15-12-16

TIEN DAGEN DIE MIJN WERELD DEDEN WANKELEN (9)

avenir.jpg

Dag 6: 7 november 2016

‘L’avenir’ van Mia Hansen-Løve is een sublieme film, met Isabelle Huppert in de hoofdrol. Isabelle Huppert die nog maar eens een keer verrast. Maar hoe kan dat? Iemand die ons al zo vaak heeft verrast kan dat toch niet blijven herhalen? En toch doet ze het. Iedereen die haar van in het begin gevolgd heeft, weet het. Voor mij was het begin ‘Les valseuses’. Het was het slipje van de jonge Isabelle – van haar personage - dat die twee voyous, Patrick Dewaere en Gérard Depardieu besnuffelden. Ik twijfel er niet aan dat Isabelle Huppert zowat ieders favoriete actrice is, of ze is dat toch voor elke denkende mens, man of vrouw, die van mooie, sterke, getalenteerde en intelligente vrouwen houdt.

‘L’avenir’ behoort tot het soort van films dat er voor mij uitspringt. Er wordt een eenvoudige verhaal verteld, met een diepere onderlaag, de fotografie is uitstekend, de dialogen zijn geloofwaardig, er wordt voortreffelijk maar helemaal niet spectaculair geacteerd. Een kleine Franse film par excellence. Met ‘klein’ bedoel ik niets negatiefs, integendeel. Alain Tanner maakte ook zulke films, maar Tanner is wel een Zwitser. Aan Eric Rohmer moest ik ook denken. Je zou deze bepaalde vorm ‘lichtvoetige diepzinnigheid’ kunnen noemen. De filosofische achtergrond van ‘L’avenir’ geeft een extra dimensie aan de film. Rousseau, het katholicisme, Chateaubriand, het radicalisme tegenover het gematigde links van de neo-bourgeoisie (die haar rebellie al lang achter zich heeft). ‘L’avenir’ geeft zin, in de twee betekenissen van het woord. Ik heb alvast zin gekregen om opnieuw Rousseau te gaan lezen, vooral ‘Le contrat social’ en ‘La nouvelle Héloïse’. En alle films met Isabelle Huppert opnieuw (en opnieuw) te gaan zien.

Mevrouw De Block verhoogt de prijs van een aantal geneesmiddelen en wil op die manier “de middenklasse redden”. Net zoals de banken dat willen doen door binnenkort een negatieve rente op de spaarrekeningen in te voeren. De echte middenklasse belegt namelijk. Desnoods leent ze geld om te kunnen beleggen. De economie moet gestimuleerd worden. Het land moet groeien. Volgens Bob Dylan hebben we iets helemaal anders nodig dan duurdere geneesmiddelen en een negatieve rente op de spaarrekeningen om het land te doen groeien:
Well, my telephone rang, it would not stop
It's President Kennedy callin' me up
He said, “My friend Bob, what do we need to make the country grow?”
I said, “My friend John, Brigitte Bardot
Anita Ekberg
Sophia Loren
Country'll grow.”
Bob Dylan - I Shall Be Free

Mogelijk zitten de Amerikanen (en wij met hen) binnenkort met een heel ander soort president dan John Kennedy opgescheept. Een mysogine, racistische, vuilgebekte miljardair. Maar zover zijn we nog niet. Nog even geduld, nog even wat vulgaire verkiezingsshows proberen te ontwijken, nog één keer slapen. Niet dat mevrouw Clinton mijn sympathie krijgt. Ze is dan wel geen racistische, vuilgebekte miljardair, maar ze wordt gesteund door Wall Street (waar onder meer de wapenindustrie thuis is). Maar liever nog een schouwspelkapitalist met enkele progressieve ideeën dan een onvoorspelbare casinokapitalist met niets dan obsessies en stemmingswisselingen.

karst woudstra dodendans 2.jpg

Op facebook ben ik nu bevriend met Karst Woudstra, een man die ik al zo lang bewonder. Door hem heb ik het werk van Lars Noren leren kennen. Hij heeft mij opnieuw in aanraking gebracht met de (toneel)auteurs waar ik lang geleden al van hield: Henrik Ibsen en August Strindberg. Hij heeft me zonder veel opsmuk of tralala laten zien hoe geniaal beide mannen wel waren – en hoe modern, hoe hedendaags hun werk is. Het was uiteraard ik die hem als vriend vroeg. Een uurtje later aanvaardde hij mijn verzoek. Dat je zoveel van Patrick Modiano houdt volstaat voor mij om ja te zeggen, schreef hij me. (Hij had er dus geen idee van dat ik ook een bewonderaar was van Strindberg, Ibsen, Lars Noren en van de melancholische Karst Woudstra zelf). Een voorbeeld van de theorie van Frigyes Karinthy die ervan uitgaat dat alle mensen via maximaal vijf tussenpersonen en zes tussenstappen met elkaar verbonden zijn (six degrees of separation).


