16-12-16

HELDEN VAN DEZE TIJD

rimbaud Le-cercle-du-poete-disparu.jpg


TIEN DAGEN DIE MIJN WERELD DEDEN WANKELEN (hoofdstuk 10)

Dag 7: 8 november 2016

Opgedragen aan Jan Decorte en Sigrid Vinks

Stilaan kom ik tot het besef dat elke dag mijn wereld wankelt, omdat de wereld zelf gedurig wankelt. Alles verandert, alles stroomt. Veel lijkt hetzelfde te blijven maar dat moet gezichtsbedrog zijn, want niets blijft aan zichzelf gelijk. Een moment bevat miljoenen momenten. Zonder zelfs maar een stap in de stroom te zetten stroomt hij door me heen en ook al heb ik nooit een noemenswaardige overstroming meegemaakt overstromen elke dag grote gebieden van de aarde die ook mijn aarde is, ook al is mijn verblijf hier kort.

heraclitus.jpg

In dat grotere geheel bekeken betekenen de Amerikaanse verkiezingen weinig. Wij herinneren ons de farao’s nog levendig, soms lijken ze nog onder ons te zijn. Maar waar is Giscard d’Estaing en waar president Woodrow Wilson? Bij de naam Wilson denk ik meteen aan de hond van Hilde Van Mieghem. En aan Colin Wilson, zelf een niet erg bekende schrijver. Er zijn echter veel Wilsons, te veel om op te sommen. Bij d’Estaing denk ik aan ‘destin’, ‘destiny’, ‘My Destiny’, een liedje van the Byrds, gezongen door de veel te jong gestorven Clarence White.

President-Woodrow-Wilson.jpg


Desondanks staat vandaag, 8 november, bijna volledig in het teken van die vermaledijde Amerikaanse presidentsverkiezingen. Geen ontsnappen mogelijk. Ik kan me dan wel even opwinden over de mist en de vervuilde lucht en wat notities over Avignon herwerken, maar op de achtergrond is er voortdurend die lelijke ruis. Overigens: waarom over Avignon schrijven, over het Palais des Papes en over paus Clemens V en zijn opvolgers (en de tegenpausen)? Het staat allemaal al in boeken. Ik heb in Avignon niets gezien. De Rhône is door mij heen gestroomd – terwijl ik in mijn hotelkamer lag te dromen – maar de Rhône heb ik niet gezien. Laat iemand anders me vertellen over Avignon, over de meisjes die dansen op de brug, over de schunnige, incestueuze pausen en tegenpausen. Iemand anders, een dichter, iemand die in Avignon geboren en getogen is, iemand die de tongval heeft. In Avignon zat ik in restaurants vis te eten en witte wijn te drinken en nam ik de bus naar Villeneuve, waar ik op een brocanterie signalen opving van een definitief afgesloten periode: de moderne tijd. De uitspraak van Rimbaud, dat je absoluut modern moet zijn, is voorbijgestreefd. Adieu! Kijk maar naar Trump, naar Hillary Clinton, naar Lady Gaga, naar Jan Jambon. Hier hebben we zo lang vol ongeduld op gewacht. En nu zijn we eindelijk volwassen: al het moderne, die tienerdromen, hebben we van ons afgeschud. De middeleeuwen zijn ons meer nabij dan Andy Warhol en Edie Sedgwick. Ketters, heksenverbrandingen, de pest zijn aan de orde van de dag.

