18-06-14

LONDENSE IMPRESSIES

9192374072_454f2dea58_o.jpg

In Tate Modern (juni 2013)

Foto’s van William Eggleston, fotograaf uit Memphis. Bijna archetypische Amerikaanse beelden: de poëzie van het banale, Coca Cola, garages, autobanden, lost highways... Verwantschap met Andy Warhol en pop art in het algemeen, ook met Wim Wenders. Ik las dat Eggleston een langdurige verhouding had met Viva, een van de supersterren van Warhol. Zij was met de popartkunstenaar aan de telefoon toen Valerie Solanas hem neerschoot. Omstreeks 1970 was ik ‘verliefd’ – ik weet niet hoe ik anders moet noemen - op Viva en op Edie Sedgwick. Viva’s autobiografische ‘Superstar’ heb ik verslonden. Later kwam er het geweldige ‘Edie’ van Jean Stein.
viva 5.jpg

Grote, indrukwekkende werken van Gerhard Richter. Feesten van bloed en wijn van Cy Twombly. Offers van schoonheid, aan schoonheid, zoals bij de antieken. Rothko’s rode stilte.  John Heartfield keert nu ook weer terug in mijn leven, bijna net zo vaak als Pablo Picasso en zijn vrouwen. Overigens zijn de vrouwen hier op straat mooier dan die van Picasso. Dat heb ik altijd gevonden van de Londense vrouwen, dat ze zo mooi zijn. Misschien is het daarom een van mijn uitverkoren steden? Maar ga ik niet om het even waar heen voor de meisjes, de vrouwen? Zijn ze niet overal mooi? Het is zoals met vlinders, onmogelijk te beweren dat er een niet bevallig en sierlijk is. In Londen lopen de vrouwen je in alle kleuren voorbij, veel meer tinten nog dan in Brussel. Net als in Brussel lijken ze dichtbij maar zijn ze toch onbereikbaar. Wat me aan het gedicht over de passante van Baudelaire doet denken. Altijd die droefheid na voor enkele seconden verliefd geweest te zijn op een voorbijgangster of – een ogenblik langer – op een Aphrodite in de metro. Ja, veel meer kleuren, en ook alle stijlen door elkaar, zoals bij Neo Rauch.

tonight-lets-all-make-love-in-london-movie-poster-1967-.jpg

In Tate Modern zie ik de postmoderne massa die wat ‘cultuur wil meepikken’, cultuurtoeristen zoals ik - maar ben ik dan echt niet anders? In de eerste plaats kom ik hier al voor die vlinders, en voor de trottoirs waarboven ze rondfladderen en zich laten bewonderen, voor de straten waar geen eind aan komt, voor de straatnamen, voor de rivier die me sinds 1980 altijd aan the Clash doet denken, die associatie ligt denk ik voor altijd vast. Daarvoor doemde als ik aan de Theems dacht meestal Virginia Woolf op, soms Wiliam Blake, nu al zo lang die bijna militaire dreun, maar de rivier zelf blijft vredig kabbelen. Nooit heb ik de Theems wild gezien.

In Hampstead (juni 2013)

Alessandro Baricco beweert in ‘De barbaren’ dat we nog in de romantische periode leven. Bij het Keats House in Hampstead zou je dat niet meteen zeggen. Geen mens te zien daar. Maar ik kwam er al laat aan, bijna tegen sluitingstijd. In de tuin dacht ik aan de dichter en zijn geliefde Fanny Brawne, aan hun brieven, en aan het lange gedicht dat ‘Bright Star’ heet, nee, niet werkelijk een gedicht maar een film van Jane Campion. Still, still to hear her tender-taken breath, / And so live ever — or else swoon to death. In de tuin daar kwam ik volkomen tot rust, zoals eerder al bij de pagode van Boeddha, waar ik enkele minuten zat te peinzen en me af te vragen of ik toch maar geen boeddhist zou worden, hoewel de zon al stilaan onderging.

