24-11-16

TIEN DAGEN DIE MIJN WERELD DEDEN WANKELEN (4)

Il_gattopardo_ballo01.jpg


Dag 2: 3 november 2016 (avond)

Zal ik je Sylvia noemen? Zoals Sylvia Plath en Sylvia Kristel. Nee, dat zijn geen goede voorbeelden, daar rust een vloek op. Gewoon Sylvia*. Sylvia, de vrouw die uit het woud komt. Of die uit de zee opduikt, net als Venus, met alles erop en eraan. Zoals ‘Sylvie’ van mijn geliefde Gérard de Nerval. Hoewel op hem ook al een vloek rustte. De vloek van de liefde, die hem van het theater naar het gekkenhuis van Esprit Blanche en zijn zoon Emile voerde en die hem in al zijn fataliteit opwachtte in de rue de la Vielle-Lanterne, de donkerste steeg van Parijs.

Na het bezoek aan de therapeute zat ik op je te wachten in café Le Coq, de plek waar ik ongeveer twintig jaar geleden meermaals tot diep in de nacht zat te praten met Josse De Pauw, een man die nooit dronken scheen te worden. Met een stem die altijd even genadeloos meevoelend bleef, hoeveel hij ook gedronken had. Niets dan ware woorden kwamen uit zijn mond. Ik heb hem destijds voorgedragen als laureaat voor de Arkprijs van het Vrije Woord, maar in Antwerpen schenen ze Josse niet te kennen of niet te waarderen. Het was een vergeefs pleidooi, zoals dat voor de Beursschouwburg en de KVS, instellingen waarvan de namen bij de meeste (niet alle) leden van het Arkcomité het koud zweet deden uitbreken. Alsof Brussel een andere, wilde wereld was, duizenden kilometers ver verwijderd van de beschaafde Vlaamse metropool. Overigens denk ik dat er wat dat betreft niet bijster veel veranderd is. Maar naar mijn pleidooien werd ook niet geluisterd omdat ik maar een kleine man was in dat comité, en ik ben er niet lang gebleven.

le coq.jpg



Als je in Le Coq binnenkomt, Sylvia – na zo lange tijd – word ik voor een ogenblik een verlegen kind. Maar ik herpak me gauw en omhels je en jij omhelst mij. Vriendschap is elkaar zo omhelzen dat je elkaars hart kunt voelen kloppen, las ik ergens. Ik vond het wat melig, maar als ik er nu over nadenk kan ik de uitspraak alleen maar beamen. In ‘The Leftovers’ zag ik dan weer omhelzingen die me de daver op het lijf joegen. Iets is nooit helemaal dit en nooit helemaal dat.

(Ik geloof dat ik de rest in derde persoon moet vertellen, Sylvia. Maar ik vind het moeilijk over je te schrijven alsof je een object bent. Ik kan je niet objectiveren. Lang geleden, in de jaren tachtig, kon ik mijn boezemvriend Joseph ook niet objectiveren. Als we samen waren versmolten we met elkaar, omdat onze woorden en zinnen met elkaar versmolten; soms wisten we niet eens wie wat had gezegd. Een vriend is een ander zelf, zei ik zo dikwijls tegen Joseph. Maar die versmelting gebeurde ook als we zwijgend zaten te luisteren naar een lied op de jukebox. Ik herinner me nu opeens "Bad Case of Loving You (Doctor, Doctor)" van Robert Palmer. Met jou heb ik hetzelfde. Niet meteen, maar toch al na een eerste glas Orval. Ik heb het gevoel dat we één worden in een soort van zachte razernij. Het is erg moeilijk om dit te beschrijven, om aan wat ik voel als ik bij jou ben recht te doen. Ik denk dat we zoals in de droom die ik vorige nacht droomde opnieuw kinderen worden, onschuldig en op een ongevaarlijke manier barbaars. We worden geheel zinnelijk en geheel geestelijk, maar tegelijk verheffen we ons daarboven. We worden heilig. Een andere woord kan ik niet vinden. Een heilige kent geen begeerte. De tijd valt stil, wat aan kitsch doet denken, maar het is de waarheid. De tijd valt stil. De begeerte heb ik niet op stoïcijnse wijze uit mijn leven verbannen. Ze is niet helemaal weg: ik voel nog liefde. Vriendschap is ook liefde, dat heb ik altijd gedacht en dat doe ik nog steeds. Laat me wat er tussen ons bestaat diepe vriendschap noemen, zielsverwantschap, ook al zijn we man en vrouw en is er altijd de seksuele onderstroom, de slang die in het paradijs rond de boom van goed en kwaad slingerde, om het wat bijbels uit te drukken. De mogelijkheid van de val blijft altijd bestaan. En dat is goed, want dat maakt mensen van ons, dat maakt ons kwetsbaar. Denk nu niet dat ik al deze dingen denk als ik met jou in Le Coq of in een ander café een glas bier zit te drinken.)

