30-04-15

DE CARIBISCHE DRUMMERS

saul-leiter-barbara-or-margaret-1955.png

Hoe het verhaal begon kan ik me niet herinneren. Vorige vrijdag lag Annabelle hier lui op de chaise longue met alleen nog haar zwarte Suède laarsjes aan. Ik zat aan mijn oude kersenhouten tafel, net niet helemaal met mijn rug naar haar toegekeerd. Waarschijnlijk probeerde ik neer te schrijven wat ik zag als ik, bijna tersluiks, naar haar keek. Hoe zij daar lag, haar lange benen, de kleur van haar huid, de lome blik in haar ogen. Op een computerscherm, links van me, begon een drumband te spelen. De muzikanten marcheerden door een Caribisch stadje, hun getrommel even kleurrijk als de gevels van de oude huizen. Als de klank luider werd leek wat ze speelden een kakofonie, maar altijd hoorde je toch ook structuur in hun opwindende muziek. Wat je hoorde en onderging was een combinatie van emotie, woede, verleidingstechniek en wiskunde. Soms, als het volume afnam, vreesde ik dat de muzikanten al gauw uit het gezichtsveld zouden verdwijnen.

Onze postbode kwam de kamer binnen met een pakje. “Uit Amerika”, zei hij. Hij wierp een nieuwsgierige blik op Annabelle, haar ogen nu op het computerscherm gericht, maar haar lichaam nog altijd in volstrekte rust. Heel even maar bekeek de postbode haar en dan werd zijn aandacht getrokken door de straatdrummers. Natuurlijk moest hij zijn ronde doen, maar ik zag dat hij het moeilijk had om zich uit de uitgelaten sfeer van de muziek los te rukken. Tenslotte zei hij “geweldig” en vertrok. Mij leek het alsof hij op die paar minuten een andere mens was geworden. Wat later moest Annabelle ook de deur uit, ik geloof naar haar werk.

Een paar dagen nadien liep ik met mijn vrouw naar de winkel. We passeerden de postbode. “Wat was dat toch magisch, dat uitzinnig getrommel dat ik daar bij jou hoorde,” zei hij. Ik wist niet wat te antwoorden. Ik knikte en maakte me zo gauw mogelijk uit de voeten. Mijn vrouw vond dat maar vreemd. Wat was er aan de hand? En pas nu zag ik dat ze niet langer blond was: ze had haar haren zwart laten verven.

Eergisteren lag ik in bed met een zwartharig meisje, dat ik vaag van ergens kende. Een actrice misschien. Ik herinner me haar naam niet. Ze was omstreeks elf uur komen aanbellen en vroeg meteen, de voordeur was nog niet toe, of ze bij me mocht komen liggen. Om vier uur kwam mijn vrouw thuis, nu weer met blonde haren. Het zwartharige meisje vertrok, ik viel opnieuw in slaap. ’s Avonds zag ik een in cadeaupapier ingepakte fles op mijn nachtkastje staan. In de lege whiskyfles zat een brief van mijn vrouw. Harde woorden van afscheid. Ze nam mijn gedrag niet langer, ze was voorgoed vertrokken. Ik kwam uit bed, mijn hart gebroken. In de keuken, waar het nu donker was, zag ik haar silhouet, niet meer dan een vage schim was het – ik wist dat ze weg was.

muziek, drummers, caribische trommelaars, meisjes, vrouwen, lust, visite, erotiek, verlangen, wellust, genot, kijken, annabelle, bed, luiheid, cadeau, jaloezie, huwelijk, verlaten, alleen, eenzaamheid, postbode, "the postman always rings twice"

...

Foto: Saul Leiter, 'Barbara or Margret',  1955; Tay Garnet, 'The Postman Always Rings Twice', 1946.

30-11-14

BRIEVEN VAN MEISJES

HELEN1 001 (2).jpg

Moonchild noemde ik haar, maar ze heette Helen Chrisopoulou. Vanmorgen meteen na het ontbijt wilde ik uitgebreid over haar schrijven. Twee jaar lang, van 1968 tot de herfst van 1969, schreef ik haar elke week een brief van tien bladzijden en zij schreef me elke week een brief van tien bladzijden terug. Ze was een meisje van Griekse origine maar woonde in Istanbul. Om echter over haar iets op papier te kunnen zetten moest ik eerst haar foto’s terugvinden. Ik wist dat het er tientallen waren. Twee, drie uur heb ik gezocht in de oude koekjesdozen van Delacre waar ik mijn foto’s in bewaar, zonder resultaat.
Haar brieven, of wat er nog van overblijft, vond ik wel terug. Mijn oog viel echter op nog een ander stapeltje brieven, van Claudia. Dat was in dezelfde periode mijn levensechte liefje van een paar dagen; kort maar intens. Ik leefde toen vijf levens tegelijk, besef ik nu, en had bijgevolg vijf vriendinnen nodig. In die dagen was ik er echter van overtuigd dat niet één meisje om mij gaf. Hoe bizar toch? Ik was helemaal vergeten dat Claudia me zoveel brieven had geschreven. Ik was zelfs vergeten dat ze hoe dan ook nog van zich had laten horen na die paar vurige zomerdagen. Wat waren haar brieven mooi, en levensecht en openhartig. Heb ik dat destijds niet gezien, niet gevoeld? Ik weet het niet. Ik ben zoveel vergeten. Ik zal naar Claudia en de vier andere meisjes zeker ook heel wat brieven hebben getypt op die oude Remington. Ja, getypt, omdat ik mijn handschrift veel te lelijk en vooral te onregelmatig vond. Zeker echter was het leeuwendeel van wat ik aan het papier toevertrouwde aan Helen, mijn Moonchild, gericht, het meisje dat het verst van me weg was en naar wie ik het meest verlangde. Het verhaal over die correspondentie zal voor morgen of overmorgen zijn. Eerst die foto’s terugvinden. Ze liggen hier ergens vlakbij. Ik kan bijna het blauwe luchtpostpapier ruiken van de enveloppe waar ik ze in heb opgeborgen, dat weet ik zeker.
claudi1.jpg

05-03-13

EMANATIES VAN EEN NAAM

contes_immoraux_1974_portrait_.jpg

Paloma Picasso als Elisabeth Báthory, in 'Contes Immoraux' van Walerian Borowczyk.

 Veronica Satory was het eerste meisje waar ik van hield. Ik was elf of twaalf en zij ongeveer even jong. Ik zat vanwege gezondheidsproblemen opgesloten in een kolonie in de dennenbossen van Limburg. ‘In the pines where the sun never shines’, maar zonder moord en doodslag. Vier lange jaren heb ik daar in god geloofd, ik ben er zelfs misdienaar geweest, dacht dat ik een roeping had. Misschien zou ik zelfs priester worden. Ik kende grote stukken uit de Evangeliën uit het hoofd. Ik leerde er van de natuur houden, van al het niet-menselijke dat mij omringde.  De meeste jongens en meisjes verbleven maar drie maanden in het Kinderdorp; ik werd na die vier jaar weggestuurd vanwege zondigheid, vooral onkuise gedachten. Op mijn dertiende was het gedaan met god, alleen de duivel bleef over. En iedereen weet dat de duivel in die dagen rock & roll danste. De mensen noemden hem Elvis en soms zelfs Little Richard.

Maar ik wilde het over mijn eerste prille liefde hebben, Veronica. Zoals bijna al mijn andere vriendjes daar heb ik ook Veronica maar drie maanden gekend. Drie intense maanden. Wat een troost bracht zij in dat eenzame bestaan, ver weg van vader, moeder en broer. Meer troost dan god en al zijn engelen, hoe gelovig ik ook was. Of was Veronica zelf een engel, misschien? Mijn herinneringen aan haar zijn vaag. Altijd al een slecht geheugen gehad, tenzij voor namen en woorden. Als ik aan haar denk zie ik haar zoals ze op de foto staat, maar dan in kleuren, met een blauwe pull en rok aan. Ik herinner me de zachtheid van haar hand, en dat ik wegsmolt, even snel als flinterdun ijs zodra de dooi inzet, als ik die even aan mocht raken. Mijn eerste meisje heeft mij voor altijd betoverd, heeft mij, ondanks mijn verlegenheid, altijd toenadering doen zoeken tot meisjes, tot vrouwen. En altijd heb ik het gezelschap van vrouwen boven dat van mannen verkozen, wat me vaak heeft doen lijden, omdat de gevoelens, de aantrekkingskracht lang niet altijd wederzijds waren.

