16-07-16

EEN MIDDAG IN CADIZ

2016-05-Andalusië-Canon-Totaal 054.JPG

Een middag en avond met A. en mijn vrienden Maria Jesus (Menchu), Carmen, Harvey en Juan. Menchu is een en al liefde, caritas, passie, ze is voor mij al sinds 1999 de ziel van Cadiz. Na zeventien jaar nog steeds dezelfde fonkelende ogen.
Zoveel woorden aan politiek verspild. Menchu, Carmen en A. houden zich wat dat betreft enigszins afzijdig. Vooral de mannen voeren het woord. De blijvende corruptie in Spanje… Maar is corruptie niet van alle tijden en woekert ze niet in de harten van miljoenen mensen? Maakt ze niet telkens weer hele samenlevingen kapot? Corruptie en afgunst, de twee grote kwalen. In Cadiz is Podemos aan de macht gekomen. Mijn vrienden vragen zich af of er nu iets veranderen zal. De Panama Papers geven aanleiding tot veel achterdocht en zelfs paranoia. Mijn vrienden zijn al bij al pessimistisch: de grote massa blijft voor de Partido Popular stemmen, zeggen ze.
Ik verneem dat er weinig moslims in Andalusië leven. Degenen die hier destijds zijn aangekomen – ik heb ooit een groot schip vol Afrikaanse vluchtelingen in Algeciras zien binnenvaren - zijn naar andere streken vertrokken, vooral naar Duitsland, België, Nederland. Nogal wat meisjes en jonge vrouwen belanden in de prostitutie in Madrid en Barcelona. Ik hoor de onuitgesproken vraag of West-Europa zoals Spanje in 711 veroverd zal worden door de Arabieren? Zo’n vaart zal het niet lopen, maar we kunnen de toekomst niet voorspellen. Ik heb geen problemen met moslims, zeg ik. (Dat lijkt bijna een racistische uitspraak. Als je geen problemen met de moslims hebt hoeft dat ook niet verwoord te worden. Maar we praten Engels en Spaans ‘zonder moeite’, dan druk je je niet bepaald subtiel uit.)
2016-05-Andalusië-Canon-Totaal 225.JPG

Harvey, een Canadees die al tientallen jaren in Spanje woont, was in 1973 in onze hoofdstad. Je zou de stad niet herkennen, zeg ik. Zelf ben ik in Brussel in de herfst van 1969 aangekomen. Een groot dorp was het hier, of zo leek het toch. Hoewel de stad nog steeds, zoals in de tijd van Lautréamont, Baudelaire en Marx, een internationaal subversief bolwerk was: ik herinner me Living Theatre, Mothers Of Invention, Free Press Book Shop, et cetera. Harvey herinnert zich dan weer dat de Brusselse Vlamingen gastvrij en open van geest waren.
Juan en Menchu hebben weinig mogelijkheden om te reizen. Ze gaan graag naar Marokko, houden van de lekkere maghrebijnse keuken. Essaouira is hun droombestemming. Maar ze zijn ook trots op hun Andalucia, en in het bijzonder op Granada, die parel aan de Andalusische kroon. Menchu is met ziekteverlof geweest, een depressie door omstandigheden op het werk. Haar baas is een fundamentalistische katholiek. Ja, die bestaan ook. Ik kom niet te weten wat Juan doet. Hij is intelligent en spreekt veel beter Engels zonder moeite dan ik. Carmen, uit Barcelona afkomstig, schildert. Ze is vol lof over Rafael Alberti uit Malaga. Ik herinner me dat ik ooit een boekje van hem las, ‘De 8 namen van Picasso’, maar dat krijg ik moeilijk uitgelegd. Rafael Alberti was een goede vriend van Picasso, hoewel hij twintig jaar jonger was dan de grootmeester van het kubisme. En dan bestellen we nog een rondje en lachen nog wat en worden wat melancholisch. Inmiddels is het donker geworden. We werpen ongemakkelijke blikken op de openstaande deur en denken aan de wegen die elk van ons in eenzaamheid zal moeten begaan, aan de vragen waarop niemand van ons een antwoord zal vinden.

2016-05-Andalusië-Canon-Totaal 218.JPG

...

Foto's: Martin Pulaski, Cadiz, april 2016

01-03-16

HOOGSTE TIJD

heartworn2.jpg

Gisteren zag ik toevallig enkele fragmenten uit de film ‘Heartworn Highways’ van James Szalapski over de Outlaw Country-beweging in Texas en Tennessee. De documentaire werd pas in 1981 uitgebracht, maar de opnames werden al in de periode 1975-1976 gemaakt. In die tijd waren de protagonisten van ‘Heartworn Highways’, onder meer Townes Van Zandt, Rodney Crowell, Guy Clark en Steve Earle, nog onbekend. Steve Earle was pas twintig, zijn eerste volwaardige elpee, ‘Guitar Town’, zou pas in 1986 uitkomen. Van de drie of vier geziene uittreksels werd ik vrolijk en triest tegelijk. Een soort van opgetogen weemoed overviel me.
James Szalapski filmt in 1975 een uitgelaten ‘kerstfeestje’ ten huize van Guy Clark en zijn vrouw Susanna. Aanwezig zijn, naast de gastheer en -vrouw, Steve Earle, Rodney Crowell, Steve Young, Jim McGuire en enkele anderen. Hoewel alle gasten stevig gedronken hebben (en andere middelen gebruikt) zijn ze nog goed bij stem en bespelen ze hun gitaren en dobro’s met verve. Hoogtepunten zijn Steve Earle’s ‘Mercenary Song’, Guy Clark’s ‘Country Morning Music’ en ‘Stay a Litte Longer’, een duet van Steve Earle met Rodney Crowell. Het is duidelijk dat voor deze muzikanten het verleden en de toekomst niet bestaan: iedereen is in het nu. Wat niet zo ongewoon is bij dronkenschap en euforie, maar meestal bestaan er geen behoorlijke beelden – met klankband – van zo’n ‘nu’. Die euforie werkte bij mij aanstekelijk, maar zoals gezegd werd ik er ook triest van, waarschijnlijk omdat ik me niet in het ‘nu’ bevond maar in het ‘gisteren’, vier decennia geleden.

Waar was ik zelf op die kerstavond in 1975 en wat deed ik daar? Mijn herinneringen zijn grotendeels vervaagd. Ligt het aan een slecht werkend geheugen of aan de wil om te vergeten? In die tijd maakte ik vrijwillig géén foto’s: ik dacht dat ik over een fotografisch geheugen beschikte en me later nog alles zou herinneren. Ten minste, ik meen me te herinneren dat ik dat dacht.
Dit zijn enkele feiten. Ik was nog maar pas afgestudeerd, werkte bij boekhandel Corman in Brussel, woonde met A. in de Waterkrachtstraat in Sint-Joost, was arm en redelijk gelukkig. Als ik niet in de winkel stond schreef ik experimentele teksten en gedichten, vrijde uitbundig maar niet losbandig, ontmoette vrienden, dronk Jim Beam en Jack Daniels en rookte af en toe een joint (zoals de muzikanten in ‘Heartworn Highways’) en leefde, daar ben ik bijna zeker van, helemaal in het nu.
Mouchette5.jpg

Waaraan ik, naast seks en schrijven, het meeste plezier beleefde was film. We gingen twee, drie keer per week naar het Filmmuseum, nu officieel Cinematek, een benaming die ik weiger te gebruiken. Daar zagen we films die me in veel gevallen beter zijn bijgebleven dan de details uit mijn eigen leven. Een daarvan was ‘Mouchette’ uit 1967. Gisteren zag ik Robert Bresson’s meesterwerk opnieuw.
Wat vind ik het moeilijk om met redelijke argumenten aan te tonen dat het om een hoogtepunt uit de filmgeschiedenis gaat. Om het even welk adjectief is te schamel, te nietszeggend. Zelfs onredelijke argumenten hebben geen zin. Uitroepen, beledigingen, vloeken, gebral, gejubel… Net zomin als gelovigen kunnen bewijzen dat god bestaat kan ik aantonen dat ‘Mouchette’ beter is dan om het even welk ander meesterwerk - in om het even welke discipline. ‘Mouchette’ maakt je sprakeloos, brengt je op het randje van het catatonische. De film verandert je leven. Of stelt op zijn minst de vraag of het niet de hoogste tijd is om je leven te veranderen.