Bij nader inzien vind ik het toch geen goed idee om dit gedeelte in de derde persoon te schrijven. Weet je wat, ik zal me bij de eerste persoon in de tegenwoordige tijd houden, maar ik noem je Irina Vega. Dat heb ik eerder ook al eens gedaan. Of meerdere keren. Ik gaf je ongetwijfeld nog andere namen. (Door altijd maar namen te veranderen weet ik niet meer wie wie is. Was de ‘echte’ Irina Vega geen pornoactrice? Heeft Uvi, de vriend die ik nooit gezien heb, me daar niet een keer op gewezen?)
Sidney, Sylvia (Fury).jpg

‘Zullen we niet aan de overkant gaan zitten’, vraag ik.
‘Waarom’, vraag je.
‘Je zegt dat ik altijd op dezelfde plaats ga zitten’, zeg ik.
‘Ach, dat meende ik toch niet’, zeg je.
‘Goed dan blijven we hier zitten’, zeg ik.

Hoe heilig we ook mogen wezen, er is onrust, angst, bitterheid in ons. De bitterheid drinken we weg. We drinken veel meer dan goed is voor ons als we samen zijn. Waardoor ik het nu moeilijk heb om me nog meer dan wat details van onze gesprekken te herinneren. De onrust verdrijven we door van Le Coq naar Daringman en van Daringman naar Bonsoir Clara en van Bonsoir Clara naar de Archiduc (waar het ongezellig en veel te duur is) en van de Archiduc naar Lord Byron te verhuizen. Onophoudelijk pratend en lachend. Visconti is het hoofdthema van de avond. Irina zag onlangs zijn ‘Il gattopardo’, met Burt Lancaster en Claudia Cardinale en Alain Delon.

claudia-cardinale-and-alain-delon-in-il-gattopardo-directed-by-luchino-visconti-1963.jpg

 

‘Wat haat ik Alain Delon’, zeg ik, 'maar hij blijft een uitstekend acteur.' 
‘Destijds, zeker tien jaar geleden vond ik ‘Il gattopardo’ vervelend’, zeg je. ‘Maar nu zag ik een meesterwerk en niets verouderd. Die eenzaamheid!’
‘Ik vind ongeveer alles van Visconti vervelend’, zeg ik. ‘Vroeger, nog veel langer geleden dan jij, misschien was je nog niet geboren, zag ik in het filmmuseum en op het Ritcs heel wat van zijn films. De eerste was ‘The Damned’. Ik was meteen gewonnen. Nazi’s, decadente industriëlen, perverse seks, net wat ik als negentienjarige nodig had. Met Helmut Griem en Helmut Berger, geloof ik. En al de rest, ‘Senso’, ‘Dood in Venetië’… Allemaal meesterwerken waren het. Door Visconti ben ik naar Mahler gaan luisteren. Maar dat is allemaal voorbij. ‘Rocco en zijn broers’ probeerde ik onlangs nog eens te bekijken. Na een half uur afgezet. Zo vervelend.’