Het is mogelijk dat ik verliefd was op haar naam: Veronica Satory. Wat zit daar niet allemaal in… Alleen al die klankrijke opeenvolging van klinkers; de u uitgezonderd komen ze er allemaal in voor, in een perfecte volgorde, mooier zelfs dan in de gedichten van Guido Gezelle en Gerard Manley Hopkins, toevallig of niet beiden priesters. De naam die ik voor mezelf heb gekozen, Martin Pulaski, is zelfs niet zo rijk aan klanken. Er komt e noch o in voor: o de mooiste letter, en e de elegantste en de lekkerste. Zo lekker dat ze zelf alles graag op wil eten. Wat een slechte keuze heb ik gemaakt. In Veronica Satory’s naam is – hoe kan het anders - o de mooiste letter. Doch wat houd ik eveneens van de y, waar je limonade of heel fris water uit kunt drinken, water uit de beek daar diep in het bos.

Veronica is Vera Icona, het ware beeld. Vero. Ze is onirisch: daardoor heb ik zo vaak van haar gedroomd, ook in mijn wakend leven. In dromen is ze altijd heel dichtbij, terwijl ze toch vaak zo ver is – zoals haar voornaam al aangeeft. Even ver als de etende e uit mijn kinderjaren en het Konika-fototoestel, eerst op de markt gebracht door apotheker Rokusaburo Sugiura, dat ik mij niet kon veroorloven: ik kon slechts een foto van haar maken met de meest eenvoudige en goedkope boxcamera van Kodak. Veronica brengt harmonie in de wereld en als ze zingt als de engel die ze is begeleidt ze zichzelf op een zilveren mondharmonica.

Satory – een sater zou je zeggen, maar dat is ze niet. Ze is ook geen duivelin, ze heeft niets met rock & roll. Haar gezang lijkt eerder op rembetika, of Ierse volksliederen, of Hongaarse (zoals je ze hoort in de ‘Rode Psalm’ van  Miklós Jancsó). Nee geen sater is Veronica Satory. En ze heeft niets gemeen met Elisabeth Báthory, de adellijke massamoordenaar uit de 17de eeuw – nochtans mooi in beeld gebracht door Walerian Borowczyk in zijn ‘Contes Immoraux’. Bij nader inzien heeft Veronica misschien toch wel iets gemeenschappelijk met de filmische Elisabeth Báthory, het erotische, het perverse, maar dat is in het beste geval alleen maar latent aanwezig.

Veeleer is ze iemand die je satori schenkt, de eerste stap naar verlichting. Dat wist ik natuurlijk niet toen ik elf jaar was. Pas tien jaar later las ik Jack Kerouacs ‘Satori In Paris’ (uit 1966). Kerouac omschrijft ‘satori’ als volgt: “the Japanese word for “sudden illumination”, “sudden awakening” or simply “kick in the eye”.” En zo wil ik het onthouden. Zo wil ik haar onthouden, zo heb ik haar ontmoet: als een plotse verlichting, een licht in mijn donkere gelovige ziel.

Als ik haar naam geschreven zie staan denk ik heel vaak aan nog een ander boek, niet vanwege het verhaal, maar vanwege de fascinatie van de schrijver voor klanken en lettergrepen: ‘Lolita’, van Vladimir Nabokov. Hoe schitterend dat boek begint: “LOLITA, LIGHT OF MY life, fire of my loins. My sin, my soul. Lo-lee-ta: the tip of the tongue taking a trip of three steps down the palate to tap, at three on the teeth. Lo. Lee. Ta.”

Met deze historische woorden, lettergrepen, verlaat ik het pijnboombos, het bos van smarten, neem ik afscheid, misschien voor altijd, van Veronica Satory. Haar beeld is nu gered: voor eeuwig zal het rondzwerven in de cyberwereld.


dooddanstrockenroll.jpg

Uitgeleend aan Guillaume Bijl voor een tentoonstelling in Plan K. Boeken uitlenen is geen goed idee, tenzij je een bibliotheek bent. 

03-12-12

ZERO DE CONDUITE: VROUWEN

VROUWEN1.jpg
Cat Power

 Zéro de conduite is een programma op Radio Centraal in Antwerpen. Elke eerste zaterdag van de maand, van 6 tot 8 ’s avonds. Heerlijk als je druk bezig bent in de keuken, of bij het aperitief, en later aan tafel! Stem af op 106.7 FM. Je kunt het programma eveneens via streaming beluisteren. Hier vind je meer informatie over de radio.

Vanavond maken we in Zéro de conduite plaats voor het rijk der vrouw. Het is niet de eerste keer dat in dit radioprogramma aandacht wordt besteed aan meisjes en vrouwen. Zo zijn er al meerdere afleveringen geweest waarin uitsluitend zangeressen aan bod kwamen en ik herinner me ook nog een mooie uitzending over ‘girls’. Er bestaan natuurlijk miljoenen songs over meisjes en vrouwen, wellicht omdat er nog altijd meer mannelijke dan vrouwelijke songschrijvers rondlopen. Dat maakt een selectie moeilijk, maar een mens moet hard zijn in dit leven. Toch is voor iemand die graag vrouwen ziet, en ik bedoel nu niet François Truffaut, elke keuze een goede keuze.

Het is me opgevallen hoeveel uitstekende songs the Velvet Underground – meer bepaald Lou Reed - aan vrouwen heeft gewijd. Vandaar de kleine tribute aan de beste band ooit, zij het via de omweg van covers. Want de originele versies heeft iedereen al duizenden keren gehoord. 

 

VROUWEN3.jpg
Nico & Lou Reed.  

  • Little Sadie - Mark Lanegan - I'll Take Care Of You
  • That Bird Has A Broken Wing...   - Sun Kil Moon   (2012) -  Among The Leaves
  • Polly Come Home - Robert Plant & Alison Krauss - Raising Sand
  • Lonely Girl - Emmylou Harris - Hard Bargain
  • Beauty Mark - Charlotte Gainsbourg - 5:55
  • Naked If I Want To - Cat Power - The Covers Record
  • Brand New Kind Of Actress - Jason Isbel - Sirens Of The Ditch
  • Rich Wife Full Of Happiness - Bonnie "Prince" Billy - Ease Down The Road
  • Sweet Jane - Cowboy Junkies - Studio.
  • Pale Blue Eyes - R.E.M. - Dead Letter Office
  • Candy Says (Closet Mix) -  The Velvet Underground – Velvet Underground 3
  • Femme Fatale – Big Star - Third/Sister Lovers
  • For Emma - Bon Iver - For Emma, Forever Ago
  • Orphan Girl - Gillian Welch - Revival
  • Marie - Townes Van Zandt - No Deeper Blue
  • The Girl With The Long Brown Hair - John Hartford - The Love Album/Housing Project
  • Please, Mrs. Henry - Bob Dylan & The Band - The Basement Tapes
  • The Girl With No Name  - The Byrds - Younger Than Yesterday
  • Little Girl - Syndicate Of Sound - Chartbusters USA
  • Marie Douceur (Paint in black) - Marie Laforet - Pop A Paris Vol.5
  • Little Olive - The Electric Prunes - I Had Too Much To Dream (Last Night)
  • Lovely Rita - The Beatles - Sgt. Pepper's Lonely Hearts Club Band
  • Fancy - The Kinks - Face To Face
  • Pretty Ballerina - Left Banke - There's Gonna Be A Storm: The Complete Recordings 1966-1969     
  • The Girl From Cincinnati - Bobbie Gentry - Chickasaw County Child: The Artistry Of Bobbie Gentry
  • Disney Girls (1957) - The Beach Boys -  Surf's Up
  • Day Time Girl - Bee Gees – Horizontal
  • Foolish Little Girl - The Cookies   -  Dimension Dolls, Beyond The Valley:Girls Will Be Girls
  • Mama's Little Girl - Reperata And The Delrons - The Best Of Reperata And The Delrons     
  • Lovable Girl - James Carr - The Complete Goldwax Singles, Volume 2 1966-1967
  • Foxy Lady - Jimi Hendrix - Are You Experienced?
  • Mama Roux - Dr. John - Gris-Gris
  • Mixed Up, Shook Up Girl - Mink Deville - Cabretta
  • Beauty Queen - Roxy Music - For Your Pleasure
  • Maria's Little Elbows – Sparklehorse - Good Morning Spider

