04-10-16

CRISIS, NUCHTERHEID, UTOPIE

Drive-By-Truckers-American-Band.jpg

Ontwaken met misselijkmakende hoofdpijn en nog moeër dan toen ik ging slapen: het verbaast met niet meer. Ik voel me al enkele weken, maanden zelfs, slap en uitgeput maar vind geen duidelijke oorzaak. Te weinig energie om een literaire tekst te schrijven, om woorden met het oog op concrete schoonheid met elkaar een verband te laten aangaan. Om er zinnen van te maken en paragrafen die tot de verbeelding spreken. Mijn eigen verbeelding is alleen ’s nachts aan het werk, als ik het geluk heb te dromen. Misschien maakt die nachtelijke activiteit me zo moe? Tot nog niet zo lang geleden noteerde ik mijn dromen en gebruikte die (soms) als grondstof voor schetsen en verhalen. Nu kan ik de stap van de chaotische droom naar de heldere verwoording niet meer zetten. Voorlopig toch niet. Bovendien is al meerdere jaren binnen in mij een gevecht aan de gang tussen het dromerige, wat ik de mijmering noem, en de nuchtere beschouwing. Ik dacht de twee vormen te kunnen combineren, maar ik blijf afwachten. Te lang misschien? Want het gezond verstand zegt dat je moet doen, handelen, en niet stil blijven zitten en altijd maar aarzelen en twijfelen.

Het verbaast me ook niet meer dat bij ING meer dan drieduizend mensen worden ontslagen. Ook zulke gebeurtenissen dragen bij tot de misselijkheid die ik voel, maar verbazing? Nee, geen verbazing. De multinationals en de banken staan boven elke wet en ze hebben ons en ‘onze’ politici in hun wurgende greep. Ik schaar me achter vakbondsacties, stakingen en betogingen, maar weet dat alleen een revolutie op zeer grote schaal deze ellendige stand van zaken kan veranderen. In het verleden is het echter na een revolutie zelden beter geworden. Lees er – onder meer – Peter Sloterdijks ‘De verschrikkelijke kinderen van de nieuwe tijd’ maar op na. (Overigens geloof ik dat na bestudering van dat diep pessimistische boek mijn mijmerend schrijven is stilgevallen.) Is er dan helemaal geen uitweg? Weinigen schijnen nog een antwoord te hebben, het begin van een oplossing voor te stellen.

The HarderTheyCome.JPG


Ik beluisterde ‘American Band’ van Drive-By Truckers en kreeg weer hoop. Dit is Amerikaanse rock & roll die uit de ziel en het hart komt, opstandig en sterk en trots maar zonder zekerheid hoe het nu allemaal moet. Wat zeker is, is dat muziek en kunst in het algemeen bij om het even welke maatschappelijke verandering een doorslaggevende rol zullen spelen. Patterson Hood en Mike Cooley, de liedjesschrijvers van de Truckers, maken protestsongs van deze tijd. Ze gaan over de Verenigde Staten, het Zuiden, racisme, geweld, maar ze zijn tegelijk universeel. We kunnen ons herkennen in de problemen die ze beschrijven, in de immense crisis die in de Verenigde Staten gaande is maar die ook ons Europeanen dreigt te verlammen. De teksten van de Truckers drukken wanhoop uit maar de muziek zit vol hoop en energie en leven. Deze muzikanten doen het niet alleen maar voor het geld, voor de drugs en de groupies, zeker niet. Je hoort dat ze naar een waarheid zoeken, naar iets wat in het verleden waardevol was en dat in de toekomst nog zal zijn.

Wat me opvalt is dat wat de voorbije dagen tot me doordrong veel samenhang vertoont: de ‘objectieve’ werkelijkheid, hoe die in de media aan ons wordt getoond, de apocalyptische serie ‘The Leftovers’ – met daarin het prachtig lied ‘Let the Mystery Be’ van Iris DeMent - , ‘The Harder They Come’ – vertaald als ‘Wie storm zaait’ - van T.C. Boyle en ‘American Band’ van Drive-By Truckers. Dat kan geen toeval zijn. Het is, denk ik, de hoogste tijd om de energie die ons nog rest op een positieve manier aan te wenden. Niet alleen door elkaar alleen maar te verdragen of naar elkaar te luisteren maar door elkaar lief te hebben. Ik weet dat het utopisch klinkt maar we zijn allemaal van dezelfde familie.

Leftovers_PillarMan.jpg

 

13-01-15

DE SPIJKERS VAN CREATIEVE GEESTLOOSHEID

giotto_di_bondone_-_stygmatyzacja_sw__franciszka_1295-1300.jpg

Donderdag 8  januari 2015, omstreeks half vijf. Aan het kruispunt beneden aan mijn straat zie ik rechts van me tussen de kale bomen een blauw in de lucht zoals ik er nooit tevoren een zag. Het is een onaards blauw, een beetje turkoois, maar nog anders, dieper, mysterieuzer. Het licht van de zielen van de doden in Parijs? Hoewel een geloof in een hiernamaals en een opperwezen me geheel vreemd is.

De aanslag op Charlie Hebdo, een dag eerder, had me diep geraakt. Het is merkwaardig dat woede, afschuw, verdriet, ontreddering soms zo selectief zijn. Want er gebeuren elke dag moorden en aanslagen, ergere zelfs dan die in Parijs. Maar Charlie Hebdo was, hoewel ik het zelden las - ik ben geen trouwe lezer van strips, comics, graphic novels en getekende satire -, een tijdschrift dat bij mijn generatie hoorde, bij de tegencultuur, bij de late jaren zestig en vroege jaren zeventig; de redactie van Charlie Hebdo was een groep kunstenaars die nog altijd die geest uitdrukten, zij het scherper, agressiever, met meer verbittering en meer gevaar voor het eigen leven dan in die gouden dagen. Wolinski heb ik altijd bijzonder geestig gevonden.

Meteen zal de hele islamitische wereld met de vinger gewezen worden, dacht ik bijna meteen nadat ik het nieuws had gehoord. Dat is het tragische gevolg van zulke waanzinnige acties – die waarschijnlijk helemaal niet waanzinnig zijn, maar politiek beredeneerd.

Wat gaan we doen, nu we eigenlijk niet meer werkelijk kunnen spreken? Iedereen heeft wel een mening, maar wat zegt een mening? Onze woorden en ons begripsvermogen zijn al lang niet meer toereikend. De realiteit ontglipt ons. We worden allemaal radicaler, misschien vooral omdat we zo tot zwijgen veroordeeld zijn.