9189606159_d5b3edb91b_o.jpg

Londen overspoelt me met namen.  Geen namen van notabelen, van voorzitters en secretarissen van raden van beheer, neen, namen van kunstenaars, schrijvers, grote historische figuren, namen van mensen die hier ooit zijn geboren of naar hier zijn gekomen en van hier de wereld hebben veroverd, sommigen van hen letterlijk. Veel verleden, maar ook veel toekomst in deze straten. Dat laatste heeft deze reusachtige stad gemeen met het kleinere Brussel. De toekomst die aan de jongeren toebehoort, maar ook aan onszelf: we mogen de stad, Brussel bedoel ik nu, niet aan zichzelf overlaten, we moeten haar koesteren, we moeten haar verzorgen, ze is een kwetsbaar, levend organisme. In dat opzicht moet ik zeker mijn leven veranderen. Veel minder in mijn kamer zitten piekeren, tijd verliezen met wachten op dingen die nooit zullen gebeuren, maar buiten gaan, kijken wat er rondom mij gebeurt, nu, en mezelf ook tonen aan de stad, aan de andere mensen. En dan weer zelf met nieuw voedsel thuiskomen.
Welke namen schieten mij nu spontaan te binnen? George Orwell. Shakespeare. Karl Marx. Virginia Woolf. Lytton Strachey. Bloomsbury. Thomas Carlyle (nochtans een Schot). Rolling Stones. Beatles (musicerend op het dak). The Fool (Simon & Marijke). The Clash. Guy Stevens. Abbey Road. Carnaby Street. Hampstead. Primrose Hill. Donovan’s ‘Sunny South Kensington’. Terence Stamp. Julie Christie.
Deze opsomming roept weer een andere op: Borges, Foucault, Eco*, Buñuel, Sebald en, niet vergeten, Don Giovanni. Opsommingen, lijsten, classificaties, reeksen liggen vaak aan de basis van kunst, film, literatuur. Aan de hand van lijsten wordt gepoogd de realiteit te vatten, in te delen, begrijpelijk te maken.

Wat geeft je zo’n aangenaam gevoel in plaatsen als Hampstead? Gaat het om een soort van nostalgie, een verlangen naar wat voorbij is… Een verlangen dat niet naar bevrediging vraagt, dat aan zichzelf genoeg heeft? Een romantisch bewustzijn, geheel voorbijgestreefd door de geest van het postmoderne? Vermoedelijk.

 

londen,2013,juni,musea,tate modern,saatchi,pubs,schrijven,kunst,literatuur,vrouwen,schoonheid,wandelen,stad,rivier,thames,namen,lijsten,opsommingen,postmodernisme,romantiek

 

In Bradley’s Spanish Bar (juni 2013)

Kunstwerken ontstaan niet toevallig en zeker niet vanzelf. Er is altijd eerst voorbereiding, oefening, geduld, talent, openheid, invloeden, keuze, selectie, verlangen… Is het dat wat ons zo’n ontzag inboezemt, is het daarom dat we op bedevaart gaan naar musea, is het daarom dat we literatuur als heilige tekst beschouwen en muziek als iets goddelijks, een doorlopende boodschap van de engelen?

Vrij vaak heb ik de indruk dat ik in musea en kunstgalerijen heel wat meer vrouwen zie dan mannen. Klopt die vaststelling, of gaat mijn aandacht gewoonweg veel meer naar vrouwen dan naar mannen uit? Zie ik de mannen niet staan? Bovendien ontwaar ik veel meer beelden van vrouwen, portretten van vrouwen - en ik denk aan de vrouwen van Henry James, Dante, Flaubert (hoewel er in de literatuur natuurlijk veel onvergetelijke mannelijke helden voorkomen, de man zonder eigenschappen voorop)… Zijn er nog steeds minder vrouwelijke dan mannelijke kunstenaars? Dat geloof ik niet. Sinds het midden van de vorige eeuw is er wat dat betreft gelukkig veel veranderd. Toch denk ik soms dat vrouwen meer tevreden zijn met zichzelf, dat ze graag behagen en het bijgevolg niet nodig vinden iets naast zichzelf, iets buiten zichzelf te ontwerpen. Een voorbijgestreefde, romantische gedachte natuurlijk, maar het zij zo. Soms denk ik dat mannen meer van zichzelf vinden dat ze tekortschieten, dat een man iets aan zichzelf moet toevoegen om te kunnen behagen, om het gevoel te krijgen dat er naar hem verlangd kan worden.  Wat een romantische gedachten houden mij toch bezig!

londen,2013,juni,musea,tate modern,saatchi,pubs,schrijven,kunst,literatuur,vrouwen,schoonheid,wandelen,stad,rivier,thames,namen,lijsten,opsommingen,postmodernisme,romantiek

...