Om één uur, een uur voor de lunch, ga ik een uur rusten. Ik denk nu onwillekeurig aan Nietzsche, die eerst het hoofdgerecht at en pas daarna de soep. Als ik ontwaak weet ik niet welk moment van de dag het is. Ochtend? Middernacht? Het duurt even eer ik weer in de realiteit ben. Weer een uur verspild. De herfst gaat aan me voorbij zonder dat ik er deel aan heb. Ik had veel meer door het raam moeten kijken, naar de bonte herfstkleuren. Wat een decadente uitspraak! Ik had veel meer naar buiten moeten gaan, gaan wandelen in parken, in het Terkamerenbos, in het Zoniënwoud. Ik had me in de herfst moeten verliezen. In plaats van me in de werkelijkheid onder te dompelen sluit ik me er van af, om wat woorden aan mijn laptop toe te vertrouwen (en met potlood aan mijn dagboek), om enkele paragrafen te lezen, om zoals zojuist naar Bruce Springsteens ‘Tom Joad’ te luisteren, om naar een film te kijken.

gasparnoe-love-00.jpg

Voor veel films echter moet je ook de deur uit. Van landschappen blijft bijna niets over op een klein scherm. Van paarden. Van de wijde ruimte. De kleuren van de hemel. Een vlucht wilde eenden. Maar ook van intimistische films als ‘Love’ van Gaspar Noë blijft weinig over. Bij die film moet je de lichamelijkheid kunnen voelen. De huid. Het zweet. Lichaamsappen. Sperma. Speeksel. Op het kleine scherm gebeurt er niets van dat alles en is het een vervelende film. Wat hij waarschijnlijk op het grote scherm ook is, maar dat weet ik nu niet. De beste erotische film vind ik overigens nog steeds ‘Last Tango In Paris’ van Bernardo Bertolucci, met Maria Schneider, Marlon Brando en Jean-Pierre Léaud. Maar dat is niet echt een erotische film: het is een tragedie. Een tragedie waar sommige mensen graag een klucht van zouden willen maken, of een soap. Zoals de soap die nu in de Verenigde Staten gaande is. Maar dat wordt zeer waarschijnlijk een tragedie. Misschien de ergste die wij, die babyboomers worden genoemd, ooit hebben gekend.

Manchurian-Candidate-Creepy.png

...

 

Afbeeldingen:'L'avenir; Dodendans; Gaspar Noë's Love, The Manchurian Candidate.

03-10-14

IRINA EN EVA IONESCO

 

my little princess.jpg

Van ‘Erwin’ via ‘Moord & Doodslag’ en ‘Siciliaanse vespers’ naar Syracuse (16 mei 2013) is een lange weg. Die moet ik helemaal in woorden afleggen, waarbij ik niet alleen hoop mijn doel te bereiken – het aantal hindernissen neemt elke dag toe – maar tevens een plaats te bereiken die in de toekomst ligt, een bestemming die nu nog in donkere nevelen is gehuld en naamloos is. Geduld, moed en ontvankelijkheid zijn hierbij, zoals bij zoveel belangrijke ondernemingen, onontbeerlijk.

Onlangs zag ik de film ‘My Little Princess’ (2011) van Eva Ionesco. Ik had hem een paar dagen tevoren opgenomen vanwege de thema’s (fotografie, grensoverschrijdend gedrag, uitbuiting, incest) maar vooral vanwege Isabelle Huppert, sinds vele jaren mijn uitverkoren actrice. Pas na het zien van de erg mooie maar verontrustende film besefte ik dat andere, onbewuste drijfveren mij tot opname hadden aangezet. En nee, er is niet meteen een verband met het werk van Geerten Meijsing, tenzij misschien het jonge meisje, een verbluffende rol van de onbekende Anamaria Vartolomei, en meer algemeen de decadentie en het narcisme.
my little princess 3.jpg

Al bij het begin van de film herinnerde ik mij opeens een kostbare, vrij grote map met foto’s van Irina Ionesco die ik bij Boekhandel Corman, waar ik toen werkte, meermaals voorzichtig had geopend om een blik te werpen op de perverse afbeeldingen van meisjes en jonge vrouwen. Ik vond het mooie en opwindende foto’s, echte kunstwerken; het was duidelijk dat er hard was aan gewerkt, zeker ook aan de enscenering en de kleding (en ontkleding). Ik herinner me niet of er foto’s bij waren van een jong meisje, van een kind. Het is mogelijk. Ook in die dagen – de eerste helft van de jaren zeventig - waren dergelijke beelden nog altijd pervers en opwindend, maar schokken deden ze nauwelijks (1). In West-Europa leek de censuur eindelijk voorgoed te zijn afgeschaft. Wat mij betreft waren afbeeldingen van seks met kinderen een stap te ver. De daad zelf kon ik me zelfs niet voorstellen (en ik kan dat nog altijd niet). Ik heb ooit een aflevering van het undergroundtijdschrift Suck gekocht, waar ik zulke foto’s in aantrof. Hoe walgelijk en wansmakelijk! Niet zo bij de foto van Germaine Greer, auteur van de bestseller ‘The Female Eunuch’, die trots haar vagina tentoon spreidt. Maar beroemde vagina of niet, van Suck wilde ik niets meer horen. Het ging bij dat tijdschrift ook helemaal niet om de vrijheid: er werd een nieuwe markt aangeboord, die van de pornografie, van lust als handelswaar.
Ionesco1.jpg

