29-11-16

TIEN DAGEN DIE MIJN WERELD DEDEN WANKELEN (6)

barbara_ina.jpg

Dag 3: 4 november 2016 (avond/flashbacks)

“De woorden barbaar en barbarij zijn kwaadaardige en gewaagde woorden en ik durf ze niet zonder uitleg vooraf te gebruiken: en als het waar is dat de Grieken de tongval van uitheemse volken aanduidden als gekwaak en daar dus dezelfde uitdrukking voor gebruikten als voor kikkers, dan zijn barbaren kwakers – zinloos en lelijk gebrabbel. Gebrek aan esthetische opvoeding.”*

thomas-jefferson-.jpg

4 november 1800.Thomas Jefferson, een wijnkenner, wordt tot 3de president van de Verenigde Staten verkozen. De Amerikanen beschouwen Jefferson als de geestelijke vader van de Verenigde Staten. Hij ontwierp de grondslagen van hun natie: alle mensen zijn gelijk geschapen, volkssoevereiniteit, het recht op verzet tegen de overheid wanneer die zich zelf niet aan de wet zou houden, en het natuurlijke recht op individuele vrijheid, leven en het nastreven van geluk (the pursuit of happiness). Deze basiswaarden had hij voor een deel opgedaan uit geschriften van de Britse Verlichtingsfilosoof John Locke, bij wie hij het principe 'natuurrecht' vond. Spinoza was daarbij ook een inspiratiebron. Maar wacht even. Voor Jefferson waren de Indianen (‘native Americans’) kennelijk niet ‘gelijk geschapen’. Jefferson was een van de bedenkers van de Indian Removal Act. Zijn eerste stappen om de Indian Removal Act te promoten zette hij tussen 1776 en 1779, toen hij adviseerde om de Cherokee en de Shawnee van hun grondgebied te verdrijven naar het gebied ten westen van de Mississippi. Was de uitroeiing van de Indianen geen genocide? Amerikanen blijven daar nogal stil over (er zijn uitzonderingen). Heel lang geleden, toen ik nog niet kritisch denken kon, heeft Hollywood geprobeerd mij in te prenten dat zij wilden waren, geen echte mensen, eerder barbaren. En is daar sindsdien veel veranderd? Wie lag vorige nacht wakker van Standing Rock? Een handvol neo-hippies, kunstenaars en muzikanten, dat wel. Waaronder Maria McKee, de fantastische zangeres die korte tijd veel succes had maar nu al lang zo goed als onzichtbaar is geworden, with no secrets to conceal.

novemberrevolutie.jpg

4 november 1918. In Duitsland begint de Novemberrevolutie. Eind oktober plande de marineleiding eigenmachtig om de Duitse vloot tegen de Britse Royal Navy ten strijde te laten trekken. Ook al kon Duitsland de oorlog niet meer winnen, moest de vloot ten minste in een heldhaftige laatste slag ondergaan. De betrokken zeelui en mariniers zagen het echter niet zitten dat ze zich voor een verloren oorlog nog moesten opofferen: ze verzetten zich tegen dit plan en kwamen in opstand. Om hen te vertegenwoordigen kozen ze raden, de Arbeiter- und Soldatenräte. Deze beweging begon op 4 november in Kiel, Wilhelmshaven en andere havensteden en zette zich door in vele Noord-Duitse en later ook Zuid-Duitse steden. In Beieren werd zelfs de koning afgezet en de linkse sociaaldemocraat Kurt Eisner riep op 7 november in München een socialistische republiek uit.

tseliot.jpg

4 november 1948. T.S Eliot, een van mijn uitverkoren dichters, won de Nobelprijs literatuur. Dat was nog eens wat anders dan die Bob Dylan van nu. Een echte dichter! En vooral: hij zou tijdens een banket met vertegenwoordigers van de upperclass, bankiers en andere dieven, kortom: de nieuwe rijken, niet uit de toon vallen.
“With a bald spot in the middle of my hair —
(They will say: “How his hair is growing thin!”)
My morning coat, my collar mounting firmly to the chin,
My necktie rich and modest, but asserted by a simple pin —
(They will say: “But how his arms and legs are thin!”)”
Maar laten we aannemen dat deze verzen niet autobiografisch zijn, de titel van het gedicht is immers ‘The Love Song of J. Alfred Prufrock’.

