29-11-16

TIEN DAGEN DIE MIJN WERELD DEDEN WANKELEN (6)

barbara_ina.jpg

Dag 3: 4 november 2016 (avond/flashbacks)

“De woorden barbaar en barbarij zijn kwaadaardige en gewaagde woorden en ik durf ze niet zonder uitleg vooraf te gebruiken: en als het waar is dat de Grieken de tongval van uitheemse volken aanduidden als gekwaak en daar dus dezelfde uitdrukking voor gebruikten als voor kikkers, dan zijn barbaren kwakers – zinloos en lelijk gebrabbel. Gebrek aan esthetische opvoeding.”*

thomas-jefferson-.jpg

4 november 1800.Thomas Jefferson, een wijnkenner, wordt tot 3de president van de Verenigde Staten verkozen. De Amerikanen beschouwen Jefferson als de geestelijke vader van de Verenigde Staten. Hij ontwierp de grondslagen van hun natie: alle mensen zijn gelijk geschapen, volkssoevereiniteit, het recht op verzet tegen de overheid wanneer die zich zelf niet aan de wet zou houden, en het natuurlijke recht op individuele vrijheid, leven en het nastreven van geluk (the pursuit of happiness). Deze basiswaarden had hij voor een deel opgedaan uit geschriften van de Britse Verlichtingsfilosoof John Locke, bij wie hij het principe 'natuurrecht' vond. Spinoza was daarbij ook een inspiratiebron. Maar wacht even. Voor Jefferson waren de Indianen (‘native Americans’) kennelijk niet ‘gelijk geschapen’. Jefferson was een van de bedenkers van de Indian Removal Act. Zijn eerste stappen om de Indian Removal Act te promoten zette hij tussen 1776 en 1779, toen hij adviseerde om de Cherokee en de Shawnee van hun grondgebied te verdrijven naar het gebied ten westen van de Mississippi. Was de uitroeiing van de Indianen geen genocide? Amerikanen blijven daar nogal stil over (er zijn uitzonderingen). Heel lang geleden, toen ik nog niet kritisch denken kon, heeft Hollywood geprobeerd mij in te prenten dat zij wilden waren, geen echte mensen, eerder barbaren. En is daar sindsdien veel veranderd? Wie lag vorige nacht wakker van Standing Rock? Een handvol neo-hippies, kunstenaars en muzikanten, dat wel. Waaronder Maria McKee, de fantastische zangeres die korte tijd veel succes had maar nu al lang zo goed als onzichtbaar is geworden, with no secrets to conceal.

novemberrevolutie.jpg

4 november 1918. In Duitsland begint de Novemberrevolutie. Eind oktober plande de marineleiding eigenmachtig om de Duitse vloot tegen de Britse Royal Navy ten strijde te laten trekken. Ook al kon Duitsland de oorlog niet meer winnen, moest de vloot ten minste in een heldhaftige laatste slag ondergaan. De betrokken zeelui en mariniers zagen het echter niet zitten dat ze zich voor een verloren oorlog nog moesten opofferen: ze verzetten zich tegen dit plan en kwamen in opstand. Om hen te vertegenwoordigen kozen ze raden, de Arbeiter- und Soldatenräte. Deze beweging begon op 4 november in Kiel, Wilhelmshaven en andere havensteden en zette zich door in vele Noord-Duitse en later ook Zuid-Duitse steden. In Beieren werd zelfs de koning afgezet en de linkse sociaaldemocraat Kurt Eisner riep op 7 november in München een socialistische republiek uit.

tseliot.jpg

4 november 1948. T.S Eliot, een van mijn uitverkoren dichters, won de Nobelprijs literatuur. Dat was nog eens wat anders dan die Bob Dylan van nu. Een echte dichter! En vooral: hij zou tijdens een banket met vertegenwoordigers van de upperclass, bankiers en andere dieven, kortom: de nieuwe rijken, niet uit de toon vallen.
“With a bald spot in the middle of my hair —
(They will say: “How his hair is growing thin!”)
My morning coat, my collar mounting firmly to the chin,
My necktie rich and modest, but asserted by a simple pin —
(They will say: “But how his arms and legs are thin!”)”
Maar laten we aannemen dat deze verzen niet autobiografisch zijn, de titel van het gedicht is immers ‘The Love Song of J. Alfred Prufrock’.

