15-07-08

DONKERE WOLKEN BOVEN BRUSSEL


summer clouds

Ik maakte deze foto gisteravond. Donkere wolken hangen boven Brussel. Het gaat niet goed met dit land, met zijn politici en met zijn bevolking. Al mijn vrienden zijn junkies, zingt Mick Jagger. Maar in mijn geval klopt dat niet. Mijn vrienden kunnen hun draai niet vinden. Mijn vrienden zoeken een uitweg. Mijn vrienden willen een mooi leven. Of zit ik hier maar wat te stamelen? Want ik weet het ook niet goed. Ik heb zoveel boeken gelezen en toch weet ik het niet goed. Erger nog, ik weet het helemaal niet.

Het is een mooie lucht, maar ze weegt zwaar als een donkere oceaan op mij en ze voorspelt helemaal niets. Er is geen toekomst, zingt Johnny Rotten opnieuw. Dat er geen toekomst is, zingt hij. En de grote banken sturen hun leiders met miljarden naar huis. De beautiful people vliegen met hun jets naar een of ander paradijs. Wij zingen een lied van een loser, Fred Neil of Tim Hardin of zo, drinken een glas, maken wat ruzie, wachten tot de wolken wegtrekken, drinken nog een glas en zetten die verdomde plaat van Bonnie 'Prince' Billy af. Die kerel met zijn verdomde geklaag altijd!

11-03-08

KRIS KRISTOFFERSON: EEN WANDELENDE CONTRADICTIE

ned kelly,jamer coburn,country,film,kris kristofferson,rita coolidge,bob dylan,sam peckinpah,mick jagger,martin scorsese,taxi driver,michael cimino,heaven s gate,robert deniro,cybil shepard,bobby charles,rolling stone,shel silverstein,george cukor,janis joplin,pop,william blake,popcultuur

De wandelende contradictie die Kris Kristofferson is, was al een tijdje aan mijn aandacht ontsnapt. Tot een lezer, Marc V. uit Genk, mij opnieuw op zijn spoor zette. Hoe had ik deze grote songschrijver zo kunnen verwaarlozen? Ik moet u het antwoord schuldig blijven, ik weet het gewoonweg niet. Het is mogelijk dat zijn naam er voor iets tussenzit, ik vind het een lelijke naam, met die twee K’s en dat dubbele ‘Kris’. Bovendien heeft hij samen met Barbra Streisand heiligschennis gepleegd door te ‘acteren’ in een stupide remake van ‘A Star Is Born’. De beste versie, die uit 1954 van George Cukor, met Judy Garland en James Mason was ook al een remake, maar een die het origineel overtrof.

Volstaat dat echter om de man te begraven? Een retorische vraag, natuurlijk. Want Kristofferson is de schrijver van ‘Sunday Morning Coming Down’, ongetwijfeld de beste song over een kater ooit geschreven, van ‘Help Me Make It Through the Night’, van ‘To Beat the Devil’, van ‘Why Me’, van ‘The Pilgrim: Chapter 33’, van ‘Me And Bobbie McGee’, en – niet te vergeten – van ‘Blame It On the Stones’.

Mijn kennismaking in 1970 met de naam Kris Kristofferson heb ik aan Mick Jagger te danken. Op het Vossenplein in Brussel had ik de soundtrack van ‘Ned Kelly’ gevonden, een film die ik toen heel goed vond, alleen maar omdat Mick Jagger er in meespeelde. Het komt niet in mijn hoofd op hem ooit nog een keer te bekijken.  De muziek was van Shel Silverstein, bekend van onder meer ‘A Boy Named Sue’ en ‘Sylvia’s Mother’. De meeste songs nam Waylon Jennings voor zijn rekening, maar een drietal, waaronder ‘Stoney Cold Ground’, zong Kristofferson. Wat later ontdekte ik dat hij ‘Me and Bobby McGee’ had geschreven, een grote, postume hit voor Janis Joplin. In dat hippielied horen we Janis op haar mooist. Het debuut van Kris Kristofferson verscheen eveneens in 1970, maar omdat er in België geen interesse bestond voor country kwam de elpee hier toen niet uit.

