08-03-16

LICHT IN DE CAMERA OBSCURA

0CHARULATA1.jpg

Hoewel ik nog maar een drietal films van Satyajit Ray heb gezien weet ik nu al dat hij tot mijn uitverkoren regisseurs behoort. Om een of andere reden kwam ik er maar niet toe om zijn werk te bekijken, met uitzondering van ‘Jalsaghar (The Music Room)’ uit 1958, die ik zonder enige overdrijving geniaal vond. De voorbije dagen had ik het grote genoegen ‘Mahanagar’ (The Big City) uit 1963 en ‘Charulata (The Lonely Wife)’ uit 1964 te kunnen bekijken.

‘Jalsaghar’, ‘Mahanagar’ en ‘Charulata’ zijn serene vertellingen, traag en meeslepend, groots en eenvoudig, verheven en banaal, beschouwend en impulsief. Satyajit Ray speelt het klaar om op twee uur tijd een problematische microkosmos – bijvoorbeeld een groot gezin - begrijpelijk te maken, om personages die het zoals de meeste mensen moeilijk hebben met zichzelf, met elkaar en met de wereld levensecht en tot in het diepste van hun gedachten (zichtbaar in hun gebaren, gelaatsuitdrukkingen en blikken) voor de toeschouwer toegankelijk, 'voelbaar' te maken. Rijk geschakeerd in hun zwartwit, helder in hun melancholie, verward in hun vrolijkheid – zo zijn de eenzame vrouwen en mannen in deze verhalen met een universele zeggingskracht en een impliciete humanistische ‘boodschap’.

Ik prijs me gelukkig dat ik tijdens de voorbije donkere dagen troost heb kunnen vinden in het licht van twee grootmeesters van de film. Dank zij kunstenaars als Robert Bresson en Satyajit Ray wordt het in de camera obscura die mijn hoofd maar al te vaak is niet zonnig, dat zou onnozel zijn, maar toch helder. Elke vorm van verlichting die tastbaar, voelbaar wordt maakt het leven draaglijker en rijker.

0THEBIGCITY-MAHANAGAR.jpg

Stills: Charulata; Mahanagar

 

24-02-16

OP ZOEK NAAR EEN VLAG DIE DE LADING DEKT

dagboek,journal,journaal,dagboeknotitie,kroniek,relaas,schrijfsel,aantekening,kenneth patchen,albion moonlight,henry miller,leuven,vriendschap,vriend,vriendin,boeken,sylvia plath,goncourt,george orwell,café,licht,pijn,verdriet,boosheid,gezelligheid,tekens,tekeningen,betekenis,begin,cultuur


Is het omdat ik herbegonnen ben met een soort van dagboeknotities dat ik gisteren drie dagboeken heb gekocht? Ik was in Leuven om er met een goede vriend enkele aangename uren door te brengen, pratend over de films die we onlangs hebben gezien, boeken die we hebben gelezen, en bijwijlen ook, als het niet anders kon, over politiek. Als ik in Leuven ben ga ik meestal even bij De Slegte binnen en soms ook bij Fnac. In Brussel is er al een tijd geen De Slegte meer, en de afdeling Nederlandstalige literatuur in de Fnac in de hoofdstad wordt elke dag wat kleiner. En zo kwam het dat mijn oog viel op de dagboeken van Sylvia Plath, Edmond en Jules de Goncourt en George Orwell.
De aankoop houdt met mijn eigen dagboeknotities geen verband. Mocht ik science-fiction schrijven of, om in mijn levensonderhoud te voorzien, Vlaamse pornofilmkens maken, zou ik deze werken ook aangeschaft hebben.
Overigens mag het wel duidelijk zijn dat mijn schrijfsels geen ‘echte’ dagboeknotities zijn. Indien dat wel het geval was zou ik ongetwijfeld schrijven over mijn vriend J. (met wie ik gisteren in Leuven een afspraak had), over hoe hij eruitziet, wat hij me vertelt, zijn fysieke conditie, de kleur van zijn jas, en zo meer; en ook zou ik het hebben over S. (bij wie we zondagmiddag op visite waren) en haar man en haar twee kinderen en de taartjes en de koffie en de kleur van de pas geverfde muren en de buren en zo meer. Wat ik duidelijk niet doe. Dus dit is geen dagboek. Maar wat is het dan wel?

Vorige nacht zat ik met R. en G. in een ouderwets café, zo een waar alle mogelijke soorten mensen iets komen drinken, een beetje zoals de Cirio maar beter verlicht en met minder pluche. We zaten aan het raam in het felle zonlicht. Al gauw zag ik dat R. ontevreden was over iets. Had ik iets verkeerds gezegd, was er iets mis met de kleur van mijn hemd? Ondanks het zonlicht was haar aangezicht in schaduw gehuld. Haar ogen, waar ik de glinstering en zachtheid in zocht die ik er altijd in zie, hadden iets hards gekregen, iets vijandigs. Weinig doet meer pijn dan de boosaardige blik van iemand die je als je beste vriendin beschouwt. Ze was echter nog niet bereid om te zeggen wat haar zo stoorde. Wel ging ze wat verder weg van me zitten, alsof ze al niet meer bij ons gezelschap hoorde, alsof ze zich al voor ons schaamde. ‘Kun jij nu nooit eens een plek kiezen die een beetje van deze tijd is, een beetje modern”, riep ze uit. “Want jij met je gezelligheid altijd!”.
kenneth patchen.jpg

Hoewel ik soms wat droomrafels onder woorden probeer te brengen is dit toch ook geen nachtboek. Ik heb al eens geschreven dat hoochiekoochie een ‘kroniek’ is, maar dat was bluf. Ik vond dat het woord goed klonk en de verwijzing naar Bob Dylans ‘Chronicles Volume One’ streelde mijn ego. Voor een deel dekken ‘kroniek’ en ‘relaas’ wel de lading. In het Engels heb je naast ‘diary’ ook nog ‘journal’. Misschien komen deze geschriften meer in de buurt van zo’n ‘journal’? Ik denk dan onder meer aan het waarschijnlijk al wat vergeten kleinood ‘The Journal Of Albion Moonlight’ van Kenneth Patchen. Over ‘Albion Moonlight’, het alter ego van Patchen, schreef Henry Miller dat hij “de meest naakte man [is] die ik ooit in de literatuur ben tegengekomen.” Kenneth Patchen brengt waarheidsgetrouw, onbevreesd verslag uit van het leven van zijn hoofdpersonage. Zo wil ik eigenlijk ook over mijn hoofdpersonage schrijven, het personage dat ik tegelijk zelf ben en niet ben. Ja, ‘Het dagboek van Albion Moonlight’ (titel van de vertaling door John Vandenbergh’) is een goed voorbeeld. Maar het woord ‘journaal’ is onbruikbaar. Weet je wat, ik zal het bij ‘aantekeningen’ houden. Daar kan ik alle kanten mee uit, zelfs die van de tekens en de tekeningen. Is onze cultuur niet begonnen met tekeningen?