Arrow_Cross_Party.jpg

4 november 1956.  Sovjettroepen trekken Hongarije binnen om de Hongaarse opstand die op 23 oktober begon, de kop in te drukken. Duizenden komen om, meer raken gewond en bijna een kwart miljoen mensen verlaten het land. Ik herinner me Mitzi, de moeder van mijn uitverkoren vriendinnetje, Henrietta P. Mitzi was een Hongaarse, aan haar keukentafel proefde ik voor het eerst paprika en goelasj. Uit haar mond hoorde ik voor het eerst het woord poesta en zo kwam ik ertoe van wilde paarden te gaan dromen. Zo werd Budapest later een van mijn uitverkoren steden. Maar dat is allemaal voorbij. Wie reist er nog af naar een land waar een fascist de scepter zwaait? Overigens is dat niets nieuws. Ooit hadden daar de Pijlkruisers (Nyilaskeresztes Párt – Hungarista Mozgalom) het voor het zeggen, een fascistische bende. Hun tegenstanders, communisten, joden werden aan de Donau langs achteren in het hoofd geschoten en vielen vervolgens voorover in de Donau. Ik kan me voorstellen dat er bij die opstandelingen van 1956 nogal wat van die Pijlkruisers betrokken waren. Maar rechtvaardigt dat de inval van de het Sovjetleger?

2016-11-20-thuis 022.JPG

4 november 1958. Kroning van Paus Johannes XXIII in Rome. Toen was ik een katholieke jongen, die elke dag naar de mis ging. Ik hield van onze Paus. Hij was de beste mens van de wereld. Was hij wel een gewone sterveling? Hij was de plaatsvervanger van god. Alles wat hij zei was waar. Hij kon zich niet vergissen. En zelf vergiste ik me zo vaak. Soms denk ik dat mijn hele leven een aaneenschakeling van vergissingen is. (“Once a Catholic, always a Catholic”, schrijft Bruce Springsteen in zijn autobiografie ‘Born To Run’.)

amos-gitai-.jpg

4 november 1995. Na een vredesdemonstratie te hebben bijgewoond, wordt in Tel Aviv premier Yitzchak Rabin dodelijk gewond door een extreemrechtse Israëlische schutter. Onlangs in Avignon zag ik een tentoonstelling over die aanslag. Van de Israëlische filmregisseur/beeldkunstenaar Amos Gitai. “Can there be a naive modern art? It seemed to me that without the naivete still found among children and old people and, to some extent, in ourselves, the work of art would be flawed. I tried to correct that flaw.” (Amos Gitai)

Gilles_Deleuze.jpg


4 november 1995. Ook in 1995 overleed op 70-jarige leeftijd Gilles Deleuze. Het verlangen is geen tekort, maar een productieve kracht. Deleuze maakt een eind aan zijn leven door uit het raam van zijn appartement te springen. Ik herinner me mijn worsteling in 1974 met ‘L’anti-Oedipe’ (van Gilles Deleuze en Félix Guattari). Ik herinner me zijn extreem lange nagels. Ik herinner me mijn experimentele - volgens mijn toenmalige beste vriend Jos ‘onleesbare’ - teksten ‘Anastasis’ en ‘Stasis’ - en nu moet ik huilen omdat een andere goede vriend, Paul Rigaumont, die mij aanmoedigde in mijn experimenten, mij vlak voor zijn dood, vorig jaar, schreef dat hij van mij geleerd had grenzen te overschrijden in schilderkunst en literatuur en zijn eigen weg te gaan.

paul rigaumont.jpg

Afbeeldingen: de zangeres Barbara; Thomas Jefferson; Duitse novemberrevolutie; TS Eliot; Hongaarse Pijlkruisers Partij; Bruce Springsteen, Born To Run; Amos Gitai; Gilles Deleuze; Paul Rigaumont leest voor uit zijn Anekdota.
...

*Nietzsche, Nagelaten fragmenten 1, 19 [313]

12-06-13

DILEMMA

CAROLE LAURE.png

Carole Laure, in 'Sweet Movie' (1974) van Dusan Makavejev.

Een bevriende regisseur vertelt me dat een kennis van hem, baron de Brouckhoven de Bergeyck, hem carte blanche geeft om een toneelstuk te maken zoals er nooit tevoren een te zien is geweest. Het wordt een explosieve creatie, een kunstwerk dat alle grenzen te buiten zal gaan. Subliemer en weerbarstiger dan Wedekind, perverser dan Lautréamont en Sade, intiemer dan August Strindberg, absurder dan Beckett, wreder dan Artaud en Sarah Kane. Hij heeft al een aantal ideeën, die ik niet allemaal begrijp, niet alleen vanwege de ingewikkelde filosofische inhoud en de ongewone structuur, maar ook vanwege de taal die hij hanteert. Het lijkt een combinatie van Jiddisch en Berbers, met wat Nederlandse woorden ertussen om toch een beetje aan mijn beperkte talenkennis tegenmoet te komen.

