24-03-16

ANDERE STEMMEN / OTHER VOICES

the indian-runner-3.jpg

Mag ik de lezer vragen zelf (mogelijke) verbanden te leggen tussen onderstaande fragmenten uit krantenartikels en songteksten?

“Mijn vrouw en ik gaan er al lang vanuit dat er aanslagen komen in Brussel. Het blijft schrikken als het echt gebeurt. Maar op het eind van de dag, is het ergste dat er geen lessen getrokken worden. Ik zie vandaag geen enkel teken dat onze politici tot inzicht gekomen zijn en een nieuw beleid gaan ontplooien. Ik zie meer van hetzelfde en dat belooft niet veel goeds. Niet voor onze burgers, niet voor burgers in andere werelddelen en al helemaal niet voor de democratie. Het is waarlijk een donkere dag.”

Ico Maly in De Morgen en Wordpress

*

“Anderzijds dringt zich een pijnlijke vraag op: als de betrokkenen bij deze gruweldaden toch zo goed bekend waren bij de veiligheidsdiensten, hoe is het dan mogelijk geweest dat we hen niet hebben kunnen controleren en tegenhouden?”

Bart Eeckhout in De Morgen

*

“Er zijn meerdere problemen tegelijk, schrijft Weiss. Er is een onvermogen om de moslimgemeenschap te betrekken, te voorkomen dat delen van die gemeenschap in "enclaves" blijven wonen en alle samenwerking met de ordemachten afwijzen - of dat sommige moslims meer solidariteit tonen met hun vrienden die radicaliseren dan met het land waarin ze wonen. Daarnaast hebben de inlichtingendiensten niet voldoende mensen om alle sporen te volgen. Om nog te zwijgen van de zes politiezones in Brussel, die de samenwerking niet bevorderen, en de soms moeilijke uitwisseling van gegevens met buitenlandse diensten.”

Michael Weiss, aangehaald in een artikel van Rudi Rotthier in Knack

*

“Why Belgium? Why Brussels? Why Molenbeek? There are the usual factors – unemployment, discrimination, split-identities  – which explain the alienation of young Muslims in other European countries. In Belgium, they have been intensified by the country’s own divided identity as Dutch and French speakers have drifted further apart in the last two decades. Most Muslim youths in Britain or France do consider themselves British or French. What should a youth of Moroccan origin born in Brussels consider him or herself to be? A Fleming or a Walloon? Or a Bruxellois?At the same time, the division of the country in all but name has undermined  the national or federal institutions – including the police, justice system and intelligence services. Belgian politicians now think largely in terms of their “regions” or language communities, rather than problems on a national scale. The different branches of the police and security services have infamously poor communications with one another. Hans Bonte, the mayor of Vilvoorde, a suburban town outside Brussels, once called Belgium’s security arrangements “a perfect example of organised chaos.”A country which regards itself as supremely international has become dysfunctionally preoccupied with parish politics.”


John Lichfield, The Independent

*

“Me and Franky laughin' and drinkin' nothin' feels better than blood on blood
Takin' turns dancin' with Maria as the band played "Night of the Johnstown Flood"
I catch him when he's strayin' like any brother would
Man turns his back on his family well he just ain't no good.”


Bruce Springsteen, Highway Patrolman

*


I met two kind people on the road
I was parched and dry from the cold
I've been traveling four days and nights, sir
and I do want to thank you for the ride
and the soup your wife made tasted fine
if it's all the same, I'll be on my way at the next turn
'cause I'm four days gone into running

Stephen Stills / Buffalo Springfield, Four Days Gone

"Ik zie elke dag zeer veel moslims die zich in mijn stad inzetten om radicalisme tegen te gaan. Zij worden vaak het hardst getroffen, en proberen hun kinderen te behoeden voor fanatisme. Wat is dat trouwens, de moslimgemeenschap? Die is zo divers en uiteenlopend. Deze zwarte dag is niet het moment om met de vinger naar een geloofsgemeenschap te wijzen. Dit bruut geweld heeft niets met godsdienst te maken."
Hans Bonte, Knack

the indian runner.jpg
Afbeeldingen: The Indian Runner, Sean Penn

23-03-16

EN NU? IS HET NU GENOEG GEWEEST?

belgië2011 030 i love you.jpg

Je vroeg me wat ik dacht van die kop in De Morgen. Dat half Molenbeek  (“de hele buurt”) wist van de aanwezigheid van Salah Abdeslam, dat bijgevolg half Molenbeek op zijn minst passief steun verleend had aan een koelbloedige massamoordenaar, de meest gezochte misdadiger in Europa.  En je vroeg dan ook nog eens of ik geloofde dat werkelijk honderden jongeren in Molenbeek met stenen en flessen naar de politie hadden gegooid tijdens de overmeestering en inhechtenisneming van die zelfde Salah Abdeslam, en, indien ik dacht dat dat de waarheid was, wat ik daar dan van vond. Ik had eergisteravond op televisie een panelgesprek gevolgd waarin Douglas De Coninck, onderzoeksjournalist en schrijver van die kop en het bijbehorende artikel, discussieerde met Veerle De Vos, Dyab Abou JahJah, Sven Gatz en Bart Schols.

Om ongeveer half negen gisteren begon ik aan mijn antwoord op die vragen. Ik had er ’s nachts over liggen nadenken. Ik zou zeker schrijven dat ik mijn mening over Sven Gatz moest herzien. Wat erg dat ik soms zo bevooroordeeld ben, zou ik toegeven. Sven Gatz valt eigenlijk best mee, hij lijkt me meer een socialist dan een liberaal. Hij is sociaal bewogen, zou beter minister van welzijn of sociale zaken dan van cultuur zijn. Over Veerle De Vos zou ik schrijven, had ik me voorgenomen, dat zij ontwapenend is in haar eerlijkheid en directheid. Die vrouwen zijn boos omdat ze niet naar hun kinderen of naar hun woning kunnen. Maar ik ken Veerle persoonlijk; dat ik haar zo sympathiek en intelligent en no-nonsense vind is misschien ook een vooroordeel, dacht ik. Ik had me afgevraagd of ik dat wel zou vermelden, dat ik Veerle De Vos in het echte leven kende. En hoe zou ik de heldere en kritische blik van Dyab Abou JahJah onder woorden brengen? Ooit de baarlijke duivel, nu haast de grote verzoener…

Inmiddels was het negen uur, half tien… Ik had nog altijd niets genoteerd. Even op facebook kijken, even de mail checken… Bomaanslagen in de luchthaven en in metrostation Maalbeek. Doden en zwaargewonden, paniek. Wat ongeveer iedereen wist dat zou gebeuren (zonder er nog veel bij stil te staan) was gebeurd. Ik liep de trappen af, omhelsde A. Daar stonden we dan. In de keuken. Zonder woorden, zonder wat dan ook… Op het terras was wat meer lucht misschien… Maar ook onheilspellend lawaai…  Op de ring, vijf minuten hier vandaan, hoorde ik de ambulances. Alles wat we op de radio hoorden was waar. Dat was de werkelijkheid. Veel werkelijker dan wat ik de vorige avond, na De afspraak, in een film van Kathryn Bigelow over de jacht op Osama Bin Laden had gezien. (Overigens ging ik daar ook over schrijven, en dat doe ik ooit nog wel eens. En over het toeval dat die film, ‘Zero Dark Thirty’, op de avond van de arrestatie van Salah Abdeslam werd uitgezonden).

Ja, op lijn 5 van de Brusselse metro, in metrostation Maalbeek in Elsene, was een bom ontploft of had iemand zich opgeblazen. In datzelfde Elsene logeerde onze Franse vriend Xavier, die maandagavond zijn geliefde tindersticks had zien optreden in de Bourla in Antwerpen en later op de dag met ons naar Leuven zou rijden om er samen met ons nog een concert van tindersticks bij te wonen. De unieke band die wij zo bewonderen, Xavier misschien nog meer dan ik, als dat al mogelijk is. Het zou een heerlijke avond worden, we zouden onze vrienden Deborah en Neil terugzien…  En in de inkomhal van de luchthaven hadden twee of drie mannen zich opgeblazen. Hoe ver verwijderd moet je zijn van jezelf, van je ziel, van je menselijkheid, om dat te kunnen, om dat te willen? Hoe kunnen wij recht spreken over een mens die zich aan al wat menselijk is heeft onttrokken? Het is als recht spreken over vuur of over een stortvloed. Of toch niet? Zijn deze misdadigers alleen maar menselijk, al te menselijk en verdienen ze daarom de allergrootste straf? Maar welke straf kan de tragedie die zij bewerkstelligden ongedaan maken?

Het had nu geen enkele zin meer om wat dan ook te schrijven. Wat hebben woorden vandaag nog voor zin? Kunnen zij gewetenloze mensen een geweten schoppen?  Ik geloof in de kracht van de liefde. Ik geloof dat liefde sterker is dan de dood. Liefde overwint haat. Als je niet in een god gelooft, zoals ik, geloof je toch nog altijd in iets goddelijks, iets wat ons verbindt met elkaar. Die kracht noem ik liefde. Het is het allerhoogste. Maar net als jij weet ik dat we met die kracht geen schoenveters kunnen knopen of het verkeer regelen. Liefde is het allerhoogste; het is echter ook een zwakte. Vooral als we hard en streng, zelfs meedogenloos moeten zijn. Als we niet anders kunnen dan meedogenloos zijn. Meer dan die woorden, die gevoelens, ‘liefde is sterker dan de dood’, vond ik echter niet. En ‘solidariteit’. We moeten solidair blijven, of als we het nog niet zijn moeten we het alsnog worden. Geen tweedracht zaaien, ons niet door tweedrachtzaaiers laten ophitsen. Niet alle mensen zijn slecht. Alleen een kleine minderheid is door en door slecht. Kijk eens hoeveel goeds er gisteren weer naar boven is gekomen! Zoveel kleine en grote helden hebben laten zien hoe goed wij mensen kunnen zijn. ‘Kruisvaarders’ noemt het ongedierte de onschuldige mensen die het in een laffe zelfmoord aan stukken rijt. ‘Kruisvaarders’: onschuldige mensen (mannen, vrouwen, kinderen, baby’s) op weg naar het werk, naar huis, naar familie, naar een welverdiend vakantieoord. Heb ik dan niet het recht om die massamoordenaars ‘ongedierte’ te noemen? Zelfs ‘ongedierte’ is een te poëtisch woord om ze een naam te geven.

bruegel_triumphdeath.jpg

Nee, schrijven had geen zin meer. Niet dat ik er geen zin in had. Ik kon niet. Ik was geestelijk verlamd. Maar misschien zou het concert van tindersticks ons goed doen. Weg uit mijn geteisterde stad, het hellegat aldus Donald Trump. Xavier was gelukkig niets ergs overkomen. Niemand van mijn vrienden en kennissen was iets ergs overkomen. Dat kon ik op de veiligheidscheck van Facebook zien.  “I know the world has changed when Facebook has a Safety Check app...” schreef mijn vriend Gary F. daarover. Omstreeks zes uur belde Xavier hier aan. Ondanks de tragische gebeurtenissen waren we blij elkaar terug te zien. Xavier is een van de liefste mensen die ik ken, een en al voorkomendheid.

Automerken kan ik nooit onthouden, maar het merk van Xavier’s wagen is in mijn geheugen gegrift. En wel hierom. Omstreeks zeven uur vertrokken we richting Het Depot in Leuven. Aan het bijzonder gevaarlijk kruispunt van de oprit van de Grote Ring en de Sylvain Dupuislaan was Xavier een seconde onoplettend. (Er staan geen verkeerslichten, wat toch onbegrijpelijk is.) Hij reed door zonder te beseffen dat er van rechts, uit de Sylvain Dupuislaan, ook auto’s in volle snelheid kwamen aangereden. Eén wagen kon hij vermijden, maar op de tweede, bestuurd door een jonge vrouw, reed hij met zijn rechtervoorkant in. Op de linkervoorkant. Een zware klap maar we waren grotendeels ongedeerd. Ook het meisje in de andere wagen was ongedeerd. Vooral haar auto had veel schade opgelopen. We hebben bijzonder veel geluk gehad, maar tegelijk toch ook veel pech. Voor Xavier was het rampzalig. Hij schaamde zich tegenover ons, hij voelde zich schuldig. Politie kon ons niet helpen: elke agent was nodig voor de terreurbestrijding. Xavier vond dat we best naar huis gingen. Hij moest met de vrouw documenten van de verzekering invullen en wachten op een sleepwagen. Daarna zouden we wel zien. Uiteindelijk heeft onze vriend de taxi naar huis genomen. Hij moest om acht uur op het werk zijn. Een ongeluk gebeurt nooit alleen, zeggen de mensen. Ik geloof dat het waar is.