Op dertig jaar tijd van ‘Touche pas à mon pote’, de slogan van Harlem Désir, waar wij ons als antiracisten massaal achter schaarden naar ‘Je suis Charlie’, een uiting van solidariteit maar tegelijk van ontreddering en wanhoop. Overigens kan iedereen zich in ‘Je suis Charlie’ vinden – ikzelf ook – wat zeker niet het geval was met die andere slogan. In Figaro Magazine noemde de mystieke fascist Louis Pauwels de antiracisten debielen die aan geestelijk Aids leden.

Mijn eerste publieke reactie, na de gevoelens van verslagenheid en wanhoop, was een pleidooi houden voor de vrije meningsuiting, omdat dat wellicht de basis is van alle vrijheid. Het vrije woord, waar ik in de jaren negentig voor geijverd heb in het Arkcomité voor het Vrije Woord, dat de gelijknamige jaarlijkse prijs uitreikt. Die reactie was niet beredeneerd. Ik stond er zelfs niet bij stil dat miljoenen mensen hetzelfde zouden doen. Lang moest ik niet zoeken naar John Stuart Stuart Mill’s ‘On Liberty’ (1859). Op facebook plaatste ik dit citaat:

This, then, is the appropriate region of human liberty. It comprises, first, the inward domain of consciousness; demanding liberty of conscience, in the most comprehensive sense; liberty of thought and feeling; absolute freedom of opinion and sentiment on all subjects, practical or speculative, scientific, moral, or theological. The liberty of expressing and publishing opinions may seem to fall under a different principle, since it belongs to that part of the conduct of an individual which concerns other people; but, being almost of as much importance as the liberty of thought itself, and resting in great part on the same reasons, is practically inseparable from it. Secondly, the principle requires liberty of tastes and pursuits; of framing the plan of our life to suit our own character; of doing as we like, subject to such consequences as may follow: without impediment from our fellow-creatures, so long as what we do does not harm them, even though they should think our conduct foolish, perverse, or wrong. Thirdly, from this liberty of each individual, follows the liberty, within the same limits, of combination among individuals; freedom to unite, for any purpose not involving harm to others: the persons combining being supposed to be of full age, and not forced or deceived.

Dat moest volstaan. Ik had er verder geen mening over. Wat is een mening? Wel dacht ik al aan de noodlottige gevolgen van alle georganiseerde religies, van de politieke interpretaties van zogenaamd heilige teksten.  Ik heb me lang en intensief met religie beziggehouden, onder meer toen ik Milan Ryzls ‘Zoeken naar God’ heb vertaald en bewerkt.

Zonder ‘mening’ kon ik alleen nog soelaas zoeken in beelden en muziek. Ik beluisterde ‘Dead Souls’ van Joy Division. De krachtige song kan over veel gaan; ik hoor vooral innerlijke strijd en zeker ook wanhoop, dezelfde wanhoop die mij zo verlamde – en dat nu nog altijd voor een deel doet:
 
Someone take these dreams away
That point me to another day
A duel of personalities
They stretch all true realities.

Denis_Diderot.PNG

Op facebook plaatste ik een portret van  Denis Diderot, als symbool van de waarden van de Verlichting, met name van de vrije meningsuiting, en een reproductie van ‘De parabel der blinden' van Pieter Bruegel de Oude uit 1568. Dat werk vind ik interessant omdat het over bijbelinterpretatie gaat, met name of je al dan niet verplicht bent om je handen te wassen voor het eten. Bij mijn zoon, die in Parijs woont en werkt, vond ik een treffende tekening van de ‘Je suis Charlie’-slogan, die ik deelde.

Een dag later, op 9 januari, was mijn woede niet verwerkt. Ik nam weer mijn toevlucht tot muziek, en wel tot ‘Religion’ van Public Image Limited. John Lydon valt de katholieke kerk aan, maar de razernij is universeel.

Fat pig priest
Sanctimonious smiles
He takes the money
You take the lies

Boven de link naar het nummer schreef ik dit:

Misschien kan kunst de wereld niet redden. Maar religie kan de wereld alleen maar verwoesten. Judaïsme, christendom, islam, hindoeïsme, allemaal hetzelfde bedrog, allemaal leidend tot verblinding, fanatisme, geweld, oorlog.

Mijn woede was mede gevoed door het bekijken van een aflevering van Reyers Laat. Op een lagere en schofterige manier dan daar gebeurde kun je niet met de tragische dood van twaalf mensen omgaan. Bart De Wever zat er met zijn kop van pure haat de schuld voor de aanslag in de schoenen van gelovigen, communisten en socialisten te schuiven en samen met Mia Doornaert de hele islamitische wereld naar de verdoemenis te wensen. Zonder ook maar een ogenblik een poging te doen om iets te begrijpen van de context, de achtergrond, de geschiedenis van die weerzinwekkende gebeurtenis.

Nadat er wat kritische opmerkingen waren geformuleerd bij mijn atheïstische stellingname vond ik het nodig dat uitgangspunt te nuanceren. Niet omdat ik mijn kritiek van de godsdiensten wilde afzwakken, maar ter verduidelijking. Ik voegde eraan toe dat ik, nogmaals, een verdediger ben van de vrijheid van meningsuiting en bijgevolg ook van godsdienstvrijheid. Maar ik was en ben ervan overtuigd dat geen enkele godsdienst of belijder van een godsdienst het vrije woord, in welke vorm dan ook, mag belemmeren. Ik voegde er eveneens aan toe dat ik me nu niet opeens als de vijand van de moslims zag, ook al moeten we ons verzetten tegen elke vorm van fanatisme en tegen alle fanatici, waar ze ook vandaan komen. Ik schreef – in weerwil van mijn sprakeloosheid, van het gevoel dat de woorden niet meer volstonden – dat we zoveel mogelijk moesten nuanceren, naar elkaar luisteren, met elkaar praten.

wolinski-et-les-femmes.jpg


Wolinski had ik horen zeggen dat humor altijd links en vrijdenkend is. Rechts is verbitterd en zuur. Kijk maar naar de Antwerpse burgemeester en naar Marine Le Pen. Misschien zijn ze wel verstandig, slim, gewiekst, maar ze hebben geen gevoel voor humor. Hebben ze wel een ziel? Ik maakte inderdaad een onderscheid tussen links en rechts, met duidelijke sympathie voor de gauchisten van Charlie Hebdo, maar vond toch tegelijk dat we polarisatie moesten vermijden. Je kunt niet in alles consequent zijn.