[Als titel had ik eerst ‘Op zoek naar een vlaag die de landing denkt’, maar dat was wat vergezocht. Dat was weer ander proza.]
albion moonlight.jpg

 

27-04-14

FOTOGRAFIE EN DIEFSTAL

APARTMENT.png

Waar hadden we het ook alweer over? De tijd, de geschiedenis, wat razendsnel of folterend traag voorbijgaat, de momenten die van ons gestolen worden, ook al doen we er alles voor om ze, kostbaar als ze zijn, tot onze eigendom te maken, alsof ze op die manier onvergankelijk zouden worden.
Wie steelt die momenten van ons? Wijzelf, omdat we onszelf niet zijn, omdat we nooit onszelf waren en het ook nooit zullen worden. Al op jonge leeftijd vingen we glimpen op van onze vervreemding, al vroeg voelden we ons nergens thuis, zonder dat we daar veel aandacht aan schonken. Neen, we sloegen zijpaden in, die van verdoving, kunst, seks, werk, liefde, geweld, motoren, reizen naar exotica, naar wereldsteden. Leverde het iets op?
We wisten dat we ballingen waren, maar we zochten niet naar ons land van herkomst, of als we het toch deden vergisten we ons: we dachten dan dat het een paradijs was, een halfvergeten droom, een utopische streek uit een roes voortgekomen, ver weg in de toekomst gelegen, voorbij de bergen van Aghanistan of, erger nog, in onze prille jeugd verzonken, een Atlantis in de baarmoeder dachten, in navolging van Georg Groddeck, sommigen van ons.
groddeck.jpg

Nochtans zijn het mooie en sterke momenten. Ze vullen alleen al bij mij duizenden bladzijden en als ik even op internet ga, vind ik er in een oogwenk miljoenen, foto’s, liederen, gedichten, films, onvoltooide gedachten, vluchtige ideeën over vlinders en sterrenstelsels, over om het even wat zovelen van ons interessant lijkt. Ze zijn sterker dan ons leven, dan alles wat ons een geheel maakt, wat ons de illusie van een identiteit geeft. Net daarom vallen wij in stukken uiteen, fragmenten van wie we dachten te zijn, die wij niet meer kunnen bepalen; net daarom verliezen we onszelf in vluchtigheid en verval, net daarom duurt de tijd zo lang soms en zo kort als adem in herfstlucht. Elk moment waarvan we denken dat het ons bepaalt, en dat we zo stevig proberen vast te houden, maakt ons zwakker, we geven ons eraan over, overhandigen ons hart, onze ziel, of wat daarvoor doorgaat. Elk moment dat we op die manier beleven is een blootstelling aan het oog van de nieuwsgierige fotograaf, noem hem gerust onze dubbelganger: hij is op onze ziel belust, of een stuk ervan, hij is de dief van onze kostbare momenten. Je maakt het elke dag mee. De media overspoelen ons met stukken van onze ziel. Omdat we onszelf niet kunnen zijn laten we ons bestelen, bestelen we onszelf, door onszelf te verkopen, niet eens aan degene die het hoogste biedt.

Lou_Doillon-Olivier_Zahm-Purple-02.jpeg

Zo gaan we een leven lang op de loop voor onszelf, op de vlucht voor mislukking, misprijzen, miskenning, op zoek naar voldoening, wraak, vervulling. Dat doen we ieder op onze manier op voor bijna iedereen herkenbare wijze. De sporen daarvan zijn onze geschiedenis, die ons in boeken en films wordt afgenomen, omdat hij ons gepresenteerd wordt, en daardoor het andere wordt, met ongewilde betekenissen overladen.


We vluchten voor wat we onze schaduw noemen maar zoeken hem ook. Hij fascineert ons. Wie zijn wij, wat zijn wij als wij in de spiegel kijken, of als iemand ons vanop de rug ziet, zoals in films? Wat is er van ons aanwezig in onze schaduw? Zijn wij het, ontdaan van onze eigenschappen, herleid tot de essentie die nooit een echte essentie is, vanwege de beweeglijkheid, het licht? We weten niets. Kort nadat we onze dubbelganger hebben ontmoet, schrijft Gérard de Nerval, gaan we dood. Het is een bekende geschiedenis, vaak beschreven, het is die van het verhaal van het land Luz en van Isfahaan, Nesf-e-Jahan, waar Avicenna operaties uitvoerde en zijn leer verkondigde. We kunnen liefhebben, vluchten, vechten, maar nooit zullen we levend ontsnappen aan het labyrint dat we zijn en waarin we onszelf, verraders, keer op keer ontmoeten.
avicenna_painting.jpg

 

17-03-14

NOG VOOR DE TIJD BEGON

la luna.jpg

Nog voor de tijd begon. Nog voor de tijd begon kende ik je naam, reikte ik naar je handen, nam ik je in mijn armen. Je handen schilderden bloemen in de velden waar we gingen, wolken in de lucht. En altijd lagen we bij het water te lachen of te drinken. Altijd was er muziek van sterren en dansten we en zeiden we: je bent mijn spiegelbeeld, je bent mijn a tot z, altijd nog voor de tijd begon.

Zo kon je mij verkwikken, je dorstige en onbekende soldaat. Van voor het begin ongewapend en ontregeld à la Rimbaud, elk ogenblik vurig als je woorden, de schaarse en sublieme woorden die je me schonk. En zo kon ik je zingen, je hele lichaam, je stem, je bliksem, jij gekke soprano!

Nog voor de tijd begon ging ik al niet meer op zoek naar jou. Ik herkende je in de velden, in de wolken, in het bergpad, in de wassende maan. Overal riep je me toe, met zachte stem, dat ik moest ontstaan, dat ik je toe moest roepen, met zachte stem. Overal zong je me tot leven en herkende je me. In de velden herkende je me, in de bomen, in de irissen en het riet, in de afwezigheid van clausules en argumenten. Je herkende me in mijn lied voor jou. Het lied dat je nog voor de tijd begon voor me zong, het lied dat ik dronk, dat me dronken maakte, waarin ik verdronk en waaruit ik ontstond. Ontsta!, riep je. Je stem een droom van wolken, een droom van rivieren.

Herken mij. Herken je mij? Ik herken je. In jou herken ik je. Ik blijf mij jou in mij herkennen. Nog voor de tijd begint blijf ik zo. Of klim ik zoals in een ander lied, vergeten al, langs de letters van je naam omhoog, een touwladder naar de maan. Daar zit ik dan naast jou te kijken naar onze tijd hier op aarde, nog voor de tijd begon. Het gerinkel van de tijd hier en alles wat ik over jou en mij verzon.

le-voyage-dans-la-lune-oeil (1).jpg

09-01-14

WOLKEN

IMG_0073.JPG

Een blik door het raam deed mij de woorden waar ik naar op zoek was nog voor ik ze vond al vergeten. Is dat mogelijk? Dat moeilijk te begrijpen ogenblik tussen ontstaan en er zijn, hoe vat je dat? Ik weet het niet. Maar wat ik zag waren wolken, gewoon maar wat wolken, dichtbij heel donker, verder weg helder, wit als mijn scherm, maar zachter van licht, en recht voor me het begin van een zon, of het einde, want het was bijna vijf uur, dat wist ik zonder op de klok te kijken (ik was net beneden in de keuken een glas water gaan halen). In de dakgoot in het huis aan de overkant zag ik de reflectie van het wit in die lucht in het regenwater; ja, in die kleine spiegel, of eerder een bijna volmaakte scherf, ontwaarde ik een spiegelbeeld van iets groots. En dat grootse was toch ook weer heel klein in vergelijking met het nog veel grotere daarachter, daarboven, daaronder, overal (of bijna overal waar je kon denken als je nog kon denken in een situatie als deze, aangeraakt als je was door Apollo, zoals Hölderlin zegt).