Arrow_Cross_Party.jpg

4 november 1956.  Sovjettroepen trekken Hongarije binnen om de Hongaarse opstand die op 23 oktober begon, de kop in te drukken. Duizenden komen om, meer raken gewond en bijna een kwart miljoen mensen verlaten het land. Ik herinner me Mitzi, de moeder van mijn uitverkoren vriendinnetje, Henrietta P. Mitzi was een Hongaarse, aan haar keukentafel proefde ik voor het eerst paprika en goelasj. Uit haar mond hoorde ik voor het eerst het woord poesta en zo kwam ik ertoe van wilde paarden te gaan dromen. Zo werd Budapest later een van mijn uitverkoren steden. Maar dat is allemaal voorbij. Wie reist er nog af naar een land waar een fascist de scepter zwaait? Overigens is dat niets nieuws. Ooit hadden daar de Pijlkruisers (Nyilaskeresztes Párt – Hungarista Mozgalom) het voor het zeggen, een fascistische bende. Hun tegenstanders, communisten, joden werden aan de Donau langs achteren in het hoofd geschoten en vielen vervolgens voorover in de Donau. Ik kan me voorstellen dat er bij die opstandelingen van 1956 nogal wat van die Pijlkruisers betrokken waren. Maar rechtvaardigt dat de inval van de het Sovjetleger?

2016-11-20-thuis 022.JPG

4 november 1958. Kroning van Paus Johannes XXIII in Rome. Toen was ik een katholieke jongen, die elke dag naar de mis ging. Ik hield van onze Paus. Hij was de beste mens van de wereld. Was hij wel een gewone sterveling? Hij was de plaatsvervanger van god. Alles wat hij zei was waar. Hij kon zich niet vergissen. En zelf vergiste ik me zo vaak. Soms denk ik dat mijn hele leven een aaneenschakeling van vergissingen is. (“Once a Catholic, always a Catholic”, schrijft Bruce Springsteen in zijn autobiografie ‘Born To Run’.)

amos-gitai-.jpg

4 november 1995. Na een vredesdemonstratie te hebben bijgewoond, wordt in Tel Aviv premier Yitzchak Rabin dodelijk gewond door een extreemrechtse Israëlische schutter. Onlangs in Avignon zag ik een tentoonstelling over die aanslag. Van de Israëlische filmregisseur/beeldkunstenaar Amos Gitai. “Can there be a naive modern art? It seemed to me that without the naivete still found among children and old people and, to some extent, in ourselves, the work of art would be flawed. I tried to correct that flaw.” (Amos Gitai)

Gilles_Deleuze.jpg


4 november 1995. Ook in 1995 overleed op 70-jarige leeftijd Gilles Deleuze. Het verlangen is geen tekort, maar een productieve kracht. Deleuze maakt een eind aan zijn leven door uit het raam van zijn appartement te springen. Ik herinner me mijn worsteling in 1974 met ‘L’anti-Oedipe’ (van Gilles Deleuze en Félix Guattari). Ik herinner me zijn extreem lange nagels. Ik herinner me mijn experimentele - volgens mijn toenmalige beste vriend Jos ‘onleesbare’ - teksten ‘Anastasis’ en ‘Stasis’ - en nu moet ik huilen omdat een andere goede vriend, Paul Rigaumont, die mij aanmoedigde in mijn experimenten, mij vlak voor zijn dood, vorig jaar, schreef dat hij van mij geleerd had grenzen te overschrijden in schilderkunst en literatuur en zijn eigen weg te gaan.

paul rigaumont.jpg

Afbeeldingen: de zangeres Barbara; Thomas Jefferson; Duitse novemberrevolutie; TS Eliot; Hongaarse Pijlkruisers Partij; Bruce Springsteen, Born To Run; Amos Gitai; Gilles Deleuze; Paul Rigaumont leest voor uit zijn Anekdota.
...

*Nietzsche, Nagelaten fragmenten 1, 19 [313]

04-05-15

IN DE RAND VAN HET VERLANGEN*

 

paul rigaumont,schrijver,filosoof,schilder,vriend,aurora,anekdota,popcultuur,tegencultuur,protest,minderheid,minderheidswording,verlangen,beat generation,gilles deleuze,my generation,leven,dood

 

Voor Paul Rigaumont


1. BEAT GENERATION

"I've got every reason on earth to be mad", zong John Lennon als jonge Beatle. Aan die woorden moest ik denken toen ik hoorde dat Allen Ginsberg was overleden.
Nu zal ik het hier niet over de dood van Allen Ginsberg hebben en evenmin zal ik anekdotes over zijn wonderlijk leven vertellen. Maar ik wil wel even wijzen op het belang van figuren als Ginsberg in wat ik met een woord van Paul Rigaumont onze 'minderheidswording' noem.