Iemand vond dat ik de religie in een te negatief licht plaatste. Jezus, Mohammed en Boeddha predikten an sich gewoon liefde, schreef ze. Mijn aanval was inderdaad op de georganiseerde religies gericht, die vooral ideologisch en politiek gebruikt worden, meestal als dekmantel voor verwoestingen en veroveringen. De ‘strijders voor het geloof’ zijn blind voor de boodschappen van liefde van Jezus, Mohammed, Boeddha en andere ‘wereldverbeteraars’. Ze kennen geen liefde, alleen haat en wraakzucht. Of de wil tot macht, tot bezit. Het zijn veroveraars, of huurlingen van veroveraars. Als ze al lezen zijn het gesimplificeerde en verminkte internetversies van de heilige geschriften. Overigens: wie van ons leest Job? Prediker? Het Hooglied? Ik weet alvast dat Nick Cave ‘Het Evangelie van Marcus’ heeft gelezen. “Christus sprak tot me door Zijn isolement, door de druk van Zijn aanstaande dood, door Zijn woede over het afgezaagde, door zijn Verdriet. Christus, zo leek het, was het slachtoffer geworden van het gebrek aan verbeeldingskracht onder de mensheid, en was aan het kruis genageld met de spijkers van creatieve geesteloosheid.” Zo schrijft Nick Cave in het voorwoord bij het ‘Het Evangelie van Marcus’.
nick-cave-suit-photo.jpg

Alle religies bevatten waardevolle morele stelregels. Mensen met goede bedoelingen hebben ze bedacht, omdat ze van het leven hielden en van de andere mensen, van de kinderen, de dieren, de aarde. Ze mogen dan wel gedroomd hebben van verre paradijzen: bijna altijd ging het om dromen van paradijzen hier en nu. Denk aan Julian Beck’s ‘Paradise Now’. Maar zolang de religies bestaan zijn ze misbruikt om mensen te onderdrukken en uit te buiten, om ze tegen elkaar op te zetten, om onverdraagzaamheid en oorlogszucht aan te wakkeren.  Het is niets nieuws en het gebeurt nog steeds.

In alles wat ik doe blijf ik streven naar bevrijding van wat Bob Marley 'mental slavery' noemde. Mij lijkt de hypothese dat de vrije gedachte een hogere vorm van  bewustzijn is dan een denken dat zich onderwerpt aan instellingen, machtsstructuren, economische systemen, godsdiensten, et cetera, geen vorm van cultureel snobisme of elitarisme.  Maar het streven naar een universeel vrij denken, een werkelijk vrije gedachte, kan niet op fanatieke wijze gebeuren, dat is evenzeer duidelijk. Er is openheid van geest voor nodig, geduld, dialoog, luisterbereidheid, begrip.

De volgende dagen kon ik er niet aan weerstaan de vele stemmen die zinnige en onzinnige verhalen lieten horen over de aanslag op Charlie Hebdo en de andere tragische gebeurtenissen te beluisteren. Tientallen verhalen, boos, verontwaardigd, begripvol (niet voor de terreur, uiteraard), inzichtelijk, esoterisch, literair, historisch… Bij veel van wat ik las zat ik te knikken, soms met tranen in de ogen, soms met woede in het hart, soms tot nieuwe inzichten komend.

Een duidelijk en helder en juist statement vond ik bij een van mijn favoriete schrijvers, Ian McEwan:

"Murderous and self-sanctifying, radical Islam has become a global attractor for psychopaths. It has never been embarrassed to proclaim its list of hatreds: education, tolerance, plurality, pleasure and, above all, freedom of expression -- the freedom that underpins all others. Even more important than the abstractions are the people that jihadists hate and have killed: children, schoolgirls, gays, women, atheists, non-Muslims, and many, many Muslims. To that list we must now add the brave and lively staff of Charlie Hebdo, who hoped to face down hatred with laughter. The slaughter in Paris is a tragedy for the open society. On a dark night for mental freedom, a few fragile points of light: the calm, determined crowds gathered in cities across France; the hope that the general revulsion at these murders might have a unifying effect; the fact that a cult rooted in hate is a frail thing and cannot last; the fact that the psychopaths are vastly outnumbered."

In heel die periode was ik ziek. Ik had bronchitis, koorts. Op 29 december had Agnes op straat haar pols gebroken; ze was gestruikeld op de terugweg van de supermarkt. Ik moest mijn dagelijks leven geheel anders inrichten. Voor het eerst in lange tijd moest ik mij geheel inzetten voor iemand anders, op elk gebied, en voor mezelf. Het was en is moeilijk. Soms was ik blij met die nieuwe opdracht, soms stak de wanhoop weer de kop op. Door de ziekte was mij ook de mogelijkheid ontnomen vrienden te ontmoeten, te praten, te luisteren naar wat zij dachten en voelden.

Lezen is bijna altijd een vorm van troost. Ik las de voorbije dagen het meesterwerk ‘Light Years’ (1975) van James Salter. Een verbluffend boek, vol treffende beschouwingen over de aard van de mens en zijn omgang met wat er rest van de natuur en de seizoenen. Een boek over momenten van intens geluk, eros en liefde en over ontgoocheling, teleurstelling, verbittering, melancholie. Over diepe, bleke wanhoop. Het prachtige boek kon me niet troosten, integendeel. Maar ik putte er desondanks moed uit en citeerde dit:

“We preserve ourselves as if that were important, and always at the expense of others. We hoard ourselves. We succeed if they fail, we are wise if they are foolish, and we go onward, clutching, until there is no one – we are left with no companion save God. In whom we do not believe. Who we know does not exist.”