De foto’s van Irina Ionesco, zoals ik ze mij van die map herinner, waren niet pornografisch in de betekenis die dat adjectief vandaag heeft. Geen sprake van penetratie, cunnilingus, fellatio en al helemaal geen ‘cum shots’. Maar de fotograaf dwong haar kleine dochtertje, Eva, om de rol van een obscene Lolita te spelen. Aanvankelijk had Eva, jong als ze was, daar geen bezwaar tegen. Gaandeweg echter kwam ze meer en meer in opstand tegen haar moeder, ze begon zich gebruikt en misbruikt te voelen. Als volwassen vrouw spande ze een proces aan tegen Irina; pas in 2012 kwam er een uitspraak: Eva’s moeder moest haar dochter een boete (of smartengeld) betalen van 200.000 euro.

Ten minste drie dingen vind ik vreemd aan dit hele verhaal. Waarom was ik Irina Ionesco en haar foto’s vergeten; waarom had ik nooit iets over die moeder-dochterrelatie gelezen (of was ik het vergeten?); waarom maakte Eva Ionesco zo’n oogstrelende en zelfs opwindende film over dat pijnlijke onderwerp, over het misbruik waar zij het slachtoffer van was? ‘My Little Princess’ is, nogmaals, een schitterend in beeld gebrachte film, met veel aandacht voor decors, kostuums en belichting.(2) Maar mag een kunstwerk dat voor de kunstenaar (en voor de toeschouwer) voor loutering, voor catharsis moet zorgen wel zo mooi zijn? Moet hij niet veel rauwer, wreder, lelijker zijn? Een moeder die haar dochter uitbuit en misbruikt verdraagt geen schoonheid, hoe mooi en opwindend haar kunst ook mag wezen.

[Eva Ionesco lijdt wellicht aan wat Freud herhalingsdwang noemt – of is het een bewuste beslissing om het gedrag van haar moeder te herhalen? Wat zij met de jonge actrice Anamaria Vartolomei doet is misschien niet echt misbruik maar ook zij maakt van het meisje een Lolita, een verleidelijk wezentje, niet alleen aantrekkelijk voor het artistieke ‘Humbert Humbert’-type maar zeker ook voor mannen of vrouwen die wat minder esthetisch zijn ingesteld.]

 IrinaIonesco35.jpg

 ...

(1) Schokken deden ze nauwelijks. Op 23 mei 1977 sierde een foto van de jonge Eva Ionesco de voorpagina van Der Spiegel. De tijden zijn evenwel veranderd. Als je naar het archief van Der Spiegel gaat zie je alle afleveringen netjes geklasseerd, alleen die waarop Eva staat afgebeeld is niet zichtbaar.

(2) “Il faut donc rendre grâce à Eva Ionesco, à son talent et à son courage, d'avoir signé ce film si personnel dans un esprit de drôlerie”. Jacques Mandelbaum in Le Monde.

...

Foto's: Anamaria Vartolomei en Isabelle Huppert in 'My Little Princess'; Anamaria Vartolomei in 'My Little Princess'; foto van Irina Ionesco; foto van Irina Ionesco.

27-10-07

VOETZOEKERS OF VOETNOTEN?


Hoe ontstaat zo’n tekst als ‘Heaven’s Gate’? Je zit naar nog maar eens een miskend meesterwerk te kijken, in dit geval ‘Heaven’s Gate’, de 220 minuten durende film van Michael Cimino, gebaseerd op de Johnson County Wars in Wyoming, die plaatsvonden op het einde van de 19de eeuw. In 1980, toen de film werd uitgebracht, werd hij door vooral Amerikaanse recensenten grondig afgekraakt. Het publiek bleef massaal weg. De zeer dure film werd bijna overal een regelrechte flop, met uitzondering van een aantal Europese cultuursteden.

In ‘Heaven’s Gate’ wordt veel gedanst, gemusiceerd, en er wordt een bloederige, wrede oorlog uitgevochten tussen rijke veebaronnen en hun huurlingen enerzijds en boeren-immigranten (vooral uit Oost-Europa) anderzijds. Er is een subverhaal over de liefde van zowel Kris Kristofferson als Christopher Walken voor Isabelle Huppert, in deze film mooier dan ooit, en nog zo jong. Zij is de tragische heldin van het verhaal. Tragische heldinnen moeten sterven.

De mooiste scène is wellicht die in de danshal ‘Heaven’s Gate’, waar de boeren dansen op rolschaatsen – met op de voorgrond adembenemende muziek van de toen jonge componist en muzikant David Mansfield. Hij is trouwens meermaals te zien in de film. Dylan-bewonderaars zullen de engelachtige David Mansfield ongetwijfeld kennen; in de jaren ’70 speelde hij in Dylans begeleidingsband, onder meer op ‘Street Legal’, ‘Bob Dylan at Budokan’ en ‘Hard Rain’. Te zien is hij in Dylans ook al zeer lange film ‘Renaldo and Clara’. Zelf heb ik hem in 1993 live zien optreden in The Bottom Line in New York waar hij toen Lucinda Williams begeleidde op viool.