Toen ik als jonge filosofiestudent in de eerste helft van de jaren '70 Paul Rigaumont leerde kennen, waren Allen Ginsbergs teksten voor mij belangrijke levenslessen. Van Ginsberg leerde ik niet schrijven, maar wel het leven binnenbrengen in het schrijven; zowel het 'platvloerse' als het verhevene moest een plaats krijgen in mijn werk. (Zowel John Keats als Elvis Presley, zowel Lee Marvin en Angie Dickinson als Theseus en Ariadne).
Thelonious-Monk.jpg

Allen Ginsberg las wijze boeddhistische teksten, luisterde naar Thelonious Monk en the Beatles. Van die ervaringen - maar uiteraard van nog veel meer -  zijn sporen terug te vinden in zijn uitbundige gedichten en dagboeknotities. Zoals veel schrijvers van de beat generation ging hij uitvoerig in op zijn seksleven. Zijn taal was een taal van het verlangen en van het lichaam, geschreven vanuit een diepe ervaring met alle zintuigen open (en vaak nog gestimuleerd door geestverruimende middelen).

Het verlangen en het lichaam zijn twee thema's die Paul Rigaumont zeker niet onberoerd hebben gelaten. De zes Anekdota die intussen zijn verschenen (hoewel we al aan nummer 8 hebben bereikt) kunnen daarvan getuigen.

Paul Rigaumont schrijft in 'Anekdota VIII': "Daar waar het verlangen zich manifesteert is er geen uitstel en geen berekening en geen beslag. (Een verlangen is onherleidbaar tot het gehoorzame reproduceren van regels en normen.)" (p.137)

De taal van het verlangen breekt met de algemeen geaccepteerde regels. Luis Bunuels films, en in het bijzonder ‘Un chien Andalou’ zijn er welsprekende voorbeelden van. Verlangende lichamen ontwrichten de spelregels van het menselijk verkeer. Bliksem en donder zijn, bij wijze van spreken, hun beste vrienden. Allen Ginsberg schrijft in zijn Indian Journals: "Throw doubt on whole of previously accepted human humanistic reality".
burroughs-kerouac.jpg

Het is geen toeval dat Paul Rigaumont zich in zijn filosofische dagboeknotities ent op filosofen als Deleuze, Foucault en Nietzsche. Wat zij gemeen hebben is de aandacht voor het verlangen, het wilde leven, het lichaam. Voorts hebben zij heel wat op te merken bij allerlei instellingen en tradities die precies het verlangen, met name de seksualiteit en de waanzin, in toom moeten houden.

2. TRASHMEN

Paul en ik leerden elkaar beter kennen toen we gingen samenwerken aan het Aurora-project. Dat zal in 1977 zijn geweest, het jaar van de Sex Pistols. De begindagen van punk en new wave waren vergelijkbaar met de naoorlogse beatnik-periode en met bepaalde elementen uit de jaren '60 (in hoofdzaak de beweging van de mods in Engeland gecombineerd met thema's van de situationistische beweging in Frankrijk en elders). Opnieuw hing de elektriciteit van de revolutie in de lucht. Zowel in de kleine Aurora-ruimte als in de grote Montevideo-hangar gingen jonge en minder jonge mensen met wapens van de verbeelding de verveling van de heersende stijlen en de economische crisis te lijf.

In die dagen klonken de Trashmen (die van 'Surfin' Bird') weer nieuw en terzake. Mijn vrienden en ik waren zelf Trashmen: we hadden geen job, geen vooruitzichten op een glansrijke carrière of een andere clownerie. We maakten ons weinig illusies. We spraken onszelf tegen, leefden van dag tot dag en zaten desondanks met de toekomst in ons hoofd. We droegen tweedehands kleren, dansten op muziek van the Clash, Television en Patti Smith. We (her)ontdekten de bijzondere charmes van plastic en neon-licht, we dronken goedkope wijn en tequila, waren niet vies van amfetamine en marihuana. Opnieuw gaven Kerouac, Ginsberg maar ook Sartre ons het goede voorbeeld. Wat vroeger het leven in de goot werd genoemd en tegenwoordig kansarmoede, was voor ons een flitsende levensstijl.
patti-smith-by-judy-linn-7.jpg

Sommige van de mensen die er toen waren zijn Trashmen gebleven. Misschien hoorde het ook zo. Om trouw te blijven aan onszelf hadden we wellicht allemaal Trashmen moeten blijven. Maar misschien was het alleen maar een stadium op de levensweg, onderdeel van een initiatie - of toch ook weer element van een minderheidswording.

