15-12-16

TIEN DAGEN DIE MIJN WERELD DEDEN WANKELEN (9)

avenir.jpg

Dag 6: 7 november 2016

‘L’avenir’ van Mia Hansen-Løve is een sublieme film, met Isabelle Huppert in de hoofdrol. Isabelle Huppert die nog maar eens een keer verrast. Maar hoe kan dat? Iemand die ons al zo vaak heeft verrast kan dat toch niet blijven herhalen? En toch doet ze het. Iedereen die haar van in het begin gevolgd heeft, weet het. Voor mij was het begin ‘Les valseuses’. Het was het slipje van de jonge Isabelle – van haar personage - dat die twee voyous, Patrick Dewaere en Gérard Depardieu besnuffelden. Ik twijfel er niet aan dat Isabelle Huppert zowat ieders favoriete actrice is, of ze is dat toch voor elke denkende mens, man of vrouw, die van mooie, sterke, getalenteerde en intelligente vrouwen houdt.

‘L’avenir’ behoort tot het soort van films dat er voor mij uitspringt. Er wordt een eenvoudige verhaal verteld, met een diepere onderlaag, de fotografie is uitstekend, de dialogen zijn geloofwaardig, er wordt voortreffelijk maar helemaal niet spectaculair geacteerd. Een kleine Franse film par excellence. Met ‘klein’ bedoel ik niets negatiefs, integendeel. Alain Tanner maakte ook zulke films, maar Tanner is wel een Zwitser. Aan Eric Rohmer moest ik ook denken. Je zou deze bepaalde vorm ‘lichtvoetige diepzinnigheid’ kunnen noemen. De filosofische achtergrond van ‘L’avenir’ geeft een extra dimensie aan de film. Rousseau, het katholicisme, Chateaubriand, het radicalisme tegenover het gematigde links van de neo-bourgeoisie (die haar rebellie al lang achter zich heeft). ‘L’avenir’ geeft zin, in de twee betekenissen van het woord. Ik heb alvast zin gekregen om opnieuw Rousseau te gaan lezen, vooral ‘Le contrat social’ en ‘La nouvelle Héloïse’. En alle films met Isabelle Huppert opnieuw (en opnieuw) te gaan zien.

Mevrouw De Block verhoogt de prijs van een aantal geneesmiddelen en wil op die manier “de middenklasse redden”. Net zoals de banken dat willen doen door binnenkort een negatieve rente op de spaarrekeningen in te voeren. De echte middenklasse belegt namelijk. Desnoods leent ze geld om te kunnen beleggen. De economie moet gestimuleerd worden. Het land moet groeien. Volgens Bob Dylan hebben we iets helemaal anders nodig dan duurdere geneesmiddelen en een negatieve rente op de spaarrekeningen om het land te doen groeien:
Well, my telephone rang, it would not stop
It's President Kennedy callin' me up
He said, “My friend Bob, what do we need to make the country grow?”
I said, “My friend John, Brigitte Bardot
Anita Ekberg
Sophia Loren
Country'll grow.”
Bob Dylan - I Shall Be Free

Mogelijk zitten de Amerikanen (en wij met hen) binnenkort met een heel ander soort president dan John Kennedy opgescheept. Een mysogine, racistische, vuilgebekte miljardair. Maar zover zijn we nog niet. Nog even geduld, nog even wat vulgaire verkiezingsshows proberen te ontwijken, nog één keer slapen. Niet dat mevrouw Clinton mijn sympathie krijgt. Ze is dan wel geen racistische, vuilgebekte miljardair, maar ze wordt gesteund door Wall Street (waar onder meer de wapenindustrie thuis is). Maar liever nog een schouwspelkapitalist met enkele progressieve ideeën dan een onvoorspelbare casinokapitalist met niets dan obsessies en stemmingswisselingen.

