04-07-06

PERVERSIES, UITGEKLEED



HG020080


Uit het Oosten is juli gekomen zonder geschenken. Hij dacht de globe en een vijftal bewoners te trotseren zonder. Boekenwijsheid zou moeten volstaan. In elk boek zat een zin verborgen, gesluierd als een Arabische furie. The glory of love. Maar die mensen lazen geen boeken. Laserstralen en het massaal aanbidden van Uitsluiters waren hun obsessies. Mannen met de stemmen van folteraars, maar het folteren dan wel beschouwd als vermaak. Zij – de vijf - verkochten er de rest van hun ziel voor. Hij had alleen maar Faust, en de oorsprong van Faust. Hij had Medea en de nakomelingen van Medea. Geschenken die niemand wilde. Giftig? Niet dat er tranen vielen. Hij dacht opeens terug aan Coney Island, het geringe van zichzelf dat hij daar had achtergelaten (hoeveel milligram?). Had dat kleine verlies de wereld veranderd? Nergens thuis zijn, zei hij, zoals een zeeman. De man die het bloedgleufmes aan zijn vader cadeau deed. Dat was het leven zoals het is. Echte geschenken. Wat heeft hij te geven? Juli, augustus, met hun aankondiging van de troosteloosheid en het snelle voorbijgaan. Ongeveer iedereen die feest viert voor niets in het bijzonder. De woeker van auto’s, machines, uitvindingen voor het einde van de tijd. Sneller naar het einde, ver over de grenzen van wat ooit leven en wereld werd genoemd. Maar treuren, neen, hij leefde nog in de tijd van de grenzen en van het verlangen. Nog had hij de treurmars niet geneuried en nog niet was hij tot de slotsom gekomen.