‘Helemaal niet vervelend’ zeg je, ‘een prachtige, prachtige film. Dat feest dat moet je toch goed vinden!’
‘Zo ver zal ik niet geraakt zijn’, zeg ik. ‘De enige film van Visconti die ik nog goed vind is ‘Ossessione’’ zeg ik. ‘Maar waarschijnlijk komt dat door mijn fascinatie voor James Cain. Hoewel Visconti die bron niet vermeld heeft.’
‘Ik denk dat ik die niet goed vond’, zeg je.
‘Dat kan niet’, zeg ik. ‘Dan heb je hem niet gezien’.
‘Gaat het over die Griek en zijn vrouw en hun baanrestaurant en de zwerver die roet in het eten komt gooien. En dan vermoorden de vrouw en de zwerver de Griek?’
‘Ja’, zeg ik, ‘dat is hem, loontje komt om zijn boontje’.
‘Rocco en zijn broers’ is veel beter’, zeg je.
‘Heb je Vaghe Stelle del Orso ooit gezien?’
‘Nee’.
‘Die was onlangs in het Filmmuseum. Wat nu de Cinematek wordt genoemd. De idioten met hun idiote benamingen, Villo, Mobib, Bruzz, Bozar… Die wilde ik graag nog eens zien. Maar ik was nog maar eens een keer ziek.’
‘Wat zijn sommige schrijvers toch macho’s’, zeg je.
‘Wat bedoel je?’
 ‘Je hebt er enkele genoemd in je tekst over Bob Dylan en de Nobelprijs’, zeg je.
‘O ja, daar heb ik me wat laten gaan’, zeg ik.
‘Ik was onlangs op een boekvoorstelling. Een van die schrijvers stelde daar zijn nieuw boek voor. Terwijl hij een zogenaamde erotische passage uit zijn boek voorlas, keek hij de hele tijd in mijn richting. Nu ja, er was niet zo veel volk in de zaal aanwezig’, zeg je.
‘Verbaast me niets’, zeg ik. ‘Ik zou hetzelfde doen. Of misschien net niet, want ik ben daar veel te schuchter voor.’
‘Laten we ergens anders gaan’, zeg je.

helmut berger damned.jpg


Om middernacht moeten de heilige barbaren afscheid nemen. In het leven bestaat er niets moeilijkers dan dat. Maar in beschonken toestand is het wat minder pijnlijk. Alcohol is het zwaarste verdovend middel.

Hoe we naar huis terugkeren? Per trein? Per taxi? Te voet? Wankelend en zingend? Of huilend? Vind je niet dat dat een mysterie moet blijven? Ik ben wel openhartig, maar er zijn grenzen. En elke autobiografie is een opeenstapeling van verzinsels en leugens. Elke schrijver die over zichzelf schrijft is een bedrieger. Of een gokker, een oplichter. Hij beschouwt de wereld als een casino. Vals spelen is toegestaan. Winner takes all.
WinnerTakeAll7.png



*Op Sylvia Sydney echter(herinner je ‘You Only Live Once' en 'Fury', van Fritz Lang), rustte geen vloek. Ze rookte haar hele leven lang en werd 88.

Afbeeldingen: 'Il Gattopardo, Luchino Visconti'; Le Coq, Martin Pulaski; Sylvia Sydney in 'Fury', Fritz Lang; 'Il Gattopardo', Luchino Visconti; 'The Damned', Luchino Visconti; 'Winner Take All', Roy Del Ruth.

04-12-14

HERINNER JE JE BOBBY KEYS EN IAN MACLAGAN?

small faces3.jpg

Bobby Keys is overleden. De saxofonist roept bij mij onwillekeurig herinneringen op aan de mooie dagen in de Visélaan toen in onze woning daar de vrolijke en vettige klanken van ‘Sticky Fingers’ en ‘Exile On Main Street’ de muziekkamer en eigenlijk het hele huis vulden. De opwinding die ik daar bij voelde. Het zijn feestelijke platen: ik genoot er het meest van als ik ze met vrienden kon delen, nuchter of liever nog onder invloed van wat hasjiesj.  Werd ‘Exile On Main Street’ toen niet door de muziekpers afgekraakt omdat de plaat zo rommelig klonk? Ik dacht van wel. Een onderdeel van die verrukkelijke rommeligheid vormde de unieke sound van Bobby Keys z’n sax. De anekdotes over the Rolling Stones on tour, inclusief de uitspattingen van de huurlingmuzikant, zijn genoegzaam bekend. Waarom slingeren rocksterren toch zo graag televisietoestellen door hotelramen? Of schieten ze erop, zoals Elvis Presley deed (en Bruce Springsteen droomde). Ik luisterde gisteren nog een keer naar ‘Whatever Gets You Through the Night’ van John Lennon, ook met de Texaanse saxofonist in een glansrol. Moge Bobby Keys in vrede rusten.