Terwijl ik naar de film zat te kijken, een Duvel dronk en mijn emoties de vrije loop liet, werd ik opnieuw opgezweept door de soundtrack en verbluft door de Ciminos beeldenrijkdom en geweldige montage. Cimino stelt dat de Verenigde Staten gebaseerd zijn op uitbuiting, geweld, hypocrisie en verraad.

Ik nam vlug een langwerpig velletje papier om er wat woorden op te noteren. Door die langwerpige vorm moest ik de woorden onder elkaar zetten, zodat er qua vorm een gedicht ontstond.

De volgende dag heb ik eens gekeken naar wat ik neergeschreven had. Ik zag het bruin en het groen van de aarde in Wyoming en het bruin van de kleding en hoeden van de boeren.  Het asgrijs van de dood die hen boven het hoofd hing. De immigranten zagen er vermoeid uit, de aarde leek hen niet toe te lachen. Je zag beelden van een grauw en donker bestaan. Daartegenover enkele ogenblikken lichtheid, van het walsen op rolschaatsen in een grote houten danshal waar een orkestje opgewekte en tegelijk melancholische muziek speelde. De boeren waren moe, maar in zekere zin onbezorgd. Ze wisten nog niet dat de asgrauwe dood op hen wachtte.

Op mijn papiertje trof ik sporen aan van de lichte huiduitslag waar ik last van had, ten gevolge van antibioticagebruik. In de proloog van ‘Heaven’s Gate’ neemt Cimino je mee naar de universiteit van Harvard (in werkelijkheid is het Oxford, maar in film mag dat, het Vietnam van Kubrick is een oud fabrieksterrein ergens in Engeland). Er worden diploma’s uitgereikt, er wordt feest gevierd, gewalst. Harvard, een rijke, lichte wereld. De jonge mannen die hier afstuderen zullen van het nog jonge, ruwe land een beschaafde natie moeten maken. Maar zullen ze daar in slagen? Zijn de natuur en de aard van de mens niet weerbarstig en opstandig als het om cultuur en fijne manieren gaat? Worden verfijnde mensen in ruwe streken niet belachelijk gemaakt of afgeslacht? Denk maar aan Peckinpahs ‘Straw Dogs’. Denk maar aan William Wylers ‘The Big Country’.

In mijn hoofd waren de walsers aan het jiven geslagen, wat natuurlijk een anachronisme is, maar in een gedicht mag dat. De natie waar ik het over het is de VS maar het gaat uiteraard ook over België. De vader is de rector van de universiteit, en is mijn eigen vader, die toen ik klein was graag Willem II sigaren rookte. Hij is een gewone man, een boerenzoon – het praktische nut van een diploma lijkt hem gering. Je kunt er geen grond mee bewerken noch de mijnschacht in.

David Mansfield speelt de hele tijd door op de blauwe gitaar van dichter Wallace Stevens. Diens lange gedicht ‘The Man with the Blue Guitar’ is in het Nederlands vertaald door Rein Bloem. Peter Case verwees er enigszins ironisch naar in de titel van een van zijn elpees: ‘The Man with the Blue Post Modern Fragmented Neo-Traditionalist Guitar’ (op die plaat staat de schitterende song ‘Entella Hotel’ geduldig op luisteraars te wachten). De oesters verwijzen naar de als oesters levende burgers uit Hölderlins ‘Hyperion’. En het gedicht eindigt met een deuntje van Howlin’ Wolf alias Chester Burnett.

***

(1. / Van mijn lippen valt schimmel / en woorden in het gruwelgrijs van de dood / van mijn lippen op de oude aarde / groen en bruin de mensen moe. // Onder de maan alleen een blauwe melodie / aan de beroemde blauwe gitaar ontlokt / een wegebbende echo nog maar / na een eeuw walsen en jiven en zweten. // 2. / De vader zit op een bank, rookt zijn sigaar / Willem II, onverrichter zake. / Boven zijn hoed wappert de vlag / van een natie de mensen moe. // Wenst me geluk met mijn diploma, / veel succes etcetera etcetera – maar, / filosofen komen niet verder dan oesters, / vertrouwt hij me toe. // Kijk naar de historie, / Wyoming, de trek naar de Far West / tot aan de Pacific, / kijk hoe dat verhaal afliep: / follow me baby, have a real good time.)

22-04-07

STEMMEN, STEMMINGEN


isabelle huppert































In boeken, films, toneelstukken, ga ik zelden of nooit op zoek naar structuren. Ik laat me liever meeslepen door het narratieve, en betoveren door woorden, zinnen, beelden; af en toe zie ik een symbool en blijf dan even stilstaan bij de betekenis. Maar meestal glijd ik over de oppervlakte verder. Ik houd van originele uitdrukkingen en ‘echte’ dialogen. Ik houd van films waar niets in gebeurt; een mooi voorbeeld is In The Mood For Love van Wong Kar Wai. Natuurlijk gebeuren er wel allerlei dingen in die film, maar ik bedoel: er wordt niet geschoten, gevochten, gemoord, men loopt niet met grote machinegeweren rond, er verschijnen geen groene monsters, niets van dat alles. En ik kan dat allemaal missen. De films van Rohmer zijn ook een mooi voorbeeld. Daar wordt vooral in gepraat, en, vaak via de woorden, verleid. La collectioneuse, Le genou de Claire. Of de vele uren durende films van Jacques Rivette, zoals La belle noiseuse, over een schilder en zijn model. De schilder blijft aan de oppervlakte van zijn model, haar huid, haar ogen. Ja, haar ogen, de ogen van Emmanuelle Béart, een van de mooiste vrouwen van de wereld. 

