25-07-16

KERSEN

 

2015-11-09-brussel 052.JPG

Het is niet zo dat ik maar geen onderwerp kan vinden om over te schrijven (of om over na te denken). Als er wat dat betreft al een probleem bestaat is het dat er te veel onderwerpen zijn en dat er te veel tot nadenken stemt. Van dat laatste schrik ik wel even: kan er hoegenaamd te veel zijn om over na te denken? Als je het in zijn algemeenheid beschouwt wellicht niet, maar voor een enkeling, voor een individu is er te veel stof, te veel materiaal, er doet zich te veel voor, er zijn te veel impulsen. Op losse blaadjes, in schriftjes noteer ik allerlei invallen of observaties, ergernissen zijn het jammer genoeg ook vaak – maar wat doe ik daar mee? Het is een toenemende chaos. Toen ik veel jonger was dan nu leefde ik chaotisch maar streefde, veelal onbewust, naar orde. Ik was ervan overtuigd dat die orde er met de jaren zou komen. De orde zou het meesterwerk zijn, waar Bob Dylan over zingt in ‘When I Paint My Masterpiece’. Maar die orde is niet gekomen, en zal nu ook niet meer komen. Ik besef zelfs dat er in mijn leven (en in het algemeen) aanvankelijk veel meer orde was en nu veel meer chaos. De woestijn groeit.
Maar gisteren kocht ik kersen op de markt. Ik stelde vast dat ze als je enige inspanning doet om met smaak te eten, met concentratie, nog steeds dezelfde smaak hebben als ze in mijn kinderjaren hadden. De kersen smaken naar kersen, ze zijn lekker en sappig en zoet. Niet alles valt uiteen in onbegrijpelijke flarden. Er is samenhang in de tijd, ondanks alle ontbinding en entropie. Toch ga ik nu geen gedicht over de smaak van kersen schrijven als er zich alweer een jonge man heeft opgeblazen, dit keer in een straat in een stadje in Beieren. Dat had net zo goed gisteren op de Zuidmarkt kunnen gebeuren, waar ik die kersen heb gekocht. Gelukkig liep daar omdat het vakantie is niet al te veel volk rond. Wat dan weer invloed had op de prijs van die lekkere kersen, dat is ook een samenhang. Een samenhang van chaotische aard, dat wel: wat mij betreft zijn de wetten van het neokapitalisme helemaal geen wetten maar drukken ze de ultieme chaos uit. Datgene waar niemand nog vat op heeft.

***

Foto: Martin Pulaski, Brussel, 8 11 2015

28-12-15

ANTWERPEN (ELEGIE)

ruth orkin 1.jpg

Aan mijn tafel in de Breugelstraat zie ik wat ik niet zie.
De glans van dingen die bestaan zonder meer.
Die wij desondanks namen gaven.
Die wij in catalogi aan teloorgang onttrokken.

Ik zie mij wild kleuren verdelen onder hongerlijders.
Onder jongens en meisjes dagdromend in de wiskundeles.
Ik hoor een zwerver kreten uitstoten van liefde lust razernij.
Oerklanken die vluchtig vorm aannemen in de januarilucht.

Ik zie een geelgelakte kast in een doorleefde keuken
waar kort na haar opgang de zon naar binnen schijnt.
Een paperback van Raymond Chandler op de kleine tafel.
Een pot basilicum in een pot voor het kleine raam.

Ik zie een flamingo bij een vijver in de zoo.
Roze schaduw die hij op het nog niet bevroren water werpt.
Cinema Royal op het Astridplein voor zonsdondergang.
Een groepje Indiërs op de hoek van de Carnotstraat.

Ik zie ‘n glinsterend fietswiel draaiend in de felle namiddagzon.
Haar warmte die april aankondigt en Japanse kerselaars in bloei.
Een zwarte poes die zit te spinnen naast een vaas van Morandi.
Ik hoor een trein die de stille nacht van Zurenborg beklemtoont.

Ik zie oude mensen keuvelend in de straten op een zondag
wanneer er naar de stembus gegaan moet worden.
Hun levendige en tegelijk gelaten blikken.
Op hun tedere handen de bruine vlekken van de tijd.