In het tijdschrift ‘Rolling Stone’ las ik allerlei verhalen over de songschrijver. Onder meer dat hij een master’s degree had in Engelse literatuur en zijn thesis aan William Blake had gewijd, dat hij op een boorplatform had gewerkt en met een helikopter gevlogen. Straffe verhalen over drugs en dronkenschap. Soms hoorde ik een van die gevoelige liederen van hem op AFN, het radiostation van het Amerikaanse leger in Europa. Kristofferson had een stem van soms zacht, soms hard leder, zijn teksten waren even goed als die van Dylan. In 1973 kwam de schitterende film ‘Pat Garrett and Billy the Kid’ van de dronkaard Sam Peckinpah uit. Kristofferson was Billy the Kid, James Coburn Pat Garrett – en Bob Dylan vertolkte het merkwaardige personage genaamd Alias. De in tequila gedrenkte soundtrack was van Bob Dylan. In datzelfde jaar trouwde Kristofferson met Rita Coolidge, die hij op de set van ‘Pat Garrett and Billy the Kid’ had leren kennen. Mijn goede vriend Marc D. leende me zijn exemplaar van ‘Full Moon’ uit, een duet-elpee van Kris Kristofferson en Rita Coolidge. Dat was niet echt een mijlpaal, maar door die plaat ontdekte ik de muziek van Bobby Charles (zijn mooie ‘Tennessee Blues’ was het hoogtepunt op ‘Full Moon’).
ned kelly,jamer coburn,country,film,kris kristofferson,rita coolidge,bob dylan,sam peckinpah,mick jagger,martin scorsese,taxi driver,michael cimino,heaven s gate,robert deniro,cybil shepard,bobby charles,rolling stone,shel silverstein,george cukor,janis joplin,pop,william blake,popcultuur

Het mooiste eerbetoon aan Kris Kristofferson is terug te vinden in Martin Scorsese’s ‘Taxi Driver’ uit 1976. Betsy (Cybil Shepard), het ‘onschuldige’ meisje in het wit op wie de eenzame taxichauffeur Travis Bickle (Robert DeNiro) verliefd wordt, is een fan van Kris Kristofferson. Ze is van mening dat het nummer ‘The Pilgrim: Chapter 33’ op haar vreemde vriend van toepassing is. In een volgende scène zie je Travis Bickle een platenwinkel buitenstappen met de elpee ‘The Silver Tongued Devil And I’ onder zijn arm. Een mijlpaal in de countrymuziek, en wellicht Kristoffersons beste plaat. De rest is, zoals men zegt, geschiedenis. Tot die geschiedenis behoort ook een van de mooiste films aller tijden, ‘Heaven's Gate' van Michael Cimino. Bekijk vooral niet de ingekorte versie!

06-12-07

MOORD EN DOODSLAG

stanley kubrick,a clockwork orange,leugens,volker schlondorff,mord und totschlag,mick jagger,keith richards,diefstal,ardennen,ben hur,dante,franse revolutie,marat,sade,saint-just,sancho panzo,sprookjes,sneeuwwitje,dromen,charlton heston,brian jones,robert hughes,etc,rolling stones,anita pallenberg,duivelsverzen,sylvia plath,ophelia,shakespeare,don quichot,elvis presley,william wyler,peter case,arthur rimbaud,midnight rambler,a midsummer night s dream,elvis is back,film,pop,boeken,schrijvers

Vandaag heb ik geen zin om zinnen te schrijven. Ik heb zin om zinnen te stelen en ze te verminken. Andermans dromen wil ik me toe-eigenen, ze uiteenhalen als het lichaam van een zelfmoordenaar tijdens een autopsie. Andermans dromen en hun literaire equivalenten, de sprookjes, wil ik in stukken snijden met een zeer scherp mes. Ik ben een wolf in de slaapkamer van de slechte koningin met de donkere opalen ogen. Ik kus vijftienjarige meisjes met appelrode wangen wakker, in hun zoete slaap, lang na zonsondergang. De oceaan van verdriet ben ik, die jullie kusten teistert. Mijn echtgenote is Ilsa, de wolvin van de SS. Diep in de Ardennen ben ik om middernacht met haar in het huwelijk getreden. In purperen gewaad gehuld verdoemde de priester Arthur Rimbaud ons nageslacht. Wij schuimden als champagne de literaire salons van luxehoeren af, op zoek naar een oprechte mens.