Voor mezelf was rock 'n roll (‘Lost In The Supermarket’ van The Clash en ‘She's Lost Control’ van Joy Division) een levensnoodzakelijk en zoet antidotum tegen de gewichtigheid van Husserl en Descartes, een middel om het voortdurende gevecht, dat tegelijk een ludiek spel is, met de demonen van het bewustzijn aan te kunnen.


Heel wat van de beste mensen van onze generatie liepen tegen de muur, kwamen in het gekkenhuis terecht, maakten een eind aan hun leven. (Jos D., Willy B., Renée S. om de onbekendsten te noemen.) 
Iets gelijkaardigs had Allen Ginsberg in zijn jonge jaren al moeten vaststellen ("I saw the best minds of my generation destroyed by madness, starving hysterical naked, dragging themselves through the negro streets at dawn looking for an angry fix...")

gilles-Deleuze.jpeg

Wij treurden maar waren sterker dan de dood. Ons verlangen naar een ander leven was niet uitgeschakeld. Alle decibels van de Cinderella en alle arbeidsbemiddelaars van de RVA waren niet bij machte dat verlangen uit te schakelen. Wij bleven dromen van proza en poëzie en van een ruimte waarin we konden schreeuwen en schilderen, experimenteren en ontdekken. We werkten aan het eigenzinnige tijdschrift Aurora, waaraan ik nu met trots terugdenk, we organiseerden poëziemiddagen en -avonden in het Filmhuis in de Lange Brilstraat, Paul begon zijn hardnekkige onderzoek naar vormen en kleuren. We volgden sporen van Friedrich Nietzsche, Friedrich Hölderlin, Virginia Woolf, Edmund Husserl, Gilles Deleuze, Michel Foucault, Francis Bacon, Bram Van Velde, Maurice Wyckaert en, dichter bij huis, van Leopold Flam en Annie Reniers.
Paul had in die jaren onafgebroken onzichtbare handschoenen aan. Ik weet het, ik heb ze gezien. Ik heb ook de stekelige wereld gezien, die hem niet bijster veel keuze liet.

3. P-P-PEOPLE TRY TO PUT US DOWN, TALKING BOUT MY GENERATION

Maar hoe is het allemaal begonnen? Waarschijnlijk met gestotter. Gestamel dat voortvloeide uit frustratie. In de rij staan op tochtige plaatsen die men speelpleinen noemde, smakeloze soep eten en gelaten de blaffende stemmen van meesters en opvoeders in de gehoorgangen toelaten. Ons dagelijks leven tijdens de koude oorlog van de jaren '50 en '60 was niet bepaald een pretje.

Tot plotsklaps het pistoolschot klonk waarmee ‘Like A Rolling Stone’ opende. Dylans bevestiging van de naamloze, de hoer, de zwerver, de onbekende. Personages die allemaal in onszelf sluimerden. Die elkaar tegenspraken en zich systematisch vergisten.

Op Radio London hoorden we het gestotter van ‘My Generation’. Stotteren mocht, vond Pete Townshend. Je kon anders zijn, ook al werd je in dat anders-zijn niet zomaar aanvaard.
my generation.jpg

En meteen wisten we: dit is het nieuwe leven. Dit is het nieuwe leven dat wij gaan maken. Paul De Wispelaere had het over "een eiland worden". Maar mijn vrienden en ik zouden geen eilanden worden, maar wel minderheden, we gingen ondergronds, werden "subterraneans" om een woord van Jack Kerouac te gebruiken.

Paul Rigaumont heeft het daarover in 'Anekdota VIII' als hij Aurora beschrijft als een "plaats van een minderheidswording. (...) Een verstervingsoefening die een afstandelijkheid ten overstaan van de Staat en zijn apparaten veronderstelde. Een oefening die vooral impliceerde dat wij als gezworenen zouden 'stotteren' in de talen die men ons had toegespeeld. In onze spreek- en schrijftaal, in onze denktaal, in al die talen die door instellingen worden gebruikt om individuen te onderwerpen." 'Anekdota VIII' (p.81).