En hoe het nu verder moet? Met deze mooie stad? Met haar inwoners? Leraressen, leraren, arbeiders, metrobestuurders, restauranthouders, daklozen, vluchtelingen, bejaarden, moordenaars, dieven, goochelaars, muzikanten, museumbezoekers, marktkramers, plantrekkers, publicisten, macho’s, beenhouwers, houthakkers, kwelgeesten, fietsers, bibliothecarissen, vertalers, wegenbouwers, tunnelinspecteurs, rechercheurs, geografen, bedelaars, verkopers, scenarioschrijvers, vetzakken, schoenmakers, prostituees, soldaten, ruziestokers, kleuters, peuters, professoren, dj’s, karottentrekkers, godsdienstwaanzinnigen, zuipschuiten, psychopaten, sopranen, radiologen, tandartsen, boekbinders, straatvegers, verpleegsters, kinesisten, clowns, slotenmakers, loodgieters, advocaten en allerhande ander gespuis. Hoe moet het nu verder? Is het nu genoeg geweest?

belgië2011 243 (2).jpg

Foto's: Martin Pulaski; reproductie van Pieter Bruegel de Oude, Triomf van de dood (1562).

24-05-14

TEGEN ATTILA EN REGINA: EEN DISCUSSIE

1900 (1).png

Eergisteren, 22 mei, werd het leugenachtig gedoe van de kopstukken van de NVA me echt te veel. BDW had net verklaard dat hij wel premier wilde worden als het toch niet anders kon (ik citeer niet letterlijk). Bovendien werd ik misselijk van de bijna voortdurende aanwezigheid van die twee politici in de media. Voor een keer vond ik dat ik die woede en verontwaardiging openbaar moest maken. Altijd maar zwijgen is nergens goed voor, dacht ik. En dat denk ik nog altijd. Ik wil niet zelfgenoegzaam klinken, maar ben tevreden – over mijn harde woorden en over alle reacties die ze hebben uitgelokt, zowel de positieve als de negatieve. Omdat deze discussie in mijn ogen de vluchtigheid van een dag overstijgt wil ik ze bewaren op mijn blog. Hieronder vind je elk woord van mijn ‘oprisping’ op facebook, met alle reacties erbij, zonder enige wijziging.

Wat ik ook opensla, wat ik ook aanzet, om het even welk medium of sociaal netwerk ik raadpleeg, waar ik ook om mij heen kijk in dit bastaardland zie ik die twee leugenachtige boeventronies en hoor ik hun lelijke, valse, bedrieglijke, haat verspreidende stemmen. Wat word ik er misselijk van en wat word ik misselijk van al die goedmenende mensen, werknemers, werklozen, zieken, et cetera die niet misselijk worden van dit duo, die het zelfs toejuichen, die er hun zondagse kleren voor aantrekken en hun dure maar wanstaltige vlaggen voor hijsen. Van ondernemers die onze 'eigen' Attila en Regina alle steun bieden die ze maar kunnen word ik niet misselijk. Bedriegen en uitbuiten zit hen in het bloed: niets verbazingwekkends, niets tegennatuurlijks. Maar de anderen, degenen met wie ik me verwant zou kunnen voelen? Waar blijft jullie verontwaardiging, jullie woede, jullie razernij? Ja, waar blijft jullie strijdvaardigheid?

Het is waar: er bestaat geen groter kwaad dan domheid.

Marc Tiefenthal: Rustig, Martin Pulaski, zo'n vaart zal het niet krijgen. Volgens mij bestaat er een kans dat na de verkiezingen de pezewever de degens zou kunnen kruisen met dat addergebroed van een boef, het vleesgeworden cynisme genaamd Didier Reynders. En dan krijgt de pezewever toch wel alle hoeken van de Kamer te zien tot hij - opnieuw - uitgeteld in de koorden hangt. Ik maak me niet druk, ik vertrek volgende week op reis. Van mij dus geen woede, laat staan razernij noch strijdvaardigheid tegenover deze domheid. Voor een keer dan dat geboefte van een Reynders misschien toch nog iets betekenen.

Roen Hetzwoen: Beste pollentiekers, ik beloof jullie ook iets: allemaal een mot op ulder bakkes.

Jelena Lena: Onwil tot wetendheid.

Roen Hetzwoen: Echt waar, daar wordt ge nu toch gewoon ONNOZEL van zeg: allemaal die onnozele faits divers, het ene nog absurder dan het andere, die tegenwoordig rond je oren vliegen. Ik krijg gwn al schrik van fb nog maar aan te floepen. En dat allemaal door die gore maffia bende, want ik noem den ene (reynders) niet beter dan den andere (dewever): allemaal harteloos krapuul is het. Nu is het weer de Keizer van Oostende die de Groenen weer eens gaat proberen te naaien. En die groene rakkers, ocharme, die gaan weer zo onnozel zijn om zich te laten naaien en zullen er dan de volgende keren wéér de rekening voor gepresenteerd krijgen... manmanman....

Roen Hetzwoen: ...ne mens krijgt zowaar heimwee naar de tijd toen alles stevig verzuild was; toen het leven nog simpel was...

Eddie Janssens: Waarlijk, wat gij hebt gezegd, Matti.

Zels Yvo: Zonde van al dat weggesmeten campagnegeld...Dat had op zijn minst een nuttige bestemming kunnen krijgen.

Lut Pauwels: Zondag kan ik mijn woede ventileren.

Peter Cnop: Vanochtend kreeg ik door een vergissing dan nog Het Laatste Nieuws ipv mijn krant in de bus, en dan besef je, dat je er niet bij hoort, dat je vroeg of laat niet ontsnapt. Wat je ook doet

Pascal Cornet: Wat een vreselijke fout van uw facteur, Peter

Niven Brazent: Misschien was het helemaal geen fout, het is niet omdat Peter paranoïde is dat er geen planning zat achter die 'fout'.

Dominique Claerbout: Ben thuis van dinsdag... heb verleden week een hartinfarct gehad... De dokter raadt me een leven aan zonder stress, zonder woede, zonder verontwaardiging, ik vrees dat ik het niet kan... Ik ben niet de Dalai Lama... Bewuste mensen zijn overgevoelig en hebben een brandend hart, niets aan te verhelpen... Ik probeer de verkiezingen dit jaar aan mij voorbij te laten gaan, wat niet wegneemt dat ik een anti-stem zal uitbrengen tegen de ganse rotte boel... Ik troost me met de gedachte dat ik niet alleen ben, er zijn soortgenoten.... De grote politieke solidariteit van de jaren zeventig blijkt een uitgestorven dinosaurus te zijn... Alleen grote denkers, filosofen en kunstenaars en wetenschappers zouden beweging in het verkeerd draaiende wiel kunnen brengen, maar voorlopig is niemand blijkbaar bereid om in het vuur te springen.... Misschien moeten er eerst nog wat figuurlijke bommen ontploffen, wie weet...

Dominique Claerbout: De algemene domheid is inderdaad een reëel kwaad...

Anne Marie De Decker: Matti, alle ondernemers als bedriegers en uitbuiters bestempelen ...? Wie zijn wij wiens luxe gebaseerd is op de slavernij in de lageloonlanden? Het is goed in eigen hart te kijken

Slavery Footprint

slaveryfootprint.org

How many slaves work for you? There are 27 million slaves in the world today. Many of them contribute to the supply chains that end up in the products we use every day. Find out how many slaves work for you, and take action.

 

Niven Brazent: Eindelijk iemand die domheid niet met de totale afwezigheid van denken bestrijdt in deze post. Bedankt om een einde te maken aan de zelfgenoegzame masturbatie in deze thread, Anne Marie De Decker, je hebt voor de komende vijftien seconden mijn geloof in de mogelijke goedheid van de mens hersteld (geen ironie).

Martin Pulaski: Mijn excuses aan alle ondernemers die geen nationalistische partijen steunen. Deze hardwerkende mensen hebben mijn diepste sympathie. Ik koop veel liever een brood bij de bakker dan in een supermarkt en een boek in een boekwinkel dan in een keten. Ik had het specifiek over "ondernemers die onze 'eigen' Attila en Regina alle steun bieden die ze maar kunnen", grote bedrijven dus, die op ongeveer op dezelfde manier handelen als destijds Krupp en Siemens et cetera. Maar ik weet dat ik dit nationaalsocialisme niet mag vergelijken met dat van vroeger. Dat is een verkeerde manier van denken.

Gelieve dus rekening te houden met deze nuancering die in mijn woedeaanval-boodschap misschien onvoldoende duidelijk uit de verf is gekomen. En om heel duidelijk te zijn: ik ben helemaal geen communist, eerder een groene links-liberaal. Zondag ga ik groen stemmen en federaal zeer waarschijnlijk rood, maar dat is dan wel met veel tegenzin. Gelukkig kan ik in Brussel op vier lijsten stemmen.

Martin Pulaski: Dus, Anne Marie, ik heb het helemaal niet over alle ondernemers, maar over een kleine, specifieke groep. Er staat overigens geen komma na 'ondernemers'.

Marc Tiefenthal: Krupp en Siemens, Volkswagen en consoorten. De grote jongens, kortom. De concerns ook. De kapitalisten kortom. Die teren eerder dan werken.

Anne Marie De Decker: Beste Matti, ik weet (hoop) dat je woorden harder zijn dan datgene wat je bedoelt. Maar ik lees in je post ook een beoordeling over de 'andere' kiezer, en die beoordeling is zonder enige nuance 'dom'. Ik ben geen nationalist, N-VA of VB kiezer maar ik zou mezelf hypocriet en pretentieus noemen in geval ik de andere kiezer integraal en zonder onderscheid zou bestempelen als dom. Waarom? Omdat ik dan tegelijk besef dat mijn luxe grotendeels is gebaseerd op de miserie van anderen en ik daar veel meer kan aan doen dan wat ik nu doe. Niet door enkel op GROEN te stemmen maar door een deel van die luxe op te geven en door consequent eerlijke producten te kopen en door een deel van m'n geld te delen met anderen. Daarom, het is goed in eigen hart te kijken.  Liefs.

Niven Brazent: Het zou ontroerend zijn als het niet zo tragisch was hoe goed sommigen blijken te weten wie de goeden, en wie de slechten zijn. Wie de ‘kapitalisten’ zijn en wie de ‘slachtoffers van het kapitalisme’. Om bij een heel concreet voorbeeld te blijven: waar moet ik een boek kopen? Ik heb weet van een kleine ondernemer, zo’n “goede”, die er altijd weer in slaagt om de pers te halen (zonder dat zijn credentials ooit gecheckt zijn), die door geen enkele collega ernstige ‘goede’ onafhankelijke boekhandelaar au sérieux wordt genomen (onder elkaar noemen ze hem ‘de fantast’) en evenmin door al wie ooit op zijn loonlijst heeft gestaan (kleine kapitalisten en onderdrukte loontrekkenden zullen het roerend eens zijn als dat onderwerp wordt aangesneden), maar die er telkens weer in slaagt om onwetenden te laten geloven dat hij het alternatief is tegen het wildkapitalisme in de sector. Mij heeft hij het bv ooit proberen te lappen me een paar boeken te verkopen aan het drievoudige van de prijs waaraan hij ze een week eerder nog in zijn etalage had staan (zijn laatste exemplaren in zijn kelder). Daarom koop ik nooit bij hem, maar wel zonder scrupules bij de Fnac, bij de grootkapitalisten, de echte slechteriken: alle loontrekkende slaven op de boekenafdeling zijn er competent, geëngageerd, enthousiast en behulpzaam. Hun kennis is veel breder dan die van die witte ridder die altijd in de krant staat. De dienstverlening is er goed, het assortiment breed. Ik wil niet dat deze mensen ontslagen worden omdat de grootkapitalist boven hun hoofden ‘niet deugt’. Ook hun job is belangrijk. Omdat we tegen het kwaad van de domheid zijn.