VROUWEN2.jpg
Charlotte Gainsbourg

Research & Presentatie: Martin Pulaski

~~~

Oorspronkelijk gepubliceerd op 3-11-2012.
 

05-02-12

NARCISSUS

1903_Waterhouse_Echo-and-Narcissus-1903.jpg

Echo and Narcissus - John William Waterhouse

Ik kijk uit het raam. Daar waar niets is kijkt de dood mij niet in de ogen maar dwars door me heen. Alsof ik al niet meer besta. Als ik de tijd dood, doodt de tijd mijn mooie en donkere dagen.


Dagen van plezier, spelend bij de grote rivier of, groen, het kanaal, waar ik op mijn vriendinnen wachtte met hun haren rood en bruin en geel, met hun appels voor mijn sappige dorst.

Dagen van lijden in bed, buiten de wassende maan, die mijn adem stal, en mijn gedachten terneer drukte, tot diep in de grond – zodat ik bij niemand troost vond, ook bij jou niet, geliefde, zo dicht bij mij, zo ver van huis.

Nu drink ik een glas witte wijn uit de heuvels, eet een kleine vlekkerige banaan, wandel door lelijke straten met een mooie vrouw. Boven mij een hemelsblauwe hemel waaronder verzonken en dronken de laatste mensen in hun lelijke lijfelijkheid.


De laatste mensen waar ik zo graag niet bij zou horen, als ik minuten tel om de tijd te doden en schapen als de tijd mij doodt. Mij en mijn bloeiende, openbloeiende, gewonde, genezen, onvergetelijke dagen. De tijd met zijn dagen van zon, regen en sneeuw.


17-10-11

DE VRIENDINNEN VAN DE KNUFFELBEER


Met knuffelbeer bracht Meisje

in Loksbergen een weekend door.

 

Gefietst en gewandeld,

hand in hand, zijn kleine kant.

 

Op de trampoline in z'n donkere tuin 

de gloeiende sterren begluurd.

 

Later nog op een verlaten terras

aan een cafetaria in natuurreservaat.

 

Goedlachs liet hij Haar los,

de knuffelbeer, vlug op z'n paard.

 

Kabouter klus, man van ijzer -

waartegen geen verweer.

 

Keek je de beer eerst in het oog,

Keek je de knuffel eerst in het oog?

28-09-09

ROMAN POLANSKI EN DE HYPOCRIETE MORAAL


romanpolanski

Dank zij de politie en de Amerikaanse Justice for All is hij vandaag wellicht de beroemdste man en zijn het zijn films die het meest worden bekeken. Dat is de goede kant van de zaak, maar de slechte kant is dat Roman Polanski nog maar een keer moet afzien, na de Holocaust, na Charles Mansons absurd geweld, na de ballingschap ten gevolge van de toenmalige (jaren 1960-1970) hypocriete moraal. In ons land zijn er onder meer Hugo Claus, Herman J. Claeys en Jef Geeraerts ‘slachtoffer’ van geweest. Maar de toenmalige hypocriete moraal is er kennelijk nog altijd, en mogelijk nog hardnekkiger, nog vicieuzer. Roman Polanski had meer dan dertig jaar geleden seks met een minderjarig meisje. Ik wil dat niet meteen verdedigen maar evenmin veroordelen, gewoonweg omdat ik er niet bij was en omdat ik weet dat een meisje van dertien seksueel volwassen kan zijn. Polanski zag (en ziet waarschijnlijk nog steeds) graag mooie, jonge meisjes, en hij had een buitengewoon goede smaak: Françoise Dorléac, Cathérine Deneuve, Sharon Tate, Nastassjia Kinksi – om de bekendste 'veroveringen' te noemen. Is daar iets mis mee? Dan moet je mij ook opsluiten. En veel andere mannen en vrouwen en jongens en meisjes. Dan moet je zeker Nabokovs ‘Lolita’ verbranden (als dat nog niet is gebeurd) en dan moet je vooral de porno-industrie aanpakken. Drie klikken met de muis en ik zit middenin een fistfuck-situatie, die ik niet echt wil zien. Maar kijk ik dan naar dat gedoe? Even misschien, uit nieuwsgierigheid, maar dan zoek ik verder, naar iets wat me wel interesseert of opwindt. Ik laat het aan de verbeelding van de lezer over wat dat dan wel mag wezen. Toch mogen ze van mij zoveel fistfucken als ze willen, zolang het maar niet onder dwang gebeurt.

Ik schrijf hier niet zomaar over Roman Polanski. Het is meestal niet mijn gewoonte ‘hot items’ te becommentariëren. Maar dit is een ander geval. Ik heb me lang in zekere zin met de Poolse regisseur geïdentificeerd. Mijn aangenomen naam lijkt niet toevallig op die van hem: het was een bewuste keuze. Ik heb zijn films voor het eerst op de filmschool in Brussel gezien, kortfilms, zoals ‘Amsterdam’,  ‘De dikke en de dunne’, ‘Twee mannen met een kast’ en langspeelfilms zoals ‘Het mes in het water’, ‘Cul de Sac’, en ‘Repulsion’. Ik vond het stuk voor stuk meesterwerken. Daar kwam nog bij dat mijn toenmalige vriend en medestudent, Guillaume Bijl, me elke keer als hij me zag begroette met de woorden, “Hé, Polanski, hoe gaat het met je?”. Waarschijnlijk leek ik een beetje op de regisseur (maar ik was wel een stuk jonger, en had veel minder succes bij de mooiste meisjes). Na mijn studies bleef ik Roman Polanski volgen – en ik bleef zijn werk buitengewoon vinden; films zoals ‘Rosemary’s Baby’, ‘Che?’, ‘Chinatown’, ‘Le locataire’ (waar hij zelf prachtig in acteert), ‘Tess’, ‘Death And The Maiden’, etcetera. Niet stuk voor stuk meesterwerken, maar bijna altijd beter dan het werk van zijn tijdgenoten en van zijn epigonen.

Roman Polanski is ouder nu, kwetsbaarder. Hem opsluiten is een gevaarlijke zaak. Als hij dagen, weken tussen criminelen zit, eenzaam in een cel, dan gaat hij er ongetwijfeld aan ten onder. En de kans is groot dat ik dan niet veel later een in memoriam zal moeten schrijven – en ik had me voorgenomen dat niet meer te doen. Laat om die laatste, maar vooral om alle andere hier opgesomde redenen en argumenten Roman Polanski meteen weer vrij. De man heeft in zijn leven al voldoende afgezien. Laat Roman Polanski vrij!

 

01-09-09

GIN HOUSE BLUES


meisjes in archiduc2


Over de vier seizoenen misschien? Dat de zomer? Of de laatste films, de nieuwste, de beste? Wat  vertelt Zizek toch weer? Ik lees zijn boeken, zoals nu ‘Violence’, en vergeet ze bijna meteen, en ga door met mijn leven. Mijn leven, jouw leven, ons leven. De pathos ervan – hoezeer ik me ook afkeer van elk pathetisch genoegen. Wat moet je anders doen dan doorgaan met je leven? Het is niet dat ik geen plezier beleef. Mijn genot kan immens zijn. Ik kijk overal om me heen en zie vrouwen, rivieren, mooi rood plastic, nieuwe buildings, schoenen steviger en stijlvoller dan sportwagens. Ik hoor John Fogerty, the Great Lake Swimmers, Archie Shepp, Moe Tucker, Bright Eyes (“I keep drinking ink from my pen”), het klinkt allemaal opwindend. All the way to Canada, waar mijn nichtje woont, nu al een oudere vrouw, de – destijds - mooie dochter van nonkel Frans. De familie, een bodemloze put, ik begin er niet aan.

Heb je elkaar nog iets te vertellen, werd je gevraagd. Wie stelt zulke vragen? Theatermakers. Ze moeten hun publiek toch iets vertellen. Vaak leven mensen in vrede naast mekaar, zonder dat ze nog enig contact hebben; ze leven hun eigen levens of bijna-levens, denken ze. Of dat is hun premisse. De premisse van sommige theatermakers. Hoe vals…Dat ze hun eigen huwelijksproblemen analyseren, zoals August Strindberg deed. De country songs – die nu ook John Fogerty weer zingt – vertellen het hele verhaal. Het is eenvoudig: je houdt van elkaar, ziet elkaar graag, en haat elkaar, je verlangt naar het eeuwige leven samen, maar tegelijk wil je de wereld zien en het andere, altijd het andere, dat overal is, behalve hier. Voorbij die berg daar, of nog twee straten lopen en we zijn er.