BobbyKeysandKeithRichards.jpg

Gisteravond laat, na de zoveelste aflevering van the Sopranos – ik leef nu op een dieet van schrijven en Sopranos – probeerde ik mijn smartphone aan de praat te krijgen. Mijn gsm was al enkele dagen stuk. Ik heb me dan maar zo’n toestel vol overbodige snufjes die het leven nog wat moeilijker maken aangeschaft. Een fototoestel op een telefoon, te gek jongen!

Het eerste wat ik op mijn smartphone las was een bericht over de dood van Ian McLagan. Een van de kleine grote helden uit mijn jeugd - samen met Steve Marriott, Ronnie Lane & Kenney Jones in the Small Faces. In de tweede helft van de sixties maakte die beatgroep van de meest opwindende singles die je op de radio en de jukebox kon horen. Op elk gebied waren ze pure stijl. Als ik in Maastricht naar de kapper ging had ik altijd een foto van deze groep bij als voorbeeld. Ook bij het kiezen van hemden, jasjes en broeken liet ik me door hun voorkomen inspireren. Echt mod was dat al niet meer, daar waren hun haren wat te lang voor. Er zaten ook al veelkleurige, psychedelische ingrediënten in, net zoals in hun songs.

Singles als ‘All Or Nothing’, ‘Here Comes the Nice’, ‘Itchycoo Park’ en ‘Tin Soldier’ voerden me tot aan de rand van extase en soms erover. Ik herinner me nog goed hoe uitbundig Guy Bleus en ik in Tongeren - in café de Paddock geloof ik - dansten op de wilde klanken van dat laatste nummer, een van de beste singles aller tijden. Het orgel en de piano van Ian McLagan maken er een popparel van – eigenlijk is zijn geïnspireerd spel er de ziel van. Ach, wat hield ik van the Small Faces. Ik zag ze twee keer live. Een keer (1), samen met mijn vriend Jan De Pooter, een even grote fan als ik, in het nergensland van Diepenbeek. Bij dat concert mocht ik een mooi flower power-meisje dat ik helemaal niet kende lang en warm kussen. Ik heb nooit geweten hoe ze heette. Of ben ik het vergeten? Wat ik me wel nog herinner zijn de flessen gin die we doorgaven aan iedereen die het maar wilde. Een tweede keer, misschien nog grootser, maar minder intiem, was op Jazz Bilzen (2). De mooiste dagen van ons leven, terwijl we daar toch zo vlug mogelijk aan wilden ontsnappen. De illusies die ‘vrijheid’ en ‘toekomst’ heten, schitterden als het chroom van oude Chevrolets in de midzomerzon. De mooiste dagen, weggerend als wilde paarden over de heuvels, om het eens met de woorden van Charles Bukowski te zeggen.

Ian McLagan is dood, maar onze honger naar de klank van zijn orgel en naar de swingende sound van the Small Faces is niet gestild.

“When you're slipping into sleep, that's the time to unwind
Sinking down into the deep, that's the time of no time
When you're slipping into sleep
All the sounds around you seem to have a new meaning
Leave your body behind you with a different feeling
When you're slipping into sleep” (3).

pop, popcultuur, rock, muziek, small faces, rolling stones, bobby keys, ian mclagan, dood, sixties, euforie, dansen, singles, jukebox, jazz bilzen, diepenbeek, vrienden, plezier, geluk, toekomst, vrijheid, kleren, kapsel, extase

 

 

(1) Op 11 mei 1968 in Diepenbeek.
(2) Op 24 augustus 1968 op Jazz Bilzen. Eerst the Small Faces, daarna een jamsession van leden van the Small Faces, Cuby + Blizzards, Alexis Korner en Chris Farlowe.
(3) Uit  ‘Up The Wooden Hills To Bedfordshire’ van Ian McLagan. Terug te vinden op 'Small Faces', verschenen in 1967 op Immediate.

31-01-06

HERINNERING AAN DOUG SAHM


Een beeld van een herinnering. Het beeld is de herinnering. De onophoudelijke strijd tegen het vergeten. In memory of wasted days and wasted nights. Doug Sahm in Hof Ter Lo. Een levende jukebox met een ziel. Jos en Leo en ik waren daar toen. Ik viel op m'n rug met drie glazen bier.

muziek,hof ter lo,antwerpen,herinnering,pop,doug sahm,foto,dak,jos d,leo,laura,jukebox

Op het dak haar rode benen onder het blauw van de hemel. Die zie je niet op de foto, die hemel. Ik zie hem wel. Nu, in de vuile donkere lucht. Nu in de miserie van de slechtere tijden. Ik postte dit gisteren al, maar de techniek liet het afweten. Wat hier stond was niet wat ik wilde zeggen. Wat wil ik zeggen? Wat wil ik betekenen?