Ik zie ‘n jong meisje met donkere ogen naar een neger kijken.
Een moreel woord kent zij nog niet noch een oordeel.
Een straatzanger met een trom op zijn rug met een gitaar.
Ik hoor de honderden duizenden liedjes die hij nu niet zingt.

...

Foto: Ruth Orkin

24-12-15

VREDE OP AARDE

Met Hölderlins ‘Schuilhoek van Hardt’,
de Nederlandse vertaling door Ad den Besten,
in een hoek van café ‘De twee duiven’,
m’n hoofd overvol lusteloze trots
en weinig zin in ‘er komen andere tijden’ -
maar voor morgen beloof ik je huiver.
Waar het nu windstil is, dor, verbrokkeld,
beloof ik je nieuwe liedjes, hennep, chocolade.
Nu wacht ik hier op genade, een brief,
enkele haastige woorden, een teken,
wat dan ook nu van jou zou al goud zijn,
zou deze Lazarus wekken uit z’n slaperig dal.
Want ik herinner me de lelies en de jurk
die van je afgleed, je huid bleekblauw,
neen, wit als die van Salomons bruid,
je ogen donker en dronken van lust.

Ik lees“Daar naamlijk is Ulrich gegaan”
en werp dan een blik op sombere mensen,
drink met enige tegenzin een slok bier.
Nooit is het goed hier zo alleen te zijn
met geen plan voor de toekomst, geen huis
om daar vrede op aarde te vieren.
Maar morgen neem ik je mee naar het feest,
en zing voor je, jij mijn prinses, ik je prins.


gedicht, vrede, liefde, hölderlin, eenzaamheid

Foto: Martin Pulaski, Antwerpen, 2009.

14-12-15

EEN JEUGD

gedicht,jeugd,remake,remodel,nacht,hersenschimmen,john fogerty,andrej roebljov,leonard cohen

het is halftwee, interieur
inferieur in de nacht
kort voor de slaap
jouw eeuwige broeder
waarop Anna Bloeme (denkbeeldig)
en ik liggen te wachten

stille fonteinen - in weerwil -
vaak nachten als deze
zo schoon van sterrengewichel
en zoveel schijn en schuim

nachten van schapen
blazoenen zonder smet
blauwe blues en blauwe bessen
nachten van flessen ontkurkt
hun elegante halzen reikend
naar de onbeminde Augusta
die mijn zilver verkoopt,
de man die haar kruis draagt
en haar paljaskleuren
en die haar na zo lang nog
zijn blauwe regenjas aanreikt
die wat grijnst en grinnikt
en te vroeg grijs wordt

schapen worden waterbuffels
in Neerharen in de weide
waar ik poseerde met hoed op
en postordergitaar
een jaar voor je kwam
me beklimmen bedaren
kijk mama zonder handen
zonder pedalen de brug over
naar de andere kant
vrij van symptomen en kwalen
onstuimig en luimig

lekkerbek wordt wakker
na 'n overdosis misthoornmuziek
voor de geur van spek en ei
de wekker (of belletjetrek?)
en ‘it came out of the sky’

ja wakker en helder

weer in het krakende nu
van de slakkengang
en het martelaarschap
van de verdomde dichter
met dichtgenaaide ogen
of uitgestoken door Valsaard
die hem wantrouwt
alleen al vanwege het geheim
van zijn watergroene lippen
hem in de ogen geen blik gunt
in het wakende nu

..

Foto: Hasselt, Carnaval 1968.

01-12-15

PAUL GAUGUIN

Paul_Gauguin,_Nafea_Faa_Ipoipo _1892,_oil_on_canvas,_101_x_77_cm.jpg


Paul Gauguin
zijn bastaardkleuren
van primitieve barbaar
met lange haren
van de wind over Hiva Oa
van de huid van Paou'óura
(o en het rood van haar rok).

Paul Gauguin
zijn verf is vuur
en zie je zijn ogen
schieten giftige pijlen
op advocaten militairen
kolonialen bankiers
(Van Gogh hakt
hij een oor af).

Paul Gauguin
zijn ruige schilderijen
werpen schaduwen
van bastaardkleuren
op het schitterend compromis
dat je kunst noemt.

Paul Gauguin
ondanks heden deftig respect
van selecte dames en heren
(pratend over Michelangelo
Antonioni)
toch voor altijd
een meester van het wilde
denken en dromen.