Op hetzelfde moment krijg ik van een groot Hongaars toneelhuis, in het centrum van Boedapest, het aanbod om mijn stuk, ‘Het einde van de droom’, te komen regisseren. Ik begrijp niet goed vanwaar die aandacht van de Hongaarse culturele wereld voor mijn werk opeens komt. Zelfs in mijn eigen land kent niemand me. Maar ik voel me vereerd en wil al meteen antwoorden dat ik op de vraag inga, zonder zelfs na te denken over het honorarium.

Tot ik besef dat ik dan de opvoering van het stuk van mijn vriend zal moeten missen. Baron Brouckhoven de Bergeyck is niet de eerste de beste: hij zwemt in het geld en heeft een exquise literaire en artistieke smaak. Mijn vriend is de beste toneelregisseur van België, ook al neigt hij naar deviantie en perversie. Tot ik, meer bepaald, besef dat ik een uniek stuk met de mooiste actrices van de wereld in een decadente orgie van seks, lieftallig geweld en bandeloze waanzin zal moeten missen. En dat allemaal omdat ik in Boedapest een beetje de ijdeltuit wil gaan uithangen. Ik beslis meteen om niet in te gaan op het Hongaarse aanbod.

22-04-13

DE LACHENDE JONGEN

mitzietc.jpg

"'Zie je nu wel, dat ik niet weet waar ik thuis hoor. Daarom ben ik maar weggegaan."
'Blijf bij ons, meneer d'Arrast, ik van jou houden.'
'Ik zou wel willen, Socrates, maar ik kan niet dansen.'"
Albert Camus, De steen, in: Koninkrijk en ballingschap, 1957. 

Ergens in Limburg tijdens een lange hete zomer op het einde van de jaren vijftig. Wie heeft de foto gemaakt? Mijn vader wellicht. Het zal in de periode geweest zijn toen hij pas zijn eerste auto had gekocht, een Ford Consul. We zullen een van die schaarse uitstapjes hebben gemaakt. Schaars, want mijn vader verafschuwde uitstapjes. Maar dit was er een. Hoewel ik het mij niet meer kan herinneren weet ik dat ik op die dag bijzonder gelukkig was. Ik geloof dat er niet een foto van mij bestaat, als kind, jongere, of volwassene, waar ik zo stralend lach. Een geluk heeft zich helemaal meester van me gemaakt.

Op de foto ben ik in het gezelschap van wat ik in die periode als mijn tweede moeder beschouwde: Mitzi, die uit Hongarije kwam en mij door haar verhalen en haar kookkunst veel liefde voor dat zo mysterieuze land heeft bijgebracht. Naast Mitzi knielt haar dochter Brigitta neer, misschien om bloemen te plukken voor mijn broer, hoewel bloemen plukken niet echt iets was voor iemand die zo door en door rock & roll was. En dan, de reden van mijn geluk, de appel van mijn toenmalige ogen, Henriette, de jongste, beeldschone dochter van Mitzi. Voor ‘echte’ liefde waren we nog te jong, en toch was ik smoorverliefd op haar. Zij heeft me niet alleen leren beminnen (op een deugdzame manier, hoewel mijn fantasieën wellicht al niet meer zo deugdzaam waren) maar door haar heb ik ook geleerd wat liefdesverdriet is. Dat was op de dag dat zij samen met haar ouders verhuisde naar een dorp ver weg, ergens aan het einde van de wereld; alleszins buiten de provincie Limburg.

Hoe mooi een dag ook is: er zit altijd melancholie in opgeborgen.

Ruim vijftig jaar later nu, en de wereld op die foto is al onherkenbaar, zelfs voor degenen zoals ik die daar geleefd, liefgehad en getreurd hebben. Maar zijn we niet blij en tevreden dan dat we nog hebben mogen vertoeven in dat koninkrijk, ook al wonen we nu al zo lang in ballingschap?