14-12-05

HET NIEUWE LEVEN


on the barge

Wat doe je op dit strand? Je weet het niet. Je loopt in de zon die het zout in je huid brandt. Achter je rug rijdt een Volkswagen voorbij. Een rode vlek die vermoeid klinkt. In een van de witte huizen zingt een vrouw een lied. Maar je luistert niet. Je hoort de koekoek roepen in de dennenbomen. Toen je klein was. Koekoek. Koekoek.Koekoek. Met je vogelborst was je zelf die koekoek. Harde kale berken stonden tussen de dennen. In de koude bossen.

Maar niet lang blijf je daar rondhangen. De hitte van Lissabon verjaagt je rijke gedachten. En rode wijn uit de witte stad danst in je hoofd. Er is geen schaduw. Alleen deze wrange smaak op de tong. Alleen de oceaan.

Met zijn rug naar Europa zit op een steen een neger. Een zwarte Homerus die niet meer vertelt. En jij? Vertel jij hém iets? Over je schaduwrijk land. Over de Noordenwind en zijn woeste zee. Onze gitzwarte zee. Onze koude wind. Hoor je zijn lied, Violetta? Hoor je de meeuwen schreeuwen? Mijn platteland schreeuwen ze. Onze meeuwen. Mijn platteland. Er hangt wat pek aan hun vleugels. Wat baggerspecie.

Als je zijn gegier terughoort stopt hij je weer tussen de arme lakens. In je donkere kamer. Achter de versleten gordijnen. Over Vlaanderens helden weet iedereen alles. Wie zij liefhebben en wie zij bedriegen. De kleur van hun ogen en van hun dasspeld. En dat zij allemaal te koop zijn. Maar wat gebeurt achter de gordijnen? Waar geen zout in de huid brandt. Waar je leeft op de gele bladzijden van de gelezen en leven zal op de witte bladzijden van de ongelezen boeken.

De Noordenwind. Je ontsnapt niet aan zijn streken. Mijn goede vriend, zegt hij. Je zwarte haren rukte ik uit. Je dromen sloegen voor mij als Arabische paarden op de vlucht, als Arabische vluchtelingen lieten ze alles achter. Wat wanhopige minnaars met zichzelf doen, dàt deed ik met je illusies. Ik gooide ze van het balkon naar beneden. Wat waren ze bloedeloos, die illusies van jou. Wilde je ze zelf buitenschoppen Had je genoeg van de verstikkende lucht die ze verspreidden? Metafysische systemen, zegt hij, die kreeg je voor niets. De zwarte sneeuw moest je er wel bijnemen. Dank zij mij, zegt hij, keerde je die dwaasheid de rug toe.

Ging het zo? Wie zal het zeggen? Wij zijn zo begaan met onze eigen mythologie. Ja, je ziet het al gebeuren. Je stapt in het vel van de verongelijkte minnaar. Gaat met de deuren slaan. Omdat je aan een ander denkt. Altijd iemand anders dan degene die je bent. Een die je zijn wil. Een die je graag was geweest. Een derde. En met een andere derde op nog een ander strand.

In dat kleine café aan de haven. Daar zat je nooit. Aangetrokken door het lied op de jukebox omstreeks middernacht. Liep je er voorbij. Liep je er nogmaals voorbij met je kop op het kussen. Alleen met je gedachten over het universum en op de pick-up Paul Anka's Hello Jim. Je hand voerde het ritueel uit om de kosmos en de liefjes te vergeten in onschuldige slaap. Binnenstappen deed je niet. Je was op je hoede voor het gevaar. De blauwe zeeman met het bloedgleufmes. Een vent als twee druppels water je vader. De dreiging uit zijn dronken ogen. De zatte broederschap van zes uur 's morgens. Het blote vlees op hoge hakken. De diepgang van gelogen liefde kende je uit het hoofd. De daad was overbodig.