1976-2015

Paul_Gauguin-_Manao_tupapau_(The_Spirit_of_the_Dead_Keep_Watch).JPG

30-11-15

NACHT EN DAG

Ligt of zit hij op wacht voor het raam
met stil fontein zijn enige gedachte
waarna dan in de ochtend vroege vogels
en soldaten in het donkerblauw van de dood
zij die blauwe bessen eten en zingen
van honger en dorst en vernielzucht.

Altijd reikhalzen zij naar flessen
naar zilver en koper van knopen en bugels
eensgezind soldaten en dichters
als kwamen zij uit naburige gehuchten
hun halzen lelieblank of aardedonker
hun weerloos kloppende aders
hun ogen van koper en zilver en donkerblauw.

In het vaderland van zijn dromen
dat de hele dag blijft bestaan
graasden in de regengroene prairie buffels
berustend onder de aanvang van de zon
en overal boeren en buitenlui onderdanig
aan de illusie van goden die zich spiegelden
in hun nieuwe blanke wapens.

Van in het begin begonnen
over het vlakke land en de delta
en dan weer de weg omhoog als een denker
die ook altijd omlaag gaat als hij klimt
buiten adem en binnen adem
de dichter die fietsend om zich heen kijkt
naar de gewassen en zo de pedalen verliest
en toch overeind blijft
door de ziel van de buffels beschermd
een lange nacht in zijn droom zonder einde.

Tegen de avond bedaart hij
klaar voor het gekwaak in cafés
en wat rustiger in lobby’s van dure hotels
waar hij thee drinkt en Bombay
en dames zich van veel kleren ontdoen
(ontluistering van de nuchtere dag)
ja, en watergroen dat hem tempert
want op die kleur blijft hij altijd zuinig.

De laatste uren licht moedwillig traag

omdat hij dan zoals de slakken gaan moet
niet als de prairiehonden de antilopen
de schemeruren nog wat zijn element
voor de nacht vol vrees en beven
en geprevel van schietgebeden
nog zo’n kunst van dichters en soldaten
met slijm in de keel
bloedsporen wég huilend
hun tranen broodkruimels
om in het holst van de nacht
de holle weg naar huis terug te vinden
dezelfde nacht waarin hij grasduint
en zingt deze ballade tot het schuim
hem op de lippen staat
en onverschrokken je water breekt.


Brussel, 30-11-2015

 

 

09-10-15

ONTWERP VOOR EEN DOGMA-GEDICHT, MET HET AANWEZIGE LICHT

ontwerp, gedicht, dogma, aanwezig licht, juliette lewis


Pisgeur, gebroken witte straathonden,
straat verlaten vanwege verzengende zon,
jukebox met twee wat oudere hoeren -
vaal ondanks veel lipstick en make-up,
de stem van Juliette Lewis
of van een andere would-be actrice en would-be zangeres,
James Ellroys pulp staccato zwart op wit,
nietszeggende avonturen in Laredo,
goedkope drugs en tequila,
een onvervuld verlangen naar vrouwen,
ja, een onvervuld verlangen naar vrouwen,
blond en met kleine tieten, harde tepels.
Meer niet.

 

29 12 2002

...

Foto: Anicée Alvina in 'Glissements progressifs du plaisir', Alain Robbe-Grillet, 1974

24-03-14

VERZEN VOOR ALEXANDER SPENCE

alex spence2.jpg

Zijn stem van begane lijdensweg vergalde de dag en maakte nachten onzinnig.
Je dwaze en extatische nachten, donkerblauwe lelies in het licht van de maan
Door het raam en de herinnering aan je veel zachtere ogen in een kleine spiegel
Van je moeder, je handen klein en kwetsbaar als vlinders, als kolibries.

Zijn schaarse woorden zo verschillend van zijn naam, Alexander; dwarse koning
Nooit op weg geweest om wat dan ook te veroveren of te stichten in deze wereld
Noch in een andere, ook al zocht hij daar naar jou maar vond je overal nergens.
Zoekend wankelde hij bij de rivier, zijn droom een zware last om te torsen.

