06-02-16

ZERO DE CONDUITE: VOOR DAVID BOWIE

Zéro de conduite is een POPprogramma op Radio Centraal in Antwerpen. Elke eerste zaterdag van de maand, van 6 tot 8 ’s avonds. Een muzikaal evenement voor allen en voor niemand. Uniek in het universum. Stem af op 106.7 FM.
Je kunt Zéro via streaming beluisteren. Hier vind je meer informatie over de radio.

David-Bowie-1971-2.jpg

David Bowie, de geliefde zanger en kunstenaar, is nu al bijna een maand dood. Het rouwproces, als we het zo mogen noemen, lijkt lang te zullen aanslepen. Ongewoon is dat niet: wij hadden het gevoel dat David Bowie ons minder vreemd was dan de meeste van onze familieleden, dan sommige van onze vrienden. Door innerlijke processen die we zelf niet kennen gaat onze liefde in veel gevallen eerder naar zij die ver van ons verwijderd leven dan naar zij met wie we dagelijks omgaan. Dat heeft weinig met Nietzsche te maken. Of misschien heeft het lezen van Nietzsche ons toch duidelijk gemaakt dat het zo was en is. Hier zijn natuurlijk uitzonderingen op: onze tederste gevoelens gaan naar mensen die we van huid en haar kennen. Maar bijna even groot is onze affectie voor aardlingen als David Bowie. Of noem het fascinatie.

syd_barrett 2.jpg


Over welke rol hij in mijn leven heeft gespeeld schreef ik al eerder in ‘Fascination: David Bowie’, dat wil ik hier niet nog een keer herhalen. Wel is het onmogelijk om geen twee uur van Zéro de conduite aan de muzikale werelden van David Bowie te wijden. Aan onze fascinatie voor hém en aan zíjn fascinatie voor andere muziek en muzikanten. Overigens is dat maar een deel van de hele Bowie. Hij was zoveel meer dan muziek. Maar aangezien wij een muziekprogramma maken beperken wij ons tot dat (essentieel) facet. Deel twee van de muzikale trip door het Zuiden van de Verenigde Staten zal moeten wachten.
Wegens tijdgebrek – twee uur per maand - en door te weinig kennis van het latere werk zal onze aandacht vooral naar de eerste drie periodes van Bowie gaan. Ik noem deze fases (die door elkaar lopen): Swinging London Boy; androgyne rocker; neo-expressionistische soul searcher.

0brianeno2.jpg


Om het allemaal wat verrassend te houden wordt de gedetailleerde playlist pas morgen op hoochiekoochie en facebook gepost. Aan de voorbereiding werd hard gewerkt en voor één keer voelde ik mij gedwongen om een thema te ‘kiezen’. Wij maken deze aflevering van Zéro de conduite voor niemand anders dan voor David Bowie, maar zijn er van overtuigd dat zij veel luisteraars blij en tegelijk wat droef zal maken.

Veel luisterplezier!

0Ray Davies.jpg

Research & presentatie: Martin Pulaski
DJ: Sofie Sap

03-12-12

SEKS, BLUES EN THE ROLLING STONES

seksbluesrollingstones.jpg

Uit Porto bracht ik ‘Some Girls’ van The Rolling Stones mee, de editie uit 2011 met bonustracks. Zonder een duidelijke reden, zeker niet vanwege de tien toegevoegde songs. Wellicht om toch iets te kopen, je kunt niet met lege handen naar huis. Daags na mijn thuiskomst verraste de muziek mij met haar levendigheid en levenslust. Ik werd meteen teruggeslingerd in de tijd, naar 1978, toen ik nog maar net in Antwerpen woonde, waar ik leefde van filosofie, zwarte inkt en amfetamine. Joggen deed ik niet, veel te gevaarlijk, dan veel liever elke vrijdag en zaterdag de hele nacht gaan dansen. Punk en disco waren in die periode heerlijke en uiterst eenvoudige vormen van popmuziek. ‘Some Girls’ is een combinatie van beide genres, en van seks. Ik stelde vast dat ‘Imagination’, een cover van een Temptations-hit, mij na al die jaren het meest zin gaf om mij opnieuw op de dansvloer te wagen (in de salon van ons appartement). De manier waarop Mick Jagger het woord ‘rhapsody’ uitspreekt roept de geest van Laurence Olivier op, of die van Mick Jagger zelf, als hij in 1969 in Hyde Park een fragment uit Shelley’s ‘Adonais’ voorleest, voor Brian Jones, die enkele dagen eerder gestorven is. Mick Jagger als Percy Shelley, Brian Jones als John Keats.