Na het beluisteren van zoveel stemmen, na het treuren, na de optocht van miljoenen sympathisanten van Charlie Hebdo, lijkt de stilte nog te zijn toegenomen. Het lijkt op een rouwproces maar het kan net zo goed een periode van bezinning zijn. Ondertussen is de wind opgehouden met rukken en wordt de hemel weer helder. Gelukkig zie ik op dit ogenblik dat uitzinnige, onwereldse blauw niet.
je suis charlie jean julien.jpg

Interessante artikels:

https://decorrespondent.nl/2324/Zo-bewijs-je-Charlie-Hebdo-misschien-wel-de-meeste-eer/17887105236-48fe7417
http://www.knack.be/nieuws/wereld/wat-we-misschien-van-de-duivelsverzen-kunnen-leren/article-opinion-524185.html
http://www.independent.co.uk/voices/comment/charlie-hebdo-paris-attack-brothers-campaign-of-terror-can-be-traced-back-to-algeria-in-1954-9969184.html
http://www.newyorker.com/news/news-desk/blame-for-charlie-hebdo-murders
http://www.salon.com/2014/11/23/karen_armstrong_sam_harris_anti_islam_talk_fills_me_with_despair/
http://www.liberation.fr/societe/2015/01/07/cohn-bendit-charlie-c-est-la-radicalite-anticlericale-c-est-pour-ca-qu-ils-ont-ete-tues_1175497
http://www.rferl.mobi/a/iran-journalists-demonstration-charlie-hebdo-massacre/26783226.html
http://www.rferl.mobi/a/iran-journalists-demonstration-charlie-hebdo-massacre/26783226.html
http://www.globalinfo.nl/Achtergrond/de-kleine-tegenstemm...

04-12-13

HET WONDERMIDDEL

Drunken_Ange2.png

Een waargebeurd verhaal, in een ziekenhuiskamer in Brussel.

Meer dan twee jaar later zou ik Kurosawa’s ‘Drunken Angel’  (酔いどれ天)opnieuw bekijken, een film over de intense en toch ook wel bizarre relatie tussen een aan de alcohol verslaafde arts en een aan tbc lijdende yakuzi Matsunaga. Mijn aandacht zou al vanaf de eerste beelden groot zijn, de film zou me in een roes brengen, bijna hypnotiseren. Als de goede dokter vraagt om wierook te gaan halen om de muggen waar hij zoveel last van heeft te verjagen zou ik me een hallucinatie herinneren die ik in de zomer van 2011, in een - onbewuste - strijd tegen de dood, meermaals had.

Vanuit mijn kamer keek ik uit op een plein omringd door wat vervallen flatgebouwen. Ik bevond me in een buitenwijk van Tokyo. Op het plein stond een hijskraan en er was een lange balk opgesteld, die wat leek op een balk in de gymles, maar veel groter. Elke dag kwamen er jonge Japanners, meisjes en jongens, een show voor me opvoeren. Ze haalden allerlei acrobatische toeren uit, misschien om me te vermaken, om me te helpen de tijd – waar ik me niet van bewust was – te doden; hun blikken waren ernstig. Nooit werd er gelachen. Ze herhaalden steeds weer dezelfde, bijna rituele handelingen. Toch keek ik altijd nieuwsgierig toe, vooral vanwege een van de meisjes, in vurige kleuren, dat me soms recht in de ogen keek als om me te troosten.

Verpleegsters kwamen mijn kamer binnen en gingen weer weg. Ik dacht aan een koel glas Manzanilla uit Sanlucar de Barrameda, aan een hele fles, maar mocht niet drinken. Helemaal niets, zelfs geen water. Dat vergat ik altijd. Ik kon moeilijk ademhalen, alsof ik maar een klein stuk van één long meer overhad, de rest verteerd door de tbc, een ziekte waar zoveel mooie liedjes over bestaan. De hoofdverpleegster, die in Woodstock nog met Jimi Hendrix had gejamd, kwam met een middel om mijn ademhaling minder moeizaam te maken. Ze hield iets wat op een wierookstokje leek onder mijn neusgaten; gretig inhaleerde ik de zoete rook. Het was een geur die ik nooit eerder geroken had. Heel even voelde ik minder pijn. Dan ging de hoofdverpleegster weer weg. Soms kwamen drie of vier verpleegsters mijn kamer binnen om me vast te binden. Mijn linkerarm zwol een keer zo erg op dat hij op een ballon leek, een heel zware ballon, groter dan mijn hele koortsige romp. Een van de verpleegsters was ook Japans. Tijdens een treinreis had ze met mij willen vrijen, maar ik vond haar niet aantrekkelijk. Sindsdien was ze altijd een beetje venijnig tegen me. Ja, ik maakte veel treinreizen in die dagen. Soms werd mijn wagon losgekoppeld. Ik bleef dan helemaal alleen achter: de verpleegsters gingen naar een party en ook een keer naar een optreden van Bruce Springsteen. Dan moest ik, mijn bed achter mij aanslepend over de sporen, weer in mijn kamer zien te raken.

Nu was ik verslaafd aan de rookstokjes. Als ik er niet van nam kon ik onmogelijk nog ademhalen. Ze waren het enige middel om me in leven te houden. De verpleegsters schenen dat niet te beseffen. Ze hadden het te druk met mij vast te binden of weer los te maken als ze zagen dat mijn arm te dik werd of zo.
’s Nachts moest ik daarom mijn kamer verlaten langs een geheime deur (of opening) achter mijn boekenkast. Ik moest dan alleen nog maar een smalle straat oversteken: daar was een felverlichte kroeg waar het zelden druk was. Meestal zat er niemand. Een oude vriend van me had zich vermomd als jeugdwerker. Hij zei dat hij destijds geneeskunde had gestudeerd, maar dat had ik nooit geweten. Hij wist van meet af aan heel goed wat ik nodig had. Kom maar mee naar mijn kamer, dan zal ik je helpen, zei hij. Hij woonde in een appartement vlakbij het café. Daar liet hij me muziek horen, the Doors en dergelijke, en gaf mij een dosis van de rook, zodat ik er weer even tegen kon.

 

Elke nacht begaf ik me naar de eenzame, trieste kroeg. Mijn oude vriend, Anton was zijn naam, werd almaar bitsiger. Met veel tegenzin hielp hij me nu uit de nood. Soms moest ik uren op hem wachten, zoals de junkie in ‘Waiting For My Man’. Ik zat daar dan helemaal alleen en miste mijn geliefde. Wat miste ik haar! Nog meer dan het wondermiddel miste ik haar. Ik spitse mijn oren. Opeens hoorde ik haar stem. Ik kon het niet geloven, maar toch was het waar. In de kamer boven mij lag ze op een bed, helemaal naakt en opgewonden. Ik begreep niet hoe ze zo opgewonden kon zijn terwijl ik de dood nabij was. Er was een man bij haar. Ze zei dat hij moest komen, op haar komen, in haar komen, lekker. Ze hijgde. Misschien was het wel Anton die haar zo bevredigde, daar was ik niet zeker van. Ik voelde hartkrampen en kon niet ademhalen. Het was een donkere nacht, geen maan, geen sterren. Alleen haar wellustig gehuil. En dan niets meer.