Ja, ik blijf ook graag aan de oppervlakte. Ik ben geen intellectueel, wel een moreel mens. Ik denk en handel intuïtief. Ik hoef niet diep te graven om te weten wanneer iets verkeerd is, wanneer een mens slecht is. Is het een zesde zintuig? Alleszins weet ik meestal van een moreel slechte mens dat hij een moreel slechte mens is. Aan een kunstwerk zie ik ook vaak of het echt is of fake, zonder er eerst over te lezen. Het is wel prettig om er achteraf wat over te lezen. Om te vernemen wat ik nu eigenlijk heb gezien. Wat betekenden die rozen op de achtergrond, of die dode vogel op de voorgrond? Maar ik moet die betekenissen niet noodzakelijk allemaal kennen om van een werk te kunnen genieten. Ik ben geen intellectueel, ook al staat mijn kamer vol boeken en liggen ze nu al in stapels op de vloer en op de tafeltjes. Ik lees die boeken ook wel, maar louter voor het plezier van de tekst, voor het genot. Wijzer word ik er niet van, geloof ik. Ik blijf altijd dezelfde naïeve dromer. I don’t want to lose that teenage feeling. Het enthousiasme moet blijven, als dat er niet meer is, hoeft het voor mij niet meer. Ach, ik zal wel een hedonist zijn. Zou ik dat erg moeten vinden?

Ik houd ook zo van stemmen. Stemmen van actrices en acteurs in films. Delphine Seyrig in Le jardin qui bascule, die van Sami Frey in dezelfde film, de stemmen van Caroll Baker en Jean Simmons in The Big Country, de stem van Jean-Pierre Léaud in de Antoine Doinel-films van Truffaut. De stem van Arletty in Les Enfants du Paradis. De stem van Isabelle Huppert in La pianiste (en in alle andere films waar ze in meespeelt). De stem van Bruno Ganz in Der Amerikanische Freund. De stem van Willem Dafoe in Light Sleeper. De kinderstem van Brandon DeWilde in Shane. (Brandon DeWilde was later een goede vriend van Gram Parsons, en stierf net zoals zijn vriend op jonge leeftijd, zij het in zijn geval niet van de drugs maar in een auto-ongeval). Marlon Brando’s stem in Last Tango In Paris, in On The Waterfront. Sissy Spaceks verhalende stem in Badlands, die van Linda Manz in Days Of Heaven. Wat zou er met Linda Manz gebeurd zijn? Nooit meer iets van gehoord. Sam Shepard – in Days Of Heaven een man van weinig woorden - leeft alleszins nog. Hij speelt zelfs mee op de nieuwe cd van Patti Smith, nog zon’ bijzondere stem. Ja, natuurlijk ook de stemmen van zangers en zangeressen. De stem van Bob Dylan in Just Like Tom Thumb’s Blues. Die van Kris Kristofferson in Me And Bobbie McGee. De stemmen van The Be Good Tanyas. De stem van Chan Marshall. De stem van Eleni Mandell, de mooie stem van Françoise Hardy. De stem van Aretha Franklin in Try Matty’s, die van Billie Holiday in I Cover The Waterfront. De fictieve stemmen van Tess, Madame Bovary en Anna Karenina. De goddelijke stem van Teresa Salgueiro. Goddelijk bij wijze van spreken. Duizenden stemmen, miljoenen stemmen. Een oneindig aards en hemels koor dat over de aardse en hemelse liefde zingt en over een eeuwigdurend Pasen, een eeuwigdurende Summer of Love.

Foto: Isabelle Huppert.

29-08-06

WAAR KOMEN DE JUISTE IDEEEN VANDAAN?