In mijn enthousiasme plaatste ik een video van ‘Imagination’ op Facebook, in de hoop dat de song op veel vrienden aanstekelijk zou werken. Vreemd genoeg was dat niet het geval. Maar ik ontdekte dat een facebook-vriendin, Greet van Hecke, een dag eerder – in verband met ‘Some Girls’ het concept ‘sex blues’ had gelanceerd, een mooi toeval en bovendien een term die uitstekend past bij een aantal songs van the Rolling Stones, zeer zeker bij ‘Stray Cat Blues’ en ‘Parachute Woman’.  ‘Sex Blues’ dekt echter een ruimere lading dan alleen maar enkele nummers van the Rolling Stones. Ik vind ‘Manish Boy’ van Muddy Waters, om maar een voorbeeld te geven, ‘sex blues’ bij uitstek. Blues heeft overigens vaker met seks te maken dan met droefheid en melancholie. En ook bij the Rolling Stones draait ongeveer alles om seks, zelfs misogyne nummers als ‘Under My Thumb’, ‘Yesterday’s Papers’ en ‘Stupid Girl’.   

De voorbije nacht lag ik er nog altijd wakker van, van die duivelse Rolling Stones. Ik herinnerde me dat ik in 1964 voor het eerst ‘Tell Me’ op de radio hoorde. Ik had kort voordien van mijn vader een draagbare bandopnemer cadeau gekregen. ‘Tell Me’ klonk als een opwindend mysterie, ik had nooit tevoren zoiets gehoord, ik werd meegezogen in die sound, in de stem, in de hele sfeer van het lied. Toch lukte het mij om ongeveer de helft op te nemen. Dagenlang luisterde ik naar dat tweede gedeelte van die single. Tot mijn broer, die zeven jaar ouder is dan ik, het mysterie uitwiste, omdat hij zonodig Elvis en Fats Domino moest openemen. Op mijn bandopnemer! Een vreselijke ruzie was het gevolg. Het is nooit meer goed gekomen tussen ons.

Anekdotes, ja. Maar als er al niet zoveel stompzinnige pulp fiction over the Rolling Stones op de markt zou zijn, zou ik mij aan een boek over mijn favoriete beatgroep wagen. Ik zou de mooiste juwelen uit mijn scheepskist halen,  want elk woord in dat boek zou moeten fonkelen, even glinsterend en verleidelijk als ‘You Got The Silver’ op ‘Let It Bleed’. Onbegonnen werk zal dat boek moeten blijven. Mijn mooie woorden mogen niet op die markt liggen rotten of beschimmelen.