jan decorte danny willems.jpg

Je begeeft je naar het Kaaitheater voor een held van deze tijd. Een held en een heldin: Jan Decorte en Sigrid Vinks. Ook zij zijn niet langer modern en evenmin postmodern. Waarom niet? Omdat ze echt zijn (“To thine own self be true”); ze zijn tegelijk zichzelf, degenen die ze altijd al geweest zijn, en iets vreemds, een kracht die bezit van hen neemt. Je weet zeker dat die kracht uit henzelf komt, maar dat het tegelijk de kracht van de wereld is. De wereld die ons zo aan het wankelen brengt. The time is out of joint, maar dat is oud nieuws. ‘Ne Swarte’ zo heet Jan Decorte’s bewerking van Othello. Zou het toeval zijn dat je net vanavond naar die leugenaar en bedrieger Jago zit te kijken, net nu de verkiezingen wat verderop, in vijftig staten, aan de gang zijn? Een Jago en een Othello van vlees en bloed. Is dit wel theater? Is het geen autobiografie en geschiedenisles (waar je niets uit kunt leren)? Tussen de bedrijven vertelt Jan Decorte over zijn leven, zijn moeder, zijn vader, over hemzelf. Het zijn echte, ware verhalen. Ze zijn van Jan Decorte maar ze behoren ook ons toe, ze zijn deel van onze geschiedenis, van ons mysterie. Als hij vertelt dat zijn vader een zwarte was, word je zelf ook een zwarte, een collaborateur, iemand die een verkeerde keuze maakte. En je vergeeft jezelf want je bent een mens en niets menselijks is je vreemd. Sigrid Vinks is een Jago van alle tijden, en zeker ook van deze donkere tijd waar wij nu in leven. Tegelijk weet je dat ze dat niet is. Je kent haar oppervlakkig, “in het echte leven”, ze is een moedige vrouw, ze zou nooit zo kunnen liegen en bedriegen als haar Jago. En toch doet ze het! En Jan Decorte zit in zijn cirkel, waar hij niet uit kan, en vertelt zijn cathartische verhalen en trommelt en trommelt omdat hij ne swarte is. Ne swarte kan heel goed trommelen, of wat dacht je anders. En je bent gelukkig omdat je dit allemaal ondergaat, als een onderdaan, een slaaf, een horige. Maar vooral omdat je beseft dat je een meester bent: zolang je niet dood bent leef je en kun je keuzes maken. Je hoeft geen Jago en zeker ook geen Othello te zijn. Je speelt de rol van je leven en je bent je eigen trommelaar en je bent niet alleen zwart maar ook wit – en alle kleuren van de regenboog. En als het allemaal gedaan is (dat denk je maar) zegt Sigrid Vinks tegen je: ah mijn instagramvriend, en Jan Decorte omhelst je en je herinnert je hoe hij je omhelsde toen je voor de eerste keer na drie maanden ziekenhuis in de Daringman kwam. Alsof hij je zelf ook nog een keer het leven wilde schenken. Je weet zelfs niet of hij op dat ogenblik wel wist dat je die zomer drie maanden had liggen sterven en herboren worden. Wat je wel weet is dat de Daringman een betere wereld is dan het UZ in Jette. Maar ook in de Daringman is de kans groot dat je gaat wankelen. En al wankelend keer je dan naar huis terug. Het is de hoogste tijd dat je gaat slapen. Alles is nog mogelijk. Er is nog niets beslist.

sigrid vinks danny willems.jpg

...

Afbeeldingen: Arthur Rimbaud in Aden (1880); Heraclitus door Hendrick ter Brugghen; Woodrow Wilson; Jan Decorte in 'Ne Swarte' door Danny Willems; Sigrid Vinks in 'Ne Swarte' door Danny Willems.

27-02-12

BEWOGEN DAGEN 5.

 

IMG_1828.JPG

Martin Pulaski, Zonïenwoud, 2005.

Vandaag het vijfde deel van ‘bewogen dagen’. Deze fragmenten van een vertoog over alles en niets ontstonden in de periode 2005-2006. Ik heb ze de voorbije dagen gewikt en gewogen.

41.
Beweerd wordt dat schrijven ondergeschikt is aan vriendschap en liefde. Of is het omgekeerd? De bewering, de vraag is verkeerd. Het is een wisselwerking. Schrijven gaat niet zonder vriendschap en liefde. Wat mij betreft gaan liefde en vriendschap ook niet zonder schrijven.  Een gedicht maken is vaak een daad van liefde of vriendschap, in alle betekenissen van die twee woorden. Een gesprek en een kus monden uit in een gedicht.