Anne Marie De Decker: Niven Brazent, dankjewel (welgemeend!) voor deze bijkomende visie. Veralgemenen is dus nooit goed. Het voordeel van multinationals is dan weer dat de mogelijkheid om toezicht + controle te houden op de werkomstandigheden groter is dan bij kleine ondernemers (wat dan weer niet wil zeggen ...).

Martin Pulaski: Mijn woorden zijn niet harder dan hoe ze er staan. Woede en walging kunnen een mens parten spelen. Maar ik wil me niet verontschuldigen. Wat er staat is gemeend. Alleen te weinig genuanceerd, wellicht. Voorts zou ik nooit durven zeggen wie de goeden en wie de slechten zijn, toch zeker niet in absolute zin. Zelf hoor ik alvast niet bij de goeden. Maar in sommige gevallen besef ik wel wie bedriegers zijn, zeker als ze het keer op keer doen. En net als Wilhelm Reich vind ik het dom (of van onwetendheid en perversie getuigend) dat mensen een stem uitbrengen voor precies degenen die hen tegen hun belangen in willen gaan besturen. Het spijt me zeer dat ik dat dom vind. Waarmee ik niet wil gezegd hebben dat ik zelf vrij ben van domheid. Je hebt mensen die anderen dom noemen omdat ze denken op die manier als intelligent gepercipieerd te worden. Zo ben ik zeker niet, omdat ik volstrekt onbewust leef en nooit enig effect wil bereiken. Maar wat voor zin heeft deze hele confessie?

Liesbeth Lemmens: Omdat je het zo goed verwoord hebt, mag ik het sharen op mijn wall?

Martin Pulaski: Alles mag, Liesbeth... Maar er staat wel duidelijk 'ondernemers die...' en niet 'ondernemers, die...'.

Niven Brazent: De intrigerende vraag hoe het mogelijk is dat mensen in volle overtuiging hun stem uitbrengen op wie niet het beste met hen voorheeft, werd zaterdag jl behandeld door Patrick Loobuyck in De Standaard.

Martin Pulaski: Ja, het is een oude kwestie (ook behandeld in 'l'Anti-Oedipe' van Deleuze en Guattari).

Liesbeth Lemmens: Ik ken het verschil tussen met of zonder komma.

Martin Pulaski: Daar twijfel ik niet aan Liesbeth!

Hardy P.Paul: Ik ben er niet voor dat op sociale media mensen het nodig vinden hun politieke en filosofische overtuigingen menen wereldkundig te moeten maken. Vrienden van vroeger kunnen door omstandigheden en ervaringen, vanuit eenzelfde overtuiging groeien naar overtuigingen die haaks op elkaar staan. Moeten zij die niet akkoord zijn met wat er geschreven wordt zich stil houden in naam van die "oude" vriendschap of toch maar reageren met het gevaar dat zij verdoemd worden via tal van reacties? Ik blijf erbij, ik ben er niet voor dat men op sociale media...

Luc de Lange: Ik doe het ook niet maar vind het wel moedig van mensen die 't wèl doen èn het nog goed kunnen verwoorden ook.

Martin Pulaski: Rousseau begint zijn 'Bekentenissen' als volgt: Ik wil aan mijn medemensen een mens laten zien zoals hij werkelijk is en die mens, dat ben ik zelf." Dat was ook mijn intentie toen ik in maart 2005 aan mijn blog (hoochiekoochie) begon, wat uiteraard van in het begin al tot mislukken gedoemd was, want om te beginnen moet je er al zorg voor dragen dat je mensen die je dierbaar zijn niet kwetst. Desondanks heb ik dat project en de intentie niet opgegeven. Op facebook is dat niet erg verschillend: een mens laten zien zoals hij werkelijk is. In mijn geval is dat vaak - veel meer dan me lief is - er het zwijgen toe doen en de muziek laten spreken. Maar soms zeg ik eens wat en dan krijgen we iets zoals hierboven staat.

Het is mijn wens dat mensen op sociale netwerken of waar dan ook hun politieke en filosofische overtuigingen wel wereldkundig zouden maken. Duidelijkheid en openheid zijn goede zaken. Waarom zou je zwijgen over wat zo belangrijk voor je is? Uit angst om vrienden, kennissen te verliezen? Ik denk dat die kans groter is door niet open te zijn en niet open te staan, door je niet te tonen als de mens die je bent.

Ik zal nooit vriendschap sluiten met neo-nazi's of fascisten, maar al wie democratisch is is voor mij een potentiële vriend om kameraad, los van zijn of haar politieke of filosofische overtuigingen. Het is toch mooi om van 'mening' te verschillen en daarover te discussiëren. Niemand heeft de absolute waarheid in pacht. Je leert elke dag bij, zeker van andere mensen, met andere overtuigingen dan de jouwe. Anne Marie hierboven, die vindt dat ik ongenuanceerd denk, is een goede vriendin voor mij (ik hoop dat het nog steeds wederzijds is). Hardy P.Paul, ikbegrijp dat mensen op alle mogelijke manieren uit elkaar kunnen groeien. Maar moet je daarom zwijgen? Ik betwijfel dat. Zeker niet als het over fundamentele dingen gaat.

En wat ik nog een keer wens te herhalen. Ik heb geschreven: er bestaat geen groter kwaad dan domheid. Ben ik daarom intelligent? Ik dacht van niet. Ik geloof niet in perfectie, zuiverheid en zeker niet in het absoluut goede.

Marc Tiefenthal: Oké, maar het gemiddeld denken dat te snel gaat en dat denkt: hij is tegen domheid dus zal hij wel wijs of slim of intelligent zijn of zo. Hoezo? Hallo.

Martin Pulaski: Ja, we trekken vaak veel te snel conclusies, wellicht omdat we uitspraken niet in hun geheel met alle implicaties tot ons laten doordringen. Wellicht doen we dat zelfs niet als we ze neerschrijven.

Marc Tiefenthal: Daarom af en toe een kwinkslag, Martin Pulaski, dat relativeert behoorlijk en zet een mens aan het denken. De ondergravende functie van humor in dictatoriale tijden.

Martin Pulaski: Met een voorkeur voor galgenhumor, humour noir...

Marc Tiefenthal: Niet bepaald. Mag van alle kleuren zijn.

Martin Pulaski: Ja, natuurlijk, andere kleuren ook, zoals die van 'Singing In The Rain'.

Marc Tiefenthal: Want dansen helpt zeker ook, behalve in Iran.

Martin Pulaski: Ja, ja, en flauwe woordspelingen.

Marc Tiefenthal: Het is inderdaad niet mogelijk elke dag even sterke, zwaar gebalde woorspelingen uit te vinden. Maar het loont soms de moeite.

Anne Marie De Decker: Matti, zeker en vast ben je voor mij nog steeds een meer dan bijzondere hele goede vriend. Sta me wel toe om te zeggen dat ik een gesprek prefereer boven sociale media vooral over onderwerpen die toch wel emoties losmaken. De lichaamstaal, intonatie, ... die ermee gepaard gaan zijn voor mij een onmisbare aanvulling. Ik lees te diagonaal, dat kan ook, en reageer dan zeer waarschijnlijk ook heel diagonaal. Liefs.

Jorien Hamers: Spot on Martin Pulaski....Ik voel het ook zo...Mijn maag draait....XXX

 

woede, verontwaardiging, misselijkheid, subjectiviteit, discussie, nuances, politiek, media, leugens, bedrog, ondernemers, humor, stemmen, stemgedrag, onwetenheid, domheid, et cetera

Foto's uit '1900' van Bernardo Bertolucci.

28-01-14

MADAME BOVARY IN DE CAMARGUE

2012_09_ALGARVEpanasonic 080.JPG

Laten we een korte reis maken naar Les Saintes-Maries-de-la-Mer in de Camargue. In dat stadje bevindt zich de Zwarte Madonna, die Sara wordt genoemd. Het is een belangrijke bedevaartplaats voor zigeuners. Bob Dylan ontmoette er een zigeunerkoning, of zo leert ons toch de legende. Inderdaad, Bob Dylan bestaat niet echt: hij is een legendarische figuur, een mythische held. Uit een andere legende leren we dat hij er enkele maanden in een tent leefde samen met zijn vrouw Sara en hun kinderen, waaronder Jesse en Jakob. Voor de song & dance man was het een vruchtbare tijd.

Op het uitgestrekte grondgebied van Les Saintes-Maries-de-la-Mer, woont Emma Bovary met haar oudere echtgenoot in een riante villa. Zover het oog reikt niets dan moerassen en in de verte de Middellandse Zee. Madame Bovary leidt een eenzaam bestaan: vanwege zijn doktersberoep is haar echtgenoot vaak uithuizig. Haar enige gezelschap zijn dan haar zes witte paarden. Vaak, als ze een rit maakt om de flamingo’s te gaan begroeten, of gewoon maar voor het plezier, waant ze zich een edele vrouw uit de Middeleeuwen: Madame Bovary heeft veel historische romans gelezen.

Op een zomerdag komt de jonge reiziger Mathieu F. in het stadje aan. Op het terras van een café ontwaart hij Madame Bovary en wordt meteen smoorverliefd. Zij echter lijkt hem niet eens op te merken. Mathieu F. verneemt dat Emma Bovary niet alleen paardrijdt maar ook veel tijd doorbrengt op het strand. Het is daar, gezeten onder een parasol, dat ze haar romans verslindt. Mathieu F., hoewel een reiziger in hart en ziel, kan niet weg uit de streek: de vrouw, van een uitzonderlijke schoonheid, rode haren, vurige ogen, lange benen en sierlijk in al haar bewegingen, heeft hem betoverd. Hij moet en zal in haar buurt blijven.

Hoewel hij niet van het leven op het strand houdt brengt hij daar nu elke dag ettelijke uren door. Mathieu heeft het gevoel dat hij en Madame Bovary elkaar al eerder hebben gekend, misschien wel in een vorig leven. Later pas ontdekt hij dat ze sterk gelijkt op zijn jeugdliefde, toevallig een Sarah, die hij hartstochtelijk liefhad maar helaas in een kaartspel – tijdens een dronken nacht - verloor aan een andere man. Hij weet echter dat het niet het spel was dat hen heeft gescheiden, maar het noodlot.

Nu hij in Madame Bovary’s nabijheid vertoeft, heeft hij nog maar één wens: haar liefde te winnen en voor altijd zijn leven met haar te delen. Haar te beminnen zoals geen enkele andere sterveling dat kan. Wat kan hij doen opdat die wens, zelfs maar gedeeltelijk, in vervulling zou gaan?

Soms zit hij met zijn nieuwe vrienden kaart te spelen in een van de bars in het van hitte zinderende stadje. Zijn hoofd is echter elders, zelfs als hij nuchter is. Zo verliest hij een groot deel van zijn geld en zal hij al gauw zijn hotelkamer niet meer kunnen betalen.

Emma Bovary is niet zo wereldvreemd dat ze Mathieu nog niet heeft opgemerkt. Op straat wordt er over hem en over zijn smachtende liefde gepraat en velen vinden hem een sentimentele dwaas. De zigeuners hebben al enkele liedjes over zijn onbeantwoorde, tragische liefde geschreven.  Een van die liederen zal Bob Dylan inspireren voor zijn ballade ‘Sara’, terug te vinden op zijn meest liefdevolle, zijn enige van werkelijk mededogen getuigende elpee, ‘Desire’. Wel wat vreemd dat hij de song ‘Sara’ heeft genoemd en niet ‘Emma’, maar ongewoon is het nu ook weer niet.