Natuurlijk waren we jong in 1965 en we wisten niet dat we in een traditie stapten: die van beatniks, van dada en sommige surrealisten, van prerafaëlieten als William Morris, van allerlei opstandige/utopische bewegingen in de middeleeuwen. Dat zouden we later vernemen, toen we al volop bezig waren ons te harden, toen we filosofie studeerden, toen we in gesprekken en teksten schrijvend vaststelden dat ons verlangen naar de wereld onverzadigbaar was.

In weerwil van de traditie - met haar akelige leuze 'alles is voltooid' - volhardden we met Ernst Bloch in het 'principe van de hoop' en wilden we iets van onszelf aan de wereld schenken. Omdat we kristallen waren geworden die moesten schitteren. John Lennon - alweer John Lennon - had het daarover in 'Instant Karma', een ingenieuze tegenspraak vol wanhopige vreugde (want hoe kan karma 'instant' zijn zoals koffie ?). We waren kristallen geworden die nooit af geraken. Het soort kristallen waarvoor André Breton een lofzang schrijft in 'L'amour fou':

(Ik parafraseer) Een kunstwerk heeft geen waarde als het niet die hardheid, regelmaat en schittering van een kristal bezit. Een hardheid die onverenigbaar is met het bewuste streven naar perfectie en naar formele schoonheid. Het kristal van het verlangen krijgt spontaan vorm.

Volharding is niet hetzelfde als verstarring. Het is jong blijven, met de zintuigen in de war, de chaos aanvaarden. Jong blijven zoals Simon Vinkenoog jong is gebleven. Niet op de valse manier van mode en reclame, maar op de manier van Gombrowicz, Picasso en Beckett. Zoals mijn vriend Paul Rigaumont, de dagboekschrijver van het verlangen, het verlangende lichaam, de verlangende tekst, ook al hebben zijn zinnen soms handschoenen aan.

In zijn woorden hoor ik de echo van een wereldverlangen. In zijn woorden hoor ik tederheid en woede, systematische vergissingen, zinvolle begoochelingen. Ik zijn woorden zie ik sporen van nachten vol donkere zon, gesprekken met duivels en demonen en met engelen die weliswaar met uitsterven zijn bedreigd. In zijn woorden vind ik vertrouwen in de minderheden die wij worden. Zijn woorden maken mij nieuwsgierig naar toekomstige ontluisteringen en taalgeschitter. Zij zetten mij aan om zelf weer woorden te gaan vinden om mij vanuit de stilte stotterend tot een publiek te richten, in liefde en tegenspraak.

'Anekdota VIII' is een universum dat direct uit het hart van Paul Rigaumont komt. Wat kun je meer van een schrijver verlangen?

flam vub.jpg

 

* Dit is de tekst van een redevoering gehouden in Antwerpen op vrijdag 16 mei 1997,  naar aanleiding van Paul Rigaumonts ‘Anekdota VIII’.

Afbeeldingen: Paul Rigaumont; Thelonious Monk; William Burroughs & Jack Kerouac; Patti Smith; Gilles Deleuze; My Generation single; Leopold Flam circa 1972-73.

 

03-12-12

VERONICA SATORY (ANASTASIS)

veronicasatory.jpg
Kinderdorp Molenberg, Rekem.(Hier zat ik vier jaar opgesloten.Van 1958 tot 1962. De hel van mijn kinderjaren. Ik heb er niet een mooie herinnering aan.)

Have you ever loved the Body of a woman?
Have you ever loved the Body of a man?
Your father—where is your father?
Your mother—is she living? have you been much with her? and has she been much with you?
—Do you not see that these are exactly the same to all, in all nations and times, all over the earth??

Walt Whitman, I Sing The Body Electric


La symptomatologie est toujours affaire d’art.

Gilles Deleuze, Présentation de Sacher-Masoch

***

‘Anastatasis’ is de titel van een lange semi-autobiografische tekst die ik in 1976 schreef voor het tijdschrift voor filosofie, Aurora. Hoewel ik niet gelovig ben – onder meer over hoe ik mijn geloof verloor gaat die tekst – blijft dat woord ‘anastasis’ me fascineren. Wederopstanding, herrijzenis, nieuwe geboorte, zelfs renaissance – meer bepaald de herrijzenis van Jezus Christus. Maar ook ziek zijn en genezen.