42.
In het dagelijks leven voel ik te veel en – schijnbaar - tegelijk te weinig. Soms lijk ik onverschillig, maar ik denk van mezelf dat ik te gevoelig ben. Om die reden heb ik me – onvrijwillig - achter dikke 'muren' verborgen. Muren van glas met openingen, kijkgaten, schietgaten. Een mens wil graag gezien worden, bewonderd, geliefd. Het is verlangen naar het verlangen. Als ik te weinig aandacht krijg word ik ziek.

43.
Psychologie is tijdverlies. Je kunt jezelf niet kennen – en waarom zou je jezelf per sé moeten kennen? Jezelf zitten analyseren terwijl de wereld naar de verdoemenis gaat. Dat is toch beneden alle peil.

44.
Na de weg vooruit leg je altijd noodgedwongen de terugweg af. Het is niet alleen mijn huwelijk, het ligt ook aan mezelf. Ik wil soms ontsnappen, niet uit vrije wil, niet ‘bewust’. Het overkomt me. Ik laat me gaan, val in de diepe put van de nacht. En dan duurt het lang eer ik weer tot mezelf ben teruggekeerd. Ik kan hoegenaamd niet tegen drank: er bestaat niets dat mij meer vermoeit. Gelukkig spartel ik door heel wat weken zonder zulke nachtelijke uitspattingen. Overigens heb ik er niets aan, zelfs geen catharsis, zelfs geen ‘inspiratie’. Ik weet niet waarom ik het doe. Het zal wel periodieke verslaving zijn.

45.
Ik ben naar Jan Decorte geweest. Naar zijn theater gaan is bijna altijd een intense ervaring, pure aanwezigheid, zelfverlies. Ik wilde er graag over schrijven, maar voorlopig is het me niet gelukt. Mijn woorden moeten hem en Sigrid Vinks eren, het moeten goede woorden zijn.

46.
De vraag is of een mens die vaak zwak, ziek, moe is geen belachelijk figuur slaat. Wie neemt zijn gezeur op den duur nog au sérieux? En wie gelooft hem nog als hij zegt dat hij pijn heeft of verdriet?  Zodra je erin verdwaald bent, kun je helaas nooit meer uit dat labyrint.

47.
Bob Dylans ‘Blood On the Tracks’ ligt op.
Een prachtige droevige echtscheidingsplaat. Maar of het zijn beste is, zoals zovelen beweren, betwijfel ik. Voor mij is ze niet rijk genoeg, bezweert ze niet voldoende. Wat de teksten betreft houd ik het meest van ‘John Wesley Harding’, voor de muziek en de emoties verkies ik ‘Blonde On Blonde.

48.
Snakt niet elke mens naar liefde? Krijgt niet elke mens graag aandacht? Maar sommige soortgenoten hebben meer spotlight nodig dan andere. Ik ben daar nogal dubbel in: aan de ene kant wil ik in de belangstelling staan, aan de andere kant bijna onzichtbaar zijn. Hoewel ik het niet graag toegeef heb ik al sinds mijn zeventiende gedroomd van een boek. Een boek uitgeven, dat is wat ik wil. Geloof me nu maar! Gedichten, verhalen, een boek met ideeën (zoals dat van Leopardi), om het even wat, als het maar een boek is, wat woorden op papier, met een omslag rond.

49.
Nietzsche heeft een donkere, gevaarlijke kant. Zoals sommige goeroes dat doen kan hij zoekende jongeren meeslepen in zijn denkavontuur, wat niet zonder risico’s is. Nietzsche doorgronden is niet eenvoudig. Eigenlijk moet je hem jaren lang of zelfs een heel leven bestuderen. Sommigen beschouwen hem met zijn  theorie van de übermensch als een voorloper van het nazisme. Nietzsche heeft inderdaad een aantal absurde dingen beweerd, maar daartegenover staat zoveel rijkdom en oorspronkelijkheid. Er bestaat niet een filosoof of schrijver van wie ik meer heb geleerd dan van Friedrich Nietzsche. Maar ik moet hem wel regelmatig herlezen: een verwittigd man is er twee waard, of drie.