Als Mathieu’s laatste avond in Les Saintes-Maries-de-la-Mer aanbreekt komt Madame Bovary hem opzoeken. Ze drinken champagne in de lobby van zijn hotel en vertellen elkaar over hun leven van eenzaamheid en verlangen. Emma’s begeerte, om niet te zeggen haar lustgevoelens, wint het al gauw van haar schuchtere gereserveerdheid. Ze valt voor de charmes van Mathieu, die in haar ogen iets heeft van de desperado’s waar ze al zoveel over heeft gelezen. Het verhaal van die nacht wordt bezongen door Gram Parsons en Emmylou Harris in We’ll Sweep Out The Ashes In The Morning’. Het is best mogelijk dat Parsons het verhaal heeft opgevangen toen hij in de villa van Keith Richards in Villefranche-sur-Mer verbleef, waar the Rolling Stones ‘Exile On Main Street’ opnamen.

Als Mathieu ontwaakt smeulen de assen nog na in de open haard, maar Emma Bovary is weg. In een korte brief schrijft ze, niet zonder passie, dat ze haar man niet aan zijn lot kan overlaten, dat hij haar meer nodig heeft dan Mathieu; Mathieu is nog jong, haar man is oud, maar dat ze hem, Mathieu, nooit zal vergeten, dat ze altijd van hem zal blijven houden. Maar nee, ze kan hem niet vergezellen naar het vreemde land dat zijn bestemming is. Ze moet in Les-Saintes-Maries blijven, bij haar man, haar zes witte paarden, de flamingo’s en bij Sara, de Zwarte Madonna.

...

Foto: Martin Pulaski, Santa Luzia, 18 september 2012.

18-04-11

PISS CHRIST

 

Piss_Christ_by_Serrano_Andres_(1987).jpg

Andres Serrano, Piss Christ, 1987.

 

Wat hieronder staat is een combinatie van poëzie en manifest. Ik heb het in een ruk in het Engels geschreven. In het Engels omdat het niet alleen van belang is voor het Nederlands taalgebied, maar voor alle taalgebieden. Als kunst wordt verboden of vernietigd word ik boos, zelfs als het om kunst gaat waar ik niet van houd. De misdadiger Vangheluwe is welkom in gastvrij Frankrijk, maar de Piss Christ van Andres Serrano wordt er door fanatieke vandalen beschadigd. Terwijl het werk net een sterk religieuze inslag heeft.

What follows is a mix of poetry and manifesto. I wrote it in breathless anger, immediately in English. In English and not in Dutch because it concerns every one of us. I think religion and fanaticism are opposites. (I'm not a religious person, though.) When fanatics destroy art, even if it's art that I don't like much, I get angry and sad. The criminal Belgian bishop Vangheluwe is welcome in France, but Andres Serrano's Piss Christ is not. Vandals tried to destroy an important work of art, a work which is truly religious and human. Maybe all too human.

PISS CHRIST

I open the book:
page five of The History Of Sex, Immersions,
Piss Christ - heavenly gold
and fiery red.

Oh you devil, Andres Serrano
what have you done.
Isn't it a sin against every law,
written and unwritten?

You made Jesus Christ glow,
filled him with human need
and passion and desire.
You baptized him in the warmth
of your bodily fluids.

Did you crucify Jesus?
No way did you crucify the Nazarene.
So many of us did that already.
The ones who threw the first stones did it.
The ones who burned the crosses.
The ones who tortured the innocent.
The priests, the bishops and popes who raped our children.
The generals and presidents who sent us to war.

And you!
Who are you to blame an artist?
Who are you to banish a truth?
Who are you to destroy an intimate world?
Who are you, the better ones?
The good-hearted ones?
The ones who once were lost but now are found?

Today I returned to my beloved Piss Christ
and now I wait for the full moon
to piss on the crowd of fanatics,
to piss on you who believe in violence and hatred,
in lies, in indifference, in wealth, in eternal life.

I piss on you who only believe in yourself
in your illusions of cleanliness:
no piss, no blood, no semen, nothing at all.
You who never do any harm.

I piss on you who throw the first stones.
And after that I'll  close the book
and look at you, the one I cherish,
the one I love like blood and fire.
 

31-08-10

KEERPUNT: JOHNNY ACE

 

leven,liefde,muziek,verliefdheid,johnny ace,subcultuur,leugens,surrealisme,écriture automatique,wending,russische roulette,v,for you

Als ik zou zeggen, ‘Pledging My Love’ van Johnny Ace is het mooiste lied dat ik ken? Wat zou dat betekenen? Niets. Miljoenen mensen noemen de titel van het mooiste lied dat ze kennen; ze worden op de ritmes, melodieën, stemmen van die songs verwekt, ze huwen op de klanken van hun charme, ze sterven bij het gesnik van hun verdriet. Toevallig ben ik - toen ik al geen tiener meer was - gek geraakt op oude bluesballads als ‘Pledging My Love’, wellicht omdat ik in die tijd mijn eigen emoties wilde herkennen, en songs als die van Johnny Ace aan het resultaat van die queeste tegemoet kwamen. Mijn leven was begonnen in en met mijn moeder. Als kind kende ik alleen maar het water. Op de achtergrond rookte mijn vader zelfgerolde sigaretten. Ik groeide op met ‘Ben Hur’, ‘Spartacus', 'Shane', Elvis, the Beatles en the Rolling Stones. ‘De leeuw van Vlaanderen’ en ‘De zwarte tulp’. Dit is geen autobiografie, ik sla hele stukken over.

Met Henry (soms ook Harry genoemd), een reptielenvriend, speelde ik luchtgitaar op ‘Vincebus Eruptum’ vooral op hun versie van ‘Summertime Blues’. Eddie Cochran behoorde mijn oudere broer toe, dit was onze muziek, de jongens en meisjes van de jaren zestig. Blue Cheer speelde op dat ogenblik de luidste muziek ter wereld. Honderden honden stierven tijdens hun openluchtconcerten. Het vreemde is dat niemand klacht indiende. In België hebben ze nooit opgetreden.

leven,liefde,muziek,verliefdheid,johnny ace,subcultuur,leugens,surrealisme,écriture automatique,wending,russische roulette,v,for you


Johnny Ace zingt nu, voor hij zich op een kerstavond bij een spelletje Russische roulette een kogel door het hoofd jaagt;  hij croont, “I’m crazy to be in love with you”. Vele jaren later, ik had ‘Touchez pas au grisbi’, ‘L’Atalante’, en ‘High Noon’ gezien, hoorde ik ‘Strawberry Fields Forever’ op de transistorradio. En een nieuw leven begon. Bijna heel dat leven is terug te vinden in vroegere notities hier op hoochiekoochie. Ik was gelukkig en ongelukkig, droef als een clown, opgewekt als een VTM-superster. En daarmee bedoel ik niet Viva, noch Edie Sedgwick.

We zullen voor altijd samenblijven, als vreemden in de nacht. Ik bewaar mijn liefde voor jou. Verrassingen zijn er niet meer. Iedereen weet alles. Ik verwijs niet naar de manifesten van André Breton. Je weet dat ik vanavond aan écriture automatique doe. Geen sleutels in mijn handen, en de handjes van de tijd staan – helaas – even stil.

Ik wil om deze avond te vieren niet afzakken naar de lagere regionen van de hel, waar extreemrechtse nationalisten in helverlichte frituren rondhangen. De clichés van de dag. Maar om deze avond te vieren wil ik er desondanks op wijzen dat er een lied van John Lennon bestaat dat ‘Across The Universe’ heet, en dat Hüsker Dü de schoonheid van ‘Eight Miles High’ onderkende, zoals Mario Praz dat in zijn 'Romantic Agony' - ik gebruik bewust de Engelse titel - deed met alle romantische schrijvers, ook al moest hij, vanwege politieke omstandigheden, er een moraliserend sausje over gieten. Ik heb de indruk dat er nu alleen nog maar sausjes worden gegoten, umsonst, en bijna niemand nog echt om iemand geeft. Dat het verleden het verleden moet blijven; en wij scheuren de pagina’s uit onze agenda’s – de pagina’s van elke gebeurtenis die ons heeft getekend. Onze media schotelen ons brood en spelen voor. Iemand springt van een berg, die of die is dood, de Amerikanen trekken zich terug uit Irak (of is het eigenlijk Iran?), maar niet echt. De doden alleszins niet. Wij leven maar tegelijk leven we niet.

Je wordt oud als je het avontuur mist. Maar wat is het avontuur? Al die mensen die het gaan zoeken aan de voet van de Himalaya en dan hun luxe naar boven laten dragen door sherpas en dan toch nog naar beneden tuimelen of echtelijke ruzies krijgen? Al die mensen die op exotische stranden liggen, om Oostende toch maar te vermijden – een stad waar alles gebeurde, waar op zijn minst James Ensor hun maskers schilderde, zoals Jean Vigo die van de bourgeoisie op het strand van Nice. Je moet toch zeker naar Timboektoe gaan, al is het maar omdat je hond zo heet. Want een hond heb je ongetwijfeld, nu, op deze vergevorderde leeftijd.

Wat doe je dan, als je iedereen de rug toekeert? Je toont allen die je kennen of een beetje kennen je ware gezicht. Je keert niemand echt de rug toe. Je vrienden, kennissen, vijanden moeten je maar aanvaarden zoals je bent. Je hebt niets te verbergen. Je zit voor het raam met je vrouw, met je vriendin. Je zegt dat je ongelukkig bent, dat je gelukkig bent, dat je teveel drinkt, dat je een zeurpiet bent, dat je gek bent, dat je je leven moet veranderen. Je moet je leven veranderen, liefste. Het leven is kort. Wellicht was je ooit wild en ben je uit wilde ouders geboren, maar die tijden zijn lang voorbij. De tijd heeft je zeden verzacht. De tijd heeft je op je knieën gebracht. Wat wil je nog meer?

 

leven,liefde,muziek,verliefdheid,johnny ace,subcultuur,leugens,surrealisme,écriture automatique,wending,russische roulette,v,for you

Richard Brautigan


Je wil het leven liefhebben, zoals Hendrik Marsman, zoals die en die. Je wil niet in droefheid verzinken zoals de schrijver van Trout Fishing In America, die altijd zo opgewekt leek, maar zich een kogel door de kop schoot vanwege alcoholisme, in navolging van zijn grote voorbeeld, Ernest Hemingway. Je wil je ook niet dooddrinken, zoals de beste schrijver van de 20ste eeuw, Fernando Pessoa. Je wil leven en liefhebben, zoals niemand anders. Je weet wie je liefhebt. En wie je liefhebt heeft jou ook lief. En zo, op die manier, blijven deze woorden, deze melodieën bestaan. En niet anders. Er zijn geen andere woorden. Er is niets anders. Maar wat er is, is mooi, zoals ‘Les Nuits d’été’ van Berlioz. En zoals 'Plegding My Love' van Johnny Ace.

07-06-10

VERLOREN PARADIJS


Power

Bestaat de lineaire tijd? Er wordt beweerd dat ik nu zestig ben, maar ik geloof er niets van. Dat getal is pure uiterlijkheid, simplistische rekenkunde – en ik heb nooit graag gerekend. Ik ben zo oud of zo jong als ik ben – niemand weet het met absolute zekerheid. Hetzelfde geldt voor jou. Tenzij je in die nonsens gelooft. Het enige, onvermijdelijke, - waar ik me tegen verzet -, is dat de afschuwelijke dood dichterbij komt. Moet je de sterfelijkheid echter aanvaarden? Elias Canetti deed dat alvast niet. Overigens is hij de enige schrijver die zich met man en macht tegen de dood verzette. Is hij oud geworden? Als ik de ‘logica’ van hierboven volg niet. Zeker niet zo oud als Methusalem (969 jaar).

Ik wil niet beweren dat er niets verandert in mijn leven – dat zou pas erg zijn. Stasis. Ik heb er vroeger nogal wat over geschreven. Verandering is noodzakelijk. Niet veranderen is bijna hetzelfde als ophouden met ademhalen. Maar de veranderingen in mijn leven hebben niets met leeftijd te maken. Mijn leven verandert, geloof ik, toevallig. Zoals sommige ontmoetingen en sommige kortsluitingen toevallig gebeuren, en sommige bloemen die zomaar opeens, toevallig, op een oude cactus beginnen te bloeien.