karst woudstra dodendans 2.jpg

Op facebook ben ik nu bevriend met Karst Woudstra, een man die ik al zo lang bewonder. Door hem heb ik het werk van Lars Noren leren kennen. Hij heeft mij opnieuw in aanraking gebracht met de (toneel)auteurs waar ik lang geleden al van hield: Henrik Ibsen en August Strindberg. Hij heeft me zonder veel opsmuk of tralala laten zien hoe geniaal beide mannen wel waren – en hoe modern, hoe hedendaags hun werk is. Het was uiteraard ik die hem als vriend vroeg. Een uurtje later aanvaardde hij mijn verzoek. Dat je zoveel van Patrick Modiano houdt volstaat voor mij om ja te zeggen, schreef hij me. (Hij had er dus geen idee van dat ik ook een bewonderaar was van Strindberg, Ibsen, Lars Noren en van de melancholische Karst Woudstra zelf). Een voorbeeld van de theorie van Frigyes Karinthy die ervan uitgaat dat alle mensen via maximaal vijf tussenpersonen en zes tussenstappen met elkaar verbonden zijn (six degrees of separation).


Om één uur, een uur voor de lunch, ga ik een uur rusten. Ik denk nu onwillekeurig aan Nietzsche, die eerst het hoofdgerecht at en pas daarna de soep. Als ik ontwaak weet ik niet welk moment van de dag het is. Ochtend? Middernacht? Het duurt even eer ik weer in de realiteit ben. Weer een uur verspild. De herfst gaat aan me voorbij zonder dat ik er deel aan heb. Ik had veel meer door het raam moeten kijken, naar de bonte herfstkleuren. Wat een decadente uitspraak! Ik had veel meer naar buiten moeten gaan, gaan wandelen in parken, in het Terkamerenbos, in het Zoniënwoud. Ik had me in de herfst moeten verliezen. In plaats van me in de werkelijkheid onder te dompelen sluit ik me er van af, om wat woorden aan mijn laptop toe te vertrouwen (en met potlood aan mijn dagboek), om enkele paragrafen te lezen, om zoals zojuist naar Bruce Springsteens ‘Tom Joad’ te luisteren, om naar een film te kijken.

gasparnoe-love-00.jpg

Voor veel films echter moet je ook de deur uit. Van landschappen blijft bijna niets over op een klein scherm. Van paarden. Van de wijde ruimte. De kleuren van de hemel. Een vlucht wilde eenden. Maar ook van intimistische films als ‘Love’ van Gaspar Noë blijft weinig over. Bij die film moet je de lichamelijkheid kunnen voelen. De huid. Het zweet. Lichaamsappen. Sperma. Speeksel. Op het kleine scherm gebeurt er niets van dat alles en is het een vervelende film. Wat hij waarschijnlijk op het grote scherm ook is, maar dat weet ik nu niet. De beste erotische film vind ik overigens nog steeds ‘Last Tango In Paris’ van Bernardo Bertolucci, met Maria Schneider, Marlon Brando en Jean-Pierre Léaud. Maar dat is niet echt een erotische film: het is een tragedie. Een tragedie waar sommige mensen graag een klucht van zouden willen maken, of een soap. Zoals de soap die nu in de Verenigde Staten gaande is. Maar dat wordt zeer waarschijnlijk een tragedie. Misschien de ergste die wij, die babyboomers worden genoemd, ooit hebben gekend.

Manchurian-Candidate-Creepy.png

...

 

Afbeeldingen:'L'avenir; Dodendans; Gaspar Noë's Love, The Manchurian Candidate.

24-11-14

VOORBIJ DE GROTE RING

IMG_0865.JPG

Gisteren lokte de zon me naar buiten. Een wandeling in een bos, een groot en niet te druk bezocht park, of gewoon op de buiten is een van de beste remedies tegen melancholie. Waar ik woon valt echter niet veel te beleven op dat gebied. Flatgebouwen uit de jaren zeventig, lelijke huizen, grijze straten, slecht onderhouden trottoirs en geen mens te zien op straat. Rustig is het wel, veel bomen, een klein ziekenhuis om de hoek. Op zondag bijna geen verkeer. Maar vlakbij de duivelse Ring, met zijn ononderbroken geraas, zelfs op de dag des heren.