Ik herinnerde mij dat ik geboren was in een wervelstorm en in de verte schoten hoorde. Het was oorlog, burgeroorlog, men riep de revolutie uit. Saint-Just maakte aanstalten om mijn paleis te bestormen, maar ik opende alvast de poorten. Kom binnen, zei ik, neem een sigaar en doe waar je zin in hebt. Jij ook, vriend van het volk. In de krant noemden ze mij degene die om middernacht komt ronddolen, met vuurrode ogen en een scherp mes. Ik stond toe te kijken toen de Dichteres haar hoofd in de oven stak – waarna de Dichter zijn meest verheven verzen schreef, aan de natuur gewijd; beken, heuvels en lelietjes-van-dalen. Ik sneed de jurk van de gastvrouw open met mijn Bowiemes. Je naam? Ophelia, zei ze, neem me maar, doe je zin, ik heb alle leed geleden. Alleen een god kan mij nog redden. Ik houd van je om honderdduizend redenen, zei ik, maar het meest van al houd ik van je omdat je jij bent. Sancho Panzo overhandigde me mijn twaalfsnarige gitaar. Ik speelde Entella Hotel, Sancho zong de wreedste woorden. Was hij dan geen Saraceen? De kaarsen werden gedoofd. Ben Hur stootte zijn hoofd aan de hoek van een zeer hoge notenhouten tafel. Het tij was gekeerd. Veronica, of vera icona, kwam uit de kast als degene wie ze werkelijk was, het monster van de liefde, met een pas gewassen handdoek uit Turijn.

De wereld keerde in zichzelf terug, en ik nam afscheid van alle leugens die ik ooit uitgesproken had. Niemand bleef over om de maan te bezingen. Nergens rolde een steen. Alles was stil. Zelfs duivelsverzen werden niet uitgesproken.

...

De titel is gestolen van de film 'Mord und Totschlag' van Volker Schlöndorff, met Anita Pallenberg en een soundtrack van Brian Jones. Anita Pallenberg was het liefje van Brian, later zou ze met Keith Richards gaan samenwonen en tussendoor maakte ze de film Performance met Mick Jagger. Of de overige Rolling Stones een rol hebben gespeeld in haar leven weet ik niet zo zeker. Ik heb de film 'Mord und Totschlag' nooit gezien, wel 'Die Blechtrommel' van dezelfde regisseur.

11-07-06

VOOR EN NA DE REGEN 2

syd barrett,pop,popcultuur,dansen,vrienden,school,provo,hasselt,londen,alken,guillaume bijl,jeugd,juke box,montaigne,sister ray,tongeren,pink floyd,velvet underground,beatles,skalden,swinging sixties,mick jagger,keith richards,droom,mei  68,mecca,kinks,jazz bilzen,bilzen,monique,antwerpen,jan,albert ayler,televisie,londerzeel,rome,junkies

Opgedragen aan Syd Barret, in memoriam. 

2.

Een nachtelijke ontmoeting in een huis in opbouw in Londerzeel. Malletje, Sarah (haar naam leer ik pas later kennen, de smaak van haar lippen). Negentienjarige zielsverwanten kickend op The Free.

Mijl in Londerzeel. "Ik ben de roadmanager van Jethro Tull" zegt hij & mag gratis binnen. Zijn Albert Ayler geeft hij me in ruil voor een dag Bed Peace met ex-miss België. Later voegt Rina zich aan Mijls zijde, mijn beste televisieavondvrienden. Bij jullie zag ik Wim Wenders, Rainer Werner Fassbinder, Van Kooten & De Bie. Waar ben je, Rina, zijn er nog sporen van je ziel, stofjes in de lucht die ik inadem? Wat is er met je boeken gebeurd? Met je geliefde Claire Goll? Ik mis je middernachtgesprekken, met letterlijke citaten uit interviews in de Humo - die ik zelf weigerde te lezen.

Marie liepen wij - ik was toen al een wij - jaren later in Rome tegen het lijf. Nee, mijn geheugen bedriegt me, ze fietste ons tegemoet op de Corso. Marie, die me aan Griet herinnert, Antwerpse junkie, en dan was er die andere uit de Middaglijnstraat in Schaarbeek, die in onze punkwoning in de Palfijnstraat onderdak vond & toch weer aan de spuit ging. Duchateau met zijn blikken doosjes. Met zijn pervitinepilletjes. Met – vele jaren later - zijn videocamera op onze huwelijksdag. Waar is die verdomde video, vriend? Ik wil zien wie wij waren in januari 1999 toen we innerlijk bruisend over de Anspachlaan liepen.