10-09-06

HOE IK MIJN WEEK OVERLEEFDE


Ik las een interview met Bob Dylan, waaruit bleek dat hij erg tevreden is met zijn leven.
Zondag en maandag voelde ik me ellendig van een of ander virus in de darmen. Na twee dagen was het gedaan. De oorzaak was onbekend, maar hield geen verband met zware kost of alcoholmisbruik.
Op het werk werd verhuisd. Wie eerst hier zat moest nu daar gaan zitten. Zo werd de sleur doorbroken en sprak ik af en toe opnieuw met een collega. Zelf mocht ik in mijn hoek blijven zitten.
Voortaan bevindt zich niet te ver van mij vandaan een collega die opgewekt door het leven gaat. Zulke collega’s heb ik veel te weinig. Ze zit echter toch nog een heel eind van me verwijderd, zodat ik nog altijd niet echt opgewekt door het leven kan gaan.
Vorige dinsdag heb ik thuis gewerkt. Telewerken noemt men dat. Ik heb een achttal brieven ontworpen voor mijne excellentie, zij het niet op ministerpapier. Een brief op kantoor komt overeen met vier of vijf brieven thuis.
Ik praatte wat met die opgewekte collega. En lachte. En vertelde verhalen over Budapest, Esztergom. Over Hongarije in 1987, 1989 en nu. Kamperen, de prijs van een koffie, een glas bier. Ik gaf een kort verslag van wat me in de buurt van café Kafka is overkomen. Men heeft mij in dat café zonder twijfel horen gillen. Waarom heeft niemand mij geholpen? Mijn kaak was ontwricht van het angstschreeuwen. Angstschreeuw, het woord met de meeste medeklinkers. Ngstschr. Ik moet er uitgezien hebben als op het schilderij van Edvard Munch.
Op het terras van café Cirio ontmoette ik een oude kennis. Ik gaf een kort verslag van het hierboven genoemde. Ik was gehaast want binnen zat iemand op me te wachten.
Ja, diezelfde donderdagavond had ik in dat café een afspraak met mijn vriend en schoonbroer G. Ik ga niet meer alleen op café in Brussel. Ik gaf G. een langer verslag van het hierboven genoemde. Wat mij is overkomen betekent weinig in vergelijking met wat mijn andere schoonbroer, G.’s broer, op een Grieks eiland is te beurt gevallen. Hij werd zo erg toegetakeld dat hij nu een bij wijze van spreken een plantaardig bestaan leidt. De familie A. is een echt tragische familie. Toch was de avond met G. lichtvoetig en opgewekt - of is dat hetzelfde? Will the circle be unbroken, by and by lord, by and by? We hebben mosselen gegeten bij Den Boer, een aangenaam, ongedwongen restaurant op de vismarkt. De huiswijn smaakte een beetje zuur. Daarna heb ik als tegengif nog twee trappisten gedronken in de Roskam. Er zat niemand die ik kende. Wie zou ik er wel kennen? Op weg naar huis heeft G. mij death metal laten horen, de muziek waar zijn dochter verlekkerd op is. Ik niet. Ik houd van volksmuziek, maar misschien is death metal de volksmuziek van deze tijd (voor sommige mensen)? Wil je de nieuwe Dylan niet eens horen, vroeg ik G.. Nee, zei hij, dan val ik misschien wel in slaap als ik op weg ben naar Gent. Ik concentreer me dan op de teksten en mogelijk dwaal ik dan af. Ja, zeg ik, zet dan maar beter death metal op. Dat is inderdaad veiliger.
Woensdag was een schitterende dag. Ik heb met mijn gezellin op het terras van de P&P een glas bier gedronken. Tot onze spijt stelden we vast dat Brussel een lelijke stad is met veel lelijke mensen op straat. Velen spuwen gewoon in het rond, alsof ze thuis zijn. Overal slingeren blikjes en plastieken verpakkingen rond en men deponeert ook op de meest in het oog springende plaatsen zijn mest. Budapest is niet bepaald een mooie stad, maar de mensen zijn er mooi, vriendelijk en beleefd. En de aantrekkelijkste vrouwen van de wereld vullen er de straten en pleinen. Na de P&P heb ik thuis tonijn gegrild, die we op ons eigen terras hebben opgegeten. Op de achtergrond stond muziek op uit het begin van de 20ste eeuw. De dag voordien had ik tijdens de middagpauze – ik werkte thuis, remember? – het terras schoongemaakt. Toen we die vis zaten te eten zei ik tegen mijn gezellin dat men in Holland boenen zegt in plaats van schoonmaken. Dat meen ik toch te hebben begrepen. Ik vind de Nederlandse taal zo mooi. Hollandse woorden, Vlaamse woorden, bastaardwoorden. Wat maakt het uit. De verschillende accenten. Zegswijzen uit alle streken. De Franse kronkelingen bij de West-Vlamingen. Het zogenaamde zingen van de Limburgers. Het televisiedialect van de Antwerpenaren. Het Pascale Bal-taaltje van de Gentenaren. Alle verschillen maken mij euforisch. Vooral als ik er gegrilde tonijn bij eet.
Vrijdag was de dag na donderdag! De twee trappisten hebben mij lang doen slapen. Ik moest niet gaan werken, had voldoende tijd te verliezen. Daarna heb ik ruimtevrienden bezocht. Ik heb er nu al een heleboel, voornamelijk muzikanten. Ik heb nog een keer naar Modern Times geluisterd en naar Mingus, Mingus, Mingus. In een winkel in de Westland zag ik The Last Waltz in het rek staan, maar daar heb ik aan kunnen weerstaan. In de Delhaize heb ik een viertal flessen rode wijn gekocht, om te ‘proeven’. Ik ben op zoek naar een wijn die perfect past bij de Osso Bucco van A..
Zaterdag heb ik een plantje geplant en een backup gemaakt van al mijn mappen en bestanden.Ik heb naar Gram Parsons geluisterd en ben tot na vier uur ’s nachts wakker gebleven om naar de match van Justine Henin te kijken. Achteraf had ik er spijt van. Verloren tijd. Het is mij opnieuw duidelijk geworden dat ik helemaal niet van sport houd.
Vandaag heb ik ramen schoongemaakt (of geboend?). Na laat te zijn opgestaan, met een suffe kop. Na de ramen heb ik opnieuw mijn spacevrienden opgezocht. De computer met zijn vervelende metamorfosen maakte mij nog suffer. Ik ben mijn fiets gaan afstoffen, dat was een jaar of zo niet meer gebeurd, ik heb mijn banden opgepompt en ik ben een tochtje gaan maken in het Pajottenland. Daar heb ik foto’s gemaakt van het landschap. Een uurtje geleden heb ik naar de Pete Seeger Tribute dvd van Bruce Springsteen gekeken. Het zag er allemaal vals spontaan uit. Het leek mij niet uit het hart te komen. Maar ik kan me nogmaals – zoals iedereen – sterk vergissen.
Nu is het zondagavond en schrijf ik deze opsomming. Je moet iets doen. Je moet zin geven aan je leven. In zinnen vind je zin. Maar het is een hoop werk, neem dat maar van me aan. Ik denk dat rock & roll gemakkelijker is. Drie akkoorden en dan wham bam, thank you mam!