Van kerstavond, - nacht en –dag 1975 herinner ik me vandaag niets. Was er een feestje bij iemand, hadden we zelf iets georganiseerd? Wie zal het zeggen.
mouchette3.jpg
Afbeeldingen: Guy & Susanna Clark; Mouchette (Nadine Nortier).

 

23-10-15

TWO-LANE BLACKTOP

twolaneblacktop1.jpeg

twolaneblacktop3.jpeg

twolaneblacktop2.jpeg

twolaneblacktop4.jpeg

Ik zag nog een keer ‘Two-Lane Blacktop’, de Americana classic van de ondergewaardeerde regisseur Monte Hellman. Je zou de film een ‘Easy Rider’ met auto’s kunnen noemen, maar hij is minder aangetast door de tijd dan de film van Dennis Hopper en Peter Fonda. De lyrische cinematografie van László Kovács overtreffen was waarschijnlijk een onbegonnen zaak. Daar heeft Jack Deerson, de cameraman van ‘Two-Lane Blacktop’ zich dan ook niet aan gewaagd. Wat hij, in dienst van Monte Hellman, heeft gemaakt zijn sterke fotografische beelden, beelden die op zichzelf kunnen staan, los van het verhaal of de actie. Terwijl je de film bekijkt krijg je vaak zin om het beeld stop te zetten. Dat is ook niet bijzonder moeilijk: de film is postmodernistisch, er is geen verhaal, geen ontknoping, er is bitter weinig. Je ziet beelden van auto’s, pompstations, snackbars, mensen op de dool, verlaten snelwegen. Het zouden foto’s kunnen zijn van Robert Frank en William Eggleston.

‘Two-Lane Blacktop’ zit niet overvol muziek, maar wat je hoort lijkt bijna voor de film geschreven: Stealin’ uitgevoerd door Arlo Guthrie, Moonlight Drive van the Doors, en Me & Bobbie McGee van Kris Kristofferson. Daarnaast hoor je de genadeloze muziek van opgefokte motoren en de schaarse, minimalistische dialogen van Warren Oates, James Tayler, Dennis Wilson en Laurie Bird.

Warren Oates heeft nooit in een middelmatige film gespeeld en James Taylor en Dennis Wilson zijn bijzonder geschikt voor de rollen die ze spelen. Een rol spelen? Beide muzikanten zijn wie ze zijn: mooie jonge mannen die overhoop liggen met zichzelf en met de wereld rondom hen. Op de vlucht voor hun verleden, hun achtergrond, hun familie, de hel van de Amerikaanse middenklasse. Maar een uitweg schijnt er niet te zijn. Op het einde zie je de filmbeelden brand vatten.

08-08-15

EEN KLEINE EICHMANN

stratego.jpg

Enkele dagen geleden voelde ik me opeens een kleine Eichmann. Sinds juni 2005 heb ik een account bij Flickr, een populair sociaal netwerk voor voornamelijk amateurfotografen dat enkele jaren geleden leek te zullen verdwijnen, vooral na de opkomst van Facebook, maar nu bezig is de schade in te halen. Aanvankelijk was Flickr ook zeer geschikt voor geschreven communicatie, wel altijd met als uitgangspunt bepaalde foto’s, maar de dialoog kon alle richtingen uitgaan. Op die manier heb ik enkele vrienden gemaakt, die ik ook in het echte leven heb ontmoet. Dat aspect van Flickr is zo goed als verdwenen.

Na al die jaren had ik honderden contacten, mensen die ik volgde of vice versa. Van velen had ik geen idee wie ze waren, vaak had ik er al jaren niets meer van gehoord. Onder meer omdat sommige van de ‘followers’ – ik noem ze graag volgelingen – een schaduwbestaan lijken te lijden. Ze hebben niet echt een profiel, ze posten zelf geen foto’s, vaak zijn ze enkel geïnteresseerd in erotische foto’s of in porno. Dat zie ik als ik naar hun zogenaamde favorieten ga kijken: bijna niets dan vunzigheid. Die laatste categorie, die van de perverten, lijkt me evenwel een kleine minderheid van de Flickr-gebruikers. Toch besloot ik om in mijn contacten te gaan snoeien. Ik begon met iedereen die de voorbije zesendertig maanden geen foto’s had gepost te schrappen. Dat leek me zeer tolerant. Je bent toch op flickr om beelden met de wereld, met de anderen te delen? Na het lezen van enkele namen of pseudoniemen van mensen die ik tien jaar geleden bijna als vrienden was gaan beschouwen (flickr was toen nog vrij klein, het leek of iedereen iedereen kende), kwamen herinneringen naar boven. Aan foto’s, aan wat ik me over de levens van de mensen die ze hadden gemaakt had voorgesteld. Een soort van ingebeelde of verzonnen herinneringen. In je verbeelding creëer je op basis van enkele gegevens het leven van de anderen. Doordat die herinneringen, vrij schaars weliswaar, naar boven kwamen veranderden de contacten in échte mensen, waarvan ik in sommige gevallen gedacht had dat ik ze redelijk goed had gekend. Dat was natuurlijk niet voor iedereen zo. Heel veel namen en pseudoniemen zeiden me niets, ook al omdat ze me waarschijnlijk nooit iets hadden gezegd. Maar na het schrappen van een honderdtal contacten – voor degenen die ik echt goed had gekend maakte ik een uitzondering, zelfs al hadden ze zes jaar niets meer gepost – hield ik het voor bekeken.

Met wat was ik bezig? Wat was er gebeurd met de fotografen die wel nog een account hadden maar zwegen? Ik vermoedde dat een deel van hen was getrouwd en nu hard moest werken en voor de kinderen zorgen. Het huis afbetalen, de auto. Geen tijd meer voor foto’s, zeker niet die van anderen, van vreemden. Voor anderen was de fotografie een vluchtig tijdverdrijf geweest, ze hadden zich nu toegelegd op tekenen of tuinieren of op de studie van het Sanskriet. Een enkeling was blind geworden na een auto-ongeval. Sommigen waren aan aids ten prooi gevallen, of aan kanker. Ja, de dood gooit overal roet in het eten. Mij heeft hij in de zomer van 2011 ook bijna te grazen genomen. Nu vier jaar geleden lag ik al bijna twee maanden in het ziekenhuis, gelukkig met het vooruitzicht van een bijna volledig herstel.

Ja, met wat was ik bezig? Hoe kunnen wij ons soms zo onbezonnen, zo onnadenkend zijn, ons zo onverantwoordelijk gedragen? Ik kreeg het gevoel dat ik bezig was mensen vanop een afstand, via mijn laptop, fysiek uit te schakelen. Een kleine Eichmann. Ik hield er meteen mee op. Maar de honderd of zo contacten die ik al verwijderd had zijn definitief weg. Nooit zal ik weten wat met de mensen achter die verdwenen namen is gebeurd.
communie1.jpg

...