Ik ontwaakte tussen de stijve witte lakens met een tracheacanule in de keel. Zo zul je beter kunnen ademhalen, zei de hoofdverpleegster, en minder van het middel nodig hebben. Ik wilde haar nog vragen of ze echt met Jimi Hendrix had gejamd, maar er kwam geen geluid meer uit mijn strot. Ik was mijn stem kwijt. Ze hadden me mijn spraak afgenomen. Nadat ze mijn kamer had verlaten keek ik door het raam naar het grijze plein. De acrobaten waren er nog niet. 

dunken angel shimura-and-mifune.jpg

Afbeelding uit 'Drunken Angel' (1948), Akira Kurosawa.

03-12-12

LIEFDEVOLLE OVERGAVE

liefdevolle overgave.jpg
Martin Pulaski, Porto 2009.

"She knows there's no success like failure
And that failure's no success at all."

Bob Dylan, Love Minus Zero / No Limits


Schwarz stond zonder het houvast van een gedachte of een vooruitzicht op een hoek van de Anspachlaan. Irina Vega stak de straat over in de richting van de Beurs. Voor altijd op die plaats, in het schemerachtige licht van eind september, keerde ze hem de rug toe, of zo leek het toch. Het leek op een droom waar je niet uit kunt ontwaken toen hij haar gehaast het zebrapad zag oversteken en veilig de overkant bereiken. Ze keek niet om. Zou het iets hebben veranderd aan de pijnlijke en kennelijk voor goed vastgelopen situatie?

Irina’s tred leek vastberaden, vond hij, maar hij zag er toch op een wat verdoken wijze iets aarzelends in, sporen van verdriet zelfs, van het besef van de onnodige wreedheid die ze beging. De manier waarop ze haar hoofd wat schuin hield wees op mededogen. Ze keek niet om, maar hij besefte dat het niet uit onverschilligheid met zijn lot was. Sporen van iets goeds, maar die mocht je niet tonen bij een afscheid – dat was een ongeschreven wet: afscheid nemen moest meedogenloos zijn of daar alleszins op lijken. Waarom dat zo moest zijn begreep hij niet. Hoe zou hij: hij kon niet denken. Eerst had hij verondersteld dat het een vorm van wreedheid was dat ze haar minst flatterende kleren had aangetrokken, zodat ze er in haar tenue al wat verder verwijderd van hem uitzag, uren voor de laatste koude omhelzing. Maar ook die lelijke kledingstukken waren symbolen van mededogen, want hoe kun je afscheid nemen als je aantrekkelijk bent als een vrouw van Amedeo Modigliani?

Eens Irina Vega uit het gezicht was verdwenen stortte Schwarz’ wereld in. Er was helemaal niets meer. De straat had geen naam, in de gebouwen om hem heen gebeurden zinloze handelingen, de woorden van passanten waren wartaal. Alleen een engel of een god had hem kunnen beletten in de afgrond te storten, maar er was god noch engel. Hij was nu helemaal alleen en hij kon nergens meer naartoe. Niet naar topless bars, casino’s, bibliotheken, exotische steden: nergens. Zelfs de troost van vreemden, waar hij sinds hij er de eerste keer over had gelezen zo hoog mee had opgelopen, was niet langer mogelijk.

Veel later zat Schwarz aan een tafel met een glas al wat lauw geworden pils. Hij vroeg zich af of hij haar met zijn liefde had vergiftigd. Waren zijn amoureuze pijlen werkelijk giftig geweest? Ach, in zijn verblinding had hij zelfs niet aan die pijlensymboliek gedacht; de boogschutter was voor hem altijd een sterrenbeeld geweest, het enige dat hij ooit had kunnen thuisbrengen.
Zo lang al doe ik je pijn, dacht hij. Hij voelde zich nog dieper wegzinken in de donkere wereld waar niemand ooit van teruggekeerd is. Misschien is het voor jou beter zo, dacht hij, met al de pijn en verdriet die mijn bezeten liefde bij jou al teweeggebracht heeft. Misschien heb je mijn verliefde woorden wel als geweld ervaren, zag je mij in je nachtmerries opdagen als een gevaarlijke meester en was jij mijn machteloze slavin. Mijn afhankelijkheid van jou is infantiel, dacht hij. Elk uur van de dag moet je me troosten. Je kind, en dat op mijn leeftijd. Ja, beter voor jou, dacht hij.