Misschien was ‘ontwaren’ het woord dat ik zocht, want waarom schreef ik dat hier nu neer? Dat gebruikt toch geen mens meer, het is zo verheven, zo zweverig, zo helemaal niet van deze tijd vol ijverzucht en eigenbelang.

Kijk nu, rechts voor me staat een gebouw van de Anderlechtse Haard in brand, van de zon is dat, ook al is de zon niet meer zichtbaar. Een felle oranje gloed, bijna van menselijke makelij, maar zelfs Rothko zou dit niet kunnen en niet willen overtreffen, en daarboven een heel stuk aangetast wit. 

Geen winterse wolken zie ik. Het zijn stormwolken, het is een storm die voor mijn ogen vorm krijgt. Ik hoor echter geen enkel geluid. Sam Cooke heb ik het zwijgen opgelegd; ik geloof dat ik dat nooit eerder heb gedaan. ‘Touch the Hem Of His Garment’, zong hij. Was het een teken? Nee, dat denk ik niet, het is gewoon een lied. Mocht god bestaan had niemand Sam Cooke doodgeschoten in een ranzige motelkamer, mocht god bestaan zou ik ook niet verlangen naar jou maar naar hem. Nee, hij bestaat niet. Maar wel de wolken, nu stilaan een donkere, wat dreigende massa geworden.

...

Foto: Martin Pulaski, 21 april 2013 

16-06-13

BOB DYLAN'S RENALDO & CLARA

masterpiece snip.PNG

De meeste stervelingen die ik ontmoet, in de wereld of op papier, en zeker popmuziekrecensenten, houden niet van ‘Renaldo & Clara’. Of ze hebben er ronduit een afkeer van. Ze hebben er nooit van gehouden en ze zullen er nooit van houden. Ze geven er niet om. Ze vinden het een onding. Ze zeggen dat het een volstrekte mislukking is, een egotrip, alles behalve een behoorlijke film (een film zoals het hoort). Dat getuigt van verregaande luiheid, gebrek aan interesse en openheid; het getuigt vooral van domheid.

Iemand die bevooroordeeld is kan deze ongewone film niet begrijpen. Zo iemand zal zo vlug mogelijk een oordeel vellen, zal de film 'slecht' vinden, of 'goed', zelfs (wat op hetzelfde neerkomt). Zo iemand zal hem niet kunnen categoriseren, hij heeft er geen genre voor binnen handbereik, geen herkenbare stijl, er zijn geen referenties naar grote voorbeelden uit de filmgeschiedenis of populaire kunsten mogelijk (toch wel hoor, die voorbeelden zijn er wel).

Maar iemand die aandachtig is en nieuwsgierig, die ogen en oren open houdt, die nadenkt, zal iets dergelijks zeker niet doen: 'Renaldo & Clara' is geen willekeurige, overbodige of pretentieuze aaneenschakeling van beelden. Het is een kunstwerk dat tegen de tijd inging en er nog altijd tegen ingaat en tegelijkertijd een getuigenis is van de tijd waarin het is gemaakt. Onderdompeling en transcendentie.

Bob Dylan is - zoals Buñuel - gefascineerd door het mysterie, het geheim, dat centraal staat in de poëtische ervaring en in de religieuze belevenis. In alles wat helder lijkt is er iets duisters aanwezig. Iets duisters dat zich aan het oog onttrekt door de diepte en de uitgestrektheid van alles wat licht is (door de zon belicht, enz.). Wat heeft deze duisternis te betekenen? ‘Cet obscur objet du désir’, zoals Buñuel het noemt, is een object/subject dat, als Proteus, om te ontsnappen aan de jager (een metafoor voor het bewustzijn), voortdurend van gedaante verandert. Een object dat nabij is èn onbereikbaar, zoals de sterren en de bliksem. De personages van Dylan zijn niet alleen loyaal aan hun geliefden maar zeker ook aan de sterren daar hoog boven hen. De sterren die van hen houden, hoe kan het anders, zoals in de film 'Somebody Up There Likes Me' van Robert Wise en het gelijknamige lied van David Bowie. De sterren die zich sneller dan het licht van hen verwijderen. En de geliefden die niet omkijken omdat ze artiesten zijn en hun liefde in waanzin is verdronken.

Dylan stelt het probleem van de roem (Robert betekent 'schitterend door roem'), de beroemde kunstenaar, het idool. Hoe kan iemand die door massamedia en publiek tot idool of ster is uitverkoren integer blijven? Het publiek eist hem op, zijn leven wordt in beslag genomen door de openbaarbeid, door het publiek, door het spektakel. Het 'ware ik' verdwijnt, wordt een troebel symbool, onzichtbaar of opaak, verstart in een ‘public image’, of – wat het allerergste is in deze tijd, nu - in een ‘icoon’:

“You're invisible now,
You’ve got no secrets to conceal.”

De transparantie van het masker, in het begin van de film. Onder het masker een ander masker, dat van de performer Bob Dylan, de clown met wit gelaat, die de dromen, fantasieën en verlangens van Renaldo 'exposeert' op het podium.  Exposeert, ontwikkelt : zoals je een film ontwikkelt, een rode loper uitrolt, een landkaart openvouwt, zoals een bloem ontluikt dankzij het licht van de zon. Exposeert eveneens in de betekenis van 'verwoorden' (denk aan exposé, maar ook aan het klassieke 'expositio').

Wie is Renaldo? Renaldo is de goede heerser zegt ons het woordenboek van voornamen. En wie is Bob Dylan? Een mythe? Een zoon van de golven, duistere zoon van de zee? Ongetwijfeld.

De film weerspiegelt een realiteit; maar de montage en zeker ook de ‘cadrage’, het ritme, de banaliteit van de ‘fait divers’, en uiteraard de muziek, maken het mogelijk door die realiteit heen te kijken, helder te zien, als een clairvoyant, zodat de ware toe-schouwer een diepere werkelijkheid te zien krijgt.  Een diepere werkelijkheid die tegelijkertijd oppervlakte is, want er is geen diepe diepte, zoals er geen oppervlakkige oppervlakte bestaat. Bob Dylan is hier – misschien tegen wil en dank, want hij is een dwarsligger - in geslaagd (net zoals Andy Warhol/Paul Morrisey in ‘Trash’, ‘Flesh’ en ‘Heat’).  De film is integer als getuigenis, als onderzoek, als protest, als visueel gedicht. Een voorbeeld van integriteit: de vrouwen worden niet uitgebuit, verschijnen niet als louter lustobjecten. Zelfs in de bordeelscènes, als hoeren, zijn ze bovenal vrouwen van vlees en bloed en geest. ‘Renaldo & Clara’ is onder meer een loflied aan de vrouwen. Ze zijn allen even mooi, allen heten ze Clara - radiant beauty, schitterende, stralend-witte godinnen zoals in het baanbrekend werk van Robert Graves,'The White Goddess'.