Ik had het met Laura over een lijst die ik wil maken. In Budapest heb ik een boek gekocht over de zogeheten beste films aller tijden. Bekende wereldburgers geven daarin hun mening over hun favoriete film(s). Eveneens zijn er veel lijstjes in opgenomen. Lijstjes, zowat de uitverkoren ‘lectuur’ van onze tijd. Vroeger waren er de patronen voor de vrouwen en sportpagina’s voor de mannen, nu zijn er lijstjes voor iedereen. Een lijst in dat boek sprong me meteen in het oog. Het oog zag er enigszins blauw van, maar dat is nu over. Nu schittert het een beetje, maar het trekt ook wat scheef, van schaamte, want imiteren doe je niet straffeloos. Met een schitterend en scheef oog vertelde ik Laura dat ik ook aan een dergelijk lijstje zit te denken. Wat is de bedoeling? Ik probeer me uit mijn favoriete films de scènes, dialogen, bijzondere momenten, stukjes muziek, close-ups te herinneren en daar een lijst van te maken. Ik heb het boek en het artikel waar ik me door heb laten inspireren hier niet bij de hand. De naam van de auteur (of ster of wat dan ook) zal ik morgen of overmorgen verklappen. Of als de zon nog eens schijnt. Ik ben al zoveel verschuldigd, een verhaal over Lucca, over Budapest, over ziekte en walging op de Canarische Eilanden, en wat niet nog allemaal, dus kan dit er ook nog wel bij. Zoals een bespreking van de nieuwe cd van Bob Dylan. Op het eerste gehoor lijkt het net dezelfde als de vorige. Maar misschien heb ik niet goed geluisterd. Hij zingt wel beter, misschien heeft hij weer iets genomen, Jack Kerouac indachtig.

Ik zei tegen Laura: Karen Black in Five Easy Pieces, mag ik niet vergeten, maar wat was nu weer haar beste scène? En Wanda, hoe heette de regisseuse ook al weer, die ook de hoofdrol speelde, en jong gestorven is, Barbara Loden? Wat sprak me zo aan in haar enige film? De bankoverval, het kopen van de hamburgers, haar onderdanigheid, niet die van Barbara Loden, maar van het personage dat ze vertolkte, Wanda dus? Toevallig is zij, Barbara Loden, op een Amerikaanse postzegel terechtgekomen, niet omdat zij een briljante film had gemaakt, want dat wist niemand, en niemand ligt wakker van briljante films over slaafse vrouwen, neen, toevallig had iemand een foto van haar gemaakt, en zij was fotogeniek, en zo is zij, zonder dat iemand iets over haar wist, beroemd geworden, als postzegelmeisje. Barbara Lodens Wanda hebben weinig mensen gezien. Maar toen ik aan mijn tekst over uitverkoren filmmomenten bezig was – waarvan het einde nog lang niet in zicht is, wellicht wordt het een neverending story – ontdekte ik dat de film nu in Frankrijk op DVD is uitgebracht en dat Isabelle Huppert er lovende uitspraken over heeft gedaan. Leve Isabelle Huppert! Zij komt in veel van mijn filmherinneringen voor. De eerste is aan een scène in Les Valseuses. In het begin van de film hebben Depardieu en Dewaere in een vakantiehuisje aan zee aan haar slipje staan ruiken (zij is dan nog maar veertien). De gemene, maar sympathieke kerels vinden het wel lekker ruiken. Later, na vele avonturen en boevenstreken, lopen zij de ouders en de dochter, eigenares van het slipje, Isabelle Huppert, tegen het lijf. Bijna meteen beslist de tiener haar ouders de rug toe te keren en met de avonturiers ‘on the road’ te gaan. Wat waren we toen allemaal onschuldig. Als we nu zulke films zouden bewieroken zouden we bijna op pedofielen lijken.

Ik zei tegen Laura hoe moeilijk ik het soms vond om me namen van acteurs en actrices te herinneren. Shots, scènes, flarden dialogen, stukjes muziek, decors, landschappen, komen me wel weer voor de geest, maar hoe heten al die mensen? Zoals de vrouw die de hoer speelt in La mama et la putain? Die een lange, dronken en zeer meeslepende dialoog houdt over alles wat in haar hoofd opkomt (en waar de film over gaat)? En klopt het wel dat Warren Oates een lijk opgraaft in Bring Me The Head Of Alfredo Garcia? Ons geheugen laat ons zo vaak in de steek, of wij herinneren ons dingen die helemaal niet overeenstemmen met de werkelijkheid. Wij verbeelden ons films die Ben Hur of El Cid heten, maar de films zelf verschillen bijna volkomen van wat we ons verbeelden. Toch herinner ik me perfect hoe een van tequila dronken Warren Oates dat lijkt opgraaft, hoe zijn kleren nat worden van het zweet en zijn gezicht vuil van het stof en de kerkhofgrond.
Overigens doet Working Man’s Blues 2 van Dylan, dat ik nu op de voorgrond hoor, me sterk denken aan Señor, zijn lied over Sam Peckinpah, de man die Warren Oates berucht heeft gemaakt (want beroemd is deze grote acteur nooit geworden).

Gek dat ik al deze dingen niet neerschrijf als jij er niet bent, zei ik tegen Laura. Hier zit ik dat nu allemaal te vertellen en jij valt er bijna in slaap bij. Misschien moet jij bij me zitten slapen als ik schrijf, jouw slapende ziel zal me dan inspireren. Soms als je slaapt wek je toch ook mijn verlangen op. Ja, zei ze, misschien. Maar nu moet ik toch gaan slapen.

Ik rond mijn filmvertelling hier af. Ome Wim ben ik nog steeds niet en evenmin kan ik 1001 nachten doorgaan met mijn verhaal. Of misschien wel, maar ik zou er mijn hoofd niet mee sparen. Think about that girl I left behind, zingt Dylan nu. Ain’t talking, just walking. Erger is dat ik ook geen ander hoofd kan sparen. En nog erger is dat me dat soms onverschillig laat, dat het mededogen dat zo nodig is om de wereld te redden, mij ontbreekt.