50.
Nogal vaak bewerk ik oudere fragmenten, zoals Walt Whitman deed met zijn originele ‘Leaves Of Grass’, hoewel ik me geenszins met de meester wil vergelijken. Ik schrijf en laat rusten, herneem en herschrijf. Maar het is niet altijd revisionisme bij mij. Soms maak ik ook nog wel eens iets dat helemaal nieuw is.  Reflecties over mensen en dingen rondom me, beschouwingen over kunstenaars zoals Anselm Kiefer, over populaire cultuur, over concerten, over film en theater. Daarbij laat ik me leiden door het toeval, door mijn intuïtie. Ik schrijf over iets wat me op een bepaald ogenblik treft, wat ik opeens zie.

IMG_1482 (3).jpg

Martin Pulaski, Zelfportret met elpee van Merle Haggard en Kill Your Lover t-shirt.

 

17-12-08

JAN DECORTE EN ZIJN WINTERVÖGELCHEN

euripides,taal,feest,poezie,twijfel,dansen,holderlin,woorden,theater,vermoeidheid,depressie,goden,kaaitheater,fluiten,kerstgeschenk,shakespeare,generale repetitie,sofokles,jan decorte,sigrid vinks,wintervogelchen,kaaistudio s,verwijdering

Maandagavond kreeg ik een mail van het Kaaitheater: of ik dinsdagmiddag de generale repetitie van Jan Decorte’s ‘Wintervögelchen’ wilde bijwonen? Ik was aangenaam verrast, omdat ik niet vaak word uitgenodigd, en omdat ik nog nooit een generale repetitie had bijgewoond. En dan nog van Jan Decorte, een van mijn weinige ‘helden’, een kunstenaar die ik bijna mateloos bewonder.

Maar ik lijd aan een depressie, zeggen de geneesheren. De geneesheren kunnen mij echter niet van mijn depressie genezen. Daarom denk ik dat ik geen depressie heb, maar iets anders, iets fundamentelers, een zware inzinking, een immense vermoeidheid, een grote angst om mensen die ik niet goed ken onder ogen te komen. Een diepe, donkere zwijgzaamheid. Iets donkers in mij heeft me van alles en iedereen verwijderd. Daardoor twijfelde ik eraan of ik wel zou kunnen gaan. Ook gisteren twijfelde ik nog. Maar om twee uur heb ik onder meer twee t-shirts, een hemd, een gilet, een dunne trui en een dikke trui aangetrokken en heb de metro genomen. Ik had alleen een lelijke puntmuts, waardoor ik enigszins op een verloren gelopen clown moet hebben geleken.

In het Kaaitheater stond mijn naam netjes op een lijst: Martin Pulaski. Vreemd dat ik die twee woorden daar zo zag staan. Ik was te vroeg. Boven in de cafetaria waren er al enkele andere genodigden. Ik kende niemand, voelde me ongemakkelijk. Ik moest vlug gaan zitten. Jan Decorte kwam binnen en gaf me een kus op de wang. Zo voelde ik me al wat rustiger. Het leek wel normaal dat ik hier aanwezig was. In de cafetaria bleef het bijzonder stil. Iedereen wachtte tot ‘Wintervögelchen’ zou beginnen. Ik had gelezen dat Jan Decorte zich had laten inspireren door Shakespeare en Hölderlin. Ik had er alleen maar een vaag vermoeden van wat het zou worden. Nu ken ik Jan Decorte al wel een tijdje en heb ik heel veel van zijn stukken gezien. Hij is tegelijk ernstig en onnozel. Ik vind onnozel een positieve eigenschap. Verstandige, speelse, onzuivere onnozelheid tegen de zuiver rationele ernst.

‘Wintervögelchen’ heeft me diep geraakt. Het is een sprookje, een tragedie, een blijspel, een kerstverhaal. Je herkent Shakespeare’s koningsdrama’s en Sofokles, vooral de Koning Oedipus en Oedipus te Colonos. Je ontdekt sporen van Euripides’ Medea, van de sprookjes van Grimm, van Vlaamse kermissen, van Boheemse volksfeesten.