Onverhoeds wat wrange woorden. Bitter tegen je dame uit de mond gemorst. Geen esdoornblad bij de hand. Geen Venetiaans masker. Als de wijngeest zijn dwarse danspassen zet in je dagdroom. Als hij zijn rode hoofd schudt en zijn blanke voeten verroert. Met je schampere tong een moment van geluk verspild. Onmin gezaaid. Maar weet je het dan niet? Je krijgt geen tweede kans. De tijd staat niet stil. En niet elk decennium baart een renaissance. Niets duurt hier lang. Het aftandse doek gaat op. Je zegt een paar woorden. Het aftandse doek valt. Ook Elvis werd dik en moest heengaan. De waarheid is eenvoudig. Op het einde doet iemand de deur dicht.

Hoor hem eens zingen, mijnheer. Hij is in de wind. 't Zal zo'n hula hula lied zijn. Hij valt nog steeds voor Hawaïanen. Met vreemd gestemde gitaren. Hùn muziek vond je niet op de jukebox. En niet in de platenwinkel in het dorp. Hij wist alles van de Hawaïanen. Dat ze goed waren, met eerlijke ogen. Hij zei, zo wil ik ook zijn. Met net zo'n vette buik en zo'n gekleurd hemd en zulke ogen.

Luister nu maar. Doe die was maar uit je oren. De kust is klaar.Alle gevaar is geweken. De rode Volkswagen is een kleine kever geworden, vlekje vermiljoen aan de horizon. Ja, nu hoor je al beter. 't Klinkt minder exotisch dan je vermoedde. 't Is geen blues wat zij zingt. Geen Tristan und Isolde. 't Is meer zo'n levenslied. Zo een waarin rake klappen worden uitgedeeld. Waarin alle leed toebehoort aan de zwakken en alle honger aan de armen. Verdriet schittert als diamant in de vergeten straat. Het bekende melodietje. Wat lijkt het op het oude deuntje. Van de kleine jongen in pied-de-poule met gouden polshorloge. Het brave mannetje dat zijn weg verloor.

Wat deed hij in de buitenwijken? Hij wist het niet. De stadsranden met hun geur van seringen. Wat verder de stinkende giftige krotten. Waar de ongewensten wonen. De propere mensen een doorn in het oog. Een doorn in het donker gestreeld en gekoesterd. Zijn wij niet proper! zeggen de propere mensen. Zijn wij niet goed! Ja natuurlijk, als je eerst de anderen slechtmaakt en uitbant.

Is het niet mooi, dan? Aan de drooglijn het ondergoed met woestijnvlekken in die geen waspoeder eruit krijgt. Moestuinen. Netels en pisbloemen tussen het puin. Een vermolmde sinaasappelkrat uit Spanje. Een Cortinawrak in het bosje. Een roestige Flandria-brommer. Daar verloor het brave ventje zijn weg.

De deuntjes lokken ons naar de steden. Die levens opbranden als regenwoud. Daar gaan wij op zoek naar schoonheid. Niet in de natuur. Die wij slecht noemden en hebben gedood. In de steden bezoeken wij de musea. De rotte appelen van Cézanne. Nature morte, still life. We aanschouwen beelden van goden, van engelen, van de natuur die wij verloren in een kinderspel. In de steden wandelen wij door groene parken. Bestuderen wij de namen van de bomen. Vieren wij Pasen vanwege het woord. Wij verliezen onze tijd. Slaan op de vlucht voor een wonder. Onze wieg stond in Hollywood. Daar ben ik geboren. Daar voel ik me thuis. Mijn moeder heet Marilyn. Mijn vader heet Marlon. Noem mij maar Elvis. In die naam voel ik mij thuis.

Gevoelens, zei je? Gevoelens zeggen niets. Het woord doet denken aan dikke kale priesters. Toeterzatte venten stinkend uit hun bek. Vrouwen van over de veertig verlangend naar de operatietafel. Zonsondergangen in Napels op digitale foto's. Zo'n karretje met koele watermeloenen. Een ritje op de rug van een kameel. Drie muntjes in de fontein. Altijd zoals in een lied. Wij dromen er lustig op los en weten het: Dromen zijn bedrog. Voor kostschoolmeisjes en Freudianen voedingsstof.

Three coins in the fountain. Each one seeking happiness. Verliezen is scheepsrecht, zeg je. De beste schippers staan aan de toog. Rollen over de vloer Lazarus achterna. Vestigen zich op het Eilandje En verliezen hun gezond verstand. Ballingen die graag thuis zouden komen. Waarom zou je iets voelen voor hen?