03-09-05

4.48 PSYCHOSE / NANETTE EDENS / SARAH KANE


geen bloemen geen decor


Donderdagavond heb ik tijdens het theaterfestival hier in Brussel een voorstelling gezien van 4.48 Pyschose van Sarah Kane, een toneelauteur die op jonge leeftijd zelfmoord heeft gepleegd en mede daardoor waarschijnlijk veel belangstelling heeft gekregen, zoals dat wel vaker gebeurt. Haar toneelteksten zijn geschreven in de traditie van Antonin Artaud, als je dat al een traditie kunt noemen. Artaud was natuurlijk veel radicaler in zijn waanzin en werd dan ook zelden of nooit opgevoerd, alleen een bewerking van Shelley’s The Cenci kende wat bijval. Artaud had het stuk vertaald zonder enige kennis van het Engels. Dat had hij ook al gedaan met The Monk van Matthew Gregory Lewis. Artaud werd bewonderd door een tweetal kunstenaars en een drietal intellectuelen, en door Anaïs Nin natuurlijk. Ik bezit zijn volledig werk, dat eigenlijk zeer onvolledig is, in de witte reeks van Gallimard. Ik geloof dat het nu al in de Pléiade-reeks is uitgegeven. Aan zowat alle universiteiten worden er scripties en thesissen over Artaud geschreven. Waarschijnlijk zal de belangstelling voor Sarah Kane van meer voorbijgaande aard zijn. Haar teksten zijn zeker goed - ik heb vroeger ook al eens een voorstelling gezien van Cleansed in een regie van Franz Marijnen (zeer esthetisch, ja, maar mag dat wel, als het over geweld, psychose en doodsverlangen gaat?) – maar hebben niet de bezwerende en eigenzinnige kwaliteiten van die van Artaud. De voorstelling die ik vorige donderdag zag, door het Zuidelijk Toneel, in een regie van Olivier Povily, met Nanette Edens in de enige ‘rol’, vond ik zonder meer goed. Ik heb geboeid zitten luisteren naar de monoloog, naar sommige woorden, naar de verschillende taalregisters en tekstlagen. Ik heb zitten kijken naar de minimale lichaamstaal – het uitdoen van het jasje was een dramatisch moment van jewelste -, naar het zeer groot aantal ‘gezichten’ van de actrice. Bijna altijd speelde er een soort van sarcastische glimlach om haar lippen. Een keer heeft ze luid gebruld, haar gezicht kleurde rood, de sarcastische glimlach was weg, heel even maar. Ik heb niet alle woorden verstaan, soms sprak ze ook stil, mijmerend bijna. Er werden veel merken van medicijnen genoemd, waarbij de bijwerkingen werden vermeld. Positieve effecten hadden ze meestal niet gehad, volgens de tekst van Sarah Kane. Ik ben erg geschrokken van het feit dat ik zoveel van mezelf herkende in deze psychosevoorstelling (die geen voorstelling mocht zijn), niet alleen in verband met de medicatie die niet werkt, maar ook in verband met eenzaamheid, het gevoel van mislukking, de gedachte dat je je vrienden niets te bieden hebt, dat niets nog iets betekent, dat het leven niets waard is, dat de angst voor de dood je vaak zin geeft om er een punt achter te zetten. Soms dwaalden mijn gedachten af, dacht ik aan rekeningen die moesten worden betaald, of voelde ik pijn in de borststreek, in de keel, in de slokdarm. Het was warm, ik zweette. De avond tevoren had ik met een goede vriend veel te veel wijn gedronken. Dat is niet gezond, maar ik denk dat het helpt tegen psychose en tegen zelfmoord. Nanette Edens heeft een uitstekende monoloog gebracht. Sommige mensen vergeleken haar met Isabelle Huppert, maar ik vind dat je dat niet moet doen. Je moet zo iemand als zichzelf zien, die daar staat, met zo’n verschrikkelijke tekst. Maar zelf vergelijk ik natuurlijk ook de hele tijd. Ik heb dat nu nog gedaan met Artaud. We zijn maar mensen en hebben vergelijkingen, metaforen en metonymieën nodig.

Na het stuk waren we niet echt vrolijk gestemd, maar we hadden wel dorst. We zijn dan nog een Westmalle Tripel gaan drinken in de Greenwich. Vlakbij is een bushalte, waar ik even ben gaan kijken naar de uurregeling. Er hing alleen een rooster uit voor grote vakanties, kleine vakanties, zaterdagen en zondagen. De werkdagen waren afgeschaft. Een zeer goede zaak. Later toen de bus aankwam, stonden we wild teken te doen, omdat de chauffeur niet leek te willen stoppen. Dat heeft hij, een heel stuk verder, alsnog gedaan. De bus was helemaal leeg. Geen wonder als hij al zijn passagiers aan de bushokjes laat staan. Welke regeling van kracht was zou ik niet kunnen zeggen.