Foto's: uit de reeks 'Autobiografie'. Fotografen onbekend. Boven: Jean-Pierre en ik spelen Stratego, Neerharen, 1965. Onder: Plechtige Communie, Tournebride, 1962.

 

12-05-15

DRIE KLEUREN: ROOD

LEmpire-des-sens.jpg

LEMPIRE-DES-SENS-01.jpg

08.jpg

Rood van bloed. Rood van vuur. Rood van adem. Rood van de apocalyps. Rood van liefde en seks. Rood van vlees. Rood van steden. Rood van oorlog. Rood van passie. Verzengend rood.  Afschuwelijk rood. Magnifiek rood. Rood van de hemel. Rood van de bergen. Rood van de mijnen.

Onontgonnen rood. Jouw rood. Mijn rood.  Onbegonnen rood. Morgenrood. Avondrood.
...

Het woord rood, een leeg omhulsel, een nietszeggend beeld, een eindeloze metafoor. Het rood van ‘Rode Psalm’, van ‘La Chinoise’, van ‘Trois couleurs: rouge’, van ‘Het rijk der zinnen’, van ‘Le rouge et le noir’.
...

"La Chinoise is een film over rood als de kleur van het denken."
De fabel van de cinema, Jacques Rancière, 2001.

...

Beelden: Nagisa Oshima; Martin Pulaski.

19-02-15

DUANE MICHALS

duane michals grandpa goes to heaven.jpg

duane michals letter-from-my-father-web.jpg


"Photographers tend not to photograph what they can't see, which is the very reason one should try to attempt it. Otherwise we're going to go on forever just photographing more faces and more rooms and more places. Photography has to transcend description. It has to go beyond description to bring insight into the subject, or reveal the subject, not as it looks, but how does it feel?"

 "I don't trust reality. So all of the writing on and painting on the photographs is born out of the frustration to express what you do not see."

Duane Michals

...

Duane Michals, 
Grandpa Goes to Heaven, 1989; A Letter from My Father, 1960/1975.

 

16-02-15

LIEFDE IN BARRE LANDEN

sandro_Botticelli.jpg

Nog zwak en uitgeput van de voorbije griepweken zag ik op televisie de film ‘Groenland’ van Thomas Kaan, over onmogelijke liefde, jaloezie, obsessie. Was het dan toch Valentijn geworden? Een fotograaf, Belg in Amsterdam, en een jonge vrouw verlangen naar elkaar en lijken hun levens met elkaar te willen delen. Maar ze kijken helemaal verschillend naar wat hen omgeeft – en naar elkaar. Hoe zij kijken en wat zij zien is hoe en wat zij zijn. Hij heeft de blik van een fotograaf – iemand die veel wil behouden, wat hij ziet, de tijd, de momenten. Zij is beweeglijk en merkt scheuren in wat hij als ‘ideale’ beelden ziet. Wat verwacht hij van haar? Dat ze zoals hij wordt? Dat ze met elkaar versmelten? Dat ze zijn spiegelbeeld wordt? Of gewoonweg zijn beeld, een beeld waar hij alles voor over heeft? Maar dan moet ze wel stil staan, niet veranderen van de voorstelling die hij van haar heeft. Dat kan alleen maar heel slecht aflopen, zoals de liefdes in ‘A la recherche du temps perdu’. De liefde van Charles Swann voor Odette de Crécy bijvoorbeeld. Zoals zoveel obsessionele liefdes. In werkelijkheid is de fotograaf niet echt geïnteresseerd in de jonge vrouw. Het gaat alleen maar om liefde. Liefde die soms kouder is dan de dood.

‘Groenland’ is niet echt een geslaagde film. De fotografie is ondermaats en nogal willekeurig. Maar hij zet wel tot denken aan.  Ik herinnerde me dat ik een paar dagen eerder iets over de liefde had gelezen in Rüdiger Safranski’s biografie van Friedrich Schiller. Lang moest ik niet zoeken, heb boek lag nog binnen handbereik. Het fragment gaat over Schiller’s toneelstuk ‘Luise Millerin’ (Kabale und Liebe).

“De volledige transparantie die Ferdinand van Luise verlangt laat bij de ander het verontrustende geheim verdwijnen. Maar leeft die liefde niet ook van de geheimzinnige ondoordringbaarheid van de ander? Kun je iemand nog liefhebben als je hem helemaal hebt doorzien? Zeker, je zult hem tot vervelens toe kunnen beheersen. Maar is het liefde als de geliefde je niet meer voor een verrassing kan plaatsen? In elk geval wil Ferdinand voor zijn liefde het volmaakt transparante ‘jij’. Maar zo’n transparante ander houdt op een ‘jij’ te zijn. Want elk ‘jij’ vormt een uitdagend andere wereld, waarmee je niet eindeloos een kunt worden. Zo’n verlangen naar eenheid berooft de ander van zijn realiteit en maakt hem, als is het maar in mijn beleving, aan mijzelf gelijk. Dat kan een tijdje goed gaan, maar uiteindelijk zal de ander in zijn anders-zijn des te nadrukkelijker uit de beelden waarin mijn verlangen naar eenheid hem heeft opgesloten, tevoorschijn treden. Zo komt het uiteindelijk tot dat zo pijnlijk heen en weer gaan tussen grote communie en hevige vijandigheid, tussen euforisch eenheidsgevoel en grenzeloos wantrouwen.”

Groenland werd veroverd door Erik de Noorman. Leif Erikson bracht er het christendom. Later werd het immense eiland een kolonie van Denemarken. Inmiddels is het een autonome regio, maar mij is de status niet helemaal duidelijk. Denemarken heeft er ongetwijfeld nog veel macht. Van de oorspronkelijke bevolking, de Inuit, schijnt er niet veel over te blijven. De bodem is er echter rijk, en nu de ijskap smelt zal er weldra wellicht ook olie kunnen worden ontgonnen. Erik de Noorman noemde het land Groenland als een vorm van public relations. Een land met zo’n naam leek hem heel wat interessanter dan bijvoorbeeld ‘Bar land’.
eric-de-noorman.jpg

Wat is dat toch met Denemarken? De avond dat ik ‘Groenland’ zag werden in Kopenhagen aanslagen gepleegd. Ik heb de reacties niet gezien, maar ik kan ze mij voorstellen: kil en afstandelijk. De voorbije weken zag ik de Deense serie ‘The Legacy’ (Arvingerne). Zo ben ik ertoe gekomen de Denen op die manier te zien, wat ongetwijfeld kortzichtig van me is. Baseer je oordeel nooit op snelle en populaire fictie. Maar een cultuur die zulke kille personages kan voortbrengen moet zelf toch ook iets kils hebben? In ‘Borgen’ zag ik al zulke ijskoude karakters de revue passeren. Ze slikken hun woorden in en tonen geen passie. Soms zijn ze wel heftig in hun negativiteit. Soms wil ik wel eens naar Kopenhagen. Er wordt verteld dat het een mooie stad is en heel vriendelijk voor voetgangers en fietsers. Echt ecologisch. Maar ik denk niet dat ik er ooit geraak. Wel wil ik mijn vriendin Agata – die ik nooit in het zogenaamde echte leven heb ontmoet – graag eens opzoeken. Ik ken Agata nu bijna tien jaar. We schrijven elkaar niet veel meer. Dat is ooit wel anders geweest. Ik geloof dat we elkaar goed kennen, maar er bestaat natuurlijk een groot verschil tussen geloven en weten. Soms denk ik dat zij het moeilijk heeft als Poolse vrouw in dat geestelijk barre land (zo stel ik het me voor). Maar ongetwijfeld vergis ik me. Agata is sterker dan om het even welke Deen die ik mij inbeeld. Haar eenzaamheid maakt haar hard en stralend als een kleine diamant. Misschien ontmoet ik haar best in een ander land, in Vietnam, Argentinië of ik weet veel waar. Ergens waar kleine diamanten op hun zachtst zijn. Of gewoon in een droom? Dat gaat ook als je ziek bent.