28-01-06

HEIMWEE EN WELBEHAGEN (HERINNERINGEN)


donau 2


Ik herinner me een treinrit van Boedapest naar Esztergom, het stadje met zijn imposante kathedraal.

Ook in Hongarije zijn er schippers. Ik zie hun schepen in alle rust aangemeerd liggen in een kleine haven aan de Donau, even buiten Boedapest.
Een vreemd gevoel overvalt met. Alsof je ergens anders bent en tegelijk thuis. Heimwee gaat vaak hand in hand met een gevoel van welbehagen.

In Praag zag ik vanop de burcht Hradcany voor me de oude, donkere en toch glanzende stad en links van me in de verte tientallen uniforme flatgebouwen die leken te behoren tot een andere wereld, die nog in aantocht was. Een abstract communisme. Of een toekomst die alweer voorbij is. Je werd op één ogenblik doordrongen door twee elkaar vreemde, elkaar volstrekt tegensprekende werelden. Een tijdlang verloor ik elk realiteitsbesef en was er een nooit eerder ervaren angst over mij, een filosofische angst, zou ik het willen noemen.

18-05-05

WEEFSELS VAN HET HART


1968


Georges Bataille beweert dat mensen lachen uit schrik. Ook met erotisch gedoe wordt gelachen, maar dan wel omdat beschaafde personen er schrik voor hebben. Schrik is een positieve eigenschap. Beschavingen komen voort uit schrik voor allerlei akelige dingen in de wereld en daarbuiten. Het zou ook kunnen dat Georges Bataille dat helemaal niet beweert. Ik heb echter geen zin om de inleiding bij Madame Edwarda te herlezen.
 
Op een vrij groot adreskaartje van St Joseph’s Bed and Breakfast in Roundstone vind ik de volgende notitie terug.“Een hevig onweer met Frankie, Sara en Sontag in Bierdorp. Dat moet ik beschrijven in een verhaal. Een wolkbreuk. Hete dag in augustus. Midden in een open veld; het modderige water stroomt over de veldweg. Ik draag de buggy van Frankie en vrees te zullen worden getroffen door de bliksem. Sara heeft alleen een dun katoenen jurkje en een slipje aan. De regen en de hitte geven haar een ongewone, intense erotische uitstraling. Ik heb nooit zo hevig naar haar verlangd, terwijl ik daar liep met Frankie en Sontag. In het gebulder van de donder en bukkend voor de bliksem. Druipend van de regen, de voeten vol modder, komen we in het dorp aan. Sontag neemt ons mee naar een huis van een tante van hem. Daar krijgen we droge kleren, die ons niet passen.”
 