Die tekst kan ik onmogelijk nauwkeurig en in zijn geheel herlezen. Vanwege mijn fascinatie voor surrealisten als André Breton en Francis Picabia is hij geschreven in een stijl die ‘écriture automatique’ wordt genoemd. Daarnaast is de invloed van beatschrijvers als  Jack Kerouac en William Burroughs merkbaar. Beide stijlen gaan met slordigheid, onnauwkeurigheid gepaard. In zekere zin schrijf je er maar op los. Toch zit zo’n tekst vol waardevolle vondsten en nog interessanter zijn de herinneringen die erin voorkomen. Wat waren mijn herinneringen nog levendig en helder. Mijn ideeën over ziekte, geneeskunde, farmaceutica waren merkwaardig, verontrustend en niet bepaald origineel. Ik was wat dat betreft ongetwijfeld nog sterk onder de indruk van mijn lectuur van ‘L’anti-Oedipe’ van Gilles Deleuze en Félix Guattari.

Vanwege die vondsten en duidelijke herinneringen zou ik ‘Anastasis’ heel graag uit de dood opwekken, zou ik van dode woorden weer levende willen maken. De vervuilde taal van toen keurig oppoetsen, voorzichtig, zoals je dat met oud vinyl of met breekbaar porselein en kristallen glazen doet. Zo graag dat ik er misschien ooit eens aan begin. Maar meteen volgt dan de gedachte: er gebeurt zoveel in deze tijd, laat het verleden het verleden, een wederopstanding is – voorlopig - niet nodig.

Een maar zeer gedeeltelijk schoongemaakt fragment:

“Toen kozen wij voor rock & roll. Met een gretigheid en een genoegen die we tevoren nooit hadden gekend namen we dat nieuwe geluid in ons op, eigenden het ons toe.
Ik volgde het vijfde leerjaar°. Op een dag zat ik bang en verlegen naast mijn vriendinnetje, Veronica Satory°°. Juffrouw Bakkers was even de klas uit. Wat kon ik doen? Van satori zouden we pas later horen, ook lustgevoelens herkenden we niet, mochten we niet eens kennen. Er was alleen een vreemd, intens verlangen om dicht bij elkaar te zijn. Aanrakingen waren niet nodig. Nee, we deden helemaal niets en waren, denk ik, toch heel even heel innig verenigd.
Wat een mooie naam was dat toch, Veronica Satory. Die zal ik wel nooit vergeten. Ik zal tien of elf geweest zijn, onschuldig, een hart van boter, ogen als korenbloemen… Een vlugge blik op haar perfect Grieks gelaat deed niet alleen mijn hart smelten, ik werd er helemaal week van. Haar magere benen zaten in ruwe wollen kousen, hier en daar gestopt, waar zij zich helemaal niet voor schaamde. Altijd zag ik om haar lippen het begin van een glimlach spelen.”

Daarna volgt een fragment over hoe ik me omstreeks 1962 rock & roll toe-eigende. Tot dan had ik er alleen maar met de oren van mijn zeven jaar oudere broer naar geluisterd. Naar zijn helden Elvis Presley, Gene Vincent en altijd Fats Domino. Die reuzen onder ons werden - tot ik voor het eerst the Beatles en the Rolling Stones op de radio hoorde – ook mijn helden. Daartoe moest ik me echter losweken van mijn broer. Ik moest een eigen schrijn oprichten voor die ogenschijnlijk bovennatuurlijke wezens. En ik moest leren dansen op hun wild en duivels ritme. En zo, al dansend voor mijn duivels, vond ik mezelf uit, zo was ik niet langer eenzaam, zelfs niet toen Veronica Satory al lang uit mijn leven was verdwenen.

***

°
In het Kinderdorp Molenberg in de bossen van Opgrimbie.