Het wordt de hoogste tijd om ‘Renaldo & Clara’ opnieuw in roulatie te brengen en vervolgens op dvd/BluRay en alle andere mogelijke beeld- en geluidsdragers aan film- en muziekliefhebbers ter beschikking te stellen. Hetzelfde mag overigens ook gebeuren met de films van Jacques Rivette en Jean Eustache. Misschien kunnen we dan vaststellen dat de jongere generaties minder bevooroordeeld en minder dom zijn dan de oudere?

Trash.jpg

 

13-06-13

COWBOY EN INDIAAN

Macadam, zo werd de Midnight Cowboy genoemd:

De jonge man die zich aan oudere vrouwen kwam verkopen.

Macadam. In de stad Brussel was dat zijn naam.

Jazeker, leg maar het verband tussen nacht, asfalt en cowboys.

Of noem het gewapend beton.

Zo vaak rust je blik op dat materiaal.

Kijk maar, je ziet het niet.

Je weet niet wat het is.

Een huid van beton over de warme aarde.

De rijke aarde, oker en groen als jonge citroen.

Voor jou zo goed als niets.

Niets om over naar huis te schrijven.

Tot je even je blik scherp stelt  en aan het denken slaat.

Zoals in het donker de dichter dat doet.

 

Wat een gedoe op die harde grond.

Voetsporen, speeksel, sperma, crack, de hele beschaving is er gepasseerd.

Dagen, nachten stapten daar avonturiers van het alles en niets.

Moedeloos of overmoedig gingen ze over de lijn:

waar is de grens als zoveel glanst?

Nee, op lijnen kon je niet rekenen om meer te weten te komen.

Wat was er opeens zo raadselachtig aan steen, en niet eens echte?

Je wist het niet.

Er waren geen woorden, geen tekens voor.

Zo moest je dan Indiaan worden, je hoofd tegen de grond.

Zo kon je misschien nog een spoor horen.

 

20-03-13

DROOMWANDELING

a trip to guimaraes

Foto: Martin Pulaski, 2012.

03-12-12

EEN OGENBLIK IN SERRALVES

serralves.jpg
Martin Pulaski, Serralves (Porto), 11 november 2012.