Bierdorp: waarschijnlijk kon ik me op het moment dat ik de notitie maakte – in Roundstone - de naam van de gemeente waar het onweer zich voordeed, niet herinneren. Dat gebeurt wel vaker op reis, dat namen van plaatsen of van personen mij niet willen te binnen schieten. Niet alleen in Ierland, na een avond Guinness bij Gus O’Connor.
 
Wandeling. In westelijke richting in de heuvels van Poggio Attendi, dan zuidelijk tot San Donato, dan terug via Montanto en Santa Lucia. Toscane, zomer 1996. De heerlijke Vino Nobile van Montepulciano. Op het terras van ons hotel hebben we daar met kleine teugen van genoten. Ook in het café Poliziano. Ik weet wel zeker dat het gevoel dat we toen hadden niet zal terugkomen als we er opnieuw naartoe gaan.
 
“Tingeltangelzangeres.”
 
Ik moet ooit een keer het verhaal vertellen hoe we tequila leerden drinken. Amerikanen in het Hard rock café, aan het Fernand Cockplein in Elsene, leerden ons tequila drinken. Job, Nora, Laura en mij. Duchateau beweert dat hij er ook bij was, maar ik geloof er niets van. Laura kan het zich niet herinneren. Zij heeft me die nacht in het bad gegooid (met mijn zeemvelleren jas aan). Ze was plotseling in razernij weggelopen van me en had thuis al haar kleren uitgetrokken. Toen Job, Nora en ik binnenkwamen, stond ze naakt in de badkamer (de ingang van ons appartement was via de badkamer). Ik was woedend. Toen ik druipnat uit het bad stapte kotste Job op mijn rug. De pindanootjes lagen over de vloer uitgezaaid. De salontafel en de stoelen waren omver gestoten. De bovenbuurvrouw, een echte feeks, belde de politie. Toen de agenten binnenstapten - alle deuren stonden open - was de rust weer hersteld. Alles opgeruimd en netjes. Job zei: “We hebben zitten discussiëren over Socrates”. In het Antwerps, zei hij dat. De agenten geloofden hem, moesten eens lachen. Je zag ze denken: “filosofen!”. “In ’t vervolg niet zo luid discussiëren, mannen ”, zeiden ze, en vertrokken. Het waren Vlamingen. Misschien waren ze wel uit Antwerpen afkomstig. De Amerikanen zeiden dat je tequila puur moest drinken. Je had er citroen en zout voor nodig. Je strooide eerst wat zout op de rug van je hand, dat likte je af, dan dronk je de borrel leeg en vervolgens beet je in een stuk citroen. Dat herhaalde je een aantal keren, tot je ver genoeg weg was, maar net niet te ver. Na The Hard Rock Café zijn we naar een fuif gegaan. Nora had er vol vuur en overgave met mij en Laura gedanst. Job was er boos geworden, geloof ik. Op weg naar huis was Job in het midden van de Troonstraat gaan liggen, aan metrostation Luxemburg (nu Troon). Ik was over de brugleuning geklommen en aan een vlaggenmast gaan hangen. Mijn bril is naar beneden gevallen, in de tunnel van de kleine ring, waar overdag het verkeer doorraast. ’s Anderendaags ben ik er nog naar gaan zoeken. Tevergeefs. (Veel later, nadat ik in de Kiekenmarkt in mekaar was geklopt, is Laura naar een andere, al heel wat duurdere bril gaan zoeken. Tevergeefs.) De tequila-avond heeft zich afgespeeld in 1976, zo ongeveer.
 
Ik vind net een notitie terug: “I wouldn’t be buried in this suit.”
 
Aantekening bij het verhaal Lenny’s verjaardag: ongeveer zeven jaar geleden (op mijn verjaardagsfeestje op 16 juni 1998, om precies te zijn) zei Danny dat we porto dronken op zijn verjaardag (in het verhaal heb ik hem Lenny genoemd). De fles porto is stuk gevallen op de vloer, zegt hij. Pas daarna hebben we grappa gedronken.Waarom moeten er bloemen zijn, rozen, lelies, papavers? Als we ze toch niet mee kunnen nemen? Elegische stemming.
 