Vroeger liep je van waar ik woon (maar toen woonde ik hier nog niet) zo naar het platteland. Op een kwartier, niet langer, tenzij je onderweg even bleef staan om naar een vogel te kijken of je geliefde te kussen. De Ring heeft die bijna natuurlijke overgang van stad naar platteland vernietigd. Nu ja, de Ring is geen levend wezen, hij heeft dat niet zelf gedaan. De eenzame enkelingen in hun verlangen naar afzondering, naar zinloze snelheid, naar een onbestemde bestemming of gewoonweg naar het werk hebben het gedaan. Door hen verkozen politici en de beste vrienden van die laatste beroepscategorie, de bouwondernemers en de afbraakwerkers hebben het gedaan.

Denk maar niet dat ze er mee ophouden. Onderweg naar het Pajottenland in de warmte van november, onder een hoogst vriendelijke zon, zelfs de lelijkste gebouwen met een laagje schoonheid omhuld, ontwaarde ik op veel plaatsen sporen van de afbraakwerkers en ik zag er nu al de monsters van de volgende jaren uit de idyllisch glooiende velden – ooit door Brueghel geschilderd – oprijzen.


Desondanks ben ik tevreden. Mijn landerigheid valt al gauw van me af. Eens voorbij de Ring geniet ik van wat overblijft van het Pajottenland, van de vijvers, velden, de eenden en duiven en eksters, de vogels van het veld, de schapen en koeien. Veelkleurige bladeren aan de bomen en op de vettige kleigrond. De geur van de boerderijen, hooi, koeien in de modder. Een stapel reusachtige bieten, een rode tractor, een molen aan de horizon. Mijn schoenen zwaar van de modder als ik me een weg baan door een groot kaal veld, op weg naar die molen aan de horizon. Omdat ik te diep wegzak moet ik rechtsomkeert maken. Ik zet mijn fototoestel op de nachtfunctie, op die manier maak ik blauwe foto’s. Zo zien die lelijke Ring en de eerste vuile huizen er draaglijker uit. En thuis weerklinkt al muziek van My Morning Jacket en daarna is het de beurt aan ‘After the Goldrush’. Tijd om me af te vragen waarover nu weer eens iets te schrijven.

IMG_0845.JPG

IMG_0851.JPG

Foto's: Martin Pulaski, Neerpede, 23 11 2014

19-09-13

14:23

IMG_4157.JPG

Een man verlaat het Paleis voor Schone Kunsten in Brussel na een bezoek aan de Giorgio Morandi-retrospectieve. Op 19 september 2013, net voor het begin van de herfst, dag van de volle maan.

14-12-11

CYDIA POMONELLA

Voor Amy Winehouse

 

Sap van appels in je appelboom,
groen in de boom van de buren.
Rijp voor de oogst in late zomer
ongeplukt, geur en smaak in de lucht
als huid van onbegrepen vrouwen.
Na Belgische zomer in oktober
rotten ze op te weinig bezongen gras
elke zondag zo zorgvuldig gemaaid.

Je denkt meteen aan David Lynch

en trage escapades, een laat weerzien:
wat woorden over vader, moeder
en stoppen met roken en dit en dat.
Omdat wat familie volhardt, ver verwant.

Je ziet een gedicht: maak ik terzines,
binnenrijm, tel ik afgunstig voeten
als waren het Dantes of van m'n zestien?

Wat essentie zou blijven bestaan,
niet van appels, van vrouwen, maar
van woorden wordt gezegd. Essentie
van de essentie als het je lukt
met het sap van de wereld
op goede voet te staan als gewervelde.
Dan blijven die kleine druppels nog even
tegen slechte spijsvertering, oorlogen,
tegen schrik en beven en tegen vergeten.

14-11-11

DODENHUIZEN

 

khnopff.jpg

Door novemberzon en daarna mist, paarden en schapen in nevel gehuld, kwam ik naar je toe, huis van de dood en van leven. In de stad van de doden, waar ik dat huis dacht te vinden, raakte ik al spoedig de weg kwijt. Een groot, naar beton en verf geurend gebouw, oude mensen in rolstoelen, met krukken, druk bezige secretaresses, eindeloze gangen, trage, overvolle liften. Een labyrint. En dan nog het verkeerde labyrint.