18-06-05

IN EUROPA EN ELDERS


isabelle huppert


Gisteren heb ik van mijn vrienden Brecht en Bart een mooi en interessant boek als verjaardagscadeau gekregen: 'In Europa', van Geert Mak. Afgelopen nacht heb ik er al wat zitten in lezen, onder meer las ik een treffend hoofdstuk over de verwoesting van Brussel en over het provincialisme van de eentaligheid van mijn stad. Brusselaars scoren zeer slecht op meertaligheid, maar ook op vriendelijkheid en gastvrijheid. Overigens hebben we gisteren - naar aanleiding van Brechts en mijn verjaardagen - met z'n drieën bijzonder lekker geluncht in een Italiaans wijnrestaurant aan de Naamse Poort. (Waar ik hier geen reclame voor wens te maken.) De spijzen en dranken uit Italië waren een genot, en ik besef maar al te goed wat een voorrecht het is op deze manier te kunnen leven. Ook de conversatie met mijn vrienden gaf me weer meer zin om mijn leven van de zonnige kant te bekijken!

Na het lezen in Geert Mak en een nogal middelmatige psychologische film op televisie (K-Pax, met Kevin Spacey en Jeff Bridges) heb ik me teruggetrokken op mijn kamer. Mijn dokter heeft me aanbevolen veel water te drinken maar ook zoveel mogelijk zaad te lozen: dat is goed voor mijn gezondheid. Het probleem is nu dat mijn levensgezellin wel begrip heeft voor die medische adviezen, maar niet elk uur van de dag bereid is om een handje te helpen bij het nastreven van dat doel. Ik mag niet zo afhankelijk zijn van anderen in mijn pogen om gezonder te worden. Ik heb dan maar wat op het internet zitten surfen met het oog op wat opwindend materiaal. Wat ik tijdens mijn traject de revue heb zien passeren tart zeker niet de verbeelding, maar ligt zeer voor de hand. Ik heb een zwak voor mooie vrouwen, ook zonder kleren en zelfs in opwindende poses. In uiterste nood kan ik het nog wel hebben dat ze worden gepenetreerd, maar dat moet dan toch in een voldoende esthetisch kader gebeuren. Wat ik echter zag was van een zeer uitsprekelijke goorheid, platheid en wanstaltigheid, zodat ik mijn toevlucht gezocht heb bij wat foto's van Isabelle Huppert. Dat is puur esthetisch genot.Het was dan al twee uur in de nacht. In onze straat was alles stil en donker. Iedereen leek te slapen. Ook ik ben dan maar naar bed gegaan, want ik had slaap nodig. Maar mijn lichaam blijft gespannen, mijn geest actief. Mijn verbeelding slaat op hol. Ik ben extreem onrustig. Wat is er met me aan de hand? Ik voel me niet slecht, drink liters water, ben moe en toch kan ik de slaap niet vatten. Ik probeer dan nog wat te lezen, maar kan me niet meer concentreren. Dat alles heeft voor gevolg dat ik vandaag als zombie naar de Delhaize stap en later met een verward hoofd de krant doorneem. Daarin lees ik een interview met Geert Mak (ook toevallig). Hij heeft het daarin onder meer over de jaren zestig van de vorige eeuw. Volgens Mak werd toen (in Nederland dan toch) het begrip 'nationale identiteit volledig' gebagatelliseerd. "Dat werd weggewuifd. Wat logisch was, na de opgeblazenheid van de jaren dertig en het sombere polderse nationalisme van de jaren vijftig. Maar daardoor ontstond er wel een leegte. Bijna niemand wist nog wat het betekende Nederlander te zijn. Wie zijn wij met z'n allen? Dat wijgevoel is door de generatie van de jaren zestig - mijn generatie - volstrekt verwaarloosd. Dat terrein is helemaal aan rechts en ultra-rechts overgelaten." Ik denk dat hij gelijk heeft, en dat het ook voor België en zeker voor Vlaanderen opgaat, ondanks het studentenprotest en de betogingen voor Leuven Vlaams. Mijn vrienden en ik vonden dat streven naar Leuven Vlaams overigens een aberratie. De nationale identiteit hadden wij opgegeven, die had zijn tijd gehad, en vooral voor veel ellende gezorgd. Ook de oude cultuur hadden wij opgegeven. Toch hadden wij wel een identiteit, er ontstond niet echt een leegte, er ontstond een tegencultuur, een beweging tegen het establishment. Daar hadden wij onze hoop op gesteld. Ik zal maar niet dieper ingaan op de tragische gevolgen van ons naïef en bijna a-politiek idealisme. De verbittering en treurnis van veel van mijn generatiegenoten (en van mezelf in de eerste plaats) spreekt boekdelen. Overigens zijn de besten van mijn generatie al lang dood, of ze zitten in psychiatrische instellingen en denken dat ze K-Pax of zo zijn. Neen, ik wil er niet verder op ingaan en ik ben er ook veel te moe voor. Hoe sterk echter het verlangen naar een nieuwe, betere wereld, zonder onderdrukking en uitbuiting was, kun je nalezen in '1968' van Mark Kurlansky, een zeer spannend en meeslepend boek.