Wat herinner ik me nog van de plaatsen waar ik ooit ben geweest?Neem nu Stuttgart… Een hotelkamer met een open gasleiding. Ik was werkelijk bang dat we tijdens onze slaap zouden worden vergast door die ‘nazi’s’. Hadden ze ook al niet gevraagd om in onze bagage te mogen kijken? Dat was toch tegen alle gastvrijheid in! Het was de tijd van de Rote Armee Fraktion. Ulrike Meinhof zat in de gevangenis. Ze wilden zogezegd weten of er geen drank tussen onze kleren zat, want dat mocht niet. Misschien dachten ze wel dat we bommen bij ons hadden, of machinegeweren…Met alternatieve mensen die ons in hun kleine autootjes meenamen (in die tijd liftten we nog langs de Duitse snelwegen) hadden we het over de terreur van de staat en over de verschrikkingen van de Stammheimgevangenis. De ‘nazi’s’ in het hotel hadden in zoverre gelijk dat we sympathiseerden met Ulrike Meinhof. Ik vond dat ze op een mensonwaardige manier werd behandeld. Overigens zagen we er ook verdacht uit, Laura met haar hennahaar en ik met mijn lokken tot op mijn schouders. Zo’n hennahaar hadden alleen hippiemeisjes. Terroristen, zullen de Duitsers oude stempel misschien hebben gedacht.
 
Toen ik de eerste keer in Berlijn was (1998) zag ik dat de meerderheid van de jonge vrouwen daar rode haren had. Wat vond ik ze allemaal aantrekkelijk… En overal in de stad hingen affiches voor de film “Lola rennt”. Lola met de rode haren: zou het een terroriste zijn, vroeg ik me af.Toen we op een zomeravond in Innsbrück aankwamen zaten alle hotels vol. Toch werd er voor ons nog een kamertje vrijgemaakt. Dat was dan wel gastvrijheid, in Oostenrijk, waar Hitler vandaan kwam. Maar ook Wittgenstein natuurlijk, en Robert Musil, de beste schrijver.
 
In Pécs logeerden we bij een verdacht sujet, een vrijgezel in een groot appartement. Wat ik mij vooral herinner is het wasrek in de badkamer, dat met kabels en katrollen tot tegen het plafond was getrokken. De vrijgezel in zijn mouwloze onderhemd. Zijn bleke armen. Pécs was een vreemde en fascinerende stad. Het was er bloedheet. Dankzij de hitte waren de vrouwen schaars gekleed. Of was dat typisch Hongaars, misschien? Waren zij altijd zo warmbloedig?
 
In Eger, stad van het Stierenbloed of Egri Bikaver, wandelden we door de straten en over de pleinen met de dorpsfilosoof en (soms) zijn dochter. Hij sprak vlot Duits en ik had net een cursus Duits achter de rug, zodat de conversaties nogal meevielen. Jammer genoeg was de man oerconservatief. In het begin wantrouwden we hem. We wilden met hem bijvoorbeeld geen uitstap maken naar het bos van Szilvasvarad (een naam voor een sprookje, vind ik). We dachten dat hij ons daar misschien wel zou vermoorden, in dat donkere woud. Toen we er dan toch een keer aan het wandelen waren, kwamen we hem en zijn dochter ‘toevallig’ tegen. Hij heeft ons niets in de weg gelegd. In de bus terug naar Eger heb ik wel een flinke kou gevat. Een paar dagen later zaten we in een bioscoop in Zagreb, waar intussen de burgeroorlog heeft gewoed, naar 'The Color Purple' te kijken, mijn keel helemaal toe van de infectie. De dorpsfilosoof van Eger was een bijzonder zachtaardige Hongaar. Hij had veel problemen gehad in zijn leven. Zijn professoraat was hem afgenomen omdat hij geen lid was van de Communistische partij. In Szilvasvarad staken duizenden kleine kikkertjes de weg over. Je kon bijna niet anders dan er op trappen.
 