Samen met veel andere Belgen volg ik op dit ogenblik de politiek van nabij. Er valt wat mij betreft niet echt veel over te zeggen. Ik ben geen rationalist, maar reageer vooral emotioneel, ook al lees ik boeken en denk ik na. De bewering dat het nationalisme een verwerpelijke doctrine is, is evenwel helemaal op rationele en historische argumenten gebaseerd. De morele en emotionele verontwaardiging versterkt in dit geval de ratio alleen maar. Toch ziet het er naar uit dat in het gebied dat Vlaanderen wordt genoemd – een streek waar sommige idioten niets liever doen dan met vlaggen zwaaien – dat verwerpelijke nationalisme de overhand zal halen. Voor mijn hart is het goed dat ik me op de dag van de verkiezingen in het buitenland zal bevinden. Nee, dat is geen escapisme. Ik zal zeker wel stemmen. Van woede en walging is mijn vel al wat groen gekleurd. Zo weet de nieuwsgierige lezer op welke partij deze eeuwige tiener zal stemmen.

Ik wil niet haten. Ik wil liefhebben. Ik wil geen vijanden, ik wil vrienden. Net als jij ben ik een mens die moet eten en drinken en vrijen. Geloof me vrij, als ik een keer lieg, is het alleen om bestwil. Ik streef naar het goede, maar weet niet wat het is. Het kwaad wil ik leren kennen. Als ik het kwaad door en door ken, zal ik misschien ooit eens iets goeds doen. Nu kan ik me daar alleen maar een voorstelling van vormen. Soms denk ik dat ik al die dingen heb geweten, toen ik een kind was, een paradijselijke periode, waar ik me hoegenaamd niets meer van herinner. Uit dat paradijs ben ik al lang verbannen. In de woestijn van de werkelijkheid maakt leeftijd niets uit.

De afbeelding van de hoes van New Order's 'Power, Corruption And Lies' (Fact 75) mag gezien worden als commentaar op de politieke situatie in België. Op de voorkant van hoes een reproductie van 'Roses' van Fantin-Latour (1836-1904). Ik raad je aan deze plaat uitsluitend in vinyl-versie te draaien, en draag er zorg voor dat je jong bent!

 

10-09-09

ZULLEN DE WESTERSE INTELLECTUELEN DAN TOCH HUN GELD MOETEN DELEN MET ARMOEDZAAIERS EN ARABIEREN?


turning my back to school (1967)

Ik hoor Clarence Carter zingen. Baby your love makes me feel so good.  Amerikaanse soul uit de jaren zestig, nooit geëvenaard. Zwarte muziek uit het diepe Zuiden afkomstig, waar in weerwil van de gekende obstakels zowel zwarten als blanken op dansten – en sommigen doen dat nog altijd. Of op ‘Thriller’, of op ‘Black President’ van Fela Kuti. Om het nog maar niet over Lil’ Kim, Beyoncé en Bobbejaan Schoepen te hebben. En muziek uit Mali, Oekraïne, Las Vegas, Genk, Cuba, Mongolië. Allemaal melodieën en ritmes waar we graag op dansen, om onze zorgen, ons verdriet, onze pijn te vergeten. Om te tonen dat we verliefd zijn, of van iemand houden. Om duidelijk te maken dat we de liefde waard zijn. Dat we mensen zijn, verschillend maar hetzelfde. Vijanden soms, maar heel vaak ook kameraden, vrienden. Lees nog eens ‘Leaves Of Grass’, en de gedichten van Majakovski, Lorca, Kavafis, Pavese. De toekomst moest toen nog beginnen, zou je kunnen zeggen. Maar is het nu anders?

Waarom dan die vijandigheid, die hatelijkheid, die egoïstische waanzin die ik in elke elke krant lees, op de radio hoor, op televisie zie, op internet in de mate van mijn mogelijkheden bestrijd? Zoals vandaag nog – of was het gisteren -  in De Standaard een opiniestuk van Benno Barnard, een zekere Sanctorum, en iemand van wie ik me de naam niet herinner. Nu, dat zal wel wederzijds zijn(gelukkig maar.) ‘Democraten’, schrijvers, filosofen, moralisten. Wijze mensen, die ons graag vertellen wie en wat we zijn en waar we naartoe gaan als we dit doen en dat laten. Mannen. Blanke mannen. Dichters, kinderen van katholieken en protestanten. 'Atheïsten', ‘anarchisten’, ‘progressieven’, kerels met een open geest, etcetera. Niettemin blijkt uit hun artikel dat ze zichzelf als übermenschen beschouwen, niet eens in de Nietzscheaanse betekenis, maar in die van het Arische ras, van de ‘Westerse’ beschaving, van de Bijbel en de Renaissance. Kinderen van de Verlichting. Revolutionairen die bijzonder tevreden zijn met hoe het was en hoe het is – maar, denk ik, toch zo bevreesd voor wat komen moet. Straks lopen wij allemaal met een hoofddoek rond! Ondenkbaar! Dat kan toch niet! Verbieden! "Geen enkel teken van individualiteit, overtuiging, geloof, leugens, bedrog, illusie, fanatisme meer toestaan", schijnen deze geleerde mannen te denken.  Niets. Alleen misschien nog een beeltenis van Plato, Da Vinci, Shakespeare, Elvis, Bach en een of andere Habsburger. En Luther mag ook wel. En Freud wellicht, en Marx. Maar... Maar Maimonides dan? En de grote Arabische dichters? De Sufi? De soulzangers? Martin Luther King? Jesse Ed Davis? Jesse Owens? Sitting Bull? Shirin Neshat? De Noord-Afrikaanse vrouwen die zulke prachtige tapijten weefden,  en tegelijk de abstractie uitvonden? (En alle namen van alle mensen die nu leven en ooit hebben geleefd op deze verdoemde planeet, op deze gelukzalige planeet.)

Ik schaam me diep voor België, voor Vlaanderen, voor Antwerpen. Meisjes worden vernederd aan de schoolpoort. Iets wat voor hen een sterk symbool is moeten ze verwerpen aan de schoolpoort. Het doet me denken aan mijn jeugd, zij het niet aan de schoolpoort. 1968. Ik had lange haren en hippe kleren (een  rooskleurig fluwelen jasje, een gestreepte broek, een hemd met bloemen…) en dat werd me op ‘mijn’ Atheneum niet in dank afgenomen. Geregeld werd ik bij de prefect geroepen, die dan als een mantra herhaalde, mijnheer Pulaski, u moet naar de kapper, zoniet wordt u de toegang tot deze school ontzegd. Ik moest de symbolen van mijn ontluikende persoonlijkheid nog niet afstaan aan de schoolpoort, maar het ging al in die richting. Ik ging dan maar naar Maastricht, waar ik een handige kapper kende, om daar een centimeter van mijn haren te laten knippen en enkele provoblaadjes te kopen. En dan was het weer goed voor een paar maanden.

Het was een soort overgangsritueel, de oudere ‘heren’ moesten wennen aan het nieuwe, het andere, het ongekende, het ‘gevaarlijke’. Ze moesten wennen aan het geleidelijk aan uitwissen van hun grenzen. Er werd veel over liefde gesproken. Wat moest er dan gebeuren met hun tegenstellingen, met hun socialisme, katholicisme, atheïsme? Hoe konden ze de verdeeldheid in stand houden en de bonussen onder elkaar verdelen. Ja, hoe konden ze dat?

En nu voel je hun angstige adem in je nek. Wat zal met onze ‘cultuur’ gebeuren, met onze economie, met ons geld, met onze ‘roem’, met onze subsidies, met ons ‘volk’? Ze vinden de Vlaamse belangen belangrijker, bijna opeens, dan de belangen van de wereld en van elk levend wezen. Ze geven de voorkeur aan ‘dorpspolitiek’ en verwerpen de universele dialoog, de kritische uitwisseling van gedachten. Ze vermijden kennis en inzicht. Ze willen niets meer leren. Ze schrijven er blindelings op los. Ze zijn zo bang, beste vrienden, zo bang zijn ze, dat zich beroepen op Guy Verhofstadt om de Koran een verderfelijk boek te kunnen noemen. Terwijl het gewoonweg een boek is als alle andere, alleen wat populairder dan het egoïstisch gezeur van Barnard, Sanctorum en hun ‘geestesgenoten’.
Ik denk dat dit volstaat. Dicteer dit nu maar aan mijn secretaris.

Afbeelding: Martin Pulaski op het speelplein van het Koninklijk Atheneum in Tongeren, 1967. De haren waren veel te lang, de t-shirt was ongepast. Foto: Luc Verjans (?). Regie: MB.

 

01-09-09

GIN HOUSE BLUES


meisjes in archiduc2


Over de vier seizoenen misschien? Dat de zomer? Of de laatste films, de nieuwste, de beste? Wat  vertelt Zizek toch weer? Ik lees zijn boeken, zoals nu ‘Violence’, en vergeet ze bijna meteen, en ga door met mijn leven. Mijn leven, jouw leven, ons leven. De pathos ervan – hoezeer ik me ook afkeer van elk pathetisch genoegen. Wat moet je anders doen dan doorgaan met je leven? Het is niet dat ik geen plezier beleef. Mijn genot kan immens zijn. Ik kijk overal om me heen en zie vrouwen, rivieren, mooi rood plastic, nieuwe buildings, schoenen steviger en stijlvoller dan sportwagens. Ik hoor John Fogerty, the Great Lake Swimmers, Archie Shepp, Moe Tucker, Bright Eyes (“I keep drinking ink from my pen”), het klinkt allemaal opwindend. All the way to Canada, waar mijn nichtje woont, nu al een oudere vrouw, de – destijds - mooie dochter van nonkel Frans. De familie, een bodemloze put, ik begin er niet aan.

Heb je elkaar nog iets te vertellen, werd je gevraagd. Wie stelt zulke vragen? Theatermakers. Ze moeten hun publiek toch iets vertellen. Vaak leven mensen in vrede naast mekaar, zonder dat ze nog enig contact hebben; ze leven hun eigen levens of bijna-levens, denken ze. Of dat is hun premisse. De premisse van sommige theatermakers. Hoe vals…Dat ze hun eigen huwelijksproblemen analyseren, zoals August Strindberg deed. De country songs – die nu ook John Fogerty weer zingt – vertellen het hele verhaal. Het is eenvoudig: je houdt van elkaar, ziet elkaar graag, en haat elkaar, je verlangt naar het eeuwige leven samen, maar tegelijk wil je de wereld zien en het andere, altijd het andere, dat overal is, behalve hier. Voorbij die berg daar, of nog twee straten lopen en we zijn er.

Daar ben je dan. Lang geleden dat we elkaar nog hebben gezien. Hoe gaat het met je?  Heb je de laatste Tarantino gezien? Drink je nog iets? Je hebt je mooiste blouse aangetrokken. Toch niet voor mij? Een spin die zoveel lawaai maakte… Dat kan toch niet. Een spin hoor je niet. Het moet een rat zijn geweest, zoals in ‘De battre mon coeur c’est arrêté’, een buitengewoon mooie film. Wist je dat hij gebaseerd is op ‘Fingers’, van James Toback. Mijn vriend Jos had me die destijds aangeraden. In oktober 1991 maakte hij er eind aan. Hij had niets meer te vertellen. Het woord ‘dood’ vatte alles samen. Sindsdien probeer ik hem te vergeten, aan mezelf te denken. Maar ik kan niet aan mezelf denken, ik kan niet eens denken.  Als er iets is wat ik niet kan is het denken. Ik kan wel nadenken, maar niet denken. Het spijt me, maar zo is het.

Ik zit graag in cafés om naar mensen te luisteren die ik niet ken. Al spoedig blijkt dat we veel gemeen hebben, dat onze verhalen, onze levens op elkaar lijken. Ik houd van de mensen in de cafés, ik omhels ze, letterlijk of figuurlijk. Soms begrijpen ze dat niet, alsof ik Nietzsche ben en zij het paard, in Turijn. Maar meestal valt het mee. Meestal weten we dat we in dezelfde Sloop John B. zitten, dat we naar huis willen, maar dat we tegelijk niet naar huis willen. Want is er nog wel een huis? Een thuis? Soms denk ik, sinds de dood van mijn grootmoeder en de dood van Brian Jones en dood van Sandy Denny (en al de anderen) is er niets meer dan de bliksem en het verlangen en het gezelschap, de troost van vreemden. Ja, de troost van vreemden, die verwarmt je hart toch nog het meest – ook als je in de koude ochtend al in de armen van je geliefde ligt.