Hij is anders dan jij: hij heeft de rand van de afgrond bereikt en kan niet verder.
Wat hij zingt is wanhoop die gevleugeld is om niet meteen neer te storten,
Maar om eerst nog wat harten te breken en pijn te stillen van hen die gedoemd zijn
Alles te willen zien schitteren terwijl het toch zo grauw en dof is, zo tekort schiet.
...

Foto: Moby Grape. Alexander 'Skip' Spence links op de foto.

17-01-14

HER EYES ARE A BLUE MILLION MILES ii

Trout-Mask-Replica.jpg

Voor Captain Beefheart / Don Van Vliet

Uit haar ogen van algebra en zandkorrels raak je nooit weg.
Je gaat nergens heen, niet naar de bergen, niet naar het strand.
Een platenspeler onder het stof, vinylgroeven ondergesneeuwd:
Het anderwereldse gekraak van Clear Spot over haar ogen
Die je niet mogen zien in hun roodomrand verschiet – het dal
van Belladonna, waar ze je verliet. Genade van radbraken komt
niet ongelegen in een tijd van kommer en klacht. Een regen
van kwellingen, gesels. En wat mooi bovendien het magenta
van geheugenverlies onder grootmoeders paraplu in de lente!

Ken je de weg naar zijn paarden, zijn ezels, zijn kippen gefokt
Alsof het allemaal niets is, na een zo luidruchtig ‘Drop Out’
En veel voornamere vloeken, verwensingen, heiligverklaringen –
Op nochtans dagen als andere, brandende zon, kille regen
En zo tussendoor een ezelsoor of een kus op haar lippen geboekt
In het grote handelsregister van schijn en wezen en wartaal?
Onder andere letters en cijfers: daar blijf je, volhard je, daar
Ben je tussen elke hoefslag, seconde, genadeslag onvindbaar
Als schaduwen in Plato’s grot - die nooit een wens uitspraken.

...

Afbeelding van 'Trout Mask Replica', een van de meesterwerken van Captain Beefheart & His Magic Band. 'Her Eyes Are A Blue Million Miles' vind je terug op 'Clear Spot', verschenen in 1972.

18-11-13

JE HUID

gedicht,1977,2013,18 november 2013,huid,lichaam,nu


Je huid trilt en schittert als de zilverwilg.

Berglucht omhult je voeten, je kuiten, je heupen,
je borsten, je hals, als je je neervlijt in het gras,
verzadigd, weggerukt uit de tijd van deze vlakte,
onkwetsbaar en hoog in je hunkerend nu.


...

Afbeelding: Henri Matisse

10-07-13

TRAGE ESCAPADE

Sap van appels zijn je oude woorden

als de appels in de boom van je buren

rijp voor de oogst in opgespaarde zomer,

ongeplukt, geur en smaak in de lucht

als huid van onbegrepen vrouwen.

Na zonnige Europese doem in oktober

rotten ze op steeds te weinig bezongen gras,

elke zondag zo zorgvuldig gemaaid.

 

Aan David Lynch denk je,  als een havik,

zijn trage escapade, een laat weerzien

met broer: wat woorden over vader,

moeder, stoppen met roken, dit en dat.

Omdat ver verwant wat familie volhardt.

 

Je ziet een gedicht: maak ik terzines,

binnenrijm, tel ik afgunstig voeten

als waren het Dante's of van m'n zestien?

 

Wat essentie beweert men zou blijven,

niet van appels, van vrouwen niet. Nee,

van duidelijke woorden. Essentie

van de essentie, mocht het toch lukken:

op goede voet te staan als gewervelde

met het vruchtbare sap van de wereld.

Dan blijven die kleine druppels nog even

tegen slecht spijsverteren, bloedbaden,

tegen schrik en beven, tegen vergeten.


Een eerdere versie van dit gedicht verscheen onder de titel 'Het vruchtbare sap van de wereld'.

16-06-13

WIE WENN AM FEIERTAGE... (FLASHBACK)

jos+matti.jpg

Jos D. & Martin Pulaski, Antwerpen, circa 1982.

De vertaling van Wie wenn am Feiertage waaraan ik ben begonnen op 12 februari 1976, gisteren (voorlopig) beëindigd. Een immens gewicht viel me van de schouders. In mijn hoofd hield het bliksemen op. Ik was uitgeput en tevreden. Poëzie van Hölderlin vertalen is gevaarlijk, dat weet ik nu met zekerheid. Overigens twijfel ik nog steeds aan de ‘juistheid’ van mijn vertaling. En toch ben ik blij.