 

Schiller-Kabale-und-Liebe-3.-Akt-6.-Szene.jpg

...


20-10-14

WILLIAM EGGLESTON: DONKERE KANT VAN DE AMERIKAANSE DROOM

william eggleston3.jpg

Eind september bezocht ik de tentoonstelling ‘William Eggleston: From Black and White to Color’ in het Parijse Fondation Henri Cartier-Bresson. Geen majestueus gebouw, eerder bescheiden, maar toch ook ruim en luchtig. Het werk van Eggleston komt goed tot zijn recht in de sobere ruimtes; door het schaarse publiek was het mogelijk om elk beeld aandachtig te bekijken. Bij sommige foto’s verdween ik uit Parijs en kwam ergens in Tennessee terecht, met mijn voeten op de warme Zuiderse grond in die staat, waarvan de naam mijn hart bijna altijd wat sneller doet kloppen. Memphis, Elvis, Graceland, de Sun studio, Stax, soul, Alex Chilton, Big Star, the Peabody Hotel, de Mississippi.

Zonder me ervan bewust te zijn heb ik het werk van William Eggleston voor het eerst gezien op elpeehoezen: de al genoemde Big Star en Alex Chilton maar ook Green On Red die in Memphis onder begeleiding van James Luther Dickinson in Memphis hun geweldige elpee ‘Here Come The Snakes’ opnamen. Het kan geen toeval zijn dat deze muziek net als de foto’s van Eggleston de tand des tijds heeft weten te trotseren. Het kan ook geen toeval zijn dat ik op de trein van Parijs terug naar Brussel vaststelde dat de foto op de hoes van Sid Selvidge’s ‘The Cold Of The Morning’ – uit 1976, nu pas op cd uitgebracht – van Eggleston is. Ik had de cd een dag eerder bij de fantastische platenwinkel Gibert Joseph aangeschaft.
william eggleston2.jpeg

William Egglestons pop art lijkt minder tijdsgebonden dan die van Andy Warhol. Beide kunstenaars zijn geïnteresseerd in wat doorgaans ‘het banale’ wordt genoemd. Bij Warhol onder meer  Brillo-dozen, Campbell-soep, Coca Cola, Marilyn Monroe, auto-ongevallen; bij Eggleston shopping malls, gloeilampen aan het plafond, diners, pompstations, afgelegen wegen, auto’s, gootstenen, gasfornuizen, koelkasten. Wellicht is fotografie een geschikter medium dan assemblages, zeefdrukken en dergelijke, om zulke objecten, ‘gewone’ voorwerpen, aan de tijd te ontrukken en ze voor een langere periode in een tijdloos nu te plaatsen. En niet de fotografie in het algemeen maar die van William Eggleston, met zijn specifieke standpunten, invalshoeken en uitsnedes (“crops”) in het bijzonder.

De foto’s van Eggleston zijn woorden, zinnen, paragrafen van een lange roman, een roman fleuve die de lotgevallen vertelt, niet van enkele personages, maar van voorwerpen, van alledaagse, banale dingen. De foto’s van deze kunstenaar lijken snapshots, en zijn het ook, maar tegelijk zijn ze veel meer dan dat, zeker als je ze in een reeks ziet, als je de interactie tussen de beelden ziet, als je beseft dat de objecten met elkaar omgaan als personages in een verhaal. En behalve de dagelijkse voorwerpen zijn er de ruimtes en landschappen, de bijna zinloze context waarbinnen de dingen zin zouden moeten krijgen; maar of ze die krijgen hangt van de toeschouwer af. Het zijn “visual metaphors of an alienated world” schrijft Thomas Weski in ‘The Tender-Cruel Camera’.
William-Eggleston-Near-the-River-at-Greenville,-Mississippi-1984-painting-artwork-print.jpeg

Je ziet zeker niet altijd mensen op de foto’s van Eggleston. (Waar mijn voorkeur nochtans naar uitgaat.) Maar elk voorwerp, elk landschap is doordrongen van menselijke aanwezigheid. En de mensen die je wel ziet lijken bang, onzeker, vijandig, mogelijk gewelddadig, neurotisch. Vervreemd van hun omgeving, die zelf al erg vreemd is, ook al fotografeert Eggleston meestal in Tennessee, de staat waar hij als rijkeluiszoon is opgegroeid. Van die rijkdom is zijn fascinatie voor dure auto’s en een dandyachtige verschijning overgebleven. Vaak maakt hij foto’s vanuit een van zijn luxueuze auto’s. Niet zo verbazingwekkend dat personen die op die manier gefotografeerd worden er verontrust of schrikachtig uitzien. Maar rijke afkomst of niet: Eggleston noemt zijn stijl democratisch. Dat heeft onder meer met die standpunten en cadrages te maken. Het gaat bij hem om een democratie waar een broodrooster evenveel of even weinig waard is, evenveel of even weinig aandacht verdient als een man met een revolver. Als je dat beseft voel je je wat ongemakkelijk. Of bedreigd, zelfs. Dat had ik al in 1989 bij het bekijken van de hoes van ‘Here Come the Snakes’ van Green On Red. Degene die mij kan vertellen voor wat de bloederige bijl op de foto dient, trakteer ik een trappist in café Cirio. De hoesfoto van Alex Chilton’s ‘Like Flies On Sherbert’, een tegendraads voodoo-meesterwerk (1), is ook behoorlijk onheilspellend. In haar voorwoord bij de catalogus van de tentoonstelling heeft Agnès Sire het over die dreigende ondertonen: “Everything is silent, almost menacing. One sometimes senses danger just at the edge of the field; the color seems more realistic, more direct.”
william eggleston, parijs, tentoonstelling, fotografie, tennessee, memphis, voorlopger, baanbreker, fondation henri cartier-bresson, memphis, elpeehoezen, banaliteit, pop art, andy warhol, tijd, transcendentie, muziek, rock, alex chilton, big star, green on red, jim dickinson, sid selvidge, gibert joseph, chrome, objecten, voorwerpen, alledaags, gevaar, dreiging, techniek, roman, roman fleuve, auto's, rijkdom, democratische stijl, robert frank, the americans,

Een voorloper van William Eggleston was Robert Frank, vooral bekend van zijn ‘The Americans’, met het voorwoord van Jack Kerouac. Frank maakte eveneens foto’s van een ander Amerika, een Amerika waar armoede, alcoholisme, racisme, geweld en televisie het leven beheersten. Het waren snapshots, onderweg gemaakt, foto’s waar de gevestigde fotografen en curatoren op neerkeken.
Maar Eggleston kende het werk van Frank niet. In Tennessee vond je in de jaren vijftig en zestig geen fotoboeken. Naast Robert Frank en Eggleston waren er andere fotografen die in ongeveer dezelfde periode braken met het fotografisch classicisme en een nieuwe taal uitvonden: Diane Arbus, Lee Friedlander en Gary Winogrand. Weg met de conventies, weg met de objectiviteit, leken ze te zeggen. Gary Winogrand maakte foto’s om te zien hoe de dingen eruitzagen.