Daar ben je dan. Lang geleden dat we elkaar nog hebben gezien. Hoe gaat het met je?  Heb je de laatste Tarantino gezien? Drink je nog iets? Je hebt je mooiste blouse aangetrokken. Toch niet voor mij? Een spin die zoveel lawaai maakte… Dat kan toch niet. Een spin hoor je niet. Het moet een rat zijn geweest, zoals in ‘De battre mon coeur c’est arrêté’, een buitengewoon mooie film. Wist je dat hij gebaseerd is op ‘Fingers’, van James Toback. Mijn vriend Jos had me die destijds aangeraden. In oktober 1991 maakte hij er eind aan. Hij had niets meer te vertellen. Het woord ‘dood’ vatte alles samen. Sindsdien probeer ik hem te vergeten, aan mezelf te denken. Maar ik kan niet aan mezelf denken, ik kan niet eens denken.  Als er iets is wat ik niet kan is het denken. Ik kan wel nadenken, maar niet denken. Het spijt me, maar zo is het.

Ik zit graag in cafés om naar mensen te luisteren die ik niet ken. Al spoedig blijkt dat we veel gemeen hebben, dat onze verhalen, onze levens op elkaar lijken. Ik houd van de mensen in de cafés, ik omhels ze, letterlijk of figuurlijk. Soms begrijpen ze dat niet, alsof ik Nietzsche ben en zij het paard, in Turijn. Maar meestal valt het mee. Meestal weten we dat we in dezelfde Sloop John B. zitten, dat we naar huis willen, maar dat we tegelijk niet naar huis willen. Want is er nog wel een huis? Een thuis? Soms denk ik, sinds de dood van mijn grootmoeder en de dood van Brian Jones en dood van Sandy Denny (en al de anderen) is er niets meer dan de bliksem en het verlangen en het gezelschap, de troost van vreemden. Ja, de troost van vreemden, die verwarmt je hart toch nog het meest – ook als je in de koude ochtend al in de armen van je geliefde ligt.

Dronken in de armen van je geliefde heb je haar veel te vertellen. Maar er is geen mens onder de maan of de zon die zulke verhalen zou willen horen. En als dat wel zo zou zijn, zou ik ze niet vertellen. Het zijn verhalen van en voor vreemden. Het zijn verhalen voor de bewoners van het Gin House. Ze hebben de bodemloze put gezien. Ze zeggen, zwijg nu maar, jongen en luister naar dat lied van Nina Simone.

meisje in de daringman2d
 
Foto's: Meisjes in de Daringman en in de Archiduc (Brussel), Martin Pulaski, 2009.

22-11-08

BOB DYLAN IN LISSABON EN ANDERE PLAATSEN

 

muziek,metro,lachen,tekst,portugal,slapen,meisjes,bob dylan,ipod,straat,zingen,fnac,pessoa,patroon,lissabon,like a rolling stone,rua garrett

Lissabon, 2007. Foto: Martin Pulaski.

In Lissabon in de Rua Garrett, de straat van het befaamde café A Brasileira, waar Pessoa voor de deur een koffie zit te drinken, vreemd genoeg geen alcohol, kwam ik op een zonnige ochtend uit de metro. Ik wandelde rustig naar de Fnac, want, ja, ook in mooie steden als Lissabon, zuigt deze consumptietempel mij aan. Achter mij op straat hoorde ik de stemmen van twee – ongetwijfeld nog jonge – meisjes. Ze zongen ‘Like A Rolling Stone’, kenden de hele tekst uit het hoofd. Af en toe schoten ze in de lach, als de frasering niet helemaal klopte, of een noot niet helemaal zuiver was. Ik had zin om mee te zingen, want ik herinner mij ook nog hele fragmenten van de song, maar liet het toch maar zo. Ik kan helemaal niet zingen. Ik liep gewoon door, met de meisjes achter me aan, tot ze de straat overstaken en ik vaststelde dat het inderdaad twee jonge, waarschijnlijk Portugese, meisjes waren. Mooi, zo was het patroon niet doorbroken. Want tijdens elke reis die ik maak hoor ik ten minste één lied van Bob Dylan. Dat was tijdens deze reis tot die ochtend in de buurt van het Chiado nog niet gebeurd. Ik had weliswaar mijn iPod bij, maar dat telt niet en ik geloof niet dat ik er iets van Dylan op heb gehoord. Ik heb trouwens alleen maar van de iPod gebruikt gemaakt in het vliegtuig en tijdens mijn slaap. Ik kan heerlijk slapen met de oortjes van de iPod in mijn oren. Wat voor slaapverwekkende muziek moet er niet allemaal op dat schijfje staan.

27-05-08

NAAR PARAMARIBO

Na lang aarzelen besliste ik om toch maar een Duvel te drinken. Ik moest die avond naar het ziekenhuis en wist dat ik na tien uur niet meer uit bed zou kunnen. Ja, om halfzeven ’s morgens, dat gelukkig nog wel. Zo weinig mogelijk drinken, had ik me ingeprent. Maar het mooie weer, de terrasjes... Het centrum van Brussel op zijn mooist. Overal zaten toeristen en jonge mensen sterk Belgisch bier te drinken, alsof het voor hen een dagelijks gebruik was.

We gingen aan een tafeltje zitten in de PP, helemaal alleen op het terras. Alleen omdat de zon niet tot daar reikte. Waar de zon scheen zaten talloze meisjes in bloei.

Laura was voor het werk naar Gent geweest. Ze vertelde me een paar ditjes en datjes, over universiteiten, over collega’s, hoe goed ze met hen kan opschieten.

“Een collega van me vertrekt binnenkort naar…”

Op dat ogenblik schoot de naam Paramaribo me te binnen.

“Paramaribo”, zei ze.

Tussen mijn gedacht en haar uitgesproken ‘Paramaribo’ was geen tijd verlopen. Haar ‘Paramaribo’ en dat van mij vielen volkomen samen.

Al gauw zouden we weer afscheid moeten nemen, zou ik alleen in mijn hospitaalbed liggen, mijn lichaam aangesloten op een machine.

Vandaag heb ik nog wat vrouwen gekocht. Maar degene die ik echt wil bezitten is onbetaalbaar. Het schrijven zit me vandaag trouwens niet in het bloed. En geld regenen doet het ook al niet. Wat een man die ouder wordt niet allemaal moet meemaken!

06-01-08

MEISJES


MEISJES

Ik hoorde deze middag 'In My Life' op de radio, dat mooie lied van the Beatles met die lichtjes melancholische tekst van John Lennon. Al luisterend dacht ik aan bijzondere momenten, fijne ontmoetingen, verliefdheden, liefdes, vriendschappen en huwelijken in mijn eigen leven. Aangezien ik echter te moe ben om daar nu allemaal over te schrijven, plak ik hierboven deze collage van een aantal 'meisjes' die ik graag zie, graag gezien heb en nog graag zal zien. Als compensatie. En misschien om mij later het moment te herinneren dat ik In My Life op de radio hoorde en hierbij deze dagdroom had. 

28-10-06

DROMEN VAN VROUWEN


girls! girls! girls!

“Im just a gift to the women of this world
Im just a gift to the women of this world
Responsibility sits so hard on my shoulder
Like a good wine, I’m better as I grow older, and now
I’m just a gift to the women of this world
I’m just a gift to the women of this world
I’m just a gift to the women of this world
It’s hard to settle for second best
After you’ve had me, you know that you’ve had the best
And now you know that
I’m just a gift to the women of this world”

Lou Reed, A Gift

Dit is een tekstfragment van een song uit de uitstekende elpee Coney Island Baby. Het zou me niet verbazen als Lou Reed dit nog meende ook. Ik citeer dit hier als een variatie op het thema uit mijn vorige notitie. De collage hierboven is er weer een andere variatie op.

Foto (collage): Martin Pulaski

26-10-06

AVONTUREN MET VROUWEN



De vele andere vrouwen in mijn leven waar ik nooit avonturen mee had… Avonturen. Ja, dan moeten we elkaar eerst begrijpen. Waarover hebben we het als we zeggen: avonturen? In de context van de het gesprek met Laura vorige zaterdag in de taxi zal het woord wel een seksuele connotatie hebben. Het spreekt vanzelf dat je met vrouwen (en met mannen) ook heel andere en misschien wel boeiendere avonturen kunt hebben dank seksuele. Maar in die taxi ging het echt wel over avonturen van seksuele aard. Niet-avonturen moet ik zeggen. Zal ik wat namen noemen? Dat doe ik toch zo graag. Het noemen van een naam, hem proeven op mijn tong, zijn geur ruiken, mij laten meeslepen door de associaties die hij oproept, is al een avontuur op zich. Sommige namen van vrouwen met wie ik geen avonturen heb gehad ben ik vergeten. Ze zijn verdwenen in de tijd, samen met de rook om mijn hoofd. De vriendin van Ginette, uit Zonhoven. Gabriella. Maria M. (het zusje van Eva), we zaten zo vaak samen op café, Angèle…

