19-11-16

TIEN DAGEN DIE MIJN WERELD DEDEN WANKELEN (3)

tilda swinton - young adam.jpg

Dag 2: 3 november 2016 (middag)

[‘Ten Days That Shook The World’ is een boek van John Reed over de Russische Oktoberrevolutie van 1917. De hiernavolgende (min of meer) acht notities hebben daar niets mee te maken. Ik gebruik alleen maar de titel omdat die goed klinkt.]

Grapes of Wrath.jpeg

Dat bemoedigend gevoel als je op zoek bent naar een woord, het ligt op het tipje van je tong, en je partner, vriend of vriendin vindt het voor jou! Mij overkwam het nog een keer tijdens een gesprek met Ever M. Ik kon maar niet op het woord ‘…’ komen. ‘Carter’* zei Ever bijna meteen. Ik was al een paar dagen in ‘The Grapes Of Wrath’ aan het lezen en vertelde Ever over een passage uit dat boek omdat hij het over auto’s en motoren had. Zo was er iets wat we konden delen. Ik ken helemaal niets van auto’s, van motoren, van machines, ook de terminologie (waar Steinbeck duidelijk wel vertrouwd mee was) is me vreemd. Voor Ever zal het een koud kunstje geweest zijn om het woord voor me uit zijn geheugen op te diepen. Auto’s en vooral oldtimers zijn z’n passie. Het is een passie die ik niet deel maar die me ook niet onverschillig laat, want veel van die oldtimers zijn zulke mooie auto’s. Alleen al voor de elegante wagens die erin rondgereden worden vind ik Hitchcocks ‘Vertigo’ en ‘Psycho’ meesterwerken. Het gebeurt wel eens dat ik alleen maar naar een film van Nicholas Ray of om het even welke film uit de jaren vijftig kijk voor de auto’s. Wat een verschil in stijl met de gedrochten die ik dagelijks in onze straat zie geparkeerd staan. Maar Ever bewonder ik vooral als tekenaar. Hij is een van de originelen. Velen, vooral jonge tekenaars, kopiëren zijn stijl, maar niemand kan zijn vakkundigheid evenaren, en zijn verbeeldingskracht nog minder.

psycho car 2.png

Ik had in metrostation Veeweide zitten lezen. Opeens stond Ever voor me. Ik had hem al jaren niet meer gezien en schrok even, hoewel hij daar toch vriendelijk voor me stond te glimlachen. O, Eddie, zei ik, ik had je bijna niet herkend. Dat zal door mijn pet komen, zei hij bescheiden, normaal draag ik een hoedje. We hebben nooit veel tegen elkaar gezegd, waarschijnlijk omdat we allebei schuchter zijn, in onszelf gekeerd. Maar nu kwam het opeens allemaal vanzelf. We herkenden elkaar als mensen die nog veel willen doen maar die beseffen dat ze zo weinig tijd hebben. Je ontbijt, drinkt een tweede kop koffie en het is alweer tijd voor de lunch. Je hebt een uur naar onzin op de radio zitten luisteren, wachtend op een interessant onderwerp. Je kunt nog beter wachten op de dode god (die je het eeuwige leven zal schenken). Ik praatte met Ever over mijn passies, op dat ogenblik Steinbeck en de Depressie, en hij over die van hem, het werken aan die mooie oude auto’s dus, maar ook over de eenzaamheid van een tekenaar, dagenlang alleen op zijn kamer. Ik begreep dat er overeenkomsten tussen ons bestaan die ik vroeger nooit gezien had. Maar ik was zoveel ouder toen… Wat jammer dat ik aan Beekkant de metro verlaten moest en zo noodgedwongen het gesprek afbreken.

ever-meulen-40.jpg

Wat kom ik hier toch graag, zei ik. Maar dat zal wel niet de bedoeling zijn van de therapie, neem ik aan. Ach, zei ze ad rem, dan kom je nog eens buiten. Het was een grappig antwoord, maar het maakte me ook triest. Was de ondertoon van haar opmerking niet dat er binnen afzienbare tijd wel eens een einde zou kunnen komen aan onze wekelijkse gesprekken – of veeleer monologen? Sinds 1997 ga ik – met twee onderbrekingen – op visite bij deze begripvolle, empathische vrouw. Een veertigtal minuten in haar elegant gezelschap maakt me niet gelukkig maar geeft me meestal wel voldoende kracht om weer een tijdje met mezelf en mijn kleine wereld om te gaan. Daarmee wil ik niet zeggen dat er niets anders bestaat dan “ikzelf en mijn kleine wereld”. Ik voel het aan zoals Walt Whitman: ik ben een kosmos, ik omvat veel dingen. Daar maak jij ook deel van uit, lieve vriendin, lieve vriend, lieve lezer. Maar ook de verwoesting van Aleppo en Mosul en veel van het andere vreselijke dat zich voordoet. Waarom kom ik toch zo graag bij jou, vroeg ik. Omdat je hier helemaal vrij bent, antwoordde ze. Ik zweeg even maar vond dan toch de moed om iets over met haar vrijen te mompelen. Normaal zou zoiets nooit in mijn hoofd opkomen, daar ben ik veel te schuchter voor. Maar nu had ik het gezegd, ook al was het maar een woordspeling. Ik bedoel wel vrij om te zeggen wat je wilt, zei ze, na een korte stilte. Ik schoot in de lach, zij ook. Natuurlijk, zei ik, ik maakte een flauwe grap. Ik vind ‘The Leftovers’ een geweldige serie, zei ik. Heb je daar al iets van gezien? Meestal als ik naar boeken of films verwijs en haar vraag of ze die gelezen of gezien heeft is het antwoord negatief. Dan ben ik altijd enigszins teleurgesteld. Ik weet zo weinig over haar, zo weinig. Op een keer, toen ze in een vertrouwelijke bui was, zei ze me dat ze van Trixie Whitley hield. Wat een ontgoocheling! Maar ik geloof niet dat ze dat heeft gemerkt. Meestal vertel ik haar alles wat er in mijn hoofd opduikt, maar er zijn grenzen. Ik twijfel niet aan haar intelligentie ook al heeft ze Daniel Menaker’s ‘De behandeling’ niet gelezen of ‘Het rijk der zinnen’ niet gezien. Meermaals probeer ik haar duidelijk te maken dat ik onmogelijk ‘neen’ kan zeggen, waarop zij steevast antwoordt dat ik dat wel kan. Jij kunt heel goed 'neen' zeggen, zegt ze dan. Waarop ik me telkens moet bedwingen om niet de slappe lach te krijgen, vraag me niet waarom. Op een gegeven moment dacht ik dat ik haar zag slapen. Je bent niet aan het luisteren, zei ik. Jawel, zei ze, en ze herhaalde de laatste zinnen die ik uitgesproken had.

SanFranciscoErdbeben1906.jpg

Daarna stond ik opnieuw in de lelijke straat met de lelijke flatgebouwen waar de onbereikbare mensen lopen en de vreselijke auto’s voorbijrazen. Met mijn hoofd nog in een soort van mistig gebergte stak ik de straat over naar de bushalte. Ik was gehaast want een half uur later zou ik na drie maanden ontbering nog een keer mijn hartsvriendin zien. We hadden al heel wat afspraken moeten afzeggen wegens ziekte van een van ons beiden, hevige regens, hittegolven, gijzelingen en een aardbeving met een magnitude van zes op de schaal van Richter. Daarover gaat mijn volgend verslag. Nog één of twee keer slapen. En vooral wakker blijven, want het leven is kort.

***

*Carter: niet president Jimmy Carter maar “omhulsel, huis waarin de kruk of –excentriekas van een motor ligt, genoemd naar J.H. Carter (geen lid van the Carter Family).

Afbeeldingen: 'Young Adam', David McKenzie; 'The Grapes Of Wrath', John Ford; 'Pscho', Alfred Hitchcock; Tekening Ever Meulen; Aardbeving San Francisco, 1906.

 

16-11-13

DE SLECHTE ONEINDIGHEID 3

IMG_4779.JPG

Ik krijg geen woord meer over mijn lippen, geen woord meer uit mijn pen, geen woord meer uit mijn klavier. Heb geen noten meer op mijn zang. Al mijn beelden staan stil. Aan bibberen en beven is een einde gekomen. Aan alle kleuren, aan wit en aan zwart. Aan fictie en aan politiek. Aan gedichten en slachtingen. Aan de Franse Revolutie en de kleine Johannes en vulkaanminnaars en Tristia en andere ballingschapsgedichten. Aan William Blake, Oscar Wilde en Van Morrison. Aan nachtwouden, maanbergen, het dak van de wereld, zenuwoorlog, misdaad en straf, toezicht en kamers met uitzicht, de seksuele revolutie en de geschiedenis van de waanzin. Aan het theater van de wreedheid, de grammatologie en al te intieme zonsopgangen. Aan drie mannen op weg naar een huwelijk of begrafenis. Aan het dagboek van een gek en de verkoop van dode zielen. De bloemen van het kwaad en het verloren paradijs. Aan kreten en gefluister, seizoenen in de hel, de liederen van de nachttripper, Liesje in Luiletterland, Rob Roy, Jimmie Reed, de Evangeliën, la vie de Jésus, een Spion in het huis van de liefde, de toekomst van een illusie, de fenomenologie van de geest en veel overwoekerde paden. Aan Hölderlin, Trakl en Celan. Aan talloos veel miljoenen. Aan Mozart, Beethoven en Phil Ochs. Aan de feesten van angst en pijn, aan diepe blues, rembetika, zydeco (les haricots sont pas salés), aan Paths of Glory en Fun in Acapulco. Aan het leven van Malcolm Lowry, Neal Casady en Arnold Schönberg. Aan the Beatles en het kapsel van de duivel op de heuvel. Aan de jacht op de walvis en de bende van de Stronk. Aan Daphne en Euridyke en Anna Domino. Aan al het ondermaanse, het vergankelijke en onvergankelijke. Aan verzamelingen, collecties, compilaties, naslagwerken, woordenboeken, grammatica, encyclopedieën, de Zohar, Zorba de Griek en de Apologie van Socrates. Aan Apocalypse Now en le Bonheur. Nee, geen woord meer, geen letter, geen noot, geen beeld: ik ben moe.

...

Foto: Martin Pulaski, 13 november 2013.

04-11-13

WINTER IN ANTWERPEN

brassai8.jpg

Januari 1980.

Vrijdagnacht bij J. op visite. Nu hij niet meer alleen is zien we elkaar niet meer zo vaak. Toch geloof ik niet dat onze vriendschap zal bekoelen. Althans: ik kan het me niet voorstellen. IJskoude straten; een diep donker lijkt alle voorwerpen, mensen en dieren de grond in te willen drukken. Maar ik laat me niet ontmoedigen: ik kijk uit naar weer een vurig gesprek met mijn boezemvriend.

J. neemt zich al een tijdje voor niet meer te drinken – maar hij houdt het niet uit. Zenuwkoorts, existentiële angst. We lopen naar de kroeg op de hoek, een van zijn stamcafés. De waard kent hem, hij kan er op zijn pantoffels naartoe. Zijn vriendin is thuis gebleven.
Soms ontgaat het mij hoe snel hij zijn eerste en tweede glas bier leegdrinkt… En ik, hoewel drie jaar ouder, lijk wel zijn spiegelbeeld, al is hij een veel mooiere man. We praten over prettige dingen, films die we hebben gezien (Bertolucci, Herzog), boeken die we hebben gelezen (Schopenhauer, Musil, Knut Hamsun, Noa Noa, Patrizio Canaponi, Bukowski) en muziek die we graag horen (Tom Petty, George Jones, Kevin Coyne, en altijd weer Neil Young), maar ook over de miserie die onze levens zo kan vergallen, familieproblemen, frustraties, schuldgevoelens. J. zegt dat hij nooit een echte vader heeft gehad, hij leek altijd zo afwezig. Opnieuw elkaars spiegelbeeld, elkaars dubbelganger. Waarom, bijvoorbeeld, heeft mijn vader me nooit geleerd met de auto te rijden, dat zou toch het minste zijn geweest, niet?

We drinken meer Duvel, slikken een pilletje, de nacht raast voorbij als een trein van de Santa Fe-lijn. De klandizie in J.’s stamcafé bestaat voornamelijk uit doofstommen. Tussen twee songs in – er staat een Wurlitzer - is het erg stil, een stilte die geaccentueerd wordt door het opeens luide geratel van de flipperkasten. Dan weer luidruchtige consumptiepop, ‘We Belong To the Night’ van Ellen Foley maar toch ook af en toe een parel als ‘Way Back Home’ van Junior Walker & the All Stars.
De cafébaas wordt moe, we krijgen nog een laatste Duvel en dan is het ophoepelen. We kopen nog maar wat flesjes, die in een bruine papieren zak worden gestopt, zoals bij de schooiers in de boeken van Jack Kerouac en Bukowski en de songs van Tom Waits. Bij J. thuis gaan we door met drinken en luisteren naar Derek & the Dominos, Bobby ‘Blue’ Bland, Neil Young en the Flying Burrito Brothers. Staan we er wat zielig bij te dansen? Helemaal niet. Muziek maakt ons altijd euforisch.