Wie de donkere kant van de Amerikaanse droom wil zien en van de films van David Lynch, PT Anderson (vooral ‘Hard Eight’) en Gus Van Sant houdt, raad ik een bezoek aan de tentoonstelling aan. De foto’s komen er zoveel meer tot hun recht dan in een boek of online. ‘William Eggleston: From Black and White to Color’ loopt nog tot 21 december.

william-eggleston-theredlist.jpg

(1) Allmusic's David Cleary was van mening dat "sound quality is terrible, instrumental balances are careless and haphazard, and some selections even begin with recording start-up sound." En beschreef de elpee als "universally slipshod and boorish...sloppy and lackluster."
De illustere Stephen Thomas Erlewine was ervan overtuigd dat Sherbert "a front-runner for the worst album ever made” was.

  

03-10-14

IRINA EN EVA IONESCO

 

my little princess.jpg

Van ‘Erwin’ via ‘Moord & Doodslag’ en ‘Siciliaanse vespers’ naar Syracuse (16 mei 2013) is een lange weg. Die moet ik helemaal in woorden afleggen, waarbij ik niet alleen hoop mijn doel te bereiken – het aantal hindernissen neemt elke dag toe – maar tevens een plaats te bereiken die in de toekomst ligt, een bestemming die nu nog in donkere nevelen is gehuld en naamloos is. Geduld, moed en ontvankelijkheid zijn hierbij, zoals bij zoveel belangrijke ondernemingen, onontbeerlijk.

Onlangs zag ik de film ‘My Little Princess’ (2011) van Eva Ionesco. Ik had hem een paar dagen tevoren opgenomen vanwege de thema’s (fotografie, grensoverschrijdend gedrag, uitbuiting, incest) maar vooral vanwege Isabelle Huppert, sinds vele jaren mijn uitverkoren actrice. Pas na het zien van de erg mooie maar verontrustende film besefte ik dat andere, onbewuste drijfveren mij tot opname hadden aangezet. En nee, er is niet meteen een verband met het werk van Geerten Meijsing, tenzij misschien het jonge meisje, een verbluffende rol van de onbekende Anamaria Vartolomei, en meer algemeen de decadentie en het narcisme.
my little princess 3.jpg

Al bij het begin van de film herinnerde ik mij opeens een kostbare, vrij grote map met foto’s van Irina Ionesco die ik bij Boekhandel Corman, waar ik toen werkte, meermaals voorzichtig had geopend om een blik te werpen op de perverse afbeeldingen van meisjes en jonge vrouwen. Ik vond het mooie en opwindende foto’s, echte kunstwerken; het was duidelijk dat er hard was aan gewerkt, zeker ook aan de enscenering en de kleding (en ontkleding). Ik herinner me niet of er foto’s bij waren van een jong meisje, van een kind. Het is mogelijk. Ook in die dagen – de eerste helft van de jaren zeventig - waren dergelijke beelden nog altijd pervers en opwindend, maar schokken deden ze nauwelijks (1). In West-Europa leek de censuur eindelijk voorgoed te zijn afgeschaft. Wat mij betreft waren afbeeldingen van seks met kinderen een stap te ver. De daad zelf kon ik me zelfs niet voorstellen (en ik kan dat nog altijd niet). Ik heb ooit een aflevering van het undergroundtijdschrift Suck gekocht, waar ik zulke foto’s in aantrof. Hoe walgelijk en wansmakelijk! Niet zo bij de foto van Germaine Greer, auteur van de bestseller ‘The Female Eunuch’, die trots haar vagina tentoon spreidt. Maar beroemde vagina of niet, van Suck wilde ik niets meer horen. Het ging bij dat tijdschrift ook helemaal niet om de vrijheid: er werd een nieuwe markt aangeboord, die van de pornografie, van lust als handelswaar.
Ionesco1.jpg

De foto’s van Irina Ionesco, zoals ik ze mij van die map herinner, waren niet pornografisch in de betekenis die dat adjectief vandaag heeft. Geen sprake van penetratie, cunnilingus, fellatio en al helemaal geen ‘cum shots’. Maar de fotograaf dwong haar kleine dochtertje, Eva, om de rol van een obscene Lolita te spelen. Aanvankelijk had Eva, jong als ze was, daar geen bezwaar tegen. Gaandeweg echter kwam ze meer en meer in opstand tegen haar moeder, ze begon zich gebruikt en misbruikt te voelen. Als volwassen vrouw spande ze een proces aan tegen Irina; pas in 2012 kwam er een uitspraak: Eva’s moeder moest haar dochter een boete (of smartengeld) betalen van 200.000 euro.

Ten minste drie dingen vind ik vreemd aan dit hele verhaal. Waarom was ik Irina Ionesco en haar foto’s vergeten; waarom had ik nooit iets over die moeder-dochterrelatie gelezen (of was ik het vergeten?); waarom maakte Eva Ionesco zo’n oogstrelende en zelfs opwindende film over dat pijnlijke onderwerp, over het misbruik waar zij het slachtoffer van was? ‘My Little Princess’ is, nogmaals, een schitterend in beeld gebrachte film, met veel aandacht voor decors, kostuums en belichting.(2) Maar mag een kunstwerk dat voor de kunstenaar (en voor de toeschouwer) voor loutering, voor catharsis moet zorgen wel zo mooi zijn? Moet hij niet veel rauwer, wreder, lelijker zijn? Een moeder die haar dochter uitbuit en misbruikt verdraagt geen schoonheid, hoe mooi en opwindend haar kunst ook mag wezen.

[Eva Ionesco lijdt wellicht aan wat Freud herhalingsdwang noemt – of is het een bewuste beslissing om het gedrag van haar moeder te herhalen? Wat zij met de jonge actrice Anamaria Vartolomei doet is misschien niet echt misbruik maar ook zij maakt van het meisje een Lolita, een verleidelijk wezentje, niet alleen aantrekkelijk voor het artistieke ‘Humbert Humbert’-type maar zeker ook voor mannen of vrouwen die wat minder esthetisch zijn ingesteld.]

 IrinaIonesco35.jpg

 ...

(1) Schokken deden ze nauwelijks. Op 23 mei 1977 sierde een foto van de jonge Eva Ionesco de voorpagina van Der Spiegel. De tijden zijn evenwel veranderd. Als je naar het archief van Der Spiegel gaat zie je alle afleveringen netjes geklasseerd, alleen die waarop Eva staat afgebeeld is niet zichtbaar.

(2) “Il faut donc rendre grâce à Eva Ionesco, à son talent et à son courage, d'avoir signé ce film si personnel dans un esprit de drôlerie”. Jacques Mandelbaum in Le Monde.

...

Foto's: Anamaria Vartolomei en Isabelle Huppert in 'My Little Princess'; Anamaria Vartolomei in 'My Little Princess'; foto van Irina Ionesco; foto van Irina Ionesco.

30-04-14

IN LA GOMERA i

IMG_5666.JPG

IMG_5904.JPG

IMG_5926.JPG

Gefotografeerd op La Gomera in februari 2014 - Martin Pulaski.

12-01-14

LISSABON, INTERIEURS

IMG_5141.JPG

IMG_5176.JPG

IMG_5088.JPG

Lissabon tijdens de jaarwisseling, 2013-2014.

14-12-13

EEN SPIEGEL IS GEEN FOTO

important-c-est-d-aimer-0.jpg

Tijdens een veeleer droefgeestige wandeling in het dorp Anderlecht, nee, helaas niet in het 14de arrondissement in Parijs, besefte ik dat ik ondanks alles en met enige spoed iets moest schrijven over de psychologische en psychoanalytische aspecten van foto’s in speelfilms, al was het maar om een voorbeeld te geven van de diepgang van het oppervlakkige.