De kunstmatige taal van Jan Decorte is even eigenzinnig als die van Hölderlin, maar wel minder plechtig, vrolijker, speelser.  Er wordt ook zeer speels gespeeld, een lust voor oor en oog, zelfs al gebeuren er tragische dingen. Deze dichter gebruikt woorden nooit door iemand anders uitgesproken. Niets is wat het lijkt. Een koning is even later een koningin, een man wordt opgegeten door een beer, een dode koningin wordt weer levend. Er wordt gerouwd, getrouwd en gedanst. Jan Decorte heeft een verzameling fluitjes bij, waarmee hij vogelgeluiden nabootst. Uit een dik boek leest hij het intrigerende verhaal voor. De acteurs spelen sommige scènes uit dat verhaal. De bewonderende, liefdevolle manier waarop Sigrid Vinks naar haar haar echtgenoot kijkt als hij fluit of voorleest, daar smelt je hart van. Bovendien kan ze mooi dansen. De andere acteurs ook, trouwens. Is het een soort vogeltjesdans, die ze dansen?

Ja dit feestelijk werk is een subliem kerstgeschenk vol gefluit en gewauwel, gruwel, waanzin en liefde. In Vögelchen wordt inderdaad veel gefloten, maar de echte vogels blijven afwezig, zoals voor Hölderlin de goden.

Voorstellingen: 17, 18, 19, 20/12/2008, 20:30; en op 10, 11/02/2009, 20:30, Kaaistudio’s.

 

03-11-05

JAN DECORTE EN SIGRID VINKS


jan decorte x


Voor een keer nog eens iets goeds gelezen in het sensatieblaadje genaamd Humo: een uitstekend en tot tranen toe ontroerend interview met Jan Decorte en Sigrid Vinks, twee mensen die ik eigenlijk niet ken maar waar ik heel veel van houd. Het zijn echte mensen, ze zijn zoals ze zijn, ze doen zich niet voor. Ik spreek Jan Decorte soms wel eens aan. Ik heb vroeger (1969 en 1970) een tijdje met hem op school gezeten, zij het helaas niet in hetzelfde jaar, en vanaf toen bewonder ik hem al bijna onvooorwaardelijk. Ik spreek hem soms wel eens aan, ja, na een voorstelling of zo, en na een aantal glazen wijn of bier, maar zijn aanwezigheid maakt me ongeveer sprakeloos. Het zijn dan ook nooit meer dan vijf of zes banale woorden die ik tegen hem zeg. Ik zie hem graag, het is een heel bijzonder mens, maar hij maakt me bang. Hoe komt dat? Ik weet het niet. In dat interview formuleert hij wel een antwoord op die vraag. "Maar mensen zijn dus bang van mij. Omdat ik buitenmaats ben. Dat heb ik nu wel gesnapt. Ik ben hogelijk abnormaal. Thuis krijgen wij geen telefoon. Nooit. Op de gsm ook niet. Niks." Misschien heeft mijn bang zijn voor Jan Decorte ook wel met herkenning te maken. Bang voor een soort van spiegelbeeld. Want ben ik ook niet abnormaal? In het interview las ik ook de volgende naar de keel grijpende uitspraak:"Ik wil door iedereen gekoesterd worden, maar tegelijkertijd ben ik het beu dat de liefde zo'n beslag op me legt. Ik leef constant in tegenspraak met mezelf. Ik heb geen enkel principe." Jan Decorte verwijst in dat verband naar Sick Of Love van Bob Dylan.

Dank aan interviewster Stefanie de Jonge voor de intelligente vragen en aan Jan Decorte en Sigrid Vinks natuurlijk voor alles wat ze ons al hebben gegeven.