°°
Met een goedkope boxcamera heb ik in die dagen een foto van Veronica Satory gemaakt. Klein, zwartwit; ik zie haar nog altijd met die mysterieuze glimlach. Nergens vind ik hem terug. Zelfs vandaag, uitgeput en hoestend, heb ik er uren naar gezocht, om hem hier boven te kunnen plaatsen. Nergens vind ik de foto van Veronica Satory terug.

~~~

Oorspronkelijk gepubliceerd op 24-11-2012

20-03-09

ART BRUT VERSUS DE ROZE BALLETTEN


onlythelonely

Een week lang heb ik niet geschreven en nauwelijks gesproken. Daarover schaam ik me en voel ik me schuldig. Waarom? Ik weet het niet. Misschien omdat het lijkt alsof ik geen strijd heb geleverd tegen de leegte, en de chaos daarachter… Het kan zijn dat chaos zich op de voorgrond bevindt en de leegte erachter, als er al van een leegte sprake kan zijn. Maar ik wil het niet moeilijk maken, omdat de zon schijnt en omdat ik niet overweg kan met al wat moeilijk is, net zomin als met schuld en schaamte.

Wat heb ik de voorbije dagen dan toch uitgespookt? Interesseert het je? Over het werk dat ik doe om mijn brood te verdienen zal ik het niet hebben. Ik doe het werk – wat van me verwacht wordt doe ik zoals het hoort, maar ik doe het moeizaam, omdat ik moe ben en uitgeblust op dat gebied. Ik heb de indruk dat op het werk enkele stukken worden opgevoerd, vrij degelijke kluchten, maar altijd dezelfde, in steeds dezelfde volgorde. De acteurs doen hun best (ik ben een van hen), maar het publiek kent het repertoire door en door. Als je dan tussen dat publiek gaat zitten bestaat het gevaar dat je psychotisch wordt. Dat je niet meer weet waar je hoofd is en waar je voeten zijn. Roep je dan “brand!” en loopt iedereen de zaal uit? Of is dat in een nachtmerrie of in een werk van Kierkegaard, die twijfelaar?

Gisteren was ik ziek, misselijk, het leven beu, vooral het bedrog en het zelfbedrog. De illusies die je nodig hebt om te overleven. Ik was nog meer uitgeput dan anders, doordat ik eergisteren eerst de hele dag had gewerkt (tijdens de lunchpauze naar een boekwinkel gesneld voor een dik boek van Gilles Deleuze),  daarna gegeten in de Mirante, een goedkope Italiaan die almaar duurder wordt, en daarna met Laura, zoals ik haar noem, en vervolgens naar een extatisch concert van Animal Collective was geweest. Ik ben geen concertenrecensent. Laat ik daar dan maar best zoveel mogelijk over zwijgen. Ik vond het inderdaad extatisch, en werd er zelf extatisch van, zonder drugs, zonder iets. Zo extatisch dat ik niet eens voelde hoe moe, hoe ziek ik wel was. Animal Collective deed mij denken aan the Beach Boys in 2021, the Fleet Foxes wild tekeerd gaand in een hedendaagse Gold  Star studio en gebruik makend van alle mogelijk schuiven en knoppen. Animal Collective deed mij vooral denken aan Mercury Rev, zonder evenwel de hypnotiserende, sprookjesachtige waanzin van Jonathan Donahue. Ik vroeg aan een meisje naast me of die animale stemmen haar niet aan the Fleet Foxes deden denken. Ze had nog niet van the Fleet Foxes gehoord, terwijl ik toch haar vader had kunnen zijn. Na afloop van het concert zweefde ik rond, je zal het wel vermoeden, in een parallel universum. Toch is het echt waar dat een zeer jong meisje me zei dat ze met me wilde trouwen, terwijl haar vader en mijn Laura erbij stonden. Een mens maakt wat mee! Polygamie is niet toegestaan in België, zei ik (in het Frans). We zullen daarom naar Salt Lake City moeten verhuizen. Want twee vrouwen in mijn nabijheid vind ik wel goed, getrouwd of niet  getrouwd. Gelukkig drong ze niet aan en moesten we op tijd naar huis. Wat in Brussel niet echt moeilijk is: alles gaat dicht om middernacht, tenzij de louche zaken, waar de bekende roze balletten worden opgevoerd.