Maar 't is ook allemaal werk voor niets geweest: want nu ligt het gedicht hier, twee vellen papier met wat letters erop, in een fletsblauwe map gestopt. Geen mens die 't ooit nog zal lezen, vermoed ik.

De voorbije nacht lag ik weer aan mijn Boek te denken. Nu overwoog ik de mogelijkheid om bepaalde ideeën (betreffende het Boek) visueel uit te werken  en tentoon te stellen. Maar ik heb er geen idee van op welke manier en waar.

"Fragmenten uit een Boek dat alles bevat": dat zou een geschikte titel zijn.  De fragmenten zouden kunnen zijn: teksten, foto's, knipsels, woorden, tekeningen, et cetera. 

Zo ben ik dan in slaap gevallen. Vervolgens toonde ik in een droom iemand een drietal bijzonder mooie tekeningen van mijn hand. Jammer genoeg kan ik in werkelijkheid niet tekenen.

... 

Mijn vriend J. is even op bezoek geweest.  Ik voelde me niet zo lekker. Weer die pijn in de borst en ademnood. Desondanks samen ook gezongen (‘Songs of Innocence’ van William Blake) en  Southern Comfort gedronken.

...

Donderdag 28 december 1978

(In die dagen was het alle dagen feest, gewicht of geen gewicht - van de wereld en de woorden. Er was een heilige geest in ons, een geest die alles met alles verbond, een geest die al lang een schim is geworden, een woeste en verwoestende afwezigheid.)

27-05-13

VERLOREN

2013-05-SICILIE-panasonic 039.JPG

Foto: Martin Pulaski, Siracusa, 12 mei 2013.

Vorige nacht viel mijn oog op een beker van zilver en goud waaruit eeuwen geleden, toen wij nog in mysteriën geloofden, het bloed van Christus werd gedronken. In het zilver stonden de sierlijke woorden ingegrift van een gedicht dat ik in werkelijkheid niet eens zou durven schrijven: overmoed en hybris zijn me vreemd. Ik denk er zelfs niet aan me te wagen aan een schepping die grootser en dieper is dan wat zich in mijn geest manifesteert. Het waren woorden van een hymne, van een gezang van Orpheus of van zijn broer Linus. Maar ik herkende ze als die van mij. De enkele regels die ik las openden vruchtbare landschappen, velden, boomgaarden, riepen schitterende steden op, straten, pleinen waar feest werd gevierd; oude en nog niet bestaande culturen kwamen in bonte schakeringen tevoorschijn. 


Een grote vreugde maakte zich van me meester, maar niet voor lang. De sacrale beker was zoek geraakt in een hooimijt. Een jongen, misschien mijn zoon, ging er koortsachtig naar op zoek, vergeefs. De vreugde sloeg om in diep verdriet. Het leek of ik mijn geliefde was verloren, de enige voor wie ik leefde.

Later, terwijl ik in Arco Rosso een glas Ben Ryé zat te drinken schoot een fragment van het verloren gedicht me weer te binnen. Dat dacht ik althans. Maar kon het zo’n banale onzin zijn geweest? Neen, onmogelijk, zulke regels konden niet op die zo volmaakte beker hebben gestaan. Tot op dat ogenblik had ik me nog jong gevoeld, voldoende sterk, het vuur van de kunstenaar brandend in mij. Nu veranderde ik in een oude man, nutteloos en zonder verhaal, verlaten door de vreselijke muze, zoals zo vaak in een kunstenaarsleven gebeurt. Ik wist met grote zekerheid dat ze niet terug zou keren en dat geen andere vrouw haar plaats in zou nemen. Mijn tijd was gekomen, mijn woorden uitgeleefd, opgebruikt. Nu was het uur aangebroken om alle landen, steden, vrouwen te vergeten. In jou, in wie dat alles en veel meer aanwezig was geweest.