Praatte ik met iemand? Nee. Ik belde, belde, sms’te. En zag mijn vergissing in: het verkeerde dodenhuis. Niet bus 13 had ik moeten nemen, maar bus 2. In het andere dodenhuis (en van de levenden) ontving mij een man, een vriend van een vriend, een man met goede ogen. Ik vertrouw niemand meer, met wat ik allemaal heb meegemaakt. Maar deze man vertrouwde ik. En maar goed ook, want toen we afscheid namen gaf hij me een handdruk en dat was die van een mens. Niet vaak schudt iemand je op die manier de hand. Deze man die ik vertrouwde zei me dat ik niet meteen zou sterven. Integendeel. Ik had een lange strijd tegen de dood geleverd. Hij somde van het begin tot het einde op welke daden artsen en ikzelf (onbewust), hadden verricht om mij in leven te houden. Heldendaden. Dat zei hij niet, hij bleef bescheiden over zijn collegae. Hij zei, je hebt vreselijke dingen meegemaakt, de dood voor ogen, wekenlang. Je bent getraumatiseerd. Geen wonder dat je in de mist verdwaalt en in het verkeerde dodenhuis belandt. Geen wonder dat je hier voor me staat met je geschonden lichaam. Een gevallen engel, zei hij. En: een gevallen engel is ook een engel. Je gaat niet zo gauw dood. Je gaat nog veel vrienden ontmoeten, nog veel plezier beleven, nog veel reizen. Je gaat diep doordringen in de dorpen, de straten en rivieren van je leven. Niets staat je in de weg om dat te doen. Er valt nog veel te ontdekken. Er staan je nog verrassingen te wachten, aangename, maar ook onaangename. Je hebt oude en jonge vrienden, en je familie, al is het een heel kleine, het blijft een familie. En er is de horizon die nu boven de mist opduikt. Er zijn steden en landen, bergen, sterren. Straten met namen van dichters en dictators, van operazangeressen. Wist je dat er in New York een steegje naar Thelonious Monk is genoemd? Er zijn crisissen en geboortes. In ruimtestations herinneren mannen en vrouwen zich hun leven op aarde. Hun passies, hun verdriet. Zolang iemand aan je denkt ben je niet verloren. Ga naar huis, door de mist, de zon is nu ondergegaan. Ga naar huis en rust en slaap en leef. Reis daarna naar het Oosten, het Westen, het Zuiden. En kom dan terug naar hier. Je bent hier welkom. Dit is geen huis van de dood. Een huis van de dood bestaat niet. Stel je voor! Nee, dat kun je niet. Noch zo'n huis, noch je verscheiden. Alleen de buitenkant is kenbaar, het ritueel, of noem het uitvaart. Je bent toch een schipperszoon? Vaart. Lange omvaart, korte omvaart. Ik ben vertrouwd met de vormen van wat de dood wordt genoemd, zei hij nog, maar niet met wat hij is. Voor mij bestaat de dood niet. Met de dood moet je lachen. Vooral als je nog leeft. Ga nu maar, je zal niet verdwalen. Ga nu maar. 