In de boekwinkel van Fundacão Serralves sloeg ik op een willekeurige plaats een willekeurig boek open (essays over hedendaagse kunst). Ik las dat de essentie van de kunst is: het leven zoveel mooier en beter maken dan de kunst. Ik was niet naar Serralves gekomen voor de kunst. De man van het Cale Hotel, waar ik logeer, had me gewaarschuwd dat de tentoonstellingsruimte gesloten was. Ik was er voor het park, een van de aangenaamste plekken die ik ken. Daar vond ik het leven opeens overweldigend, het leven en de wereld rondom me, met de zon die mijn lichaam verwarmde, met de dwarrelende kleuren van de herfst en de verrukkelijke tinten -  onnoemelijk veel kleurschakeringen - van het water, het water dat misschien nog beter en mooier is dan het leven, het water dat de essentie van het leven is. Alles zoals het op dat ogenblik was – want de tijd was stil blijven staan, was alleen nog moment – was voldoende, was alles. Wat diep binnendrong in mij, een immense en tegelijk erg zachte kracht, kon mij verzoenen met jou en kon me verzoenen met mezelf.

~~~~

Oorspronkelijk gepubliceerd op 11-11-12.

24-03-09

EEN ONDERGRONDS BESTAAN



another life (1973)

In die dagen leefden we een vreemd leven. Maar het leven dat ik nu leef lijkt me soms veel vreemder. Niet slechter, niet beter, vreemder. Hoewel ik nu weet waar ik naartoe ga, waar ik ben, waar ik vandaan kom, ben ik toch ook meer onzeker, twijfel ik meer, en moet ik vooral veel meer inspanningen doen om te zijn wie ik wil zijn. In die dagen klonk ik nooit als een muis, nu wel... Maar als ik er wat langer over nadenk: wat is er mis met een muis? Sommige muizen kunnen heel goed dansen, andere zingen de hele nacht door, of chatten er lustig op los alsof hun leven er niet van af hangt. Er bestaan zelfs muizen die niet eens bang zijn voor Virginia Woolf.

Weet je wat: play that fast thing one more time. Ooit vertel ik de geschiedenis van deze foto en van veel andere van mijn foto's. Maar mijn tijd is er nog niet rijp voor. Ik heb er de juiste woorden nog niet voor gevonden. Ik ben er nog niet voldoende gelukkig voor. Ik moet nog een tijdje door de vallei van de schaduw van de dood gaan, en elders, waar het nog donkerder is. Omdat het anders nooit voldoende helder wordt. Het is een weg naar het licht, maar zonder enige religieuze connotatie.


Foto: Martin Pulaski, 1973, Watermaal-Bosvoorde.

18-12-08

MAN IN HET DONKER (EN HET LICHT)

lezen,boeken,tijd,reizen,licht,hanif kureishi,buiten,depressie,eels,donker,geheugenverlies,landschappen,haruki murakami,rilke,paul auster,tijdverdrijf,binnen,stendhal,terugblik,jaaroverzicht,richard yates,poe,william styron,philippe claudel,george eliot,elias canetti,siri hustvedt,peter ackroyd,cormac mccarthy,mark oliver everett,richard rorty,jospeh roth,banana yoshimoto,martin frost


Ik wil geen negatief klinkend jaaroverzicht schrijven. Maar ik wil toch beginnen met de waarschuwing dat ongeveer alles wat ik in 2008 beleefde in het teken stond van neerslachtigheid, melancholie, burn out, chronische vermoeidheid en de vloek van antidepressiva. Mijn geheugen is erdoor achteruit gegaan. Zowel synthetisch als analytisch denken valt me moeilijk. Ik ben bang voor cijfers, maar dat heb ik altijd wat gehad. Faalangst gecombineerd met perfectionisme. Ik wil zoveel mogelijk meemaken, bijwonen, zien, maar ik kan om een mij onbekende reden nog maar moeilijk de deur uit. Mijn levensgezellin stimuleert me daarin, zij is er nauwelijks in geïnteresseerd om – vooral ’s avonds – nog buiten te komen. Net als ik houdt ze van het leven en de kunst maar het werk slorpt het leeuwendeel van haar energie op.

In weerwil van die donkere schaduwen die op mijn levenspad vielen heb ik ook helder licht gezien, momenten van schoonheid beleefd, en fijne, lieve mensen ontmoet of er onrechtstreeks mee gecommuniceerd. De vriendschap is gebleven, ik haat niet, ik verkies nog steeds de liefde boven de oorlog. Ik ben vaak in mijn kamers gebleven maar heb ook korte, intense reizen gemaakt. In het zonlicht viel alle ellende van me af. Ik was dan soms opnieuw in de wereld, tegenwoordig, verzoend met mijn omgeving en met mezelf. Aan de Atlantische oceaan voelde ik een soort extase bij het zien van die immense hemel, met slechts hier en daar een wolk. En zover je kon zien alleen maar zand, water, schelpen. In de verte twee wandelaars. En ver achter mij mijn vrouw die rustig op een bank zat te lezen in een boek van Murakami.

Haruki Murakami heeft mezelf ook genoegen gedaan. Ik denk dat hij de beste schrijver van deze tijd is, maar ik kan er moeilijk over oordelen, omdat de tijd van het vele lezen voor mij voorbij schijnt te zijn. Wat ik doe is terugdenken aan de boeken die ik vroeger heb gelezen. Soms neem ik er nog eens een ter hand en lees een fragment. Hölderlin, TS Eliot, James Joyce, Cesare Pavese. Altijd kleine stukjes. Gewoon een boek vasthouden, er eens aan ruiken, is al een plezier. Ik las voor het eerst een boek van Richard Rorty, ‘Contingentie, ironie & solidariteit’: het maakte grote indruk op me. Hij is een filosoof die ik over het hoofd heb gezien toen hij nog leefde.  Mijn vriendin Inge wees me op het bestaan van Richard Yates. ‘Revolutionary Road’, een roman uit 1961, is droevig maar mooi een honderd procent echt. Er wordt veel in gedronken. Gelachen heb ik vooral met Hanif Kureishi. In zijn roman ‘Something To Tell You’ herkende ik heel veel van mezelf. Kureishi schrijft over mijn generatie, of liever, over de kleine minderheid van mijn generatie die het in het midden van de jaren zestig aandurfde een ander leven te gaan leiden, voor nieuwe muziek, film, theater en mode te kiezen. Want vaak wordt gezegd, die of die generatie, en dan worden daar alle positieve eigenschappen aan toegeschreven van die enkelingen die op hun tijd vooruit waren. Het spijt me als dit verwaand klinkt, maar zo is het nu eenmaal.

lezen,boeken,tijd,reizen,licht,hanif kureishi,buiten,depressie,eels,donker,geheugenverlies,landschappen,haruki murakami,rilke,paul auster,tijdverdrijf,binnen,stendhal,terugblik,jaaroverzicht,richard yates,poe,william styron,philippe claudel,george eliot,elias canetti,siri hustvedt,peter ackroyd,cormac mccarthy,mark oliver everett,richard rorty,jospeh roth,banana yoshimoto,martin frost

Ik heb nog andere mooie, ontroerende boeken gelezen, waaronder ‘Grijze Dagen’ – de titel zegt al veel - van Philippe Claudel, het zeer poëtische maar beangstigende ‘The Road’ van Cormac McCarthy, een geniale schrijver die dankzij de broers Coen ook in dit land wat meer aandacht kreeg, een aantal romans van de onvolprezen Joseph Roth (met dank aan Bart D., om mij hier op te wijzen), ‘Het duister zichtbaar’, een boek over depressie, van William Styron, ‘Party tijdens de blitz’ van Elias Canetti, ‘Kitchen’ van Banana Yoshimoto, een Japanse schrijfster die ik op het spoor kwam dankzij mijn Portugese vriendin Cristina, Rilkes ‘Brieven aan een jonge dichter’, ‘Poe – A Life Cut Short’, een korte maar uitstekende biografie van Edgar Allan Poe door Peter Ackroyd, een meester in het genre. Deze zomer had ik het genoegen een van mijn literaire helden, Paul Auster, in levenden lijve te zien in het Paleis voor Schone Kunsten, waar zijn film ‘The Inner Life Of Martin Frost’ werd vertoond. Ik zou het nooit geweten hebben als Valérie er me niet over had aangesproken. Paul Auster heeft prachtige ogen en een heel mooie vrouw, Siri Hustvedt, die er gelukkig ook bij was. Na afloop was er een signeersessie, maar ik had geen zin om in die lange rij te staan voor een handdruk, een handtekening (en een glimlach van Siri Hustvedt). Ik ben wel meteen haar boek gaan kopen en heb het ook gelezen. ‘The Sorrows of An American’ is zeer mooi geschreven, maar de plot bracht me soms in de war. Overigens is het hoofdpersonage net als in Kureishi’s laatste roman een psychoanalyst. Net wat ik nodig heb. Vanzelfsprekend heb ik Paul Austers ‘Man in the Dark’ in een ruk uitgelezen, en nu ben ik alweer vergeten waar die roman eigenlijk over ging. Dat geheugen! Maar ik val in herhaling.