Praag associeer ik met paranoia. In het ruime, kraaknette appartement waar we logeerden, een half uurtje buiten de stad, in de wijk Knetzky Luka, konden we ’s avonds, na het nuttigen van een paar flessen witte wijn op het terras van café Europa, niet meer binnen. Er was iets met het slot. De vrouw deed verwoede pogingen, maar het lukte niet. Ze moest de hulp van haar vriend (of echtgenoot) inroepen. Ze zei geen woord tegen ons. Nochtans kende ze Engels. De man moest het slot helemaal losschroeven. In volstrekte stilte. In de restaurants waren de mensen bang om afgeluisterd te worden. Terecht. Op een avond hebben we in restaurant Rudolf toch zitten praten met Oost-Duitsers, uit Leipzig. Ze keken af en toe achterdochtig om zich heen. Ze waren zeer ontevreden over het regime in hun vaderland. Iedereen wordt er afgeluisterd, fluisterden ze. Alleen in kerken kunnen we vrijuit spreken. Ons bezoek aan Praag was een paar maanden voor de fluwelen revolutie. Ik had niet echt in de gaten dat er zo’n revolutie werd voorbereid. Ik zag bovenal onbeschoftheid, onvriendelijkheid, slecht en vettig eten. Zeker in het restaurant Savarin, een oud kasteel, werden we buitengewoon onvriendelijk bejegend. Toen we er buiten kwamen hadden we zo’n honger dat we worsten zijn gaan eten in een selfservice, met een groot glas bier erbij. Neen, Praag ontving ons niet met open armen. De betere momenten in Praag waren die met de vrienden (Jim en Ronda, met wie we afgesproken hadden, maar die we een dag voor onze afspraak al tegen het lijf liepen op het Oude Stadsplein, nadat we met Hollandse meisjes in restaurant De Gier biefstuk met eieren hadden gegeten), (Lou en Cindy, die we toevallig ontmoetten in Hradcany en met wie we een mooie avond beleefden in restaurant Europa, een schitterend art deco-interieur). Praag was een buitengewoon mooie stad. Misschien wel de mooiste stad waar ik ooit ben geweest. Ik heb er twee hoeden gekocht, heel wat klassieke elpees, Laura heeft er zich leren handschoenen aangeschaft in een supermarkt, waar voor de rest niet veel te koop was, en een Russisch polshorloge.
 
Het lange wachten op een lift aan de grens tussen Duitsland en Oostenrijk, op weg naar Italië, in de zomer. De troost van zoete alcohol, tegen de kou en de regen. Na uren in onze handen klappen en met onze voeten stampen dan toch meegenomen, maar wel in een open voertuig. We vergingen van de kou. Overal bergen rondom ons. Ik kreeg een afschuw van de bergen met sneeuw op hun toppen.Er bestaat geen zuiverheid op de wereld. Het verlangen naar zuiverheid is misschien wel het grootste gevaar in de mens.Alle interessante ervaringen met openbaar vervoer op een rij zetten.
 
Treinreizen.
 
Ongewone belevenissen in de metro. Bijvoorbeeld hoe je ooit hevig schrok van een vrouw zonder neus die opstapte op bus 96 in de Troonstraat. Je had net cursus gevolgd over de Esthetica van Hegel. In het station in Antwerpen een man met een volledig paars gezicht. The Color Purple. De auto als openbaar vervoer (liften). Tram en bus. Nog niet zo lang geleden bracht een buschauffeur ons, met de lichten uit, tot helemaal aan de Westrand in Dilbeek. Anders hadden we nog meer dan een half uur moeten lopen in de kou. We gingen kijken naar Francesca, van Wedekind. Een stuk met mooie blote vrouwen.
 
In Duitsland, wilde een Siciliaanse trucker mijn gezellin verkrachten. Hij vond dat het minste wat we konden doen, in ruil voor wat hij ons aanbood. “Vier stunde fahren und ein stunde schlafen”, mompelde hij af en toe. Toen hij zijn zin niet kreeg wat dat verkrachten betreft, zette hij ons uit zijn truck, middenin de Duitse nacht.
 
Vliegtuig. Boot.
 
Ervaringen met honden: Picky en Jimpy, Suzy.
 
Ervaringen met het nummer 56. Je schrik om op je 56ste te sterven. Dat valt dan nog mee. Vroeger dacht je dat je zeker niet ouder dan 26 zou worden. Huisnummer 56 in de Dolfijnstraat. Tram 103 die in 56 verandert. 1956 het jaar van de rock & roll. Van de opstand in Boedapest.Laura woonde in de periode 1985-1987 in de Osystraat 58 in Antwerpen (officieel adres).
 
Vanaf 1987 tot 1989 had ik een kamer in de Breughelstraat.
 
Nog een geluk dat ik vaak schrik heb. Zo bouw ik mijn wereldje op. Af en toe komt er een stukje bij. Als ik weer eens wakker schrik uit mijn vervelende slaap. Mijn muurtje van woorden en stilte, dat nooit afgeraakt. Maar kan het kwaad? Jij bent toch ook maar een fragment.

Foto: Blankenberge, 1968, Martin & Monique.