J’.s vriendin ligt in bed, en kijkt toe en glimlacht om ons jongensachtig gedoe. Nu wordt J. zomaar opeens heel erg moe. Hij wil in bed en zegt dat ik bij hem en zijn vriendin moet komen liggen want buiten is het aan het vriezen. Onmogelijk dat ik me door die kou waag, dat overleef ik niet. Na een kwartier - ik had het werkelijk koud, ik was dronken en zelf ook moe - sta ik weer op. Zulke situaties lopen altijd uit de hand. Ik trek mijn te dunne jas aan en ga de ijzige, donkere ochtend in op weg naar mijn woning, waar mijn geliefde ligt te rusten.


...

Foto: Brassaï 

25-03-13

TERUG NAAR DE NATUUR v

roken3.jpg

Martin Pulaski rookt, 1971. Foto: Vivian S.

Het idyllische leven, het ‘terug naar de natuur’, het geloof in de fundamentele goedheid van de mens en de mogelijkheid de wereld beter te maken, wat de basis van de ‘tegencultuur’ was, kent – zoals iedereen die wat geleefd heeft weet – een donkere, en gewelddadige keerzijde. Net zoals Altamont niet de hel op aarde was, was Woodstock niet het paradijs. Het is altijd belangrijk dat je voldoende nuanceert. Toch is de grens tussen liefde en haat, tussen oorlog en vrede, tussen altruïsme en egoïsme, tussen natuur en cultuur, bijna net zo onzichtbaar als ‘echte’ grenzen dat zijn.

De foto’s in ‘Voyeur’ en ‘Terug naar de natuur i, ii, iii en iv’ vond ik een paar dagen geleden terug. We studeerden in die wonderlijke dagen, zo lang geleden, het lijkt wel een andere wereld, fotografie en filosofie en lieten ons sterk beïnvloeden door de utopische films die toen populair waren, het theater van Julian Beck & Judith Malina, de boeken van Norman O. Brown, Theodore Roszak, Alexandra Kollontai, Angela Davis en Henry David Thoreau. We dompelden ons onder in muziek van Incredible String Band, Quicksilver Messenger Service, Moby Grape en the Byrds en Dylans ‘Nashville Skyline’, ‘Selfportrait’ en ‘New Morning’. We sloten onze deuren niet. Ander ‘langharig werkschuw tuig’ was welkom. Maar tegelijk lazen we gefascineerd in Ed Sanders’ boek over Charles Manson, in Truman Capote’s ‘In Cold Blood’, luisterden we naar ‘White Light/White Heat’ en ‘Positively 4th Street’, en kregen we een kick van Clint Eastwood in Don Siegel’s ‘Dirty Harry’ en van Dustin Hoffman en Susan George in Sam Peckinpahs ‘Straw Dogs’.

Deze beelden tonen hoe op een idyllische dag in een pastorale omgeving een gefrustreerde man onze innigheid kwam verstoren. Voor hem zal zijn voyeurisme de normaalste zaak van de wereld geweest zijn, voor ons ging het om brutaal en schokkend gedrag.  Nadat we ontdekt hadden hoe hij ons had staan begluren nam hij rustig zijn fiets bij de hand en verdween in de schaduw van de dennenbomen.

07-01-12

OPEN DE DEUREN

 

fernand_khnopff_-_i_lock_my_door_upon_myself.jpg

Fernad Khnopff -  J'ai fermé la porte sur moi-même. 

Dagen van niets of bijna niets wegen toch zwaar en belasten vooral het gemoed. Als je te lang in stilte zit te denken hoor je in je hoofd alleen nog maar lawaai. Er bestaat geen zachte achtergrondmuziek meer. Als je niet aandachtig luistert is het lawaai. Films worden niet uitgekeken, kleine meesterwerken noch klassiekers. Zelfs geen Pulp Fiction. Overmand door slaap, een broertje waar je altijd zo bang voor was en dat je zoveel mogelijk uit de weg ging. Zelfs een lichte handdruk gunde je hem niet.

I’ve closed my books, I read no more. Een regel uit een gedicht van James Joyce. Ook zijn zo volstrekt open eindigend boek is gesloten. Stress, zeggen kennissen, buren, dokters. Stress. Als je dat woord zo ziet staan word je een beetje misselijk. Niets is dommer dan stress, het woord en de toestand die het aanduidt. Of niet soms?

De donkerste dagen doen je verlangen naar witte zeilen, zoals je je die voorstelde toen je als kleine jongen avonturenromans las. De geur van schepen, van de zoute oceaan. Naar de blik in de ogen van een matroos. Naar een lied dat zachter is dan water, en even hard en genadeloos. Zou het er een van the Velvet Underground kunnen zijn? Pale Blue Eyes, bijvoorbeeld. Ze doen je verlangen naar een engel, gevallen en weer opgestaan. De engel is een vrouw die als een pre-rafaëlitische schoonheid door groene velden zweeft. Vlinders zijn er niet, alleen zucht de wind wat om haar dunne zijden jurk. Daffodils, denk je. Is dat niet het woord dat stress kan uitwissen? Of entelechie? Entelecheia. Zoals een duif een duivel. Je gelooft echter niet in magie, witte noch zwarte. Black Magic Woman is een lied, meer niet. Maar de woorden dan? Ja, de woorden. De miljarden woorden die als zandkorrels zijn, onuitgesproken, ongeteld. En zijn de boeken van zand niet de mooiste? De boeken die je niet openslaat, die je met donkere ogen en blootsvoets leest. Hun myriaden betekenissen zitten voor enkele uren tussen je tenen. Daarna spoel je ze weg. Ruimte voor het nieuwe. Altijd het nieuwe: zoals ongeziene sterren, en de maan en het vuur.

17-10-09

MIJN STAD IN DE BOMEN

boeken,films,bomen,vogels,astma,kinderjaren,ziekte,koorts,vertellen,verhaal,genezen

Fat City, John Huston
 
Huisarrest, daar lijkt het op, zo thuis zitten wachten tot het over is. Je zet de tv aan, je zet hem weer uit. Er is niets op tv. Dat wist je al. Je kunt – inderdaad – naar een van de duizenden filmklassiekers kijken, Sunset Boulevard, Two Lane Blacktop, Fat City, om er maar enkele te noemen. Maar je hebt ze allemaal al zo vaak gezien. Alleen het noemen van hun titels vermag je nog enig hartzeer te geven. Hartzeer, geen plezier; tintelingen, een afgestompte vorm van seksueel genot. Je langspeelplaten zitten in onzichtbare dozen. Juwelen in een grote scheepskist, met de familienaam van je moeder erop. Waarom de naam van je moeder. Dat is een lang verhaal, wat me als ik het zou vertellen in 1919 zou laten aankomen (en mijn imaginaire reis een halt toeroepen). Kortademig als ik ben vertel ik voorlopig geen lange verhalen. De energie om de onderdelen aan elkaar te lassen bezit ik niet, evenmin als een degelijke bril om m’n ogen te beschermen.

Denk je dat ik bedroefd ben, omdat ik geen boeken noem? Nee, ik noem geen boeken, niet omdat ik bedroefd zou wezen, maar omdat je geen boeken noemt met koude vingers en een zeer hart. Ik, of was jij het? Wij hebben al teveel boeken genoemd in ons lange leven. We verheugen ons daar over. Over de geheimen die we op die manier hebben ontdekt. Ik bedoel, voor we de titels en de namen noemden, toen we de woorden lazen. Als we ziek in bed lagen en buiten naamloze vogels zongen. De naamloze krekels en sprinkhanen hun gang gingen. En het geruis van nog jonge bladeren in de platanen. Een beetje wind. Toen we naar adem hapten, de lakens nat van de koorts, en toch zeker van een genezing, gauw, ongetwijfeld bij zonsopgang. En bij zonsopgang waren we genezen. Daarna aten we erwtensoep, aardappelen, paling, dronken water, limonade. En de volgende dag, een zondag, klom ik in de bomen en bouwde er mijn stad, die glinsterde in het zonlicht. Mijn stad van naamloze vogels en waternimfen (want de bomen groeiden kort bij een rivier). Mijn onbewoonde stad, waar de toekomst juichte. Neem van me aan dat ik er vrij was.

 

24-02-08

L'ATALANTE VAN JEAN VIGO: MIJN UITVERKOREN FILM

films,beste films,top-1,atalante,de standaard,steven de foer,jean vigo


Steven De Foer dook voor De Standaard in het filmarchief en koos de honderd beste films aller tijden uit. Zijn keuze is onberispelijk. De top-vijf ziet er bij hem als volgt uit:

1. The Godfather, part two - Francis Ford Coppola -1974
2. Psycho - Alfred Hitchcock - 1960
3. Citizen Kane - Orson Welles - 1941
4. Some Like It Hot - Billy Wilder - 1959
5. Once Upon A Time In America - Sergio Leone - 1984

Wat opvalt is dat het stuk voor stuk Amerikaanse films zijn. Mijn top-100 zou er alleszins helemaal anders uitzien, al zouden er wel overeenkomsten zijn. Ik heb er lang over gedaan om mijn beste film uit te kiezen. Nu twijfel ik er niet langer aan: het is L'Atalante van Jean Vigo uit 1934. Hier volgt de openingsscène. Het loont de moeite om de hele scène te bekijken en daarna de hele film. Er bestaat niets mooiers dan deze film vol poëzie, liefde en drama.

23-02-08

MY KINGDOM FOR A HORSE

paarden,westerns,films,horse operas,helden,boeven,neerharen,foto,martin pulaski,film,sofia coppola,ang lee,cinema,bioscopen,jeugd,familie

Marie- Antoinette.
 

Gisteravond zat ik naar ‘Marie-Antoinette’ van Sofia Coppola te kijken, een veel minder geslaagde film dan haar ‘Lost In Translation'. Maar toch loont hij de moeite omdat de kostuums, de kapsels en de taarten zo mooi en kleurrijk zijn. Er komen ook verbluffende koetsen in voor, en Kirsten Dunsts en paarden. Bij het zien van die paarden herinnerde ik mij de paarden van eergisteren in ‘Brokeback Mountain’ van Ang Lee, een sentimenteel liefdesdrama in pittoreske landschappen, en besefte ik opeens dat ik al honderden, duizenden, misschien wel miljoenen paarden heb gezien in mijn leven. Weinig paarden in de werkelijkheid, veel paarden in films.

Al van toen ik nog een kleine jongen was ben ik dol op westerns. Als mijn ouders mij en mijn broer meenamen naar de bioscoop kon ik echt een driftkop worden als ik mijn zin niet kreeg: in de krant had ik gezien dat in de Astra of de Kinox ‘Geronimo’ of ‘Shane’ (met mijn jeugdheld Alan Ladd) op het programma stond, en niets of niemand kon me tegenhouden, die film moest ik zien. Meer dan eens gebeurde het dat ons gezinnetje zich opsplitste in twee partijen: mijn vader en mijn broer - die zes jaar ouder is – kozen voor een oorlogsfilm en mijn moeder ging met mij naar een cowboyfilm, zoals wij dat noemden. In al die films kwamen grote aantallen paarden voor, wilde paarden, getemde paarden, uitgeputte paarden, paarden die doodgeschoten moesten worden. De Indianen reden meestal op ongezadelde paarden, bij de blanke helden was het zadel eer soort van fetisj. Een typische scène in een western is dat een held die pas aangekomen is in een vijandig stadje,  op de proef wordt gesteld door hem een wild paard te laten berijden. Hij moet tonen dat hij het paard kan temmen, en zo laten zien dat hij een echte man is. Als hij dat niet kan is hij waarschijnlijk een schurk.
paarden,westerns,films,horse operas,helden,boeven,neerharen,foto,martin pulaski,film,sofia coppola,ang lee,cinema,bioscopen,jeugd,familie

The Searchers.