14-11-10

HET GEHEIME LEVEN VAN ENKELE LETTERGREPEN

 the_freewheelin_bob_dylan.jpg

Er was eens een keer een dag dat ik je glimlach zag en dacht, dit is de waarheid en het leven, hoewel ik nooit in iets absoluuts had geloofd. Zomer, daarna kwam winter, je warme knieën, de Brusselse straten vol sneeuw, zoals op de hoes van “The Feewheelin’ Bob Dylan” – en zoals de jonge zanger en Suze Rotolo, zo liepen wij ook arm in arm door die straten, of armer nog, hand in hand, op zoek naar nog een andere plaats om het warm te krijgen. En ik dronk me vol schaamte en geluk – tot ik wankelde en jij me moest ondersteunen. Zou ik anders niet in de modder vallen? Vanwege die daad traden we in het huwelijk, werden we nachtbruid en nachtbruidegom en zaten we aan tafel kaas te eten en worstjes en Belgisch bier te drinken. En ons huwelijk was op worstjes en trappist gebaseerd. In ons rood boekje stond: als jullie dat niet meer kunnen doen, samen, wordt het huwelijk ontbonden. Ik kreeg zo’n schrik voor die regel dat ik nog meer bier ging drinken, maar vooral ook worstjes eten. Hoe langer hoe meer. Mijn omvang en gewicht durf ik niet meer te vermelden.

De lente kwam. We zaten in de zon in een grachtenstad en dronken weer bier en aten worstjes en kusten elkaar alsof ons leven ervan afhing. Ons leven hing er vanaf. Alles was plezierig; de harde, jonge zon op onze nog blote hoofden, sigarettenrook van vandalen, een knoopje of twee van je jurk open, de straten opengebroken, lawaai van bulldozers en kranen en, later, ganzen en duiven. Daarna de sussende wijn en ogen vol gloed en avontuurzucht.

 

Op een zomerdag vol regen reden we naar de Nederlandse kust om er de horizon te zien, en het zand onder onze voeten te voelen. Maar we bleven liggen, in de zachte kou, dicht bij elkaar, met onze sokken aan – en luisterden naar de natte druppels en hoorden ons ademhalen, ons gehijg. Nooit was de hemel ons zo goedgezind geweest. Je kussen hadden de smaak van champagne, om even een cliché te gebruiken. Je lippen ook. Ik geloof dat ik nog altijd wat van die geur ruik, die je toen uitwasemde, die geur van verlangen en voldoening. Het samenvallen van die twee. Zo was het bij mij. Ik was een met jou, en met de sterren en de wereld, zoals in een van de beste songs van John Lennon, of in een oude mystieke tekst van Hadwijch, Zuster Bertken of Meister Eckhart.

 

Er was eens een keer een hete zomeravond dat je me zei, dat is Venus. Boven de Schelde zag ik iets oplichten, een maan, een ster: nee, nee, Venus. Ja, zei ik, je hebt gelijk. Want ik had in een Hopperachtige wereld geleefd, eenzame kamers, drank, verdriet, monotonie. Daar had je mij uit ontvoerd. En nu zag ik dat in en zag Venus en hoorde je vervoerende stem, die de ‘dingen’ namen gaf, eigennamen, of die nieuwe namen ter plaatse uitvond. En ik was gelukkig als nooit tevoren. Maar hoe beschrijf je geluk? Ik zei dat ik lang geleden ooit achter een konijn had gelopen, na een wilde nacht in Cinderella’s Ballroom en we hadden honger, een dik konijn, maar ik had het niet kunnen vangen. In je ogen zag ik bijna medelijden met me vanwege mijn toenmalige honger, geen veroordeling vanwege mijn bloeddorstigheid, jachtinstinct. Ik was dronken van de Amaretto en van je kussen en dacht dat je een jager in me zag, iets wat ik zelf nooit had gezien. Nochtans had mijn vader een jagersinstinct, en wordt gezegd, zoals je vader was, zo ben je zelf.

 

Een andere keer, ook in de zomer, vertelde je me het verhaal van O. Het verschilde heel sterk van de bekende geschiedenis. Het spijt me en het spijt me ook niet, maar ik kan me dat verhaal niet goed meer herinneren. Dat komt een beetje, denk ik, door de woordspeling in het Frans, van O met eau. In het verhaal van Réage - dat ik niet heb gelezen - is de O het gat, de kut, de anus, de opening in de penis, de mondholte. In jouw verhaal was het de regen, de lavabo, het zweet op onze huid, het geluid van de buren, hoe lang kan dit nog duren, de dorst, de sappen die we bij mekaar opwekten, als nieuw leven, maar ook de olie en benzine in een auto die buiten op ons stond te wachten. Jouw O werd mijn O en is nu de letter die mij het liefst is. Zo lief dat ik graag oto zou schrijven, maar dat ziet er niet uit, dat woord. Auto, dan maar, zegewagen, rijdend hotel, bar, bushokje, schuilplaats, donkere kamer, laatste rustplaats.