27-02-13

HET NARRENSCHIP

Narrenschip.jpg

Van het ene land naar het andere varen wij, zoeken in elke havenstad niemand weet wat.
Reizen ons te pletter met vriend en vijand om iets te vinden dat het vinden waard is maar vinden niets.
In welke stad zullen wij ons vestigen, in welk huis in welke straat?
Wij vinden straat noch laan waar wordt gelachen en gedanst op felle rock & roll.
Alles lijkt onbewoond verklaard: gevels zwart als lava, geblinde ramen, geen levende ziel te zien.
Dan maar weer naar andere oorden vertrekken, naar ergens ver weg, naar veel verder.
Tot aan het einde van de wereld waar toch dezelfde vervloekte wereld herbegint.
Tussen dag en nacht geen verschil in onze dorre harten, gepijnigd, vol van smart.
Wind en regen om ons heen en sneeuwstorm en hagel en geselende zon op de dunne huid.
In de ogen van allen die wij aantreffen doffe ellende, ontbering, domme berusting.
Wij varen maar in het rond, verliezen ons gezond verstand, kennen niet eens de naam van ons schip. Nee, wij kennen niet eens de naam van dit schip.


___


Inspiratie:

Narrenschiff, Sebastian Brant (1494).

11-02-13

HER EYES ARE A BLUE MILLION MILES ET CETERA

Haar ogen van algebra en van zandkorrels wijzen geen weg.
Je gaat nergens heen, niet naar de bergen, niet naar het strand.
Een stereo-installatie onder het stof, versleten naald:
Het anderwereldse gekraak van Clear Spot over haar ogen
Die je niet mogen zien in hun roodomrand verschiet, in valleien
Daar in het blauw waar ze je verliet. De genade van het radbraken
niet ongelegen in een emmervol kommer en kwal. Een regen
van kwellingen, gesels. En wat mooi toch de regenboog
van het geheugenverlies onder grootmoeders paraplu in de lente.

Ken je de weg naar zijn paarden, zijn ezels, zijn kippen gefokt
Alsof het allemaal niets is, na een zo luidruchtig ‘Drop Out’
En veel voornamere vloeken, verwensingen, heiligverklaringen –
Op nochtans dagen als andere, brandende zon, kille regen
En zo tussendoor een ezelsoor of een kus op haar lippen geboekt
In het grote handelsregister van schijn en wezen en wartaal?
Onder andere letters en cijfers: daar blijf je, volhard je,
Daar ben je tussen elke hoefslag, seconde, genadeslag onvindbaar
Als de schaduwen in Plato's grot - die nooit 'n mens weerspiegelen.

17-01-13

AAN EEN SLECHT DOEL VERSPILD

Hij hield geen rekening met zijn dichter.
Gaf je het hele hart, rode zonsondergang,
Gaf je handen van vuur, bezong zijn onmin,
Reisde je naar eindstations in herfstzon achterna,
Volgde bleke voetsporen in je bleke sneeuw.

Voor altijd weg.

Maar hoe het nu bonkt, motor in een machinekamer.
Z’n huis waar luid ‘Out Of Focus’ tegen de wanden spat.
(Hoe kan muziek zo wellustig kronkelen?)
Maar hoe het nu bonkt in zijn lichaam.
Hoe het nu struikelt over zichzelf, over zijn naam.

Oude rivieren woest in zijn herinneringen
En aan jou die ik nu ben, blijf zijn, ouder bestaan.
Niets anders bleef, blijft,  dan dat ritme.
In z’n rode kamers, een twee drie, opnieuw.
Alle andere organen aan een slecht doel verspild.

23-07-12

EEN BLIK IN DE OGEN VAN PAUL AUSTER

 

paul-auster.jpg

Wat eerst opvalt zijn je ogen, nachtelijk, tweeslachtig, niets goeds voorspellend en volop nog in donker verleden maar fonkelend van overvolheid, vooral van ongehoorde woorden, als een gunstige spelling van het Lot. Toevallig is het dat wat in je boeken gebeurt. Armoede, verlies, verdwijnen in droomstraten, opgesloten zitten in sobere kamers, met uitzicht op niets dan wat namen van vijanden en zielsverwanten.


De uitdrukking voorbedachten rade legt een nieuwe laag over rijp beraad. In je verbeelding is altijd mededogen aan het werk.


Wat je ziet: een boom in je tuin, in Brooklyn de wereld, in de handen van een honkbalspeler een kosmos, in je vrouw alle oude en nieuwe verhalen over halve liefde, hele liefde, zorgzaamheid, sterrenstelsels.