Heel af en toe wordt het paard even belangrijk, even sterk van karakter, en veel mooier dan de held of de boef. Dan zien we het paard met ogen die de onze niet zijn, maar die van de camera die objectief lijkt te registreren hoe het paard zich in de wereld bevindt. Het paard krijgt als het ware een stem en een bestemming, ook al spreekt het niet, want dat zou belachelijk zijn. (Over de stem heb ik het eerder al gehad maar ik kom er de volgende dagen zeker nog op terug.) De bestemming van het paard, denken we dan, is niet de slaaf te zijn van de mens, niet voor een kar gespannen te worden, maar vrij rond te draven en galopperen in ongeschonden natuur. In de zeer miskende film ‘The Shooting’ van Monte Hellman zien we dergelijke paarden. Een ander voorbeeld is ‘Vlammende paarden’ van Sergej Paradjanov.

paarden,westerns,films,horse operas,helden,boeven,neerharen,foto,martin pulaski,film,sofia coppola,ang lee,cinema,bioscopen,jeugd,familie

The Shooting.

Als kleine jongen trokken paarden mij aan, maar ik was er tegelijk ook bang voor. Ooit had een paard mijn hond verwond, zo erg dat ik vreesde voor zijn dood. Zo wist ik dat paarden gevaarlijk kunnen zijn. Toch ging ik de paarden in de weiden aan het kanaal in Neerharen vaak klontjes suiker geven. En ook nu nog, als ik op reis ben, zie ik soms paarden langs de weg en hoop ik dat ze op me toe komen, mij als het ware komen begroeten en verwelkomen in hun wereld. En meestal gebeurt dat ook, want paarden kennen de waarde van genade.

Er zijn ook veel schitterende songs gemaakt over paarden, maar dat is een ander verhaal voor een andere keer. Ik wil de paardenvleeseters niet met een al te groot schuldgevoel opzadelen.


La Palma - El Paso # 5

Foto: Martin Pulaski, Paarden, La Palma 2005.

12-12-07

ORANGE SKIES

love,da capo,popcultuur,schippers,schipperskinderen,drugs,alcohol,elpees,favoriete songs,daantje,ouders,kinderen,flower power,1967,elektra,doors,jazz,anderlecht,antwerpen,ekeren,limburg,an,dialect,eisden,macao,films,psychedelica,pat,schippersbeurs,shangri la,radio centraal,arthur lee,bryan mclean,lone justice,halfbroer,sixties,maria mckee,jim morrison,donovan,hemel,vrienden,namibie,westen,pop,martin pulaski,foto,charleroi

‘Orange Skies’, dat delicate liedje van Love uit ‘Da Capo’, hun tweede elpee, schreef Bryan MacLean, in tegenstelling tot de meeste andere Love-songs - die uit het muzikale hoofd van de betreurde misfit Arthur Lee kwamen. Beiden zijn jong gestorven, Bryan MacLean enkele jaren voor Arthur Lee. In de jaren tachtig werd MacLeans naam soms nog wel eens genoemd omdat hij de halfbroer was van Maria McKee, bekend van Lone Justice en van haar eerste soloplaten. Nu is ze in de koopjesbakken van de Fnac terug te vinden.

Mijn zoon was gek op haar, voor Maria McKee had hij een moord kunnen plegen, en mijn vriend Pat, met wie ik in die dagen een radioprogramma maakte – dat Shangri La heette -  net hetzelfde. Ik vond Maria McKee wel goed, maar een beetje te theatraal, een soort verlangen naar divaschap lag er nogal dik op. En ze zwetste bovendien teveel over religie. Haar halfbroer hoorde bij een of andere sekte. Ik zocht het nooit op of vergat het omdat die biografische details mij eigenlijk niet echt interesseren.

Maar Love verdient wel aandacht. De band was een van de belangrijkste van de jaren zestig, hij had alleszins de meest originele sound van alle rockgroepen uit Los Angeles. En Love was bij de eersten die een contract kregen bij Elektra, nog voor the Doors.


Als ik ‘Orange Skies’ hoor denk ik altijd terug aan de tijd dat ik nog ‘onschuldig’ was, ik had zo goed als nooit alcohol gedronken, geen drugs genomen, niets. De echte trip was het luisteren naar het lied: die delicate gitaar, bijna jazz; de tekst heeft iets van een bossa nova van Antonio Carlos Jobim. “Yeah, you make me happy”, klinkt zo eerlijk ook, alsof die magische woorden voor de eerste keer worden uitgesproken. Dan komt de fluitsolo, die meteen beelden oproept van love-ins in 1967 en de summer of love aan de West-Coast. Een afkooksel van die muziek komt voor in veel films uit die tijd, waarvan de meeste nu vergeten zijn. “And I love you too, you know I do…”


Als ik aan ‘Orange Skies’ denk, denk ik aan Daantje, een schipperszoontje waar ik bevriend mee was en – waarschijnlijk omdat hij drie jaar jonger was dan ik – die alles bewonderde wat ik bewonderde. Hij was het zoontje van Stef en Mariette, een bevriend echtpaar van mijn ouders. Stef was zeer mager en in zichzelf gekeerd, maar tevens sterk, met veel wilskracht, terwijl Mariette meer aan de ‘forse’ kant was en altijd het woord voerde. Het was duidelijk dat zij de broek droeg in dat huishouden. Beiden spraken met een Kempens accent, dat is me altijd bijgebleven, misschien door die oranje hemel, die je in de Kempen soms wel eens ziet. Mijn vader was een Limburger, uit de Maasvallei afkomstig, maar had het Boomse dialect van mijn moeder overgenomen. Het was geen verfijnde taal; voor ik naar school ging was er echter niets anders. Eens op school leerde ik Algemeen Nederlands spreken. Jongens toch, veertig jaar later hoort iedereen nog altijd dat ik uit Limburg kom, terwijl ik in Ekeren (Antwerpen) ben geboren, en mij in die stad het meest thuis voel. Ook boven de Schelde zie je soms dat oranje licht, dat je verlangen naar ik weet niet waar kan aanwakkeren. Dat licht geeft je zin om te vertrekken naar een exotische plaats, Macao denk ik nu, omdat dat de titel is van een film die ooit veel indruk op me maakte. Maar het kan net zo goed Japan zijn, of Namibië, waar twee van mijn beste vrienden lang hebben gewoond. Als er maar mooie, wulpse vrouwen heupwiegen, en je er whisky kunt drinken en sigaren roken…


Als schipperskinderen waren wij hoe dan ook al veel onderweg, maar we reisden nooit echt ver. De jongeren aan de wal leken ons avontuurlijk leven echter te benijden. Daardoor vond ik hier en daar wel een vriend, maar altijd maar slechts voor enkele dagen. Daarna waren we weer weg. Ongeveer een jaar lang was Daantje er altijd bij, omdat zijn ouders en mijn ouders dezelfde vrachten vervoerden naar dezelfde plaatsen en vervolgens met hun lege schepen terugkeerden naar Eisden, waar de schippersbeurs van Limburg gevestigd was. Soms stoorde mij Daantje’s aanwezigheid, omdat hij nog zo jong was, en misschien ook vanwege dat vreemde dialect. Ik sprak toen immers een vorm van Algemeen Nederlands! Daantje was een goede jongen, en stond open voor de nieuwe wereld van de psychedelica. Als we drugs hadden gehad, zou hij er zeker mee hebben gebruikt. We zouden op een kanaaloever hebben gezeten tussen de struiken, hier en daar een muskusrat, en de ene joint na de andere hebben gerookt. Maar het enige wat we deden, soms, was een klein glaasje Gordon’s gin drinken. Dat gaf een ontzaglijke kick, je zag er sterren van. En dan legde ik ‘Da Capo’ op, met al die onvergetelijke melodieën. We kickten het hevigst op het 18 minuten durende ‘Revelation’; dat was typisch voor die tijd, freak outs, noemden we dat, het waren jams, improvisaties, gebaseerd op de blues, maar met Oosterse invloeden, raga’s. Als we dan gingen slapen bleef ‘Orange Skies’ in mijn hoofd nazinderen, die ongewone melodie en die mooie beelden.


Ik had een vriendin – Helena - in Istanbul, waar ik later meer over zal vertellen (en in het verleden misschien al heb gedaan), waar ik elke zondag een brief van tien bladzijden naar schreef. Vaak voegde ik daar poëzie van mezelf aan toe, schamele imitaties van Marsman en Gorter, en heel vaak geïnspireerd door Jim Morrison, Donovan, en door ‘Orange Skies’ van Love.

En als ik nu hier in Anderlecht in de lente of de zomer ’s avonds naar de hemel kijk zie ik soms nog die oranje lucht in het Westen, als de zon ondergaat, en denk ik, wat is er met mijn leven gebeurd?

mon patrie 2

Op de foto: Daantje links, MP rechts. Let op mijn Pink Floyd jas.

24-06-07

KRANTENKNIPSELS: EEN PERSOONLIJKE GESCHIEDENIS


The Days Of Wine And Roses 3

Jack Lemmon en Lee Remick in The Days Of Wine And Roses.


Gisteren heb ik niets gedaan. ’s Avonds ben ik in slaap gevallen bij de film The Days Of Wine And Roses van Blake Edwards. Ik denk dat het een film is over een echtpaar dat aan alcohol ten gronde gaat. Ik werd wakker toen Jack Lemmon alweer was afgekickt, maar Lee Remick nog niet; de drank en de lokroep van de bars bevallen haar te zeer. Voor haar is de wereld een lelijke plek; hij krijgt pas wat glans, een lichte betovering, als ze een fles gin naar binnen heeft.

Vandaag heb ik een zolderkamer opgeruimd. Ik heb veel tijd ‘verloren’ met het doorbladeren van oude krantenknipsels. Veel boekbesprekingen van romans van Paul Auster vond ik terug. (Het wijst op mijn grote bewondering voor de auteur.) De New Yorkse schrijver Paul Auster is furieuzer dan ooit: “Een Bush is een giftige woestijnplant.” Recensies van concerten van Bob Dylan in Vorst. Analyses van stukken van het Zuidelijk Toneel, onder meer India Song van Marguérite Duras, een prachtige voorstelling met de verrukkelijke Chris Nietvelt. De film 21 grams (waar ik een t-shirt van heb) van Alejandro Gonzalez Inarritu. Een bijlage over chronische vermoeidheid. Toen die werd gedrukt had ik daar nog geen last van. Honderd jaar Georges Simenon: hij sliep met 10.000 vrouwen, 7.000 meer dan Henry Miller. Een interview met mijn oude vriend Marc Didden (“Dan is mijn respect voor Neil Young oneindig veel groter, ik ontdekte hem in 1965 en vandaag boeit hij me nog altijd” staat in dat interview zwart op wit.) Mijn oude vriend Guillaume Bijl loodst ons door Art Brussels. De mooie Carla Bruni heeft het over haar eenzaamheid: “Oh, maar begrijp me niet verkeerd. Ik vind het net heel aantrekkelijk om eenzaam te zijn. Ik zoek dat soort omstandigheden ook zelf op. En daarin ligt het verschil: het is geen opgelegd alleen-zijn.”

 

kunst,boeken,knipsels,recente geschiedenis,schrijvers,films,muziek,theater,leven,brokstukken

Met Marc Didden in Oostduinkerke.

Wat nog meer? De zot van Zomergem, Gie Van den Berghe krijgt de Arkprijs van het Vrije Woord (ik was daar toen nog bij). Nick Cave and The Bad Seeds in Vorst op 24 november 2004. Dat optreden woonde ik bij in het gezelschap van mijn vriend Bart. Bart had zijn kaartje in de auto laten liggen, hij moest een heel eind teruglopen. De opening act, Mercury Rev, hebben we daardoor moeten missen, maar ik heb later mijn schade ingehaald. En Nick Cave was groots. The Cowboy Junkies op mijn verjaardag in de AB, een welluidend en ingetogen cadeau. Wong Kar Wai regisseert 2046. Wat betekenen de begrippen ‘liefde’ en ‘geheugen’? Volksbühne Berlijn speelt ‘Pablo in der Plusfiliale’ in het Kaaitheater. ‘Gaten of toen we niet in het gelid stonden’ in Theâtre National. “Ik ga graag naar school en ik denk dat je de school nodig hebt om iemand te worden.” Een gesprek met Arne Sierens en Alize Zandwijk over het stuk ‘Meiskes en Jongens’ in de KVS. Brussel: Mediterrane hoofdstad van Europa. Jonathan Safran Foer: “Schrijvers mogen heikele onderwerpen nooit uit de weg gaan”. Michael Cunningham: Liefde en dood in New York. Een filosoof onderweg: Stefan Hertmans’ ‘Steden’. Ik las dat boek negen of tien jaar geleden op de trein naar Berlijn. Onderweg naar mijn stad. Tien tips om Tuymans te trotseren: meesterlijk maar moeilijk. Overzicht van Antwerpse schilder in Londense Tate Modern. Koen Vidal in gesprek met Geert Mak over ‘In Europa’. Indrukwekkend retrospectief van de Amerikaans-Britse schilder John Singer Sargent in Tate Gallery. Voor het werk van Sargent stond ik haast met tranen in de ogen in Boston in september 1994. Schilderijen van David Hockney hebben veel plaats nodig, een artikel van Eric Min. Eric Min publiceerde in de jaren ’80 gedichten in ons filosofisch tijdschrift Aurora, gesticht door Leopold Flam. Georges Perec komt dan weer naar voren als de schrijver die vrijwel alles kan: de ernstige speelvogel, de nuchtere socioloog van zijn tijd, de epicurist van het dagelijkse, de ingenieur van de taal, de verhalenverzinner. En om het af te leren nog dit. ‘In ‘Utopie en onttovering’, het essay waarin Claudio Magris de werkelijkheid van haar vermommingen probeert te ontdoen, formuleert de schrijver het in de helderheid van de paradox: “De ontnuchtering is een ironische, melancholische en herstelde vorm van de hoop.” Magris’ opstellen zijn vaak vlammende betogen tegen de sluipende pogingen om het onderscheid tussen goed en kwaad op te heffen en om ons geweten, dat door de schrijver een demon wordt genoemd, te corrumperen en in slaap te sussen.’