 

Er kwam ook wind en vooral regen. Eerst was er het genot van de kleuren die we proefden op elkaars tong, nadat we ze in concertzalen hadden beluisterd. Heb je ooit een kleur gehoord? Gekleurde muziek is de mooiste muziek, zeker met een geliefde aan je zijde die je tegen onheil beschermt. We waren intens gelukkig, zo dacht ik. Ik zei, Bob Dylan. Jij zei, Bob Dylan. Zoals in een lied van Bob Dylan, 'Tangled Up In Blue', een autobiografische song maar tegelijk ook niet. De persoonlijke voornaamwoorden verschuiven voortdurend. En de personen zelf, en het al dan niet biografische, zoals in zijn film ‘Renaldo and Clara’. Dat is het model dat ik gebruik om deze tekst te schrijven. Verschuiving, verglijding. ‘Template’, zeggen ze, maar ik verafschuw dat woord.

De wind en de regen kwamen en we moesten ergens schuilen en onze toevlucht zoeken tot metaforen. Beminnen, liefhebben, genot, seks – konden die woorden herleid worden tot sterke metaforen om een moeilijk leven aan te kunnen? Nee. We moesten opnieuw beginnen.

 

Opnieuw naar die winter op je warme, rode schoot, je vurige armen, nachtelijke ritten in besneeuwde of natte of verhitte straten. Je lippen van smeltend goud, je ogen die de nacht verwensten en uitschakelden, je blauw en rood, vooral je rode schoenen, die al bij de zomer hoorden. Opnieuw naar al de plaatsen (waarvan ik alle namen ken), opnieuw naar onze lichamen in de kou en in de zon. Opnieuw naar onze tijd, het geluk, onze tranen van verdriet en genot. Opnieuw naar jou, naar mij. Opnieuw naar het begin waar geen eind aan komt. 

21-09-08

AUTOLOZE ZONDAG IN BRUSSEL


brussels september 21

brussels september 21

brussels september 21

Een stralende autoloze zondag in Brussel.

20-11-07

IK RUIM PLAATS VOOR e.e. cummings


De late herfst en geneesmiddelen waar ik maar half in geloof maken mij moe, het lijkt wel of ik wegkwijn, alsof alle energie wegvloeit uit mijn lichaam. Over de liefde doe ik er het zwijgen toe, evenals over haar tegendeel. Ik wacht af. In mijn zwak lichaam voel ik een sterke kern.

 

Maar het blad zomaar wit laten, dat kan ik niet toestaan. Daarom laat ik vanavond een dichter aan het woord, en door hem de stem van de tederheid zelf.

i like my body when it is with your
body. It is so quite a new thing.
Muscles better and nerves more.
i like your body. i like what it does,
i like its hows. i like to feel the spine
of your body and its bones, and the trembling
-firm-smooth ness and which i will
again and again and again
kiss, i like kissing this and that of you,

i like, slowly stroking the, shocking fuzz
of your electric fur, and what-is-it comes
over parting flesh . . . . And eyes big love-crumbs,

and possibly i like the thrill

of under me you quite so new


e.e. cummings, uit: a selection of poems, harcourt-brace, 1965

14-10-07

SUNDAY AFTERNOON


zondagmiddag

Vandaag was ik te lui om te schrijven. Vermoeidheid en de laatste sporen van ziekte heb ik van me af gewandeld in het Terkamerenbos. Een schitterende zondagmiddag. Dat sluit goed aan bij het lied van The Velvet Undergound hieronder.

En morgen opnieuw the struggle for life.