*At first, we think that a list is primitive and typical of very early cultures, which had no exact concept of the universe and were therefore limited to listing the characteristics they could name. But, in cultural history, the list has prevailed over and over again. It is by no means merely an expression of primitive cultures. A very clear image of the universe existed in the Middle Ages, and there were lists. A new worldview based on astronomy predominated in the Renaissance and the Baroque era. And there were lists. And the list is certainly prevalent in the postmodern age. It has an irresistible magic.
Umberto Eco, Spiegel International, November 11, 2009

Foto's: Martin Pulaski, uitgezonderd Viva, Tonite Let's All Make Love in London, Julie Christie

 

 

 

13-08-09

RIJKE MAANDEN


berlinfriends

De voorbije maanden zou ik rijke maanden durven noemen, zoals de velden en boomgaarden waar ik met de trein voorbijreed en de door volle maan verlichte straten van de steden waar ik verbleef. Wij slingerden elkaar geen verwijten naar het hoofd. Zelf sliep ik weinig, imsonia, maar bleef er toch rustig bij. Op een vreedzame manier bekogelden wij elkaar met rijke lijstjes – ze gingen de halve wereld rond. Deels wilden we elkaar tonen wie we waren, deels wilden we dat de anderen zouden worden zoals wij, en wij zoals hen. Ook wilden we bewijzen dat we niet de eersten de besten waren, dat we niet zomaar konden worden vervangen, in weerwil van het adagium dat iedereen vervangbaar is.

Dat is gewoonweg niet waar. Je bent onvervangbaar. Niet omdat je Marcel Proust, Virginia Woolf, Herodotus, Céline of Thomas Hardy hebt gelezen; Bob Dylan, Bach, Joy Divison, Bessie Smith, Bill Evans of Ornette Coleman hebt beluisterd. Niet omdat je de hele nacht extatisch rock & roll heb gedanst (terwijl dat muziekgenre al lang niet meer bestaat). Niet omdat je van Wong Kar Wai, Wim Wenders, Nicholas Ray, Ingmar Bergman of Antonioni houdt. Niet omdat je in Waterloo was, aan de Grand Canyon of in Timboektoe. Niet omdat je whisky, tequila, porto, absint of Orval hebt gedronken. Nee, daarom niet, maar om al deze redenen samen - en vele andere - die je tot een uitzonderlijke enkeling maken. Iemand die een eigen project heeft en iets aanvangt met wat hij op zijn weg ontmoet, met wat hem in de schoot wordt geworpen. En jou, en jou.

Zonder in details te willen treden waren de voorbije maanden voor mezelf rijke maanden. Ik heb nauwelijks iets geschreven, wat nochtans het essentiële is van wat mij onvervangbaar zou moeten maken. Of dat werkelijk zo is laat ik in het midden. Hierboven heb ik het over de kunst van het combineren gehad, en eerder deze maand schreef ik over het schervenbestaan. Ook als je niet schrijft, als je niets doet, draag je bij aan de wereld.

Ik heb door Italië gereisd, vooral Umbrië en het altijd zinderende Rome. Musea heb ik er nauwelijks bezocht; ik heb er gewandeld, gegeten, gedronken, het leven gevierd. In Brussel zag ik een mooie tentoonstelling van het werk van Sophie Calle (waar ik al eerder over schreef). Ik had bovendien het genoegen kennis te maken met nieuwe vrienden, ongetwijfeld voor wat mij nog rest van mijn leven. Vriendinnen eigenlijk, uitzonderlijke vrouwen. Waarom vrouwen? Wellicht omdat ik zelf nogal vrouwelijk ben. Ik ben geen macho, niet competitief, spreek niet luid, streef niet naar een belangrijke positie in de maatschappij (dat laatste is niet echt vrouwelijk meer; bestaan het echt vrouwelijke en het echt mannelijke wel? Is het ook wat dat betreft niet een combinatie?). Ik zie graag vrouwen, letterlijk en figuurlijk, ben graag in hun gezelschap, vind het fijn met hen, met jullie, te converseren – bijna een van jullie te zijn. Ook al ben ik tevreden met mijn huwelijk ben ik toch ook altijd verliefd. Sommigen schrikken daar voor terug, wellicht omdat dan plots de man in mij naar boven komt. Dat spijt me, maar zonder die verliefdheid, zonder die eros zou ik niet lang leven. Eros is wat mij, als ik uiteengevallen ben, weer in elkaar steekt, zoals een mechanieker een oude Bugatti. Eros vuurt mij aan en helpt mij, soms, de woorden vinden die ik niet zoek. Degene die ik zoek zijn de bekende, versleten, degene die ik niet nodig heb. Eros probeert mijn scherven weer aan elkaar te lijmen. Wat niet lukt, maar het is wel – tijdelijk – een groot genoegen.