Voldoende, denk ik. Deze brokstukken van mijn leven liggen zomaar in een rommelkamer te vergelen. Heb ik dat allemaal gelezen, gezien, gehoord? Onvoorstelbaar. En dat is dan nog maar een kleine, zeer willekeurige selectie en allemaal vrij recent. Veel van wat hierboven wordt opgesomd was ik al grotendeels vergeten. Ik zal de knipsels dan toch maar bijhouden. Ze kunnen mijn geheugen vervangen.

22-04-07

STEMMEN, STEMMINGEN


isabelle huppert































In boeken, films, toneelstukken, ga ik zelden of nooit op zoek naar structuren. Ik laat me liever meeslepen door het narratieve, en betoveren door woorden, zinnen, beelden; af en toe zie ik een symbool en blijf dan even stilstaan bij de betekenis. Maar meestal glijd ik over de oppervlakte verder. Ik houd van originele uitdrukkingen en ‘echte’ dialogen. Ik houd van films waar niets in gebeurt; een mooi voorbeeld is In The Mood For Love van Wong Kar Wai. Natuurlijk gebeuren er wel allerlei dingen in die film, maar ik bedoel: er wordt niet geschoten, gevochten, gemoord, men loopt niet met grote machinegeweren rond, er verschijnen geen groene monsters, niets van dat alles. En ik kan dat allemaal missen. De films van Rohmer zijn ook een mooi voorbeeld. Daar wordt vooral in gepraat, en, vaak via de woorden, verleid. La collectioneuse, Le genou de Claire. Of de vele uren durende films van Jacques Rivette, zoals La belle noiseuse, over een schilder en zijn model. De schilder blijft aan de oppervlakte van zijn model, haar huid, haar ogen. Ja, haar ogen, de ogen van Emmanuelle Béart, een van de mooiste vrouwen van de wereld. 

Ja, ik blijf ook graag aan de oppervlakte. Ik ben geen intellectueel, wel een moreel mens. Ik denk en handel intuïtief. Ik hoef niet diep te graven om te weten wanneer iets verkeerd is, wanneer een mens slecht is. Is het een zesde zintuig? Alleszins weet ik meestal van een moreel slechte mens dat hij een moreel slechte mens is. Aan een kunstwerk zie ik ook vaak of het echt is of fake, zonder er eerst over te lezen. Het is wel prettig om er achteraf wat over te lezen. Om te vernemen wat ik nu eigenlijk heb gezien. Wat betekenden die rozen op de achtergrond, of die dode vogel op de voorgrond? Maar ik moet die betekenissen niet noodzakelijk allemaal kennen om van een werk te kunnen genieten. Ik ben geen intellectueel, ook al staat mijn kamer vol boeken en liggen ze nu al in stapels op de vloer en op de tafeltjes. Ik lees die boeken ook wel, maar louter voor het plezier van de tekst, voor het genot. Wijzer word ik er niet van, geloof ik. Ik blijf altijd dezelfde naïeve dromer. I don’t want to lose that teenage feeling. Het enthousiasme moet blijven, als dat er niet meer is, hoeft het voor mij niet meer. Ach, ik zal wel een hedonist zijn. Zou ik dat erg moeten vinden?

Ik houd ook zo van stemmen. Stemmen van actrices en acteurs in films. Delphine Seyrig in Le jardin qui bascule, die van Sami Frey in dezelfde film, de stemmen van Caroll Baker en Jean Simmons in The Big Country, de stem van Jean-Pierre Léaud in de Antoine Doinel-films van Truffaut. De stem van Arletty in Les Enfants du Paradis. De stem van Isabelle Huppert in La pianiste (en in alle andere films waar ze in meespeelt). De stem van Bruno Ganz in Der Amerikanische Freund. De stem van Willem Dafoe in Light Sleeper. De kinderstem van Brandon DeWilde in Shane. (Brandon DeWilde was later een goede vriend van Gram Parsons, en stierf net zoals zijn vriend op jonge leeftijd, zij het in zijn geval niet van de drugs maar in een auto-ongeval). Marlon Brando’s stem in Last Tango In Paris, in On The Waterfront. Sissy Spaceks verhalende stem in Badlands, die van Linda Manz in Days Of Heaven. Wat zou er met Linda Manz gebeurd zijn? Nooit meer iets van gehoord. Sam Shepard – in Days Of Heaven een man van weinig woorden - leeft alleszins nog. Hij speelt zelfs mee op de nieuwe cd van Patti Smith, nog zon’ bijzondere stem. Ja, natuurlijk ook de stemmen van zangers en zangeressen. De stem van Bob Dylan in Just Like Tom Thumb’s Blues. Die van Kris Kristofferson in Me And Bobbie McGee. De stemmen van The Be Good Tanyas. De stem van Chan Marshall. De stem van Eleni Mandell, de mooie stem van Françoise Hardy. De stem van Aretha Franklin in Try Matty’s, die van Billie Holiday in I Cover The Waterfront. De fictieve stemmen van Tess, Madame Bovary en Anna Karenina. De goddelijke stem van Teresa Salgueiro. Goddelijk bij wijze van spreken. Duizenden stemmen, miljoenen stemmen. Een oneindig aards en hemels koor dat over de aardse en hemelse liefde zingt en over een eeuwigdurend Pasen, een eeuwigdurende Summer of Love.

Foto: Isabelle Huppert.

11-12-06

FEESTZALEN, CAFES EN KAMERTJES

dagboek,cafes,ab,bed,films,vrienden,feest,wijn,townes van zandt,le coq,drinken,muziek,pop,fado,misia,collega,werk,vrt,dalida,sophie calle,beck,duivel,cirio,limburg,zingen,brussel,nachtleven,pp,euforie,receptie

Ik heb een duivels oorkussen voor je meegebracht, zei ze. Ja, dat kan ik wel gebruiken, zei ik, en nu nog een devil’s haircut. Er staat anders niet veel meer op, zei ze. Nee, er staat niet veel meer op, zei ik, maar een devil’s haircut behoort toch nog tot de mogelijkheden. Dat oorkussen mocht wel, want had ik mijn week niet in ledigheid doorgebracht? Oordeel zelf maar. Maar oordeel alleen over wat ik me er van herinner. Overigens, waarom zou je eigenlijk oordelen? Het is het leven zoals het is, daar valt niet veel anders over te zeggen. ’s Morgens sta je op en ’s avonds ga je in bed en voor niets gaat de zon op. 


Maandagavond, na de dagtaak, had ik met mijn Antwerpse vriend Theo afgesproken in café PP, waar we wat bier dronken. We aten kalfsvlees à la saltimbocca, lekker bereid, bij één van mijn favoriete Italianen, aan de Plattesteen. Daarna begaven we ons naar de AB voor het concert van Misia, de wonderlijke diva uit Porto. Begenadigde zangeres, begenadigde muzikanten. Het eerste deel was sobere fado gezongen door een in een lange zwarte jurk gehulde Misia, sereen en op blote voeten. Ze gaf veel uitleg bij de liederen, wat de verstaanbaarheid uiteraard ten goede kwam. Fado is droevige muziek, maar Misia heeft een bijzonder humoristische kant, waardoor een mooi evenwicht ontstaat tussen de zang en het gesproken woord. In dat opzicht deed ze me aan de diepbetreurde Townes Van Zandt denken, die de meest wanhopige songs, zoals Nothing en Waiting Around To Die, kon afwisselen met hilarische gesproken intermezzo’s. De beste galgenhumor die ik ooit heb gehoord, die van Townes.

Na de pauze keerde Misia terug in een elegant zwart mantelpakje, op hoge hakken en duidelijk bereid tot enige frivoliteit. Het publiek werd ten dans uitgenodigd in een hotelkamer in het Drama Box Hotel. Zo mochten we het ons voorstellen. Hulpmiddel: op de achtergrond een foto - in de stijl van Sophie Calle - van de hotelkamer; op het bed een ouderwetse, rode telefoon. Misia zong fado’s, bolero’s, tango’s, meestal in het Portugees, maar ook in de taal van haar moeder, het Spaans, en één keer, voor een lied van de tragische Dalida, in het Frans. Misia kreeg een staande ovatie. Nu, precies een week later hoor ik nog steeds haar pure en dramatische stem en het indringende, melancholische geluid van de Portugese gitaar.

Dinsdagmiddag hadden we een personeelsfeestje. Daar valt niet veel over te zeggen, behalve dat we een ‘studiebezoek’ brachten aan de VRT. Een gebouw waar ik in mijn jeugd voor werd klaargestoomd, maar waar ik om velerlei redenen aan verzaakt heb. Ik zag Kurt Van Eeghem door de gang schrijden. Laura luistert graag naar zijn programma. Zelf zet ik nooit de radio aan. Het hoogtepunt van het bezoek was de set van FC De Kampioenen. What a dump, zou Elizabeth Taylor zeggen. Ik kreeg er meteen een niesbui: het bed van Carmen was niet opgemaakt. Moet dit de smaak van de doorsnee Vlaming voorstellen? Ik vrees het een beetje. Gelukkig heb ik van de serie nog geen enkele aflevering gezien. Tot slot mochten we ook even de studio van de Rode Loper binnen. Er werd ons meegedeeld dat een blauwe achtergrond onzichtbaar werd gemaakt dank zij allerlei technologische snufjes, en dat de kijker thuis dan kleurige cirkels te zien krijgt. Je mag alleen geen blauwe kleren dragen, want dan word je onzichtbaar. Hello Jim! Ik zat te reikhalzen naar die rode loper, maar die viel niet te bespeuren. Ook dat programma heb ik nooit op televisie gezien, ook niet die psychedelische cirkels, ook niet de presentatrice, Jasmine of zo. De groep Clouseau, de Vlaamse Beatles, kan mij evenmin bekoren. Ik weet trouwens niet precies waarom ik een verband leg tussen een rode loper en de broertjes Wauters.

Dinsdagavond zat ik met mijn lieve vriendin Inge in café Cirio. Het is mijn geliefkoosde plek om af te spreken. Er wordt slechte wijn geschonken en nog slechtere half en half, maar er hangt altijd een soort van hartstocht in de lucht. Ik denk dat Misia zich er goed in haar vel zou voelen. In een hoek van het café was die avond een dame onwel geworden. Haar gezellin riep dat er een ambulance moest komen. Beide dames waren zeer dronken; ze leken een tragisch leven te leiden. Het was een aangrijpend, triestig tafereel, meer nog doordat nogal wat mensen in de Cirio met deze zielige mensen zaten te lachen, zij het niet al te luid. Ongeveer een half uur laten betraden de verplegers de gelagzaal. De oude vrouw, met felle rode lippen en een blik die gaten in de ziel brandde, werd op een brancard gelegd en naar buiten gedragen; de andere dame, waarschijnlijk haar dochter, liep er jammerend achter, mamie, mamie! In het café lachte niemand meer, de meeste klanten waren al vertrokken. Er hing een sterke geur van urine.

