17-12-17

DONKERE DAG, HELDERE NACHT

anselm-kiefer-the-orders-of-the-night-die-orden-der-nacht-1996.jpg


Dit is je gelukt overdag: wat licht werk aan je minuscule tuin in de zon; zonnebloemen, wat klaprozen, groenachtig gras. Onkruid gewied. Om twaalf uur stipt valt de stilte. Niemand zingt, zelfs niet de gewillige varens, als de hand Gods slaat en het hart van slag raakt. Een te hoge dosis van dit of van dat, te veel Ethiopische koffie? Een hond ligt lui uitgestrekt in de schaduw van een onooglijke maar gevaarlijke bar.

Ja, overdag ben je radeloos. Je wist het al lang: geen miniatuur vervangt de natuur. Nooit valt een vrouw je in de armen als je in een nuchtere bui de wolken bekijkt of als je aan de rand van de afgrond  je adolescentenjaren staat te verschonen. Nooit daagt een vriend op, een raadgever, als je daar niets staat te zijn. Als je zegt: ik ben de woorden die ik niet ken. Zie mijn wanhoop in dit treurige reservaat.

Als in die gouden tijd de avond viel zongen we zo graag samen en huppelden soms in het rond met onze handen op onze knieën. Zilveren rook om onze hoofden. Aardbeien, sinaasappels uit China, jasmijnthee. De geur van sandelhout ons enige gebed. Van wie waren jouw knieën, haar enkels, mijn tenen? Onherstelbaar viel onze grote spiegel al spoedig uiteen. Verweesd keken we een tijdje naar zijn scherven. Nergens was er nog iets om vat op te krijgen. Loden dagen waren op komst, avonden vol zinsverbijstering.

Om tien uur binnenskamers, bij kunstlicht, staat zwart op wit beeldig. Op dat uur nog buiten verliezen je zinnen hun zin. In slecht verlichte straten onthouden oude en nieuwe boeken je hun gefluister. Suf gecatalogiseerd werpt zich een bibliothecaris op weg naar zijn woning onder tram 56, de traagste van alle. In de stilte van zijn vertrek verminkte hij zijn vingerafdrukken, wiste zijn wachtwoorden, elimineerde zijn existentie.
Op dun papier in Consolas 11 lees je de namen van zijn erfgenamen. De stuiptrekkingen van zijn geslacht. Gewillige varens, giftige digitalis vergaren schaduw in je minuscule tuin. Wie zou zich liever niet onttrekken aan de onontkoombare nacht?

‘s Nachts verklaar je niets. Geen mysterium tremendum, geen brakende albatros. Wat omklemt je donkere hand? Welke woorden prevelen je blauwe mond? Niets weet je, niets ben je, het is donker in je ziel en daarbuiten, ook al staat daar aan de hemel de stille Poolster te schitteren - en boven de stad heerst de heldere nacht.

...

Afbeelding: Anselm Kiefer, Die Orden der Nacht, 1996

06-02-16

ZERO DE CONDUITE: VOOR DAVID BOWIE

Zéro de conduite is een POPprogramma op Radio Centraal in Antwerpen. Elke eerste zaterdag van de maand, van 6 tot 8 ’s avonds. Een muzikaal evenement voor allen en voor niemand. Uniek in het universum. Stem af op 106.7 FM.
Je kunt Zéro via streaming beluisteren. Hier vind je meer informatie over de radio.

David-Bowie-1971-2.jpg

David Bowie, de geliefde zanger en kunstenaar, is nu al bijna een maand dood. Het rouwproces, als we het zo mogen noemen, lijkt lang te zullen aanslepen. Ongewoon is dat niet: wij hadden het gevoel dat David Bowie ons minder vreemd was dan de meeste van onze familieleden, dan sommige van onze vrienden. Door innerlijke processen die we zelf niet kennen gaat onze liefde in veel gevallen eerder naar zij die ver van ons verwijderd leven dan naar zij met wie we dagelijks omgaan. Dat heeft weinig met Nietzsche te maken. Of misschien heeft het lezen van Nietzsche ons toch duidelijk gemaakt dat het zo was en is. Hier zijn natuurlijk uitzonderingen op: onze tederste gevoelens gaan naar mensen die we van huid en haar kennen. Maar bijna even groot is onze affectie voor aardlingen als David Bowie. Of noem het fascinatie.

syd_barrett 2.jpg


Over welke rol hij in mijn leven heeft gespeeld schreef ik al eerder in ‘Fascination: David Bowie’, dat wil ik hier niet nog een keer herhalen. Wel is het onmogelijk om geen twee uur van Zéro de conduite aan de muzikale werelden van David Bowie te wijden. Aan onze fascinatie voor hém en aan zíjn fascinatie voor andere muziek en muzikanten. Overigens is dat maar een deel van de hele Bowie. Hij was zoveel meer dan muziek. Maar aangezien wij een muziekprogramma maken beperken wij ons tot dat (essentieel) facet. Deel twee van de muzikale trip door het Zuiden van de Verenigde Staten zal moeten wachten.
Wegens tijdgebrek – twee uur per maand - en door te weinig kennis van het latere werk zal onze aandacht vooral naar de eerste drie periodes van Bowie gaan. Ik noem deze fases (die door elkaar lopen): Swinging London Boy; androgyne rocker; neo-expressionistische soul searcher.

0brianeno2.jpg


Om het allemaal wat verrassend te houden wordt de gedetailleerde playlist pas morgen op hoochiekoochie en facebook gepost. Aan de voorbereiding werd hard gewerkt en voor één keer voelde ik mij gedwongen om een thema te ‘kiezen’. Wij maken deze aflevering van Zéro de conduite voor niemand anders dan voor David Bowie, maar zijn er van overtuigd dat zij veel luisteraars blij en tegelijk wat droef zal maken.

Veel luisterplezier!

0Ray Davies.jpg

Research & presentatie: Martin Pulaski
DJ: Sofie Sap

02-10-07

DE KUNSTENAAR ALS ROLLING STONE


flower child with a knife

Ik was toen niet ik, degene die ik nu ben en niet ben. Het zal 1967 of 1968 geweest zijn. Ongetwijfeld had ik net mijn zeventiende verjaardag gevierd, naar Sergeant Pepper's, the Piper At The Gates Of Dawn, Are You Experienced? en vooral naar Between the Buttons en Beggar's Banquet geluisterd. Brian Jones en Steve Marriott waren mijn helden. Ja,ik was zeventien jaar. Plaats van handeling - pose eigenlijk - is Sint-Idesbald. Ik meen mij te herinneren dat de fotograaf Luc Verjans was. De camera was van mij. De jas was van Luc. De bril, het sjaaltje en het knipmes waren van mij. Etcetera. (Het is niet de eerste keer dat ik deze foto in hoochiekoochie tentoonstel. Er gaat voor mij een onverklaarbare fascinatie van uit. Alsof ik dit nooit ben geweest.)

***

Een achtergrond.

"Wessel keek naar de jongen, die op de divan zat. Hij hield iets in zijn hand dat schitterde.
‘Verdomme, hij heeft een mes,’ zei Wessel. ‘Zie je dat, Dick? Hij is een jongen met een mes. ‘Misschien is het dan toch wel een heel gekke jongen,’ zei Dick. ‘Maar hij drinkt niet. Dat blijf ik onvergefelijk vinden.’"

Uit: Remco Campert, De jongen met het mes, 1959.