Uit je oude machine haal je mysterieuze juwelen - veelkleurige duiven komen uit je hoge hoed, mensen zonder verhaal, met de rug tegen de muur. Zolang boven water tot Lulu’s brug het begeeft. En dan begin je opnieuw, met je donkere ogen elke dag wat lichter.


...

(Over je rooksignalen hebben we het later wel eens.)

 

19-06-12

ROUW EN HUWELIJK

 Voor Richard Hawley

duanemichals01Thisphotograph ismyproof1974.jpg
Duane Michals - This Photograph Is My Proof, 1974
 

Wat zeg je over de geur van onze lelies, zei ze.
Een code van berouw, zei hij
Jij warhoofd vol kronkels, zei ze.
Het is maar een lied, zei hij.
Dat hoor ik, zei ze, maar een droef lied.
De stem van de wereld, zei hij.
Ondergangsstemming, dat is wat het is, zei ze.
Als nu de zon nog zou schijnen, zei hij.
Ja, zei ze, lang genoeg rouwkleren gedragen.
Rouw is altijd wel stijlvol, zei hij.
Rouw en huwelijk, zei ze.

21-05-12

MIDNIGHT COWBOY

 

MIDNIGHT.jpg

Midnight Cowboy - John Schlesinger. Met Dustin Hoffman en Jon Voight.

Macadam, zo werd de Midnight Cowboy genoemd.
De jonge man die zich aan oudere vrouwen zou verkopen.
In de bruisende stad Brussel was dat zijn naam.
Midnight Cowboy, Macadam.

Leg jij dan maar het verband tussen nacht, asfalt en cowboys.
Of noem het beton.
Zo vaak je blik rust op dat materiaal.
Maar zie je het?
Weet je wat het is? 
Een laag beton over koude aarde.

Bijna niets voor jou.
Niets om over naar thuis te schrijven.
Tot je een ogenblik je blik scherp stelt.
Aan het denken slaat.

Wat een gedoe op die harde grond.
Voetsporen, speeksel, sperma, bloed.
Een hele beschaving is er gepasseerd.
Dagen, nachten stapten daar avonturiers.
Vagebonden van het alles en niets.
Moedeloos of overmoedig gingen ze over de lijn.
Want waar een grens als alles glanst?

Nee, op lijnen kon je niet rekenen.
Grenzen brachten je niet nader.
Op water dan?
Op hitte?
Op vogelgezang?

Wat was er opeens zo raadselachtig aan steen?
Fabriekssteen.
Je wist het niet.
Er waren alleen magere woorden voor.
Zo moest je dan Indiaan worden, met je hoofd op de grond.
Zo kon je misschien nog een spoor horen.
Van Macadam, nacht, nuchtere cowboys.

10-03-12

THUISKOMST

"Mes amis, je veux qu'elle soit reine!" 
Arthur Rimbaud.



Herinner je in dichte mist het lied dat je voor hen zong.

Valse mannen die vriendschap met je wilden sluiten,

alsof je een veroverbare sirene was.  Die op een veilige boot

alleen maar hun ogen opensperden, hun zwarte voeten zwaar

van het bloed op het dek dat glinsterde in mediterrane zon.

 

Hoe jij je lippen sloot om het mondstuk van ‘n trompet,

met wat gevaarlijke funk hun solide dromen vermorzelde,

de noten op je zang rubberen kogels, scherp ijs, vlammen.

Sterk en toch zwak zag je O. in zijn droom tekeergaan

tegen die kudde zielige jagers, hun opgewonden tekort.

 

Op een winderige dag kwam hij je vinden. Vuil tussen de

tenen, z’n haren schaars, wild van eindeloos ontberen.

Ouderwets knielde hij voor je neer als een afstammeling

van aardige apen. Zo lang was er geen vermaak mogelijk

geweest, maar nu was de tijd rijp: je omhelsde hem weer.

 

Je was zijn koningin, hij je koning, je zei: “Take all of me…”


***

Bronnen: Odyssee (Homerus), Ulysses (James Joyce), Strangle Me With You Love (Defunkt), Royauté (Arthur Rimbaud), “Heroes” (David Bowie), Home At Last (Steely Dan), All Of Me (Billie Holiday), The Greek Myths (Robert Graves).