Ik zie dat het tijd is voor een afspraak. Ik moet mijn mijmering hier afbreken. Maar ik beloof dat ik erop terug zal komen. Nog een fijne avond, beste lezer.

04-08-06

ZWARTE JURKJES

lucca,reizen,vrouwen,trauma,televisie,hope sandoval,toscane,bill murray,italie,muziek,zomerjurken,meisjes,hotel,la luna,lost in translation

The Rober Palmer Girls


In Lucca was ik soms alleen, soms niet. Zolang ik niet alleen was, voelde ik me tevreden, er scheen mij weinig te ontbreken. De klaterende stemmen van mijn vriendinnen vulden de leegte die in mij was achtergebleven na de traumatische ervaring in de Brusselse zaterdagnacht. Meer had ik op zulke ogenblikken niet nodig.
Als ik alleen was zwierf ik lusteloos – waar ik niets negatiefs mee bedoel - en doelloos door de hete straten en steegjes van Lucca en nam geluiden, geuren, kleuren in mij op. Zowat alles wat ik waarnam bood troost en hielp me vergeten waar ik vandaan kwam. Af en toe ging ik aan een tafeltje zitten met een koffie of een glas witte wijn en keek ik naar de voorbijgangers. Toeristen, autochtonen, de meesten schaars gekleed vanwege de hittgegolf. Ik stelde vast dat ik vrouwen in eenvoudige zwarte jurkjes het aantrekkelijkst vond. Zwarte halflange haren, donkere ogen. Ach, ik zie ook graag vrouwen in witte jurken met blonde haren! Maar die fijne zwarte jurkjes hebben iets, ik weet niet goed wat. Ik zal er eens diep over moeten nadenken. Ik moet dat ‘iets’ kunnen bepalen.


De eerste avond in hotel La Luna zette ik de televisie aan. Ik zag Bill Murray een douche nemen. Ik had die dag zelf al een viertal keer onder de douche gestaan. Het was Lost In Translation, in het Italiaans gedubt. Een bizarre ervaring. Men was wel zo consequent geweest om de Japanse dialogen niet te vertalen. Daarna zag ik wat bommen neervallen op Libanon. Wilde ik dat wel zien? Ik denk dat ik vooral wilde ontsnappen. Overigens wil ik dat nog steeds. Om twee uur die nacht ontwaakte ik uit een vreemde wereld, met de oortjes van mijn iPod nog in. Hope Sandoval had me al na één lied in slaap gewiegd. Hope Sandoval met een zwart jurkje aan.

11-07-06

VOOR EN NA DE REGEN 1

sixties,meisjes,vrienden,vriendinnen,scheepvaart,flower power,pop,john fogerty,syd barrett,winkel,fietsen,dorp,jeugd,jeugdherinneringen,popcultuur

Opgedragen aan mijn jeugdvrienden & aan John Fogerty en Syd Barrett

Deze tekst over vriendschap en popcultuur - en het ontstaan van het ene uit het andere - verscheen hier al eerder - op 15 juni 2005 - maar er stonden te veel fouten in en de namen werden niet consequent gehanteerd. Mijn slordig gebruik van het ampersand behoud ik vrijwillig. Het is een speelse verwijzing naar de beat generation en naar de brieven en dagboeken van Virgina Woolf. Deze 'herneming' wijst niet op een gebrek aan inspiratie.

Waarin jeugd en volwassenheid aan bod komen en vooral de schakel tussen beide stadia, de vriendschap. Als de onschuld schuld wordt, dan blijft de vriendschap vanop een afstand toekijken, dan zijn vrienden engelbewaarders, zoals in Wim Wenders' Der Engel über Berlin. Als wij - ook al geloven we niet in god en zijn geboden - onze dagelijkse zonden begaan zorgen wij er gelijkertijd ook voor dat onze vrienden iets heiligs krijgen. Elke vriend is vrij van zonde; zeker is dat zo in de herinnering. Wat klinkt dit allemaal plechtig. Maar dit is een intentieverklaring. De plechtigheid wordt in de uitvoering van het plan vanzelf ondergraven. Wie zonder humor is werpe de eerste steen.


1.

Was dat het hoogtepunt van mijn leven? Hello Mary Lou stroomde uit de mini-transistor. Ik reed achter Marie-Louise aan, uit het dorp weg, op het zadel van mijn glitterende fiets de prijs die mijn vader me waard vond, hij met zijn tedere, beminnende ogen. Over de veldwegen, langs korenbloemen en klaprozen. De blauwe ogen van Marie-Louise, als zij stil blijft staan in de Dorpstraat en ik haar langzaam voorbij rijd, openen mijn ogen voor een nieuwe religie. Geur van vers asfalt hangt om mijn hoofd, scherp en zoet parfum van de toekomst. Wat ik in je zocht was mijn eigen rosebud, mijn graal, vera icona achter sluiers verborgen.

Weken later reed ik zij aan zij met Omer, een winkeljongen, en slagersdochter Claire. Nahijgend zaten we daarna op de canapé in de kamer. Achter het établissement, tussen kartonnen dozen vol chocolade van het merk Jacques - bananen vond ik het lekkerst - en unheimische parafernalia door Louise's broer meegebracht uit Belgisch Congo. De fijne haartjes op Claire's rechterarm deden de haartjes op mijn linkerarm rechtkomen. Maar ook haar geheim bleef onbereikbaar. Ik vond er slechts sporen van in het zingen in haar stem, in de manier waarop ze in haar reep chocolade beet.

Omer, Pierre, Tintin: de bende van James Bond. De bende van Illya Kuryakin, man van Uncle. Ik roep jullie, oudere kerels, op in mijn geteisterd en getreiterd hoofd. Ik wil jullie terstond zien. Ik wil jullie nog een allerlaatste keer voor de eerste keer laten horen: Jefferson Airplane's Share a little joke with the world outside.
De oude geest van middernacht maakt zijn entree. Jullie staan stil, alles bevriest, er is weer oeverloos tijd, zoals toen wij liftend door Duitsland in Stuttgart stil stonden, auto's, uren, minuten tellend. En zongen, altijd zongen:
Sweet hitchhiker.
Hitch hike baby.
Wish I was back on the bayou.
Wish I was a catfish swimmin' in the deep blue sea.
Gonna find me a cajun queen, down on the bayou in New Orleans.
Elkaar gerimpeld, met zweethandjes, begroeten. Schrikken van die met grijs bespatte hoofden, die nog met moeite glanzende spiegels van de ziel, die mondenvol berusting: Pierre, Omer, Tintin.

Ja, Marie-Louise, Claire. Ja, Margarita. Salut les Copains! Ja, Brigitte met het kapsel van Françoise Hardy. Margarita's zus Melinda is een lerares op wie ik echt verliefd ben. Zij ook op mij, zegt ze, maar ze is al verloofd, groot ongeluk is dat.
Op een zomermiddag in het zwembad in Rekem had Sylvia niets anders meer aan dan een bikini. Die avond in het clubhuis moest ik haar wel kussen en schreef ik een gedicht in assimilengels: Sylvia in the wood. Asters zus heet Lucia. Ze woont tegenover cinema Eden in Rekem. Kijk, daar lig ik met haar te dromen in het gras op de 'kip' tussen de zachte paarden die er zo gelukkig uitzien, wellicht omdat zij de hele wereld kunnen vergeten. Het echte leven, voor de langgerekte doodsstrijd.

Vissers vond ik vreemde mensen. Waar bijvoorbeeld haalden ze hun übermenschengeduld vandaan? Mijn eigen vader ging vissen in de kiezelputten. 's Avonds kwam hij thuis met snoek & karper die naar modder, naar petroleum smaakte. Marcel Maris woonde aan de rand van het Bos. In de tuin van z'n ouders stond dat clubhuis waar Sylvia werd gekust en in verzen gegoten. Van die visser werd gezegd dat hij dom was. Een boerenzoon, met goede ogen, dat was hij zeker.

Ook mijn liefste vriend Josse was een visser. Josse, jij klootzak, in rook opgegaan, zonder nog een woord tegen mij te zeggen. Ik liep met Laura op het strand van Cadiz en jij stortte je op de Leuvense straatstenen. Mika’s ritueel in de Cinderella: "Heb jij Josse nog gezien?" "Nee, ik heb hem niet gezien." "Waar zou hij zijn?" "Ik weet het niet, misschien in zijn stamcafé."

14-04-06

DROMEN VAN ANDALUSIË


sevilla