De rest van de avond verliep vrolijker. Inge en ik dronken witte wijn in de AB, waar nog maar eens feest werd gevierd. Ook aasden we op hapjes. Na een uur of zo dronk de witte wijn ons. Ik weet niet meer met wie we allemaal praatten, wie een glas stuk liet vallen en wie Nick Lowes I love the sound of breaking glass begon te declameren. Wel weet ik nog dat ik melancholisch werd toen we herinneringen aan Lucca oprakelden. Zulke mooie zomer zullen we nooit meer meemaken, zei ik. Ik voelde mij in de zieke melancholicus Leopardi veranderen en dat wilde ik voor geen geld van de wereld.
Toen Inge al naar huis was – zij houdt zich zeer stipt aan haar tijdschema’s, wijn of geen wijn - geraakte ik in gesprek met een stel jonge Limburgers. Limburg is de coolste plek van België, bleef het meisje zoooo lang herhalen tot ik haar gelijk moest geven, hoewel ik er sinds 2001 niet meer geweest ben. Vijf jaar, dat is een lange tijd. Maar ik vermoed dat het Limburgse meisje de waarheid sprak. Bovendien zijn er twee Limburgen, als de ene provincie tegenvalt, kun je het nog altijd in de andere proberen.
Van de AB begaf ik mij op een onbestemd uur met een groepje betrouwbare nachtraven naar Le Coq. Twee meisjes in het gezelschap zongen onophoudelijk. Ook een drankje bestellen deden ze al zingend. Het was alsof ik in Les parapluies de Cherbourg was beland. De situatie was bijna even mooi als in die film. Ze hielden echt niet op, behalve om af en toe een slokje van hun wijn te nemen. Toen ik in de taxi naar huis zat hoorde ik nog steeds hun jonge, vibrerende stemmen, Purple Rain, Yesterday, Nights In White Satin.

Woensdag heb ik in bed gelegen. Ik voelde me ziekjes. Sombere gedachten joegen als de wind buiten door mijn hoofd. Koortsige taferelen verjoegen schuldgevoelens en depressie en vice versa. Ik lag te woelen in mijn bed en piekerde over het ouder worden. Hoe je lijdzaam moet ondergaan dat je, vooral op het werk, stilaan wordt uitgesloten vanwege je leeftijd. Maar je wordt van alle kanten aangespoord om langer en harder te werken. Er moet een zilverfonds worden aangelegd! Oudere werknemers zijn waardevol, vanwege hun ervaring en hun inzicht. Dat is het officiële discours. In werkelijkheid zitten bepaalde jonge arrivisten ongeduldig te wachten tot je er eindelijk de brui aan geeft of de pijp uitgaat. Sommigen, vooral intelligente jongeren, respecteren je juist omdat je ouder bent, omdat je de meest verbluffende periode van de twintigste eeuw hebt meegemaakt, ze weten dat ze wat van je kunnen leren, voor hen is het duidelijk dat je niet opeens minderwaardig bent omdat je ouder wordt; anderen vinden dat dat allemaal niets te betekenen heeft en lachen je erom uit. Dit is de beste tijd die er geweest is, zeggen ze. Ik heb nooit een slechtere tijd gekend als deze. Maar ik ben na de oorlog geboren. Ongetwijfeld zijn er nog slechtere tijden geweest. De geschiedenis is een aaneenschakeling van schandalen en bloedbaden.

De rest van de week heb ik heb films zitten bekijken. Met The Big Lebowkski heb ik nog eens goed gelachen. In een gesprek met David Lynch op de VPRO werden hem vooral domme vragen gesteld. De monotonie van zijn antwoorden verbaasde me niet echt. In bijna elk antwoord kwam het woord ‘droom’ voor. Voor David Lynch is pas iets waardevol als het hem tot dromen aanzet. Een werk van Edward Hopper bijvoorbeeld, of Elvis Presley die in de Sun opnamestudio even op de canapé gaat liggen voor hij de rock & roll ‘uitvindt’ – alsof er daar een psychoanalyse moest gebeuren. Als Elvis weer opveert uit de canapé is de zaak voor elkaar: That’s Alright Mama! Buikschuddend heb ik gelachen met de onovertroffen antiheld WC Fields. Ossessione is een vroeg meesterwerk van de marxistische aristocraat Luchino Visconti. Het is een film waarin de mannelijke lichamelijkheid centraal staat, ook al gaat het over een femme fatale. De blik van de vrouw is een voorwendsel om het bijna tot dierlijkheid herleide lichaam van de man te tonen. Overigens is het verschil van Visconti’s versie van The Postman Always Rings Twice met de andere verfilmingen dat de man geen escapade maakt met een andere vrouw, maar met een intelligente, mooie jonge man. Die mooie, jonge man is een metafoor voor de vrijheid en voor het reddende gebaar. De femme fatale is de lokroep van de gebondenheid, de verzekering en de dood. Nog een meesterwerk is A Place In The Sun van George Stevens, met Elizabeth Taylor, Shelley Winters en Montgomery Clift. The Clash heeft erover gezongen in The Right Profile. Montgomery Clift was een beetje een held voor de punks. Zelfvernietiging stond hoog aangeschreven bij die generatie. Die young, stay pretty. Wellicht hadden zij het al zien aankomen dat ouder worden maar niets is in deze tijd. Joe Strummer heeft net op tijd de pijp aan Maarten gegeven. Wie meer wil weten over A Place In The Sun beveel ik de film zelf aan, en een boek over George Stevens. Het is een film die veel twijfel zaait aangaande goed en kwaad. Bijvoorbeeld: hoe kun je iemand juist beoordelen? En meer nog: hoe kun je iemand veroordelen?

Donderdag en vrijdag heb ik hard gewerkt. Werken is vermoeiend, zoals het leven zelf. Na een dergelijke dagtaak kan ik niet veel anders meer dan een film bekijken, en zelfs dat lukt me niet altijd. Soms raak ik niet veel verder dan eten en drinken. Maar dat maakt niet uit. Er komen wel weer andere dagen, voor nieuwe ernst en nieuwe vrolijkheid. Nog een beetje geduld en een paar kleine inspanningen, vrienden!

29-08-06

EEN LIJST VAN DE WERELD

lijsten,categorieen,borges,bunuel,bob dylan,chinese encyclopedie,surrealisme,films

Ik houd van lijsten als absurde, willekeurige opsommingen. Het is me daarbij niet te doen om de wereld overzichtelijk te maken of er hiërarchie in aan te brengen door opdelingen in soorten. Ik wil categoriseren noch catalogiseren. De lijsten waar ik van houd maken de wereld alleen maar chaotischer. Dat is de bedoeling. Wat ik ermee beoog is dat ze inspiratiebron worden en de fantasie stimuleren. De lijsten die ik bewierook bevatten bijna altijd een surrealistisch element. Er komen zaken in terecht die er niet in thuis horen, of het na elkaar plaatsen van twee elementen veroorzaakt een schaterlach. Twee grootmeesters van de opsomming (en in zekere zin van lijsten) zijn Luis Buñuel en Jorge Luis Borges. Bob Dylan kan er ook goed weg mee, bijvoorbeeld in A Hard Rain’s A-Gona Fall. 


De lijst die ik wil maken - geïnspireerd door een artikel van Chris Petit in 1OOO Films To Change Your Life (het hele boek is een lijst) - is een zeer subjectieve aangelegenheid en heeft ongeveer alles met de herinnering en de waarneming te maken. Een haarlok of zelfs een wenkbrauw kan er even belangrijk zijn als een aardbeving (willekeurige voorbeelden, die waarschijnlijk niet in de lijst zullen voorkomen). Het is een vorm van autobiografie. En door de klank van de woorden en de magie van de namen, en de volgorde waarin alles wordt geplaatst zal de lijst tevens een - bijna episch - gedicht zijn.

Dit is een zeer bekend maar onovertroffen voorbeeld:

“Dergelijke dubbelzinnigheden, overbodigheden en onvolkomenheden doen denken aan die welke Dr. Franz Kuhn toeschrijft aan een bepaalde Chinese encyclopedie, getiteld Hemels Emporium van welwillende kennis. Op die pagina's uit een grijs verleden staat geschreven dat de dieren zijn te onderscheiden in a) toebehorend aan de Keizer, b) gebalsemd, c) getemd, d) speenvarkens, e) zeemeerminnen, f) fabeldieren, g) zwerfhonden, h) die welke in deze classificatie zijn opgenomen, i) die welke tekeergaan als dwazen, j) ontelbare, k) die welke zijn getekend met een heel fijn kameelharen penseel, l) enz., m) die welke net een vaas hebben gebroken, n) die welke in de verte op vliegen lijken.”
J.L. Borges, De analytische taal van John Wilkins.

WAAR KOMEN DE JUISTE IDEEEN VANDAAN?


Ik had het met Laura over een lijst die ik wil maken. In Budapest heb ik een boek gekocht over de zogeheten beste films aller tijden. Bekende wereldburgers geven daarin hun mening over hun favoriete film(s). Eveneens zijn er veel lijstjes in opgenomen. Lijstjes, zowat de uitverkoren ‘lectuur’ van onze tijd. Vroeger waren er de patronen voor de vrouwen en sportpagina’s voor de mannen, nu zijn er lijstjes voor iedereen. Een lijst in dat boek sprong me meteen in het oog. Het oog zag er enigszins blauw van, maar dat is nu over. Nu schittert het een beetje, maar het trekt ook wat scheef, van schaamte, want imiteren doe je niet straffeloos. Met een schitterend en scheef oog vertelde ik Laura dat ik ook aan een dergelijk lijstje zit te denken. Wat is de bedoeling? Ik probeer me uit mijn favoriete films de scènes, dialogen, bijzondere momenten, stukjes muziek, close-ups te herinneren en daar een lijst van te maken. Ik heb het boek en het artikel waar ik me door heb laten inspireren hier niet bij de hand. De naam van de auteur (of ster of wat dan ook) zal ik morgen of overmorgen verklappen. Of als de zon nog eens schijnt. Ik ben al zoveel verschuldigd, een verhaal over Lucca, over Budapest, over ziekte en walging op de Canarische Eilanden, en wat niet nog allemaal, dus kan dit er ook nog wel bij. Zoals een bespreking van de nieuwe cd van Bob Dylan. Op het eerste gehoor lijkt het net dezelfde als de vorige. Maar misschien heb ik niet goed geluisterd. Hij zingt wel beter, misschien heeft hij weer iets genomen, Jack Kerouac indachtig.

Ik zei tegen Laura: Karen Black in Five Easy Pieces, mag ik niet vergeten, maar wat was nu weer haar beste scène? En Wanda, hoe heette de regisseuse ook al weer, die ook de hoofdrol speelde, en jong gestorven is, Barbara Loden? Wat sprak me zo aan in haar enige film? De bankoverval, het kopen van de hamburgers, haar onderdanigheid, niet die van Barbara Loden, maar van het personage dat ze vertolkte, Wanda dus? Toevallig is zij, Barbara Loden, op een Amerikaanse postzegel terechtgekomen, niet omdat zij een briljante film had gemaakt, want dat wist niemand, en niemand ligt wakker van briljante films over slaafse vrouwen, neen, toevallig had iemand een foto van haar gemaakt, en zij was fotogeniek, en zo is zij, zonder dat iemand iets over haar wist, beroemd geworden, als postzegelmeisje. Barbara Lodens Wanda hebben weinig mensen gezien. Maar toen ik aan mijn tekst over uitverkoren filmmomenten bezig was – waarvan het einde nog lang niet in zicht is, wellicht wordt het een neverending story – ontdekte ik dat de film nu in Frankrijk op DVD is uitgebracht en dat Isabelle Huppert er lovende uitspraken over heeft gedaan. Leve Isabelle Huppert! Zij komt in veel van mijn filmherinneringen voor. De eerste is aan een scène in Les Valseuses. In het begin van de film hebben Depardieu en Dewaere in een vakantiehuisje aan zee aan haar slipje staan ruiken (zij is dan nog maar veertien). De gemene, maar sympathieke kerels vinden het wel lekker ruiken. Later, na vele avonturen en boevenstreken, lopen zij de ouders en de dochter, eigenares van het slipje, Isabelle Huppert, tegen het lijf. Bijna meteen beslist de tiener haar ouders de rug toe te keren en met de avonturiers ‘on the road’ te gaan. Wat waren we toen allemaal onschuldig. Als we nu zulke films zouden bewieroken zouden we bijna op pedofielen lijken.

Ik zei tegen Laura hoe moeilijk ik het soms vond om me namen van acteurs en actrices te herinneren. Shots, scènes, flarden dialogen, stukjes muziek, decors, landschappen, komen me wel weer voor de geest, maar hoe heten al die mensen? Zoals de vrouw die de hoer speelt in La mama et la putain? Die een lange, dronken en zeer meeslepende dialoog houdt over alles wat in haar hoofd opkomt (en waar de film over gaat)? En klopt het wel dat Warren Oates een lijk opgraaft in Bring Me The Head Of Alfredo Garcia? Ons geheugen laat ons zo vaak in de steek, of wij herinneren ons dingen die helemaal niet overeenstemmen met de werkelijkheid. Wij verbeelden ons films die Ben Hur of El Cid heten, maar de films zelf verschillen bijna volkomen van wat we ons verbeelden. Toch herinner ik me perfect hoe een van tequila dronken Warren Oates dat lijkt opgraaft, hoe zijn kleren nat worden van het zweet en zijn gezicht vuil van het stof en de kerkhofgrond.
Overigens doet Working Man’s Blues 2 van Dylan, dat ik nu op de voorgrond hoor, me sterk denken aan Señor, zijn lied over Sam Peckinpah, de man die Warren Oates berucht heeft gemaakt (want beroemd is deze grote acteur nooit geworden).