De mooiste, rijkste, heerlijkste boeken die ik het voorbije jaar heb gelezen zijn twee klassiekers: ‘Middlemarch’ van George Eliot en ‘Lucien Leuwen’ van Stendhal. Hieruit mag duidelijk blijken dat ik geen recensies lees, maar me wel laat adviseren door vrienden. Oh, ja, een erg boeiend boek is ook ‘Things the Grandchildren Should Know’ van Mark Oliver Everett, beter bekend als zanger/songschrijver van Eels.

Tussen dat lezen door at ik aardappelen, soep, vis, brood, dronk wijn en luisterde naar muziek. Meer daarover in een volgende aflevering.

27-11-08

ALSOF HET AL LENTE IS

BLUESKY

Zal ik schrijven, ik zit opnieuw in een neerwaartse spiraal? Hoe kun je nog woorden vinden om je gedachten, je emoties, je gevoelens precies, adequaat en oorspronkelijk uit te drukken? Alle woorden lijken besmet, vervuild, vermolmd, ze ruiken naar mottenballen, naar muffe gordijnen. Geleidelijk aan, neen eerder bruusk, maakt opnieuw een leegte zich meester van je. Het is een echte leegte, geen metaforische, geen denkbeeldige. Een echte leegte, die niet alleen de woorden maar ook de beelden opzuigt, als een monster dat zijn eigen kinderen verslindt. Het is geen vallen, het is eerder een glijden, wegglijden naar een diepte waar zo goed als niemand je nog ziet.

Tijdens een moment van onoplettendheid ben je in een put afgedaald, net niet diep genoeg om je helemaal aan het zicht te onttrekken. Een deel van je hoofd, tot net onder je ogen, steekt nog boven de rand uit. Je kijkt je ogen uit: overal om je heen dwarrelen de kleuren van de herfst, mooiere vrouwen dan je je ooit had voorgesteld verdwijnen snel uit je gezichtsveld. Ze zijn niet onverschillig, ze zijn gehaast en hebben je niet gezien. Je geeft trouwens geen teken, je zingt geen lied, uit geen kreet. Je bent alleen, je hebt geen letters, geen muzieknoten bij de hand. Je handen zijn net zo leeg als je ziel, als je lichaam, wat op hetzelfde neerkomt, want de ziel en het lichaam zijn één. Je bezit nog enkele herinneringen, aan Italiaanse landschappen, aan een hotel in New York en the Flat Iron Building, aan een optreden van Mazzy Star. Je bezit nog enkele intieme herinneringen die je niet zomaar wenst prijs te geven. Zul je daar lang mee toekomen? Een overlevingspakket herinneringen en voor de rest leegte, diepe eenzaamheid, geen tranen, geen verdriet.

Je bent ervan overtuigd dat je opnieuw het pad omhoog zal nemen als de nodige woorden in jou de draad weer opnemen. Misschien neemt iemand je bij de hand en helpt je uit de duisternis naar het licht, misschien geeft zij je woorden van liefde om een werk mee te maken, een geschenk voor de schoonheid van de wereld. Want er is niet alleen maar oorlog en geweld, er is ook liefde. En als niemand je de hand reikt, ga je alleen naar boven. Ja, als het moet doe je het alleen. Geen mens zit jaren lang in een put. Je keert de stilte de rug toe en zoekt de stemmen op en viert een groot feest, het feest van de terugkeer. Alsof het al lente is.

Foto: Martin Pulaski, Het blauw van de hemel (Zuid-Portugal).

 

19-11-08

OP REIS GAAN NAAR HET ZUIDEN IS NIET GOED VOOR JE


hemelsblauw

In november zijn de dagen hier van een trieste eentonigheid. Met moeite raak je uit je bed, met tegenzin sta je onder de douche, poets je je tanden. Zelfs de koffie smaakt niet. Je vroegere gezwindheid heeft plaats gemaakt voor stramme leden. Eer je de ingang van metrostation Bizet hebt bereikt lijkt er een uur verstreken. In de metro lees je niet meer. Je wacht tot je er bent. Er. Op je werk zit je te werken, te geeuwen en te wachten op de avond. Om je heen hoor je gepraat, maar je begrijpt er niets van. Waar hebben ze het over? Michelangelo, warme woonkamers, de prijs van aardgas, kleine wijzigingen aan adviezen en rapporten? Je vreest dat je doof wordt, wat vreselijk zou zijn, want stemmen van zangers en zangeressen zijn je enige troost. Als je thuiskomt leg je meteen een plaat op. Je zou de volumeknop naar rechts willen draaien, maar dat past niet meer bij je leeftijd. En wil je de jonge benedenburen storen? Maar luide muziek zou heerlijk zijn, zou je even met dit donkere novemberland kunnen verzoenen. Led Zeppelin, the Who, Jimi Hendrix Experience, the Gun Club, the Clash.

Op reis gaan naar het Zuiden is niet goed voor je. Wat mis je, elke keer meer, het zinderende licht. Het blind en doof makende licht. Het licht dat liefde aan je onttrekt en ze aan de aarde schenkt. Je mist het zo erg dat je hier niet meer kan wennen, niet meer kan wonen.

Foto: Martin Pulaski.
 

01-10-08

IT'S ALL IN THE MIND, MAN

pop,vriendschap,droom,licht,autobiografie,cannabis,revolver,gitaar,elpees,rolling stones,wapen,the band,the beatles,nostalgia,led zeppelin,treinreis,1970,mondharmonica,1969,shangri-las,yellow submarine,der amerikanische freund,wim wenders,peter handke,voetnoot,middellandse zee,falsche bewegung,crosby stills nash   young

Blue Meanies.

Vorige nacht, ergens in een kleine stad aan de Middellandse Zee, zag ik E. terug, een oude vriend uit de tijd toen de Karmelietenstraat in Brussel nog niet was afgebroken. Hij deelde gedurende enkele maanden mijn kamer daar. We luisterden elke dag naar The Band, A Whole Lotte Love, Dèja Vu en Let It Bleed. We spraken niet veel, maar schreven gedichten. Als we toch iets zegden was het: It’s all in the mind, man. Dat kwam uit Yellow Submarine. In 1970 werd E. vanwege het schrijven over cannabis in de gevangenis gestopt. Toen hij weer vrij was, was hij zijn verstand kwijt. Kort nadien werd hij  in een instelling geplaatst. Terug in de ‘normale’ wereld heeft hij ons in 1977 van Brussel naar Antwerpen helpen verhuizen. Daarna heb ik hem nooit meer gezien. Tot vorige nacht.

Ik herkende E. meteen. Hij was nog helemaal dezelfde: jong, speels, een beetje onbezonnen, onberekenbaar. Hij leefde in een krotwoning en stal zijn eten op de markt. Van een louche handelaar kocht ik twee revolvers, een alarmpistool en een Lüger. E. wilde die wapens graag een tijdje houden. Dan kreeg ik zijn gitaar.  Maar ik kon niet meteen afstand doen van die aantrekkelijke gebruiksvoorwerpen, die ik nog maar pas had aangeschaft.

We brachten enkele dagen samen door. Dagen van onbezorgdheid, honger en dorst. Voor we afscheid namen wisselden we adressen uit. Ik maakte me er zorgen over dat ik het zijne zou verliezen. Ik wilde mijn oude vriend niet nog eens kwijtraken.

Terug naar ‘huis’ stapte ik op de eerste trein die het station binnenreed Het kon me tegelijk niet en wel schelen of hij in de goede richting reed. Ik verlangde naar mijn gitaar en mijn mondharmonica thuis. Het was overvloedig licht in de trein. De reis mocht dagen, weken duren.

Daarna werd alles weer alledaags en onwerkelijk.

25-08-08

LICHT EN PAPIER VAN WOLFGANG TILLMANS


wolfgang tillmans in hamburger bahnhof / subway seat