De voorbije nacht zag ik weer de dorre maar toch bekoorlijke landschappen van Andalusië. Wat ik hier op een rijtje zet deed zich aan mij voor als een experimentele film, waarbij narratieve structuur en logica plaats hadden gemaakt voor de eloquentie van de beelden. Alcohol, kerken, een flamencozangeres, meeuwen op het strand, twee kleine meisje in matrozenjurkjes, busstations, witte dorpen, het vloeide allemaal door een grote, meanderende rivier.

Een of andere busreis met Alsina Graëlls langs de verminkte Costa del Sol. Was het van Malaga naar het lelijke, charmante Almuñecar? In oktober, als er geen toeristen meer zijn, alle pretparken gesloten. En daarna, vermoeid van de lange reis, drink je Montilla en eet je wat ham en olijven. Later nog frisse Mahou en lauwe Osborne Brandy aan de toog tussen oude mannen.

Bar Fernando, vlak bij Campo del Principe in Granada. Het Alhambra, een begenadigd oord. Begenadigd? Je kunt er niets over zeggen, je moet het zien, ondergaan. Het Albaicin. De muzikaliteit van de inwoners van Granada. De sierlijkheid van hun bewegingen. Het meisje dat zo mooi stond te zingen terwijl ze de winkel schoonmaakte in het Cuesta del Gomerez, waar al de gitaarmakers hun zaak hebben.

Granada: het drukste gewoel dat ik ooit heb meegemaakt en een vreselijke stank van uitlaatgassen, maar wat hogerop, de rust van het Albaicin, de kleine straatjes waar nauwelijks auto's komen, met de landelijke carmenes, die je vanop het Alhambra heel goed kunt zien liggen. Het ruisende water, overal in het Generalife, die prachtige tuin, een werkelijk paradijs. De Arabische cultuur heeft veel goeds met zich meegebracht naar Andalusië. In de brandende zon water drinken op een terras in het Juderia.

Misschien is Cordoba nog bedwelmender, nog muzikaler, nog religieuzer dan Granada. De Mezquita is een gigantische moskee, in het midden waarvan de katholieken een kathedraal hebben gebouwd, die er zelfs niet echt staat te storen. Voor de Mezquita ben ik totaal van slag geraakt van een tuin met sinaasappelbomen en een fontein. In Cordoba is er een lekker sfeervolle bar, die ook Mezquita heet. Je kunt er van de beste sherry drinken tot je scheel ziet. In de restaurants krijg je sherry bij het eten, een goede combinatie. Ik wil zeker nog terug naar Cordoba. Ook al om weer door het plantsoen met de duizenden duiven te wandelen, bij zonsondergang, op een gelukkige manier moe van de hitte en de toevallige goedheid van het leven.

Een van de allermooiste paleizen die ik ooit mocht zien is Casa de Pilatos (of Palacio de San Andres) in Sevilla. Sevilla is een bekoorlijke stad, met misschien de mooiste en de jongste vrouwen van de wereld. We komen er echter met teveel toeristen bijeen. We blijven er beter weg en laten die stad aan zichzelf. Dat geldt evenzeer voor Firenze en Venetië, door het toerisme versleten steden. Het is beter er over te lezen in romans van Henry James, Thomas Mann en E.M. Forster.

Iets helemaal anders is Jerez de la Frontera. Stilte, drank, paarden en flamenco. Dat lijken clichés, maar zo eenvoudig lijkt die stad. Iedereen slaapt er voortdurend zijn roes uit. ’s Avonds komen een paar kleine bars en tablao's tot leven. Mannen drinken en zingen, vrouwen kijken toe of dansen met stevige benen en vurige ogen. Er zijn nog hoedenwinkels in Jerez. Tussen oleanders wandelen oude mannen met wandelstokken.

Cadiz leeft en is van lucht en licht gemaakt. Cadiz heeft mijn hart gestolen. Ik houd van alle havens en van de oude oceaan, die mijn verbeelding naar Amerika en naar het dichterbije Afrika leidt. Ik houd van Cadiz om tien uur 's avonds, in de drukke calle San Francisco. Ik hoor de stemmen wandelen, poëtisch in hun onverstaanbaarheid. Ik houd van Cadiz, zelfs in een vermolmde jeugdherberg of in een luizig pension, bij wijze van spreken dan, want het is proper, ook al is het vervallen. In de oktobernamiddag schittert vanop het strand in de verte de beloofde stad: Cadiz. De kathedraal is dan een toekomstvisioen. Elk gebouw staat op zijn plaats, daar aan de horizon, in de beloofde stad. Het strand is immens en bijna geheel verlaten, alleen zie je af en toe iemand een eenzame sport beoefenen. Niets meer, niets minder. Of toch wel. Vijf meeuwen vliegen over onze hoofden, vijf jongens wagen zich in het water (19 graden), twintig of dertig mieren vervoeren een stukje deegwaar. Ze voelen zich al helemaal Italiaans en heffen met z'n allen O Sole Mio aan. In Cadiz eet je alleen maar vis en drink je veel Oloroso, of goedkope witte wijn uit Sanlucar de Barrameda.

Voor mij is de Costa de la Luz de mooiste streek van de wereld. Alleen al het horen van de plaatsnamen kan me in vervoering brengen. Cadiz, Chiclana, El Puerto de Santa Maria, Conil de la Frontera, Los Caños de Meca, en Tarifa. Nochtans zag ik op die stranden dode vluchtelingen aanspoelen terwijl in Tarifa de surfers ongestoord hun gang gingen. De onverschilligheid van de roes, van het geluk. Genoeg daarover.

Overmorgen sluit ik mijn boeken en vertrek ik opnieuw op vakantie, nog een keer naar La Palma, om er zuivere lucht in te ademen en tot rust te komen. Maar eerst moet ik genezen, en deze koortsige herinneringen aan Andalusië verjagen.

27-03-06

GEDUBDE FILMS EN FRANSTALIGE ONDERTITELS

lucia bose,derive,lente,schoonheid,vrouwen,meisjes,brussel,monica vitti,nederlands,frans,taal,dubben,ondertitels,film,televisie,digitalisering,coditel

De lentemiddag lokte mij alvast naar buiten, maar ik was al snel weer binnen, op zoek naar klassieke schoonheid. De echte mensen rondom me op straat zag ik ternauwernood. Ik geloof ook niet dat er veel aan hen te zien was. Vrouwen als Lucia Bosé of zelfs Monica Vitti tref je niet aan in de Brusselse straten, zeker niet op mijn dagelijks parcours (het wordt de hoogste tijd dat ik mij nog eens aan een dérive overgeef), je vindt ze alleen maar in de cinema of op dvd. Ik heb me daarom nog maar eens naar zo’n kapitalistische markt begeven, waar veel beelden voorhanden zijn, maar als je ze ook nog wilt zien, moet je er wel voor betalen.

Ik wil hoegenaamd niet alleen maar beelden, maar ook geluid en ondertitels. Het ergste zijn gedubde films. Ik heb ooit nog maar één gedubd fragment gezien en heb daarna een hele week lopen en liggen walgen. Nu vind je in Brussel gelukkig nog wel dvd’s met ondertitels, maar die zijn negen keren op tien in het Frans. Ik wil hier nog wel eens herhalen dat ik Frans een mooie taal vind, maar ik lees ze minder snel dan Nederlands, terwijl je ondertitels toch snel moet lezen. Ze zijn eigenlijk maar een hulpmiddel om de dialogen beter te verstaan. De schande is nu dat in die grote ketens, zoals Mediamarkt, bijna geen dvd’s met Nederlandse ondertitels te vinden zijn, tenzij je Rambo of Titanic nog een keer wilt zien. Terwijl er in die winkel toch echt wel zeer veel Nederlandstaligen komen.

Het Nederlandstalige publiek wordt in Brussel onwaarschijnlijk minachtend behandeld. Zo ben ik geabonneerd op Coditel voor de kabeltelevisie. Dat bedrijf heeft het monopolie waar ik woon. Nu wordt die kabel gedigitaliseerd en het bedrijf is zo vriendelijk om 17 kanalen toe te voegen aan het bestaande aanbod. Ik geloof dat daar slechts één Nederlandstalig kanaal bij is, de andere zijn deels in het Frans, maar overwegend in het Arabisch. Het is zeer zeker wel leuk voor de Arabisch sprekende Brusselaars dat zij er nu die kanalen bijkrijgen (en dat die afschuwelijke schotels dan misschien uit het straatbeeld zullen verdwijnen), maar één Nederlandstalig kanaal, dat is toch bijzonder weinig. Bovendien zullen we om BBC2 en CNN nog te kunnen ontvangen moeten bijbetalen. Er komen in totaal 2 specifieke filmkanalen en die zijn zuiver Franstalig. Daar zul je Johnny Depp, Monica Vitti en Cate Blanchett alleen Frans horen spreken. Zulke dingen geven mij heel veel zin om uit mijn geliefde stad te vertrekken en het geluk ergens anders te gaan zoeken. In de mediamarkt heb ik alvast niet één betaalbare filmgodin gevonden. Ik heb mij dan maar tevredengesteld met Orson Welles, Robert De Niro en Billy Bob Thornton.