07-09-05

CHARLOTTE EN DOROTHEE : MEISJES!


meisje charlotte


Het probleem is echter dat ik niet kan doorslapen.
Omstreeks vier uur word ik wakker en kan de slaap niet meer vatten, waardoor ik altijd moe ben. Ik heb net naar de Brusselse film 'Meisje' van Dorothée Van Den Berghe gekeken, op de televisie, ingeleid door Mr Proper. Toen hij nog nieuw was - de film - heb ik hem al eens in de cinema gezien en heel mooi en origineel en ontroerend gevonden. Meisjesachtig mooi. Ik had ook graag zitten kijken naar het dansende meisje met de witte huid, Charlotte Vanden Eynde. Ik weet niet of ik Van Den Berghe en Vanden Eynde juist schrijf. Vlaamse namen die met 'van' beginnen vind ik bijzonder moeilijk om te spellen. Er zou een regel moeten bestaan die ons ertoe verplicht dat allemaal aan elkaar te schrijven; of anders 'van' en ‘den’ gewoon afschaffen. In dat geval zou het Dorothée Berge en Charlotte Einde worden, veel eenvoudiger en mooier. Stel je voor dat Marilyn Monroe Marilyn From The Monhroe zou heten, en Marlon Brando Marlon From The Brandho! Neen, daar zijn die Amerikanen stukken beter in, in namen. Neem nu Woody Allen, die had in den beginne een vreselijk ingewikkelde naam, en heet al lange tijd doodgewoon Woody Allen. Bij mij doet die naam meteen aan een klarinet denken, en zo hoort het ook.

Charlotte Vanden Eynde kan prachtig dansen, zowel in haar eigen creaties als bij Jan Decorte. Maar ik moet nu to the point komen. ‘Meisje’ vond ik niet langer goed. Hoe komt dat dan toch? Niet door Charlotte, ook niet door Els Dottermans (integendeel, Els Dottermans is erg goed op dreef en ziet er bijzonder zinnelijk uit, ze straalt een verrukkelijke lust uit), zelfs niet door Mathieu Schoenaerts... Door wat dan wel? Door het flutverhaal. Dat heb ik de eerste keer niet gemerkt, waarschijnlijk omdat ik toen de hele tijd naar het spel van de actrices heb zitten kijken. Ik heb hoegenaamd niets tegen vervelende verhalen, maar er moet wel drama zijn, er moet iets zijn. In deze film is er bijna niets, en dat bijna niets stelt niets voor. Bovendien werkt Dorothée Van Den Berghe veel te veel met close ups. Daarbovenop krijg je dan nog eens oersaaie muziek voorgeschoteld van een talentloze kerel die zich Daan noemt. Dat was waarschijnlijk heel cool, een jaar of vijf geleden, dat je je Daan noemde. Ik heb in die periode een zeer boze brief geschreven naar Humo, omdat ze 'Meisje' ongunstig hadden besproken. Humo heeft mijn brief niet willen publiceren. Waarschijnlijk omdat ik gelijk had. Ik heb zelden gelijk, maar als een brief van mij niet wordt gepubliceerd, dan is de kans groot dat ik wel gelijk heb. Spreek ik mezelf nu tegen? Neen, want zoals Bob Dylan zegt: I was so much older then, I'm younger than that now.
Over de 'nieuwe' cd van Bob Dylan zal ik zwijgen. Alleen dit: luister eens naar Leopard Skin Pillbox Hat. Een andere tip is Let's Dance, de Bowie-song, uitgevoerd door M Ward. Kippenvel, en je moet er zelfs niet op dansen. En The Lemonheads, dat is altijd kippenvel, even goede popmuziek als the Beatles en the Byrds. Het is ten hemel schreiend dat Evan Dando zichzelf zo snel verwoest heeft.

Echt jammer dat ik 'Meisje' vanavond vervelend vond. Maar Dorothée Van Den Berghe heeft nog een fout gemaakt. Ze had die dikke acteur nooit mogen laten meespelen: een hond in een kegelspel. Het is een heel lieve man, maar bij voorkeur beperkt hij zich tot accordeon spelen en aan quizzen meedoen. Dat zou moeten volstaan. Dorothée Van Den Berghe moet vooral films blijven maken. ‘Meisje’ is – nog altijd - een mineur werk dat grote verwachtingen schept.

(De poster hierboven heb ik later aan de tekst toegevoegd, anders zou ik wel helemaal idioot zijn, aangezien de namen daar netjes gespeld op vermeld staan.)