25-10-06

DE HERFST VAN SPARKLEHORSE

sparklehorse,mark linkous,herfst,popcultuur,beatles,pop,wijn,live,concert,ab,john lennon,medusa,metamorfose

Gisteren was er dat concert van Sparklehorse in de AB. Vonden jullie het ook zo ontzaglijk mooi en aangrijpend? Mark Linkous heeft een metamorfose ondergaan. Hij leek helemaal niet meer op de introverte, gedeprimeerde jongeman van vroeger dagen. Weg is zijn zonnebril, zijn boze blik, zijn als door de blik van Medusa uitgelokte verlamming (voor een deel in de letterlijke betekenis van het woord). Mark Linkous sprak ons toe, bedankte ons voor ons warm onthaal, stelde zijn muzikanten voor, maakte enkele danspasjes en nam twee keer duidelijk vanuit het hart afscheid van ons.

Als ultieme afsluiter stuurde hij ons - na ons anderhalf uur te hebben laten genieten van zijn, door onder meer John Lennons Strawberry Fields Forever geïnspireerde, weemoedige en gelukzalige melodieën en, eveneens vol vuur en verve, zijn surrealistische ‘natuurlyriek’(waarin paarden en de zon geregeld om aandacht vroegen) - met een flinke portie oorverdovende razernij naar huis, alsof hij er ons alsnog wilde aan herinneren dat hij geen gemakkelijke jongen was, geen huis-tuin-en-keuken poweet.

Gisteren was een dag van storm en goud. ’s Morgens dacht ik, dit is geen weer voor een melancholische geest. Om middernacht was ik van het tegendeel overtuigd. Of toch bijna. Ik denk dat de herfst het ideale seizoen is voor Sparklehorse. Dit lijken mij dagen te zijn waarop Mark Linkous zijn paarden lustig / lusteloos door de droevige mooie wereld kan laten draven, en blij kan zijn met de tranen op de laatste vruchten van het jaar. Ook kan hij volop verlangen naar de aantrekkelijkste weduwe in de stad. Waarschijnlijk is hij daar een glaasje wijn mee gaan drinken in een café dat ik nog niet heb ontdekt. Je kunt er alleen naartoe met een gasoline horsey en als je bij zonsopgang weer buiten komt zeg je: good morning spider. Een aantal lichtjaren doorbrengen in de buik van een berg lijkt me voorlopig geen slechte tijdsbesteding. Zeker niet als je er kunt liggen dromen van vers fruit, vruchtbare zomers en langoureuze vrouwen. Laat de wijn maar komen, vrienden.

22-03-06

JUNKIES IN DE HERFST



Leegte, niets groeit, je bestaan verkorzelt.
In schaduwen gaapt afgrond,
Voor dode zielen onbekende tekens.
Geheugen, ernstige steen des aanstoots.
Steeds weer het glas gevuld, de stad gezocht,
onder mensen zwaargewicht tot licht herleid.

Oude geur van heroïne waait in november
je kamer binnen. Levensmoe en moedig zuchten
naar een nieuwe lente, raadsel opgelost,
ander mysterie ontrafeld. Beelden verwaterd
in zoute oplossingen en wijn van de zon.