Wat zijn de Rolling Stones-songs waar ik het meest van houd? Tell Me, I Need You Baby (Mona), Honest I Do, Confessin’ The Blues, It's All Over Now, Good Times Bad Times, If You Need Me, Pain In My Heart, Heart Of Stone, The Last Time, Play With Fire, Oh Baby (We Got A Good Thing Going), The Under Assistant West Coast Promotion Man, I’m Free, Gotta Get Away, Out Of Time, Stupid Girl, Think, Get Off My Cloud, Please Go Home, My Obsession, Dandelion, Child Of The Moon, Citadel, She’s A Rainbow, Sympathy For The Devil, Factory Girl, Stray Cat Blues, Parachute Woman, Gimme Shelter, You Got The Silver, Monkey Man, Love In Vain, Dead Flowers, Moonlight Mile, I Got The Blues, Happy, Torn And Frayed, Sweet Virginia, Black Angel, Rip This Joint, Coming Down Again, Winter, Memory Motel, Miss You, Some Girls, Temptation, Before They Make Me Run, Tops, Heaven.

~~~

Oorspronkelijk gepubliceerd op 16-11-2012.
 

12-12-07

ORANGE SKIES

love,da capo,popcultuur,schippers,schipperskinderen,drugs,alcohol,elpees,favoriete songs,daantje,ouders,kinderen,flower power,1967,elektra,doors,jazz,anderlecht,antwerpen,ekeren,limburg,an,dialect,eisden,macao,films,psychedelica,pat,schippersbeurs,shangri la,radio centraal,arthur lee,bryan mclean,lone justice,halfbroer,sixties,maria mckee,jim morrison,donovan,hemel,vrienden,namibie,westen,pop,martin pulaski,foto,charleroi

‘Orange Skies’, dat delicate liedje van Love uit ‘Da Capo’, hun tweede elpee, schreef Bryan MacLean, in tegenstelling tot de meeste andere Love-songs - die uit het muzikale hoofd van de betreurde misfit Arthur Lee kwamen. Beiden zijn jong gestorven, Bryan MacLean enkele jaren voor Arthur Lee. In de jaren tachtig werd MacLeans naam soms nog wel eens genoemd omdat hij de halfbroer was van Maria McKee, bekend van Lone Justice en van haar eerste soloplaten. Nu is ze in de koopjesbakken van de Fnac terug te vinden.

Mijn zoon was gek op haar, voor Maria McKee had hij een moord kunnen plegen, en mijn vriend Pat, met wie ik in die dagen een radioprogramma maakte – dat Shangri La heette -  net hetzelfde. Ik vond Maria McKee wel goed, maar een beetje te theatraal, een soort verlangen naar divaschap lag er nogal dik op. En ze zwetste bovendien teveel over religie. Haar halfbroer hoorde bij een of andere sekte. Ik zocht het nooit op of vergat het omdat die biografische details mij eigenlijk niet echt interesseren.

Maar Love verdient wel aandacht. De band was een van de belangrijkste van de jaren zestig, hij had alleszins de meest originele sound van alle rockgroepen uit Los Angeles. En Love was bij de eersten die een contract kregen bij Elektra, nog voor the Doors.


Als ik ‘Orange Skies’ hoor denk ik altijd terug aan de tijd dat ik nog ‘onschuldig’ was, ik had zo goed als nooit alcohol gedronken, geen drugs genomen, niets. De echte trip was het luisteren naar het lied: die delicate gitaar, bijna jazz; de tekst heeft iets van een bossa nova van Antonio Carlos Jobim. “Yeah, you make me happy”, klinkt zo eerlijk ook, alsof die magische woorden voor de eerste keer worden uitgesproken. Dan komt de fluitsolo, die meteen beelden oproept van love-ins in 1967 en de summer of love aan de West-Coast. Een afkooksel van die muziek komt voor in veel films uit die tijd, waarvan de meeste nu vergeten zijn. “And I love you too, you know I do…”


Als ik aan ‘Orange Skies’ denk, denk ik aan Daantje, een schipperszoontje waar ik bevriend mee was en – waarschijnlijk omdat hij drie jaar jonger was dan ik – die alles bewonderde wat ik bewonderde. Hij was het zoontje van Stef en Mariette, een bevriend echtpaar van mijn ouders. Stef was zeer mager en in zichzelf gekeerd, maar tevens sterk, met veel wilskracht, terwijl Mariette meer aan de ‘forse’ kant was en altijd het woord voerde. Het was duidelijk dat zij de broek droeg in dat huishouden. Beiden spraken met een Kempens accent, dat is me altijd bijgebleven, misschien door die oranje hemel, die je in de Kempen soms wel eens ziet. Mijn vader was een Limburger, uit de Maasvallei afkomstig, maar had het Boomse dialect van mijn moeder overgenomen. Het was geen verfijnde taal; voor ik naar school ging was er echter niets anders. Eens op school leerde ik Algemeen Nederlands spreken. Jongens toch, veertig jaar later hoort iedereen nog altijd dat ik uit Limburg kom, terwijl ik in Ekeren (Antwerpen) ben geboren, en mij in die stad het meest thuis voel. Ook boven de Schelde zie je soms dat oranje licht, dat je verlangen naar ik weet niet waar kan aanwakkeren. Dat licht geeft je zin om te vertrekken naar een exotische plaats, Macao denk ik nu, omdat dat de titel is van een film die ooit veel indruk op me maakte. Maar het kan net zo goed Japan zijn, of Namibië, waar twee van mijn beste vrienden lang hebben gewoond. Als er maar mooie, wulpse vrouwen heupwiegen, en je er whisky kunt drinken en sigaren roken…


Als schipperskinderen waren wij hoe dan ook al veel onderweg, maar we reisden nooit echt ver. De jongeren aan de wal leken ons avontuurlijk leven echter te benijden. Daardoor vond ik hier en daar wel een vriend, maar altijd maar slechts voor enkele dagen. Daarna waren we weer weg. Ongeveer een jaar lang was Daantje er altijd bij, omdat zijn ouders en mijn ouders dezelfde vrachten vervoerden naar dezelfde plaatsen en vervolgens met hun lege schepen terugkeerden naar Eisden, waar de schippersbeurs van Limburg gevestigd was. Soms stoorde mij Daantje’s aanwezigheid, omdat hij nog zo jong was, en misschien ook vanwege dat vreemde dialect. Ik sprak toen immers een vorm van Algemeen Nederlands! Daantje was een goede jongen, en stond open voor de nieuwe wereld van de psychedelica. Als we drugs hadden gehad, zou hij er zeker mee hebben gebruikt. We zouden op een kanaaloever hebben gezeten tussen de struiken, hier en daar een muskusrat, en de ene joint na de andere hebben gerookt. Maar het enige wat we deden, soms, was een klein glaasje Gordon’s gin drinken. Dat gaf een ontzaglijke kick, je zag er sterren van. En dan legde ik ‘Da Capo’ op, met al die onvergetelijke melodieën. We kickten het hevigst op het 18 minuten durende ‘Revelation’; dat was typisch voor die tijd, freak outs, noemden we dat, het waren jams, improvisaties, gebaseerd op de blues, maar met Oosterse invloeden, raga’s. Als we dan gingen slapen bleef ‘Orange Skies’ in mijn hoofd nazinderen, die ongewone melodie en die mooie beelden.


Ik had een vriendin – Helena - in Istanbul, waar ik later meer over zal vertellen (en in het verleden misschien al heb gedaan), waar ik elke zondag een brief van tien bladzijden naar schreef. Vaak voegde ik daar poëzie van mezelf aan toe, schamele imitaties van Marsman en Gorter, en heel vaak geïnspireerd door Jim Morrison, Donovan, en door ‘Orange Skies’ van Love.

En als ik nu hier in Anderlecht in de lente of de zomer ’s avonds naar de hemel kijk zie ik soms nog die oranje lucht in het Westen, als de zon ondergaat, en denk ik, wat is er met mijn leven gebeurd?

mon patrie 2

Op de foto: Daantje links, MP rechts. Let op mijn Pink Floyd jas.