Ik heb even de gordijnen toegedaan: de bijna volle maan scheen me te fel in de ogen.

Een spiegel is geen foto. In een spiegel ziet een personage zichzelf weerspiegeld, zoals Narcissus in het water. De protagonist kan tevreden zijn met dat beeld, er van schrikken, zich er boos op maken, of er een mix van tegenstijdige emoties bij voelen zoals Robert De Niro in ‘Taxi Driver’.

Een foto van de protagonist is niet zijn weerspiegeling. Het is een ander beeld, meer verwijderd van hem, behandeld, bewerkt, vervormd. In Fritz Langs ‘You Only Live Once’ toont de Wanted-foto van Henry Fonda een ander aspect van zijn persoonlijkheid, van zijn karakter. Je zou kunnen zeggen dat de samenleving (of de ‘gemiddelde’ burger) het Freudiaanse Über-ich is; de handelende Henry Fonda is dan het Ego en de foto staat ons toe een blik te werpen op zijn Onbewuste. Want het is natuurlijk niet waar dat het personage door en door goed is: de foto corrigeert die perceptie, ook al is hij door de politie bewerkt, heeft men van de goede man een boef gemaakt.

Het tragische is dat de ‘gemiddelde’ burger de brave man niet ziet, maar alleen Über-Ich ‘is’, dat hij slechts oog heeft voor wet en orde, en profijt. Hij ziet alleen de boef, degene die de wet overtreedt, de man die hem misschien zal bestelen, zijn vrouw verkrachten of hem zelfs vermoorden. Weg ermee! Weg met de boef!

...

 

Foto: L'important c'est d'aimer (1975), Andrzej Zulawski

DROMEN VAN FILMS EN FOTO'S

memento.jpg

Ik geloof niet dat ik ooit heb stilgestaan of –gezeten bij de rol van foto’s in de speelfilm. Misschien wel, omdat het onderwerp zo voor de hand ligt, maar dan ben ik het vergeten. Afgelopen nacht werd ik wakker nadat een oude vriend me uitgescholden had om iets wat ik gezegd had aan tafel, terwijl ik nochtans al de hele tijd had zitten zwijgen. Vervolgens viel zijn vriendin me aan, dat ik moest zwijgen over al dat onheil, en vooral over mijn kwalen, want dat ik van dat gekanker van mij vast kanker zou krijgen, en dat ik er anderen, mijn goede vrienden allemaal gezellig rond de tafel, ook kanker mee bezorgde. Helemaal wakker dacht ik opeens aan die foto’s in films. Ik probeerde me te herinneren welke films essentieel zijn in die context. Gelukkig duurde dat denken niet al te lang en viel ik weer in slaap. Een blauwe schuit voerde me over stille wateren en door kleine sluizen naar mijn bestemming, het Entella Hotel, dat zich in het 14de arrondissement in Parijs bleek te bevinden. Wat me nauwelijks verbaasde. Al gauw zat ik met een zekere Wanda Kosakiewicz de ene koffie na de andere te drinken, zodat ik opnieuw wakker werd en aan deze tekst dacht te kunnen beginnen.

Geen sprake van. Het zou een boek moeten worden. Tien delen, op z’n minst. Mijn geheugen is nog niet in gang geschoten of ik vind al enkele schitterende voorbeelden.

a you only live once lang fonda.jpg

Ik heb er geen idee van maar ik vermoed dat er alleen reeds over Antonioni’s ‘Blow-Up’ en de foto als belangrijk narratief element tientallen studies zullen verschenen zijn. Een paar dagen geleden zag ik nog een keer het geweldige ‘You Only Live Once’ van Fritz Lang met Henry Fonda en Sylvia Sydney. Daar komt de foto in voor zoals die in massa’s andere Amerikaanse misdaadfilms wordt gebruikt: een misdadiger wordt gezocht, er staat een prijs op zijn hoofd. “WANTED - $10.000 REWARD”. Alleen zien de foto’s bij Fritz Lang er beter uit dan in de doorsnee ‘crime films’. Henry Fonda, een man met een goede inborst en zachtaardige trekken, krijgt op de foto van de politie of FBI een groezelige kop aangemeten, de kop van iemand wiens slechtheid tot de verbeelding van de gemiddelde Amerikaan spreekt. Hoewel ze hem ongetwijfeld voor het geld aangeven. Je hebt die ‘Wanted’-foto’s natuurlijk ook in westerns, maar in dat genre zien ze er altijd wat kitscheriger uit, net zoals de decors.

bonnie and clyde.jpg

Van ongeveer dezelfde aard zijn de foto’s van misdadigers in kranten. Bijvoorbeeld in ‘Bonnie And Clyde’ van Arthur Penn: vond Clyde Barrow zo’n foto nu weer bijzonder geslaagd of werd hij er integendeel helemaal niet door gecharmeerd, dat kan ik me niet meer herinneren. Het is wel een typische scène. Er is ‘Alice in den Städten’ van Wim Wenders, die in zekere zin fotografie als onderwerp heeft. Ik denk dat Rüdiger Vogler van ongeveer alles foto’s maakt omdat hij de werkelijkheid van wat hij ziet in twijfel trekt. De foto’s moeten dan bewijzen dat wat er is er is, net zoals in het liedje van the Kinks (van in het begin al favorieten van Wenders):

People take pictures of each other
Just to prove that they really existed

aliceimg5za3.jpg

De film is heel wat meer dan dat. Het personage van Rüdiger Vogler leert anders naar de wereld en de mensen kijken dankzij het meisje Alice en uiteindelijk kan hij er zich mee verzoenen. In ‘Der Amerikanische Freund’, ook van Wim Wenders, maakt Ripley (Dennis Hopper) polaroids van zichzelf. Zeer waarschijnlijk omdat hij, als oplichter, twijfelt aan zijn identiteit.

hopper polaroids.jpg

In het sublieme ‘Memento’ van Christopher Nolan lijdt het hoofdpersonage aan geheugenverlies: Polaroids zijn veel meer dan een geheugensteun, ze nemen er de plaats van in.

Geen sprake van dus dat ik hier dieper op inga. Ik ben een man van de oppervlakte, wat niet betekent, mag ik hopen, dat ik oppervlakkig ben. De werkelijke diepte bevindt zich aan de oppervlakte – dat is toch een sterk vermoeden van me. Laat me dan liever aan de oppervlakte blijven en niet verdrinken in een zee van details.

...

Afbeeldingen:
Memento, Christopher Nolan; You Only Live Once, Fritz Lang; Bonnie And Clyde, Arthur Penn; Alice in den Städten, Wim Wenders; Der Amerikanische Freund, Wim Wenders. 

13-12-13

OVER FOTOGRAFIE

bill brandt2.png

Verschenen in 1977 - niet echt van deze tijd - maar nog altijd interessant en stimulerend is Susan Sontag's 'On Photography'. Enkele citaten:

“All photographs are memento mori. To take a photograph is to participate in another person’s (or thing’s) mortality, vulnerability, mutability. Precisely by slicing out this moment and freezing it, all photographs testify to time’s relentless melt.”

“We have a modern notion of embellishment – beauty is not inherent in anything; it is to be found, by another way of seeing – as well as a wider notion of meaning, which photography’s many uses illustrate and powerfully reinforce."


Susan Sontag, On Photography, 1977.
bill-brandt-untitled-1953.jpg

...

Foto's: Bill Brandt,  
Hampstead, 1945; Untitled, 1953.