Gek dat ik al deze dingen niet neerschrijf als jij er niet bent, zei ik tegen Laura. Hier zit ik dat nu allemaal te vertellen en jij valt er bijna in slaap bij. Misschien moet jij bij me zitten slapen als ik schrijf, jouw slapende ziel zal me dan inspireren. Soms als je slaapt wek je toch ook mijn verlangen op. Ja, zei ze, misschien. Maar nu moet ik toch gaan slapen.

Ik rond mijn filmvertelling hier af. Ome Wim ben ik nog steeds niet en evenmin kan ik 1001 nachten doorgaan met mijn verhaal. Of misschien wel, maar ik zou er mijn hoofd niet mee sparen. Think about that girl I left behind, zingt Dylan nu. Ain’t talking, just walking. Erger is dat ik ook geen ander hoofd kan sparen. En nog erger is dat me dat soms onverschillig laat, dat het mededogen dat zo nodig is om de wereld te redden, mij ontbreekt.

14-06-06

JE MOET DOOR EN DOOR MODERN ZIJN


ascenseur


“Wie weet waar ik terechtkom, moet ik hebben gepeinsd. Ik ben nog altijd thuis, en ik blijf dromen van Timboektoe. Maar waar zal ik morgen zijn?” Dat schreef ik gisteren. Nu is het vandaag en ik ben nog steeds thuis, waar het eten en de wijn het beste smaken. Hier thuis zing ik zoals ik gebekt ben. Of zing ik helemaal niet. Ik kan nog altijd kiezen. Of is dat ook al van tevoren voor me uitgestippeld, wat ik zal kiezen? Laten we maar niet over Plato’s grot beginnen, over onze blindheid – of is het verblinding? -, over de afwezigheid van religie in de hedendaagse maatschappij, “once i was blind now I can see”. Over de tijd toen je kon zeggen dat je op weg was naar het licht. Ik zal daar niet over praten. We zijn niet op weg en er is geen licht. Dat geeft ook niet. Er is de gewone weg, er zijn straten, autosnelwegen, die echt bestaan, ook al duiden we ze met woorden aan, om elkaar erop te wijzen dat ze bestaan. Er is ook licht, maar het is het gewone licht van de zon, of van een of andere lamp of straatlantaarn. Het licht in de werken van Edward Hopper was al zulk licht: het kwam niet van god noch engel noch duivel. Het was het aanwezige licht. Die werken van Hopper, met dat licht, hebben de beeldenwereld waarin we nu leven sterk bepaald. Heeft hij er zelf kunnen voor kiezen om zo te schilderen of heeft hij gewoon gedaan wat hij dacht te moeten doen?

Opeens heb ik het gevoel dat ik nu in Parijs zou moeten zitten, in een café op de linkeroever, Les Deux Magots of zo, maar dan in de jaren vijftig, toen het nog geen peperdure toeristenval zal geweest zijn. Daar zaten de mannen te filosoferen over de nieuwe wereld, de wereld die sommigen van hen hadden helpen bevrijden van de nazi’s. Ik denk dat ze een beetje filosofeerden zoals ik nu doe, maar zij deden het onder invloed van amfetamine, dat leek toen nog iets onschuldigs; soldaten namen de drug om ’s nachts wakker te kunnen blijven, om nog beter kanonnenvlees te zijn, vlees dat ten gevolge van de artificiële energie en daarmee gepaard gaande waakzaamheid, net iets langer meegaat. Ze filosofeerden en kleedden zich in het zwart. Dat valt minder op in de grot van Plato. Ze rookten talloos veel sigaretten. De cafés waar zij zaten moesten blauw zien van de rook. Gitanes. Gauloises. Enkele vrouwen zongen levensliederen, die daar chansons werden genoemd. Er werd geluisterd naar Django Reinhardt, Chet Baker, Miles Davis. Miles Davis speelde de muziek voor L’ascenseur pour l’échafaud. Existentialisme comme il faut. Simone De Beauvoir werd verliefd op een Amerikaanse schrijver, Nelson Algren, als ik me niet vergis, de auteur van Walk On The Wild Side (een titel met nog altijd veel repercussies). Yves Montand ging met Marilyn Monroe naar bed. Simone Signoret werd nostalgisch. Arthur Miller keek toe en zag hoe alles ineenstortte. Wat waren de mensen toen pessimistisch! Zelfs een handelsreiziger moest sterven. En dichter bij ons, dank zij Roland Verhavert, de meeuwen in de haven.

Ik laat me door namen en emoties meeslepen. Ik heb al die dingen meegemaakt en niet meegemaakt. Ik denk er nu aan dat Timboektoe, waarover ik het gisteren had, en hierboven nog een keer, een hond is. Timboektoe is een taalvaardige hond in een boek van Paul Auster.
In Kafka On The Shore komen vooral sprekende katten voor, en een man, Nakata genaamd, die kats kan spreken. Vandaag, in de metro, heb ik nog een paar pagina’s gelezen en Nakata heeft nu een sprekende hond ontmoet, een beetje zoals Timboektoe, maar een veel minder sympathiek exemplaar. Hij heeft voorlopig ook nog geen naam. Maar misschien moet de lezer het boek zelf maar lezen, ik beveel het van harte aan: Kafka On The Shore, van Haruki Murakami.

Ik heb pijn aan mijn ogen, van teveel naar schermen te staren, van teveel woorden – en oorden - zien tevoorschijn komen, alsof je naar schaduwen kijkt op de wanden van een grot, kleine, onvermijdelijke schaduwen. Zal ik blind worden zoals Sartre? Ik neem nochtans geen amfetamine. Als ik dat wel zou doen zou ik me als kanonnenvlees van de literatuur voelen. Een fel schitterende ster, die daarna weer snel uitdooft.
Ik wil nochtans veel vertellen. Over het pessimisme, over de liefde, over de lust en het leed van de dagen. Ik houd van de werkende mens, maar hij kan me ook vreselijk de keel uithangen. Met hij bedoel ik vanzelfsprekend ook zij. Het zij zo.

Was Schopenhauer de eerste moderne filosoof, met zijn pessimisme, zijn filosofie van de wil en zijn zogenaamde vrouwenhaat? Ik denk het niet. Zijn leerling, Nietzsche, was de eerste moderne filosoof. Hij leek wel vrouwonvriendelijk, maar vermoedelijk was hij dat niet. Waarschijnlijk had een vrouw hem ziek gemaakt. Een andere vrouw beantwoordde zijn liefde niet. Daarna is hij gek geworden. Tussendoor heeft hij die boeken geschreven die nu iedereen leest. Het leven is kort, maar kijk wat je allemaal kunt doen gedurende die korte tijd. Misschien moet ik toch eens naar Timboektoe?

14-02-06

PORTRET VAN DE KUNSTENAAR ALS POSEUR (INTERVIEW 1982)

westerns,regisseurs,pop,popcultuur,reizen,radio,schrijven,muziek,boeken,1982,antwerpen,dansen,films,interview,martin pulaski

Nicolas de Staël

Wegens ziekte, zielszwakte en een hoofd dat naar het oorkussen van de duivel snakt, is deze winkel toe. Om mijn geliefde klanten toch niet met lege handen naar huis te moeten sturen en hen op die manier met de zinloosheid van het bestaan te confronteren, bied ik hen een oud artikel aan, teruggevonden in stoffige, nog net niet weggeknaagde archieven. Het gaat om een interview met mezelf, Martin Pulaski, uit het jaar 1982. Ik ben nog jong en naïef; elke zaterdag ga ik dansen vanaf middernacht tot de dag aanbreekt. Ik wandel langs de Scheldekaaien of in de buurt van de Entrepot en de oude dokken. Mijn dieet bestaat uit films, letteren, muziek, liefde, toevallige ontmoetingen en aardappelen met uien. Af en toe doorgespoeld met een glas Nuits-Saints-Georges of Old Granddad Kentucky Bourbon. Ik begin met een muziekprogramma op radio centraal, een lokale zogenaamd anarchistische cultuurradio in Antwerpen. De verschrikkelijke Reagan is net president en the right honourable Margaret Thatcher, wellicht de meest gehate vrouw aller tijden, is ook nog maar net begonnen aan haar carrière als voorgangster van Tony Blair. Om maar een idee te geven. Foto’s uit die periode vind je hier. Je zal wel even moeten zoeken. Het vreemde is dat ik geen woord aan dat verdomde interview moet veranderen. Dat ik alles wat ik toen beweerde en vereerde nog steeds beweer en vereer. Wat zegt dit over mezelf? Ben ik stil blijven staan of heeft datgene waar ik van hield een soort van eeuwigheidswaarde? Neen, ik geloof niet dat ik stil ben blijven staan. Het zal eerde dat laatste zijn, hoewel ‘eeuwigheidswaarde’ relatief is, ‘sub specie aeternitatis’. Er zijn sinds 1982 natuurlijk nieuwe mensen, nieuwe dingen in mijn leven gekomen. Ik weet minder maar ook meer, minder omdat mijn zintuiglijkheid is afgenomen, meer omdat ik grondig heb geleefd. Ik heb vooral veel meer van de wereld gezien. Meer commentaar zal ik niet geven. Dit is het intverwiew:

Wat is je favoriete kleur ?

Rood. Geel vind ik ook mooi, maar die kleur associeer ik te zeer met waanzin. Denk maar aan Van Goghs geel. Ook oker is een bijzondere kleur. En het blauw van Yves Klein.

Welk gerecht vind je het lekkerst ?

Een Italiaans gerecht: Osso Bucco. Mijn geliefde kan het heerlijk toebereiden. Spaghetti kan heerlijk smaken, maar lang niet altijd. Mosselen met friet. De Franse keuken is meer iets voor de Fransen, en voor mensen die alles 'excellent' vinden wat van bij de Fransen komt. Met hun stokbroden en hun roomsauzen en hun foie gras! Ik heb trouwens iets tegen Camembert. Hoe kun je zo'n onwelriekend goedje eten ?

Hou je van dieren ?

Ja, maar alleen als ze vrij zijn in de natuur of wat daar nog voor doorgaat. Voor huisdieren ben ik allergisch: voor katten, honden en vooral voor duiven. Duif met druiven is overigens een lekker gerecht. Misschien ben ik wel allergisch voor olifanten, maar daar kan ik geen uitsluitsel over geven. De interessantste dieren vind ik de reptielen en de dieren in de fabels. Lees er Ramon Llulls 'Libre de meravelles' uit 1288 maar eens op na.

Hou je van reizen ?

Ik doe niets liever. Helaas zit ik meestal thuis. Om te reizen heb je namelijk geld nodig en dat heb ik niet. Dus reis ik maar in mijn dagdromen (en in mijn nachtdromen). Soms troost ik mij ook wel wat met het opsommen van alle ongemakken die aan het reizen verbonden zijn. Dat zal ik nu niet doen. Wel wil ik nog even de namen van mijn favoriete reizigers vermelden: Des Esseintes en Raymond Roussel.

Ga je graag naar de bioscoop ?

Film is mijn eerste liefde. Ik zou elke dag in het donker van de cinema kunnen doorbrengen.

Heb je een voorkeur voor bepaalde regisseurs of voor een bepaald genre ?