Ook Monique mag ik niet vergeten. Uit Alken. In mijn armen in Hasselt. In Blankenberge. Mijn eerste genotsvlees. Haar liefdesbrieven bewaar ik in een doos waar rode schoentjes in hebben gerust, die dansten op het ritme van the Slits, Clash en Television. Grijsgedraaide platen, brieven witgelezen

Paul V in Bilzen. Een Face, zoals ik. Een hele regenachtige middag speelde ik in zijn dichtbevolkte kelder ‘impromptus’ op de piano en zong de ziel uit mijn lijf. Bij The Small Faces in Diepenbeek kuste ik een Flower Power meisje. We waren twee uur lang lovers & ze dronk van mijn zakflesje Gordon’s Gin. Was ik niet zelf een Steve Marriott, een magere Tin Soldier, met lange haren & een hippe zonnebril, die ik in Maastricht had gekocht. Liefde op het eerste gezicht. Hoe heette je toch? Heb je nog altijd die modzonnebril van me? Denk je nog aan ons gekus als je de bril uit je oude prullendoos tevoorschijn haalt? Voor ons was de muziek het sacrale. Dylan's It Takes A Lot To Laugh, It Takes A Train To Cry, the Pink Floyds See Emily Play, the Pretty Things' Hey Rosalyn.

Op mijn eentje op het voordek van het ouderlijk schip. Bij het binnenvaren in het Straatsburgdok liet ik de beat weergalmen: Substitute, It's My Life (“and I do what I want”), I'm Free, All Day And All Of The Night. Of ik zat te lezen in het provoblaadje Lynx in café de Dolfijn in Maastricht, in café Skalden in Hasselt, Witch Doctor op de jukebox, Child Of The Moon. Kickend op Mick Jagger & Keith Richard, It's The Singer Not The Song, Got To Get Away. Een avond in juni, 1967, in the Mecca in Londen, dansend met de kleine Johannes en Lucas en de meisjes. Overal in de swinging London straten Sgt. Pepper's Lonely Hearts Club Band en Are You Experienced?.

Mei 1968. Kicken op Let's Spend the Night Together, Matilda Mother & op mijn eigen experimenteel toneelstuk "De droom", waarin de in werkelijkheid voortdurend gepeste en verstoten Kikkeroog - zo werd hij genoemd, ik ben zijn voornaam vergeten - van het getreiter werd gered. Een catharsis zonder dat wij het wisten. Kickend in de kelder van het Atheneum op The Velvet Undergrounds Sister Ray, met Popov & Fiat de andere spitsbroeders. In "De droom" zaten zolang het stuk duurde drie kortgerokte meisjes zwijgend neer. Zitten, zwijgen en mooi zijn. Meer mocht niet van de prefect. Meisjes die samen met jongens repeteerden, dat was des duivels, vond de prefect. Korte rokjes en lange haren waren al schandalig genoeg.

Zo heb ik de draad toch weer te pakken: vriendschap is het allerhoogste, zoals ook Montaigne wist.

27-06-06

DE ROOS VAN KEVIN AYERS


kevin ayers


De heren die zich Marco Polo en Marlon Vanco noemen, hebben mijn hoofd zowat op hol gebracht met hun verhalen en vragen over Nico alias Christa Paffgen. Ik zet geen muziek meer op, want ik hoor toch al de hele tijd ‘Je juis le petit chevalier’ in dat op hol gebrachte hoofd weerklinken. Een lief en sprookjesachtig liedje, terug te vinden op Nico’s lp Desertshore. Ik draaide het lang geleden heel vaak voor mijn zoontje (gek dat ik hem nog steeds zo noem, maar in dit geval wel gepast). Het was een van de weinige ‘kinderliederen’ die ik bezat. In die dagen wist ik ook niet dat Nico’s zoontje Ari dat liedje zong. Het was ofwel dat ofwel Robert Schumann, wat mijn zoontje moest aanhoren. Mooie dagen in een woning vlakbij het Zoniënwoud - en overal hing een geur van bloemen en honing. Er waren alle dagen vrienden bij ons in huis en vaak bezoekers uit de hele wereld. We luisterden samen naar veel van de wonderlijke muziek die toen uitkwam en dronken liters jasmijnthee.