Dronken in de armen van je geliefde heb je haar veel te vertellen. Maar er is geen mens onder de maan of de zon die zulke verhalen zou willen horen. En als dat wel zo zou zijn, zou ik ze niet vertellen. Het zijn verhalen van en voor vreemden. Het zijn verhalen voor de bewoners van het Gin House. Ze hebben de bodemloze put gezien. Ze zeggen, zwijg nu maar, jongen en luister naar dat lied van Nina Simone.

meisje in de daringman2d
 
Foto's: Meisjes in de Daringman en in de Archiduc (Brussel), Martin Pulaski, 2009.

12-01-09

HET VERRADERLIJKE HART

verdriet,emoties,gevoelens,eros,thanatos,vietnam,bob dylan,palestina,wanhoop,polen,vlaanderen,leugens,lautreamont,postmodernisme,oceanen,edgar allen poe,chantal akerman

De Venus van Urbino, Titiaan.

Als je stil staat ga je niet vooruit. Er gebeurt niets. Je maakt geen onnodige gebaren. Je kunt fluisteren, roepen, schreeuwen, gillen, maar je zwijgt. Je bootst geen Amerikaan na, geen kanarie, geen panda, geen ratelslang, je zwijgt. Onnodige gebaren? Gebarentaal laat je eveneens achterwege, er is niemand die je ziet. Zelf kijk je ook niet, je bent in jezelf gekeerd. Omdat je wakker werd uit een prinsessendroom: je moest ontbijten met prikkeldraad om je heen. Daarom ontbeet je niet. Er was geen krant. Er was niets of niemand. Je bleef in de keuken staan, met je blote voeten op de oude, koude lichtbruine tegels. Je bleef urenlang in de keuken staan. Je dacht aan een rendez-vous met Anna, maar spoedig vergat je dat weer, en passeerden er alleen zinloze beelden in je hoofd. Lang duurde het niet eer je de betekenissen vergat van woorden en namen. Anna? Een heilige die je achtstevoren kunt lezen? Wie was de regisseur ook weer? Een vrouw met blauwe ogen? Korenbloemenblauwe ogen? Een Poolse, een Vlaamse? Waarom werd er om haar gevochten? Vlaanderen was opeens verder weg dan Vietnam. Op de maan dansten muzikanten, muziek speelden ze niet. Die moest nog worden uitgevonden. Ze dansten op het geluid van hun jaloezie, op het geluid van hun verraderlijke hart. Als een klok op de bodem van een waterput. Elk tiktak belooft eeuwige jeugd. Maar je moet niets zeggen, geen gebaar maken, niet bewegen om met zekerheid te weten dat je waar je ook kwam te lang bent gebleven. Jij staat stil, maar de tijd niet, ook al duren de uren soms een eeuwigheid, al lijken ze op golven van geluk en verdriet, op het schreien en het sterven van oceanen.

Je liegt als je zegt dat de wereld niet alles is wat het geval is. Je liegt als je zegt dat de liefde je koud laat. Je liegt als je zegt dat voor jou de tijd van gevoelens voorbij is. Want je weet dat er maar een ding is dat je uit die verstarring kan los maken: een omhelzing. Niet die van Botticelli’s maar toch van een pas geboren Venus met alles erop en eraan en zingend als een Sirene: leef, man, leef, kom in mijn armen!

17-10-08

WAAR IN DEZE BARRE TIJDEN VIND JE NOG EEN HOER?

mes,slapen,verwarring,dyslexie,vertellen,werk,woorden,jezus,bob dylan,hoer,obsessie,koffie,rock and roll,verhalen,landschap,wakker,nachtmerrie,rug,stoel,behoefte,muur,leugens,rum,wapen,acteren,paul auster,heiligen,werkplek,kast,lunchpauze,metamorfose,shakespeare,jeroen bosch,james joyce,heilig,voorwerpen,tafereel,anna,jan arends,taalspel,finnegans wake,landschapsschilders,echolalie,eulalie,punaise,deerne,hubert selby jr,windstreken,lady macbeth,moeder gods

Jane Fonda in 'Klute'.

Helaas is er geen rumhoer in mijn omgeving te bespeuren. Tijdens mijn wake had ik er zo naar uitgekeken: een of meerdere rumhoeren in het landschap… Vrees echter niet: het is een interieur, doch ook weer niet een innerlijk landschap. Niet het werk van een Oude Meester is het, maar een doodernstige plek. Als je niet op je hoede bent ga je er misschien wel dood. In je rug kan weliswaar geen mes of wat dan ook worden gestoken, want daarmee zit je naar de muur, of meer precies, een grijze wandkast, gekeerd. Toch is en blijft het een interieur waar veel messen worden geslepen. Als je je werkplek even verlaat voor een of andere behoefte ben je maar best op je hoede. Wat eigenlijk niet ongewoon is, want waar worden geen messen geslepen? Of punaises op stoelen gelegd? (Een mooi woord, punaise, je proeft het zo, bijna als een aardbei, op je tong.)

Wellicht was je niet echt wakker, toen je naar die supersensuele en exotisch ‘ogende’ rumhoer uitkeek, een vooralsnog reine maagd of een onder make-up bedolven deerne, die je verwelkomen zou met koffie en zoete koeken – de rum zou voor later zijn, rondom lunchpauzetijd, het moment voor lunchpauzegedichten en andere verdwijningsoefeningen, en de werkdag zou afgesloten worden met hoererij. Iedereen in de rij, en dan de hoer op. Of was het de hort? Want geef het maar toe, je lijdt niet alleen aan dwangmatige obsessies, je hebt daarbij ook nog eens last van echolalie. Eulalie! Als je een dochter zou hebben zou ze zo heten. Want waarachtig, bestaat er een mooiere naam? Anna misschien, omdat je hem in meerdere richtingen kunt lezen. De wind buiten beschouwing gelaten. Maar met een Anna loopt het zelden goed af, niet? Wie in haar tijd had kunnen vermoeden dat Anna de heilige grootmoeder gods zou worden? Lady Macbeth is een karwei, maar wie wil de grootmoeder gods spelen?

Hoe kun je toch werken zonder rumhoer in je nabijheid, zal de lezer denken. Het antwoord is: helemaal niet. Als er geen reële rumhoer voor, naast, of achter je zit, ligt of staat, kun je niet werken, omdat je je dan moet concentreren op een irreëel verschijnsel. Wat nabij is kun je vergeten, negeren, uitsluiten. Wat niet nabij is, wat niet bestaat, moet je echter onder ogen zien, desgevallend gebruik makend van je geestesogen. Dat heb jij – in 1967 reeds - van the Small Faces geleerd. Steve Marriott en Ronnie Lane formuleerden het als volgt:

Everybody I know says I'm changing
Laughing behind their backs, I think they're strange
People running everywhere, running through my life
I couldn't give a care because they'll never see
All that I can see with my mind's eye.

Niet alleen rakelen die blitse popjongens de geschiedenis van de rumhoer telkens weer op, maar je kunt er ook nog eens op dansen. Je moet. Terwijl je toch pijn hebt aan je voeten, je knieën en je rug. Dat is van het vele zitten. Dat komt vanzelf als je veel zit. Wacht maar. Als je lang genoeg wacht komt het vanzelf. Maar eigenlijk zou je niet mogen wachten. Je zou moeten dansen met een rumhoer of met een vee.  Met een imker kan ook. Een imker die met sandelhouten wierookstokjes zwaait. Desgevallend met twee veeën, met meerdere imkers. En uit het landschap stappen dat geen landschap is, alleen zand in de ogen en de mond. De vreselijke werkelijkheid in, op de rand van de afgrond. Het is er de hoogste tijd voor. Dan is het gedaan met al dat dwaas gedoe. Maar is dat niet gemakkelijker gedaan dan gezegd, of hoe was het ook weer? Misschien moet je de moeder van de heilige maagd eens raadplegen? Dat was alvast geen rumhoer, en in die hoedanigheid niet bevooroordeeld in deze hele kwestie. Toch is het mogelijk dat ze in haar prille jaren een “barefoot girl dancing in the moonlight” was. Dat opent nieuwe perspectieven.

30-09-08

FACEBOOK EN HET VRIENDSDSCHAPSVERZOEK VAN EEN CONSERVATIEVE AMERIKAAN


Dit is een waar verhaal.

Ik krijg al wel eens een vriendschapsverzoek op facebook. Soms zijn dat eenzame mensen zoals ik, of erger. Dat zijn bijna altijd individuen die ten minste gedeeltelijk dezelfde muzikale, cinematische en literaire voorkeuren hebben als ik: Paul Auster, Fernando Pessoa, Borges, Murakami, Townes Van Zandt, Bob Dylan, Hope Sandoval, Bunuel, Jean Vigo... Mijn lijst is bekend. Vaak echter zijn deze vriendschapsverzoekers rare snuiters waarvan ik me niet kan voorstellen waarom ze mij selecteren uit meer dan een miljoen facebookgebruikers, ik die beroemd noch bekend ben, zeker niet in Burkina Faso of Bangladesh. Ik noem de eerste twee landen die in mijn hoofd opkomen. Het is niet zo dat ik andere landen wil discrimineren.

Vandaag had ik een vriendschapsverzoek van een New Yorker. Ik ging eens kijken op zijn facebook. Ik las dat hij ondermeer graag wandelt, 8 mijl per dag, dat hij van’ 42 Absolute SUMMER Classic Tracks’ houdt, van Anne Murray, van Britney Spears, van Bob Dylan, van Enrique Iglesias en van The Yitzchak Helevi Band. Ik kies hier toevallig ook maar enkele namen uit wellicht duizenden. De New Yorker heeft een voorkeur voor alle stijlen, maten en gewichten. Veel lezen doet hij niet. Hij noemt een viertal titels, waaronder ‘Billy Joel: The Life and Times of an Angry Young Man’ van Hank Bordowitz. Zijn functie is Operations Manager. Ik heb er geen flauw benul van wat dat mag wezen. Dan volgt een opsomming van zijn bekwaamheden, waaronder ‘succesfull leadership abilities’, en allerlei dingen die me aan de rand van een zenuwinzinking brengen.

Vervolgens ontdek ik dat hij een conservatief is en voorstander van de doodstraf. Ik stuur hem een bericht waarin ik een aantal vragen stel: vind je dat de regering-Bush Jr. op acht jaar tijd iets goeds heeft gedaan, vind je dat de oorlog in Irak een goede zaak is, denk je dat McCain een goede president zal zijn. Ik vermeld meteen ook dat ik links en progressief ben. Hij beantwoordt mijn concrete vragen niet, maar vindt dat mensen die van verschillende sportclubs houden toch met elkaar bevriend kunnen zijn. Sportclubs! Ik antwoord dat wereldpolitiek geen sport is. Bush jr. en zijn trawanten hebben duizenden burgers in Irak en elders laten vermoorden. Ze hebben de Amerikaanse economie ontwricht en het welzijn van honderden duizenden Amerikanen in het gedrang gebracht. Ze hebben alleen maar aan hun eigen macht, aan hun eigen belangen gedacht. Ze hebben gefolterd en mensen van hun vrijheid beroofd.

De New Yorker stuurt me daarop een clipje en vraagt of ik dat toch even wil bekijken. Het betreft een Amerikaanse soldaat die een les opzegt: hoe goed president Bush zijn werk doet, hoeveel beter het nu gaat in Irak, blah, blah, blah. Hij heeft het vooral over vrijheid en de prijs die daarvoor moet worden betaald.

Ik schrijf een nieuw bericht waarin ik zeg dat de soldaat een lesje opzegt, wat overduidelijk is. Dat de regering-Bush terreur heeft gezaaid in plaats van vrijheid te brengen. Dat zij de vrijheid van haar eigen bevolking heeft uitgehold, dat zij heeft gelogen, bedrogen en gefolterd, dat zij cynisme, brutaliteit en wreedheid in de politiek heeft ingevoerd.