Als genre gaat mijn voorkeur naar de western. Het is de enige mythe die overblijft in onze westerse maatschappij. De mythische personages uit de westerns zijn voor mij belangrijker dan Griekse helden als Perseus of Medea. De westerns van John Ford zijn de beste, met name 'The Searchers' is een meesterwerk. Maar die van Anthony Mann mogen er ook zijn ('Man of the West', 'The Tin Star'). Een schitterende western is 'Shane', van George Stevens, met Brandon DeWilde en Alan Ladd. Alan Ladd was trouwens de grote held uit mijn kinderjaren. Nu blijkt dat hij een hele kleine man was, die altijd op hoge hakken liep, maar dat kreeg je gelukkig niet te zien in zijn films.Ik ben al even verslingerd aan gangsterfilms, of 'films noirs' of hoe je ze ook wilt noemen. Een goed voorbeeld daarvan is 'White Heat' van Raoul Walsh, met James Cagney: "I'm on top of the world, ma", het Oedipuscomplex ten top gedreven. Nicholas Rays 'They Live By Night' is een schitterende film. Er zijn natuurlijke uitstekende Franse 'films noirs' gemaakt, onder meer 'Touchez pas au Grisbi' van Jacques Becker. Om te weten wat die 'grisbi' is moet je de film hebben gezien of een Franse gangster uit de jaren 50 zijn. Ik ga dat nu niet verklappen. Verder is 'Du rififi chez les hommes' van Jules Dassin zeker nog het vermelden waard. En de films van Jean-Piere Melville natuurlijk, ‘Le doulos’, ‘Le Samouraï’.
Mijn favoriete regisseurs zijn overigens Fransen: Jacques Rivette, Jean Renoir, Marcel Carné, en vooral Jean-François Adam (die vreselijk morbide films heeft gemaakt) en Jean Eustache. Ze heten bijna allemaal Jean. De laatste twee hebben zelfmoord gepleegd. Wij leven in een wrede wereld.Een aantal films buiten categorie moeten hier zeker genoemd worden:

'Badlands' van Terence Malick, 'North By Northwest' van Hitchcock, 'Vampyr' van Dreyer, 'La chute de la maison Usher' van Epstein, 'Don't Look Now' van Nicholas Roeg, 'El Angel Exterminador' van Buñuel, 'Taxi Driver' van Martin Scorsese. De beste zal ik nu wel vergeten zijn. Ach ja, natuurlijk: zowat alle films van Fassbinder, Wim Wenders, Pier Paolo Pasolini en Bernardo Bertolucci.
Mijn favoriete actrices zijn op dit ogenblik Delphine Seyrig, Jeanne Moreau, Juliet Berto en Angie Dickinson. Acteurs: Ernest Borgnine, Karl Malden, Jean-Pierre Léaud, Marlon Brando en Richard Burton. Met uitzondering van Jean-Pierre Léaud hebben ze stuk voor stuk in abominabele films gespeeld. En een acteur die ik eigenlijk verafschuw, Jean Gabin, heeft in meesterwerken als 'Le jour se lève' gespeeld. Je kunt je daar dus niet op baseren bij het beoordelen van een film. Je moet een film ook niet beoordelen. Je moet hem ondergaan. Je moet ervan genieten. Critici en recensenten kunnen we missen als kiespijn.

Word je bij het schrijven beïnvloed door film?

Ik denk het wel. Onbewust zeker wel. In mijn proza wordt nogal eens verwezen naar bepaalde films, of bepaalde scènes en beelden uit films. Sommige van mijn gedichten vinden hun oorsprong in een film. In een sterk beeld van Nicholas Roeg bijvoorbeeld.

Naar welke muziek gaat je voorkeur ?

Ik houd van pop. Maar wat bedoel ik daar mee? 'Pure pop for now people' zegt Nick Lowe met enige ironie. Pop komt zoals iedereen weet van populair. Het is dus een zeer breed genre. Soms wordt een onderscheid gemaakt tussen rock en pop. Pop is voor zulke mensen dan het lichtere genre: Sandie Shaw, Cliff Richard, Bonie M, Blondie. Ik maak dat onderscheid niet. Rock is een onderdeel van de populaire muziek. Blues, rhythm & blues, soul, country & western, bluegrass, folk en zelfs jazz horen daar ook bij. Je zou bepaalde klassieke composities al net zo goed pop kunnen noemen, mazurkas en polonaises van Chopin, Gymnopédies van Erik Satie en zo. Een levend bewijs voor mijn theorie is James Osterberg. Zijn 'artiestennaam' is niet Iggy Rock maar Iggy Pop. Toch maakt hij allesbehalve popmuziek in de enge betekenis.Elvis Presley zal wel altijd mijn held blijven, hoezeer ik ook tegen heldenverering ben gekant. Elvis is eigenlijk ook een mythische held, zoals Shane in de gelijknamige film. Waarom zou ik me daar tegen verzetten? Die man (of die mythe) legt niemand iets in de weg. Bedriegers en leefhoofden als Ronald Reagan, Margaret Thatcher of Guy Verhofstadt, met hun politiek voor de twee procent rijken van de wereld, de woekeraars en vampiers die ons bloed uitzuigen, en vooral het bloed van degenen die in de ‘ontwikkelingslanden’ overleven, dat zijn de vijanden van de samenleving. En de smeerlappen die achter de schermen werken, van wie we de namen niet kennen maar die het volk onderdrukken en die niet terugschrikken voor foltering en moord, allemaal voor macht en bezit. Dat zijn de ware vijanden. Niet Elvis Presley en ook niet Tom Jones, Will Tura of Anneke Grönloh.
De eerste singles van The Who waren fantastisch: 'Anyway, Anyhow, Anywhere', 'My Generation', 'Substitute'. The Kinks met 'Waterloo Sunset'. Zowat alles van Bob Dylan. The Velvet Underground was uniek: Lou Reed, John Cale, Sterling Morrison, Maureen Tucker en Nico. Grote persoonlijkheden (Sterling en Moe iets minder groot); een unieke sound, die nooit zal overtroffen worden. Van Captain Beefheart kan hetzelfde worden gezegd. Hij is een van de weinige genieën in de popmuziek. Hij heeft nooit ergens rekening mee gehouden, met geen enkele mode of trend. Van de zogenaamd zwarte muziek wil ik Aretha Franklin noemen, Irma Thomas, Howlin' Wolf, Muddy Waters en Jimmie Reed.
Hank Williams, George Jones en Tammy Wynette bewonder ik zeer. Je mag niet bewonderen, zegt Sartre. Waarom zou ik niet mogen bewonderen? Sartre is zot. Nu vind ik the Fall erg goed, Public Image Ltd., Talking Heads, Pere Ubu, the Buzzcocks, the Jam, Joy Division, Lydia Lunch.

westerns,regisseurs,pop,popcultuur,reizen,radio,schrijven,muziek,boeken,1982,antwerpen,dansen,films,interview,martin pulaski

Lydia Lunch

Je mag het tegenwoordig niet luidop zeggen, want dan ben je een ‘ouwe hippie’, maar de jaren '60 waren het nirvana van de popmuziek: Jimi Hendrix Experience, The Byrds, Love, Buffalo Springfield, Moby Grape, Pink Floyd, Beach Boys. Het was het decennium van de popgroep. Heel wat minder bekende groepen hebben toen prachtige singles en LP's gemaakt. En natuurlijk had je toen ook de Phil Spector Sound, Motown en Stax. The Beatles en The Rolling Stones.
In de jaren '50 had je de unieke Sun Sound van Sam Phillips: Elvis, Carl Perkins, Jerry Lee Lewis, Charlie Rich, Johnny Cash en Roy Orbison. Maar ook Howlin' Wolf, Little Junior Parker en Rufus Thomas namen platen op in de Sun-studio in Memphis. Dat is nog altijd allemaal even schitterend. Ray Charles mag ik ook niet vergeten. Ik moet toegeven dat ik soms zelfs plaatjes draai van Gene Vincent, Ricky Nelson en Del Shannon. Over Connie Francis zal ik maar zwijgen.


Ben jij eigenlijk wel geïnteresseerd in Schone Kunsten !

Dat is onzin, die benaming. Maar je bedoelt het waarschijnlijk ironisch, niet? We hebben in ieder geval niet voldoende tijd om hier te gaan definiëren wat kunst is. Overigens, kun je dat wel definiëren? "All art is quite useless" zei Oscar Wilde. Ik ben het daar volkomen mee eens. Hoe nuttelozer, hoe beter. Ik houd het meest van schilderkunst. Beeldhouwkunst zegt mij niet zo veel. Op dit moment bewonder ik Rothko (kleuren!), Nicolas de Staël, Francis Bacon, Richard Hamilton, Edward Kienholz. De grootste schilder vind ik Max Beckmann. Uiteraard mag ik de Oude Helden niet vergeten: Van Eyck, Velazquez, Rembrandt, Giotto, en het hoogtepunt van de renaissance schilderkunst: Tintoretto. Als je tijd hebt moet je in Verona, nadat je dag hebt gezegd tegen Romeo en Julia, eens naar zijn 'Musicerende Engelen' gaan kijken.

We hebben het nog niet over de letteren gehad...

Neen. En misschien is het heel wijs om daarover maar te zwijgen. Wat kun je zeggen over de literatuur? Het staat allemaal in de boeken. In die moeilijke werkjes van Philippe Sollers, Octavio Paz, Jacques Derrida, Jean-François Lyotard. Doorgaans zijn het Fransen die zich daarmee bezighouden. Die hebben mijn hoofd goed op hol gebracht, die mannen! Bij uitzondering vertoeft er wel eens een dame in hun midden. Julia Kristeva, bijvoorbeeld. Die is zelfs knap. Enfin, het staat allemaal in hun boekjes. Wat kun je daar nog aan toevoegen, zoals ik al zei.
De meeste schrijvers zijn aanstellers, leugenaars, would-be-mediafiguren. De meesten kunnen niet eens schrijven. Of ze hebben niets te vertellen. Zo van die leraar-schrijvers in wier leven niets is gebeurd, tenzij dat ene slippertje en dat glaasje teveel op een feestje of dat reisje naar Egypte met de flauwte bij de piramiden. Ik denk dat zij negen kansen op tien niet aangetast zijn door het virus, dat ze die doorn niet in het vlees hebben zitten, dat zij niet bezeten zijn. Dat moet niet, neen, maar ik vind het wel belangrijk. Het heilige vuur, werd dat vroeger genoemd. Maar dat 'heilige' mag er wel af. Ja, laat dat er maar af. Dat heilige. Je moet je spraakkunst kennen. Je moet wat woorden kennen. Je moet al eens een keer over iets nadenken. Je moet al eens in een ziekenhuis zijn geweest. Je moet al eens gevochten hebben. Je moet de zee hebben gezien. Al eens een keer een museum binnenstappen, met een kunstenaar praten, een film of een toneelstuk gaan zien. Een concert bijwonen. Al eens van gedacht veranderen. Een pakje sigaretten gaan kopen en pas twee jaar later terugkeren. Dat laatste is niet echt noodzakelijk. Zeker niet als je niet rookt. De dingen eens van een andere kant bekijken.
Een gekunstelde woordenschat en een doorwrocht verhaal zijn bijkomstig, het verlangen en de bezetenheid zijn essentieel. Dat impliceert uiteraard dat je bloed uitzweet en tranen laat als je een tekst maakt. Je schudt die niet zomaar uit je mouw.
Nu moet je vooral niet denken dat ik niet van schrijvers of van boeken houd. Ik houd van William Blake, August Strindberg, Percy Shelley, Marcel Proust, Rober Musil, Arthur Schnitzler, Herman Gorter, Nicolaj Gogol, Gustave Flaubert, Stendhal, James Joyce (zij het met een half hart en Finnegans Wake heb ik meteen in het rek gezet, dat is gekkenwerk), Franz Kafka, Heinrich Von Kleist, Friedrich Hölderlin, Friedrich Nietzsche, Antonin Artaud, Walt Whitman, Lautréamont, Carson McCullers, Arthur Rimbaud, Céline, Thomas Mann (hoewel), T.S. Eliot, Gerrit Achterberg, Lucebert, Martinus Nijhoff, Hendrik Marsman. Van tientallen anderen. Van mijn vrienden die schrijven (of schilderen of iets anders doen dat waardevol is).

Waarom schrijf je ?

Als ik dat eens wist. Ik schrijf omdat ik schrijven moet. Dat is één. En ik schrijf om sommige dingen die al gezegd zijn nogmaals te benadrukken. Ik heb er plezier in iets te zeggen dat ooit al is gezegd. Maar dan nog eens een keer. Dan horen de mensen het opnieuw, of liever, dan lezen ze het opnieuw. Dan gaat wat ik waardevol vind niet zo vlug verloren. Dat is twee. Ja, ik geloof dat ik vrij behoudsgezind ben. Maar dat moet je uiteraard niet politiek interpreteren. Meer kan ik er nu niet over zeggen. 't Moest kort blijven. Mijn tijd zit erop. Ik moet nog een hemd gaan kopen.

Tot daar het interview met mezelf uit 1982. Veel heeft het allemaal niet om het lijf, sub specie aeternitatis.

23-12-05

HET BESTE VAN 2005



NY PRAIRIE WIND


Uit het hoofd: Neil Young – “Prairie Wind”. Cat Power – “The Greatest”. Sufjan Stevens – “Illinoise”. South San Gabriel - “The Carlton Chronicles: Not Until The Operation’s Through”. Bettye Lavette – “I’ve Got My Own Hell To Raise”. Bob Dylan – “No Direction Home”. Iron & Wine / Calexico – “In the Reins”. My Morning Jacket – “Z”. Aimée Mann – “The Forgotten Arm”. Bright Eyes – “I 'm Wide Awake, It's Morning “. Ro Theater / Guy Cassiers - “Proust 4”. Jim Jarmusch - “Broken Flowers”. Alexander Payne – “Sideways”. Walt Whitman – “Leaves Of Grass – Grasbladen. Vertaald door 22 dichters.” Murakami Haruki – “Norwegian Wood”. Bright Eyes in Botanique, Rilo Kiley in Botanique. Bettye Lavette in AB club. Mercury Rev in Koninklijk Circus. Walkabouts in AB. Edgar Reitz – “Heimat 3”. Bettina Rheims' foto's. Alles van the Kinks. Alles van Mazzy Star en Hope Sandoval.