Desertshore was de eerste lp van Nico die ik zelf kocht. Heel wat later was de waard van café Het Pannenhuis in Antwerpen zo vriendelijk mij een versleten exemplaar van Chelsea Girl cadeau te doen. Er viel nog naar te luisteren… Ik weet niet hoeveel exemplaren ik inmiddels heb bezeten.


Maar ondertussen zijn we - in het commentaargesprek hier beneden - bij Kevin Ayers beland. In 1968 of ’69 – anneé érotique - zag ik The Soft Machine, waar Ayers korte tijd deel van uitmaakte, op het pop- en jazzfestival dat Jazz Bilzen heette. Kevin Ayers was er niet meer bij. En popfestivals bestonden toen gewoon nog niet, vandaar dat het woord pop niet in de benaming voorkwam. The Soft Machine speelde dromerige, aparte muziek, met verwijzingen naar moderne Europese kunststromingen (dada en surrealisme) en jazz. Nadat Kevin Ayers en Robert Wyatt de groep hadden verlaten, veranderde the Soft Machine in een bloedloos pseudo-intellectueel jazzorkestje. Kevin Ayers ging op zijn eentje verder, of liever, met the Whole World, want zo heette de band die hem begeleidde. De man was een levensgenieter, maar in zijn teksten kon hij behalve surrealistisch ook ernstig uit de hoek komen (ik denk nu aan ‘Irreversible Neural Damage’ op The Confessions Of Dr. Dream).

Samen met mijn oude vriend Marc Didden heb ik Kevin Ayers geïnterviewd; dat was kort na het verschijnen van die ‘droomelpee’. De weken voor het interview had ik alle platen van Ayers uitgeleend uit de mediatheek (die toen nog betaalbaar was) en ze met obsessieve aandacht beluisterd. Ik was werkelijk in de ban gekomen van deze muzikant-songschrijver, die van wijn, lekker eten en mooie vrouwen hield. Wat een prachtige stem had die zanger. In die periode ben ik zelf ook wijn gaan drinken, iets wat ik tot dan nooit had gedaan. Kevin Ayers heeft rechtstreeks schuld aan mijn drankprobleem. De avond voor het interview moest Kevin Ayers playbacken voor een belachelijk Vlaams popprogramma – gelukkig ontsnapt de naam mij, waarschijnlijk dank zij al die Gewürzstraminer die ik toen dronk. Het wordt stilaan duidelijk hoe idioot ik wel was – en toch al vader. (Gezag heb ik nooit veel gehad, maar dit geheel terzijde.) In dat popprogramma trad Peter Koelewijn ook op. Peter Koelewijn in hetzelfde programma als Kevin Ayers! Postmodernisme avant la lettre… Later zijn we samen gaan eten in een goed restaurant ergens op het platteland. Kevin Ayers schrok er van de levende kreeften in het aquarium. Hij merkte ook op dat er druppeltjes gecondenseerd water van een roos in mijn glas wijn druppelden. Zoiets vergeet je natuurlijk niet. De volgende dag het interview. Ik denk dat er weinig popmensen zo intelligent en zo belezen waren in die tijd (1974) – en nu nog steeds. Meestal hebben die jongens en meisjes zeer weinig te vertellen. Het was een gezegende dag en een gezegend gesprek van een uur of drie. Fragmenten ervan hebben in Humo gestaan. Het was het debuut en meteen ook het einde van mijn carrière als popjournalist. Niet lang daarna heb ik nog iets geschreven over de moord van Mick Jagger en Keith Richard op Brian Jones. Dat had ik allemaal verzonnen. Maar het ziet er naar uit dat mijn verzinsels op zijn minst gedeeltelijk klopten. Overigens is Humo pas veel later samenzweringstheorieën gaan publiceren.

Ik heb er alleszins geen spijt van dat die carrière zo kort was. Popjournalisten leiden een leven van seks en drugs en rock & roll, veel meer nog dan de artiesten aan wie ze zulk leven toeschrijven. Aan mij is dat allemaal niet besteed, geef mij maar de bijbel, een fikse wandeling in de bergen en een glas water! Of niet soms?