De New Yorker antwoordt me dat een aantal van mijn argumenten wellicht juist zijn. Hij stemt niet altijd republikeins, zegt hij. Als Hillary presidentskandidate zou zijn, zou ik voor haar stemmen, zij beschikt over staatsmanschap, zegt hij. Maar McCain is een veel betere kandidaat voor het presidentschap dan Barack Obama, voegt hij er nog aan toe, in navolging van de ‘soldaat’ in het clipje, dat ik hieronder met schroom en afgrijzen inlas. Wees gewaarschuwd: je hebt nog nooit zo slecht zien acteren en nog nooit zulke pertinente leugens horen vertellen.



Twee vragen: kan ik met deze New Yorker ‘bevriend’ zijn, ook al is het maar op facebook? Vrees je ook niet dat McCain de volgende president van de Verenigde Staten wordt? Wellicht zijn het retorische vragen.

Deze clip is een illustratie voor de leugens van het militarisme en het globaal kapitalisme van de neo-conservatieven. Lang blijft het hier niet staan. Enjoy!

08-04-08

NAAR MACAO

sarah,leugens,eenakter,martin,strindberg,ibsen,avonturen,reizen,reisverhaal,man,vrouw,roem,macao,film,josef von sternberg,robert mitchum,jane russel,bestseller,onsterfelijkheid,portugal,kinderen,roken

Macao, Joseph Von Sternberg, 1952.
 

Je bent zo onrustig, mijn liefste.

Ben ik niet altijd onrustig, dan?

Je vertelt me minder dan ooit. Waarom zwijg je de hele tijd? Je hebt toch niets te verbergen.

Ik heb alleen maar geheimen te verbergen, maar je kent ze allemaal.

Welke geheimen dan?

Je kent ze. Je weet alles over me. Alleen jij kunt me gelukkig maken en me schade toebrengen.

Dat zijn harde woorden, Martin.

Nee, dat vind ik niet, dat is liefde. Liefde is nu eenmaal gevaarlijk.

En broos.

Ja, dat ook, maar dat is een oud woord, dat brengt me oude gedichten in herinnering.

En toneelstukken? Weet je nog, lang geleden? Toen we Ibsen lazen, en Strindberg.

Ja, dat herinner ik me nog. Vooral de spoken van Ibsen en de strijd tussen man en vrouw van Strindberg.

De sterkste, dat heeft hij geschreven, dat vond ik zo goed. Ik vond het zo goed dat ik er wilde over schrijven. Ik wilde niet dat het stuk ophield.

Maar Sarah, je hebt toch ook De rode kamer gelezen?

Ja, natuurlijk.

Dat gaat toch over zwakken mensen. Weet je nog, die Olle Montanus, zo heet hij geloof ik, die man pleegt zelfs zelfmoord. Hij voelt zich mislukt.

Begin daar nu niet over vanavond, Martin.

Waarom zou ik niet?

Omdat je teveel hebt gedronken. Al die port doet je geen goed. Je wordt er week van. Kijk maar eens in de spiegel. Een bleek gezicht heb je, en onheilspellende ogen.

Mijn ogen weten niet waarheen, Sarah.

Je ogen wisten mij nochtans te vinden.

Toen kenden ze jou nog niet, ze hadden je lijf nog niet gezien.

Nee, dat is zo, ze bleven aan de oppervlakte.

Het was een mooie oppervlakte en ze bleven er graag. Maar onze tijd is veranderd. Toen wisten we nog niets.

We wisten elkaar te treffen.

Daarvoor hadden we andere mensen nodig. Wat we vrienden noemen.

Word je nu sarcastisch? Please?

Nee, ik wil weg, ik ben onrustig. Ik kan hier niet meer aarden.

Sta ik je in de weg, heb je genoeg van me?

Sarah, nee, ik heb niet genoeg van je. Ik wil net meer van je, ik wil je helemaal, maar zo geef je je niet aan mij. Je houdt altijd iets achter. Je geeft je niet.

Martin, we zouden opnieuw moeten beginnen. Alles zou altijd opnieuw moeten beginnen. Iedereen zou altijd een tweede kans moeten krijgen.

Zo werkt het niet. Jammer. Maar ik weet het ook niet, hoe het dan wel werkt. Ik weet alvast dat ik niet opnieuw kan beginnen. Ik ben tot hier gekomen, en op die manier gedetermineerd.

Er worden grote dingen van je verwacht?

Misschien, maar ik heb alleen maar kleine dingen te bieden. Niets eigenlijk.

Je bent onrustig, Martin.

Sarah, wat verwacht je van me?

Dat we gelukkig zijn. Gelukkig. Dat kan toch niet zo moeilijk zijn.

En kinderen? Die wil je toch.

Ja, kinderen. En kleuren en sprookjes vertellen en jij zingt liedjes en speelt op je gitaar.

Dat kan niet meer, Sarah, mijn gitaar is ontstemd.

Martin, weet je dat Patti Smith haar gitaar liet stemmen door haar vrienden. Zij kon het zelf niet. Ze vroeg aan haar vrienden, wil je een lied voor me spelen, en dan moesten ze haar gitaar stemmen. Zo deed ze dat. Ze heeft veel vrienden.

Ja, Patti Smith. Zo moet je dat doen. En niet van het podium vallen. Je weet toch dat haar ouders een café hadden?

Ja, ze is nog altijd dol op koffie. Alleen de geur al. Maar ze drinkt niet meer. Je hebt gelijk. De mensen zijn niet consequent. Zelfs Patti Smith niet. In het begin propageerde ze opium en nu vindt ze dat je best zoveel mogelijk water drinkt. Twee liter per dag.

Sarah, konden we maar autorijden. Ik wil weg. Ik ben te onrustig voor deze straten. Deze stad is niet veilig. Ik wil weg.

Waar wil je naartoe?

Naar Macao.

Waar is dat? Ik ken de naam, maar ik heb er geen idee van waar het is.

Ik ook niet, maar ik denk dat het er goed is. De mensen schijnen er Portugees te spreken. Laten we zo spoedig mogelijk vertrekken.

Wil je niet liever alleen gaan, dan kun je daar schrijven over je avonturen.

Nee, ik wil naar Macao met jou. En we zullen daar dan al ons geld uitgeven aan onzinnige dingen, en we vertellen dat we beroemd zijn in ons land van herkomst. We roken opnieuw twee pakjes sigaretten per dagen. En we doen niets anders dan leugens vertellen.

En als we het overleven schrijven we er een reisboek over?

Ja, als we het overleven schrijven we een bestseller en anders gaan we naar de hel.

06-12-07

MOORD EN DOODSLAG

stanley kubrick,a clockwork orange,leugens,volker schlondorff,mord und totschlag,mick jagger,keith richards,diefstal,ardennen,ben hur,dante,franse revolutie,marat,sade,saint-just,sancho panzo,sprookjes,sneeuwwitje,dromen,charlton heston,brian jones,robert hughes,etc,rolling stones,anita pallenberg,duivelsverzen,sylvia plath,ophelia,shakespeare,don quichot,elvis presley,william wyler,peter case,arthur rimbaud,midnight rambler,a midsummer night s dream,elvis is back,film,pop,boeken,schrijvers

Vandaag heb ik geen zin om zinnen te schrijven. Ik heb zin om zinnen te stelen en ze te verminken. Andermans dromen wil ik me toe-eigenen, ze uiteenhalen als het lichaam van een zelfmoordenaar tijdens een autopsie. Andermans dromen en hun literaire equivalenten, de sprookjes, wil ik in stukken snijden met een zeer scherp mes. Ik ben een wolf in de slaapkamer van de slechte koningin met de donkere opalen ogen. Ik kus vijftienjarige meisjes met appelrode wangen wakker, in hun zoete slaap, lang na zonsondergang. De oceaan van verdriet ben ik, die jullie kusten teistert. Mijn echtgenote is Ilsa, de wolvin van de SS. Diep in de Ardennen ben ik om middernacht met haar in het huwelijk getreden. In purperen gewaad gehuld verdoemde de priester Arthur Rimbaud ons nageslacht. Wij schuimden als champagne de literaire salons van luxehoeren af, op zoek naar een oprechte mens.

Ik herinnerde mij dat ik geboren was in een wervelstorm en in de verte schoten hoorde. Het was oorlog, burgeroorlog, men riep de revolutie uit. Saint-Just maakte aanstalten om mijn paleis te bestormen, maar ik opende alvast de poorten. Kom binnen, zei ik, neem een sigaar en doe waar je zin in hebt. Jij ook, vriend van het volk. In de krant noemden ze mij degene die om middernacht komt ronddolen, met vuurrode ogen en een scherp mes. Ik stond toe te kijken toen de Dichteres haar hoofd in de oven stak – waarna de Dichter zijn meest verheven verzen schreef, aan de natuur gewijd; beken, heuvels en lelietjes-van-dalen. Ik sneed de jurk van de gastvrouw open met mijn Bowiemes. Je naam? Ophelia, zei ze, neem me maar, doe je zin, ik heb alle leed geleden. Alleen een god kan mij nog redden. Ik houd van je om honderdduizend redenen, zei ik, maar het meest van al houd ik van je omdat je jij bent. Sancho Panzo overhandigde me mijn twaalfsnarige gitaar. Ik speelde Entella Hotel, Sancho zong de wreedste woorden. Was hij dan geen Saraceen? De kaarsen werden gedoofd. Ben Hur stootte zijn hoofd aan de hoek van een zeer hoge notenhouten tafel. Het tij was gekeerd. Veronica, of vera icona, kwam uit de kast als degene wie ze werkelijk was, het monster van de liefde, met een pas gewassen handdoek uit Turijn.

De wereld keerde in zichzelf terug, en ik nam afscheid van alle leugens die ik ooit uitgesproken had. Niemand bleef over om de maan te bezingen. Nergens rolde een steen. Alles was stil. Zelfs duivelsverzen werden niet uitgesproken.

...

De titel is gestolen van de film 'Mord und Totschlag' van Volker Schlöndorff, met Anita Pallenberg en een soundtrack van Brian Jones. Anita Pallenberg was het liefje van Brian, later zou ze met Keith Richards gaan samenwonen en tussendoor maakte ze de film Performance met Mick Jagger. Of de overige Rolling Stones een rol hebben gespeeld in haar leven weet ik niet zo zeker. Ik heb de film 'Mord und Totschlag' nooit gezien, wel 'Die Blechtrommel' van dezelfde regisseur.

08-06-07

EEN HOOFD VOL DODE WOORDEN


distracted

De woorden van de wereld en de tijd hebben je bescheiden gemaakt, maar tegelijk hebben ze je de zekerheid gegeven dat je niet waardeloos bent, dat je een mens bent. Een mens die droomt en denkt en verlangt. Een mens die ernaar streeft een mensch te worden. Ooit. Dat woord mensch ben je voor het eerst tegengekomen in de autobiografie van Elias Canetti, de schrijver die sterfelijkheid een schande noemde. De woorden hebben je gerustgesteld, maar ook verontrust. Bij het lezen van sommige woorden werd je verontwaardigd. De woorden lieten je een gefundeerde orde zien. Maar hun betekenissen veranderden voortdurend, net zoals de oorzaken van je plezier. Sommige woorden waren als mooie vrouwen, modellen, druktemakers, Eryniën. Sommige woorden waren als vliegen, die je toch niet doodmepte. Integendeel, je luisterde goedkeurend naar hun gebrom. De woorden vormden lange ketens. Of zal ik zeggen, guirlandes? Rozenkransen, lauwerkransen? De woorden waren sterren die je de weg toonden. Leugens die je op een dwaalspoor zetten. 's Nachts met ontbloot hoofd. De woorden brachten dat hoofd op hol. Je kon niet meer terug naar een veilig oord, waar het stil was. Altijd was er ten minste een gefluister te horen. De woorden hebben je kijk op de werkelijkheid aangescherpt maar ook vertroebeld. Je bent een andere geworden dan degene die je bent, je bent duizend anderen geworden. Talloos veel miljoenen ben je geworden, zoals de woorden om je heen en de woorden in je hoofd. Je raakt ze niet meer kwijt tot je de gifbeker drinkt, dat troebel water van de dood. De kruik, echter, zegt de volksmond, gaat zo lang te water tot ze breekt.