Jij gaat op zoek naar schoonheid. In de ogen van moordzuchtige cowboys. In het gekwek van zuipende wijven in louche kroegen. Op de wangen van jongetjes met puisten. Titaantjes die friet eten en voetballen. In de fervente ogen van jonge meisjes die pa en ma brutaal de rug toekeren. Op zoek naar schoonheid in schofterige seksfilms zonder actie of plot. In de dialogen van smakeloos geklede boeven tevreden met hun lot. Bij uitvretertjes thuis. Mislukkelingen die haring eten met mayonaise. Of sardientjes uit blik. Op met jenever doordrenkte bierviltjes kribbelen zij hun onsterfelijke verzen, denkend aan hun moeder, aan hun eerste lief tussen de dennenbomen, denkend aan Walt Whitman. Die schoonheid zoek je soms. Als je het aankunt. Als je lever nog meewil. Als je longen het toestaan. Als je bereid bent.

Neen, zeg je. Ik heb mijn buik vol Vlaanderens helden, zelfingenomen nulliteiten die rondzwerven op golfterreinen of door onze straten jagen in Jaguars. Hun huizen vol kitsch en schone kunsten. Voortaan hou ik van pure Vlaamse lelijkheid. Wat wij pure Vlaamse lelijkheid noemden, aldus beschouwden. Daar hou ik van. Dit is het nieuwe leven. Vanaf nu bewonder ik de baksteen. Ik ga op bedevaart naar Rupelmonde. Die duivenkoten. 'k Zie ze zo geire. Mosselen met friet. Een tripel van Westmalle en een boterham met plattekees. Vlaamse karbonade. Witlof en spruiten. Een heerlijk nieuw leven met een bord vol spek en bloemkool. Schipper naast Mathilde op DVD. Bobbejaan Schoepen op CD.

Je verbergt je waanzin in een houten kistje en gaat naar de kermis. De vrouw met de drie tieten ga je zien. De dame met de baard. De madam met de elf vingers. De koning der boksers. Op de kermis haal je je olie. Daar steek je je licht op. Vanaf heden ben je te vinden op de foor. Kramer onder de kramers.

Begin een nieuw leven. Houd van de taxichauffeur die kotst in het Centraal Station. Vraag de Brabantse dwerg in ruil voor de blonde jongen op het Lido. Dat Noorse matroosje van Visconti. Geef Madonna gratis en voor niks erbovenop. Verlang naar de WC-madam in de Quick. Dat is vast een goed mens. Een die veel peren heeft gezien. Die een wijsje kan meezingen. Na de dagtaak is ze wellicht een van die zuipende wijven in de louche kroeg. Sluit ook haar in je hart.

Je zit niet om raad verlegen? Al goed. Je moet niet overdrijven met het tegendraadse. Schoonheid kan ook doodgewoon schoonheid zijn. Zo'n beeld van Klee. Zo'n Zone van Apollinaire. Zo'n Atalante van Jean Vigo. Zo'n Blue Moon Of Kentucky. Zo'n Doodslied van Blind Willie McTell. Op doodsliederen heb je het wel begrepen. If the blues was whiskey I'd stay drunk all the time. Zo'n bottleneckgitaarsolo van Blind Willie Johnson. De duim over de bassnaren, de melodie van de langere vingers. And the people did run and pray. And the people did run and pray. And the people did run and pray. And the people did run and pray. And the people did run and pray. Dat antieke voorhoofd. Die Ethiopische trots. Emotie stroomt uit elke noot. Uit elke porie.

Hoe speel je het klaar? Je gooit je niet zomaar voor de leeuwen. Je weet hoe het moet. Je beheerst de dingen die je doet. En die doe je goed. Je hebt je beide handen onder controle. Je moet niet overdrijven met het tegendraadse. Je moet je kunsten kennen. Je talenten. Ze hangen aan je handen en je lippen. Schoonheid stroomt uit elke porie.