Dinsdagavond was ik met een vriendin in het Paleis voor Schone Kunsten. Een avond gewijd aan mijn geliefde schrijver Cesare Pavese. Af en toe moest ik de tranen onderdrukken. Er werden tegen een zeer expressieve achtergrond – een decor van Jan Vanriet – zeer mooie fragmenten uit het oeuvre van de Turijnse auteur voorgelezen. Een mooie vrouw als Hilde Van Mieghem in de stem horen kruipen van de melancholisch-mannelijke auteur bij uitstek is een ervaring die je niet vergeet. Het leven van Cesare Pavese is een tragisch verhaal. Maar de schoonheid van zijn melancholie, van de melancholie van zijn zinnen, maakt van de tragedie een troostend gedicht. Dank zij de geniale aanwijzingen vanuit een of andere satelliet verdwaalden we die avond in Brusselse steegjes die aan Turijn deden denken, hoewel ik daar nooit ben geweest. Weer thuis dronk ik een Orval en nodigde koortsachtig vrienden uit voor een etentje. Ik mag de eenzaamheid niet koesteren. Ik ben Cesare Pavese niet.

Gisteravond, na een hele dag geprobeerd te hebben om uit te rusten, vond ik peace of mind dank zij ‘Only the Lonely’ van Frank Sinatra. Ik had nooit voordien gehoord hoe betoverend die plaat, die stem is. ‘Willow Weep For Me’, ‘Guess I’ll Hang My Tears Out To Dry’ – en ‘One For My Baby’! Wat een songs! En daar bovenop, of eronder, nog eens de arrangementen van Nelson Riddle. Na een tweede luisterbeurt, en wat lekkere vis, was ik als genezen. Maar ik dacht aan K., een vriendin in Antwerpen die het moeilijk heeft. Het gevoel van te falen stak weer de kop op. Hoe komt het dat ik mensen die ik graag zie niet kan helpen? Ik heb alleen maar woorden, en soms blijven zelfs die in mijn strot steken.

Ik zag de film ‘Elegy’ van Isabel Coixet, een gevoelig verhaal over een oudere intellectueel die verliefd wordt op een jong meisje, een intelligente en zeer charmante studente. Een melodrama, met enige overacting, maar het grijpt je naar de keel, zeker als je daarvoor ‘Only the Lonely’ twee keer hebt beluisterd. Ik, oudere man, zou echter nooit verliefd worden op Penélope Cruz. En als ik Penélope Cruz zou zijn zou ik zeker niet verliefd worden op Ben Kingsley. Maar het leven is kort. En goed, ook deze film biedt weer de troost van de melancholie.

Deze week luisterde ik veel naar Neil Young. Ongeveer alles wat hij heeft opgenomen steekt boven de andere zogenaamde populaire muziek uit. Niemand heeft ooit op zulke intense manier uiting gegeven aan zijn emoties, kunst gemaakt van zijn emoties. Ik heb het niet over klassieke muziek en jazz. Ik heb het over primitieve kunst, art brut in zijn zuiverste vorm. Alleen muziek kan ons nog redden.

Daarnaast heb ik mij zeer geërgerd aan facebook en mij het lot van Gunther Martin aangetrokken. Maar dat is een verhaal voor morgen of de dag daarna. Een lang en zeer ontluisterend verhaal. Laat mij nog dit zeggen: ik heb vaak stilgezeten, maar ik heb niet stilgezeten. Nu zet ik opnieuw de stilte aan.

“Are you also frightened?”

 

14-03-05

FAMILY LIFE


sherman_123


Vorige zaterdag zag ik op televisie Family Life van Ken Loach. Ik was vergeten hoeveel indruk die film destijds (1971) op mij had gemaakt. Samen met de boeken van Ronald Laing, David Cooper, Gilles Deleuze) en Félix Guattari heeft Ken Loach mijn manier van leven en denken veranderd. Ik heb in die periode begrepen dat het gezin vaak een rampzalige invloed had op de kinderen, dat waanzin, schizofrenie (of wat men zo noemde), enzovoort, vaak het gevolg was van familiale omstandigheden, met name van de double bind (wat in Family Life uitstekend wordt aangegeven in de relatie moeder-dochter). De double bind-theorie is afkomstig van Gregory Bateson. Het gaat eigenlijk over paradoxale communicatie. De ouders geven een bepaalde boodschap aan hun kind, maar tegelijk beletten ze het om wat gevraagd wordt ook uit te voeren. Als het kind doet wat de ouders vragen, doet het iets verkeerd. Doet het dat niet dan doet het ook iets verkeerd. Het gevolg is dat het niets meer doet en apathisch wordt. Ronald Laing en David Cooper zijn inmiddels dood en vergeten, de anti-psychiatrie wordt afgedaan als een kortstondige trend die geen blijvende invloed heeft gehad en Ken Loach maakt saaie 'realistisch' films. That's life?

Foto: Cindy Sherman.