Foto: Martin Pulaski, Zelfportret.

01-02-07

LEZEN EN LATEN LEZEN

geerten meijsing,voorlezen,simenon,mario praz,mentor,proust,lezen,boeken,passie,literatuur,leugens

De voorbije dagen las ik ter vermaak Georges Simenon. Dat is een beetje door Geerten Meijsing gekomen, die in de dubbelroman – het eerste deel is van zijn zus Doeschka – ‘Moord en Doodslag’ de Belgische veelschrijver zo ophemelt. Geerten Meijsing heeft me echt zin gegeven in Simenon, zoals hij me vroeger in de richting van Mario Praz en George Gissing heeft gestuurd. Moet ik me daar schuldig over voelen? Over dat aangename tijdverdrijf? Jullie zullen waarschijnlijk zeggen: maar nee, waarom zou je wel. Ik weet het echter niet. 


Er was een tijd dat ik me alleen bij Marcel Proust thuis voelde, bij wijze van spreken. Hij was me zo vertrouwd. Het was alsof zijn verteller me rechtstreek toesprak (en soms in het oor fluisterde).
Soms, als ik zelf niet meer tot lezen in staat was, las Laura voor. Ik heb het nu over lange tijd geleden, toen er nog koude winters bestonden. Inmiddels zijn er praktisch bezwaren ons leven binnengeslopen. Dat voorlezen deed zij alleen 's nachts; overdag was lezen en me laten voorlezen uitgesloten. Van de ochtend tot het vallen van de avond ging ik in vrijwillige ballingschap uit het leugenachtige 'rijk van de literatuur'. Zodra de avond viel werd ik weker en liet ik mij haar leugens welgevallen. Overdag las ik ook wel, maar die lectuur stond ten dienste van mijn eigen werk. Ik deed opzoekingen, verzamelde documentatiemateriaal, maakte aantekeningen, en dergelijke meer.

Met dat materiaal deed ik uiteindelijk niet zoveel. Als ik er nu over nadenk, na al die jaren, over dat ‘werk’, dan kan ik dat niet anders beschouwen dan een andere vorm van aangenaam de tijd verdrijven. En is dat niet het beste wat wij kunnen doen, de tijd die de grootste dief is, zo veel mogelijk verdrijven?

Afbeelding: manuscript van Marcel Proust.

19-07-05

SCHILD OF VRIEND


We zitten al de hele middag te drinken, mijn vriend Alfred en ik. Zoals veel van mijn vrienden en kennissen is Alfred het leven beu. Optimisten (en eigenlijk al degenen die geslaagd zijn in hun carrière) hebben mij om een of andere reden al lang de rug toegekeerd. Bestel nog een glas wijn, is Alfreds leuze, want het leven is niets en de wereld heeft mij niet nodig.

's Avonds in café de Kat laat ik Alfred even aan zijn lot over om dag te gaan zeggen tegen Ronald, een vermolmde architect, die in de jaren zestig zijn laatste huizen heeft 'gebouwd'. Ik wijs - niet al te opvallend - naar Alfred en leg uit dat hij diep in de put zit. Ronald haalt zijn schouders op.

"Niemand mag sterven, Ronald", zeg ik.
"Laat ze allemaal maar zelfmoord plegen", zegt Ronald. "En trek het je niet aan, als ze het willen doen ze het toch".
Terwijl we zitten te praten loopt Alfred De Kat uit en roept, zonder echter zijn stem te verheffen, "ik wil sterven". Ik ga hem achterna, grijp hem bij zijn mouw en trek hem weer het café binnen. Ondanks zijn duidelijke afkeer van alles wat hij nu een tweede keer ontwaart gaat hij gewillig op een wankele stoel zitten.
"We nemen meteen een taxi", zeg ik. "Eerst bestel ik nog een rondje voor Ronald en zijn vrienden".

"Ben jij wel van Antwerpen?" vraagt de pooier van een blondje (ongeveer 19 jaar, groene ogen). Waarschijnlijk is hij geen pooier, maar ik vind het prettig hem zo te noemen. Had hij maar niet dat felblauw zijden hemd moeten aantrekken. En dat hij het meisje behandelt alsof ze zijn poedel is kan ik al helemaal niet hebben. Na één seconde haat ik deze man reeds en heb ik zin om hem een vuistslag te geven. Jammer dat ik niet sterker ben. Een goedgeplaatste vuistslag zou nochtans veel oplossen. Maar in de Kat houden ze mij voor een intellectueel. Het soort dat niet vecht. Bovendien doe ik niets aan mijn conditie, draag ik een bril en ben mager, allemaal zaken die weinig efficiënt zijn als het op vechten aankomt.
"Ik ben van Brussel en van Antwerpen", antwoord ik zo vriendelijk mogelijk.
"Daar heb ik ook gewoond, in Brussel", zegt het blondje.
"In Brussel was alles beter", voegt ze er aan toe.
"Overal was altijd alles beter", zeg ik.
Ze kijkt me boos aan. Heb ik iets verkeerds gezegd?
"Ik wil zelfmoord plegen", kreunt Alfred.
"Laat hem toch zeuren", zegt Ronald, "het is nog te vroeg voor je taxi".
"Overal was altijd alles beter", zeg ik, "overal!".

Een Indiër met bloemen komt het café binnen. Niemand is geïnteresseerd in zijn koopwaar. Ik wel : het tafereel roept een vaag gevoel van herkenning in me op, het is alsof ik gedwongen word de man aan te spreken en te zeggen wat ik zeg.
"Hoeveel voor zo'n roos?", vraag ik.
"Een euro", zegt hij.
"Vijftig cent", zeg ik. Ondertussen vraag ik me af: voor wie?
"Negentig", zeg de Indiër.
"Vijftig", houd ik vol.
"Tachtig", zegt de Indiër.
"Vijftig".
"Zeventig".
"Vijftig".
"Zestig".
"Vijftig".
"O.K.", zegt de Indiër, "vijftig frank voor deze mooie roos".
Ik voel me zo sterk door deze overwinning dat ik me afvraag of ik de pooier toch maar niet in zijn gezicht zal slaan. De roos geef ik aan Lydia. Aan wie moet ik ze anders geven? Lydia is natuurlijk verbaasd. Al die jaren dat ik in haar café kom heb ik nauwelijks het woord tot haar gericht, laat staan haar iets gegeven, en nu dit.
"Waarom geef je mij een roos?" vraagt ze.
"Omdat ze in mijn hand verwelkt", zeg ik. "Lydia, ik woonde graag in Antwerpen. Dit is altijd mijn heilige stad geweest. Je had al veel meer bloemen van mij moeten krijgen, al was het maar om de tijd te verzachten".

Pieter De Zwaan komt naar me toe. We begroeten elkaar.
"Je bent wel dik geworden", zeg ik.
"Vind je?", vraagt hij.
"Wel zeker", zeg ik, "erg dik. Als ik ooit een acteur zoek voor mijn versie van Pere Ubu, weet ik bij wie ik terecht kan. A propos, ken jij die pretentieuze kerel daar, met dat brilletje op zijn neus? Nu ja, ik heb ook wel een brilletje op. Maar dat is toch nog een ander brilletje, als je het mij vraagt. Ik heb zin om die man een pak slaag te verkopen. Vooral vanwege dat zijden hemd dan".
"Je moet dat doen", zegt Pieter. "Het is een klootzak. Een echte chauvinist. En hij is niet eens van Antwerpen !"
"Dat is gemakkelijk gezegd", zeg ik. "Maar kan ik die man nu in mekaar rammen, terwijl mijn vriend Alfred daar zelfmoord wil plegen?"
"Wil Alfred zelfmoord plegen?" vraagt Pieter.
"Ja", zeg ik. "Ik breng hem meteen naar huis, met de taxi. En daarna neem ik in Berchem de junkietrein die van Amsterdam komt. "
"Je moet nooit bang zijn", komt Ronald ertussen "Dat is nergens goed voor. In Brussel moet je ook niet bang zijn. Je moet brutaal zijn. En brullen. Als je brult, weten ze dat je niet bang bent. Je moet brullen zoals je hier in Antwerpen hebt gedaan toen die motorrijder je vriend omver wilde rijden".
"Ja, dat is waar", zeg ik, "die sonofabitch is wel even geschrokken".

(Op weg van de Volle Maan naar de Kat had een verschrikkelijke kerel op een Honda geprobeerd Alfred omver te rijden, zij het zeer traag. Vlakbij de kathedraal nota bene ! Ik ben heel luid beginnen te brullen dat hij een verdomde klootzak was. Daarop is hij zo vlug als hij kon met zijn Japans monster op de vlucht geslagen.)

Alfred staat op, neemt een aantal briefjes van twintig uit zijn jas en werpt die op de vloer. Ik raap ze op en geef ze hem terug. Nu is het echt wel tijd voor de taxi.
Als we aan het station van Berchem aankomen heb ik nog twee minuten voor de trein naar Brussel vertrekt. Ik geef Alfred twintig euro, met de bedoeling dat hij zich nog tot voor zijn deur laat brengen, maar hij geeft het geld meteen aan de taxichauffeur en stapt ook uit.
"Zal het gaan?", vraag ik.
"Ja", zegt hij", het is niet ver".

Op de junkietrein zitten geen junkies, zo te zien. Er wordt zelfs geen joint gerookt. Ik zet mijn koptelefoon op en luister naar Townes Van Zandt:
"To live is to fly high and low...".

Een uurtje later hang ik op een barkruk in een armemensen-café nabij het Zuidstation. Het bier smaakt er slecht maar de mensen die er rondhangen zien er tevreden uit, ook al is hun smaak even slecht als die van de pils. Een paar oudere koppels dansen op de muziek van de juke box. "Pepito Mi Corazon", zingt de zangeres van Los Machucambos. Het herinnert me onmiddellijk aan een gedicht dat ik schreef naar aanleiding van de dood van mijn vader (waarin ik hem, met een schipperspet op, zie dansen op "Pepito Mi Corazon"). Het wordt tijd om op te krassen. Dit is mijn verleden. Mijn ware leven is elders. Ik moet bellen naar mijn vriend. Hij mag niet sterven.

In de taxi heb ik een discussie met de Limburgse chauffeur, een uitgesproken racist.
"Die Marokkanen moeten hier weg", zegt hij. "Ze maken hier alles kapot".
Ik word niet boos, probeer hem te begrijpen. Maar hem tot een inzicht brengen dat mij juister lijkt, dat lukt mij niet. Voor mijn woning aangekomen zet hij de teller af, om onze discussie voort te kunnen zetten. We praten nog een half uur. Mijn argumentatie is gebaseerd op één idee: als de Marokkanen weg zijn, dan zullen het de Limburgers zijn die alles verpesten. Want dat zijn ook geen echte Vlamingen, echte Vlamingen zingen namelijk niet. En het zijn zeker geen echte Walen. Mensen kiezen altijd een vijand uit. Dat probleem los je niet op met de Marokkanen of wie dan ook naar 'huis' te sturen.
"De mensen moeten met elkaar leren leven", zeg ik, "dat geldt net zo goed voor u als voor mij. Ik heb net zo goed een heleboel vijandige gevoelens in mijn lijf als u". Zal hij hier over nadenken? Ik betwijfel het. Toch geven we elkaar een hand en nemen we op vriendelijke wijze afscheid.

Het is vier uur in de ochtend. Ik bel Alfred op. De telefoon wordt niet opgenomen. Zou hij slapen? Of is hij dood? Wat maakt het uit voor hem ? Het leven is niets. Alleen wij die blijven zullen treuren. En elkaar met tegenzin in de ogen kijken. Op reis gaan naar plaatsen waar iedereen al geweest is, en geeuwen van al die schoonheid. Alleen wij zullen leugens vertellen. Anders is het leven niets. Alfred is een taaie kerel. Hij kan tegen een stootje.