Ziezo, dat is uit het hoofd. De rest zit in het onbewuste of is voor altijd uitgewist.

13-10-05

OUDE BOEKEN, NIEUWE SPELLING

 

films,schrijvers,handke,scannen,varia,borges,groene boekje,oude boeken,boeken,literatuur,spelling,koopverslaving,agata,flickr,pessoa,etc,stad,steden

Er verschijnt een nieuw groen boekje, met nieuwe spellingsregels voor de Nederlandse taal. Ik heb de oude spellingsregels nog niet eens onder de knie. De taalgevoelige lezer van hoochiekoochie zal dat al wel gemerkt hebben.


Een ander nadeel van de spellingswijziging is dat mijn boekenverzameling alweer veroudert en daardoor waarschijnlijk in (financiële) waarde afneemt. Toch heb ik niet het voornemen de vertalingen die ik nu bezit van Borges, Proust, Pessoa, Borges, Casanova, Rousseau, Nietzsche, Schopenhauer, Kierkegaard en de kinderen van mindere goden aan de papierversnipperaar te offeren en nieuwe edities aan te schaffen.
Wat ik al geleerd heb is dat we niet het verkleinwoord van ‘haiku’ als ‘haikutje’ mogen schrijven; daar is een speciale regel voor uitgevonden, waardoor haiku’tje verplichte kost wordt. Dat is belangrijke informatie voor een dichter.

Mijn koopverslaving is overigens verschoven van boeken en cd’s – waar ik weliswaar nog niet helemaal van ben afgekickt – naar dvd’s. Gisteren heb ik de ‘volledige’ collectie films van Jim Jarmush gekocht (jammer dat Dead Man eraan ontbreekt), evenals beide delen van Once Upon A Time In America (Sergio Leone), Memento (Christopher Nolan), Kill Bill (Quentin Tarantino) en The Deer Hunter (Michael Cimino). Als deze verslaving nog toeneemt leidt ze me rechtstreeks naar het armenhuis.

Agata L. bracht me ertoe om boekomslagen van boeken van Fernando Pessoa en een gedicht van Peter Handke te scannen en de resultaten op flickr te zette, als ‘propaganda’ voor uitstekende literatuur.Ik houd overigens van de zenachtige eenvoud van Agata’s dagboek. Zelf leef ik in de stad en de stad leeft in mijn hoofd. Het is allemaal bijzonder complex en chaotisch. Geen wonder dat mijn weblog eruitziet zoals ze eruitziet. Of is weblog mannelijk? Toch maar dat nieuwe groene boekje aanschaffen misschien?

04-08-05

LA MAMAN ET LA PUTAIN, ETCETERA


la maman et la putain

La Maman et la putain, Five Easy Pieces, Days Of Heaven, Wanda, Magnolia, Bring Me the Head of Alfredo Garcia, The Shooting, High Noon, Le charme discret de la bourgeoisie, Winerschläfer, The Searchers, Heaven's Gate, Lost In Translation, Tirez sur le pianiste, North By Northwest, Touch Of Evil, Cul De Sac, Repulsion, M, L’avventura, Blow Up, Bad Timing, Jackie Brown, Mean Streets, Sunrise, La Dolce Vita, Stranger Than Paradise, Andrej Rublev, L’atalante, To Be Or Not To Be, Dinner At Eight, Fat City, The Fortune Cookie, Saturday Night And Sunday Morning, Les Enfants Du Paradis, Lost Highway, Point Blank, Singing In The Rain, Celine Et Julie Vont En Bateau, La vie de Jésus, Eternal Sunshine Of the Spotless Mind, Night Of The Living Dead, Ossessione, I Walked With A Zombie, Ascenseur Pour L’echafaud, Night Of The Iguana, Hud, Nosferatu, Vampyr, Out Of The Past, Toni, Red Shoes, Le Salaire De La Peur, Du Rififi Chez Les Hommes, The Killing Of A Chinese Bookie, L’annee Dernière A Marienbad, Dillinger E Morto, Memento, Possession, Performance, Buffalo 66, The Big Heat, It’s A Wonderful Life, Invasion Of The Body Snatchers, Lone Star, I Want You, Le retour à la bien-aimée, Sue, 1900, Last Tango In Paris, Swimming Pool, Lucia y el sexo, Diarios de motocicleta, Die Ehe Der Maria Braun, Johnny Guitar, Two Lane Blacktop, The Last Picture Show, Der Himmer Uber Berlin, Vertigo, La Pianiste, Requiem For A Dream, Being John Malkovich, Fight Club, Breaking the Waves, 21 Grams, The Man Without a Past, Jean Eustache, Bob Rafelson, Terence Malick, Barbara Loden, PT Anderson, Sam Peckinpah, Monte Hellman, Fred Zinneman, Luis Bunuel, Tom Tykwer, John Ford, Michael Cimino, Sofia Coppola, François Truffaut, Alfred Hitchcock, Orson Welles, Roman Polanski, Fritz Lang, Michelangelo Antonioni, Nicholas Roeg, Quentin Tarantino, Martin Scorsese, Friedrich Wilhelm Murnau, Frederico Fellini, Jim Jarmusch, Jean Vigo, Andrej Tarkovski, Ernst Lubitsch, George Cukor, John Huston, Billy Wilder, Karel Reisz, Marcel Carné, David Lynch, John Boorman, Stanley Donen, Gene Kelly, Jacques Rivette, Bruno Dumont, Michel Gondry, George Romero, Luchino Visconti, Jacques Tourneur, Louis Malle, Martin Ritt, GW Murnau, Carl Dreyer, Jean Renoir, Michael Powell, Henri-Georges Clouzot, Jules Dassin, John Casavetes, Alain Resnais, Marco Ferreri, Christopher Nolan, Andrzej Zulawski, Donald Cammel, Vincent Gallo, Frank Capra, Don Siegel, John Sayles, Michael Winterbottom, Jean-François Adam, Amos Kollek, Bernardo Bertolucci, Francois Ozon, Julio Medem, Walter Salles, Rainer Werner Fassbinder, Nicholas Ray, Peter Bogdanovich, Wim Wenders, Michael Haneke, Darren Aronowsky, Spike Jonze, David Fincher, Lars Von Trier, Alejandro Gonzales Inarritu, Aki Kaurismaki, Bulle Ogier, Isabelle Huppert, Steve Buscemi, Cary Grant, Greta Garbo, Karen Black, Isabella Rosselini, Gary Cooper, Groucho Marx, Buster Keaton, Jean-Pierre Léaud, Juliet Berto, Marlon Brando, Lee Marvin, Angie Dickinson, Charlotte Gainsbourg, Peter Lorre, Harry Dean Stanton, Miou Miou, Bruno Ganz, Paz Vega, Gaél Garcia Bernal, Emmanuelle Béart, Isabelle Adjani, Emmanuelle Devos, Vincent Cassel, Scarlet Johansson, Vivien Leigh, Delphine Seyrig, Anna Thomson, Charlotte Rampling, Ludivine Sagnier, Gloria Swanson, Elizabeth Taylor, Richard Burton, Ava Gardner, Joan Crawford, Caroll Baker, Karl Malden, Eva Marie-Saint, Rod Steiger Alan Ladd, Judith Malina, Julian Beck, Faye Dunaway, Robert Mitchum, Grace Kelly, Juliette Binoche, Rosanna Arquette, Patricia Arquette, Françoise Dorleac.

Inderdaad, nog eens een lijstje. Het verlangen was groot. Ik heb het weer gedaan. Maar eigenlijk is dit een wedstrijd. Je moet gewoon bij de filmtitels de bijhorende regisseur, acteurs en actrices plaatsen. Aan deze wedstrijd zijn helaas geen prijzen verbonden. Wordt vervolgd.

15-03-05

FILMS DIE JE MAG GEZIEN HEBBEN


  • LA MAMAIN ET LA PUTAIN / JEAN EUSTACHE
  • FIVE EASY PIECES / BOB RAFELSON
  • DAYS OF HEAVEN / TERENCE MALICK
  • WANDA / BARBARA LODEN
  • BRING ME THE HEAD OF ALFREDO GARCIA / SAM PECKINPAH
  • THE SHOOTING / MONTE HELLMAN
  • CHARME DISCRET DE LA BOURGEOISIE / BUNUEL
  • THE SEARCHERS / JOHN FORD
  • HET RIJK DER ZINNEN / NAGISA OSHIMA
  • HEAVEN’S GATE / MICHAEL CIMINO
  • TIREZ SUR LE PIANISTE / FRANCOIS TRUFFAUT
  • NORTH BY NORTHWEST / ALFRED HITCHCOCK
  • VERTIGO / ALFRED HITCHCOCK
  • CUL DE SAC / ROMAN POLANSKI
  • M / FRITZ LANG
  • L’AVVENTURA / MICHELANGELO ANTONIONI
  • BLOW UP / MICHELANGELO ANTONIONI
  • BAD TIMING / NICHOLAS ROEG
  • JACKIE BROWN / QUENTIN TARANTINO
  • MEAN STREETS / MARTIN SCORSESE
  • SUNRISE / FRIEDRICH WILHELM MURNAU
  • LA DOLCE VITA / FREDERICO FELLINI
  • STRANGER THAN PARADISE / JIM JARMUSCH
  • ANDREJ RUBLEV / ANDREJ TARKOVSKI
  • L’ATALANTE / JEAN VIGO
  • TO BE OR NOT TO BE / ERNST LUBITSCH
  • DINNER AT EIGHT / GEORGE CUKOR
  • THE FORTUNE COOKIE / BILLY WILDER
  • SATURDAY NIGHT AND MORNING / KAREL REISZ
  • LES ENFANTS DU PARADIS / MARCEL CARNE
  • LOST HIGHWAY / DAVID LYNCH
  • POINT BLANK / JOHN BOORMAN
  • SINGING IN THE RAIN / STANLEY DONEN & GENE KELLY
  • CELINE ET JULIE VONT EN BATEAU / JACQUES RIVETTE
  • NIGHT OF THE LIVING DEAD / GEORGE ROMERO
  • OSSESSIONE / LUCHINO VISCONTI
  • I WALKED WITH A ZOMBIE / JACQUES TOURNEUR
  • ASCENSEUR POUR L’ECHAFAUD / LOUIS MALLE
  • NIGHT OF THE IGUANA / JOHN HUSTON
  • HUD / MARTIN RITT
  • NOSFERATU / GW MURNAU
  • VAMPYR / CT DREYER
  • OUT OF THE PAST / JACQUES TOURNEUR
  • TONI / JEAN RENOIR
  • RED SHOES / MICHAEL POWELL
  • LE SALAIRE DE LA PEUR / HG CLOUZOT
  • DU RIFIFI CHEZ LES HOMMES / JULES DASSIN
  • THE KILLING OF A CHINESE BOOKIE / JOHN CASAVETES
  • L’ANNEE DERNIERE A MARIENBAD / ALAIN RESNAIS
  • DILLINGER E MORTO / MARCO FERRERI
  • MEMENTO / CHRISTOPHER NOLAN
  • POSSESSION / ANDRZEJ ZULAWSKI
  • PERFORMANCE / DONALD CAMMEL
  • BUFFALO 66 / VINCENT GALLO
  • THE BIG HEAT / FRITZ LANG
  • IT’S A WONDERFUL LIFE /FRANK CAPRA
  • INVASION OF THE BODY SNATCHERS / DON SIEGEL
  • LONE STAR / JOHN SAYLES
  • I WANT / YOU MICHAEL WINTERBOTTOM
  • SUE / AMOS KOLLEK
  • LOST IN TRANSLATION / SOPHIA COPPOLA
  • 1900 / BERNARDO BERTOLUCCI
  • SWIMMING POOL / FRANCOIS OZON
  • DIE EHE DER MARIA BRAUN / RAINER WERNER FASSBINDER
  • DER HIMMEL UBER BERLIN / WIM WENDERS
  • JOHNNY GUITAR / NICHOLAS RAY
  • TWO LANE BLACKTOP / MONTE HELLMAN
  • THE LAST PICTURE SHOW / PETER BOGDANOVICH
  • DER HIMMER UBER BERLIN / WIM WENDERS