19-10-05

POSTMODERNE HERFSTSONATE


De mooie dagen hebben we gehad. De moeilijke weken en maanden ook. De herfst is er: paddenstoelen, rode wijn, kastanjes, en druk druk druk. Voor velen zal het een heerlijke zomer zijn geweest, maar voor velen ook niet. Ik denk nu aan de mensen die getroffen werden door orkanen en aardbevingen of ten prooi vielen aan zware ziektes en geweld. Het verhaal van de gelukkigen wordt niet verteld. Zij hebben met hun bootjes op een kalme zee gevaren en zijn veilig teruggekeerd naar de thuishaven.
Zelf mag ik niet klagen. Er is mij niets tragisch overkomen. Maar allerlei echte of vermoede kwalen hebben mij vaak verhinderd van het leven te genieten, of zelfs alleen nog maar mensen te ontmoeten. Ik heb wel veel ontmoetingen gehad met artsen allerhande. Gisteren nog was ik te gast bij een cardioloog. Een van de vriendelijkste mensen die ik ooit heb ontmoet, maar ik was er niet op de koffie of om over boeken te praten. Ik moest onderzocht worden. Ik geloof niet dat ik ooit zo zorgvuldig ben nagekeken. De dokter zei dat ik een moedige man ben! Waarom? Omdat ik zo heb zitten trappen en duwen en hijgen op die fiets. Ik ben er nog altijd zeer moe van. Maar met mijn hart is er niets mis, dat is nu duidelijk, daar moet ik me geen zorgen meer over maken. Ik mag fietsen, lopen, zwemmen, dansen… Maar wijn en koffie moet ik achterwege laten. En ik moet veel slapen, dat schijnt gezond te zijn. De dokter zei dat er niets mis is met mijn hartsaangelegenheden. Mijn duivel verschuilt zich in mijn darmen, het is een duivel die mijn ziel in leven heeft geroepen. Een zware last die ik tors, sporen uit het verleden, moedeloosheid, slapheid, berusting… Gebrek aan zelfvertrouwen. Ja, dat is mijn grote kwaal: gebrek aan zelfvertrouwen. En een cardioloog moet me dat zeggen, terwijl ik al een tweetal psychoanalyses achter de rug heb, die telkens jaren hebben aangesleept!

Neen, ik ben een gezonde man, behalve dat hoesten natuurlijk. Maar genoeg daarover. Er spoken Spaanse woorden in mijn hoofd. Ik ben nog maar net terug uit de Spaanse les, hier in Anderlecht. Veel heb ik nog niet geleerd, maar het zal zeker de moeite lonen. Als een mens dingen bijleert is hij tevreden. Spaans is ook niet zo maar gekozen, uit verveling of iets dergelijks. Ik vind het een mooie taal, ik houd van de Spaanse cultuur, Borges en Lorca horen bij mijn favoriete schrijvers en ik ga ook vaak naar Spanje en naar La Palma.

Wat hebben we toch weinig tijd. Ik wil films zien, naar het theater, allerlei dingen schrijven, vrienden ontmoeten, lezen, muziek beluisteren. De voorbije weken heb ik maar enkele cd’s beluisterd: No Direction Home en The Gaslight Tapes van Bob Dylan, Laura Veirs, Neko Case en vooral Ryan Adams, die met Jacksonville City Lights, wellicht zijn beste plaat heeft gemaakt.

Ik heb veel tijd besteed aan de flickrvrienden. De verwante zielen in cyberspace. Hoewel het geen echte contacten zijn, bieden de woorden van sommige van deze mensen me toch vaak veel troost. Bij sommigen heb ik het gevoel dat ik ze al jaren ken. Het is wel een verslaving geworden, waar mijn sociaal leven en mijn huwelijk onder lijden. En zo komt het ook dat ik veel te weinig slaap en zelfs de lokroep van seks me niet altijd meer als sirenenzang in de oren klinkt. Maar nu moet ik echt in bed. Volgende maandag vertrek ik naar Jaén, en dan moet ik genezen en uitgerust zijn, zodat ik daar in het verre Andalousië niet de impressie nalaat dat wij Belgen slappelingen zijn, altijd moe, lusteloos, besluiteloos en met een ziekelijk gebrek aan zelfvertrouwen.

Toch nog dit: luister eens naar Me and the Devil Blues van Robert Johnson.

20-09-05

BRUSSEL IN SEPTEMBER

 

brussel,herfst,sfeer,stad,passanten,ziekte
Foto: Martin Pulaski.

Buiten schijnt de zon. Zachte nazomer maakt Brussel mooier en aantrekkelijker dan ooit. Kom en flaneer over mijn trottoirs, werp een blik in mijn etalages, bekijk vooral mijn passanten, nu ze voor het laatst dit jaar hun zomerse stofjes hebben aangetrokken! Drink een glas op een van mijn terrassen, dat van de P&P bijvoorbeeld. Of ergens aan de Sablon, of in het Egmontpark, bij de bourgeois, die van het leven weten te genieten. Niet voor mij, echter. Ik zit binnen en geef mij over aan ziekte en sombere gedachten.