Toch heb ik niet alleen twee fijne vrouwen beter leren kennen: in Berlijn maakte ik kennis met een andere zielsverwant, een Duitse Texaan. Tijdens warme Berlijnse nachten praatten we over reizen, soulmuziek, vrouwen, Hongaren, tequila, mezcal en andere geneugten des levens. Dronken werden we van Tsjechisch bier en wodka. Berlijn drong bij mij langs elke porie naar binnen (dat doet het altijd – het is de stad waar ik het liefst verblijf). In mijn hotel maakte ik kennis met een zwarte familie die alle kleuren van de regenboog had en over heel de wereld verspreid leefde: nu waren ze bij elkaar voor een huwelijk van een ‘ver’ familielid. Ik was welkom aan hun tafel en samen dronken we wijn tot net voor de zon opging. Deze mensen zal ik nooit meer ontmoeten, ze zijn met te veel, te verspreid, te rhizomatisch. De Texaan - hij lijkt op Harry Dean Stanton -zal ik zeker nog weerzien. Alleen al om hem te horen vertellen over zijn oude vrienden Nick Cave en Blixa Bargeld. Nick Cave woonde bij hem in ten tijde van The Birthday Party. Hij schreef er, onder invloed van alle mogelijk drugs, ‘And the Ass Saw the Angel’.

En zo ging ik de afgelopen maanden op en neer, ging ik weg en keerde ik weer. Zat ik de gek uit te hangen in de Daringman of een ander Brussels café en treurde ik om de dood van Willy Deville, Michael Jackson en de anderen die nu voorgoed begraven liggen in de zomer van 2009. Ook wat de dood aangaat was het een rijke tijd. Maar de dood is niet het einde, het is het begin, niet in de wederopstanding, daar geloof ik allemaal niet in, maar in dit leven zelf. De verwezenlijkingen van de doden, hun nu stille woorden, hun versteende daden, komen in een nieuw daglicht en inspireren zo nieuwe, jonge mensen, degenen die deze planeet zullen koesteren en in stand houden. Ik hoop dat ze niet vergeten dat ze veel redenen hebben om boos te zijn en te blijven. Ik hoop dat ze de tegenstellingen waaruit de wereld en waaruit wij bestaan nooit uit het oog verliezen.

Maar ook als mijn hoop nergens op slaat waren het rijke maanden.

Foto: Martin Pulaski, Berlijn, juli 2009, Jelena, Mari & Ed.