Dit is een beeld van Wolfgang Tillmans. In Berlijn in het onvolprezen Hamburger Bahnhof zag ik dit werk in zijn tentoonstelling 'Lighter'. Wolfgang Tillmans is een kunstenaar die bij de popcultuur wordt ingedeeld. Maar wat zegt zo'n categorie? Heel weinig. Tillmans maakt niet alleen maar foto's van jonge mensen uit de marge, maar werkt en denkt net zo goed abstract. Dat abstracte toont hij onder meer aan de hand van het materiaal dat hij gebruikt, bijvoorbeeld het fotopapier. Foto's zijn niet meer maar ook niet minder dan belicht papier.

Op het het eerste zicht zou je kunnen zeggen dat het beeld hierboven een afbeelding is van typische zitbanken in de Berlijnse U-bahn. Maar in werkelijkheid zijn het kleuren (licht) op papier. Het is materie. En als je het toch over afbeeldingen wilt hebben, kun je ook beweren dat dit een beeld van de oneindige ruimte is, met meer sterren dan de aarde zandkorrels telt. Overigens is de foto niet ingelijst maar doodgewoon met tape tegen de museummuur gekleefd. In een zaal van het museum staan een tiental glazen bakken waarin (soms uitvergrote) krantenartikels heel precies zijn uitgekozen. Daarin laat de kunstenaar als criticus de context zien waarin zijn werk ontstaat en gedijt.

Mijn gedicht 'Veelvuldig zijn de gedachten en de dingen' is een commentaar bij het werk van de zeer belangrijke kunstenaar Wolfgang Tillmans.

wolfgang tillmans in hamburger bahnhof : documents against creationism and other stupid lies


Foto's: Martin Pulaski.

13-06-08

LET THE MYSTERY BE

 

 


Ik ben terug uit Porto en om dat te vieren laat ik u luisteren en kijken naar Iris Dements 'Let The Mystery Be'. Voorlopig doe ik er nog even het zwijgen toe. De oevers van de Douro leggen nog teveel beslag op mijn gedachten. Toch dit: deze opname van 'Let the Mystery Be' is een fragment uit de fantastische 'Transatlantic Sessions', een tiental jaar geleden uitgezonden door BBC2. Iris Dement wordt onder meer begeleid door Molly Mason op contrabas, Russ Barenberg op gitaar en, als ik me niet vergis, Jay Ungar op fiddle. Voor mij is dit een magisch moment - alleen dit al, dit nog eens terugzien, maakt het de moeite waard om weer thuis te zijn. De vraag is of er veel meer redenen zijn. Toch ben ik blij dat ik met een wat frisser hoofd weer in het vaderland ben. Maar liever was ik bij de vrienden in Porto gebleven. Dicht bij de Douro, en het licht van de Atlantische Oceaan.

06-11-07

ALPHAVILLE - JEAN-LUC GODARD

 



Anna Karina en Eddie Constantine over de liefde.  Een prachtig fragment uit de filmgeschiedenis en de literatuur. De film zit namelijk vol verwijzingen naar en citaten uit 'Capitale de la douleur' van de Franse dichter Paul Eluard.

Voetnoot:
Toevallig of niet toevallig ontdekte ik dat dit zelfde fragment op de blog van Cristina Regadas staat, mijn favoriete fotografe en een heel goede vriendin. Bovendien is ze buitengewoon mooi, als een fotmodel uit de sixties. Ik zal het zeker opgemerkt hebben, en opgeslagen in mijn onbewuste, maar daarna 'vergeten'. Vervolgens dacht ik iets bijzonder origineels te doen door het fragment hier te tonen. Maar niet dus. Laat mij het dan maar opdragen aan Cristina. It's dedicated to you eiikii!

14-06-06

JE MOET DOOR EN DOOR MODERN ZIJN


ascenseur


“Wie weet waar ik terechtkom, moet ik hebben gepeinsd. Ik ben nog altijd thuis, en ik blijf dromen van Timboektoe. Maar waar zal ik morgen zijn?” Dat schreef ik gisteren. Nu is het vandaag en ik ben nog steeds thuis, waar het eten en de wijn het beste smaken. Hier thuis zing ik zoals ik gebekt ben. Of zing ik helemaal niet. Ik kan nog altijd kiezen. Of is dat ook al van tevoren voor me uitgestippeld, wat ik zal kiezen? Laten we maar niet over Plato’s grot beginnen, over onze blindheid – of is het verblinding? -, over de afwezigheid van religie in de hedendaagse maatschappij, “once i was blind now I can see”. Over de tijd toen je kon zeggen dat je op weg was naar het licht. Ik zal daar niet over praten. We zijn niet op weg en er is geen licht. Dat geeft ook niet. Er is de gewone weg, er zijn straten, autosnelwegen, die echt bestaan, ook al duiden we ze met woorden aan, om elkaar erop te wijzen dat ze bestaan. Er is ook licht, maar het is het gewone licht van de zon, of van een of andere lamp of straatlantaarn. Het licht in de werken van Edward Hopper was al zulk licht: het kwam niet van god noch engel noch duivel. Het was het aanwezige licht. Die werken van Hopper, met dat licht, hebben de beeldenwereld waarin we nu leven sterk bepaald. Heeft hij er zelf kunnen voor kiezen om zo te schilderen of heeft hij gewoon gedaan wat hij dacht te moeten doen?

Opeens heb ik het gevoel dat ik nu in Parijs zou moeten zitten, in een café op de linkeroever, Les Deux Magots of zo, maar dan in de jaren vijftig, toen het nog geen peperdure toeristenval zal geweest zijn. Daar zaten de mannen te filosoferen over de nieuwe wereld, de wereld die sommigen van hen hadden helpen bevrijden van de nazi’s. Ik denk dat ze een beetje filosofeerden zoals ik nu doe, maar zij deden het onder invloed van amfetamine, dat leek toen nog iets onschuldigs; soldaten namen de drug om ’s nachts wakker te kunnen blijven, om nog beter kanonnenvlees te zijn, vlees dat ten gevolge van de artificiële energie en daarmee gepaard gaande waakzaamheid, net iets langer meegaat. Ze filosofeerden en kleedden zich in het zwart. Dat valt minder op in de grot van Plato. Ze rookten talloos veel sigaretten. De cafés waar zij zaten moesten blauw zien van de rook. Gitanes. Gauloises. Enkele vrouwen zongen levensliederen, die daar chansons werden genoemd. Er werd geluisterd naar Django Reinhardt, Chet Baker, Miles Davis. Miles Davis speelde de muziek voor L’ascenseur pour l’échafaud. Existentialisme comme il faut. Simone De Beauvoir werd verliefd op een Amerikaanse schrijver, Nelson Algren, als ik me niet vergis, de auteur van Walk On The Wild Side (een titel met nog altijd veel repercussies). Yves Montand ging met Marilyn Monroe naar bed. Simone Signoret werd nostalgisch. Arthur Miller keek toe en zag hoe alles ineenstortte. Wat waren de mensen toen pessimistisch! Zelfs een handelsreiziger moest sterven. En dichter bij ons, dank zij Roland Verhavert, de meeuwen in de haven.

Ik laat me door namen en emoties meeslepen. Ik heb al die dingen meegemaakt en niet meegemaakt. Ik denk er nu aan dat Timboektoe, waarover ik het gisteren had, en hierboven nog een keer, een hond is. Timboektoe is een taalvaardige hond in een boek van Paul Auster.
In Kafka On The Shore komen vooral sprekende katten voor, en een man, Nakata genaamd, die kats kan spreken. Vandaag, in de metro, heb ik nog een paar pagina’s gelezen en Nakata heeft nu een sprekende hond ontmoet, een beetje zoals Timboektoe, maar een veel minder sympathiek exemplaar. Hij heeft voorlopig ook nog geen naam. Maar misschien moet de lezer het boek zelf maar lezen, ik beveel het van harte aan: Kafka On The Shore, van Haruki Murakami.

Ik heb pijn aan mijn ogen, van teveel naar schermen te staren, van teveel woorden – en oorden - zien tevoorschijn komen, alsof je naar schaduwen kijkt op de wanden van een grot, kleine, onvermijdelijke schaduwen. Zal ik blind worden zoals Sartre? Ik neem nochtans geen amfetamine. Als ik dat wel zou doen zou ik me als kanonnenvlees van de literatuur voelen. Een fel schitterende ster, die daarna weer snel uitdooft.