lucia bose,derive,lente,schoonheid,vrouwen,meisjes,brussel,monica vitti,nederlands,frans,taal,dubben,ondertitels,film,televisie,digitalisering,coditel

Afbeeldingen: Monica Vitti

21-02-06

SCENES UIT HET SCHIPPERSLEVEN


pa & ma


Om even te ontsnappen aan deze sombere februaridag keer ik even terug naar het Berlijnse café Oranium en ik drink ik in mijn gedachten van dat lekker Tsjechisch bier van het merk Krusevice, 50 cl voor 3.50 €. Het is een mooie augustusavond geworden. Waar hebben Laura en ik het over? Over het wonder dat Berlijn heet, een van onze uitverkoren steden, over het vele groen in de stad, over de verbluffende en avontuurlijke architectuur, over het bijna perfecte openbaar vervoer, over het Oosten en het Westen, over de ongedwongenheid, over de openheid voor elk verschil.

Maar dan raakt ons gesprek op een zijspoor: de familie, mijn familie rukt zich los uit de schaduw. Of gaat het eerder om een hoofdspoor? (Ik denk nu aan een song van the Rolling Stones, ‘Have You Seen Your Mother, Baby, Standing In the Shadow? De toen graag provocerende heren hadden zich voor de foto op het hoesje als vrouwen gekleed en geschminkt, waarbij ten minste één van hen in een rolstoel zit.)


Van de rijnaken – wij noemden dat schepen - van grootmoeder langs moederskant herinner ik me alleen nog de Honorine, die naar haar, mijn grootmoeder was genoemd. Mijn grootmoeder leed aan astma, maar was desondanks energiek.
De Rocco, het schip van mijn ouders, dat zij na lang zwoegen hun eigendom mochten noemen, was toen zij de binnenscheepvaart voor bekeken hielden niets meer waard. Zij hadden het genoemd naar Rocco Granata of naar ‘Rocco en zijn broers’, een film met Alain Delon (want mijn ouders gingen graag naar de ‘cinema’, elk dorp had er toen nog wel één, maar meestal gebeurde dat toch in Antwerpen).

Ik weet niet hoeveel miljoen Belgische franken ze in het schip hadden geïnvesteerd; de Belgische overheid was bereid hen een oprotpremie van honderdduizend frank uit te betalen als ze ermee ophielden. Dat deden ze dan maar. Het schip verkochten ze als oud ijzer. Dat was in het begin van de jaren ’70 van de vorige eeuw: de eerste grote energiecrisis, de heerlijke autoloze zondagen, Roxy Music en David Bowie. Na 25 jaar schipperen hield mijn vader ermee op, hij werd arbeider, ging werken in een sloperij (waar ook het schip van mijn ouders werd gesloopt).

Mijn ouders waren lange tijd zelfstandigen geweest. Ze hebben nooit geld geleend. Als ze al iets kochten, betaalden ze dat met baar geld. Mijn vader schafte zich zijn eerste auto aan in 1957 of daaromtrent, het was een zwarte Ford Zephyr; ik vond het een prachtige auto. Later ruilde hij hem in voor een witte Ford Consul DeLuxe, die was nog mooier, nog hipper. Een televisietoestel kwam er pas in 1963 of 1964.

In de korte periode toen mijn vader het plan had opgevat een bungalow te kopen in Neerharen liep ik met een lekker gevoel rond. Het is bij vage plannen gebleven, mijn moeder was er tegen, zij dacht dat ze nooit zou kunnen wennen aan zo’n dorp. Zij was de scheepvaart gewoon, of anders de metropool Antwerpen, waar haar zussen en haar broer woonden. Zelf droomde ik van een leven aan de wal, ik wilde geen schipperszoontje zijn. Ik wilde niet anders zijn dan de anderen.

Het was de tijd dat ik Edgar Allan Poe gaan lezen. Ik had een exemplaar van ‘Zoek het eens op’ gekregen van Sint-Nicolaas, op de nieuwe schippersschool in Eisden. De vader van Jos, mijn vriend die veel later ‘zelfmoord’ pleegde, was er directeur. Het was een minzame man. Onlangs zat er overigens een uitnodiging voor een reünie van de alumni van die school in de bus. De bijeenkomst was op dat ogenblik al twee weken voorbij: de post werkt traag in Anderlecht. Brussel is volstrekt corrupt. Het is de vuilste grote stad van de wereld, omdat de meeste politici hier ofwel corrupt ofwel machtsgeil zijn. Zij liggen niet wakker van de ‘derdewereldstraten’ en de stront op de trottoirs, van een mank lopend openbaar vervoer met uiterst onbeschoft personeel, van de pisbakstations, van de grijze, half ingestorte huizen (waar Les Fleurs Du Mal goed gedijen), van de stadskankers, van de afwezigheid van rustige, groene plekken en veilige buurten. Brusselse politici zijn enggeestiger dan dorpspolitici. (Er zijn natuurlijk uitzonderingen, zoals Pascal Smet, die de taximaffia wil aanpakken en een groot zwembad wil laten aanleggen.) In dat exemplaar van Zoek het eens op stond een kort artikel over de schrijver van Annabelle Lee en The Fall Of the House Of Usher. Die geschiedenis heb ik hier al eens uit de doeken gedaan. Maar wat geeft het, herhaling houdt ons in leven. Er stond een prentje bij. Donkere priemende ogen. Poe had mijn hart veroverd. Was mijn ziel verkocht aan de duivel? Ik bestelde de verhalen van Poe, samen met werken van Alexandre Dumas en Victor Hugo via de post.

Mijn vader was een boerenzoon. Toen ik geboren ben had hij al bijna geen naaste familie meer. Zijn moeder was al dood. Waarschijnlijk had ze te veel afgezien als dienstbode in het kasteel van Hocht. Misschien was ze er wel verkracht door een baron of een stalknecht. Mijn grootvader ken ik niet. Er werd niet over gesproken. Niemand weet zogezegd wie die man was. Niemand heeft het ooit geweten. Ik ook niet. Misschien ben ik van adel, of ben ik een afstammeling van een ‘lagere soort’. Zoon van een dienstbode, zoals August Strindberg. Mijn levensgezellin en haar broers en zussen beweren dat zij van adel zijn. Hun vader was ook een natuurlijk kind. Vreemd hoe wij ons eigen verleden gaan zoeken in de anderen. Ik heb me altijd aangetrokken gevoeld tot het theater van Luc Perceval, al van in het begin. Toen wist ik nog niet dat hij een schipperszoon is. Mij maakt het niet uit of ik van adel ben. Ik dacht dat die mensen allemaal hun hoofd hadden verloren tijdens het schrikbewind, maar kennelijk is dat niet zo. Ik heb alvast nog een hoofd en mijn bloed is rood, zoals dat van de meeste ‘bloedmooie meisjes’ waarop hier in een commentaar werd gealludeerd. Ik vind bloed niet mooi. Rood echter wel. Als bloed geen bloed was zou ik het heel mooi vinden. Mijn vader was een mijnwerker, in de koolmijn in Eisden-Cité. Inmiddels is die al lang gesloten. Ik hield van de omgeving van de mijn, speelde graag cowboy en soms indiaan, in navolging van Brut Lancaster in ‘Broken Arrow’, op de ‘terrils’. Daar vond ik ook magisch glinsterende stenen, waarvan ik dacht het goud was. Ik had er een Hollands vriendinnetje dat heel graag liet zien hoe ze plaste. Het duurde even voor ik begreep wat dat betekende, ‘plassen’. Wij noemden dat ‘pissen’. Ik zie het meisje nog altijd bukken, terwijl ze naar me kijkt, en duidelijk met veel plezier, zo voor me gehurkt de zwarte aarde bevochtigt met haar goudgeel vocht. Een goudgeel mooi meisje!