25-02-09

KIJKEN NAAR MUZIEK


vetiver-tight_knit-2


Er is een ding dat me geruststelt. Plaatjes, ook cd’s, zitten weer in binnenhoezen, zoals het hoort. Niet alles wat wordt uitgebracht is al zo goed verzorgd, maar de tekenen zijn er: de platenmaatschappijen lijken meer op duurzaamheid en uniciteit te gaan te letten. Kennelijk willen ze duidelijk maken – bewust of domweg – dat de ‘look’ bijna even belangrijk is als de inhoud. Een vrouw kijkt toch ook niet alleen maar naar het innerlijke van een man, en vice versa - en alle mogelijke variaties op dat thema. Elk vogeltje zingt zoals het gebekt is, wordt gezegd.  Sommige vogeltjes hebben mooie snavels; die van andere exemplaren zien er grijs en verwaarloosbaar uit. Door een menselijk oog bekeken, natuurlijk. Vandaag heb ik letterlijk beseft dat een zwaluw en een krokus de lente niet maken. Hetzelfde geldt voor die platenhoezen. Ik bedoel nu even niet de lente, maar een revolutie in de muziekindustrie. Maar de goede voorbeelden verdienen navolging. Ik ben geen downloader: alle kunstenaars en het overige personeel dat aan het ontstaan van een langspeelplaat heeft meegewerkt verdient een beloning, een loon, pecunia. Maar soms maken de platenmaatschappijen het wel erg gortig: plastic in plastic, het ene product bijna hetzelfde als het andere. Vier voor de prijs van drie. het maakt niet uit waar je van houdt. Bullshit! Elke plaat heeft een eigen identiteit, elke echt goede plaat is een kunstwerk – of het nu om populaire muziek of klassieke muziek gaat. En dat zie je ook aan de buitenkant. Enkele hedendaagse  mooie voorbeelden van hoe het moet: ‘Tight Knit’ van Vetiver, ‘Who’s Hurting Now’ van Candi Staton, ‘To Be Still’ van Alela Diane en (in mindere mate, want te ingewikkeld) ‘Merriweather Post Pavillion’ van Animal Collective. Dit zijn overigens allemaal platen die zeer waarschijnlijk mijn 2009-eindlijst zullen halen. Wat niet betekent dat cd’s die nog in plastic doosjes zitten nu opeens allemaal slecht zijn. Of de ep ‘Blood Bank’ van Bon Iver, in een bijzonder mooie hoes, een kunstwerk, maar zonder binnenhoes? Cd’s die los in kartonnen doosjes zitten raken heel snel beschadigd. Ik heb het al voorgehad met de zeer dure box ‘Songbird’ van Emmylou Harris. Een van de cd’s daarin kan ik gewoonweg niet draaien. Gelukkig heb ik de meeste songs al op andere platen, zodat ik weinig mis. Maar wees voorzichtig!

Overigens heb ik zeer genoten van het concert van Vetiver in de Botanique vorige zondag. Ik ga graag naar de Botanique. Het heeft altijd iets feestelijks, alsof je een beetje op reis bent in een land dat je tegelijk kent en niet kent. Veel concerten in de Botanique zijn kleine feesten. En elk concert is bijzonder toegankelijk, waarmee ik bedoel: betaalbaar. Je moet je zelfs geen zorgen maken als je een glas wijn of bier wenst te drinken. En na afloop van het concert kun je nog wat praten met de muzikanten. Jammer dat Bob Dylan daar niet optreedt, of Dwight Yoakam, of Amy Winehouse. Wel heb ik er ooit Television gezien en gehoord, wat ik nooit zal vergeten. Ik zal niet zeggen dat Tom Verlaine god is (want dat schijnt Eric Clapton te zijn), maar hij is alleszins een begenadigd gitarist – hij is anders dan alle anderen. Er is wel enige verwantschap met John Cippolina, Roger McGuinn en John Coltrane.

Over mijn boosheid ten aanzien van de verdeel-en-heers-politiek van sommige Vlaamse politici (net voor de regionale verkiezingen) zal ik het morgen hebben. Tenzij ik morgen nog altijd goed gezind ben. Want wat heb je aan geld? Die mannen (en sommige vrouwen) denken dat je er alles mee kunt kopen, maar iedereen met enig gezond verstand weet dat je met geld maar zeer weinig kunt kopen. Deze woorden zijn helemaal gratis. Maar als je mij wilt kopen, ik ben beschikbaar. Over de prijs zal wel lang onderhandeld moeten worden. En niet alleen Vlamingen kunnen een bod doen op mij.

09-01-09

BLESS YOUR SWEET LITTLE SOUL


take me to the river

Lijsten zijn nooit volledig. Dat hoeft ook niet, omdat niets volledig is: het woord zegt het al, wat vol is tegelijk ledig. Maar als je nog maar een week geleden een overzicht hebt gemaakt van wat je als de beste langspeelplaten van het afgelopen jaar beschouwde en dan beseft dat je de allerbeste over het hoofd hebt gezien, ja, dan klopt er iets niet. Toegegeven, het heeft geen zin te streven naar het absolute, het volmaakte, het perfecte, de essentie – omdat dat gewoonweg... geen zin heeft. Die woorden zijn niet meer dan filosofische begrippen, die in de menselijke werkelijkheid weinig om het lijf hebben, tenzij voor volgelingen van Plato of gelovige zielen. Maar een banale opsomming van wat je mooi vond/vindt zou echt wel uitdrukking moeten geven aan je ervaring, je kennis, je inzicht, je smaak. Aan een combinatie van geheugen, geïnformeerd zijn, goede smaak en persoonlijke historie.