Ik wil nochtans veel vertellen. Over het pessimisme, over de liefde, over de lust en het leed van de dagen. Ik houd van de werkende mens, maar hij kan me ook vreselijk de keel uithangen. Met hij bedoel ik vanzelfsprekend ook zij. Het zij zo.

Was Schopenhauer de eerste moderne filosoof, met zijn pessimisme, zijn filosofie van de wil en zijn zogenaamde vrouwenhaat? Ik denk het niet. Zijn leerling, Nietzsche, was de eerste moderne filosoof. Hij leek wel vrouwonvriendelijk, maar vermoedelijk was hij dat niet. Waarschijnlijk had een vrouw hem ziek gemaakt. Een andere vrouw beantwoordde zijn liefde niet. Daarna is hij gek geworden. Tussendoor heeft hij die boeken geschreven die nu iedereen leest. Het leven is kort, maar kijk wat je allemaal kunt doen gedurende die korte tijd. Misschien moet ik toch eens naar Timboektoe?

14-04-06

DROMEN VAN ANDALUSIË


sevilla

De voorbije nacht zag ik weer de dorre maar toch bekoorlijke landschappen van Andalusië. Wat ik hier op een rijtje zet deed zich aan mij voor als een experimentele film, waarbij narratieve structuur en logica plaats hadden gemaakt voor de eloquentie van de beelden. Alcohol, kerken, een flamencozangeres, meeuwen op het strand, twee kleine meisje in matrozenjurkjes, busstations, witte dorpen, het vloeide allemaal door een grote, meanderende rivier.

Een of andere busreis met Alsina Graëlls langs de verminkte Costa del Sol. Was het van Malaga naar het lelijke, charmante Almuñecar? In oktober, als er geen toeristen meer zijn, alle pretparken gesloten. En daarna, vermoeid van de lange reis, drink je Montilla en eet je wat ham en olijven. Later nog frisse Mahou en lauwe Osborne Brandy aan de toog tussen oude mannen.

Bar Fernando, vlak bij Campo del Principe in Granada. Het Alhambra, een begenadigd oord. Begenadigd? Je kunt er niets over zeggen, je moet het zien, ondergaan. Het Albaicin. De muzikaliteit van de inwoners van Granada. De sierlijkheid van hun bewegingen. Het meisje dat zo mooi stond te zingen terwijl ze de winkel schoonmaakte in het Cuesta del Gomerez, waar al de gitaarmakers hun zaak hebben.

Granada: het drukste gewoel dat ik ooit heb meegemaakt en een vreselijke stank van uitlaatgassen, maar wat hogerop, de rust van het Albaicin, de kleine straatjes waar nauwelijks auto's komen, met de landelijke carmenes, die je vanop het Alhambra heel goed kunt zien liggen. Het ruisende water, overal in het Generalife, die prachtige tuin, een werkelijk paradijs. De Arabische cultuur heeft veel goeds met zich meegebracht naar Andalusië. In de brandende zon water drinken op een terras in het Juderia.

Misschien is Cordoba nog bedwelmender, nog muzikaler, nog religieuzer dan Granada. De Mezquita is een gigantische moskee, in het midden waarvan de katholieken een kathedraal hebben gebouwd, die er zelfs niet echt staat te storen. Voor de Mezquita ben ik totaal van slag geraakt van een tuin met sinaasappelbomen en een fontein. In Cordoba is er een lekker sfeervolle bar, die ook Mezquita heet. Je kunt er van de beste sherry drinken tot je scheel ziet. In de restaurants krijg je sherry bij het eten, een goede combinatie. Ik wil zeker nog terug naar Cordoba. Ook al om weer door het plantsoen met de duizenden duiven te wandelen, bij zonsondergang, op een gelukkige manier moe van de hitte en de toevallige goedheid van het leven.

Een van de allermooiste paleizen die ik ooit mocht zien is Casa de Pilatos (of Palacio de San Andres) in Sevilla. Sevilla is een bekoorlijke stad, met misschien de mooiste en de jongste vrouwen van de wereld. We komen er echter met teveel toeristen bijeen. We blijven er beter weg en laten die stad aan zichzelf. Dat geldt evenzeer voor Firenze en Venetië, door het toerisme versleten steden. Het is beter er over te lezen in romans van Henry James, Thomas Mann en E.M. Forster.

Iets helemaal anders is Jerez de la Frontera. Stilte, drank, paarden en flamenco. Dat lijken clichés, maar zo eenvoudig lijkt die stad. Iedereen slaapt er voortdurend zijn roes uit. ’s Avonds komen een paar kleine bars en tablao's tot leven. Mannen drinken en zingen, vrouwen kijken toe of dansen met stevige benen en vurige ogen. Er zijn nog hoedenwinkels in Jerez. Tussen oleanders wandelen oude mannen met wandelstokken.

Cadiz leeft en is van lucht en licht gemaakt. Cadiz heeft mijn hart gestolen. Ik houd van alle havens en van de oude oceaan, die mijn verbeelding naar Amerika en naar het dichterbije Afrika leidt. Ik houd van Cadiz om tien uur 's avonds, in de drukke calle San Francisco. Ik hoor de stemmen wandelen, poëtisch in hun onverstaanbaarheid. Ik houd van Cadiz, zelfs in een vermolmde jeugdherberg of in een luizig pension, bij wijze van spreken dan, want het is proper, ook al is het vervallen. In de oktobernamiddag schittert vanop het strand in de verte de beloofde stad: Cadiz. De kathedraal is dan een toekomstvisioen. Elk gebouw staat op zijn plaats, daar aan de horizon, in de beloofde stad. Het strand is immens en bijna geheel verlaten, alleen zie je af en toe iemand een eenzame sport beoefenen. Niets meer, niets minder. Of toch wel. Vijf meeuwen vliegen over onze hoofden, vijf jongens wagen zich in het water (19 graden), twintig of dertig mieren vervoeren een stukje deegwaar. Ze voelen zich al helemaal Italiaans en heffen met z'n allen O Sole Mio aan. In Cadiz eet je alleen maar vis en drink je veel Oloroso, of goedkope witte wijn uit Sanlucar de Barrameda.

Voor mij is de Costa de la Luz de mooiste streek van de wereld. Alleen al het horen van de plaatsnamen kan me in vervoering brengen. Cadiz, Chiclana, El Puerto de Santa Maria, Conil de la Frontera, Los Caños de Meca, en Tarifa. Nochtans zag ik op die stranden dode vluchtelingen aanspoelen terwijl in Tarifa de surfers ongestoord hun gang gingen. De onverschilligheid van de roes, van het geluk. Genoeg daarover.

Overmorgen sluit ik mijn boeken en vertrek ik opnieuw op vakantie, nog een keer naar La Palma, om er zuivere lucht in te ademen en tot rust te komen. Maar eerst moet ik genezen, en deze koortsige herinneringen aan Andalusië verjagen.

10-04-06

BARBARA LODEN : WANDA

wanda,barbara loden,film,elia kazan,feminisme,low budget,film als drug,laudanum,ether,white lightning,licht,schaduw,cinema,postzegel,canvas

Een van de subliemste films die ik ooit heb gezien is 'Wanda' van Barbara Loden. Ik ben nu te moe om er dieper op in te gaan. Het verhaal ligt op het tipje van mijn tong. Ook de goesting om de context ter sprake te brengen. De verrader Elia Kazan, die meesterwerken als On The Waterfront heeft gemaakt. De vrouw als heldin. De vrouw als misbruikte vod. Het positieve en het negatieve feminisme. De schoonheid van low-budgetfilms. Ik kan me onderdompelen in films zoals een negentiende-eeuwse decadente dichter in ether of in laudanum. Ether en laudanum, en zelfs ‘white lightning’ vind ik alleen maar mooie woorden, geef mij het licht en de schaduw van films, in donkere zalen, tussen de liefhebbers kort bij het doek of met mijn geliefde thuis, op het kleinere scherm. Ik weet dat het geen zin heeft om gewoon maar titels van films of namen van regisseurs op te sommen, maar het is zo moeilijk om eraan te weerstaan.

wanda,barbara loden,film,elia kazan,feminisme,low budget,film als drug,laudanum,ether,white lightning,licht,schaduw,cinema,postzegel,canvas


Overigens heeft Barbara Loden ooit, per ongeluk bijna, op een Amerikaanse postzegel gestaan.


Stuur eens een briefje naar Canvas, en vraag gewoon: 'Wanda', van Barbara Loden. Je weet niet welk avontuur je te wachten staat.