Mijn vader ontmoette mijn moeder tijdens de oorlog op de kermis in Neerharen. Ook daar heb ik nooit veel over gehoord. Bestond er toen al een rups? Kort daarna zijn ze getrouwd. Twee zeer verschillende werelden doorkruisten elkaar. Eén zijn ze nooit geworden, denk ik, maar ze zijn wel vijftig jaar samengebleven, tot de dood hen scheidde. Ik denk niet dat mijn vader een gelukkige jeugd heeft gekend. Hij heeft er me nooit over verteld en er was ook niemand aan wie ik er iets over kon vragen. Zijn nicht Berb en haar man waren zeer zwijgzaam. Zijn tante, die Moe werd genoemd, was catatonisch. Ze kleedde zich altijd in het zwart als een Italiaanse weduwe en kwam nooit uit haar ‘crapaud’. Haar rechterhand omklemde steeds een kleine portemonnee en een rood zakdoekje, alsof ze elk moment in tranen kon uitbarsten, hoewel ik dat nooit heb zien gebeuren. Mijn vader had heel wat vrienden in Neerharen. Goede mensen. Ze kenden elkaar uit het verzet. Op het einde van zijn leven deed mijn vader niets anders meer dan andere oud-strijders en mannen uit het verzet gaan ‘begraven’. De overgebleven oud-strijders speelden tot in het ruggenmerg doorzinderende muziek op de begrafenis van mijn vader. Ik heb daar kort na de begrafenis een gedicht over geschreven, met als titel ‘dorpstafereel’:

's Morgens in de vroegte
als het blauw begint
zetten oude mannen met medailles
hun lippen aan het koper.


Ze lijken van ver te komen
als zij het enige vredeslied blazen,
ze staan daar omdat het zo moet
onder de zon die ieders rug breekt.

Hij is verast, dat wilde hij zo. Ik had hem veel liever in de grond geweten, met een mooie grafsteen erboven. Een dode mens hoort in de grond. Niet in een kastje in een grijze muur. Ik wandel graag op kerkhoven. Brussel heeft mooie kerkhoven, oorden van rust en dagdromen. Die zijn nog niet afgebroken, die kerkhoven Er rijdt zelfs een bus met als bestemming Cimétière de Bruxelles / Kerkhof van Brussel. Hoewel ik weinig weet over mijn vader, zou ik veel over hem kunnen vertellen. Toen ik klein was zag ik hem als een held. Maar hij was geen held. Hij heeft bijvoorbeeld nooit iets opgeblazen. Hij heeft nooit een nazi doodgeschoten. Ratten, ja, dat wel. Hij heeft heel wat ratten doodgeschoten.

Ik begrijp dat ik meer moet vertellen over mijn vader. En over mijn moeder. Over die kant van de familie. Daar zijn zoveel verhalen over. En mijn broer, en mijn nicht in Canada. Een kleine familie, maar dapper! Ik heb nog veel tijd nodig, en veel woorden, en weinig dementie en al helemaal geen Alzheimer.

07-09-05

CHARLOTTE EN DOROTHEE : MEISJES!


meisje charlotte


Het probleem is echter dat ik niet kan doorslapen.
Omstreeks vier uur word ik wakker en kan de slaap niet meer vatten, waardoor ik altijd moe ben. Ik heb net naar de Brusselse film 'Meisje' van Dorothée Van Den Berghe gekeken, op de televisie, ingeleid door Mr Proper. Toen hij nog nieuw was - de film - heb ik hem al eens in de cinema gezien en heel mooi en origineel en ontroerend gevonden. Meisjesachtig mooi. Ik had ook graag zitten kijken naar het dansende meisje met de witte huid, Charlotte Vanden Eynde. Ik weet niet of ik Van Den Berghe en Vanden Eynde juist schrijf. Vlaamse namen die met 'van' beginnen vind ik bijzonder moeilijk om te spellen. Er zou een regel moeten bestaan die ons ertoe verplicht dat allemaal aan elkaar te schrijven; of anders 'van' en ‘den’ gewoon afschaffen. In dat geval zou het Dorothée Berge en Charlotte Einde worden, veel eenvoudiger en mooier. Stel je voor dat Marilyn Monroe Marilyn From The Monhroe zou heten, en Marlon Brando Marlon From The Brandho! Neen, daar zijn die Amerikanen stukken beter in, in namen. Neem nu Woody Allen, die had in den beginne een vreselijk ingewikkelde naam, en heet al lange tijd doodgewoon Woody Allen. Bij mij doet die naam meteen aan een klarinet denken, en zo hoort het ook.

Charlotte Vanden Eynde kan prachtig dansen, zowel in haar eigen creaties als bij Jan Decorte. Maar ik moet nu to the point komen. ‘Meisje’ vond ik niet langer goed. Hoe komt dat dan toch? Niet door Charlotte, ook niet door Els Dottermans (integendeel, Els Dottermans is erg goed op dreef en ziet er bijzonder zinnelijk uit, ze straalt een verrukkelijke lust uit), zelfs niet door Mathieu Schoenaerts... Door wat dan wel? Door het flutverhaal. Dat heb ik de eerste keer niet gemerkt, waarschijnlijk omdat ik toen de hele tijd naar het spel van de actrices heb zitten kijken. Ik heb hoegenaamd niets tegen vervelende verhalen, maar er moet wel drama zijn, er moet iets zijn. In deze film is er bijna niets, en dat bijna niets stelt niets voor. Bovendien werkt Dorothée Van Den Berghe veel te veel met close ups. Daarbovenop krijg je dan nog eens oersaaie muziek voorgeschoteld van een talentloze kerel die zich Daan noemt. Dat was waarschijnlijk heel cool, een jaar of vijf geleden, dat je je Daan noemde. Ik heb in die periode een zeer boze brief geschreven naar Humo, omdat ze 'Meisje' ongunstig hadden besproken. Humo heeft mijn brief niet willen publiceren. Waarschijnlijk omdat ik gelijk had. Ik heb zelden gelijk, maar als een brief van mij niet wordt gepubliceerd, dan is de kans groot dat ik wel gelijk heb. Spreek ik mezelf nu tegen? Neen, want zoals Bob Dylan zegt: I was so much older then, I'm younger than that now.
Over de 'nieuwe' cd van Bob Dylan zal ik zwijgen. Alleen dit: luister eens naar Leopard Skin Pillbox Hat. Een andere tip is Let's Dance, de Bowie-song, uitgevoerd door M Ward. Kippenvel, en je moet er zelfs niet op dansen. En The Lemonheads, dat is altijd kippenvel, even goede popmuziek als the Beatles en the Byrds. Het is ten hemel schreiend dat Evan Dando zichzelf zo snel verwoest heeft.

Echt jammer dat ik 'Meisje' vanavond vervelend vond. Maar Dorothée Van Den Berghe heeft nog een fout gemaakt. Ze had die dikke acteur nooit mogen laten meespelen: een hond in een kegelspel. Het is een heel lieve man, maar bij voorkeur beperkt hij zich tot accordeon spelen en aan quizzen meedoen. Dat zou moeten volstaan. Dorothée Van Den Berghe moet vooral films blijven maken. ‘Meisje’ is – nog altijd - een mineur werk dat grote verwachtingen schept.

(De poster hierboven heb ik later aan de tekst toegevoegd, anders zou ik wel helemaal idioot zijn, aangezien de namen daar netjes gespeld op vermeld staan.)

06-09-05

FUCK


travis


Na het enthousiasme en het verdriet van de voorbije week is opnieuw een tijd van leegte aangebroken.
Ik zit te wachten op wat? Ik zit te kijken naar wat? Moe. Suf. Korte zinnetjes kunnen nog net, maar ze zijn wel leeg. Wat moet ik hier dan? ’s Middags een broodje eten, even in de krant bladeren, wat onzin lezen over John Lennon. Zaterdag komen de Walkabouts. Who cares. Veel mensen, zie ik, maken foto’s van bloemen of van vlinders, van keitjes zelfs. Ze houden zich met de kleine dingen bezig en vervelen zich niet. Maar ik verveel me. Dat ik me verveel, zeg ik. Ik begrijp niet dat de kunstenaars in de 19de eeuw die ennui zo koesterden. Er is niets vervelenders dan verveling. Het enige wat je er waarschijnlijk kunt tegen doen is naar de fles grijpen of erger. Je ophangen, zal wel de beste oplossing zijn, maar wel erg definitief. Want morgen komt de kermis misschien naar de stad, en stelt een of ander mooi meisje je voor om met haar uit te gaan. De hele nacht. Dat dienstertje van in het Oerwoud, bijvoorbeeld, dat meisje dat zo kickt op Devendra Banhart! Ach, jongen, je bent een oude kerel, en nog getrouwd ook. En heb je die kop van jou al eens bekeken? Wel dan? Maar het is wel een kop natuurlijk. Dat kan niet iedereen zeggen, dat hij een kop heeft. En we zullen Roger McGuinn nog maar eens citeren: I trust everything will turn out alright. Als ze nu die verdomde Bush maar snel naar huis sturen. En dan eens lekker slapen.