Toch kon hij alles – ook al betekende het op dat ogenblik niets - niet zomaar loslaten, kon hij zich niet geheel en al overgeven aan het absoluut donkere getij. Er zijn nog zoveel dingen die ik moet doen, dacht hij. Zijn harde ego en zijn wat absurde hang naar erkenning bestreden zijn doodsdrift. Een liefdevolle overgave aan de dood was die avond nog niet binnen bereik. Maar spoedig misschien, dacht hij. Spoedig, als de zomer weer voorbij zal zijn. Spoedig, als de herfst je haar laatste kleuren heeft geschonken. 

~~~

Oorspronkelijk gepubliceerd op 28-11-2012. 

07-01-12

OPEN DE DEUREN

 

fernand_khnopff_-_i_lock_my_door_upon_myself.jpg

Fernad Khnopff -  J'ai fermé la porte sur moi-même. 

Dagen van niets of bijna niets wegen toch zwaar en belasten vooral het gemoed. Als je te lang in stilte zit te denken hoor je in je hoofd alleen nog maar lawaai. Er bestaat geen zachte achtergrondmuziek meer. Als je niet aandachtig luistert is het lawaai. Films worden niet uitgekeken, kleine meesterwerken noch klassiekers. Zelfs geen Pulp Fiction. Overmand door slaap, een broertje waar je altijd zo bang voor was en dat je zoveel mogelijk uit de weg ging. Zelfs een lichte handdruk gunde je hem niet.

I’ve closed my books, I read no more. Een regel uit een gedicht van James Joyce. Ook zijn zo volstrekt open eindigend boek is gesloten. Stress, zeggen kennissen, buren, dokters. Stress. Als je dat woord zo ziet staan word je een beetje misselijk. Niets is dommer dan stress, het woord en de toestand die het aanduidt. Of niet soms?

De donkerste dagen doen je verlangen naar witte zeilen, zoals je je die voorstelde toen je als kleine jongen avonturenromans las. De geur van schepen, van de zoute oceaan. Naar de blik in de ogen van een matroos. Naar een lied dat zachter is dan water, en even hard en genadeloos. Zou het er een van the Velvet Underground kunnen zijn? Pale Blue Eyes, bijvoorbeeld. Ze doen je verlangen naar een engel, gevallen en weer opgestaan. De engel is een vrouw die als een pre-rafaëlitische schoonheid door groene velden zweeft. Vlinders zijn er niet, alleen zucht de wind wat om haar dunne zijden jurk. Daffodils, denk je. Is dat niet het woord dat stress kan uitwissen? Of entelechie? Entelecheia. Zoals een duif een duivel. Je gelooft echter niet in magie, witte noch zwarte. Black Magic Woman is een lied, meer niet. Maar de woorden dan? Ja, de woorden. De miljarden woorden die als zandkorrels zijn, onuitgesproken, ongeteld. En zijn de boeken van zand niet de mooiste? De boeken die je niet openslaat, die je met donkere ogen en blootsvoets leest. Hun myriaden betekenissen zitten voor enkele uren tussen je tenen. Daarna spoel je ze weg. Ruimte voor het nieuwe. Altijd het nieuwe: zoals ongeziene sterren, en de maan en het vuur.

12-09-11

TRANSFORMATIES UIT DE ONDERGROND

 proposition.jpg

Notities augustus-september 2011.
 

Wat ben ik soms toch een idioot. Ik heb de hele voormiddag tijd zitten verspillen met kijken en luisteren naar clips op youtube. Niets gelezen, niets geschreven. Ik voelde me leeg (hoewel fysiek beter dan ooit, nee beter dan de voorbije weken en maanden). Hoe komt dat? Die leegte? Waarschijnlijk van hier altijd maar binnen te zitten en, vicieuze cirkel, niets te doen.

Gisteravond heb ik naar enkele soulplaten geluisterd, maar ze deden me weinig, waarschijnlijk omdat ik niet in die groove kan komen: ik kan er niet op dansen. Westerns waar de protagonisten elkaar de kop afschieten vind ik wel leuk, zoals The Proposition. Scenario en muziek van Nick Cave. Een Australische western, met aboriginals in plaats van Indianen.

Straks laat ik mij een half uurtje radbraken door de kinesist, dan voel ik me pas echt goed.

Op 8 november ga ik naar Gillian Welch en Dave Rawlings, als ik aan kaartjes geraak (en voldoende hersteld zal zijn).

Nu en dan ben ik radeloos, weet niets meer, kan niet spreken, niet handelen, niet bewegen.Maar ik heb me voorgenomen om nog weinig rekening te houden met alles wat vijandig is aan het leven. Ik moet mezelf beschermen, mijn vrijheid, mijn openheid, mijn vermogen tot liefde. 

Nog een maand misschien eer ik weer werkelijk buiten kan, niet alleen die tien minuten tot bij de kinesitherapeut en terug.

Ik denk dat ik nogal wat negatieve gevoelens en gedachten krijg door altijd maar alleen te zijn. Ik mis de aanwezigheid van geliefde vrienden. Ik vind het erg dat ik niet in de stad kan flaneren, naar de boeken en platen kan kijken, in de Pêle-Mêle binnenspringen, enzovoorts. Soms mis ik zelfs kamer 428, daar waren ten minste nog verpleegsters, sommigen van hen zelfs heel menselijk en vriendelijk.

Nu op een terras zitten, met een koffie. En nog een koffie. Is dat niet iets om naar te verlangen?

Achterdocht, paranoia, afgunst. Wat een lelijke karaktertrekken.

Voor de machine van de Grote Vader ben ik bang. Wat zou hij bij mij niet allemaal detecteren! Ik geloof dat er in mijn hele lichaam niets meer behoorlijk werkt, zeker niet sinds 24 mei (al zo lang geleden). Zelfs mijn penis weigert dienst, al begint hij toch weer wat van zich te laten horen. Of misschien beeld ik me dat maar in? Hij zou wel wat meer groeikansen moeten krijgen. Nu doet hij me aan de kleine Oskar denken, het kind dat weigert te groeien. Je weet wel, het jongetje met de blikken trommel. Wat een voorbeeld van een weigeraar. Ik denk nog vaak aan Charles Aznavour in de filmversie van dat boek. En hoe zou het met Volker Schlöndorff gaan? 

12-04-10

DE WINTER VAN DE DODE STERREN


Alex-Chilton1

Dode ster (Alex Chilton).

Hoe kun je iemand missen als degene die je mist er is? Gekmakend missen. Je weet dat ze er is, maar ze is er niet. Ze is er voor de hele wereld, misschien, maar niet voor jou, omdat je haar niet ziet. Het is een kleine wereld, maar soms zo groot dat je er in verdwaalt als in een doolhof. Een immense wereld die je geen troost biedt en dat ook nooit zal doen.

Er is niets dat je aandacht trekt, dat je gelukkig maakt, dat je zin geeft om met glazen te gooien, met borden, met meubilair. Er is niets. Er is geen Jackson Pollock, er zijn geen opwindende steden, geen Beatles, geen Bach. Er is geen Fernando Pessoa, geen Stendhal. Er is geen Antonioni, geen Lars Von Trier, geen Emmanuelle Béart.