11-12-13

FOTOGRAFIE EN HERINNERING

diane-arbus-self-portrait-in-mirror-1945.jpg

Nu ik het toch over herinneringen en fotografie heb… En wanneer heb ik het eigenlijk niet over herinneringen? Als de herinneringen als vanzelf op het witte blad verschijnen, dan niet, dan zijn het herinneringen. En over fotografie? Dat zou ik eens moeten onderzoeken. Alleszins is de afbeelding van toen ik nog een kleine jongen was tot vandaag er altijd geweest, een evidentie, zoals water of een wiel. Ik schrijf nu ‘afbeelding’, maar ‘beeld’ zou beter zijn.

Maar terzake. Jaak Geerts, een facebookvriend, bezorgde me een link naar een artikel over het geheugen en de fotografie. De stelling daarin is dat een gebeurtenis – of object, persoon - fotograferen min of meer gelijkstaat aan ze vergeten. In een museum gaan twee personen van ongeveer dezelfde leeftijd naar een kunstwerk kijken. De ene maakt er een foto van, de andere observeert alleen maar. Een dag later blijkt de ‘fotograaf’ zich heel wat minder details te herinneren dan degene die slechts aandachtig gekeken heeft. Het is een kort en wat oppervlakkig stukje, maar het klopt wel, denk ik. Alleszins was precies dat de reden waarom ik lange tijd geen* fototoestel meenam op reis, of waar dan ook. Ik wilde alles zien zoals het was, het in mij opnemen, er mocht niets tussen mij en de ‘werkelijkheid’ staan. Als je een foto maakt schakel je je zintuigen uit, je wordt een verlengstuk van het toestel (en vice versa, dat dan weer wel). Je ziet op dat ogenblik niets. In mijn jeugdige overmoed was ik er bovendien zeker van dat ik me later alles nauwkeurig zou kunnen herinneren.

Toen ik ouder werd begon ik aan dat laatste te twijfelen. Was het toch niet beter om beelden te hebben als ‘geheugensteun’, als triggers? Erger nog: ik ging het betreuren dat ik van zoveel mooie dingen en gebeurtenissen in mijn leven geen enkel beeld bezat. Op een ongetwijfeld narcistische wijze beklaagde ik mezelf dat ik geen foto’s had van mijn geliefde in bikini (of was het monokini?) op het strand van Cannes in 1976, of van de lege straten van Firenze datzelfde jaar, of van de sfeer die er hing op het feest van de communistische krant ‘L’Unità’ in het centrum van Rome in 1979 (we mochten er zoveel goedkope rode wijn drinken als we maar konden). Foto’s van de mooiste jaren van ons leven, toen we er op z’n best uitzagen, toen we bijzonder ‘cool’ waren. Daar heb ik nu geen bewijzen van, hoe cool ik was in de jaren zeventig, verdomme toch!


Tot 1980 maakte ik maar zeer sporadisch foto’s. Bijna altijd binnenskamers, bijna altijd van personen, van een vrouw, liefst erotisch. Steeds met de camera van iemand anders. Ik had er zelf geen. Bijna altijd slecht belicht. Maar mooie foto’s… Daarna was er een overgangsperiode. Ik geloof dat foto’s maken me helemaal niet meer interesseerde. Ik ging ook niet meer op reis. We zaten in de kroegen, gingen dansen, maakten plezier om het plezier. Op een dag, ik geloof in 1989, onderging ik zoals Gregor Samsa een gedaanteverwisseling: ik werd wakker als toerist. Als een bezetene ben ik alles maar dan ook alles gaan fotograferen, meer nog toen ik op digitaal ben overgeschakeld. Maar mooi vond ik mijn foto’s niet meer. Het was allemaal veel te realistisch wat ik zag en stond daarom de realiteit in de weg.

dianearbus.jpg

Ik ben gek op foto’s van anderen. Ik geloof dat ik vooral van afbeeldingen houd van een werkelijkheid die niet de mijne is, waar ik geen toegang toe heb. Zoals die van Diane Arbus, maar zeker niet alleen die van haar. Er moet iets mysterieus op of onder de beelden te zien zijn, iets magisch, iets onverklaarbaars. Ik houd ook zeer van erotische foto’s, maar ze moeten buitengewoon goed zijn en ‘anders’. Die van Bettina Rheims bijvoorbeeld. De meisjes die zij fotografeert zijn onbereikbaar in hun bereikbaarheid. Ook een wereld waar ik geen toegang toe heb, al lijkt hij toch heel dichtbij. Als ik buiten ga en ik loop wat verder, eerste straat links, tweede rechts, voilà, daar heb je zo’n mooie jonge vrouw. Even later zit ik al bij haar op haar kamer en schenkt ze me een glas lekkere rode wijn in. Veel betere dan die op het ‘Festa de l’Unità’.

bettina_rheims_14.jpg


... 

*Financiële en praktische overwegingen laat ik nu liever buiten beschouwing.

Foto: Boven: Diane Arbus (Self-Portrait). Midden: Diane Arbus. Onder: Bettina Rheims.

24-09-13

KLEUREN VAN SAUL LEITER

saul leiter - taxi.jpg

Het onvolprezen museum Fotografiska in Stockholm heeft een uitstekende bookshop. Na een wat vermoeiend bezoek aan de drie tentoonstellingen die er liepen bleef ik er nog enkele uren rondhangen. Prachtige fotoboeken van heel bekende en minder bekende kunstfotografen, de meeste werken voor mij onbetaalbaar. Bovenal in verleiding bracht mij een fraai uitgegeven boek over Saul Leiter, de geweldige Amerikaanse fotograaf die zich vooral onderscheidt door zijn gebruik van kleur en zijn stadsbeelden – het boek was echter niet alleen duur maar ook zwaar. Met pijn in het hart heb ik het weer op de toonbank gelegd tussen Robert Frank en Gary Winogrand. Om mezelf en hopelijk ook de lezers van hoochiekoochie wat troost te bieden staan hier enkele reproducties van Leiters foto's.

saul leiter harlem.jpg

Twee van de drie tentoonstellingen in Fotografiska konden mij maar matig boeien. Ik ben nooit gek geweest op Helmut Newtons werk (en evenmin op zijn 'wereld' van luxe en schijndecadentie); de foto’s van Hakan Elofson over Bombay gaven wel een beeld van het straatleven in die immense stad, maar ook niet meer dan dat. De tentoonstelling ‘Time Tomb’, werk van Motohiko Odani, was echter wel een revelatie. Hoe hij de Tohoku-catastrofe van 2011 in beeld brengt gaat door merg en been. Zijn beelden van brandende vinyl-elpees van onder meer Abba en Dolly Parton (‘Jolene’) zijn enigszins grappig maar vooral verontrustend.

 

saul leiter haircut.jpg

Foto's: Saul Leiter, Taxi (1957), Harlem (1960) en Haircut (1957).

02-08-13

HUID VAN DE WERELD

anselm kiefer hamburger bahnhof.jpg

Vandaag ging het van laag naar hoog, of was het omgekeerd? Stemmingswisselingen… Eerst, nog voor zonsopgang, heb ik van Anselm Kiefers loden boeken de betekenis achterhaald. Of op zijn minst een van hun betekenissen.