Ik vond het al zeer verdacht dat er bijna geen zwarte muziek in mijn lijsten was terug te vinden, terwijl ik toch bijzonder veel van soul, rhythm and blues, blues, gospel, reggae en jazz houd. Is het overigens al niet verdacht dat ik niet verslingerd ben aan rap, terwijl ik toch beweer een dichter te zijn? Ik heb een heel belangrijke vorm van populaire cultuur afgezworen – op basis van wat eigenlijk? Vooroordelen? Waarschijnlijk. Ik kan niet meteen een antwoord geven, ik moet er over nadenken.

Laat me echter tot de kern van de zaak komen: de beste muziek die in 2008 is verschenen staat over drie cd’s verspreid, die samen met een bijzonder informatief, boeiend en mooi boekje in een doosje zitten waarop als titel te lezen staat “Take Me To The River – A Southern Soul Story 1961-1977”. Het lidwoord ‘a’ is hier al te bescheiden: het is gewoonweg dé geschiedenis van de soulmuziek uit het Zuiden van de Verenigde Staten, een muziekgenre dat mijns inziens tot de belangrijkste kunstvormen van de 20ste eeuw behoort. Gedurende een korte periode in de geschiedenis was het de droom van Martin Luther King die tot leven kwam, zowel in de studio, op de podia van de grote steden, op de radio, en – vooral - op duizenden dansvloeren overal ter wereld.

Voor soulliefhebbers is het een grote troost te weten dat de soulmuziek niet is vergeten. Ook niet door blanke muzikanten, van the Rolling Stones, via Todd Rundgren, Southside Johnny, Bruce Springsteen en Boy George tot Axelle Red en Amy Winehouse. Bless your sweet little soul! En bedankt, Ace en Kent om al deze juwelen in een kistje te stoppen en in betere vorm dan ooit beschikbaar te maken voor een nieuw publiek.

19-12-08

2008: MUSIC MAESTRO, PLEASE!


dillard&clark

Ik schreef het al op Roens blog: er valt voor mij niet aan overzichtslijsten te ontsnappen, het zit me in het bloed, ik doe het al sinds 1969, it’s too late to stop now. Eigenlijk doe ik dit al veel langer. Ik was een van de eerste medewerkers aan Humo’s Toppers van Tobbers. Elke week liet ik mijn medeleerlingen aan het Atheneum in Tongeren stemmen op een hitlijst die ik zelf had samengesteld. Meestal was ik eerlijk, maar ik moet tot mijn schaamte toegeven dat ik soms wel eens vals speelde om the Rolling Stones, the Kinks of the Who op nummer één te krijgen. Die lijsten werden aanvankelijk integraal per school gepubliceerd, met de naam van de samensteller erbij. Daar was ik dan zo trots op, mijn naam daar gedrukt te zien. Wilde ik eigenlijk in het diepst van mijn gedachten al een bekende Vlaming worden, een diersoort die toen nog niet bestond?

Er is geen weg terug, ik zal mijn voornemens van een week of zo geleden voornemens laten en mij naar het onvermijdelijke plooien. Verwacht van mij echter geen sterke uitspraken, sluitende argumenten, kreten van bewondering, krachttermen om mijn keuzes kracht bij te zetten. Niets van dat alles. Verwacht van mij enkele bondige lijstjes, gebaseerd op wat ik me nog herinner, op wat me ontroerd heeft of anderszins getroffen. Mijn kennis van de hedendaagse populaire muziek is beperkt. Ik vind het erg dat de zwarte muziek van nu mij zo vreemd is, terwijl ik toch door en door een soulliefhebber ben. Erg is ook dat ik bijna uitsluitend de Angelsaksische muziek ken, en dan nog vooral het genre dat Americana wordt genoemd. Mijn kennis van oudere populaire en minder populaire muziek is gelukkig wat ruimer. Ik mag graag luisteren naar coole jazz, reggae, blues, western swing, bepaalde klassieke muziek, soundtracks, Franse zangeressen, fado, flamenco, rockabilly, boogie woogie, tin pan alley deuntjes, gospel, muziek uit Mali en Pakistan. Maar dat is allemaal oud en onmogelijk in categorieën of lijsten onder te brengen.

