam heet, ook al heb ik me meteen verzet tegen het denkbeeld dat de islam een slechtere of betere religie is dan enige andere. Toch was er die associatie, waar ik me voor schaam. Op het terras van café Eden schaamde ik mij diep. Ik had me laten meeslepen door gevoelens van alledaags racisme. Ik had er mezelf van overtuigd dat het Marokkaanse jongeren waren geweest die Joe hadden gestoken tot hij daar in het Centraal Station, een plek waar ik elke dag kom, was doodgebloed. Ook al had ik gezegd dat het om uitzonderlijke amorele delinquenten ging, ook al had ik gezegd dat wijzelf mee verantwoordelijk zijn door ons gebrek aan gastvrijheid, toch had ik niet kunnen weerstaan aan de lokroep van het alledaags racisme. Het is niet omdat ik al drie keer ben overvallen, beroofd en één keer zwaar toegetakeld door zulke jongeren dat ik de vijfde keer ook door diezelfde bevolkingsgroep zal worden overvallen, beroofd of het ziekenhuis ingeklopt. Dat is niet zeker. Messentrekkers en roofmoordenaars tref je overal aan. Vooral in de hoogste regionen, bij de masters of war. Maar dat zijspoor sla ik even niet in. Ik had het over mijn schaamte. Ik wil mijn verontschuldigingen aanbieden…. Maar aan wie? Aan de naamlozen die ik misschien, ongewild, heb gekrenkt. Aan Hotman, Hoessein en Fatia. Heb ik de beredeneerde onzin van mijn vijanden van het Vlaams Blok en van idioten als de judopatser Marie-Jeanne dan al zozeer verinnerlijkt dat ik hun gedachten uitspreek? Neen, zo ver is het nog niet gekomen. Maar ik ben wel op het slechte pad. Natuurlijk ben ik Joe niet vergeten, en de andere slachtoffers evenmin. Ik denk er elke dag aan, hier in Brussel, maar ook op een terrasje van café Eden in Los Llanos, niet genietend van een kop koffie. Dat monument ben ik ook niet vergeten. In mijn hoofd is het al opgericht. Nu moet ik er met andere mensen over gaan praten. Ik weet niet wat er inmiddels is gebeurd. Ik dacht helemaal niet aan een monument zoals dat voor de onbekende soldaat. Meer een monument van de geest. Iets wat tijd en ruimte doorboort en toekomst zoekt, iets gevleugelds en gracieus, maar ook bijna van vlees en bloed, een soort van homunculus, een soort van kleine zachtaardige golem.

Terloops wil ik Eric Corijn bedanken voor zijn lezersbrief in Humo, die mij er mee toe aangezet heeft deze bekentenis openbaar te maken.

16-04-06

MONUMENT VOOR JOE


Ik heb de indruk dat er mogelijk onomkeerbare haat is ontstaan bij een groep jongeren in Brussel. Die haat en bloeddorstigheid hebben wijzelf, door onze ongastvrijheid, misschien enigszins in de hand hebben gewerkt. Maar dat mag geen verontschuldiging zijn voor zulke onmenselijke wreedheid.
Waarschijnlijk komt het willen bezitten van dat consumptievoorwerp, een mp3-speler, maar op de tweede plaats en is er echt sprake van uit diepe haat voortvloeiende moordlust. De kinderen van het nazisme hebben met hun absurde zuiverheidsobsessie een al even fanatieke groep ‘ideologische’ en zelfs racistische misdadigers en moordenaars doen ontstaan. Ook al ben ik atheïst, toch weiger ik nog steeds de hele islam te veroordelen. Ik geloof niet dat de islam slechter is dan het christendom, het joodse geloof of de vrijzinnigheid. Religies - en vooral hun leiders en instituten - hebben veel ellende berokkend en veel dieprood bloed doen vergieten. Maar religies hebben mensen ook bij elkaar gebracht en hen - ons -morele principes aangeleerd. Religies hebben zich meermaals overgeven aan paranoia, onverdraagzaamheid en systematisch fanatisme. Doorheen de geschiedenis hebben religieuze leiders dikwijls bonden gesmeed met despoten en dictators, soms op een cynische wijze ten dienste van hun geloof, meestal uit vraatzucht en machtswellust. Maar mede door dat falen van religies, door die lage en ‘onmenselijke’ kanten van hun leiders en het fanatisme en de onnadenkendheid van hun volgelingen, hebben ze gelukkig ook vrije mensen, vrije broeders en zusters, afvalligen, ketters, denkers, vrije geesten helpen ontstaan. Niet dat we die religies daar echt nodig voor hadden, maar hun dogmatisme heeft ons er wel toe aangezet om elk dogma in twijfel te trekken.

Goed en kwaad zitten in ons allen. Het kwaad houdt verband met wrok, verbittering, afgunst, zich beter voelen dan de anderen. Het kwaad ontstaat vaak bij gebrek aan democratische gemeenschap, in afgeslotenheid, als een samenzwering tegen de ‘onzuiveren’.

Wij bloggers hebben daarom ook een grote verantwoordelijkheid om, als spontane gemeenschap, alle mogelijke pogingen te ondernemen om dit kwaad in te dijken, zowel de zuiverheidsideologieën van extreem-rechtse bewegingen en individuen en van allerhande fanatici, als de bloeddorstigheid van om het even welk fundamentalistisch, onnadenkend, wraakzuchtig spiegelbeeeld daarvan.

Voor onverschilligheid, moet ik toegeven, bestaat geen enkel excuus. Wij zijn allen verantwoordelijk.

Die arme jongen, Joe, blijf in mijn gedachten spoken. Ik zal hem niet vergeten, om de eenvoudige, egoïstische reden dat ik zelf ook Joe had kunnen zijn. Misschien moeten we een monument oprichten voor Joe. In het midden van het Centraal Station van Brussel. Niet omdat hij een held is maar een slachtoffer. Een slachtoffer in de ware betekenis van het woord. Neen, niet 'misschien', we moeten dat hoe dan ook doen. Een vredelievend monument oprichten. Met de onderliggende boodschap dat iedereen hier welkom is, uitgezonderd fanatici en laffe moordenaars. Joe, je bent hier welkom, Rachid, je bent hier welkom, Véronique, je bent hier welkom, Baa, Milena en Anya, jullie zijn hier welkom. Brussel behoort jullie, behoort ons toe.

02-10-05

PIZZERIA SANTA LUCIA


Het gezang en gevloek van de dronken vrienden beneden zit hem tot hier. Een zacht wapen van Brussel-Zuid ligt goed in de hand van de Italiaan als hij George Simon twee kogels door de kop jaagt en Knockaert recht in het hart schiet. Nu zwijgen ze zich de statistieken uit. De olifantvan Côte D'Or wendt gelaten het hoofd af. Waarom zou hij zich over iets opwinden: morgen gaat hij zelf tegen de vlakte.

Thuis hanteer ik de afstandsbedienaars, wapens om mijn eigen wereld in de hand te houden en wat stoort de mond te snoeren. Tot alles doodbloedt voor mijn zwakke ogen in langzaam, langzaam licht en donker.