De loden boeken zijn er om in de toekomst te worden gelezen: tussen hun pagina’s zitten foto’s van de huid van de wereld. De huid van de wereld vanop een redelijke hoogte aanschouwd. De klassieke fotograaf die vanuit zijn raam foto’s maakt van de passanten is geheel voorbijgestreefd, en tegelijk is Kiefers manier van naar de wereld kijken daar een metamorfose van. Vreemd dat Schopenhauer reeds de wonden en de littekens en de uitslag (schurft, pokken, pestbuilen) van de wereld, van de aarde zag: dat waren de mensen. Keek Schopenhauer door de ogen van Anselm Kiefer of is het toch vice versa? Lood is een buigzaam en corrosiebestendig materiaal. De foto’s van de huid van de aarde zitten veilig opgeborgen in de loden boeken. Maar langdurige blootstelling aan lood veroorzaakt wel dementie. De lezers van de loden boeken zullen beschermende kleding moeten dragen. Ik stel me ze als Buzz Aldrin en Neil Armstrong voor: veel verder reikt mijn verbeelding in dit opzicht niet.

Daarna heb ik een ‘geheim’ van Hölderlin en Nietzsche ontsluierd. Geheim – met daarin ‘heim’, het Limburgse en Duitse woord voor ‘huis’. We kennen in het Nederlands ook nog ‘heem’ en ‘heimwee’ en heel wat samenstellingen met ‘-heem’ en ‘hem’, vooral plaatsnamen.

Je bent thuis waar je woont, in wat je bekend en vertrouwd is, én in den vreemde. Je kunt het ook ‘het vreemde’, het ‘onbekende’ noemen. ‘Het vreemde’ is tegelijk datgene wat je in je armen sluit en een veld vol dode mensen.

Anselm Kiefer, Hölderlin, Nietzsche, daarna Tim Buckleys ‘Blue Afternoon’ en dan is alles goed. Zoals het moet zijn. Huid van de wereld en melancholie. Naast me de slapende vrouw die ik ken en niet ken.

Excentrieke mensen leven langer, las ik vandaag. Dan maar hopen dat ik erg excentriek ben. Maar wat is dat eigenlijk, excentriek?

Het is goed Antwerpen lief te hebben en gelijktijdig de stompzinnigheid van deze stad te haten. De snordragende burgemeester met zijn Rubensobsessie en de sigarenrokende schepenen en magistraten.  Symbolen van een volledig achterhaalde, bijna 19de-eeuwse burgerlijkheid. Gelukkig heb je toch toch ook altijd de anderen, zoals Luk Perceval. Ze hoeven niet eens excentriek te zijn. Hij kent me niet en ik hem ook niet maar ik heb desondanks het gevoel dat ik veel met hem gemeen heb. Tsjechov schrijft over Rusland. Voor Perceval ligt dat in Vlaanderen, en dat klopt. Het vreemde is tegelijk datgene wat je in je armen sluit en een veld vol doden.

Alle stekelige mensen zullen binnenkort deze stad moeten ontvluchten, of zich te pletter zuipen, of zich in vuile wc’s vol spuiten met het gif dat uit de corrupte haven komt. Dat is het lot dat ons te wachten staat, ons stekelige en excentrieke mensen. Of kan het tij van haat en angst voor het andere en van conformisme worden gekeerd?


Tot hier een – bijgeschaafde - dagboeknotitie van 1 februari 1991. Vijf maanden later zou ik naar Brussel verhuizen, waar ik nu nog altijd met enige tegenzin woon. Ik zal me wel altijd en overal een banneling voelen.


...

Foto: loden boeken van Anselm Kiefer in het Hamburger Bahnhof in Berlijn, 16 augustus 2008. Foto: Martin Pulaski. 

01-08-13

MOMENTEN VAN VRIENDSCHAP

PARIJSBISTROT.jpg

Tussen hittegolven, onweders, opwellingen die beter niet op zouden wellen maar wat doe je eraan, spiritistische séances op facebook en andere evenementen door lees ik in een bijzonder origineel boek over – voornamelijk Amerikaanse - fotografie:  ‘The Ongoing Moment’ van Geoff Dyer.

Ik wil er nu het zo warm is graag iets uit citeren, niet over fotografie, maar over vriendschap, ook al omdat het verhaal ‘Storm’ daarover handelt.  Of Dyers bewering klopt weet ik niet, maar ik vind ze op zijn minst treffend:

“At a certain point friendships arrive at a balance between memories of shared times and the beckoning future. They begin to unravel with the tacit awareness that the store of memories exceeds any that will be generated in the future. This can be followed by a realization that the friendship is all memory-based, when there is nothing but memory, and that in order to protect these memories it is best to call a halt. This is why there is often a feeling of considerable satisfaction in knowing that a friendship is effectively over.”


...

Foto: in Parijs, circa 1996. Foto gemaakt door de uitbater van Au Bon Coin. 

24-04-13

TWINTIG JAAR LATER

Nee, ik heb het niet over de drie musketiers. Twintig jaar na het uitstapje met Mitzi, Henriette, Brigitta, vader en moeder, maakte de lachende jongen deze foto's in een lachwekkend klein 'penthouse' in de Lamorinièrestraat in Antwerpen. De lachende jongen leefde er in een permanente staat van euforie en was geobsedeerd door de erotiek van de kleur rood.

HK3.jpg

HK4.jpg

Foto's: Martin Pulaski, Antwerpen, 1980.

25-03-13

TERUG NAAR DE NATUUR v

roken3.jpg

Martin Pulaski rookt, 1971. Foto: Vivian S.

Het idyllische leven, het ‘terug naar de natuur’, het geloof in de fundamentele goedheid van de mens en de mogelijkheid de wereld beter te maken, wat de basis van de ‘tegencultuur’ was, kent – zoals iedereen die wat geleefd heeft weet – een donkere, en gewelddadige keerzijde. Net zoals Altamont niet de hel op aarde was, was Woodstock niet het paradijs. Het is altijd belangrijk dat je voldoende nuanceert. Toch is de grens tussen liefde en haat, tussen oorlog en vrede, tussen altruïsme en egoïsme, tussen natuur en cultuur, bijna net zo onzichtbaar als ‘echte’ grenzen dat zijn.

De foto’s in ‘Voyeur’ en ‘Terug naar de natuur i, ii, iii en iv’ vond ik een paar dagen geleden terug. We studeerden in die wonderlijke dagen, zo lang geleden, het lijkt wel een andere wereld, fotografie en filosofie en lieten ons sterk beïnvloeden door de utopische films die toen populair waren, het theater van Julian Beck & Judith Malina, de boeken van Norman O. Brown, Theodore Roszak, Alexandra Kollontai, Angela Davis en Henry David Thoreau. We dompelden ons onder in muziek van Incredible String Band, Quicksilver Messenger Service, Moby Grape en the Byrds en Dylans ‘Nashville Skyline’, ‘Selfportrait’ en ‘New Morning’. We sloten onze deuren niet. Ander ‘langharig werkschuw tuig’ was welkom. Maar tegelijk lazen we gefascineerd in Ed Sanders’ boek over Charles Manson, in Truman Capote’s ‘In Cold Blood’, luisterden we naar ‘White Light/White Heat’ en ‘Positively 4th Street’, en kregen we een kick van Clint Eastwood in Don Siegel’s ‘Dirty Harry’ en van Dustin Hoffman en Susan George in Sam Peckinpahs ‘Straw Dogs’.

Deze beelden tonen hoe op een idyllische dag in een pastorale omgeving een gefrustreerde man onze innigheid kwam verstoren. Voor hem zal zijn voyeurisme de normaalste zaak van de wereld geweest zijn, voor ons ging het om brutaal en schokkend gedrag.  Nadat we ontdekt hadden hoe hij ons had staan begluren nam hij rustig zijn fiets bij de hand en verdween in de schaduw van de dennenbomen.