Om al enigszins aan de mogelijke nieuwsgierigheid van de lezer tegemoet te komen volgt hier een overzicht van langspeelplaten die in 2008 opnieuw werden uitgebracht, en nieuwe compilaties, iets waar vooral het Britse label Ace bijzonder goed in is. Neem gerust van me aan dat dit geen volledige lijst is, ook niet van wat ik graag heb gehoord. Er zijn grote gaten in mijn geheugen.

Opnieuw uitgebracht

jesus of cool

Dillard & Clark – The Fantastic Expedition Of Dillard and Clark
The Lemonheads – It’s A Shame About Ray
Nick Lowe – Jesus Of Cool
Dennis Wilson – Pacific Ocean Blue
Creedence Clearwater Revival – Cosmo’s Factory
The Flying Burrito Bros – The Flying Burrito Bros / Last Of the Red Hot Burritos
Dave Mason & Cass Elliot - Dave Mason & Cass Elliott

Compilaties

jackie

Various Artists - Break-A-Way - The Songs Of Jackie DeShannon  1961-1967
Various Artists - Time Is On My Side - The Jerry Ragavoy Story 1953-2003
Various Artists - Blame It On the Dogg - The Swamp Dogg Anthology 1968-1978
Various Artists - Do-Wah-Diddy – Words And Music By Ellie Greenwich And Jeff Barry
Various Artists - On Vine Street - The Early Songs Of Randy Newman
Various Artists - Twist And Shout Volume 1 – The Bert Berns Story 1960-1964
Various Artists - In the Naked City
PF Sloan – Here’s Where I Belong – The Best Of the Dunhill Years 1965-1967
Bob Lind – Elusive Butterfly – The Complete Jack Nitzsche Sessions
The Undertones – An Anthology
Ry Cooder – The UFO has landed
Kevin Ayers – Songs For Insane Times: An Anthology 1969-1980
Eels – Useless Trinkets
Tammy Wynette & George Jones – Duets

Varia

bo diddley3

Enkele plaatjes die ik in het buitenland (Berlijn, Lissabon) en in de koopjes vond en die me plezierige momenten hebben verschaft:

Arlo Guthrie – Running Down the Road (met Ry Cooder en Clarence White!)
Blossom Toes – We Are Ever So Clean
Jackson Browne – Saturate Before Using
The Clique – Sugar On Sunday
Bo Diddley – Bo Diddley Is A Gunslinger (+ bonustracks)
The Adverts – Crossing the Red Sea with the Adverts
Aretha Franklin – Amazing Grace – The Complete Recordings
New York Dolls - New York Dolls
Richard & Linda Thompson - in Concert, November 1975

Deze laatste lijst moet zeker nog aangevuld worden, maar daar heb ik nu even geen zin in. In een volgende aflevering lees je wat ik gekozen heb als beste nieuwe elpees van 2008.

 

11-12-08

METHODE VOOR EEN GRONDIG JAAROVERZICHT


duerer rhino

Onlangs had ik het over de kerstperiode en de lijstjes die haast een verplichting zijn. Toch maak ik zo graag lijsten dat ik er echt niet aan kan weerstaan. Ik vraag me af waarom ik geen politicus geworden ben, dan had ik zelf vaak op lijsten gestaan. Maar zie je mij al in de rol van politicus? Hoewel ik sympathie en empathie heb voor sommigen onder hen zou ik toch nog liever een vuilnisman of een visser zijn. Bijna alle politici die nu in ‘onze’ talloze regeringen zetelen vervullen mij met een diepe afkeer. Een klein land als België heeft niet meer dan één regering nodig: daar zouden de intelligentsten, de moedigsten, de meest integeren, degenen die het beste kunnen luisteren en leren een plaats in hebben. Mijn lijstje zou niet echt snel gemaakt zijn, maar wel kort. Ik denk dat tien ministers kunnen volstaan.
 