Wil je nog een goede raad? Luister dan. Je moet altijd naar alles en iedereen luisteren. Je moet alles horen. Luisteren naar het verdriet van Michelangelo. Luisteren naar de vrouwen die de kamer binnenkomen leuterend over baby's en tepelzweren, de stam van de holenbeer en de truitjes van Marc'O Polo. Het geheimzinnige van hun stemmen. Ook het gerinkel van hun koffiekopjes kan verrukkelijk klinken. Luisteren naar Connie Francis en Anneke Grönloh. Naar de rolschaatsers buiten op het trottoir. De trage wagens in de beregende straat. De dreunende bussen. Zo'n bellende tram met reclame van Captain Iglo op z'n flank. Die nu ook in dit gedicht zijn plaats vindt. Sponsor kom maar op met dat geld! Generale! De Leeuw! Vooruitzicht! Colombia! Baggerwerken De Paepe! Saddam Hoessein! Hier met dat geld! Ik zal je sandwichman zijn. Ik zal je naam door de straten dragen.

Luister. De steden zitten als brandkasten met goudstaven vol met verhalen die uitpuilen van schoonheid en gevaar. Je kunt er niet naast kijken. De parels liggen voor het rapen. De zwijnen doen er niets mee. Maar jij.

Drie muntjes in de fontein. De eeuwige liedjes stijgen je naar het hoofd. Door hùn woorden bekijk je de wereld. Maar je kunt er niet op dansen. Verloren gelopen jongetje in pied de poule pak met je gouden polshorloge. Met je nauwe schoenen. Met je stramme benen. Met je beeld uit de oude tijd dat je aankijkt in de spiegel. Wat heeft ie een gek hoedje op. Je luistert niet. Je maakt het jezelf lastig. Je verklaart jezelf gek. Je geeft je aan bij de instanties. Je stopt je ziel weer in het kistje. Terug in het houten kistje. Rustig.

Je zit op een steen in het brandende zand aan het water. Voor eeuwig in de zon. Alles is wit en verblindend. Je bent rustig. Gelukkig zonder verhaal. Je moet niets meer vertellen. Je bent thuis. Voor altijd bij het water.

12-06-05

TOEVALLIG PATTI SMITH'S BIRDLAND?


patti smith RM2


Ik luister al de hele middag naar mijn persoonlijke jukebox.
Ik heb de voorbije maand of zo heel precies 2335 songs op mijn harde schijf gezet. Mag ik het herhalen? Ik ben geen dief. Die songs komen allemaal uit mijn eigen cd-collectie. Overigens weet ik niet of mensen die liederen van het internet halen (zonder ervoor te betalen) wel dieven zijn. Ik wil dat hier buiten beschouwing laten, er is al voldoende over gediscussieerd en er zal nog veel over gediscussieerd worden. De indruk die ik heb is dat mensen die muziek kopiëren vaak ook heel veel muziek kopen en zodoende veel te veel geld uitgeven aan modieus geneuzel op een dwaze beat. Where have all the good times gone, met andere woorden.
 
Terwijl de muziek op de achtergrond weerklonk zat ik wat te lezen op een website gewijd aan Wilhelm Reich. Ik was daar nog maar een paar minuten mee bezig toen zomaar opeens de woordenvloed die Birdland heet (van Patti Smith, en op een wijze beat) uit de luidsprekers golfde. En over wie gaat die song? Over Peter Reich en over zijn vader, Wilhelm. Patti Smith roept in Birdland de vreemde wereld van Wilhelm Reich op en vertelt onder meer hoe hij zijn zoon een nachtelijk bezoek brengt aan het stuur van een UFO:

"It was if someone had spread butter on all the fine points of the stars'
Cause when he looked up they started to slip.
Then he put his head in the crux of his arm
And he started to drift, drift to the belly of a ship,
Let the ship slide open, and he went inside of it
And saw his daddy 'hind the control board streamin' beads of light,
He saw his daddy 'hind the control board,
And he was very different tonight'
Cause he was not human, he was not human."
 
Een vreemd toeval toch wel dat mijn jukebox uit 2335 songs heel precies Birdland kiest. Wat heeft dit te betekenen? André Breton spreekt van "verbijsterende coïncidenties", over "bepaalde samenlopen van omstandigheden die ons begrip verre te boven gaan en die het ons slechts mogelijk maken terug te keren tot een berdeneerde activiteit indien we, in de meeste gevallen, het instinct tot zelfbehoud te hulp roepen." Het is zeer zeker een verbijsterende coïncidentie dat Wilhelm Reich's ontregeling van de zinnen (denk maar aan zijn theorie van de orgonen en zijn karakteranalyse) nogmaals wordt verweven met de verheven razernij van Patti Smith.

Foto: Patti Smith door Robert Mapplethorpe.