Er is alleen degene die er niet is. Jij bent er niet. Er is niemand. Hoe kun je leven als je zo intens wilt leven? Wat kun je doen als je zoveel wilt doen? Je kunt niets doen. Je kunt niets doen dan wachten, en wachten maakt je hart broos en je ziel boos. Je kunt jezelf in de spiegel bekijken: er is niemand, een leegte. Je bent al verdwenen.

EMMANUELLE BEART

Levende ster (Emmanuelle Béart).

27-04-09

WOESTIJN, WINDSTILTE, WERVELWIND


Ik heb niets te vertellen. Alsof ik een woestijn ben waar nooit een wind waait. Hoe lang gaat dit nog duren? Maar mijn hoofd zit vol beelden en muziek. De melodieën lossen elkaar af, als een wervelwind, een vuurzee. Een voorbeeld: 'That Teenage Feeling' van Neko Case.

27-11-08

ALSOF HET AL LENTE IS

BLUESKY

Zal ik schrijven, ik zit opnieuw in een neerwaartse spiraal? Hoe kun je nog woorden vinden om je gedachten, je emoties, je gevoelens precies, adequaat en oorspronkelijk uit te drukken? Alle woorden lijken besmet, vervuild, vermolmd, ze ruiken naar mottenballen, naar muffe gordijnen. Geleidelijk aan, neen eerder bruusk, maakt opnieuw een leegte zich meester van je. Het is een echte leegte, geen metaforische, geen denkbeeldige. Een echte leegte, die niet alleen de woorden maar ook de beelden opzuigt, als een monster dat zijn eigen kinderen verslindt. Het is geen vallen, het is eerder een glijden, wegglijden naar een diepte waar zo goed als niemand je nog ziet.

Tijdens een moment van onoplettendheid ben je in een put afgedaald, net niet diep genoeg om je helemaal aan het zicht te onttrekken. Een deel van je hoofd, tot net onder je ogen, steekt nog boven de rand uit. Je kijkt je ogen uit: overal om je heen dwarrelen de kleuren van de herfst, mooiere vrouwen dan je je ooit had voorgesteld verdwijnen snel uit je gezichtsveld. Ze zijn niet onverschillig, ze zijn gehaast en hebben je niet gezien. Je geeft trouwens geen teken, je zingt geen lied, uit geen kreet. Je bent alleen, je hebt geen letters, geen muzieknoten bij de hand. Je handen zijn net zo leeg als je ziel, als je lichaam, wat op hetzelfde neerkomt, want de ziel en het lichaam zijn één. Je bezit nog enkele herinneringen, aan Italiaanse landschappen, aan een hotel in New York en the Flat Iron Building, aan een optreden van Mazzy Star. Je bezit nog enkele intieme herinneringen die je niet zomaar wenst prijs te geven. Zul je daar lang mee toekomen? Een overlevingspakket herinneringen en voor de rest leegte, diepe eenzaamheid, geen tranen, geen verdriet.

Je bent ervan overtuigd dat je opnieuw het pad omhoog zal nemen als de nodige woorden in jou de draad weer opnemen. Misschien neemt iemand je bij de hand en helpt je uit de duisternis naar het licht, misschien geeft zij je woorden van liefde om een werk mee te maken, een geschenk voor de schoonheid van de wereld. Want er is niet alleen maar oorlog en geweld, er is ook liefde. En als niemand je de hand reikt, ga je alleen naar boven. Ja, als het moet doe je het alleen. Geen mens zit jaren lang in een put. Je keert de stilte de rug toe en zoekt de stemmen op en viert een groot feest, het feest van de terugkeer. Alsof het al lente is.

Foto: Martin Pulaski, Het blauw van de hemel (Zuid-Portugal).

 

07-03-08

JUNGLELAND

Hoe beschrijf je een leegte, een afwezigheid? Hoe verwoord je datgene waarvoor je geen woorden vindt? Hoe uit je je diepste ‘binnenin’? En ook dit: waarom zeg je ‘stop’ als je nog niet bent begonnen?

Ooit gaf ik een lezing over ‘wat is poëzie’. Ik herinner me dat het vooral gericht was tegen de verheven opvattingen over poëzie van Jacques Hamelink. Ik was net aan mijn tweede jeugd begonnen, had me een frisse, onverschrokken punk attitude aangemeten. Geen zwart leder weliswaar maar een wit linnen pak uit Firenze. Mijn lange haren afgeknipt, niet echt kort en zeker geen hanenkam. Maar veel korter dan voorheen, al die jaren in de wildernis. Terzake. Aan de luisteraars in het zaaltje in de Ommeganckstraat in Antwerpen gaf ik een banaan, een baksteen. Doorgeven alstublieft! Dat is poëzie, verkondigde ik. Ook een kroontjespen liet ik door de luisterende handen gaan. Dit was niets nieuws, natuurlijk. In Cabaret Voltaire hadden zich nog wel straffere zaken afgespeeld. Maar waarom het nieuwe van dada niet nog eens herhalen, zal ik gedacht hebben. Het nieuwe opnieuw. Ik praatte nog wat, meanderde, omcirkelde, zweeg tenslotte. Drukte op de knop van de cassettespeler en zei, dit is poëzie. Wat weerklonk was Bruce Springsteens ‘Jungleland’.

DADA

Nu besef ik dat ik toen al, op die mooie zaterdagmiddag in 1978, geen woorden vond. De leegte van vandaag kondigde zich reeds aan in een baksteen, in de wall of sound van ‘Jungleland’, waarin ik zo graag verdwaalde.

13-02-08

OMGEKEERDE WERELD


world

Dit is de wereld waarin wij leven. Een omgekeerde wereld, waar reclame en publiciteit de waarheid vertellen en de woorden die ons het meest eigen zijn alleen maar leugens vertellen. Er is geen diepere grond. De oppervlakte is wat er is, zover onze blik reikt. Oppervlakte tot aan de horizon en een diep verdriet, het spoor dat naar vergetelheid leidt. Wij blijven achter, in ademnood en zonder verhaal.

Foto: Martin Pulaski, Anderlecht Westland.

21-01-08

NACHT EN ONTIJ


the night time

Ik wacht op de lente, op licht, een nieuw geluid en vooral een nieuw beeld. Nu moet ik mezelf aan mezelf onderwerpen, mijn eigen onderwerp zijn.

20-01-08

TOTALE UITVERKOOP

proust,stemmingswisselingen,ellende,markt,vrouwen,te koop,leegte,verveling,vermoeidheid,hoofdpijn,facebook,cyberspace,sodom,gomorra,agata,agata lenczewska-madsen

Gisteren heeft Agata mij gekocht voor 571 dollar. Ik heb Valerie en Agata gekocht voor respectievelijk 640 en 571 dollar. Moet ik er mij zorgen over maken dat ik nog steeds te koop ben? Zo, al vrouwen kopend, verlies ik mezelf in de dagen en de wereld en hoef ik niet aan mezelf toe te komen, daar waar alle raadselen sluimeren.


Ja en ik heb toch ook nog iets moois gelezen over stemmingswisselingen in Prousts ‘Sodom en Gomorra’, een passage die ik maar eens zal citeren:

“Wie heeft dit feit niet waargenomen bij vrouwen, en zelfs mannen, begiftigd met een opmerkelijk verstand, maar lijdend aan nervositeit? Als zij gelukkig, rustig, voldaan over hun omgeving zijn, worden zij bewonderd om hun onschatbare gaven; door hun mond spreekt, letterlijk, de waarheid. Een migraine, een lichte aantasting van hun eigenliefde volstaat om alles te veranderen. Het lumineuze verstand, vinnig, verkrampt en benepen, weerspiegelt alleen nog een geïrriteerd, argwanend, ijdel ik, dat het nodige doet om onaangenaam te worden gevonden.”


En nu begeef ik me weer naar de markt, om te zien wie er vandaag te koop is
.

28-08-07

VERVELING, LEEGTE, MOEDELOOSHEID

moedeloos,depressief,leegte,uitzichtloosheid,eighties,drugs,foto,martin pulaski,pj harvey,geloof

Laura door Martin Pulaski, 1980


Ik maakte een onvergetelijke reis naar Noord-Italië, een van mijn mooiste reizen ooit. Maar sinds ik weer thuis ben, ben ik ten prooi gevallen aan verveling, leegte, moedeloosheid. Niets kan me in beweging brengen, niets ontroert me of raakt me. Ik heb nergens zin in. Uit pure nostalgie staat hierboven een foto uit mooiere dagen. Hij is gemaakt in het begin van de jaren ’80, met het fototoestel van mijn broer, waarover ik enkele dagen kon beschikken. Het was een tijd van intens leven, dansen, elke dag een meesterwerk lezen. Veel gedichten – die nooit het daglicht zagen – werden toen geschreven.

 

“Speak to me of heroin and speed
Of genocide and suicide, of syphilis and greed
Speak to me the language of love
The language of violence, the language of the heart
This isn't the first time I've asked for money or love
Heaven and earth don't ever mean enough
Speak to me of heroin and speed
Just give me something I can believe.”

 

PJ Harvey, The Whores Hustle And The Hustlers Whore

19-05-07

VERVELING, VERMOEIDHEID EN LEEGTE

Ik verveel me. De leegte is overal om me heen. Het lukt me niet om eraan te ontsnappen. In weerwil van mijn afkeer van de man die zich Lux laat noemen - waarschijnlijk omdat hij zich altijd met de zeep van de filmsterren wast -, heb ik gisteravond uit pure verveling toch naar Luc Tuymans gekeken. Ik heb me ontiegelijk geërgerd aan het programma, of wat dacht je. Lux vindt zichzelf zo belangrijk dat hij zijn gasten niet een keer laat uitspreken. Mensen niet laten uitspreken is het toppunt van grofheid. In een van zijn laatste interviews heeft Jacques Derrida nog op die kwalijke eigenschap van de televisie (en van de media in het algemeen) gewezen. Er mag niet geaarzeld, niet getwijfeld, niet nagedacht worden op televisie. Dat is slecht voor de kijkcijfers. En gisteravond was dat ongetwijfeld slecht voor het imago van Lux. Ik had medelijden met Luc Tuymans, ook al is hij rijk en beroemd. Voor dat verdomde programma met de grote Belgische schilder als gast (terwijl de zeepman maar niet genoeg kon krijgen van de woorden ‘Vlaams’ en ‘Vlaanderen’) had ik al naar iets over de Azteken gekeken, “de grootste beschaving aller tijden”. Ik had gelezen dat het een programma van DBC Pierre was, wiens boek Vernon God Little ik graag heb gelezen. Maar wat een shitprogramma was dat, over die Azteken! Van het begin tot het einde kitschbeelden, van een onheilspellende lelijkheid, en wat verteld werd zouden zelfs onnozele kinderen niet geloven. Het is dan nog heel goed mogelijk dat er helemaal geen onnozele kinderen meer bestaan. Toch ben ik als een ervaren couch potato in mijn sofa blijven zitten. Meestal schiet ik bij zulke rotzooi mijn televisietoestel aan flarden, maar daar had ik gisteravond de energie niet meer voor. Ik vind het jammer dat ik het moet zeggen, maar de grote DBC Pierre had de uitstraling van een ezelsoor in mijn exemplaar van Don Quichot (het is een oude uitgave). En ik die dacht dat hij zulke grote avonturier was…

oblomov,gontsjarov,leegte,verveling,wat te doen,boeken,luc janssen,luc tuymans,schrijvers,dbc pierre

Ik verveel me. De leegte dreigt me op te slokken. Ik heb nergens zin in. Stapels boeken liggen op me te wachten. Op mijn ogen, op geknetter in mijn hersens. Het treurig beroep van schrijver, van Gérard de Nerval; Down and Dirty Pictures van Peter Biskind; Vorst van Thomas Bernhard, A Wild Sheep Chase van Haruki Murakami; Hard Boiled Wonderland en het einde van de wereld, van dezelfde schrijver; De Oude Geschiedenis van de Joden, van Flavius Josephus; Middlemarch van George Eliot; On Beauty van Zadie Smith; The Grapes Of Wrath van John Steinbeck. En Oblomov van Ivan Gontsjarov heb ik ook nog altijd niet gelezen. Ja, ik verveel me, en ik heb zin om heel veel bourbon whiskey te drinken, maar daar kan ik niet meer tegen. What to do, yeah, I really don’t know what to do. Ik zal nog maar eens door raam gaan kijken, naar de zonovergoten bomen in onze straat.

22-03-06

JUNKIES IN DE HERFST



Leegte, niets groeit, je bestaan verkorzelt.
In schaduwen gaapt afgrond,
Voor dode zielen onbekende tekens.
Geheugen, ernstige steen des aanstoots.
Steeds weer het glas gevuld, de stad gezocht,
onder mensen zwaargewicht tot licht herleid.

Oude geur van heroïne waait in november
je kamer binnen. Levensmoe en moedig zuchten
naar een nieuwe lente, raadsel opgelost,
ander mysterie ontrafeld. Beelden verwaterd
in zoute oplossingen en wijn van de zon.

09-07-05

GEVOELLOOS EN LEEG


repulsion cathérine deneuve


Douglas Coupland, over geen gevoelens hebben: "Waar ik mee bezig was: ik maakte me de laatste tijd zorgen omdat mijn gevoelens steeds meer begonnen te verdwijnen - het was me opgevallen dat ik steeds minder leek te gaan voelen. … Ik had het gevoel dat ik een reptiel aan het worden was, een leguaan op een steen, met een geheugen dat hard achteruitging en geen enkele compassie met wie of wat dan ook." Douglas Coupland, Leven na God.

"En hoe is het mogelijk dat ons leven zo leeg kan worden dat zelfs een kleine goede daad al een krachtige herinnering wordt die we levenslang met ons meedragen? Hoe kan het in je leven eigenlijk zover komen?" Douglas Coupland, Leven na God

Afbeelding: Cathérine Deneuve in Repulsion van Roman Polanski