Maar ik wilde het helemaal niet over politiek hebben, hoe kan ik me toch altijd weer op een dwaalspoor raken! Ik wilde gewoon even aankondigen dat ik aan een jaaroverzicht werk. Dat wordt geen reeks lijsten, met beste elpees, films, boeken en zo. Ik heb al een idee voor een andere aanpak. Ik baseer me op mijn emoties en op wat ik me nog kan herinneren. Zonder in kranten, tijdschriften en andere blogs te gaan kijken. Mijn overzicht zal los staan van de objectieve tijd, er zal plaats zijn voor bijvoorbeeld een film uit 1951, een elpee uit 1967, een boek uit 1848, de glimlach van een meisje op een plein in Berlijn, de stem van een zangeres die al lang dood is, een zin van Cesare Pavese, een bar in Barcelona, bepaalde diersoorten, sterrenbeelden, denkbeelden, gedichten, gesteenten, medicijnen, wijnen, schoenen, soorten vervoer en vervoering, op dit ogenblik nog onbekende vogels, wijze Chinezen, afgoden, gitaarsolo’s, mandolinemerken, tulpen en hoge gebouwen. Ik beweer niet dat mijn overzicht zo overzichtelijk zal zijn, maar het is een mogelijkheid. Ik moet er nog eens een nacht over wakker liggen.

Tekening: Rhinocerus, Albrecht Dürer, 1515.

29-08-06

EEN LIJST VAN DE WERELD

lijsten,categorieen,borges,bunuel,bob dylan,chinese encyclopedie,surrealisme,films

Ik houd van lijsten als absurde, willekeurige opsommingen. Het is me daarbij niet te doen om de wereld overzichtelijk te maken of er hiërarchie in aan te brengen door opdelingen in soorten. Ik wil categoriseren noch catalogiseren. De lijsten waar ik van houd maken de wereld alleen maar chaotischer. Dat is de bedoeling. Wat ik ermee beoog is dat ze inspiratiebron worden en de fantasie stimuleren. De lijsten die ik bewierook bevatten bijna altijd een surrealistisch element. Er komen zaken in terecht die er niet in thuis horen, of het na elkaar plaatsen van twee elementen veroorzaakt een schaterlach. Twee grootmeesters van de opsomming (en in zekere zin van lijsten) zijn Luis Buñuel en Jorge Luis Borges. Bob Dylan kan er ook goed weg mee, bijvoorbeeld in A Hard Rain’s A-Gona Fall. 


De lijst die ik wil maken - geïnspireerd door een artikel van Chris Petit in 1OOO Films To Change Your Life (het hele boek is een lijst) - is een zeer subjectieve aangelegenheid en heeft ongeveer alles met de herinnering en de waarneming te maken. Een haarlok of zelfs een wenkbrauw kan er even belangrijk zijn als een aardbeving (willekeurige voorbeelden, die waarschijnlijk niet in de lijst zullen voorkomen). Het is een vorm van autobiografie. En door de klank van de woorden en de magie van de namen, en de volgorde waarin alles wordt geplaatst zal de lijst tevens een - bijna episch - gedicht zijn.

Dit is een zeer bekend maar onovertroffen voorbeeld:

“Dergelijke dubbelzinnigheden, overbodigheden en onvolkomenheden doen denken aan die welke Dr. Franz Kuhn toeschrijft aan een bepaalde Chinese encyclopedie, getiteld Hemels Emporium van welwillende kennis. Op die pagina's uit een grijs verleden staat geschreven dat de dieren zijn te onderscheiden in a) toebehorend aan de Keizer, b) gebalsemd, c) getemd, d) speenvarkens, e) zeemeerminnen, f) fabeldieren, g) zwerfhonden, h) die welke in deze classificatie zijn opgenomen, i) die welke tekeergaan als dwazen, j) ontelbare, k) die welke zijn getekend met een heel fijn kameelharen penseel, l) enz., m) die welke net een vaas hebben gebroken, n) die welke in de verte op vliegen lijken.”
J.L. Borges, De analytische taal van John Wilkins.